Nicolaas Beets (13 september 1814, Haarlem – 13 maart 1903, Utrecht)

Nic BeetsDoen door laten

Tweehonderd jaar geleden werd Nicolaas Beets geboren. Hij werd beroemd als de schrijver van de Camera Obscura, literair hoogtepunt uit het Biedermeier, het tijdperk van trekschuiten en ruisende jurken. De auteur was een theologiestudent.
Eenmaal predikant trok Beets veel publiek. Rijtuigen kwamen van heinde en ver naar Heemstede. Hij had zich intussen aangesloten bij het Réveil, de internationale opwekkingsbeweging van gegoede burgers. Uit zijn pen vloeiden voortaan vooral preken in veelgelezen bundels Stichtelijke Uren. Verschillende liederen droeg hij bij aan de hervormde Vervolgbundel van 1866. ‘Daar is uit ’s werelds duistre wolken’ en ‘Wie heeft op aard de prediking gehoord’ hebben het nieuwste Liedboek niet meer gehaald, maar wel een gedicht dat veel ouderen op de christelijke lagere school vaak uit het hoofd hebben geleerd (p. 568). ‘De moerbeitoppen ruisen’ / God ging voorbij /Neen, niet voorbij, hij toefde/ Hij wist wat ik behoefde /En sprak tot mij
Een heel eigen positie nam hij in toen de anti-revolutionairen van het Réveil zich steeds meer gingen organiseren. Hij was oprichter en voorzitter van de predikantenvereniging ‘Ernst en vrede’, de eerste organisatie van de ‘ethisch-irenischen’ zoals ze spottend genoemd werden. Tot ergernis van Groen van Prinsterer en de zijnen gaf hij niet thuis als er acties en manifestaties op touw gezet werden om veranderingen af te dwingen in de kerkelijke organisatie. Hij was wars van partijvorming en kerkscheuring. Getuig met respect voor anderen van je mening, maar pleeg geen machtspolitiek! En met zijn milde vriendelijkheid was hij door dik en dun de vriend gebleven van mr. J. J.L. van der Brugghen, de sympathieke eerste regeringsleider uit de antirevolutionaire beweging, maar verantwoordelijk voor de Schoolwet uit 1857 die in de ogen van de antirevolutionairen een mislukking was. Iedereen had hem vervolgens laten vallen.
Doen door laten was Beets’ motto. Hij herkende zich niet in de ‘te groote bezorgdheid, te zichtbare inspanning, te grote voorbarigheid’ waarmee men in kerk en staat voor principes streed. Jezus deed heel veel níét. Activisme en geldingsdrang walst gauw over mensen en gevoelens heen die misschien ook recht van bestaan hebben. In het Victoriaanse tijdperk van stoom, ijzer en ijverige organisatie was dit een dwars maar spiritueel tegengeluid.
Na een predikantschap in Utrecht werd hij daar hoogleraar theologie. Maar in wetenschapsbeoefening lag niet zijn kracht. Hij was een actief pleitbezorger voor het in- en uitwendige zendingswerk. Als hoogbejaarde was hij nog voorganger bij een koninklijke begrafenis.

 

Joseph Kam (19 sept 1769 ‘sHertogenbosch gedoopt – 18 juli 1833 Amboina)

interieur prot kerk Ambon ‘.. om het dwalend menschdom tot het licht der waarheid te brengen het welk ons aanstraald in het aangezicht van Jezus Christus’

Joseph Kam kreeg de eretitel ‘Apostel van de Molukken’. Door zijn vader was hij in aanraking gekomen met de Hernhutter Broeders in Zeist. Pas in 1808 zag hij kans gehoor te geven aan het verlangen om zendeling te worden. Kam werd de eerste kwekeling van het pas opgerichte Nederlandse Zendelingengenootschap. Het was de tijd van de Franse overheersing. Om zijn opleiding goed af te kunnen ronden liet men hem door de zeeblokkade ontsnappen naar Engeland. Tweehonderd jaar geleden, in 1814, kwam Kam in Nederlands-Indië aan, toen ons Koninkrijk de zeggenschap overnam van de Britten. Hij werd predikant op Ambon. Door de omvang van zijn taken en van het gebied dat hij in supervisie kreeg leek hij meer een protestantse bisschop met een diocees van enkele tienduizenden zielen. Hij legde een enorme werkkracht aan de dag. Schijnbaar onvermoeibaar reisde hij soms maandenlang achter elkaar door de archipel, op een gegeven moment met een zelf aangeschafte schoener en toen deze schipbreuk leed vervolgens een grotere.
Het christendom had – net als de islam – al wortel geschoten. Kam zag toe op de organisatie en opbouw van de gemeentes op de verschillende eilanden die hij langs trok. Zijn voorganger in de tijd van Brits gezag was baptist geweest. De kinderdoop was vanaf 1801 achterwege gebleven en dat leverde een stuwmeer aan dopelingen op. Kam zette het maximum op 130 per dienst.
Predikanten waren in het Koninkrijk van Willem I een soort ambtenaren en toezicht op het onderwijs was er een belangrijke taak. Het kerkelijk opbouwwerk maakte deel uit van de beschavingsmissie van het Hollandse gezag. Het christendom dat werd gestimuleerd was dan ook erg Europees. Kam trad streng op tegen restanten van oude inheemse godsdienst. Met zijn eigen drukkerij zorgde hij ervoor dat er bijbels, leer- en liedboeken in het Maleis werden verspreid. Hij stimuleerde ook fluitorkesten voor de ondersteuning van de gemeentezang. Aan de oplossing van het tekort aan goed opgeleide ‘godsdienstonderwijzers’ en ‘assistenten’ kon Kam slechts een begin maken.
Kam schijnt een warmere geloofsbeleving ingebracht te hebben ten opzichte van het stijle en formele protestantisme dat in de eeuw ervoor met de VOC was aangewaaid. Hij schreef zelf uitvoerige verslagen voor de gouverneur over zijn tochten over zee, de ontmoetingen met plaatselijke leiders, de kerkdiensten her en der. Het lijkt soms alsof je het bijbelboek Handelingen leest over de zendingsreizen van de apostel Paulus. Het is wel duidelijk wie het grote voorbeeld van deze apostolische ijver was.

Katharina Zell, geb. Schütz (1497/98, Straatsburg – 5 september 1562, Straatsburg)

Kath ZellDe wegen van God zijn soms moeilijk te doorgronden en verborgen, maar de ware kinderen van God kunnen een offer brengen, zoals ook Abraham

Katharina Zell werd het prototype van de protestantse domineesvrouw. Na de Reformatie van de zestiende eeuw konden geestelijken trouwen. Kloosters werden gesloten. Voor veel vrouwen was dat een plek geweest waar ze zich vergaand konden ontwikkelen en leidinggevende kwaliteiten laten zien. Nu werd de pastorie de beste plek daarvoor. Katharina von Bora (Luther) en Idelette van Buren (Calvijn) waren niet de eersten. Het begon in Straatsburg, belangrijk toevluchtsoord voor voortvluchtige protestanten. In 1523 kreeg het in één jaar drie predikantsechtparen. Martin Bucer kwam er aan met een voormalige non, Matthias Zell bevestigde een priester-collega met zijn concubine in een officieel huwelijk en trouwde zelf met Katharina Schütz.
Ze was dochter van een schrijnwerker in de stad. Ze had zich schriftelijk met de kerkhervorming in de stad bemoeid en verdedigde in een publicatie het priesterhuwelijk. Eenmaal getrouwd werd ze actief in de zorg voor armen, zieken en gevangenen. De grote pastorie functioneerde als een soort herberg voor wie bescherming zocht en in nood verkeerde. Ten tijde van de Boerenoorlog organiseerde ze de opvang van 3000 vluchtelingen in de stad. Ze zorgde voor de catering bij conferenties van de leiders van de Reformatie. Ze schreef ook verhandelingen over geloofsthema’s en troostbrieven en verzorgde de uitgave van een liederenbundel. Bij het overlijden van haar man in 1548 hield ze zelf de begrafenistoespraak. ‘Mijn hulpprediker’ had hij haar genoemd.
Terwijl de verschillende leidende figuren van de Reformatie hun onderlinge verschillen nogal eens breed wilden uitmeten wees zij graag op wat ze gemeenschappelijk hadden. Niemand minder dan Luther erkende haar talent om de boel bij elkaar te houden. Tot haar dood toe bleef ze in gesprek met figuren binnen de reformatiebeweging die door anderen al waren buitengesloten. En tegenover het beruchte zwijggebod van de apostel Paulus zette ze met gevoel voor ironie de sprekende ezelin die profeet Bileam tot luisteren had gedwongen.
Toen ze een predikant op de vingers tikte over zijn gepraat over een collega, kreeg ze te horen dat ze de vrede verstoorde. Ze zou geantwoord hebben met een opsomming van haar bezigheden: slachtoffers van een epidemie bezoeken, doden begraven, gevangenen en ter dood veroordeelden bezoeken, geen tijd nemen voor frivool amusement. Vaak drie dagen en nachten niet gegeten en geslapen. Nooit de kansel beklommen, maar meer gedaan dan menig voorganger in het bezoeken van wie er ellendig aan toe waren. Hoezo de vrede niet bewaren?
Het volgen van Christus betekende dus niet dat een vrouw een volgzaam typetje moest worden.

Enkele bronnen: 
http://www.kerkbladvoorhetnoorden.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=2158:katharina-zell&catid=14:artikelen&Itemid=28 (Christa Boerke)
http://www.frauenundreformation2017.at/sites/default/files/deutschland_0.pdf
Christian Müller, ‘Katharina Zell’, in: Peter Zimmeling (hersg), Evangelische Seelsorgerinnen (google books)

Over haar portret:
ik heb het vermoeden dat haar portret, ergens in Wittenberg op een moderne muurschildering aangebracht en op internet onder haar naam te vinden, wordt verward met dat van Wibrandis Rosenblatt, echtgenote van de drie hervormers Oecolampadius, Cato, Bucer.

Augustinus van Hippo, 13 november 354 Thagaste – 28 augustus 430 Hippo Regius

AugustinusBemin en doe dan wat je wilt. Alleen vanuit de liefde wordt alles waardevol en zinvol. Draag daarom de liefde in je hart, want uit de liefde kan niets anders dan goeds voortkomen.

28 augustus is de naamdag van kerkvader Augustinus.
Augustinus was welbespraakt en een begenadigd schrijver. Zijn boeken en preken werden een onuitputtelijke bron van inspiratie geworden voor theologie, spiritualiteit en prediking tot op de huidige dag. Dat geldt zowel voor rooms-katholieken als protestanten. Calvijn, Luther, Karl Barth maar ook de Friese dominee Noordmans waren grote Augustinus-kenners. En wijsheden van Augustinus doen zelfs de ronde in moderne coaching.
Hij was van Berberse komaf en werkte aan het einde van de vierde eeuw als bisschop in het huidige Algerije. Het christendom had definitief beslag gelegd op het Romeinse rijk en Augustinus zette de christelijke leer over genade en onvrije wil, uitverkiezing en zonde voor eeuwen stevig in de verf.
Maar met de liefde ligt het bij Augustinus ingewikkeld. Toen hij zich onder invloed van de preken van Ambrosius bekeerde tot het christelijk geloof kwam een droom van zijn moeder uit, maar was het tegelijk gedaan met de vrouwen in zijn leven. Zijn concubine liet hij naamloos in de geschiedenis verdwijnen. Zijn moeder die hem letterlijk achtervolgd met haar gebeden, overleed kort erna. Hij koos voor een celibatair leven in een kloostergemeenschap.
Augustinus was een zinnelijk mens. Hij heeft prachtige bladzijden gewijd aan ons verlangen en hunkeren naar liefde. ‘Veel te laat heb ik jou lief gekregen, Schoonheid wat ben je oud, wat ben je mooi’ zingt zijn ziel als hij de waarheid van de liefhebbende Vader van de Bijbel heeft ontdekt. En om deze God te vinden hoeven we onze zintuigen niet uit te schakelen. Als we ons maar niet laten foppen door wat ze aan kortstondige bevrediging brengen. We moeten de verrukking maar bewaren voor wat God ons aan waarheid, goedheid en schoonheid in zijn liefde.
En Augustinus wil het huwelijk niet minachten en schreef er een geestelijke gids voor. Onze lichamelijkheid maakt deel uit van Gods goede schepping. Maar hij zadelde de Kerk wel op met een leer van de erfzonde die een fataal verband legde tussen zondig begeren en seksuele behoefte. Hij rekende te fors af met een terrein dat zich inderdaad maar moeilijk onder controle van wil en verstand laat brengen. Het leverde in zijn geval wel uitbundige lofprijzingen op de kracht van de liefde op als ze eenmaal verenigd is met Gods liefde. Daar waar we weten van geven, vergeven en elkaar sparen, daar is niets minder dan Gods eigen liefde aan het werk. Ubi caritas, ibi Deo.

Guillaume Groen van Prinsterer, 21 augustus 1801 Voorburg – 19 mei 1876 Den Haag

Groen van PrinstererVasthouden aan de waarheid eist vasthouden aan de plichten die voor ieders bijzondere positie en betrekking zijn opgelegd. Laat ons trouw zijn, een ieder op zijn eigen plaats.

Als er iemand bij veel protestanten op een hoog voetstuk kwam te staan, dan Groen van Prinsterer wel. Grondlegger van protestants-christelijke politiek in Nederland. Gaf als een generaal leiding aan de ‘mobilisatie’ van het protestantse volksdeel. Een van zijn succesvolste marsbevelen betrof de organisatie van het christelijk onderwijs in CNS-scholen.
Groen paarde groot inzicht aan een diep en orthodox geloof. En aan de deur van het royale pand van het echtpaar Groen dichtbij het Binnenhof of van hun zomerverblijf in Wassenaar werd niet tevergeefs geklopt voor een bijdrage uit hun grote portemonnee om protestants onderwijs en andere initiatieven van de ‘kleine luyden’ te bekostigen.
Groen studeerde in Leiden rechten samen met Thorbecke, later zijn grote politieke tegenstander. Het huwelijk met Betsy van der Hoop bleef kinderloos. In Brussel kwamen zij dankzij hun predikant Merle d’Aubigné onder de invloed van de opwekkingsbeweging van het Réveil. Uit schrik over de revolutiegeest van de Belgische opstand begon hij vanaf 1829 met zijn blad Nederlandsche Gedachten. Ook al was hij in dienst van de Koning, het belette hem niet om kritiek te uiten op de harde maatregelen tegen de Afgescheidenen van Hendrick de Kock die het eenheidsideaal van Willem I doorkruisten. Meerdere keren zat hij in de Tweede Kamer. Als tegenstander van de slavernij mocht hij in 1853 voorzitter worden van de Staatscommissie afschaffing slavernij, helaas zonder direct succes.
Zijn boek Ongeloof en Revolutie, aan de vooravond van de belangrijke grondwetswijziging van 1848, vormt tot vandaag een soort bijbel van christelijke politici. Hier werd stevig aan het denken gezet over de gevaren van de volkssoevereiniteit die heel Europa leek te begeren. Wat voor ongeest kan er aan de macht komen als staat en maatschappij niet van eerbied voor de God van de Bijbel zijn vervuld? Tijdens de Duitse bezetting had menig protestant het zetje nodig van een zin uit dit boek om de schroom te overwinnen om in verzet te gaan tegen de overheid. ‘Ik wil geen uitlegging onderschrijven, welke ons verplichten zou de gekroonde rover die gisteren de wettige Vorst verjaagd heeft, heden als een van God verordineerde macht te beschouwen.’
Groen predikte beginselvastheid. Tot zijn erfenis behoren ook de negatieve kanten van partijschap, van heftig debat over de principes en afkeer van theologie die de hoofdzaken van het christelijk geloof eigentijds nuanceert. Zelf bleef hij een gentleman die al te felle aanhangers wel maande om op de bal te blijven spelen en niet op de man. En vòòr alles ‘geen staatsman, maar evangeliebelijder’.

Marga Klompé, 16 augustus 1912 Arnhem – 28 oktober 1986 ‘s-Gravenhage

Marga KlompéHoe ik vond dat je God het best kon dienen, was in wezen irrelevant. Belangrijker was hoe God vond dat Hij gediend wilde worden.

Op lijstjes van beeldbepalende figuren van het Nederlandse christendom uit de voorbije eeuw kom je steevast ook Marga Klompé tegen. ‘Liever weinig goed, dan veel vluchtig’ was een van haar uitspraken. Maar de eerste vrouwelijke minister van ons land had een indrukwekkende politieke loopbaan. Ze had een groot aandeel in de uitbouw van de moderne verzorgingsstaat. Ze bleef daarbij nadrukkelijk rooms-katholiek gelovig christen. Als het moest ook kritisch naar kerk en paus.
Margaretha Albertina Maria Klompé wordt geboren op 16 augustus 1912 te Arnhem. Vader is eigenaar van een kleine postpapierfabriek. Als studente in Utrecht neemt ze afstand van haar rooms-katholieke opvoeding en geniet ze van de bevrijding van alle regels en betutteling. Maar ze maakt een crisis door die haar terug brengt in de moederkerk, wel met blijvend respect voor andere vormen van godsdienst. Ze is actief in het verzet als koerierster, wordt docente scheikunde in Nijmegen en promoveert in wis- en natuurkunde. Dan gaat ze voor de KVP de Tweede kamer in. Ze schrijft in haar dagboek dan ze hoopt ‘dat God mij de kracht geeft om mijzelf te blijven en in deze sfeer iets uit te dragen van de Liefde en de Rechtvaardigheid’. In 1955 stemt ze vóór afschaffen van de regel dat leraressen en ambtenaressen automatisch ontslag krijgen bij hun huwelijk, ook al stemmen de 28 mannelijke collega’s in de fractie tegen. In 1956 begint haar eerste ministerschap. Op haar conto staan de Algemene Bijstandswet uit 1963 en de Omroepwet van 1966. Joseph Luns noemt haar “Onze lieve vrouwe van altijddurende bijstand”. Ze wordt wel geplaagd om de grote ernst waarmee zij haar taken uitvoert.
Ze maakt zich ook in kerkelijke zaken in internationaal verband verdienstelijk, in het bijzonder op het gebied van vrede, ontwapening en ontwikkeling. Als het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) de celibaatsverplichting voor priesters wil handhaven, ondertekent ze een protestbrief van tachtig vooraanstaande politici en wetenschappers in de wereld. Ook al bleef ze zelf ongehuwd. Twintig jaar later uit ze zich in een open brief ter gelegenheid van het pausbezoek aan Nederland (1985) uiterst kritisch over het bestuursapparaat rond de paus en het gemis aan ware, echte zielzorg. Ze vreest dat paus Johannes Paulus II ‘allerlei hoopvolle tekenen van onze tijd, van hedendaags waardebesef niet verstaat en zo schade toebrengt aan de blijde boodschap van het Evangelie waarvoor hij zich inzet’.
Haar stem klonk nogal deftig. Haar hart zat duidelijk op de goede plaats.

Bron: E. Borgman, In liefde en rechtvaardigheid. Het dagboek van Marga Klompé 1948-1949 (2012)

Thomas a Kempis, plm. 1380 Kempen – 25 juli 1471 Windesheim

Thomas a KempisSchrijf, lees, zing, zucht, zwijg, bid en verdraag manmoedig wat u tegenloopt

Thomas Hemerken werd geboren in Kempen. Hij ontving onderwijs bij de Broeders des Gemenen Levens in Deventer. Eenmaal kloosterling in het Bergklooster in Zwolle wordt hij de man ‘met een boekje in een hoekje’. De beweging van de Moderne Devotie krijgt intussen een steeds bredere actieradius, een beweging van mannen en vrouwen die in gemeenschappen wonen en zich wijden aan groei in geestelijk leven. Thomas´ boek De navolging van Christus, gegroeid tussen 1420-1441, is de rijpste vrucht van deze beweging geworden. Het kwam te liggen op de nachtkastjes van uiteenlopende figuren als Florence Nigthingale, paus Johannes Paulus II en Bill Clinton. Geen wonder, want het is een vriendelijk spiritueel zelfhulpboek. Het wil helpen grip te krijgen op de innerlijke krachten die je allerlei kanten uit willen sturen  en vaak niet in de richting waarin je voor God, de naaste en jezelf een beetje aangenaam mens bent. Geen geloofsleer, maar gids voor geestelijk leven. 

Niet dat je deze eeuwenoude bestseller uit Zwolle steeds met rode oortjes leest. Je moet bij de Moderne Devoten wel erg nadrukkelijk afzien van allerlei ‘wereldse’ genietingen. Soms lijkt het boek vooruit te lopen op de sombere spiritualiteit die nog wel in de Bible Belt rondwaart: hoe onwaardiger je jezelf vooral probeert te voelen, hoe meer kans op een ervaring van genade. Maar als je dit met een korreltje zout neemt, vind je kostbare handvaten voor het winnen van echte innerlijke levensvreugde en ook heel nuchtere waarnemingen.
Thomas gebruikt vaak het beeld van het ‘bezoek’ dat je kunt krijgen van God. Hoe houd je de deur voor Hem open zodat het vuur van de liefde en het licht van inzicht weer wordt aangewakkerd? En zoals de titel al aanduidt is Jezus het aandachtscentrum. Voor Mariaverering en heiligenaanbidding moet je bij Thomas niet erg zijn. Hij wil vooral verbinden met Jezus. Beschouwingen over de geestelijke betekenis van brood en wijn van het Avondmaal vormen het hart van het boek.
Thomas heeft nog wel heel wat meer schrijfsels nagelaten. Minstens drie keer schreef hij de hele Bijbel over. De Devoten geloofden enorm in het belang van goede teksten om op te kunnen ‘kauwen’ en schreven die driftig over, voor zichzelf en op bestelling. Van copyright was voor de uitvinding van de boekdrukkunst geen sprake. Daarmee is De Navolging een boek dat vooral ook uitdaagt om zelf teksten te vergaren in een raperarium, een citatenboek om al mediterend je eigen moderne devotie vorm te geven. Blijven plakken dus.

NB najaar 2014 een gespreksgroep van vier avonden over Thomas, Navolging en Moderne Devotie, zowel in Winsum als in Drachten

 

Nelson Mandela: 18 juli 1918 Mvezo, Oostkaap – 5 december 2013 Johannesburg

Nelson MandelaVergeet nooit dat een heilige een zondaar is die blijft proberen

Een heiligverklaring door de paus of de Anglicaanse Kerk zal ‘Madiba’ (‘koning’) Mandela niet ondergaan. Hij vond zichzelf ook geen heilige of messias. Als jongeman was de knappe Nelson een vrouwenversierder. In het ANC had hij Afrika rondgereisd voor de militaire vleugel die sabotage en aanslagen pleegde. En toen hij na jarenlange gevangenschap vrij kwam om leiding te geven aan een vreedzame overgang van apartheidsstaat naar regenboognatie Zuid-Afrika en de eerste vrije verkiezingen eraan kwamen, moest er buitenlandse diplomatie (en gebed) aan te pas komen om de tegenstellingen tussen zijn ANC en de Inkatha-partij van de Zoeloes niet te laten ontaarden in een etnisch drama zoals ongeveer tezelfder tijd in Rwanda plaatsvond. In zoverre geen heilige.
Maar wel een gedenkwaardig mens. Het is geen wonder dat Robbeneiland waar hij samen met veel andere anti-apartheidstrijders zo lang in gevangenschap doorbracht, een soort bedevaartsoord werd. Ex-gevangenen tonen bezoekers het dunne matje op de betonnen vloer waarop men moest slapen en de kleine cel met bed die Mandela later kreeg. Je kunt er de steengroeve bezoeken waar ze moesten bikken en door de schittering van de zon oogkwalen opliepen omdat ze geen zonnebrillen kregen. Uitermate gedisciplineerd, vastberaden en met een ongebroken geest sloeg hij zich door de jarenlange gevangenschap heen.
In de verhalen van afgelopen december na zijn overlijden hoorde je niets over de rol van religie. Zuid-Afrika is doordrenkt van christendom. Mandela had ook christelijk onderwijs genoten. De apartheidsmannen beriepen zich op Bijbel en calvinisme, maar de Bijbel was ook inspiratiebron voor de zwarte bevolking en mensen van het verzet. Mandela zelf was kennelijk geen bijbellezer en kerkganger. Maar midden tussen allerlei teksten uit zijn gevangenschap staan ook de opmerkelijke bladzijden waarin hij voor zijn vrouw Winnie op nieuwjaarsdag 1970 uit zijn geheugen een roman samenvat die hij in 1964 had gelezen. Daarin schrijft Pontius Pilatus een brief aan een vriend over het proces van Jezus van Nazareth en de diepe indruk deze man op hem gemaakt had. ‘Op zijn gezicht stond een glans van liefde en hoop geschreven; maar op hetzelfde moment vertoonde hij de uitdrukking van iemand die diep bedroefd was door de dwaasheid en het lijden van de mensheid als geheel’. Pilatus beseft dat de eigenlijke macht niet bij hem ligt maar bij deze man in de beklaagdenbank. ‘Hier staat de rechter zelf terecht’. Mandela herkent in dit verhaal ‘zaken van het heden’ (de censuur leest in 1970 mee). Hij besluit de brief aan Winnie met: ‘Ik hoop dat je het betekenisvol en bruikbaar vindt en vertrouw erop dat het je enige mate van geluk brengt’. Jazeker had Mandela iets met Jezus.
18 juli, zijn geboortedag, is door de VN in 2009 uitgeroepen als jaarlijkse Mandela-gedenkdag voor vrijheid, gerechtigheid en democratie.

Bron: Nelson Mandela, In gesprek met mijzelf, Spectrum-Houten 2010

Marcella van Rome, rond 335-411 Rome

Marcella van Rome - santa sabina ‘Ze voert je door de groene weiden en de verscheidene bloemen van de goddelijke boeken’ 

We weten maar weinig over ‘kerkmoeder’ Marcella van Rome. Haar brieven aan de kerkvader Hieronymus zijn niet bewaard gebleven. Brieven van hem áán haar en over haar wel.
Toen ze op haar zeventiende weduwe werd, wilde haar moeder haar enige kind uithuwelijken aan een oudere man met flink vermogen. Liever nog een echtgenoot dan een erfenis, als ik me niet aan de eeuwige kuisheid zou willen wijden, antwoordde ze haar moeder. Dat laatste dus. In plaats van zich met opzichtige sieraden en kleding en in dure geurtjes op de huwelijksmarkt te begeven, zoals onder heidense weduwen gebruikelijk was, hulde zij zich in de donkere kleding van vrouwen die zich aan een leven in soberheid, onthouding en gebed hebben gewijd, aldus Hieronymus. Die ongehuwde staat betekende ook dat ze zich onttrok aan een leven in onderdanigheid aan de man, zoals de wet van Rome aan gehuwde vrouwen voorschreef. Daarvoor voelde ze zich niet in de wieg gelegd kennelijk. Ze blijkt ook erg van argumenteren te houden en bepaald niet van autoritair gedrag.
Haar villa op de Aventijn, een van de zeven heuvels van Rome, werd een van de eerste christelijke leefgemeenschappen van ongehuwde vrouwen binnen de muren van de stad. Ze was geïnspireerd door de verhalen over het monnikenleven in Egypte, van de beroemde Athanasius persoonlijk gehoord, de biograaf van kluizenaar Antonius. Maar haar eigen stadskloostertje week met haar boekenverzameling, theologisch onderricht, gastopvang en armenzorg van de voorbeelden elders af. Ze was goed onderlegd en kende niet alleen Latijn maar ook Grieks en las met haar vrouwen kennelijk zelfs Hebreeuws.
Met niemand minder dan Hieronymus heeft ze omgang. Die is bezig met de herziening van de Latijnse bijbelvertaling, de in komende eeuwen gezaghebbende bijbel van de westerse kerk.  Eerst mondeling en na zijn vestiging in Bethlehem per brief, hebben ze hele discussies over tal van uitlegkundige kwesties. In wederzijds respect. ‘Slavendrijfster!’ roept hij een keer uit als ze hem weer bestookt met vragen. Leerlingen van haar werden belangrijke figuren in nieuwe zustergemeenschappen in Bethlehem. In Rome zelf werd ze soms door geestelijken geraadpleegd. In discussies over mogelijk ´ketterse´ gedachten bij de theoloog Origenes mengde ze zich met resultaten van eigen onderzoek. Als bejaarde vrouw maakt haar moed indruk op de Gotische houwdegens die Rome veroveren en plunderen en de vrouwen lastig vallen. Later wordt het in de Kerk van Rome steeds meer ondenkbaar dat vrouwen in de rol van geestelijk leraar (magistra) terecht komen, ook al had Hieronymus haar herhaaldelijk ten voorbeeld gesteld naast de professen en leraressen in de Bijbel. Wat hem betreft mochten zulke vrouwen wel aan het Woord komen.

Bron: de vertaling en inleiding van Esther de Boer van het gedenkschrift van Hieronymus, (Ad Fontes deel 5, Zoetermeer 2009)

 

Marc Chagall, 7 juli 1887 Vitebsk (Wit-Rusland) – 28 maart 1985, Saint-Paul-de-Vence (Fr)

Marc ChagallMijn afbeeldingen moeten de mensen helpen in gebed de weg naar God te vinden

In de roman Mijn naam is Asjer Lev van de Amerikaans-Joodse schrijver Chaim Potok schokt de jonge kunstschilder om wie het draait zijn orthodox-joodse omgeving door te kiezen voor het symbool van het kruis als hij het lijden van zijn moeder op het witte doek tot uitdrukking wil brengen. Het motief zou ontleend kunnen zijn aan het leven van de Russisch-Joods-Franse kunstenaar Marc Chagall. Als hij in 1938, het jaar van de Kristallnacht, het leed van de Europese Joden op het doek brengt, doet hij dat door een eigentijdse variant van de crucifix te schilderen. Jezus heeft een joodse gebedsmantel om de lendenen en om het kruis heen zien we beelden uit vroegere pogroms. Een boodschap voor het christelijke Europa. Hun lijdende Jezus was nu terug te vinden in wat de Joden werd aangedaan. Het is het favoriete schilderij van paus Franciscus. En anderen.
Chagall heeft een enorm oeuvre nagelaten. Maar of het nu gaat om schilderijen, grafisch werk, wandtapijten, mozaïeken of glas-in-lood-ramen in kerken en kapellen over de hele wereld, zijn beeldtaal veranderde sinds begin jaren ’30 nauwelijks, een Chagall herken je snel. Zelf zat hij vol tegenstrijdigheden. Temperamentvol en gevoelig, enerzijds in verzet tegen tradities, anderzijds er blijvend mee verbonden, religieus en artistiek. Hij hield van zijn geboortedorp Vitebsk, maar riep ook vaak dat Parijs, destijds het hart van de kunstwereld, zijn thuis was. Hij was van huis uit chassidisch-joods, maar zag ook wel wat in het christendom. Hij schijnt ook geworsteld te hebben met zijn seksuele geaardheid, maar na verlies van zijn eerste vrouw hertrouwde hij tweemaal. Hij beleefde  twee wereldoorlogen, de Russische Revolutie en het ontstaan van de staat Israël. Hij werd zowel verguisd als geprezen en moest soms de eindjes aan elkaar knopen.
Een sleutelrol in zijn kunstenaarsbiografie speelde de opdracht begin jaren ’30 om de Bijbel te illustreren. Voor inspiratie reisde hij naar Palestina. Het hielp hem om zijn liefde voor de bijbel te hervinden en in zijn kunst te integreren. En menig vakantietoerist heeft intussen het kleine maar fijne museum in het Franse Nice bezocht, waar de kleuren je tegemoet vlammen van doeken bij ondermeer het Hooglied. Chagalls werk rond bijbelse thema’s helpt fantastisch om toegang te krijgen tot emotionele lagen en diepere betekenissen in verhalen uit het Oude Testament. En dus ook uit het Nieuwe Testament. En wie goed genoeg is voor een Chagall-bijbel hoort dan ook op de kalender voor inspirerende geloofsgetuigen.

Pavel Adelgejm, 1 augustus 1938, Rostov a.d. Don (USSR) – 5 augustus 2013, Pskov (Rusland)

Pavel Adelgejm Trouw
´Je kunt het gelaat van God niet herkennen door kruis en gevangenis uit de weg te gaan´

Is Russisch-Orthodox christendom meer dan ikonen, kerkdiensten die staande moeten worden bijgewoond, vocale kerkzang volgens eeuwenoude traditie, kerkleiding die aan de leiband van de staat loopt en nationalistische gevoelens?
Iemand voor wie het zeker meer moest zijn was Pavel Adelgejm. Op 5 augustus 2013 kwam hij om het leven door messteken van een verwarde man. Het was even wereldnieuws. ‘De laatste vrije priester van het Moskouse patriarchaat’ werd hij daarin genoemd. Hij was een uitgesproken criticus van de kerkleiding en van de nauwe band tussen kerk en staat. Een bevoorrechte positie in het onderwijs en steun voor de bouw van kerken met schitterende koepels in ruil voor een kritiekloze opstelling ten opzichte van het bewind was hem een doorn in het oog. In 2012 had hij ook een petitie ondertekend voor een milde behandeling van de bandleden van Pussy Riot die een mis hadden verstoord. ‘Altijd zijn er profeten, armen, bezetenen en heilige dwazen geweest die inbraken op de regels van heilige ruimtes’, zo schreef hij. En deze vrouwen hadden de leugen ontmaskerd van de onnatuurlijke band tussen de Kerk en de Russische Federatie.
Zowel zijn ene grootvader als zijn vader waren gedood door het communistische regime. De familie bezat voorheen verschillende fabrieken. Pavel kwam in een kindertehuis en ging vervolgens met zijn moeder in ballingschap in Kazachstan. Al jong besloot hij priester te worden. Hij woonde een tijdje in het Holenklooster in Kiev. In 1964 werd hij priester in Oezbekistan. Hij kreeg het voor elkaar er een kerk te bouwen, een hele prestatie. Mogelijk daarom kreeg hij vervolgens drie jaar strafkamp: ‘laster tegen de Sovjet-Unie’. Hij verloor er een been. Bij zijn vrijlating werd hij hartelijk ontvangen door de aartsbisschop van Tasjkent. Heel anders was de verhouding met zijn latere aartsbisschop die hem ernstig dwarsboomde. Intussen was het IJzeren Gordijn verdwenen en de Russische Federatie tot stand gekomen. Adelgejm bracht twee sociaal actieve parochies tot bloei. Met steun vanuit protestantse kerken in Nederland bouwde hij ook weer een kerk, bij een psychiatrisch ziekenhuis. Maar hij moest vertrekken uit de parochie en mocht in deze kerk geen diensten meer leiden.
Die aandacht voor de sociaal en psychisch zwakkere medemens was kenmerkend voor zijn pastoraat. Hij bezocht jarenlang mensen in de gevangenis en hielp mensen daadwerkelijk die in problemen zaten. En deze altijd vriendelijke maar ook eigenzinnige man was daarin niet te stuiten. Juist dat lijkt hem uiteindelijk noodlottig geworden te zijn.

Bronnen: Trouw, 8-8-2013 en internet

Bertha von Suttner, 9 juni 1843 Praag – 21 juni 1914 Wenen

Bertha_von_Suttner (2)
Onze tegenstanders zeggen altijd dat oorlog een natuurwet is. Strijd is het zeker, maar oorlog niet. Eenheid is de natuurwet.

Aan Bertha von Suttner lag het niet dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Ze heeft meer gedaan om te proberen die te voorkomen dan heel wat vooraanstaande theologen en kerkleiders van haar tijd bij elkaar. Ik kan niet ontdekken of ze iets had met kerk en religie. (Ze was aanhanger van de evolutieleer van Darwin. En ze liet zich cremeren. In die tijd liet zich dat moeilijk verenigen met kerklidmaatschap.) Maar om haar werk als onvermoeibaar vredesactiviste die geloofde in de mogelijkheid de oorlogsgod te temmen die telkens weer hele bevolkingsgroepen over de kling jaagt, verdient zij een plekje op de eregalerij van ´geloofsgetuigen´. Toen Jezus de vredestichters zalig sprak zei hij er niet bij dat ze per se religieus moesten zijn.
Ze kwam als gravin Kinsky von Wchinitz und Tettau ter wereld, telg van een Boheemse adellijke familie. Ze groeide op met een gokverslaafde moeder en diverse gouvernantes. Opera, literatuur en filosofie hadden haar grote interesse. Na haar huwelijk met Alex von Suttner vertrok het echtpaar naar de Kaukasus om ver weg te zijn van zijn familie. Kort erna brak de Russisch-Turkse oorlog van 1877-78 uit. Over de verschrikkingen die ze zagen schreven ze in hun journalistieke werk voor kranten. Ook na hun verhuizing naar Oostenrijk bleef zij zich als schrijfster actief. Haar afschuw van oorlogen en verheerlijking van heldenmoed en vaderlandse eer gaf ze vorm in haar roman ‘Die Waffen nieder’ uit 1889, eindeloos herdrukt, in zestien talen vertaald, een belangrijk manifest van het pacifisme. In het internationale circuit van vredesbewegingen speelde ze een belangrijke rol, in het bijzonder met haar inzet voor een internationaal Hof van Arbitrage waar landen hun conflicten aan zouden voorleggen in plaats van het uit te vechten. Toen in 1899 de eerste internationale vredesconferentie op regeringsniveau bijeengeroepen werd, voelde Bertha dit als de kroon op haar werk. Ze had zich ingezet voor deelname van alle belangrijke grootmachten. Daar, in Den Haag, werd ook besloten dit Hof op te richten. Kort erna begon de bouw van het Vredespaleis als huisvesting voor dit Hof en later ook voor andere organisaties te bescherming van de internationale rechtsorde. Andrew Carnegie, die veel geld schonk voor de bouw, financierde ook een pensioen voor Bertha von Suttner.
Als jonge vrouw in Parijs had ze bij Alfred Nobel gewerkt. Ze bleef nauwe contacten met hem onderhouden en inspireerde hem om de Nobelprijs voor de Vrede in te stellen. Zelf ontving ze als eerste vrouw deze prijs in 1905. Ze streed overigens niet alleen voor vrede, maar ook voor vrouwenrechten, meer democratie en gelijke sociale en politieke rechten.
Kort na haar overlijden brak toch de Eerste Wereldoorlog uit, erger dan alle oorlogen van de negentiende eeuw. Eens te meer bleek dat hoe noodzakelijk de strijd tegen oorlogsgod Moloch blijft.

ANTOINE DE SAINT-EXUPÉRY 29 juni 1900 Saint-Maurice-de-Rémens – 31 juli 1944 bij Marseille

Ant de St Exupéry
Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. Leer ze liever te verlangen naar de enorme eindeloze zee.

Dit is een beroemde uitspraak van Antoine de St.-Exupéry. Zeventig jaar geleden verdween hij met vliegtuig en al na een verkenningsvlucht boven Frankrijk voor de geallieerden. Lang is er gespeculeerd over zijn verdwijning. Een zelfdodingsactie? In de Sahara terecht gekomen met motorpech net als de vliegenier uit zijn beroemde boek ‘De Kleine Prins’ en daar vervolgens door droogte om het leven gekomen? Pas vrij recent werd het wrak van zijn vliegtuig in de Middellandse Zee ontdekt. Hij was door een Duits vliegtuig neergeschoten.
De Saint-Exupéry was van adellijke komaf. Als dichter en schrijver won hij verschillende literaire prijzen. Terre des Hommes (Aarde van mensen) is de titel van zijn memoires en werd later daardoor de naam van een bekende humanitaire organisatie. Wereldberoemd werd hij met het boek Le Petit Prince (De Kleine Prins) met prenten van eigen hand, uit 1943. Het ging in meer dan 80 miljoen exemplaren in tientallen talen over de wereld. Het kinderboek gaat over een prinsje dat van asteroïde B 612 is neergedaald bij een gestrande vliegenier in de woestijn. Het vertelt hem over zijn ontmoetingen met bewoners op diverse planeten, inclusief de aarde. Het verwondert zich over het gebrek aan kinderlijke fantasie van grote mensen. En waar ze dik en druk over maken kan hij ook niet bij, zaken zoals tijdwinst, grote aantallen, macht, boekenkennis en de waarde op papier van hun bezit. Zelf is hij gelukkig met de ene roos die er is gaan bloeien op zijn eigen planeetje, waar hij elke morgen de vier vulkaantjes schoon veegt. Ondanks de vier stekels die er aan zitten.
Het is al met al een heel spiritueel boek. Het moedigt aan om net zo zorgzaam te zijn voor je ziel als het prinsje om zijn kleine asteroïde en de ene roos. Iedereen is wel eens een met pech gestrande vliegenier in de woestijn die wel een gids(je) kan gebruiken voor nieuw contact met de eigen binnenkant. En voor het gaan kijken met andere ogen om een bron onder het zand te kunnen zien en dan te overleven. Met zijn sprookje heeft St.-Exupéry in feite prachtig geïllustreerd wat het woord van Jezus zou kunnen betekenen dat je moet worden als een kind om het Koninkrijk van God binnen te kunnen gaan.

Antonius van Padua, 15 augustus 1195 Lissabon – 13 juni 1231 Arcella bij Padua

‘Als op Sint-Antonius de zonne schijnt, veel zorg voor de boer verdwijnt.’
Antoniuspadua
Sint Antonius beheert als heilige het bureau van verloren verworpen. Is het misschien daarom dat hij een populaire heilige is bij rooms-katholieken in allerlei streken? Iedereen is wel eens wat kwijt op heel ongelegen momenten. Ik vind het nog niet zo’n gekke gedachte dat de Kerk de hemelse Vader vrijwaart van allerlei schietgebeden voor hulp in kleine zaken zoals sleutels en mobieltjes die nu!! nodig zijn en dat je in zulke gevallen dan tot iemand anders kan roepen van menselijk vlees en bloed.
Antonius was als Fernandez Buglio in Lissabon geboren. Al op 15-jarige leeftijd treedt hij in bij de Augustijner Koorheren. De stoffelijke resten van de eerste Franciscaanse martelaren worden uit Marokko in zijn klooster gebracht. Onder de indruk wordt hij ook Franciscaan en wil hij in hun voetsporen treden. Hij wordt missionaris onder moslims in Marokko en neemt de naam aan van de patroon van het klooster aldaar, Antonius Abt. Maar hij kan niet goed tegen het klimaat. Het schip op de terugreis landt vanwege een storm op Sicilië. De stille en bescheiden broeder die zijn adellijke komaf verbergt komt in Bologna terecht als hulp in een kloosterkeuken. Bij verrassing valt de keukenhulp op een dag op als iemand met spreekvaardigheid die ook goed onderlegd is in Bijbel en theologie. Franciscus van Assisi zelf benoemt hem tot eerste lector theologie voor jonge broeders in zijn beweging. Hij stuurt hem ook als prediker naar verschillende steden. Hij weet veel mensen in Zuid-Frankrijk en Noord-Italië van daalwegen te bekeren. Zijn bijnaam wordt ‘ketterhamer’. In een van de legenden gaat Antonius als er niemand van de Katharen (‘ketters’) komt opdagen voor zijn preken, de vissen toespreken, die meteen de kop uit het water steken. Hij moet vaak in de buitenlucht preken vanwege de grote toeloop. Hij werd geroemd om zijn vriendelijkheid, eenvoud en deemoed. Een jaar na zijn dood is hij al heilig verklaard.
In een andere legende wordt hij op een onvermoed moment betrapt met het Christuskind op de armen dat een enorm licht uitstraalt. Misschien is dat de verklaring voor zijn status als helper bij het zoeken. Deze man kende een grote liefde voor Christus. Die was kennelijk zijn innerlijke bron van stralende vreugde en grote kracht. Zo kan hij een helpend voorbeeld zijn om bij paniekerig gepieker het contact weer te herstellen met je bron van vindingrijkheid, je eigen ‘creatieve middelpunt’, om het met Anselm Grün te zeggen.

Bronnen onder meer: Anselm Grün, Vijftig heiligen voor je leven, ten Have 2003

In Winsum dronken we Cremisan-wijn

Cremisan web

Cremisan web2

In mijn gemeente Winsum is het bij de Avondmaalsdiensten in de Centrumkerk gebruikelijk dat de kinderen druivensap krijgen aangeboden in een aardewerk beker. Die beker is een geschenk van de zustergemeente in de voormalige DDR waarmee onze gemeente een tijdlang vriendschapsbetrekkingen onderhield. In de Avondmaalsdiensten van 15 juni jl zat er in de andere bekers die rondgingen witte wijn. Dat zijn we niet gewend en het was ook eenmalig. Ook al staat er nergens in de Bijbel dat de kleur rood moet zijn.
Het kwam niet omdat we als gemeente ‘van kleur verschoten’ zijn en ons niet meer aan bijbelse voorschriften houden. Integendeel. Maar deze keer dronken we Cremisanwijn, als daad van solidaire verbondenheid met christenen achter een andere Muur. Cremisanwijn is miswijn gebotteld door de paters Salesianen in hun klooster 5 km buiten Bethlehem, richting Jeruzalem. De stichtingen Kairos-Palestina Nl en Vrienden van Sabeel NL hielden daarmee in april jl. een solidariteitsactie om aandacht te vragen voor de situatie van Palestijnen in de regio Bethlehem. De voorzitter van onze synode ds Karin van de Broeke en de Raad van Kerken hebben toen de Cremisanwijn ontvangst genomen. De Raad van kerken noemde het een sympathieke actie.
De aangekondigde uitbreiding van de beruchte Muur brengt deze wijn heel letterlijk in gevaar. Landbouw in een de vruchtbare Cremisanvallei wordt verder bemoeilijkt. De bouw van de Muur is door internationaal protest van onder meer RK bisschoppen uit het buitenland (niet uit ons land) wel opgeschort. Maar nog in mei jl liet de brute verwoesting van een boomgaard van christen-Palestijn en vredesactivist Daoud Nasser, in dezelfde regio, duidelijk zien waar de staat Israël op uit is.
Het is altijd spannend om in een kerkdienst het onderwerp Palestijnen aan te snijden. Ook deze keer. Zou het christenen in andere landen van het Midden-Oosten betreffen dan is solidariteit vanzelfsprekend. Wie vindt het niet afschuwelijk dat zij samen met veel andere burgers in de gewelddadige conflicten tussen de verschillende bevolkingsgroepen worden vermalen? Maar als het om de door Israël bezette gebieden gaat, ontstaat er altijd wel ergens onrustige kriebel. Dat is begrijpelijk gezien de holocaust en onze religieuze verbondenheid met het Jodendom en vooral ook omdat we in ons land decennialang gebrekkig en eenzijdig ‘pro-Israël’ zijn geïnformeerd en deze desinformatie maar doorgaat tot op de huidige dag.
En of christenen in de nu nog door Israël bezette gebieden in een eigen Palestijnse staat veilig en vrij zouden zijn, valt moeilijk te voorspellen. Palestijnen zijn nu eenmaal nog nauwelijks in de gelegenheid geweest om te experimenteren met het opbouwen van een eigen democratische rechtsstaat. Maar wat onze broeders en zusters in Bethlehem en omstreken ons zelf steeds en dringend voorhouden is niet voor misverstand vatbaar. Ze vragen zich af hoe lang er in dit land van de Bijbel naast dode stenen nog levende stenen zullen zijn die getuigen van de komst van de Heer. Niet door secularisatie maar omdat het leven onder de bezetting zo zwaar valt dat wie kan vertrekken dat vaak ook doet. Ze vragen om sympathie en steun in hun geweldloos verzet, soms met moed in de schoenen, tegen de Israëlische bezetting. En alleen al niet weggaan maar blijven is verzet: soemoed, volharding.
De paus stapte een paar weken geleden uit de auto om aan hun kant van de Muur even te bidden. De graffiti op die plek legt een verband met het Joodse ghetto van Warschau in WO II. Dat is hun verbijstering. ‘Hoe kan het dat jullie ons aandoen wat jullie zelf toen door Duitsers is aangedaan?’ Als we als christenen hier niet in de nood, het verdriet en de verbijstering van onze broeders en zusters daar willen delen, wat zijn we dan eigenlijk voor christenen?
Dat sluit niet uit dat we dan ook voor Israëli’s bidden. Maar dat vraagt dan wel nuancering en precisie. Want dan zijn alle Joden niet meer één pot nat. Dan moeten we in onze gebeden ook onderscheid maken tussen hen die zich ook verzetten tegen bezetting, discriminatie en de vele vormen van onrecht die de staat Israël pleegt en gedoogt en de anderen, volgzaam, kritiekloos of erger. Zoals een Israëlische vrouw ooit duidelijk maakte tegen de burgemeester die haar kwam condoleren met het verlies van haar zoon door Palestijns geweld. De scheidslijn loopt niet tussen ‘ons Joden’ en ‘zij de Palestijnen’, maar tussen wie vrede willen en wie haar steeds weer kapot maken.
Aan het slot van de preek vertelde ik een van de verhalen die er in Bethlehem aan de muur zijn gehangen (met steun uit Nederland!). Hoe een meisje van 16 alles zwart om zich heen zag, maar dankzij een droom waarin ze God hoort, toch hoop ging zien.

Meer informatie op:
http://www.kairospalestina.nl/nl/zoekresultaten.aspx?searchkey=cremisan
http://www.raadvankerken.nl/pagina/2888/wijn_uit_palestina
Een uitgebreid verhaal over de familie Nasser en de Tent of Nations (in het Engels):
http://www.bbc.com/news/magazine-27883685

CCF14062014_00000