Johannes Verkuyl – *Nieuw-Vennep, 16 januari 1908 – † Loenen aan de Vecht, 27 januari 2001

December 26th, 2017 Comments off

Het Evangelie dat via het persoonlijke getuigenis uitgaat, zal ook in het Westen niet ledig tot God weerkeren

Anderhalve eeuw lang bezat Nederland het land met de meeste moslims ter wereld. Op het dicht bevolkte Java werd Jo Verkuyl in 1940 gereformeerd zendingspredikant. De jonge dominee had theologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit en studenten uit Nederlands-Indië begeleid. Hij was leerling van de zendingstheoloog J.H. Bavinck. Al in deze jaren bepleitte hij een verzelfstandiging van de Indische kerken en een positieve houding ten opzichte van het ontwakende nationale bewustzijn. God ging met de volken van Nederlands-Indië zijn eigen weg. Na de inval van Jappen werd hij met zijn gezin geïnterneerd. In het kamp ontstond de Progressieve Club van protestanten met ideeën over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kerken na de oorlog. Toen in 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië werd uitgeroepen was hij voor acceptatie van de Republiek. Hij roeide helemaal tegen de stroom van protestants Nederland in toen hij vervolgens tijdens de eerste Politionele Actie van 1947 een Verklaring en Oproep tegen het Nederlandse militaire optreden ondertekende. Toen Indonesië na 1949 de Hollanders eruit werkte, mocht Verkuyl juist blijven om een hoogleraarschap te vervullen aan de theologische hogeschool van Jakarta. Verkuyl was ook voorstander van de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië, wat in 1960 leidde tot de ‘bekering’ van Bruins Slot, de hoofdredacteur van de gereformeerde krant ‘Trouw’. Na terugkeer in Nederland in 1962 werd hij algemeen-secretaris van de Nederlandse Zendingsraad en hoogleraar zendingswetenschap.
Verkuyl bleef tegendraads en liet tot op hoge leeftijd van zich horen. Tegen de apartheidspolitiek van Zuid-Afrika en de Vietnamoorlog van de VS, voor ontwikkelingshulp, tegen het verheerlijken van het Nederlandse koloniale verleden. Hij was betrokken bij de opening van de eerste moskee in Nederland voor gastarbeiders, in Almelo. In Indonesië vormde de Pancasila, de leer van vijf religieuze grondwaarden, de grondwettelijke basis voor het samenleven van verschillende godsdiensten in één staat. Verkuyl had altijd het belang van grondwettelijke godsdienstvrijheid onderstreept. Wat hem betreft kregen moskeeën in Nederland ook minaretten.
Tot onbegrip van velen ging het pleidooi voor deze tolerantie bij hem altijd samen met een belijdend getuigenis. De islam en andere godsdiensten waren geen zuiver antwoord op de heldere openbaring van God in Christus. En toen de spiritualiteit van New Age populair begon te worden leverde ook dat nog een kritisch boek op: teveel zelfvergoddelijking.

(2017)

Margaretha Wijnanda Maclaine Pont (*1 januari 1852, Hasselt – † 21 februari 1928, Den Haag)

December 26th, 2017 Comments off

Het moederhart: het onvervreemdbare eigendom van de vrouw

Geboren in Overijsel groeide ze op in Alkmaar, waar haar vader burgemeester werd toen ze zes was. Ze was intelligent, maar meisjes mochten nog niet naar de pas opgerichte HBS. Ze kreeg wel uitstekend privé-onderwijs. Haar moeder wakkerde de grote interesses van haar dochter die de gevolgen van kinderverlamming met zich mee droeg van harte aan. Het zorgeloze leven van een jonge vrouw uit de gegoede burgerij werd overhoop gehaald toen ze in 1873 een lezing hoorde van Mina Kruseman. Deze schrijfster klaagde het doelloze leven aan waarin veel vrouwen leefden, alsof het huwelijk de enige zingeving was. Het ontketende haar eigen behoefte aan zinvol werk. Ze moest meer doen met haar schrijftalent! Een sprookjesboek voor kinderen dat lange tijd goed verkocht werd leverde haar het eerste eigen honorarium. Eerst onder pseudoniem, later onder eigen naam publiceerde ze allerlei korte verhalen, novelles en romans. In een van haar romans voert ze een theoloog op die worstelt met allerlei vragen in verband met de wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, maar zonder sceptisch te worden. Ze volgde met belangstelling de maatschappelijke ontwikkelingen op het terrein van de vrouwenemancipatie.
Haar inkomsten gaven haar bewegingsvrijheid. Zo kwam ze in aanraking met de directeur van de Heldring-stichtingen in het Betuwse Zetten, ds. Hendrik Pierson en zijn vrouw. Er was een klik en het werd een roeping. De liberaal-hervormde vrouw werd op 13 oktober 1883 de Algemeen Secretares van deze stichtingen, Piersons rechterhand. Net in een tijd dat de (internationale) strijd tegen prostitutie veel extra werk vroeg in de publiciteit en Pierson een nieuw ‘reddingshuis’ toevoegde aan de stichtingen, voor ongehuwde aanstaande moeders en even later een kindertehuis en opleidingsscholen. Ze zette vol ijver haar journalistieke gaven in voor de verdediging van de plannen en voor fondsenwerving. Tot aan haar dood schreef ze maandelijks het blad de Bode vol waarmee de protestantse achterban op de hoogte bleef van het reilen en zeilen van de Heldring-stichtingen. Ze publiceerde ook her en der over allerlei praktijken van kinderhandel, verwaarlozing en uitbuiting van kinderen en ongehuwde vrouwen, misbruik van ouderlijke macht. Het belang ervan voor het tot stand komen van Kinderwetten in 1905 en daarna werd gehonoreerd met een ridderorde. Daarnaast bleef ze historische romans en ander literair werk produceren en was ze enige tijd directrice van een opleiding in Zetten. Zo creëerde dus ook het diaconale en missionaire elan van het orthodoxe protestantisme nieuwe beroepen en nieuwe kansen voor vrouwen.

(1/2017)

Sterk en dapper. Veertigdagentijd 2017

November 28th, 2017 Comments off

‘Sterk en dapper’ is in deze Veertig Dagen de naam waaronder Kerkinactie de aandacht vraagt voor hulpprojecten op een zestal plaatsen verspreid over de hele wereld. Het is ook de titel van de bezinningskalender die de Protestantse Kerk heeft uitgegeven. Het is een kleurrijk boekje met korte teksten ter meditatieve overweging. Waarom verrast en prikkelt mij die titel?

De projecten van Kerkinactie brengt mensen, vaak jonge mensen, voor het voetlicht die veel te verstouwen hebben in hun leven. Het gaat om kinderen die uit huis zijn geplaatst omdat ouders niet op hun taak berekend zijn. Om ervaringen met criminaliteit, armoede, huiselijk geweld, tienerzwangerschap. Een verleden van verslaving of deelname aan bendes. Horen bij een etnische groep die nauwelijks rechten heeft. De projecten zetten niet alleen in op het bieden van veiligheid, maar ook op het aanleren van vaardigheden. Op het weerbaar maken en op eigen benen leren staan. Op aanmoediging tot trots en zelfvertrouwen, ook al lukt nog lang niet alles. Prachtig om te zien op de korte filmpjes die er voor elke zondag zijn gemaakt.

Neem Rosa uit Guatemala, een land met veel geweld en criminaliteit, corruptie en sociale ongelijkheid. Met moeite knoopten haar man en zij de eindjes aan elkaar. Ze zat vol boosheid en had nogal eens conflicten met familie. Genieten van het leven was moeilijk. Door de cursus die ze kreeg leerde ze omgaan met conflicten en spanningen. De Bijbel speelde een belangrijke rol in die cursus. Ze leerde vaardigheden in conflicthantering. Woorden als rechtvaardigheid en verzoening kan ze nu handen en voeten geven. Er is nu meer harmonie in haar familie. Rosa veranderde van een verlegen en teruggetrokken vrouw tot iemand die nu een leidende rol in haar omgeving vervult. Ze is sterk en dapper, maar dan allereerst door te accepteren wat is gebeurd en te vergeven.

Over sterke vrouwen gesproken. Op de provinciale dag in Appingedam waarop we 500 jaar protestantisme vierden kwam meer dan eens de bijbelse Debora naar voren als inspirerende heldin. En niet alleen de Bijbel maar ook de kerkgeschiedenis heeft allerlei prachtige rolmodellen opgeleverd van vrouwen die sterk en dapper hun mannetje stonden om mannelijke privileges te doorbreken en gelijkwaardigheid te bereiken in kerk en samenleving. Er zijn nog steeds fronten waarop deze strijd geleverd moet worden.

Keenan is ook sterk en dapper. Hij groeide op in Vrygrond, een grote wijk van Kaapstad, Zuid-Afrika. Bendes en drugsproblemen alom. Hij droomde als achtjarige al van het beroep van grafisch ontwerper. Op de Sozo Foundation kreeg hij niet alleen de kans om zijn talent op dit terrein te ontwikkelen. Hij vond er een inspirerende en veilige omgeving waardoor hij ook als mens kon groeien. Hij voelt zich sterk. En als dank ontwikkelde hij een cursus grafisch ontwerpen voor nieuwe studenten van deze stichting die niet in de kansloosheid van jongeren wil geloven.
In het christendom zijn andere waarden vaak meer naar voren gehaald dan ‘sterk zijn’. De grote held van ons geloof hangt aan het kruis toch vooral als een zwakke. Een weerloze lijder. Een machteloze. Hij schreeuwt om de afwezige God. Op crucifixen en in de eindeloos herhaalde gezongen en gespeelde passies is hij een slachtoffer, het willoze Lam Gods dat geen verzet biedt. En dit lijden en de dood lijken rond Pasen soms een doel op zich. Zijn einddoel. Wie er sterk zijn in dat verhaal zijn vooral de vertegenwoordigers van overheid, politie en religie. Zij hebben de macht. En het is niet moeilijk om de actualiteit ervan in onze wereld te herkennen. Het wemelt van de sterke mannen aan de macht die we liever zouden zien gaan dan komen.

In een kerkgebouw van een zwarte gemeenschap in Zuid-Afrika zag ik eens een grote crucifix aan de muur. De gekruisigde was hier een stevige, ronde zwarte man. Fier keek hij de ruimte in. Op zijn witte gewaad was het roze teken van solidariteit met aidsslachtoffers geprikt. Jezus was hier het toonbeeld van volharding, taaie inzet, krachtige trouw. En op hoeveel fronten in de samenleving komt het er niet op aan dat er mensen zijn die op die manier tegen de stroom in durven te zwemmen. Die dat niet aan anderen over laten. Laten we vooral zo naar Jezus kijken. Geweldloos, maar wel in verzet. Gewond en geblutst, maar sterk in zijn volharding. Eenzaam en verlaten, maar dapper. Een held, een strijder. Geen loser, maar een winnaar. Iemand die zich God zij dank niet neerlegt bij de wereld zoals wij die maakten.

En hij heeft de Geest gegeven. In deze Geest zijn mensen op allerlei manieren en op allerlei plekken vandaag sterk en dapper. Mooi en inspirerend om in deze Veertig Dagen de sporen daarvan te zien oplichten. En de teksten van de kalender prikkelen daarbij om na te denken over de vragen als waarin ik zelf mijn kracht zoek, of waarom ik soms niet wat dapperder ben.

maart 2017 Protestantse kerkbode

Alternatieve feiten? Over Pasen.

November 28th, 2017 Comments off

Rond Pasen wordt er in allerlei kerkbladen en christelijke tijdschriften vaak veel drukte gemaakt over de vraag of je de verhalen over het lege graf en Jezus’ opstanding uit de dood letterlijk moet nemen of niet. Ook in 2017, het jaar waarin de woordvoerder van Donald Trump de gevleugelde woorden sprak over ‘alternatieve feiten’ toen de cijfers werden weersproken over een record aantal bezoekers bij zijn inauguratie.

Soms lijkt het wel alsof christenen met hun geloof in een andere wereld leven dan niet-gelovigen. Hebben ze met hun geloof in God, schepping, opstanding en wederkomst of komst van Gods Koninkrijk ook alternatieve feiten op het oog? Vooral in het oog van menige ongelovige is dat zo. Die weet soms precies te vertellen waarin christenen zouden geloven en hij of zij zelf dus niet meer. Maar binnen de kerken is dat bepaald niet eenduidig.
Dit jaar kregen veel voorgangers een tijdje voor Pasen van de Raad van Kerken een prachtig boekje toegestuurd met de titel ‘Opgestaan!’ Een bijzonder initiatief. Het bundelt preken en meditaties van voorgangers uit de lidkerken, vaak vorig jaar gehouden. Het geeft een mooi inkijkje hoe in een belangrijk deel van christelijk Nederland de paasboodschap gepreekt wordt. Verschillende smaken PKN, Rooms-Katholiek, Vrij-evangelisch, Syrisch-orthodox, Quakers, Doopsgezind, Vrijgemaakt, noem maar op.

Ds. Wim Dekker die aan het slot commentaar mag geven, blijkt niet zo gecharmeerd van de verscheidenheid. De wegen gaan nogal ver uiteen. De een preekt over Pasen als een boodschap van eeuwig leven in het hiernamaals. De ander ziet Pasen als de boodschap van een God die bevrijding hier aanbiedt en als een opdracht om wegen tot verzoening te banen, bijvoorbeeld waar het geweld van IS bevolkingsgroepen uit elkaar speelt. Voor de een staat een lijfelijke opstanding van Jezus uit zijn graf als een historische paal boven water. Iemand haalt er zelfs een Britse jurist bij die beweert dat de historische bewijsvoering dat God deze daad gepleegd heeft, voldoet aan moderne eisen van vaststelling van feiten. God zit dan dus in de beklaagdenbank met criminelen die verdacht worden van ontvreemding van een lijk. En zowaar He dit it! In andere kerken hebben de paasverhalen vooral een rijke psychologische en symbolische betekenis. ‘Christenen geloven niet in een soort wonderdadige zombie: een lijk dat weer rondloopt’.
De scheidslijn loopt dwars door allerlei kerkverbanden heen. Orthodoxe protestanten zouden zich volgens Dekker kunnen herkennen in preken van voorgangers in kerken waarvan ze diametraal verschillen wat liturgie betreft of ambtsopvatting. Zelf ervaart hij vervreemding bij preken uit zijn eigen PKN. Volgens hem worstelen ze teveel met het moderne wereldbeeld.

Zelf zag ik dat anders. Menig voorganger neemt dat wereldbeeld gelukkig gewoon als vertrekpunt. Mens zijn van je eigen tijd is niet een jas die je even uit kunt doen. En de kerk presenteert dan geen alternatieve feiten over schepping, geschiedenis en toekomst, maar representeert een alternatieve manier van omgaan met de feiten.

Bij mij ging de prijs voor de beste preek naar Joris Vercamman, oud-katholiek aartsbisschop. Hij maakt de neiging om het paasverhaal letterlijk te lezen niet belachelijk. Maar het is een verleiding om korte metten te maken met onze sterfelijkheid middels een buitenaards antwoord. Jezus was juist de belichaming van Gods trouw doordat hij niet wegliep voor de kwetsbaarheid en het lijden. ‘Geloof heeft niet te maken met het al dan niet vinden van een dood lichaam. Geloof begint daar waar mensen wakker geschud worden omdat ze zich bewust worden dat ze door zich te distantiëren van Jezus, God zelf ernstig verraden hebben’. Juist door het aanvaarden van de kwetsbaarheid heen blijkt een God te vinden die trouw blijft en die je verbindt met kwetsbare anderen. ‘Pasen is geen stoplap’.

Kerken moeten vooral ruimte blijven bieden aan verschillende invalshoeken van betekenisgeving. We delen hetzelfde boek met hetzelfde Evangelie. Teksten roepen beelden en voorstellingen op. Maar mensen zijn verschillend. We zitten in verschillende stadia van geestelijke ontwikkeling en je kunt nooit verder springen dan de polsstok van je eigen ontwikkeling en traditie lang is. We moeten omgaan met diversiteit.

Maar het levensbeschouwelijke gesprek zou wél meer mogen plaatsvinden. Catechese en andere ontmoetingen rondom de Bijbel om dieper op vragen van interpretatie in te gaan zijn schaars geworden. Jongeren, en zij niet alleen, willen hapklare brokken en snelle antwoorden op vragen die in feite behoren tot de categorie trage vragen. Maar op vragen over dood en leven, zin en hoop en God is het antwoord nu eenmaal niet simplistisch.
Die levensbeschouwelijke antwoorden zijn niet los van een praktijk verkrijgbaar. Feit is dat de paasboodschap nu al twintig eeuwen verbonden is met christendom. En dat is vooral ook een praktijk van vieren, liturgie, gebed, diaconale en pastorale zorg, inzet voor humaniteit. Er is en wordt nog steeds wel wat teweeg gebracht! Toch alternatieve feiten. Tevoorschijn gekomen uit de dood van Jezus.

Protestantse Kerkbode, rond Pasen 2017

Categories: Kerk, Theologie Tags:

Eens zei ik ja, tegen iemand – of iets. Over belijdenis gedenken

November 28th, 2017 Comments off

Dag Hammarskjöld riep op Pinksteren 1961, kort voor zijn onverwachte dood, voor zichzelf in herinnering hoe zijn geestelijke weg ooit begonnen was met een ja-woord. Vanaf dat moment had zijn leven zin en wist hij van een doel. Het antwoord van geloof was gaan functioneren als een Ariadnedraad door het labyrint van het leven.

De Veertigdagentijd en de afsluitende paasnachtviering zijn een uitgelezen moment om ook terug te gaan naar ons eigen ja-woord. Duitse protestanten kennen daarvoor een soort kerkelijke variant op ‘Klasgenoten’. Jaren geleden raakte ik zappend met de afstandsbediening in een kerkdienst op een Duitse tv-zender verzeild. Ik verbaasde me. De camera gleed langs stijfvolle banken, ook op de galerijen. Alleen maar grijze hoofden, allemaal mensen van dezelfde leeftijd. Het bleek om een ‘Konfirmationsgedächtnisfeier’ te gaan. Informatie op internet toont hier en daar foto’s van groepen ‘Konfirmanden’ van toen, naast intussen wat kleinere groepsfoto’s van een reünie ter gelegenheid van het 50-, 55- of 60-jarige jubileum. Gemeentes houden kennelijk jaarlijks ergens in de Veertig Dagen zo’n gedachtenisweekend. Niet alleen voor wie het gouden of diamanten jubileum van zijn of haar belijdenis te vieren heeft, ook voor zilveren (25 jaar) en ijzeren (10 jaar) jubilarissen. Hier en daar houdt men in een weekend dan wel drie kerkdiensten om met iedereen ‘opnieuw Gods zegen te ontvangen en het Avondmaal te vieren’.

Zo’n gezamenlijk moment van terugblikken op je geloofsbelijdenis zal best waardevol zijn. Zoals een huwelijksjubileum verdieping kan brengen. Het kan een aanleiding zijn om je te binnen te brengen waardoor je bij elkaar gebleven bent. Je staat met verwondering stil bij de kleefkracht van wat je ooit in elkaar gezien had terwijl je zogenaamd nog maar jong en onbezonnen was.

Ergens aan een koffietafel met wat ouderen om me heen raakten we aan de praat over herinneringen aan onze belijdenis. Een echtpaar tegenover mij bleek het vormsel te hebben gekregen, rond het verlaten van de lagere school. Zij wist er niets meer van, hij wel. Een ander stel had elkaar ontmoet bij de voorbereiding op de doop door onderdompeling in een baptistengemeente. Later waren ze samen Hervormd geworden. Een vrouw was op latere leeftijd door doop toegetreden tot de Doopsgezinde gemeente. Ja, ze herlas nog wel eens de belijdenis die ze toen had geschreven. Op de dag zelf had het keihard geregend toen ze naar de kerk ging. ‘God heeft me zelf al gedoopt’, was er toen door haar heen gegaan. Ook die gedachte was haar altijd bijgebleven. We hadden even een mooie ontmoeting.

Onze kerkelijke ledenadministraties zijn niet ingericht op het oproepen van groepen van zo lang geleden. En zou ik zitten te wachten op een reünie van de catechisatiegroep van toen ik 18 was? Het contact was maar kortstondig. Die Duitse Konfirmanden waren misschien ook jaren elkaars klas- en dorpsgenoten geweest, maar mijn groepje van toen was een samenraapsel van studenten op kamers en ‘gewone’ stedelingen. Maar binnenkort is het veertig jaar geleden. En als we straks in de Paaswake stil staan bij onze doop en de geloofsbelijdenis opnieuw beamen zet ik er in gedachten een mooi lijstje omheen. Accenten zijn in de loop der jaren veranderd, stelligheden van toen afgezwakt, andere beseffen juist steeds sterker geworden. Hammerskjold schreef dat hij niet precies wist tegen wie of wat hij ja zei, want geloofstaal blijft altijd taal over een geheimenis ‘bij benadering’. Maar inderdaad: je kreeg een kostbare draad te pakken!

Onze kerkleiding is de afgelopen jaren het belang van een jaarlijkse doopgedachtenis zwaar gaan beklemtonen in verband met discussies over de kinderdoop. Maar van die doop herinneren de meesten zich niets. We kunnen wel uit persoonlijke herinnering gedenken hoe ons eigen antwoord wakker geroepen is. En in de paasnachtviering hernieuwen we vooral ook dat antwoord. Met de kennis en het inzicht van nu, in de omstandigheden van nu. Geloof, hoop en liefde krijgen er jaarringen bij. En in aansluiting op oude tradities doen we dan misschien ook aan ‘verzaking van de duivel’ in eigentijdse taal. We leggen gemeenschappelijk de gelofte af dat we zullen strijden tegen krachten van buiten en binnen die het kostbare geschenk van het leven beschadigen. Voor de tijd die we mogen krijgen. Samen. Je mag in anderen hetzelfde ‘ja’ terug zien en terug horen. Je staat er niet alleen voor.

Protestantse Kerkbode voorjaar 2017

 


Categories: Kerk, Theologie Tags:

Een Jubeljaar in het land van de Bijbel?

November 28th, 2017 Comments off

Pinksteren komt van het Griekse woord voor vijftigste: pentecoste. Behalve het jaarlijkse Wekenfeest op zeven sabbatten na Pesach kent de Tora ook een feestjaar na zeven sabbatsjaren. ‘Elk vijftigste jaar zal voor jullie een jubeljaar zijn’, aldus Leviticus 25 vers 11. De Palestijnse theoloog Naim Ateek betrok dit gebod vorig jaar in zijn oproep aan Israël om een einde te maken aan de bezetting van de Westbank, Oost-Jeruzalem en Gaza. Het is vijftig jaar geleden dat deze bezetting een feit werd, in de Zesdaagse oorlog van 5-10 juni 1967. Maar het vijftigste jaar eindigt zoals het begon. Erger nog. En het is ook honderd jaar geleden dat het Britse Rijk in de Balfour Declaration aan de joden een Nationaal Tehuis toezegde in Palestina, zonder instemming te vragen van de bevolking van het land.

Het wordt zondag van de goddelijke Drie-eenheid. Maar ik moet aan andere drie-eenheden denken. Waarom delen joden, christenen, moslims niet samen op voet van staatkundige gelijkwaardigheid het land van de Bijbel: het héle land, in plaats van kleine stukjes voor Palestijnen en hele grote stukken voor Joden? Drie godsdiensten hebben hier hun oorsprong en belangrijke heilige plaatsen. Hier openbaarde zich de Ene, de Vader, Allah (Arabisch voor God).
En de drieëenheid van zionisme, christendom en staat Israël is ook zo’n heilige trits. Een beetje christen schaamt zich over de Holocaust en staat daarom achter de Joden. En omdat de staat Israël een ‘onverbreekbaar deel van de joodse identiteit’ vormt loopt die christen dus over van begrip voor alle moeilijkheden en bedreigingen van deze staat.

Mijn herinneringen aan vijftig jaar geleden zijn net zo grijs als de meeste tv’s van toen. De Jom Kippoeroorlog van 1973 herinner ik me beter. We waren blij met de Israëlische overwinning en later de vrede tussen Sadat en Begin. Maar inmiddels weten we toch dat het verhaal niet klopt over Israël als een bastion van westerse vrijheid en democratie tegenover een wereld van barbaarse en racistische moslim-terroristen? Ik hoorde onlangs in een bijeenkomst van een classicale commissie Kerk en Israël zonder veel tegenspraak beweren dat alle Arabieren lui zijn en dat Palestijnse christenen vooral last hebben van de moslims. Zulke onkunde is toch niet representatief voor hoe wij in onze kerk denken?

Het staat dus in de Tora. ‘In het jubeljaar zal ieder naar zijn eigen grond terugkeren’. Wie erfelijk grondbezit van de familie als pand had moeten afstaan vanwege oplopende schulden, krijgt het weer terug. Ongeacht de mate waarin er wanbeheer in het spel was geweest. Families mogen niet van generatie op generatie in armoede en ellende gedompeld worden. Er moet perspectief zijn op een betere toekomst voor de kleinkinderen. God is de eigenaar van het land en wederrechtelijke toe-eigening van bezit dat hij zijn kinderen heeft toevertrouwd, is niet toegestaan.

En dan is er ook nog internationaal recht: in verdragen vastgelegde afspraken over gedragsregels voor een bezettende macht. Over bevolking die niet mag worden getransporteerd van het land van de bezetter naar het bezette gebied en omgekeerd. Kolonisatie verboden! Evenals gevangenschap van Palestijnen uit de Westbank in Israël of annexatie van hele stukken land. Zoals er de morele plicht is om bij bezetting niet tot het gaatje te gaan bij het uitknijpen van een bevolking.

Naim Ateek (1937), Palestijnse Israëli, Anglicaans priester en theoloog, is een vreedzaam man. Toen Hamas in het leven werd geroepen ten tijde van de eerste Intifada, de gewapende opstand tegen de bezetter, stichtte hij de oecumenische christelijke organisatie Sabeel voor gerechtigheid en vrede in het land van de Bijbel: wel kritisch over de bezettingspolitiek, maar overtuigd van de roeping om de weg van geweldloosheid te gaan. In de Geest van Jezus van Nazareth en Bethlehem. Ateek appelleert met zijn organisatie aan het bijbelse geweten van de Joodse staat Israël en doet aan geestelijke vorming van groepen christenen.

Maar de recente nieuwsfeiten aan Israëlische kant gaan nog steeds over dagelijkse vernietiging van huizen van Palestijnen om plaats te maken voor kolonisten en militairen. Beschieting van vissers uit Gaza en gif op akkers in de buurt van de grens. Aanscherping van wetten tegen organisaties en personen die BDS bepleiten: boycot, desinvestering en sancties tegen Israëlische ondernemingen en organisaties als vreedzaam drukmiddel. Dreigend verbod op toeristisch overnachten achter de Muur.

Enkele Palestijnse nieuwsfeiten: Hamas matigt de eigen doelstelling. Hongerstaking van 1500 Palestijnse gevangenen voor een betere behandeling. Onder leiding van Barghouti, volgens sommigen de Palestijnse Nelson Mandela, volgens Israël een terrorist en bedrieger die stiekem repen eet op de wc. Velen zitten langdurig zonder proces achter de Israëlische tralies. Waaronder veel jongeren, kinderen nog, die met stenen gooiden naar een leger gewapend met tanks en mitrailleurs.

En de Protestantse Kerk in Nederland? Stilte. Tijdens de verkiezingen begin dit jaar liet Kerkinactie een uitvoerige diaconale kieswijzer maken. Een van de speerpunten waarop partijen werden getoetst was het mensenrechtenbeleid. Maar er ontbrak een specifieke toetsing van de visies van onze politieke partijen inzake Israël en de Palestijnen. Ook al had de synode in 2008 een Israël-Palestina-nota aangenomen waarin het internationale recht ook voor het kerkelijk beleid richtinggevend zou zijn. En stel je daarover als synodelid een vraag, blijkt ineens de gewoonte afgeschaft om vraag én antwoord schriftelijk aan de synodeleden te verstrekken. Geen antwoord dus. Ateeks organisatie Sabeel kon tot nog toe rekenen op steun van Kerkinactie. Maar de kerkleiding straat onder grote druk om daarmee te stoppen. Sommigen deinzen daarbij niet terug voor leugens over antisemitisme en steun aan terreur.

Omar, Sabeelbestuurder uit Jeruzalem, is een jonge vader en oprecht christen die ondanks alle complicaties van het wonen op een locatie waar vaak geen water is, vrolijk blijft. In september 2016 in Utrecht zei hij stellig: ‘volgend jaar zijn we vrij’. Het klonk als de eeuwenoude joodse roep aan het einde van het pesachmaal: ‘volgend jaar in Jeruzalem’. Zijn Hollandse vrienden keken hem ongelovig aan. Een Jubeljaar in het land van de Bijbel?

Prot. kerkbode mei 2017

Flirten met Rome. Hertrouwen?

November 28th, 2017 Comments off

Poetsen we ter gelegenheid van 500 jaar protestantisme de verschillen weer eens op tussen protestants en rooms? Het kan ook een aanleiding zijn om samen het kleiner worden van de verschillen te vieren. Het motto zou kunnen zijn: niet nog eens 500 jaar scheiding. Protestanten zijn in elk geval stevig aan het flirten. Wordt het hertrouwen?

In een halve eeuw kan er veel veranderen. In het dorp van mijn vroege jeugd stond ook een grote Rooms-katholieke kerk. We hoorden de klokken luiden en zagen elkaar naar de kerk gaan. We zagen de versieringen op het kerkhof op Allerzielen. Alles was gescheiden: kerk, school en politiek. Alleen de burgemeester verwelkomen deden de pastoor en de dominee samen. Mijn buurjongetje had thuis tv, ik niet. Een reden om vriendjes te zijn. Zo maakte ik al vroeg kennis met een andere spiritualiteit. Mijn vriendje kon uit zijn hoofd een veel langer gebed bidden dan ik. Maria kwam er in voor. Er brandde altijd een rood lampje voor haar beeld.

De lijst van ‘Roomse’ verschijnselen die intussen hun intrede hebben gedaan in menige protestantse kerkdienst is lang. Samen hardop het Onze Vader bidden, bloemen in de kerk, een paaskaars en andere kaarsen, liturgische beurtspraak en gezongen responsies, een leesrooster met meerdere lezingen in plaats van maar één naar de willekeur van de dominee, liturgische kleuren, Aswoensdag, Veertig Dagen, paaswake, lichte liturgische gewaden in plaats van de zwarte geleerdentoga met baret. En kloosterbezoeken en retraites vormen onderdeel van menig activiteitenprogramma naast meditatieve vieringen met vooral stilte, gebed en kaarslicht.

Overigens kwamen deze veranderingen eerder voort uit toenadering van de calvinisten tot de lutheranen en uit bewondering voor de Anglicaanse kerk dan uit invloed van de paus. Anglicanen en lutheranen hebben minder gebroken met liturgische en spirituele tradities dan calvinisten, maar wel met zaken als het verplicht ongehuwde priesterschap, het pauselijk gezag en de kloosterordes.

Niet alle protestanten gingen flirten. In traditionele reformatorische gemeentes tref je nog geen bloem in de kerk aan. En wie zich evangelisch of baptist noemt, doet ook echt niet aan al die liturgische ‘fratsen’. Maar juist uit de hoek van de kleine gereformeerde kerken komt het boekje Flirten met Rome. Almatine Leene is vrijgemaakt-gereformeerd, predikant in Stellenbosch (ZA). Ze had eerder dit jaar een aandeel aan onze provinciale viering van 500 jaar protestantisme. In haar boekje uitten een aantal prominente protestanten hun bewondering voor Roomse zaken.
Andries Knevel is dus weg van paus Franciscus. Theologe Ciska Stark raakt echt ontroerd van de toewijding van de bedevaartgangers in Lourdes. Herman de Vries doet aan Mariadevotie en betoogt dat protestanten hun misverstanden over de betekenis van beelden in de kerk echt kunnen opruimen. Hans Kronenburg heeft steekhoudende argumenten voor het bisschoppelijke element in de kerk. Het gereformeerde ambtssysteem is wel democratisch, maar soms ook heel traag en stroperig. Het gaf en geeft nogal eens aanleiding tot heel onverkwikkelijke machtsstrijd om de meerderheid te halen. Een geestelijke supervisor in de regio betekent kansen voor minder verdeeldheid en meer eenheid met de Kerk met een grote K. En Rien van den Berg, predikant en journalist, is bijna niet te houden om het klooster in te gaan, geraakt door alle ontmoetingen met geestelijken en gelovigen. ‘Luisterend leven’ is voor hem de boodschap van de katholieke traditie. Protestanten praten teveel, redeneren teveel en willen alles kunnen snappen.

Het gaat dus om veel meer dan gevoel hebben voor kaarsen, gebrandschilderde ramen of de gregoriaanse mis van Herman Finkers. ‘Rome’ maakt nieuwsgierig door een toegevoegde waarde die zich niet eenvoudig op de staart laat trappen.  Ethicus Theo de Boer probeert het door een terugblik op de protestantse inbreng in debatten over euthanasie, nu weer actueel in verband met ‘voltooid leven’. Protestanten zwaaien graag met het grote gebod van de naastenliefde, maar waaien vervolgens dan gemakkelijk met de tijdgeest mee, terwijl de conservatieven onder hen blijven steken in Bijbelteksten. De katholieke ethiek steekt eerder in bij vastliggende waarden. En waarden zijn beter herkenbaar voor niet-gelovigen dan losse Bijbelteksten. Terwijl het bovendien geen kwaad kan om ook meer te geloven in het vastliggen van die waarden. Net zoals je feiten ook maar zo niet opzij wilt laten schuiven door ‘alternatieve feiten’.

De protestantse klik gaat zo dus over eerbied voor traditie, voor wat anderen vòòr je hebben gedaan en bedacht, ontdekt en opgeschreven. ‘Voor de gelovige katholiek is de verbinding met de kerk en het geloof meer een kwestie van invoegen in traditie van gebed en gemeenschap dan van zelf creëren, belijden en beamen’, aldus vat Ciska Stark samen. Amen. Het gebed mag dan écht wel uit een boekje komen en van papier worden voorgelezen. Geen angst voor ‘geheimtaal’ in de liturgie en voor een bisschoppelijk figuur in elke classis. En Maria in huis? Dan natuurlijk ook een heel stel andere geloofsgetuigen als heiligen die helpen om tot God te komen. Franciscus, Teresia, Bonhoeffer. En op het jaarprogramma een aanbod van pelgrimagereizen naar plekken waar het heilige ‘gebeurt’, zoals Andries Knevel met verbazing constateert in Assisi. Misschien wel samen met andere gemeentes, met hulp van de ‘bisschop’, de classispredikant.

Gaan we ooit weer trouwen? De consecratie in de mis die brood en wijn écht verandert in lichaam en bloed van Christus is niet het voornaamste knelpunt. Wel de mannenmacht, het gebrek aan democratie, het celibaat, het eenhoofdige pausdom. Maar in Rome schijnt er tegenwoordig een Lutherstraat te zijn. Wie weet. Zij die geloven haasten niet.

(Prot. kerkbode zomer 2017)

 

Categories: Kerk, Theologie Tags:

Eucharistische kwaliteit

November 28th, 2017 Comments off

Hoeveel betekent het Avondmaal vieren voor ons? Uit respect voor de  traditie en de Bijbel houden we het in ere. Avondmaalszilver wordt gekoesterd. Diakenen omgeven vieringen met gepaste zorg. Voorgangers putten uit een rijkdom aan teksten en muziek voor de liturgie. Voor een bezinning over het vieren en het beleven ervan vindt de kerkenraad met een beetje geluk af en toe wel enthousiastelingen. Gaan we binnenkort een ophoging van de frequentie en een intensivering van de Avondmaalsbeleving meemaken?

Onze kerkleiding hoopt erop. In 2016 werd het Avondmaal speerpunt van beleid. Er werd een synodezitting aan gewijd, waarbij mooie gesprekken ontstonden. Scriba de Reuver twitterde over allerlei initiatieven rond het thema. De scheidende hoogleraar Jan Muis schreef een heldere en toegankelijke brochure over het wezen en de betekenis van het Avondmaal. Kerkenraden worden gestimuleerd om hiermee aan de slag te gaan in de gemeente.

Ja, voor menigeen is het Avondmaal speciaal. Laat het maar bijzonder blijven, zeggen ze dan. Spelen herinneringen nog een rol aan tijden dat de noodzaak van plechtige eerbied tot te grote hoogte was opgevoerd? Nauwelijks. Maar als je elke dag luxe dineert is het al gauw niet bijzonder meer. Een protestant vreest onnadenkendheid als het afhalen van het ouweltje bij de voorganger een wekelijkse routine zou zijn. Soms tonen we ons wel gevoelig voor de bevreemding van Rooms-Katholieke zijde dat het Avondmaal bij ons slechts incidenteel wordt gevierd, op een paar grote-stadskerken na. ‘Calvijn wilde eigenlijk ook een wekelijkse viering’. Maar dit schuldgevoel ebt meestal gauw weer weg.

In geheel van het christendom zijn we als protestanten een uitzondering. In alle oudere  takken van de christenheid is een kerkdienst zonder de eucharistie ondenkbaar.  Ook Luther dacht niet anders. Voor de leer dat Christus écht ontmoet wordt in brood en wijn ging hij ‘vol op het orgel’. Maar de Reformatie bracht wel een verschuiving naar de verkondiging als brandpunt van ontmoeting met God. Intussen zijn we wel weer gevoeliger geworden voor de betekenis van liturgie, muziek en symbolen dan onze gereformeerde voorvaderen. Maar van lange tijd geen Avondmaal zal menigeen niet gauw het gevoel krijgen van geestelijk droogstand.

Vanuit de Bijbel gezien heeft de Maaltijd van de Heer een veelheid van betekenissen, zeker als we ook het Oude Testament laten meeklinken: Abraham die brood en wijn krijgt van Melchizedek, Pesach bij de Sinaï, de profetendroom over een Maaltijd van de volkeren. Teveel om alles tegelijk te beleven: hartversterking voor ‘onderweg’, een feestelijk pauzemoment, viering van het Geheim van de liefde, zegening met vrede, voorsmaak van eeuwigheid, genieten van wat aarde en arbeid opbrengen, middelen van bestaan delen, lijden en verlossing uit lijden gedenken, het offer van Een vieren en de offers van anderen, vergeving, vriendschap, vrijheid.

Maar die betekenissen kunnen ook op andere manieren beleefd worden. En dat moet ook. Discussies over het Avondmaal kosten soms veel energie die weinig oplevert. Het gevaar is dat we focussen op de vorm, de kwantiteit en de beleving terwijl we een andere vraag uit het oog verliezen. De vraag naar de kwaliteit van ons kerk-zijn als geheel. En of die kwaliteit ook eucharistisch is.

Eucharistie is Grieks voor dankzeggen of lofprijzen. Eucharistische kwaliteit gaat over bidden en zingen, geloven en hopen! En het Avondmaal vieren is niet alleen iets mét symbolen, het is zelf symbool voor wat kerkzijn is. Dan gaat het in het bijzonder ook over mededeelzaamheid met de geschonken gaven, zowel de materiële als de geestelijke. Over niemand te kort laten komen.

Menige gemeente houdt tegenwoordig allerlei laagdrempelige maaltijdontmoetingen. Samen eten en drinken is van gemeentezondag tot einde-seizoens-borrel in die van mij in elk geval een belangrijk bindmiddel. Verder is participeren in vrijwilligerswerk aan de arme kant en de voedselbank voor velen een belangrijke doordeweekse activiteit. We zijn een ‘groene’ kerk. We hebben hartelijke pastorale ontmoetingen. En we vieren Avondmaal, in verschillende vormen, een keer of zes per jaar. Maar dat laatste is dus niet per se de graadmeter voor onze eucharistische kwaliteit!

Op de lijstjes succesfactoren van nieuwe kerkelijke initiatieven gaat het ook veel over zulke dingen: echte persoonlijke ontmoetingen, diaconaal delen. Zelden over Avondmaal vieren. Delen en ontmoeten zijn denk ik de sleutelwoorden die voor verbinding kunnen zorgen tussen het een en het ander: de liturgie en de diaconale inzet voor anderen, de pastorale zorg voor elkaar. Symbolisch delen heeft alleen zin in verbinding met daadwerkelijk delen.

Maar dan kan het een het ander versterken. Zeker als we ook onze vaste routines af en toe eens creatief durven te doorbreken. Een van mijn onvergetelijke Avondmaalsmomenten? Het was een paar jaar geleden op een Duitse protestantse Kirchentag. Een viering ter nagedachtenis aan het werk van theologe Dorothee Sölle, bij leven een belangrijke inspirator voor dit tweejaarlijkse evenement.  Honderden mensen in een grote jaarbeurshal. Mooie woorden. Een puike band maakte de liederen smaakvol tot meezingers. Er werd ook brood gedeeld. Maar vervolgens werden we uitgenodigd om onze zitjes (van karton) te draaien en even de ontmoeting aan te gaan met onze naaste buren, allemaal wildvreemd voor elkaar. Er gingen mandjes rond met wortel en komkommer en flesjes water voor iedereen. Het levendige geroezemoes werd weer stil toen tenslotte de wijn rondging. Het knisperde van een mooie energie!

(Prot. kerkbode zomer 2017)

Categories: Kerk, Theologie Tags:

Nog een keer Kuitert (1924-2017)

November 28th, 2017 Comments off

Vorige maand is Harry Kuitert overleden. De invloedrijkste theoloog van ons vaderland in de afgelopen eeuw, zo overdreef ‘Trouw’. Decennia lang heeft hij een stevig stempel gedrukt op debatten over de kerk en het christelijk geloof. Ook ver buiten zijn eigen kerkgenootschap. Hij was een van ‘de Achttien’ die begin jaren ’60 het startschot gaven voor het Samen-op-Weg-proces. Veel van zijn boeken werden bestsellers. Maar nog bij zijn leven werd Kuitert ook al als ‘passé’ beschouwd. Of was dat misschien te voorbarig?

Broodnodige vernieuwer
Ergens begin jaren’ 70 was er flink gekrakeel in de familie. Ooms en tantes waren het onderling duidelijk niet eens. Het kwam door Kuiterts boekjes ‘Verstaat gij wat gij leest?’ en ‘Zonder geloof vaart niemand wel’. De discussie ging langs me heen. Maar het is wel tekenend. Wij waren hervormd. Kuitert hielp niet alleen zijn eigen gereformeerden de deur open te zetten naar een ‘liberale’ omgang met het erfgoed van de geloofstraditie. Ook hervormden konden de debatten over geloof fervent en fel voeren. Je bent principieel of je bent geen christen! Het was de tijd dat het Reformatorisch Dagblad werd opgericht en dat de Evangelische Omroep iedereen verzamelde die tegen het nieuwe Liedboek (1973) was en tegen evolutieleer, euthanasie, abortus en vrouwen in het ambt. En dus ook tegen nieuwe theologie. Kuitert had al vele jaren eerder zijn eerste ijsje op zondag gekocht en later de tv-kijker kennis laten maken met progressieve theologen als Dorothee Sölle die in Duitsland politieke avondgebeden hield tegen de wapenwedloop en de oorlog in Vietnam en de kolonels in Zuid-Amerika. De grote veranderingen van de jaren ’60 konden niet aan de kerk voorbijgaan. Kuitert hielp om de zwarte streepjesbroek uit te trekken. Met frisse taal en een pakkende manier van schrijven ging hij voorop in een vrije omgang met de traditie.

Politiek is niet alles
Eenmaal benoemd aan de Amsterdamse Vrije Universiteit voor onderwijs in de ethiek nam hij het op voor de verruiming van de euthanasiewetgeving. Mondigheid en zelfbeslissingsrecht konden voor een christen niet langer taboe zijn. We beïnvloedden steeds meer zelf de kwaliteit en de lengte van het leven. Wat is er nog ‘natuurlijk’ aan de dood? De titel van een ander boek op het terrein van de ethiek werd een gevleugelde zin: ‘Alles is politiek, maar politiek is niet alles’. Daarmee streek Kuitert tegen andere haren in, nu vooral ter linkerzijde. Er vloeit niet maar zo één voor iedereen geldig standpunt uit het geloof voort. En de kerk is er ook nog eens voor andere dimensies van ons leven dan voor de politieke vormgeving van de samenleving. We zaten midden in de kernwapendiscussie die in de gemeenten niet altijd even subtiel gevoerd werd.
En even later deed Kuitert er nog een schepje bovenop door Karl Barth op de korrel te nemen, de grootste theoloog van de twintigste eeuw. In de leer van Barth worden onze menselijke gedachten over God uiteindelijk door God zelf ingegeven. Kuitert vond dat de christen-socialisten, die zich graag op Barth beriepen, daar maar erg onverdraagzaam van werden.

Alles is van beneden
De rode draad van zijn werk zit al verpakt in de titel van zijn proefschrift: ‘De mensvormigheid Gods’. Zijn beroemdste zin werd ‘Alle spreken over Boven komt van beneden’. Alle theologie, alle voorstellingen over God en zijn wegen met mensen, alle beeldvorming over de hemel is mensenwerk. Een volwassen gelovige ‘heeft het Sinterklaaspak op zolder zien hangen’. Dat was niet cynisch bedoeld. Integendeel. En voor meer dan één generatie protestanten heeft het bevrijdend gewerkt. Religie is een menselijke aangelegenheid. Het is aan zingeving doen. Het pakket rituelen, praktijken en overtuigingen dat we uit de traditie ontvangen en na wijziging en hergebruik doorgeven is een ‘zoekontwerp’. We zoeken er wegen door het leven mee, we geven of ontdekken zin en beleven daarin misschien ‘God’. En Kuitert nam de vrijheid om heel wat voorstellingen kritisch onder de loep te nemen. ‘Het Algemeen Betwijfeld Christelijk Geloof’ kreeg een herziening (1992), gevolgd door een stevige opfrisbeurt van de leer over Jezus, de christologie (1998). Maar bij elk volgend boek van de emeritus hoogleraar bleef er wel steeds minder over van de klassieke voorstellingen. Het werd ‘boven’ steeds stiller. ‘De verbeeldingswereld van de christelijke religie is failliet’ luidde zijn conclusie in 2002. Maar niet getreurd, de mens is heel goed in staat om woorden te vinden die hem en haar helpen om zinvol en waardevol te leven en in vrede te sterven. En dichters werden in Kuiterts boeken de belangrijkste bondgenoten op weg naar de onvermijdelijke dood.

Andere afslag
Een columnist verbaasde zich erover dat er na Kuitert nog steeds kerken zijn. Hij had iedereen toch voorgerekend hoe het met God zat? Dus! Maar je kunt ook een andere afslag nemen op de weg die hij had uitgetekend voor geloof en religie. Kuitert heeft de secularisatie beleefd als een onvermijdelijke Beeldenstorm en er ook aan meegedaan. Maar na alle kaalslag kwam er meer behoefte aan een omgekeerde beweging: een herwaardering van de teksten, de rituelen en symbolen, de gebeden en de muziek uit de héle christelijke traditie en ook uit andere religies. Juist omdat ze ‘mythisch-religieus’ zijn, God zij dank. Het wiel van zingeving hoeft niet steeds opnieuw te worden uitgevonden. En zo hebben we de Bijbel op de Zuid-as, tegen Pasen ‘The Passion’ op grote stadspleinen, pop-up-kerken en prominenten die openlijk flirten met God. Want over ‘Boven’ valt veel te zeggen, te zingen, te vieren en te verbeelden.

(bijdrage Prot. Kerkbode, oktober 2017)

Categories: Kerk, Theologie Tags:

Opstanding voor nog een oordeel

November 28th, 2017 Comments off

Rond het einde van het kerkelijk jaar viert de Kerk vanouds de ‘laatste dingen’. De oude geloofsbelijdenissen spreken over opstanding der doden, laatste oordeel, eeuwig leven, nieuwe hemel en nieuwe aarde. Voor veel mensen zijn deze beelden totaal betekenisloos. Toch gaan ze ergens over.

Boedapest
Het gebeurde ergens eind jaren ’80 in Boedapest, de hoofdstad van Hongarije, toen het IJzeren Gordijn werd opgetrokken dat Europa in twee delen had opgeknipt. Ruim dertig jaar ervoor, in 1956, was in dat land de opstand tegen het toenmalige communistische regime bloedig neergeslagen. De slachtoffers waren ergens achteraf roemloos begraven. Maar nu na de machtswisseling vond er een bijzondere plechtigheid plaats. Niet alleen werden de omgekomen slachtoffers van toen daarbij naam voor naam publiekelijk genoemd en geëerd. De lichamen waren ook uit hun graven gehaald om nu plechtig met statie te worden herbegraven.
Het was toen maar een klein krantenberichtje, geen voorpaginanieuws. Maar zou het kunnen zijn dat in zo’n gebeurtenis waarheid werd wat we volgens het christelijk geloof belijden als ‘wederopstanding van de doden’ en een laatste oordeel? Doden kwamen letterlijk uit hun graf in het kader van een nieuwe beoordeling. In plaats van als staatsgevaarlijke criminelen werden ze als nog geëerd als helden, tot troost van hun nabestaanden omdat er nu eindelijk recht gedaan werd aan de slachtoffers van 1956. Is dit niet wat we van God hopen, dat Hij komt om recht te doen en recht te zetten?
Ik deelde deze gedachte met mijn gemeente van toen. Maar het gaf verwarring. Is opstanding der doden niet méér? Of trekken we de aardse werkelijkheid en Gods werkelijkheid misschien soms te ver uit elkaar, zodat de geschiedenis hier en nu dan vooral het toneel is van ons menselijk handelen, en Gods handelen dan iets is voor ver weg in de toekomst. Maar door de laatste dingen heel ‘groot’ te maken, worden ze tegelijk te groot voor hier en nu. Ze blijven ver weg.

Het belangrijkste bedrijf van de tragedie
Over toneel gesproken: een van de lichtvoetige gedichten van de Poolse dichteres Szymborska heet ‘Theaterimpressies’. Wijlen de theoloog Gerrit de Kruyff hoorde ik ooit werk van haar voorlezen. Ik had nog nooit van haar gehoord. Ze vermaakt zich in dit gedicht over wat er in het theater gebeurt als het toneelstuk is afgelopen. Alle acteurs komen dan namelijk nog een keer opdraven om het applaus in ontvangst te nemen. ‘Het belangrijkste bedrijf van de tragedie’. Ze verbaast zich over de gestorvenen uit het eerste en tweede bedrijf die nu in ganzenpas weer binnenkomen. Een zelfmoordenares maakt een réverence. Een strop om de hals is weer losgemaakt. Slachtoffer en beul staan broederlijk naast elkaar, evenals de rebel en de tiran.
‘De wondere terugkeer van hen die spoorloos waren verdwenen.
Het idee dat ze achter de coulissen geduldig hebben gewacht,
zonder hun kostuum uit te trekken
zonder hun schmink af te wassen
ontroert me meer dan welke tragische tirade ook.’
En dan tenslotte het vallen van het doek! Door een spleet is nog te zien hoe een hand reikt naar een gevallen bloem en een andere naar een zwaard. De laatste zin is dat ze voelt dat haar keel wordt dichtgeknepen. Ontroering?
Szymborska staat niet te boek als een religieuze dichteres. Haar gedichten spelen wel vaak met de gedachte aan de dood en de eindigheid van het leven. Ook hier. Eens valt het doek. Over ons en over ons stukje geschiedenis. En het is maar goed ook, als het doek valt over onrecht, haat en historische gruwelijkheden. Helemaal mooi als er dan eerst onrecht is teruggedraaid. Als er verzoening tot stand gekomen is tussen daders en slachtoffers. Het grijpt haar naar de keel.

Hoop en verwachting voor levenden en doden
In het kerkelijk jaar volgt op de zondag(en) van de Voleinding de adventstijd. Ze horen bij elkaar. Het kerkelijk jaar heeft daardoor eigenlijk geen begin of einde. Het is een cyclus. Aan begin en einde gaat het om dezelfde verwachting. Maar de Toekomende is ook al op ons toe gekomen en blijft graag tegemoet-komend. Voor levenden en doden.
In het spoor van de Lutherse traditie vieren we de laatste zondag van het kerkelijk jaar veelal als Eeuwigheidszondag om de overleden gemeenteleden te herdenken. Het is de uitdaging om samen onze doden samen recht te doen. Kunnen we ze zien in het licht van Gods oordeel met maatstaven van rechtvaardigheid én vergevende barmhartigheid, hoger dan onze vaak beperkte maatstaven? Het gedenken kan pijn oprakelen. Misschien hebben ze missers achtergelaten die niet zijn opgelost. Misschien hebben ze veel moeten missen. Misschien worden ze erg gemist. Kunnen we ze toch los laten, kwijt raken aan de Eeuwige?
Zelf beluister ik in deze tijd van het jaar graag Requiem-muziek. Heel wat grote componisten hebben de laatste eeuwen de mooiste muziek geschreven bij de oude liturgische teksten over de Dag des Oordeels en de Eeuwige rust. Vaak waren ze zelf helemaal niet zo religieus meer. Alsof ze desondanks ook vinden dat het niet waar kan zijn dat alleen maar duister, dood en vergetelheid het laatste woord hebben over ons leven. Misschien is het de hoop zoals Peer Verhoeven die terughoudend verwoordt in lied 736: ‘dat ons schreien ons lachen ergens toe leidt, – onze liefde stoelt op Iemand. Dat zij die ons zijn voorgegaan zijn in het licht, rusten in vrede.’

(bijdrage Protestantse Kerkbode 129/47, 25 nov. 2017)

Categories: Kerk Tags:

Verslag synodevergadering 16 en 17 november 2017

November 21st, 2017 Comments off

een ongeautoriseerde persoonlijke weergave

Bespreking liturgie
Een persoonlijke inleiding door prof. Marcel Barnard, auteur van Tot Gods Eer, een handreiking voor gesprekken over liturgie. Vergezeld van een filmpje over een van de vijf typen liturgie. Van de vele vormen van liturgie waarmee hij in aanraking kwam, raakte een liturgie van 5 uur in een Afrikaans dorp hem het diepst. Met dans, bezwering en uitdrijving, drums en vuvuzela’s. De last van het aan anderen niet kunnen uitleggen wat maakt dat je christen bent weegt steeds zwaarder. Gesprek in de kerk over liturgie blijkt wel mogelijk. Maar eigenlijk moet je niet praten over liturgie maar vieren.
In groepjes uiteen moesten we praten.over drie basale vragen als Wat is voor u liturgie? Wat raakt u? Jammer dat de nota of de inleiding niet zelf het onderwerp van gesprek is. Korte rapportages. Wie is de eigenaar van de liturgie? Geheel is belangrijk. Samen afstemmen. Geraakt worden. Wat trekt je de liturgie binnen?
Scriba ds R de Reuver: wilde de notitie als ‘onderlegger’ samen met een verslag van deze bespreking aan de kerk aanbieden, op aandringen van de synode kwam de toezegging om in te stijl van het getoonde filmpje ook filmpjes over de andere stijlen van liturgie in onze kerk te laten maken. Voor inhoudelijk gesprek en commentaar op de notitie bood de vergaderorde geen ruimte. De scriba moedigt het zelf knippen en plakken aan bij het voorbereiden van het gesprek in de gemeente en toont bereidheid om de nota ‘langs communicatie’ te laten gaan. Maar de synode dwong met 46/77 stemmen af dat de notitie echt gespreksvriendelijker wordt.

Huisgemeenten
Onderdeel van Kerk 2025 dat nog was aangehouden vanwege de vele consideraties. Brainstormsessie. In maart zal er een ordinantietekst worden voorgesteld door de GCKO. Platform Kerk 2025 voor de inhoudelijke bezinning is aanwezig. Voorz. Ds Sjaak vd Berg leidt in, met een voorbeeld van krimp in Groningen en van een nieuwe gemeenschap in de randstad. Het roept vragen op over minimale kenmerken, de inbedding in het geheel van de kerk, het behoud van het goede van de presbyterale kerk, het gevaar van sektevorming. Gevoelens van bedreiging door concurrentie of van betutteling. Blijft de huigemeente meervoudig luisteren: naar God, naar elkaar, de cultuur van Nederland, etc.?
Reacties: liever ‘basisgemeente’? Verschil met pioniersgemeente? Mag het ook verzamelplaats van dissidenten zijn? Wat is de omvang? Zichtbare eigenheid en vindbaarheid rond een oude kerk in het dorp. Kerkpresentie. Basiskenmerken: christelijke traditie. Vieren, leren, dienen, delen in gemeenschap.   Inbedding: huiver voor teveel organisatie. Adviseren ipv reguleren. Ruimte. Regio of classis. Initiatief ‘Stroom’ in Amsterdam is geheel losgemaakt van kerken. Maar komt dan toch voor allerlei vragen, want er moet protocol zijn rond misbruik etc. Keurmerk. Faciliteren. Loslaten, lenen en leren. Deel van een netwerk? Moet er verplichting zijn van wekelijkse samenkomst, mag het ook minder?
Voorgaan:  ruimte voor lekeprediker, met lokaal preekconsent? Ds. Giethoorn: er zijn nu al bepalingen over bijzondere kerkdiensten. Wel verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Saaksum is een huisgemeente ovv Noordhorn, streekkerkenraad.
Drie ‘luistervinken’ reageren. Stoppels: formuleren we zo eigenlijk niet wat we bedoelen met ‘back to basics’ voor alle gemeenten? Transparantie, eenvoud, ruimte – aldus de wens van Kerk 2025! We leven niet in een tijdperk van verandering maar in een verandering van tijdperk (Jan Roth). Bart van Noord citeert ‘Plezier beleven aan taaie vraagstukken’. Sommige vraagstukken moet je oplossen, met andere moet je vooral omgaan. Aangeklede groep of uitgeklede gemeente? We hebben een paar 100 gemeentes met nauwelijks predikantsplaats. Regelvraagstuk is soms vooral een cultuurvraagstuk, hoe ga je met elkaar om.
In de wandelgang heb ik ds. Giethoorn de zorg van onze classis mee kunnen geven dat de ordinanties door een teveel aan variabelen voor de organisatie van de gemeenten een bonte kerstboom wordt.

Geloven in delen – delen in geloven. Nieuw beleidskader Kerk in Actie
Een groet vanuit Indonesische partnerkerken, bondgenoten in een Platform voor gezamenlijke belangen van de PKN en 33 Indonesische kerken. Het gaat daarin om thema’s als gender, gerechtigheid, ecologische vragen, religieuze diversiteit.
Mooi opstapje naar gesprek over een nieuw beleidskader voor de komende jaren voor Kerk in Actie.
Ontwikkelingen in en rond ICCO maakten een evaluatie nodig. Er wordt nu gestreefd naar sterkere verbinding tussen missionair en diaconaal werk, tussen werk in binnen- en buitenland en tussen gemeenten en Kerk in actie. In 2004-2005 was voor het laatst een beleidsnotitie geschreven over zending. De samenwerking met ICCO was destijds met onvoldoende eigen beleidsvisie m.b.t. werelddiakonaat. KiA moet aansluiten bij de beweging die de kerk zelf maakt.
Herkenbaarheid voor de eigen gemeenteleden is belangrijk, eveneens in het publieke domein.
Vier focuspunten: Bijbel. Kerk in minderheidspositie (versterk de kerk in de samenwerking o.m. in het Midden-Oosten). Kansen voor kinderen en jongeren (alle kerken maken zich zorgen!). Hulp aan vluchtelingen en ontheemden, incl. aandacht voor oorzaken, zoals klimaatverandering.
Een hele serie reacties: is het wel verstandig om plaatselijke activiteiten zichtbaar te gaan maken onder het merk KiA? Liever onder de naam van eigen gemeente. Welke landen vallen af voor samenwerking?
GRA zou o.m. de samenwerking met anders geloven sterker uitgewerkt willen hebben.
Synodelid Goudkamp herinnert er nog even aan dat veel gemeenten KiA geen toegang wilden geven tot LRP. En benoemt de toegenomen behoefte aan armoedebeleid. Kerk moet ook op de barricaden. Rapporten zijn soms duidelijk waarom en waarover dat zou moeten. Diaken van Vegten herinnert aan eerdere prioriteitenlijstje/ thema’s van KiA. Maak zichtbaar welke nu wegvallen.
Opmerkingen over toegang geven tot de Bijbel, te weinig aandacht voor het belang van onderwijs etc. Verbinding met nieuwkomers in de samenleving. Vragen van klimaat en kerk en landbouw. Is de keuze genoeg gemaakt voor datgene waarin wij als Nederland een voorsprong hebben? Blijven we wel strijden tegen onrecht? Raakt de wereldwijde armoedebestrijding uit beeld? Is KiA niet duidelijk bezig met een verschuiving van diaconale projecten naar missionaire projecten?
Rommy Nauta antwoordt. Plaatselijke diaconieën hebben wel te kennen gegeven te willen meeliften met de naamsbekendheid van KiA. Publiek spreken van de kerk, jazeker. Ook vervolg geven aan armoederapportage. We moeten ons wel beperken. Het kan, want er zijn daarnaast zoveel one-issue-organisaties. ICCO moet zich erg focussen vanwege eisen en beleid vanuit politiek en EU. Fusie niet erg voor de hand liggend omdat KiA de beweging maakt naar meer kerkeigen. Wereldwijd is de LWF (Lutherse wereldfederatie) met overal kantoren is belangrijke partner. We hoeven ons als kerken niet over alles uit te spreken wat bij burgers leeft.
Scriba RdR: scherpe keuzes nodig, maar het zijn wel parapluthema’s. Door geloven in delen ga je ook delen in geloof. Hij belooft de synode meer mee te nemen in rapportage over stemverheffing in het publieke debat rondom armoederapportage. En het blijft helpen onder protest.
Motie Goudkamp dat de stem van de Kerk regelmatig moet klinken over barmhartigheid, gerechtigheid en vrede in het publieke domein, wordt met 62 stemmen voor aangenomen. En het ontraden amendement om armoedebestrijding als vijfde thema apart te benoemen ook, met 46 stemmen.
Ik had zelf nog gepleit voor klimaat/duurzaamheid als zesde speerpunt, maar daar ging niemand verder op in. Er is dus geen garantie dat KiA met het groene-kerken-beleid doorgaat, ondanks een positieve voetnoot daarover.

Vervolgbespreking Categoriaal pastoraat
Scriba RdR: Uitgangspunt is beleidsrijk bezuinigen. Een van de pijlers is de plaatselijke gemeenten een van de dragers te maken. Begeleiding door een projectgroep.
Fred Tjeerdsma verdedigt het voorgestelde plan van aanpak. Onderstreept de gezamenlijke verantwoordelijkheid en de gezamenlijke pijn. De solidariteitskas biedt gelukkig nog steeds budgetmogelijkheden. Kader voor beleid, met maatwerk voor handelingsperspectieven. Met schipperspastoraat richting vorming eigen gemeente. Het idee is er dat draagvlak is. Vijf jaar voor reorganisatie nemen is lang? Behalve tijd voor reorganisatie ook voor gewenning. Waar geen plaatselijk draagvlak is/ komt zal de Dienstenorganisatie niet maar op eigen houtje studentenwerk te verrichten. Diversiteit in de steden in het studentenpastoraat? FT antwoordt over verschillende kleuren van het SP in de verschillende steden. Ook nu kunnen gemeenten met veel studentenwerk een beroep doen op de solidariteitskas. Samenwerking met andere kerken: de VGK gaat participeren in het interkerkelijk dovenpastoraat. Zij beroepen een predikant voor 60 procent.
De GRA bepleit een kwalitatieve benadering, bijv. Wageningen rond het thema over ecologie en duurzaamheid. Maar zou het dan niet belangrijker zijn juist studentenpastoraat onder autotechnici te vestigen? Er zijn zoveel thema’s. In de nota gaat het niet om thema’s maar om studenten. Dus kwantitatieve normen zijn onvermijdelijk in het beleid. Er is gewoon te weinig geld voor studentenpastoraat voor alle steden. Studentenpastoraat als pioniersplekken? Oud motief: voorhoede in de maatschappij. Is het pionierswerk? Die discussie moet gevoerd. Nieuw: aanvulling vanuit de reserves (noot 8).
Moeilijk om op voorhand inhoudelijke criteria te formuleren voor de verdeling. Er wordt o.a. gekeken naar samenwerking pastores en studentenverenigingen. Projectsubsidie kan een manier zijn om toch iets in studentensteden zonder SP te doen. Het SP juicht ook zelf het idee toe om plaatselijke fondsenwerving te stimuleren en te ondersteunen. Er zijn al wel een paar tijdelijke 50/50 constructies gerealiseerd.
GRA: het gaat om de vorming van toekomstige leiders van de gemeente. En is dat geen landelijke verantwoordelijkheid? Pleit toch ook voor thematische creativiteit?
Ds. Camper vindt 20 % van het budget voor projecten van studentenverenigingen wel veel van ons geld.
Oud. Verbeek uit studentenstad Amsterdam is niet erg amused. Eerst praten met gemeentes over overheveling en dan pas bezuinigingsbesluit in de synode. De logica van reorganisatie volgen. Wel mag je loyaliteit veronderstellen. Slapende fondsen aanspreken.
Andere vragen: waarom niet meer oecumenische aanpak? Geen verschraling door eenzijdige steunverlening. Het totaalplaatje ontbreekt. Flinterdunne garantie dat koopvaardijpastoraat blijft, ‘ waar ik zulke mooie verhalen over hoor’.
Scriba RdeR trekt dan studentenpastoraat en koopvaardijpastoraat uit het besluitvoorstel, er is te weinig draagvlak. Er wordt een jaar uitgetrokken om met nieuwe voorstellen te komen. Tijd voor nader onderzoek. Vooralsnog alleen voor schippers-, doven- en luchthavenpastoraat nieuw beleid.

Kerk 2025 deel 3 mobiliteit predikanten
In april zijn er besluiten over het streven naar een cultuur van meer mobiliteit van predikanten genomen. Nu voorstellen over de kerkordelijke uitwerking hiervan in eerste lezing, ter consideratie aan de classes. Het begeleidende overzicht van de mogelijke financiële gevolgen is gebaseerd op veel aannames.
Scriba RdR: moest Kerk 2025 niet budgetneutraal zijn? Wel wat betreft quotum. Maar mobiliteit is een breder thema dan Kerk 2025. Het losmaken na twaalf jaar is een extra voorziening. Die kost geld. Het heffingspercentage voor de kas van de predikanten is geen onderdeel van het quotum.
De voorgestelde vertrekcompensatie (vertrek naar een kleinere predikantsplaats) kost geld. Op dit punt gaat het om horen van de synode. Besluit later in Kleine Syynode op basis van definitief voorstel.
Mr Zielhuis, cie van rapport Kerk 2025, legt de vinger bij twee zaken: teveel classicale druk op samenwerking met andere gemeenten. En op de vele onzekerheden rond de financiering, dus risico’s.
GRA: de aanscherping door het GCKO over stellen van randvoorwaarden niet in de geest van synode. De GRA wil het financiële onvermogen niet graag op predikant en landelijke kerk zien afgewenteld.
Reacties. Landelijk beleid? Dan landelijke financiering. Gaan de voorstellen niet teveel richting een vergoeding voor niet langer geleverde diensten?
Dhr. Runhert: vertrek na 12 jaar kost de predikant wat. En de gemeente: 1,5 jaar tractement. Dezelfde kosten als bij 3-20 procedure. De rest van de kosten is voor de kerk als geheel. Insolvabiliteitsregeling: de voorgestelde versoepeling is eigenlijk nog te gering. ‘Kannibalisering’ = de predikant eet teveel op.
De synode geeft groen licht voor het verder onderzoeken van de beide vertrekcompensatieregelingen.
RdeR onderstreept de noodzaak van bevordering van de cultuur van mobiliteit. Als je niets doet kost het ook geld. Hoeveel het gaat kosten weten we niet? Geen blanco cheque. Dus een proef? Instrument niet wegleggen. De nood is er. Zekerheden moeten worden ingebouwd.
GCKO mw Evers. Over de financiele gevolgen nemen we geen besluit. De besluiten gaan over mobiliteit.
Bijz. Cie van rapport wil 2/3e pred plaats noemen als streefgetal voor ‘voldoende omvang’ van predikantsplaatsen als streefdoel.
Anderen: de maatregel voor vrijwillige losmaking na 12 jaar eerst vanwege de hoge kosten op de plank laten liggen? Anderen: een proefperiode nemen!
Het enige andere discussiepunt is Ord. 3-3-2 over de toestemming na onderzoek van mogelijke samenwerking met andere gemeenten bij beperkte werktijd van predikanten.
Synodeleden: de financiele maatregelen zijn een soort sociaal plan. We krijgen de reorganisatievraag niet scherp. Vanwege de autonomie van gemeenten.
Dr Bos van het GCKO. Over de twaalfjaarstermijn: de Kleine Synode kan op elk moment een wachtgeldregeling beëindigen. Hij stelt een Overgangsbepaling voor waarmee de synode zelf de regeling kan beeindigen.
Teveel bemoeienis van de classis bij vacature om samenwerking te bevorderen? Voldoende omvang is 33 % en dat wordt niet ingeperkt. De classis houdt altijd als taak om rekening te houden met de kerkelijke verscheidenheid. De kerkenraad kan besluiten om toch zelfstandig te blijven, het BM beoordeelt alleen of er daadwerkelijk gezocht is naar samenwerking.
De twaalfjaarsregeling is een vangnet. Als alles goed gaat werken zal het weinig nodig zijn. Ook ‘ armlastige gemeenten’ kunnen er gebruik van maken. Werktijdvermindering bij insolvabiliteit als het wenselijk is, volgens criteria.
De synode aanvaardt de voorstellen, met de toevoeging van de overgangsregeling dat de Generale synode bevoegd is om ord 3-26-2a buiten werking te stellen als zij oordeelt dat de financiele gevolgen te groot zijn. Een noodrem-regel tot aan de evaluatie na vijf jaar van het hele mobiliteitsbeleid. .
Oud. Kamphuis pleit voor beslistheid om op de gekozen koers te blijven. Uiteindelijk maar 8 tegenstemmen.

Ord. 5.3 en 5.4 zegen of inzegening
In de pers was er van te voren al ruime aandacht voor. Scriba RdR: leven met verschillen is verrijkend. Dit verschil is nauwelijks uit te leggen. Het is ons in de wereldkerk niet gegeven om hierover gelijk te denken. Dan gaat het om oefenen in samenleven. Niet oordelen over het geweten van een ander.
De ordinanties van nu bieden ruimte. Zet een consideratieronde de polarisatie niet verder aan in plaats van het gesprek te bevorderen?
Twee verhalen volgen over hoe de gemaakte keuze rond geaardheid aan het geloof is gerelateerd.
Herman van Wijngaarden: Jaren ’90 ouderling in Langbroek. Uit de kast. Bleek geen probleem te zijn. ‘ OK, ik ben dus homo’. Zonder seksuele relatie. Nu wordt hem her en der gevraagd waarom geen relatie aan te gaan. Zijn leidraad: het onderwijs van Jezus die in Mt. 19 naar het begin terug gaat. Roeping in het licht van het koninkrijk om ongehuwd door het leven te gaan. Het leven is geen sinaasappel die moet worden uitgeperst. Het beste komt nog. Kruis dragen hoort er ook bij. En seksualiteit wordt erg over gewaardeerd. Een mens kan niet zonder liefde en verbondenheid, maar wel zonder seks. Vriendschap wordt ondergewaardeerd. St. Hart voor homo’s met steun van Ger. Bond biedt begeleiding en hulp, maar bespreekt single blijven als serieuze optie. ‘De pijn van 2004’ (Hersteld hervormden gaan niet mee met kerkfusie)
Annemarie van Briemen. Was nooit zo open over geaardheid. Leefde in GB context en zocht weg richting ambt. Context van afwijzing. Had geen voorbeelden. Niet licht ontvlambaar in de liefde? Of te weinig moed om zichzelf te aanvaarden? Werd als predikant ‘ingehaald door de liefde’: maar angst om uit het systeem te stappen, angst voor schade in de gemeente. Het evangelie van de aanvaarding won het. Het stormde wel in Boskoop. Nare reacties. Verwarring. Naast begrip en steun. Er kwam ook verdieping in de geloofsgesprekken. ‘Het verhaal moet verteld want er staan in de kerk levens op het spel.’

Hierna volgde een gesprek in kleine groepen over ieders eigen ervaringen in gemeenten. Daarna volgde een emotioneel gesprek in de synode. ‘ We hebben vandaag de zakdoek nodig gehad’.
Er lagen tegenvoorstellen en amendementen om toch wel tot wijziging van de ordinanties over te gaan. Het moderamen stelde voor: eerst het gesprek in de kerk voort zetten. Het trok nu het voorstel om geen ordinanties te wijzigen in. Reactie: ik krijg weer geen recht, wel aandacht. Weer een half jaar slecht slapen? Komt er dan echt een ander voorstel?
RdeR zet weer in bij de botsende gewetens! Niet over elkaars gewetens heersen.
Een homoseksuele predikant, verbonden met confessionelen en hervormden vraagt om hulp om het gesprek in die kringen te voeren en dan zo dat niet steeds hetero’s erover spreken. Vervolgens nog allerlei reacties. ‘Een vader had twee zonen. Een moeder had drie dochters. Hoezo even veel houden van, als een van de drie wil trouwen met een andere vrouw, maar dan anders behandeld wordt?’ Verzoek om dan toch wel een verklaring af te geven. Ook de Raad voor advies inzake het Gereformeerde Belijden zou graag willen dat het gesprek in de gemeente bevorderd wordt, waar de openheid voor het gesprek niet is.
In de LWF waren recent dezelfde posities tegenover elkaar te vinden: Avondmaal vieren hielp om de pijn met elkaar te delen en om bij elkaar gehouden te worden.
Andere pijn: dat ambtenaren van de burgerlijke stand werden ontslagen die geen homo’s wilden trouwen. Er is teveel drammerigheid, die de acceptatie in de weg staat.
Relatie met kerk 2025: back to basics. We zijn vrijgemaakt door Christus, dan kan de weg worden vrijgemaakt om deze steen van ergernis op te ruimen.
Geen veroordelende God, waarom dan toch veroordelende mensen? Niet langer discrimineren. Inclusiviteit graag de norm, met uitzondering op de regel, en niet andersom.
De bepaling van nu over het beleid ‘na beraad in de gemeente’ is een zenuwslopende bepaling. Zo vaak is er onzorgvuldige communicatie in het proces van de zgn. ‘zorgvuldige besluitvorming’.
Visitator ds WG Sonnenberg geeft aan dat er soms nog escalatie plaatsvindt van het gesprek in de gemeente. En hij benoemt een verschuiving in gemeenten, naar zorg dat de ene soort relatie niet over de andere heerst, minder de acceptatie van homoseksuele relaties zelf (als ik het goed begreep)
Scriba RdeR moet zichzelf bij elkaar rapen. Formuleert een verklaring. De PKN wil een inclusieve kerk zijn. Verwijzend naar de tafel van de Heer en de verschillende ‘zonen’.  Wordt vervolgd dus.

Kerkelijke rechtspraak
De stroperigheid in de processen zou moeten worden verminderd. Er is overleg geweest en studie van gemaakt. De colleges moeten geen colleges worden voor het bewaren van bezwaren en geschillen (ds L. Giethoorn, projectleider). Plannen voor wijziging (minder colleges, daarvoor in de plaats colleges met verschillende kamers) blijven voorlopig liggen. De colleges vinden dat het nog wel gaat. Hoop dat regie met behulp van de classispredikanten beter wordt.

Profiel voorzitter visitatie
In de aanvang van het proces Kerk 2025 was het voorstel 4 FTE op 8 classispredikanten. Nu 3 FTE op 11 classispredikanten. Het mogen halftimers zijn. De synode stelt het profiel niet vast, maar het moderamen, gehoord hebbend ‘ het land’.
‘De generaal’ (voorz. Visitatoren generaal): In het verleden waren er ooit wel 700 visitatoren. De regio’s zijn nu al ontmanteld. Het feestelijke slot van de huidige visitatie was daardoor matig bezocht. Overdrachtsdocument in de maak. Ervan overtuigd dat er veel losmakingen zijn voorkomen door de visitatie.
Een aanbeveling uit de synode wordt meegenomen: meer accent op vaardigheden op terreinen van conflictbemiddeling en communicatie en interactie tussen professionals en vrijwilligers

Kerken delen
De synodelende kregen een boekje over medegebruik van kerkgebouwen door migrantenkerken
Er zijn plm. 1,3 miljoen migrantenchristenen, dat is incl. Broedergemeente.
Een voorbeeld: wat gebeurt er als drie Karen-gezinnen uit Myanmar in Waardenburg-Neerijnen komen wonen? 1 x pm eigen dienst in de kerk van de PKN-gemeente. Vervolgens gezamenlijke activiteiten. Het begon met belangstelling van één gemeentelid.

Taizé
De vrijdagavond werd besloten met een complete en stijlvolle Avondmaalsdienst. Vrijdags dagopening met een korte Taizéviering, met enkele Nederlandse broeders uit Taize: Jasper en Sebastiaan. De kapel zit helemaal vol. Daarna een inleiding. Br. Roger, beginner van de protestantse gemeenschap t.t.v. WO II, had ooit thesis geschreven over de Regel van Benedictus. De oudste Nederlandse broeder is nu 87. De jongste broeder uit Nederland is een twintiger. Vanaf eind jaren ‘60 oecumenisch. Toen verschoof het accent naar ontvangst van jongeren. Nog steeds komen er wekelijks enkele honderden tot duizenden, het hele jaar door. Via schoolgroepen komen jongeren soms voor het eerst in de kerk. Niet echt lekker eten en drie keer per dag naar de kerk? Maar ook: vreugde, dus plezier met elkaar, het bidden, het samen zijn, de corveetaak. Doordat Fr Roger na WO II streefde naar verzoening ook altijd grote belangstelling vanuit Duitsland. Uit PKN-kerken altijd ook veel belangstelling, slinkt nu, maar stijgedne belangstelling vanuit chr. studentenverenigingen (dit had ik willen horen vóór de discussie over het studentenpastoraat). Bijzondere herinnering blijft de jongerenontmoeting in R’dam waarbij 20.000 jongeren allemaal werden ondergebracht in gezinnen en ook niet-kerkelijke gezinnen meewerkten. Ontmoetingen ook elders in het buitenland, ook buiten Europa, op uitnodiging van kerken daar. Ook om de jongeren het signaal te geven dat God ook daar is en niet alleen in Taizé. Muziek: fr Roger kwam uit heel muzikale familie. Thuis drie piano’s. Alle eerste broeders ook muzikaal. In de jaren ‘ 60 vereenvoudiging nodig. De liturgie (prijswinnend!) was te mooi, ‘iedereen moet mee kunnen doen’. Solisten en koor zie je niet. Het wonderlijke is dat de liederen toch jongeren weten aan te spreken, ook de stilte. Het op de grond zitten werd eigenlijk uit nood geboren. Er hoeft geen kindernevendienst gehouden te worden.
Verandert er niets? Formule ligt vast? Nieuw: opzet voor opvang van jonge vluchtelingen – een omstreden thema in Frankrijk. In het dorp is er een vrouwengemeenschap waarmee wordt samengewerkt.

Benoemingen
mr. Endedijk in de Raad van Toezicht PTHU, drie herbenoemingen in de Auditcommissie, en als nieuwe voorzitter van het bestuur van de Dienstenorganisatie mw. mr. Greetje van der Waaij, en herbenoeming als bestuurslid mr. van Leussen.

Afscheid
van enkele synodeleden en van dhr Haye Feenstra als directeur van de DO per 31-12 a.s. Hij haalde de kerk uit de rode cijfers. Voorz. ds Karin vd B vraagt: Met welke bijbelse figuur te vergelijken? Aaron: rap van tong? Gideon met zijn bende? Mozes die door woestijn leidt? Jezus: iemand die schuld op zich genomen voor mislukken (Numeri project)? 12 jaar leiding gegeven. Als een echte kerkganger. Met humor en met vasthoudendheid, creatief. Botsen hoorde er soms bij. Cadeau: een reisgids met kleine bijdrage voor een gewenste reis.
HF is dankbaar. De kerk is sterker geworden. Zie discussie van deze middag. De manier waarop de kerk in de samenleving staat. Droom van de kerk bewaren. Ook als het botst met de mogelijkheden. Doet ook oproep om moderamen een plek in de gebeden te geven.

Schriftelijke vraag over jubileumjaar 60 jaar Israëlische bezetting Palestijnse gebieden/ 100 jaar Balfour verklaring
Van de gelegenheid tot schriftelijke rondvraag is in de zittingen van de synode van dit jaar kennelijk geen gebruik gemaakt. Vraag en antwoord worden in de regel aan het einde van de vergadering aan iedereen uitgedeeld. Ik was de enige die in april wel een vraag stelde. Het antwoord kwam pas een maand later, na de zitting.  Ik had voor nu toch maar gevraagd vraag en antwoord ook bekend te maken, een half jaar na dato. Zoals verwacht vindt het moderamen dat onze kerk zich nog steeds houdt aan de beleidslijnen over Israël en Palestina uit 2009. Verder werd verwezen naar de internationale verbanden. Mijn vraag van april heeft niets kunnen veranderen aan de doodse stilte die de PKN dit jaar in de publieke ruimte én naar de eigen achterban toe heeft betracht als het gaat om de ernstige gevolgen van de bezettingspolitiek in de Westbank en de Gaza-blokkade. Van een kerk die zich houdt aan het beleid zoals in deze synode ten aanzien van Kerkinactie is vastgesteld mag anders verwacht worden.

HJ

Categories: Kerk Tags: ,

Voor een gezellige wereld heb je christenen nodig

October 26th, 2017 Comments off

De uitspraak is van Qadoera Fares, een Palestijn die een belangrijke rol speelde tijdens de eerste Intifada en die jarenlang in Israëlische gevangenschap heeft gezeten. Hij is een van de vele zegslieden die aan het woord komen in het boek van Els van Diggele, We haten elkaar meer dan de Joden. Tweedracht in de Palestijnse maatschappij. Het is een belangrijk boek. In de media wordt er afgedongen op haar zwarte kijk op de Palestijnse samenleving, maar ik zie daar weinig reden toe. Het is wel een eenzijdig verhaal, maar daarom niet per se onjuist. Ze spreekt een onafzienbare rij insiders en laat via wisselende invalshoeken zien hoe beroerd de Palestijnse samenleving er politiek gezien voor staat. Het is een politiek diep verscheurde samenleving, verdeeld in twee politiestaten vol corruptie, onderlinge terreur, tegen elkaar optredende ‘veiligheidsdiensten’, met een toenemende invloed van islamisten, met juridische willekeur en met martelpraktijken als systematisch onderdeel van politie en justitie. Niet van Diggele, maar haar zegslieden zelf, vaak onderdeel (geweest) van Hamas of Fatach, zien geen hoop. Het boek eindigt ongeveer bij het gedwongen aftreden van Salam Fayyad, de premier die op de Westbank tussen 2007 en 2013 orde op zaken wist te stellen (wat zegt het over onze pers dat er bij die naam helemaal geen belletje bij me ging rinkelen?) Hij werd als pion geofferd in het schaakspel van Abbas met Hamas in Gaza en andere rivalen. Fayyad deed vooral niet mee met de neiging om van alles wat niet goed gaat naar de bezetter te wijzen. Het mocht onder de bezetting niet beter gaan. En al helemaal niet onder leiding van iemand die zich niet wilde laten inlijven bij de grootheden Hamas, Fatach, PLO, of een (andere) islamistische groepering.
Het boek is bewust eenzijdig. Het bestudeert alleen de politieke verdeeldheid van de Palestijnse samenleving en de lange geschiedenis ervan. Het gaat dus inderdaad voorbij aan de Israëlische bezetting en het eventuele Israëlische belang of zelfs een Israëlische rol bij de verdeeldheid en interne rivaliteit  (maar laat die bezetting heus wel voelen). Maar ik ben het met haar eens dat het plaatje nooit compleet is als we vanuit het westen aan de interne cultuur voorbij kijken. Het boek laat zien hoezeer de Palestijnse samenleving inderdaad het Midden-Oosten is. Overwegend islamitisch, gestempeld door tribalisme, ‘woestijncultuur’ zoals sommige zegslieden van EvD het benoemen, op zijn hoogst halverwege het ontwikkelen van een democratische rechtstaat met een scheiding der machten, geremd door sterke islamistische sympathiën en geldstromen.
Het is dus niet het hele plaatje. Integendeel. En of ze als historica objectief genoeg was en bleef kan ik niet beoordelen. In elk geval gaat ze in mijn ogen bij de beschrijving van 1948 veel te kort door de bocht. Dat de Arabieren in Palestina de ramp, de Naqba, in 1948 over zichzelf afriepen, aldus de eerste zin van het superkorte hoofdstukje over 1946-1948, is een ongefundeerde conclusie vooraf. De interne verdeeldheid van de jaren ’30 was zeker een ramp, maar de hele aanloop naar 1948 was een optelsom van vele rampen. Het is nog maar zeer de vraag of het met grotere eensgezindheid aan Palestijns-Arabische zoveel anders was gelopen. Boeken als die van Tom Segev over het Britse mandaat van 1917-1948 of van de joodse historicus Ilan Pappe (beide wel in haar literatuurlijst) laten weinig ruimte voor de gedachte dat het joodse zionisme van de eerste helft van de vorige eeuw had kunnen uitlopen op een binationale staat met gelijkberechtiging voor beide volkeren.
Maar de hoofdlijn van haar betoog is denk ik dat het met Abbas gewoon niet goed gaat komen. Hij is een even grote ramp als Arafat was, en hoe desastreus diens leiderschap is geweest, wordt breed uitgemeten. De Nobelprijs voor vrede was volstrekt onverdiend. Wie om Palestijnen geeft moet dus niet alleen de Israëlische bezettingspolitiek bestrijden, maar ook willen dat de manier waarop er aan Palestijnen steun wordt verleend, kritisch tegen het licht wordt gehouden. Van wie zijn we bondgenoot?
Wat er ook in het plaatje ontbreekt is de samenleving op sociaal-cultureel niveau. Het gaat over de politiek en de druk van de verdeeldheid, corruptie en de onveiligheid. We horen niets over Palestijnse culturele en religieuze organisaties of hoe het leven in een dorp of stad of vluchtelingenkamp door gaat. Ook niet hoe ngo’s misschien tussen alle politieke mijnenvelden heen manoeuvreren. Ik moet hierbij denken aan een ontmoeting met Rania Murrah, enkele jaren geleden, een Palestijnse leidinggevende van het Sumud-house in Bethlehem (verhalenhuis, met steun uit Nederland tot stand gekomen). Zij schetste een beeld waarin Palestijnse vrouwen dubbel lijden: niet alleen onder de bezetting, maar ook onder een primitief Arabisch rechtssysteem waarin vrouwen minder rechten hebben dan mannen, waardoor de laatste gemakkelijk wegkomen bij huiselijk geweld.
Dat brengt me terug bij het citaat over de christenen. Heel even komen de christenen om de hoek kijken: omdat zij café’s in Rammallah bezitten kun je daar alcohol drinken en gemengd dansen. Dat geeft denk ik precies aan waarom de presentie van het christendom in het Midden-Oosten nodig is. Er gaat een matigende invloed van uit.
In de lectuur van de Palestijnse theologen die we als sympathisanten in Nederland lezen, komen we de analyses van hun eigen samenleving zoals Van Diggele die geeft in directe zin niet tegen. Maar wel indirect! Ik denk aan de hartstochtelijke wijze waarop Naim Ateek de weg van de geweldloze inzet en strijd om recht en verzoening bepleit, in theologie en praktijk – dus precies als Palestijns alternatief voor al het geweld zoals Van Diggele dat beschrijft als veroorzaakt door het  DNA met dubbele helix van oude woestijncultuur en van islamistische ideologie. Ik denk ook aan de parallellen die Mitri Raheb, theoloog in Bethlehem, trekt tussen het leven onder Romeinse bezetting aan het begin van de christelijke jaartelling en die onder Israëlische bezetting nu. Het is een sterke en daarom riskante manier van ‘framing’. Maar het betekent niets minder dan dat de politieke verdeeldheid en machtspolitiek van nu ook heel erg lijkt op die tussen de rivaliserende facties en bendes die in het jaar 70 samen hebben geleid tot de joodse ondergang in Palestina. Als Abbas een soort koning Herodes is ziet het er gewoon somber uit voor een goede afloop van ‘de Palestijnse zaak’. Mitri Raheb bepleitte heel nadrukkelijk het achter zich laten van slachtoffergevoelens, om plaats te maken voor een ‘cultuur van het leven’. De boodschap van Jezus is superactueel.
Dus ook na Van Diggele blijft het een schandaal dat het Nederlandse christendom zich 100 jaar na Balfour niet veel vierkanter tot bondgenoot maakt van de Palestijnse christenen, van vredesbewegingen aan weerskanten van ‘de Muur’ en daarmee van het Palestijnse volk dat dubbel lijdt, zowel onder de bezetting als onder haar eigen gewelddadige tribale mannencultuur.
26/10/17

Wordt Palestijnse noodkreet gehoord?

June 22nd, 2017 Comments off
Categories: Kerk, Opgemerkt Tags: ,

Raam was al open

June 8th, 2017 Comments off

(oorspronkelijke tekst ingezonden reactie Trouw 8 juni 2017)

Wat een treurig beeld schetste hoofdredacteur Cees van der Laan zaterdag 3 juni​ ​van kerkelijke gelovigen. Het is het beeld van een eilandje waarop ze zichzelf teruggetrokken hebben terwijl de zeespiegel alsmaar verder stijgt. Ze ‘zien de wereld om zich heen seculariseren, ze zien hun vertrouwde wereld kleiner worden.’ En alsof dat nog niet erg genoeg is komen dan ook nog eens ‘de theologen, de geestelijke leiders, van binnenuit een steen door de kerkramen gooien’. Met hulp van de krant natuurlijk, want Van der Laan ziet het als zijn roeping om een platform voor nieuwe idee​ën te bieden.
Van der Laan gebruikt ondertussen De Lange met zijn schrijfsel over hemel en eeuwigheidsbeleving voor een eigen agenda. De Lange gooide helemaal niet agressief een steen door de ruit. Hij schreef in de wij-vorm. En omgekeerd hebben veel gelovigen heus geen hulp van theologen nodig om niet in primitieve idee​ë​n over God en hemel te blijven hangen. Ze hebben ook tv en internet en de kanker en het terrorisme vallen hen soms ook rauw op het dak. De deuren en ramen zijn al open. Velen blijven juist in de kerk omdat er ruimte is voor kritisch nadenken en een persoonlijke spirituele zoektocht. En als ze dan wat langer vrijmoedig op hun fantasie blijven leunen dan de geharnaste athe​ï​sten heeft dat niets met conservatisme te maken.

Categories: Kerk, Opgemerkt Tags:

Johann von Staupitz – *ca. 1460, Motterwitz – † 28 december 1524, Salzburg

January 7th, 2017 Comments off

Christus jaagt geen angst aan. Hij troost

De theologische boeken van dr. Staupitz zijn al lang vergeten. Zijn belang ligt in zijn aandacht voor de begaafde maar angstige jongeman die pas was ingetreden in een van de kloosters die hij visiteerde. Eens hebben ze wel zes uur samen gepraat. Wat tobde deze monnik zich af over zijn nalatigheden! Wat een zelfreinigingsdwang! Staupitz werd zijn biechtvader. ‘Je weet niet Martinus, hoe nuttig en nodig deze aanvechtingen voor jou zijn, want God oefent jou niet zonder reden; je zult zien dat Hij je zal gebruiken als een dienaar om grote dingen te doen.’ Hij zei geen bijzondere dingen. Hij wees Luther eenvoudig op de genademiddelen van de kerk en op het bloed van Christus. Niet teveel drukte over ‘poppekwaad en pekelzonden’! Maar de woorden waren goed getimed. Luther schreef: ´Ik nam Uw woord in mij op als een stem van de hemel: ware boete is geen andere, dan die met de liefde tot de gerechtigheid en tot God begint´. Hij leerde de waarheid over zichzelf in het liefdevolle oordeel van God te vinden. ´Als Doctor Staupitz, of liever God dóór Doctor Staupitz mij niet uit de verzoekingen geholpen had, ik was er in verzopen en allang in de hel´.
Staupïtz vervulde allerlei rollen binnen de Saksische provincie van de orde van de Augustijnen. Sinds 1502 was hij tevens de eerste dekaan van de nieuwe universiteit van Wittenberg. Voor Luther was hij behalve een vaderlijke vriend ook de mentor die zijn opleiding stimuleerde. Hij haalde hem naar Wittenberg en maakte hem in 1512 tot zijn opvolger als professor bijbelwetenschap. Luthers bezwaren wuifde hij weg met de opmerking dat God het tegenwoordig erg druk had en wel een paar doctores in zijn raad kon gebruiken. Later stuurde hij op zijn verzoek Luthers bezwaren tegen de aflaat naar de paus door en ontsloeg hij hem van zijn kloostergeloftes. Een Lutheraan werd hij zelf niet. Om de conflicten te mijden trok hij zichzelf terug uit de orde en werd hij benedictijn. Vlak voor zijn dood schreef hij Luther nog een brief. Hij had veel van Luther geleerd. Hopelijk konden ze nog eens samen praten.
Van de zeven sacramenten bleef Luther er drie eerbiedigen: naast Doop en Avondmaal ook de biecht, ook al gaf hij er een nieuwe draai aan. Hij had de waarde ervaren van het geestelijke gesprek. In de Protestantse Kerk moet vanaf 2017 iedere predikant en kerkelijk werker periodiek een vorm van geestelijke begeleiding, supervisie of intervisie zoeken. Iedereen een eigen Herr of Frau Staupitz!
(2016)

Dominicus de Guzmán – *plm. 1170, Caleruega (Castilië) – † 6 augustus 1221, Bologna

January 7th, 2017 Comments off

Hij was altijd vrolijk en lachend, behalve als hij zich ontfermde over de ellende van zijn naasten

Op 22 december is het achthonderd jaar geleden dat Dominicus de Guzman pauselijke goedkeuring kreeg voor de leefregel van zijn zestien ´predikheren´. Daarmee was de stichting van de orde van de Dominicanen een feit. Dominicanen waren net als Franciscanen een bedelorde en beide ordes maakten nog tijdens het leven van hun stichter een snelle groei door. In 1232 ontstond de eerste vestiging in ons land. Het verdwenen Dominicaner klooster in Winsum ontstond in 1276 en zou in functie blijven tot de Beeldenstorm van 1566.
Over Dominicus gaan mooie verhalen. Op een keer kwamen de broeders die erop uitgestuurd waren om een ontbijt bij elkaar te bedelen, terug met hoogstens de helft van wat nodig was. Dominicus werd daar niet treurig van. Integendeel, hij begon een dans en prees God. Het werkte aanstekelijk op de broeders. Een vrouw die passeerde dacht dat ze een stel dronken mannen zag. Maar toen ze beter geïnformeerd was ging ze naar huis en kwam terug met wijn, brood en kaas. Als ze God al konden danken voor een miserabel hongerloontje, dan wilde ze graag bijdragen aan nog meer van zulke vreugde.
Dominicus en Franciscus hebben elkaar meermalen ontmoet. Dominicus bewonderde Franciscus en zou bij hun laatste ontmoeting als aandenken om het koord van zijn pij hebben gevraagd. Hun achtergronden waren heel verschillend en dat werkte door. Dominicanen preekten vaak langer en geleerder, de Franciscanen korter en eenvoudiger. Dominicus was van Castiliaanse adel en een geschoold theoloog. Hij had in Zuid-Frankrijk rondgetrokken om daar in urenlange openbare discussies de kathaarse Albigenzen van hun gedachten te bekeren. Deze ‘ketters’ hechtten grote waarde aan bijbelteksten over armoede en kuisheid. Het bestrijden van ketterij en bevordering van de eenheid van de Kerk was een van de doelen van het belangrijke Lateraans Concilie van 1215. Dominicus en zijn gezellen kregen de opdracht tot prediking, biecht horen, zielzorg en geloofsverdediging. Daarvoor was goed theologisch onderwijs nodig. Uit de gelederen van de Dominicanen kwamen zo de grootste theologen van de Middeleeuwen voort, maar ook belangrijke mystici, en in de afgelopen eeuw enkele Nobelprijswinnaars. Helaas werd ook de inquisitie hun terrein, het onderzoek naar de leer. En als de Reformatoren van de zestiende eeuw stevige tegenspraak kregen, kwam dat vaak van Dominicanen. Hun naam werd wel gelezen als ‘Domini Canes’: honden van de Heer.
Van Dominicus´ hand is slechts één briefje bewaard. Uit dat klooster in Winsum is wel iets bijzonders bewaard gebleven: het oudste Nederlandse handschrift met orgelmuziek, geheel in stijl gebonden achterin een prekenbundel.  (2016)

Hendrik van Zutphen – 1488/89 Zutphen – 10 december 1524 Heide (Dtsl.)

January 7th, 2017 Comments off

Wat door de mensen aan goede zeden bij elkaar geflanst wordt is niets anders dan mooie bladeren van de evangelische vijgeboom om de zonde te verbergen

Nederland heeft ook Lutherse reformatoren voortgebracht. Hendrik van Zutphen geldt als de reformator van Bremen. Zijn verhaal laat zien hoe snel de ideeën van Luther wortel schoten. Een belangrijk netwerk vormden de Augustijner kloosters. Hendrik van Zutphen was een Augustijner monnik en had van 1508 tot 1514 gestudeerd aan de nieuwe universiteit van Wittenberg, gelijktijdig met Luther. Eerst werd hij subprior van een klooster in Keulen, in 1516 prior in Dordrecht. Beide keren was hij betrokken bij het invoeren van strakkere regels, niet tot vreugde van Luther, plaatsvervangend hoofd van de Saksische kloosterprovincie. Van eind 1519 tot 1521 studeerde hij weer in Wittenberg. Bij zijn ‘bachelor’ verdedigde hij stellingen over de rechtvaardiging door het geloof, over de natuur van de mens en de wet, over geloof en liefde. Hij studeert af met een dispuut over het hogepriesterschap van Christus en het misoffer. Hendrik wees de gedachte af dat Christus zijn maaltijd als een nieuw offer had ingesteld. Deze maaltijd was niet anders dan een teken van geloof en liefde, uitgedeeld door de diakenen.
Hij vertrok naar Antwerpen, een broeinest van Lutheranen. Net als zijn voorganger werd ook hij gevangengenomen, maar daarop volgde een bevrijding door het in groten getale opgelopen volk, het meest vrouwen, en een vluchtroute langs verschillende Augustijner kloosters in Holland. Hendrik duikt uiteindelijk op in de vrije handelsstad Bremen. Daar slaat zijn prediking over ‘geloof alleen’ goed aan. Hij weet bevriende voorgangers in de stad benoemd te krijgen. Zelf wordt hij beroepen in Meldorf in Dithmarschen (Holstein). Maar zijn optreden is een doorn in het oog van de prior van het plaatselijke dominicanenklooster. De man zet een stel boeren aan tot actie. Beneveld door bier lichten ze Hendrik van zijn bed, slepen hem aan een paard naar Heide en verbranden hem.
Luther stuurde de stad Bremen een troostbrief. De hele Dithmarschen ging tot de Reformatie over. De oude kerken in het centrum van Bremen zijn nog altijd Luthers, met een rijke muzikale traditie.
Waarom de geschiedschrijving speciaal vermeldt dat de moordenaars Hamburger bier hadden gedronken: een geval van rivaliteit tussen twee havensteden? (2016)

Ambrosius van Milaan – *plm. 340, Trier (?) – † 4 april 397, Milaan

January 7th, 2017 Comments off

Kom, verlosser van de volken!

Kerkvader Ambrosius heeft geen onverdeeld gunstige pers. In zijn tijd werd het christendom steeds meer staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. Ambrosius is er medeverantwoordelijk voor dat dit niet gunstig uitpakte voor de joodse minderheid. Toen er ergens bij rellen synagoges in brand waren gestoken vond hij het niet nodig dat keizer Theodosius medewerking verleende aan de wederopbouw. Een verkeerde toon was gezet.
Toen de keizer op een keer een stel opstandige Grieken ongenadig had afgeslacht legde Ambrosius hem een publieke boetedoening op, waaraan de keizer gehoorzaamde. Dat dan wel weer. Ambrosius was tegen de doodstraf. En hij zette zich in voor de armen en was een voorbeeld van sober leven.
Volgens een legende zoemde er een zwerm bijen boven de pasgeboren baby en legden ze honing in zijn kleine mond. Zo werd hij hun beschermheilige. Zijn vader zou het hebben opgevat als een teken van toekomstige welsprekendheid. De legende kan afgeleid zijn van zijn naam, Ambrosius betekent zoiets als godenspijs. Feit is wel dat hij zich ontwikkelde tot een goede spreker. Bij een conflict over een bisschopsbenoeming in rijkshoofdstad Milaan wierp deze rijksfunctionaris zich op als bemiddelaar. Maar de aanwezigen in de kerk begonnen ‘Ambrosius bisschop’ te roepen. Vox populi vox dei was de regel: de stem van het volk is de stem van God. Waarop hij zich na enige aandrang liet dopen (gedoopt zijn ging nog wat moeilijk samen met het dragen van een overheidsambt) en het ambt aanvaardde. Hij kon goed Grieks lezen en schrijven, waardoor hij zich de theologie van zijn tijd snel eigen kon maken en met collega’s elders in correspondentie stellen. En zijn preken werkten op menigeen betoverend. Het leidde ertoe dat niemand minder dan de latere ‘kerkvader’ Augustinus zich door hem liet dopen.
Hij schreef ook een reeks theologische verhandelingen. Maar zijn belangwekkendste bijdrage aan de kerk werden zijn liederen. Ambrosius stimuleerde het zingen van de gemeente. Niet alles wat als ‘Ambrosiaans lofgezang’ wordt gezongen is van hem afkomstig. Mogelijk wel de tekst van het Te Deum. En in elk geval de tekst en de muziek van enkele geslaagde strofische liederen. Met stip op één staat Veni redemptor gentium. Het is ons oudste kerstlied. Luther heeft met succes ervoor gezorgd dat het ruim een millennium later een tweede leven kreeg in de vorm van het lied ‘Nun komm der Heiden Heiland’, ‘Kom tot ons, de wereld wacht’ (lied 433). Hij hoefde in 1524 voor zijn eerste lied maar vier noten weg te laten en de tekst te vertalen. In Duitse liedboeken is het nog steeds vaak nummer 1. Bach leverde er wonderschone muziek bij.
Luther liet een paar strofen over de maagdelijkheid van Maria weg, een stokpaardje van Ambrosius. Sommige vaders in Milaan lieten hun dochters thuis uit angst dat ze onder de invloed van zijn preken zouden kiezen voor levenslang behoud van hun maagdelijk staat. Het was kennelijk ook Luther te gortig. Van hem hoefde het celibaat en het ongehuwde leven als monnik of non niet meer.
Overigens heb ik geen bezwaar tegen hemelse bijstand voor onze bijen. Ze hebben het slecht. (2016)

Charles de Foucauld – *15 september 1858, Straatsburg, – †1 december 1916, Tamanrasset (Algerije)

January 7th, 2017 Comments off

Tot alles ben ik bereid, alles aanvaard ik, als Uw wil maar geschiedt in mij en in al uw schepselen

Charles de Foucauld wordt steevast genoemd als het gaat over evangelisch leven in een islamitische omgeving. Rond het jaar 1220 bepleitte Franciscus van Assisi al ‘een tweede manier om onder de Saracenen (= moslims) te leven’, namelijk door het getuigenis van een leven in dienstbaarheid en vrede. Alleen als daarvoor een opening zou zijn zou er in woorden getuigenis moeten worden afgelegd van de christelijke hoop. Franciscus was geen voorstander van het zoeken van het martelaarschap door een ongevraagd getuigenis met woorden. Toen een paar broeders op missie in Noord-Afrika het leven lieten, verheerlijkte Franciscus dit martelaarschap niet. Twee jaar later in de pauselijk goedgekeurde versie van Franciscus’ leefregel was deze ‘twee manier van leven’ echter verdwenen. De westerse kerk bleef de islam zien als een godsdienst die toch vooral door verkondiging van het Evangelie moest worden bestreden.
De Fransman de Foucauld maakte indruk door de manier waarop hij eeuwen later juist die tweede manier in de Algerijnse bergen praktiseerde. Als jongere gold hij eerst als onverschillig en onstuimig, hoewel ook intelligent en ijverig. De Frans-Duitse oorlog van 1870 bracht de nodige verhuizingen met zich mee. Hij verloor zijn geloof, las veel, liet het breed hangen, was ongedisciplineerd. Twee keer vocht hij in het Franse leger in Algerije. Een rusteloos levend mens: er volgen ontdekkingsreizen, relaties gaan aan en uit, dan een bekering tot het katholieke geloof, intrede in een trappistenklooster, verblijf in een dochterklooster in Syrië, weer uittreden, werk bij de Clarissen in Nazareth, wijding als diaken en priester. Langzamerhand wordt hem zijn ideaal wel duidelijk. Een nieuwe christelijke spiritualiteit die hij de ‘weg van Nazareth’ noemde. Hierin gaat het om het navolgen van de ‘verborgen Jezus’ zoals hij tot aan zijn openbare optreden leefde als arme en stille arbeider. Voor de Foucauld betekende dit een leven van gebed en meditatie en met een goed voorbeeld van vriendelijkheid. Hij deed dat eerst in Marokko en later onder de Algerijnse Toearegs, arm onder de armen. Hij verzorgde er een woordenboek Toearegs-Frans en een grammatica. Totdat plunderaars hem op een dag vastbonden. Hun dodelijke schot was per ongeluk.
Op dat moment had hij geen volgelingen. Pas in de jaren ’30 volgde in zijn geest de stichting van enige ordes. Zijn ideaal viel ook terug te zien in de priester-arbeiders in grote industriesteden of onder de arme boeren van Latijns-Amerika: het getuigenis van christen-zijn metterdaad. (2016)

Paolo dall’Oglio – *17 november 1954, Rome – †29 juli 2013, Raqqa (?)

January 7th, 2017 Comments off

Wij zijn ervan overtuigd dat een voorzichtige en bewuste toenadering tussen christenen en moslims ook voor de christenen iets goeds voortbrengt

Paolo dall’Oglio is een Italiaan die in 1992 het verlaten Syrische woestijnklooster Mar Moussa betrok, opknapte en tot nieuw leven bracht. Totdat ook hij slachtoffer werd van het geweld in Syrië en Irak.
Een Jezuïet. Dall’ Oglio vond zijn roeping in een land dat gestempeld is door de islam. Bekeringsijver? Het indrukwekkende betoog dat hij als een geestelijk testament heeft nagelaten is gericht op christenen. Vanuit zijn eigen praktijk van het ‘dubbel toebehoren’ bepleit hij een respectvolle en liefdevolle ontmoeting met de islam en met moslims. Soms noemde hij zichzelf zelfs moslim, in de lijn van zijn verzet tegen de scheidingsmuren tussen de verschillende identiteiten. Zijn kloostergemeenschap beoefende maximale gastvrijheid voor moslims en zoekende pelgrims. Getuigen en evangeliseren betekent Jezus zo radicaal mogelijk navolgen. Net als Paulus ‘Jood met de joden, Griek met de Grieken, voor allen alles’ willen zijn. Niet uit zijn op groei van de eigen kerk, maar op versterking en verdieping van wat de ander al heeft aan ‘waarheid’. Onder de verschillen in leerstellingen en in godsdienstige praktijken zitten diepgaande overeenkomsten in verlangens. En God is vaak juist in de ontmoeting aanwezig.
Als zijn islamitische gesprekspartners en kloosterbezoekers uiteindelijk vroegen om de doop of deelname aan de eucharistie raadde hij dat soms af. Om hen moeilijkheden te besparen en om de verschillen niet te laten verwateren. Liever zag hij dat ze binnen de islam volgers van Jezus van Nazareth werden dan dat ze ‘over’ zouden gaan. Het verleden scheidt, de gezamenlijke toekomst zal verbinden.
Zijn boek houdt westerlingen ook een spiegel voor. Het westen beoordeelt de cultuur en de gewoontes van het Midden-Oosten vaak kortzichtig en hooghartig. Ook het Westen kende lang een verbinding van geloof met macht en politieke meerderheid. En dat heeft het christendom geen goed gedaan. De kerk is nu een minderheid in een samenleving met een seculiere ‘religie’ die ook ‘post-christelijk’ is en die soms even afwerend is tegen andersdenkenden als de islam dat vaak was en is. Ook in die omgeving is de aangewezen weg een praktijk van ‘dubbel toebehoren’ van trouw aan het Evangelie en tegelijk een diepe en uitnodigende verbondenheid met onze seculiere naaste.
Dall’Oglio genoot het respect van groot-moefti’s in zijn land. Maar zijn kritiek op Assad betekende in 2011 zijn uitwijzing. Toen de spanningen in het land verder opliepen kwam hij toch terug om te kijken hoe hij kon bemiddelen. Sinds 29 juli 2013 ontbreekt elk spoor. Een zegsman beweerde een jaar later dat hij door IS was geliquideerd. Andere leden van Mar Moussa zijn gevlucht.

(2016)

Categories: Uncategorized Tags: ,