Isidorus van Sevilla – *plm. 560, Cartagena – † 636, Sevilla

isisdorus-van-sevillaGebed zuivert ons, lezen instrueert ons. Beide zijn goed als beide mogelijk zijn. Zo niet, dan is bidden beter dan lezen

Internet is prachtig. Wat een schitterende mogelijkheden van communicatie en informatie biedt het World Wide Web! Maar het is ook het domein van jihadisten en terroristen, vervaardigers en verspreiders van kinderporno, haatmailers en hackers, internetpesters en politieke prietpraatpropagandisten. Het is daarom een goede zaak dat het Vaticaan een maatregel heeft genomen. In 2005 heeft de paus een beschermheilige voor het internet benoemd.
Het geloof in beschermheiligen heeft wel iets. Zij kunnen helpen om heiligheid te zien en te betrachten in allerlei aspecten van het alledaagse leven, van zaaien en oogsten, vuur maken en sokken breien, seksualiteit en kinderen baren, schilderen en timmeren.
De man die de functie kreeg is geen kleine jongen. Isodorus was een Spaanse bisschop, afkomstig uit een voorname familie die verjaagd was en zich had gevestigd in Sevilla. Hetzelfde gezin bracht nog drie heiligen voort: Florentina, Fulgentius en Leander. De laatste was een veel oudere broer die de opvoeding van zijn kleine broertje erg hardhandig had aangepakt. Dat het toch goed afliep kwam omdat Isidorus leren erg fascinerend vond en tot vergeving van zijn broer in staat was. Het was de roerige tijd na de val van het West-Romeinse Rijk. Isidorus verbond de Gotische cultuur van de Visigoten, die Spanje sinds de grote volksverhuizing bezet hielden, met de cultuur van het Romeinse Rijk en de christelijke leer. Hij wist de Visigotische koning Reccared I van het ´ketterse´ arianisme te bekeren tot het katholicisme. Op het Vierde Concilie van Toledo in 633 stelde hij de oprichting van seminaries bij de Spaanse kathedralen verplicht. Grieks, Hebreeuws en de artes liberales (vrije kunsten, d.w.z. algemene vakken) maakte hij verplichte vakken, de studie van rechten en medicijnen moedigde hij ook aan.
En hij schreef boeken op het terrein van theologie, taal, geschiedenis en natuurkunde. Zijn encyclopedie in twintig delen vormde voor de eerstkomende eeuwen in christelijk West-Europa een belangrijke database van antieke kennis. Vanwege al die kennis maakte paus Johannes-Paulus II hem tot patroon van het internet. Heilig verklaard was hij al in 1599 en tot kerkleraar was hij in 1722 uitgeroepen. 4 april is zijn feestdag en zijn vaste attributen op afbeeldingen zijn inktpot, ganzenveer en boek. Maar een computer of toetsenbord mag ook.
Isidorus moedigt dus aan tot het uitwisselen van informatie en vermeerdering van kennis. Maar vooral ook tot het ontwikkelen van wijsheid. Sommige sites dus toch maar niet. En op sommige momenten echt helemaal uit die tablet of smartphone.

(2016)

Trump: de nieuwe Luther?

De media staan bol van de analyses over het nieuwe radicalisme dat in de westerse wereld de macht grijpt. Bij de overwinning van Trump moet ik denken aan Maarten Luther. Zojuist is het jaar van de Reformatieherdenking begonnen. Of we het als protestanten en beschaafde west-europeanen nu leuk vinden of niet, er zijn nogal wat parallellen te trekken tussen de electorale revolutie van Trump en Luthers revolutie die maakte dat Noord-West Europa tot op de huidige dag door protestantisme gestempeld raakte (zelfs rooms-katholieken zijn hier protestant in hun doen en laten).
Luther was ook behoorlijk grof gebekt en kon racistisch tekeer gaan. Niet voor niets moesten we als protestanten eerst excuus aanbieden aan de wereld voor het antisemitisme van Luther voordat we ons herdenkingsjaar mochten gaan vieren.
Over vrouwen denken ze behoorlijk gelijk. Met de vrouwonvriendelijkheid van Trump valt het wel mee (in zijn eigen ondernemingen kunnen vrouwen door glazen plafonds breken) en met de vrouwvriendelijkheid van Luther valt het een beetje tegen. Katrien mocht dan wel de broek aanhebben, vrouwen in het ambt zijn pas van eeuwen later. Trump is trouwens een tijd bij Dutch Reformed protestanten ter kerke geweest.
Belangrijker is dat hun succes in brede kring totaal onverwacht was en door het ‘weldenkende deel van de natie’ niet voorzien was. We kijken naar dat van Trump zoals Erasmus keek naar Luther: vol afgrijzen over zijn platheid en ruwe optreden, niet in staat om erkenning te geven voor het feit dat Luther de veranderingen daadwerkelijk doorvoerde die in feite door Erasmus zelf in hekelteksten waren bepleit. Stel je voor dat Trump inderdaad de maatregelen neemt waar veel niet erg bemiddelde burgers al jaren na snakken?
Belangrijk is ook dat beide succesvol waren door handig gebruik te maken van nieuwe communicatiemiddelen. Luthers Reformatie leunde zwaar op de snel verbeterende boekdrukkunst waardoor in no time zijn ideeën verbreid werden en de discussie over de kerk gedemocratiseerd werd. Trump wist als geen ander de media te bespelen en met de social media om te gaan (als ik commentaren goed beluister).
Beide ontketenden krachten die een reëel gevaar voor de samenleving waren en zijn! De Boerenoorlog met massa-slachtingen en de bloedig beëindigde orgie van de ‘wederdopers’ in Münster vonden binnen twee decennia na 31 oktober 1517 plaats. Luther trok zijn handen af van deze radicalen en nam medeverantwoordelijk voor het neerslaan van de sociale opstand van de boeren, met behoud van paternalistische opvattingen over het gezag van vorsten. Trump moet nog maar zien of hij alle racistische en xenofobe krachten weer in het hok krijgt. Hij heeft er wel erg nadrukkelijk populistisch gebruik van gemaakt.
Wie zijn oor te luisteren legt in het huidige VMBO moet weten dat een herhaling op Nederlandse bodem van deze revolte bij de verkiezingen van volgend jaar veel reëler is dan menigeen nu nog denkt. Er zijn meer Nederlanders VMBO-er dan ‘hoger of hoog opgeleid’. En het denken in termen van ‘eenvoudige’ oplossingen als een stop op toelating van asielzoekers, AOW weer op je 65ste en niet zeuren over Zwarte Piet, zou wel eens heel breed verspreid kunnen zijn. Nee, hiermee zet ik de VMBO-er en zijn of haar ouders niet weg, ik probeer juist informatie serieus te nemen over de stand van de ziel in een groot gedeelte van onze bevolking.
Ik moet er niet aan denken dat we een Trump in onze politiek krijgen. Maar ik vrees dat we hem al hebben. Volgens mij is het daarom de hoogste tijd voor vooral twee zaken: Een. De partijen in het politieke midden moeten de handen ineen slaan. D’66, CDA, CU, Groen Links: kom op zeg, voeg jullie zaakjes bij elkaar, maak er één grote club ‘fatsoenlijk Nederland’ van en begraaf je onderlinge strijdbijlen over stokpaardjes die debatten opleveren over zaken die niets toevoegen aan de kwaliteit van de samenleving (‘voltooid leven’, Oekraïne). Vooral de dreiging dat de VS de klimaatbeheersing nu weer helemaal op zijn beloop zal laten, maakt het noodzakelijk om in Europa een sterk ‘groen’ midden in de politiek aan de macht te laten komen en te houden. We hebben veel reden om heel bezorgd te zijn over de toekomstige leefbaarheid van onze planeet voor alle geboren levens.
Daarvoor is ten tweede absolute integriteit bij de politici nodig. Hillary Clinton was dus gewoon niet fatsoenlijk en niet betrouwbaar genoeg. Ze heeft zich ook laten verleiden tot het wegzetten van tegenstanders met stigmatiserende etiketten, tot spelen op de man in plaats van alleen maar op de bal. Ik ben bereid direct te geloven dat ze daarmee een cruciaal deel van het kiezersvolk kwijt raakte. De Democraten hebben ook zelf de erfenis van Obama om zeep gebracht. Integriteit gaat over het hart volstrekt op de goede plaats hebben zitten. Over vurig gaan voor echte gerechtigheid, echte vrijheid en echte compassie voor de zwakke. Die krachten moeten we aan de macht helpen. Om te beginnen bij onszelf natuurlijk.
Dit moest ik even kwijt.

Menno Simons – *januari 1496 Witmarsum – † 31 januari 1561, Wüstenfelde (Noord-Duitsland)

Daer en magh gheen ander Fundament gheleyt worden behalven dat er gheleyt is, het welke is Christus Jezus

Menno Simons
Eén tak van het protestantisme draagt wereldwijd de naam van een Nederlander: de Mennonieten. Al snel kreeg de Reformatie van Zürich tot Wittenberg en Bolsward aanhangers die radicaler waren dan Luther. Vanaf de Boerenopstanden tot en met het extremistische ‘Nieuw Jeruzalem’ in Münster (1534-1535) werden ook de hooivorken in het geweer gebracht om maatschappelijke veranderingen af te dwingen. De opstanden werden bloedig neergeslagen. Menno Simons voelde zich medeverantwoordelijk. Ook hij had mensen de feilen van de Roomse Kerk laten zien! Hij werd woordvoerder van doopsgezind geloven dat gebruik van geweld juist afwees.
Menno werd als boerenzoon geboren in Witmarsum. In 1524 is hij in Utrecht tot priester gewijd. Als kapelaan in Pingjum begon hij al snel te twijfelen aan de Rooms-katholieke leer aangaande het avondmaal. Als Sicke Freerks in Leeuwarden wordt onthoofd omdat hij zich opnieuw heeft laten dopen, verdiept Menno Simons zich ook in het sacrament van de doop. Hij concludeert dat hij de Kerk van Rome moet verlaten. Op 30 januari 1536 legt hij het ambt van pastoor – sinds 1531 in Witmarsum – neer. In Groningen wordt Menno opnieuw gedoopt. Hij trouwt met Geertruid Hooyer uit Witmarsum en vestigt zich in Oldersum tussen Emden en Leer. In 1539 verschijnt Menno’s belangrijkste geschrift Fundamentboek. Om de gemeenten in het noorden van Nederland en Duitsland te ondersteunen met prediking en bediening van doop en avondmaal en om met priesters in discussie te treden maakt hij in het geheim lange reizen. De Dopers worden na ‘Münster’ zwaar vervolgd. Zijn gezin moet steeds vluchten. Na vele omzwervingen vindt hij onderdak bij Graaf van Ahlefeldt te Bad Oldesloe. Daar overlijdt zijn vrouw en enkele jaren later hijzelf in 1561.
In theologische discussies met protestanten die door Luther en Calvijn geschoold waren moesten de Doopsgezinden het vaak afleggen. Wat Simons naliet waren geen theologische meesterwerken. Het waren wel pleidooien voor een geloof dat zijn kracht eerder in een leven in eenvoud en ernst zoekt dan in dogmatische precisie.
Een kritische houding ten opzichte van overheid en legerdienst bleef een belangrijke doopsgezinde trek. Doopsgezinden waren en zijn relatief vaak actief in vredesbewegingen. In de Amish in Pennsylvania, afstammelingen van Duitse immigranten, valt vooral Menno’s gestrengheid in het nastreven van een vroom een onberispelijk leven terug te vinden. Een beroemd bijeffect van de praktijk van de volwassendoop bij de Amish is een ontspannen houding ten opzichte van de wilde jaren van de puberteit: jongeren mogen tot aan hun doop ‘rumspringa’!
Wereldwijd zijn er zo’n 1,4 miljoen Mennisten. Een bekende Doopsgezinde was ingenieur Lely, bekend van de Zuiderzeewerken die na de watersnoodramp van januari 1916 op gang kwamen. Zijn goed gefundeerde Afsluitdijk begint vlak bij Witmarsum.

Menno Simons monument contourenkerkje witmarsum

Henri Nouwen – *24 jan 1932, Nijkerk – †21 september 1996, Hilversum

Ik heb de stem van de liefde gehoord die in mijn binnenste woont, overtuigender dan ooit. Ik wil blijven vertrouwen op die stem en me daardoor laten leiden.

Henri-Nouwen 2
Henri Nouwen blijft onvergetelijk, de Nijkerkse jongen die priester werd en de halve wereld als zijn parochie kreeg. Auteur van veertig boeken op het terrein van christelijke spiritualiteit, waaronder bestsellers met vertalingen in wel 22 talen. Zijn broer was lang ANWB-directeur, Henri gaf heldere en indringende handleidingen voor het bewandelen van de geestelijke weg. Hij wist een toon te vinden die voor rooms-katholiek én protestant herkenbaar was. Tot zijn lezers behoren mensen als Kofi Annan en Hillary Clinton.
Zijn bekendste boek was ‘Eindelijk thuis’, rond Rembrandts De terugkeer van de verloren zoon. Wekenlang had hij in een tijd van een persoonlijke crisis voor dat schilderij in de Hermitage in Sint Petersburg zitten mediteren. De toeschouwer die met Nouwen meekijkt, let sindsdien met extra interesse op de twee zegenende handen op de schouders van de knielende zoon. Een vaderlijke én een moederlijke hand? En Nouwen gaat alle figuren uit het schilderij en het Bijbelverhaal na op herkenbaarheid voor hemzelf en mogelijk de lezer: de oudste zoon die zich afzijdig houdt, de jongste zoon die inkeert tot de Vader, maar ook de persoon met de vaderlijk-moederlijke handen, vol gevende, ontfermende liefde.
Ook in andere boeken maakt Nouwen de lezer deelgenoot van zijn persoonlijke hunkering naar vriendschap, geborgenheid, erkenning en van binnen levende diepe angsten. Fijngevoelig liet hij zien hoe we daarmee de mist in kunnen gaan, maar ook hoe we kunnen worden omgevormd en tot groei en bloei kunnen komen. Ooit portretteerde hij Jezus als de Gewonde Genezer. Met zijn eigen kwetsbaarheid, rusteloosheid en angsten was Nouwen zelf zo’n geneesheer.
Nouwen had het na zijn studie theologie, psychologie én psychiatrie geschopt tot hoogleraar pastoraaltheologie aan de universiteiten van Yale en Harvard. Toch zei hij deze schitterende academische loopbaan in 1985 vaarwel. Tot grote verbazing van velen trad hij in bij de Ark-gemeenschap Daybreak in Toronto, waarin met verstandelijk gehandicapten wordt samengeleefd. Sindsdien nam hij vaak een van deze medebewoners mee als hij ergens een lezing moest houden. ‘We doen het samen.’ Wie was hij zonder de steun en sympathie van deze vrienden?
Beroemd werd ook zijn ‘trapezetheologie’. De circusartiest met zijn vliegende trapeze was zijn voorbeeld voor loslaten, vrij zweven, je veilig voelen in vertrouwen op de vanger. Zijn eigen vliegreizen over de wereld eindigden in een Hilversums ziekenhuisbed. Voorgoed binnen geroepen.

Nathan Söderblom – 15 januari 1866, Trönö – 12 juli 1931 Uppsala (Zw)

Heer, geef me nederigheid en wijsheid om de grote zaak te dienen van de vrijwillige eenwording van uw kerk
Nathan Soderblom
Deze zin schreef hij in zijn dagboek na het aanhoren van een lezing tijdens een internationale Christelijke Studenten Conferentie in 1890. Lars Olof Jonathan Söderblom werd deze week 150 jaar geleden geboren op een Zweedse boerderij. Hij gold als belangrijk architect van de oecumenische beweging die in de afgelopen eeuw internationaal kerken bijeenbracht.
Zijn vader was priester van de Lutherse Kerk van Zweden, een man met een sterk persoonlijk geloof. Söderblom ging in 1883 naar de Universiteit van Uppsala. Hoewel hij aanvankelijk niet goed wist wat hij wilde studeren, besloot hij uiteindelijk in zijn vaders voetsporen te treden. Met zijn charme en bruisende vitaliteit werd hij in 1892 en 1893 leider van de Uppsala studentenvereniging. Na een reis naar de VS werd hij eveneens in 1893 gewijd als priester, eerst voor een ziekenhuis en van 1884 tot 1901 als pastor van de Zweedse kerk in Parijs. Daar ging ook Alfred Nobel ter kerke. Toen deze in 1897 overleed mocht hij zijn uitvaart in San Remo leiden. De tijd in Frankrijk droeg belangrijk bij aan zijn internationale oriëntatie en het pastoraat onder zijn landgenoten versterkte zijn besef dat een daadwerkelijke praktijk van het geloof minstens zo belangrijk is als een correcte geloofsovertuiging. Hij had een grote talenknobbel. Dat hielp ook om van 1901 tot 1914 Söderblom met veel elan hoogleraar godsdienstwetenschap te zijn in Uppsala en Leipzig. Hij bevorderde de integratie van de studie van andere godsdiensten in de theologie, juist om het bijzondere van het christendom beter in beeld te krijgen. Maar ook de studie van Luther werd door hem gestimuleerd. Gedurende zijn leven kwam hij met hulp van zijn vrouw tot meer dan 700 publicaties.
In 1914 werd hij gekozen als aartsbisschop van de Kerk van Zweden. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog deed hij een dringend beroep op christelijke leiders om te werken aan vrede en gerechtigheid. Kerkelijke eenheid zou in zijn ogen kunnen bijdragen aan het publieke getuigenis van het Evangelie in de wereld. De boodschap van Jezus is immers een boodschap voor de wereld. Hij werd leider van de beweging voor ‘Life and Work’ die met belangrijke grote internationale conferenties aan de weg timmerde van groeiende samenwerking van kerken, vooral sinds ‘Stockholm 1925’ de kerken van Oost en West bij elkaar had gebracht, tot zijn spijt zonder de Rooms-Katholieken. In 1930, een jaar voor zijn overlijden, werd hem de Nobelprijs voor de Vrede verleend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de oecumenische beweging een belangrijke steun voor kerkelijk verzetswerk in Europa.

Jan Utenhove – 1516, Gent – 6 januari 1566, Londen

Als een hert haeckt na waterbeken,
na dat hy langhe is bejaeght,
so haeckt myn siele vol ghebreken,
tot dy, myn God onversaeght (Ps. 42)

Wat onderscheidt calvinisten van andere christenen? Eeuwenlang was dat in elk geval: ouderlingen in het kerkbestuur, catechismus leren, psalmen zingen, zelf bijbel lezen. In het leven van Jan Utenhove zijn al deze elementen al terug te vinden.
Deze Vlaamse edelman had gestudeerd in Leuven en kende meerdere talen. Na de opvoering van een ketters rederijkerspel waaraan hij zelf had meegeschreven ontvluchtte hij met dertig families in 1544 uit Vlaanderen. Via Aken en Straatsburg, een belangrijk centrum van de Reformatie, kwam hij in Engeland. Hij raakte daar betrokken bij de stichting van de eerste gereformeerde kerkgemeenschappen op Engelse bodem. In Londen werd hij als ouderling leidinggevende van de Nederlandssprekende vluchtelingengemeente, naast Maarten Micron en Johannes a Lasco. Op vreemde bodem gaven zij het Nederlandse calvinisme voor ’t eerst een eigen vorm en gezicht. Hun kerkgebouw Austin Friars is nog steeds het thuis van de Nederlandse gemeente in Londen. De vluchtelingen brachten ook de lakenindustrie mee. In de jaren van koningin Maria Tudor, ‘Bloody Mary’, 1553-1558, verbleef Utenhove in Emden en Polen. Hij trouwde met Anna van Horne.
Utenhove leverde ook vertalingen, onder meer van een kindercatechismus. In 1556 heeft hij in Emden met behulp van de predikant Godfried van Wingen het hele Nieuwe Testament vertaald uit het Grieks, ‘grondlich ende trauwlick’. Het was de eerste Bijbelvertaling in de landstaal met een indeling in genummerde verzen, voor het gemak van de lezers. Hij financierde zelf de uitgave. Dat werd een financieel drama. De druk werd niet goed uitgevoerd. Utenhoves algemene Nederlandse taal werd als te kunstmatig ervaren. Zijn spelling was erg ingewikkeld, met ongebruikelijke lettertekens. Alleen dankzij een grondige herziening door Johan Dyrkinus overleefde Utenhoves werk enigszins in de ‘Deux-Aes-bijbel’ die dienst zou doen tot de Statenvertaling van 1637.
Tussen 1557 en 1566 berijmde Utenhove alle psalmen ten gebruike in de vluchtelingengemeente, de meeste op de melodieën zoals die tezelfdertijd in Straatsburg en Genève kersvers werden gedrukt. Ook dit werk was geen lang leven beschoren. Datheens psalmberijming van 1566 was beter toegankelijk. Liefhebbers zongen zijn psalmen in Londen dwars door die van Utenhove heen. Maar het begin was door hem gemaakt. De uitbraak van de Nederlandse opstand tegen Spanje in 1566 maakte Utenhove niet meer mee.

Utenhove

Hendrikus Berkhof – *Appeltern, 11 juni 1914 – †  Leiderdorp, 17 december 1995     

We zouden wH. Berkhof (1914-1995)el als gemeente van Christus in deze tijd waarin iedere groep de andere groepen de lasten van de achteruitgang wil laten dragen, minstens kunnen opvallen doordat we aan dát spel weigeren mee te doen en minder opkomen voor ons zelf dan voor de laagstbetaalden bij ons en de hongerigen in de wereld

Deze woorden komen uit een Bijbeloverdenking uit 1986 van Hendrik Berkhof. Hij is meer bekend als de auteur van het dikke boek ‘Christelijk Geloof’ uit 1973, tot voor kort verplichte leerstof voor veel theologiestudenten. Daarin had hij als hoogleraar in Leiden de christelijke geloofsleer stevig en vooruitstrevend onder handen genomen. Berkhof gebruikte krachtige beelden. Hij noemde het Israël van het Oude Testament Gods ‘proefpolder voor de mensheid’. Uit de evolutieleer haalde hij de term ‘sprongvariatie’ om evolutieleer en Bijbel harmonisch met elkaar te verbinden. God werkt vaak geleidelijk, maar soms ook sprongsgewijs  naar nieuwe vormen. Vooral in de verschijning van Jezus Christus was dat gebeurd. Het christelijk geloof werd zo een spannend geschiedenisverhaal.
Berkhof was in het derde kwart van afgelopen eeuw een van de belangrijkste theologen van de Hervormde Kerk. Als student had hij in Berlijn het nazisme van nabij meegemaakt. Tijdens de bezetting was hij betrokken bij het hervormde verzet van de ‘Lunterse kring’. Hij zat een tijd in de gevangenis. Later dook hij onder. Na de oorlog kreeg hij de leiding van het nieuwe seminarium voor hervormde theologen, geïnspireerd op voorbeelden van de Duitse Belijdende Kerk in de Hitlertijd. Het gebouw Hydepark dat later hiervoor was gebouwd, is helaas onlangs afgebroken mét de kapel voor dagelijkse gebedsdiensten.
Van 1960 tot 1981 was Berkhof kerkelijk hoogleraar. Toen het hippietijdperk zijn intrede deed, begroette hij dat als een kans voor de Heilige Geest die mensen, samenlevingen en kerken wil vernieuwen. Hij was al een groot bruggenbouwer die niet in hokjes dacht, altijd ook bezig was om verschillende stromingen tot elkaar te brengen. Jarenlang was hij voorzitter  van de Raad van Kerken. Na de geruchtmakende herdoop van prinses Irene maakten de belangrijkste kerkgenootschappen van toen een belangrijke sprongvariatie naar grote samenwerking.
In de jaren na de Zesdaagse Oorlog van 1967 had hij een stevige hand in uitspraken over de bijzondere band die de kerken met de staat  Israël moesten voelen. In 1979 sprak hij zich namens de Raad van Kerken uit tegen plaatsing van kernwapens op Nederlandse grond. En in de Wereldraad van Kerken ondersteunde hij het programma voor bestrijding van racisme.
Berkhof was een sprankelende spreker, met een bijzondere mix van eenvoud, eerbied, nieuwsgierige onverschrokkenheid en kritische maatschappelijke betrokkenheid. Soms wist hij het wel erg goed, bijvoorbeeld over Gods weg met Israël of over de grote ‘sprongvariatie’ die de mensheid in de toekomst nog te wachten stond. In zijn laatste jaren sprak hij gedempter en rakelde hij het thema van de ‘Godsverduistering’ weer op.

Jan van Ruusbroec – *1293, Ruisbroek bij Brussel   – †2 december 1381, Groenendaal

Ruusbroec

Wilt u liefde en heiligheid beoefen en in de hoogste graad bezitten, dan moet u uw verstand ontbloten van alle beelden en het door geloof verheffen boven de rede

 De clerus van de kerk is soms corrupt. Wonderlijke bewegingen trekken door Europa, zoals fanatieke geselaars die hel en verdoemenis preken, of broeders en zusters van de Vrije Geest die naakt in bossen collectief paradijsje spelen. Diep in het Zoniënwoud bij Brussel tussen de everzwijnen zoeken een paar mannen hartstochtelijk en onbevreesd het contact met een andere Liefde. Een van hen is Jan van Ruusbroec, een van de grootste spirituele gestalten uit onze Middeleeuwen.
De nog jonge Geert Grote is net als zoveel anderen die aangetrokken werden door zijn sympathieke boodschap bij hem op bezoek geweest. Ruusbroec werd zo de geestelijke grootvader van de Moderne Devotie. Ruusbroec preekte niet tegen Domtorens, maar voor de vervulling met het vuur van goddelijke liefde. Zijn geschriften boden een tegenwicht tegen de harde en angstige trekken in de spiritualiteit van de ascetische noorderlingen.  In de verhalen over hem lijkt de gloed van God ook letterlijk om hem heen te schijnen. ‘Deze arme, eenzame monnik, die geen Grieks en misschien geen Latijn kende, vangt te midden van het duistere Zoniënwoud, in zijn onwetende, eenvoudige ziel de verblindende weerschijn van de hoogste en geheimzinnige bergtoppen van het menselijk weten op’ schreef de Belgische Nobelprijswinnaar Maeterlinck een eeuw geleden.
Vanaf 1317 was hij vijfentwintig jaar lang kapelaan op één dezelfde plek, de St. Goedelekerk in Brussel. In die tijd begon hij al boeken te schrijven, waaronder zijn meesterwerk ‘Die gheestelike Brulocht’ . In 1343 besluit hij samen met zijn oom en mentor, priester Jan Hinckaert, en een anderen kanunnik om gedrieën in afzondering te gaan leven in Groenendaal. Op den duur wordt hun kluizenaarsgemeenschap een officieel klooster. Ruusbroec was er niet de meest geleerde bewoner, maar was er wel de geestelijke spil. Door zijn geschriften over het geestelijk leven en de vertalingen ervan reikte zijn invloed tot ver buiten het taalgebied van het Diets.
Ruusbroec schrijft in de traditie van de bruidsmystiek. Hartstochtelijk sleurt hij zijn lezers het pad op van ‘die opgaende hoocheit ons levens in gode’. Via het werkende, het inwendige en het godschouwende leven kan men zover opklimmen dat de ziel zich verenigt met haar oorsprong. God en de ziel versmelten dan in de eenwording van de liefde, het toppunt van het `ghemeyne’ leven.
Onze huidige collectieve onmacht om nog iets te bewaren van het beeld van een persoonlijke God en voorstellingen van een Opperwezen, maakt de boodschap van zulke mystieke schrijvers opnieuw actueel. Mystici zoals Ruusbroec herinneren ons eraan dat ‘Godskennis’ iets anders is dan voor waar of onwaar houden van voorstellingen.

Edith Cavell – *4 dec 1865 Swardeston (GB) – †12 okt 1915 Schaarbeek (B)

Edith Cavell

Ik kan niet stoppen als er levens moeten worden gered

Een eeuw geleden woedde de Eerste Wereldoorlog, die grote uitbarsting van collectieve waanzin in ‘christelijk’ Europa die miljoenen jonge dienstplichtigen en burgers door hun regeringen en legerleiders de dood injoeg. Alleen al de herinneringen aan de slagvelden van toen zou ons hartstochtelijk achter één verenigd Europa moeten laten staan.
Op heiligenkalenders heeft deze oorlog maar weinig sporen nagelaten. Verzet vanuit kerken en de geestelijkheid was er namelijk nauwelijks. De Duitse theologen stonden zelfs ongeveer als één man achter hun keizer. Edith Cavell kwam wel op de heiligenkalender, de Britse. Geen geestelijke maar een verpleegster. Zij had ruim 200 man helpen ontsnappen uit het door de Duitsers bezette deel van België. Daarvoor kwam zij voor het vuurpeleton.
Als oudste van vier dochters van een Anglicaans geestelijke was haar van jongsaf geleerd te delen met wie het minder heeft, ook al was het thuis geen vetpot. Na haar schooltijd was ze een tijd gouvernante geweest, onder andere in Brussel. Ze danste, schilderde, speelde tennis. Na enkele ervaringen met het verzorging van zieken kreeg ze zin in verpleegkunde en volgde ze een opleiding in Londen. Ze verpleegde patiënten met gevaarlijke ziektes zoals tyfus. In 1907 werd ze gerekruteerd als hoofd van een nieuwe verpleegstersopleiding in Brussel. Een paar jaar later begon ze een verpleegkundig vakblad.
Toen de Duitsers eind 2014 Brussel bezetten werd haar kliniek met opleidingsinstituut overgenomen door het Rode Kruis. Ze droeg de verpleegsters op alle gewonden te verzorgen, ongeacht nationaliteit. Maar zelf werkte ze ook voor de Britse geheime dienst mee aan onderduik van Britse en Franse soldaten en van dienstplichtige burgers. Ze hielp om ze via Nederland het land uit te smokkelen. En ze verzamelde inlichtingen. Ze werd verraden en ter dood veroordeeld wegens hoogverraad, ondanks interventie van Amerikaanse diplomatie. Vlak voor haar executie zou ze tegen de kapelaan die haar voor het laatst de communie mocht geven: ‘staande voor God en de Eeuwigheid besef ik dat patriottisme niet genoeg is. Ik moet geen haat of bitterheid voelen tegen wie dan ook’. Ze had een exemplaar van ‘De Navolging van Christus’ in haar cel.
Haar verhaal werd direct onderdeel van de Britse oorlogspropaganda. Ze kwam op een postzegel en kreeg al in 1916 een film. De Duitse keizer besloot vanwege alle protest dat de doodstraf van vrouwen voortaan alleen na zijn persoonlijke permissie mocht worden voltrokken. En ze kreeg standbeelden en nu, een eeuw later, muziekstukken en een herdenkingsmunt. Zelf had ze alleen herdacht willen worden als gewoon een verpleegster die probeerde haar plicht te doen.