David à Doreslaer – * Enkhuizen 1610 † Zierikzee 1671

December 31st, 2016 Comments off

Aller ogen zullen later deze sportzomer op Brazilië gericht zijn. Ooit was de oostelijke punt van dit enorme land in Nederlands bezit. Nadat Piet Hein de Zilvervloot had gewonnen verdreven de Hollanders er de Portugezen. Tussen 1630 en 1654 had de Westindische Compagnie hier een kolonie met Recife als hoofdstad, met Johan Maurits van Nassau-Siegen (die van het Mauritshuis) van 1637-1644 als gouverneur. Nog altijd liggen er Hollandse forten. Op het hoogtepunt was dit een kolonie van 90.000 mensen: Hollanders, Portugezen, Afrikaanse slaven en Brazilindianen. Joden uit Amsterdam, actief in de handel, bouwden er synagoges. De Jezuïeten werden verdreven, maar verder bestond er in de kolonie godsdienstvrijheid, in deze vorm totaal nieuw voor Zuid-Amerika. De slavernij bleef grotendeels intact. Hollanders gingen zich van hieruit juist steeds meer toeleggen op de internationale slavenhandel.
Er werden ook protestantse kerken gesticht. Zo’n twintig gemeentes vormden de eerste overzeese classis. Niet alleen voor eigen mensen. Om het ‘rijk van Christus’ uit te breiden moest de katholieke invloed van de Portugezen op slaven en in het bijzonder de indianen protestants worden beconcurreerd. Hier werd David a Doreslaer, predikantszoon uit Enkhuizen, in 1638 de eerste echte zendingspredikant onder de Tupi-indianen. Werkend vanuit hun dorp Mauricia zag hij hun grote sterfteoverschot door ziekte, drank en de permanente oorlogssituatie. Hij bepleitte met succes de naleving van de grondwettelijke vrijheid van slavernij voor deze indianen, zorgde voor diaconale hulp in de vorm van medicijnen, kleding om hun naaktheid te bedekken en vierde er in 1640 voor het eerst Avondmaal. Dat betekende vertaalwerk. Maar zijn catechisatieboekje met liturgieën in het Tupi, het Hollands en het Portugees veroorzaakte in Holland, waar het gedrukt werd, veel gedoe. Wat gebeurde hier met de Formulieren van Enigheid? Werd er in het eenvoudige Avondmaalsformulier niet teveel weggelaten? Ondanks de kerkelijke protesten uit Holland verscheepte de Compagnie de boekjes naar Brasil. Doreslaer stuurde een Apologie. Hij verdedigde de oordeelsbevoegdheid van de overzeese classis en benoemde de moeilijkheden van het vertalen van de boodschap van het geloof in een andere taal en een andere omgeving. Typisch een discussie die altijd speelt rond missionair pionierswerk. 
Vrede tussen Nederland en Portugal betekende vanaf 1641 het vertrek van de Hollandse militairen. Doreslaer kwam ook terug naar Nederland. De partij ‘vraagboekjes’ verschimmelde in een magazijn. Het verzet van de Portugezen gecombineerd met religieuze haatmotieven bracht uiteindelijk het Hollandse bestuur ten val. De kolonie werd verkocht. De protestantse indianen sloegen op de vlucht ver het binnenland in. Ze zouden tegen het einde van de 17de eeuw totaal zijn uitgeroeid. Ook de joden moesten vertrekken. Doreslaer had nog een mooie predikantenloopbaan. Zijn lakzegel had een indiaanse pijl en boog.

(2016) Afbeelding lakzegel met dank aan het Zeeuws Museum

 

Blaise Pascal – *19 juni 1623, Clermont-Ferrand – † 19 augustus 1662, Parijs

December 31st, 2016 Comments off

Het hart heeft zijn redenen die het verstand niet kent

Pascal bewees het bestaan van het vacuüm en het onderscheid in luchtdrukverschillen. Druk wordt sindsdien uitgedrukt in eenheden pascal. Nog maar zestien jaar oud had hij ook al een meetkundige stelling geformuleerd voor veelhoeken. Hij bouwde de eerste rekenmachine voor zijn vader: belastingambtenaar. En bedacht een openbaar-vervoersysteem met koetsen.
Na Pascals dood vond men in de voering van een kledingstuk een getuigenis in tweevoud op perkament en papier. Dit Mémorial begint zo: ‘Het genadejaar 1654. Maandag 23 november. Vanaf ongeveer half elf ‘s avonds tot ongeveer half één ‘s nachts. VUUR. God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob. Niet de God van filosofen en geleerden. Zekerheid. Zekerheid. Gevoel. Vreugde. Vrede. God van Jezus Christus.’ Na die ervaring was hij vaak in het klooster te vinden geweest, Port-Royal bij Parijs, waar een zus was ingetreden. Dit stond in het centrum van heftige debatten over de genadeleer van kerkvader Augustinus. Pascal raakte ook geïnteresseerd. Om zijn vele pijnklachten te verdringen studeerde hij veel. In anonieme ‘Brieven van een provinciaal’ schaarde hij zich achter de ‘Jansenisten’ van Port-Royal tegenover de Jezuïeten, de paus en de Zonnekoning. Maar hij bleef zijn kerk trouw en werkte aan een groots opgezet boek om het christelijk geloof te verdedigen tegen de sceptici. Het kwam niet verder dan een verzameling losse notities, de Gedachten.
Niemand minder dan Nietsche, de dwarse filosoof ‘met de hamer’, bewonderde twee eeuwen Pascals verdiepte kijk op de mens. Pascal benoemt zowel de nietigheid en misère als de ‘grandeur’ van de mens. De ene kant verwijst naar de zondeval, de ontkenning van zijn bestemming en roeping. De andere kant verwijst juist naar de grootheid en liefde van de Schepper. Dat geldt ook van de verveling waarin de mens zich soms bevindt. Die kan voortkomen uit zijn ongehoorzaamheid. Maar ook uit de trekkracht van het verlangen dat God in de mens heeft geplant, het verlangen naar de verloren vrede.
De net afgetreden scriba van onze synode dr Arjan Plaisier was gepromoveerd op een studie over Pascal en Nietszche. In acht jaar synodeschrijfwerk zijn we als kerk ongemerkt ook verrijkt met eenheden Pascal. Desondanks groeide het vacuüm in onze samenleving als het gaat om Godsbesef toch gestaag verder.
Bij Pascal denk ik altijd ook aan een opmerking van Hans Küng: terwijl Pascal zijn gedachten formuleerde over de grootheid en nietigheid van de mens liet Zonnekoning Lodewijk XIV honderden arbeiders om het leven komen in de moerassen van Versailles om er tuinen aan te leggen. De daden van het christendom blijven vaak achter bij de woorden.
(2016)

Harriet Beecher Stowe *14 juni 1811 Litchfield (Connecticut) – † 1 juli 1896 Hartford (Connecticut)

December 31st, 2016 Comments off

Het is een kwestie van de kant van de zwakken tegen de sterken kiezen. Iets dat de beste mensen altijd gedaan hebben.

De hut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe is een van de bekendste boeken uit de Amerikaanse literatuur. Uncle Tom’s cabin vormde een aanklacht tegen de slavernij. Het verscheen in 1851 en 1852 zoals toen vaak gebruikelijk was in afleveringen. Het eerste Amerikaanse boek met een Afro als hoofdpersoon tekende het harde slavenbestaan onder gewelddadige meesters en meedogenloze handelaren. Het was geïnspireerd op de biografie van de voormalige slaaf Josiah Henson en de ervaringen van een predikant bij de Undergound Railroad, de organisatie die slaven hielp te ontsnappen. Ze schreef het tussen het koken en andere huishoudelijke bezigheden door. Het was alsof God haar rechtstreeks de woorden dicteerde, schreef ze later. Ze moest spreken voor de onderdrukten die niet zelf konden spreken.
Het boek ondervond direct en ook later wel scherpe kritiek. De vrome Tom die zich liever liet doodmartelen dan zelf een zweep ter hand te nemen zou met zijn lijdzaamheid niet representatief zijn. Het boek zou te sentimenteel zijn. Maar het had internationaal een enorme impact. Het is vertaald in wel zestig talen. Ook in het Nederlands. Hier verscheen het al in 1852. En het heeft flink bijdragen aan de afschaffing van de slavernij en volgens menigeen ook aan het uitbreken van de Amerikaanse burgeroorlog.
De kleine vrouw die een grote oorlog teweeg had gebracht met een boek kwam uit het grote en geëngageerde gezin van de gerespecteerde predikant Beecher in Boston. Ze had als tiener ‘haar leven aan Jezus gegeven’. Toen ze het haar vader meedeelde concludeerde hij: ‘wel, dan is er vandaag een nieuwe bloem in Gods koninkrijk gaan bloeien’. Het gezin verhuisde in 1832 naar Cincinnatti waar de anti-slavernijbeweging stevig voet aan de grond had. Ze had een gelukkig huwelijk met professor Calvin Stowe die haar ook aanmoedigde in haar schrijversloopbaan. Hun huis was een station op de vluchtroute voor slaven.
Ze schreef ook geloofsliederen. ‘Still, still with The’ (stil bij U) raakte wijd verbreid dankzij de verbinding met een Lied ohne Worte van F Mendelssohn-Bartholdy. Een intiem en mystiek lied dat de beleving van het ontwaken van de natuur bij het ochtendgloren verbindt met het gevoel van een diepe rust door de verbinding met God. Ze stond vaak al om half vijf op om het ochtendgloren mee te maken. In woorden van de progressieve theologe Dorothee Sölle: ‘Harriet Beecher Stowe is een vrouw die de eenheid belichaamt van wat mystiek en verzet kunnen betekenen.’

Wynfreth/ Bonifatius – *672 Wessex – † 5 juni 754 Dokkum

December 31st, 2016 Comments off

Tracht door uw vrome gebeden te bereiken dat onze God en Heer Jezus Christus, die wil dat alle mensen behouden worden en tot erkenning van God komen, de harten van de heidense Saksen tot het katholieke geloof bekeert

Protestanten doen mee met de jaarlijkse herdenking van de moord op Bonifatius.
Hij moet nog een Bijbel boven zijn hoofd gehouden hebben om zich te verweren tegen de Friese zwaarden. 1300 jaar geleden arriveerde Wynfreth in Dorestad voor een missie in de gebieden van de Friese koning Radboud. Al snel keerde hij wegens mislukking teleurgesteld naar zijn Benedictijner klooster op het Britse eiland terug. Niet voor lang. Wynfreth was al lang genoeg honkvast geweest. Als kind was hij vanwege een gelofte van zijn vader tijdens een ziekte aan het klooster afgestaan. Hij had er snel carrière gemaakt als priester, leider van een kloosterschool, diplomaat, prediker, biechtvader van veel mannen en vrouwen. Maar de stijgende roem was hem gaan benauwen. Bang als hij was om tekort te schieten wilde hij zijn dienst aan God intensiveren.
Na de eerste mislukte Friezenzending trok hij opnieuw naar het vasteland. Van de paus kreeg hij de opdracht tot zending onder de Germanen. Het tweede deel van zijn leven is hij voornamelijk in Duitsland werkzaam geweest, het Oostfrankische rijk, onder bescherming van verschillende hertogen en vorsten en onder rechtstreeks gezag van de paus die hem in 719 de naam Bonifatius geeft. Waar hij rondreist treft hij vaak een kerkelijk leven aan dat in zijn ogen verbetering behoeft. Waar mogelijk probeert hij de kerk te verbeteren en te vernieuwen. Daarvoor moet hij invloed uitoefenen op vorsten en hun benoemingsbeleid van bisschoppen. Ze moeten meewerken aan het bijeenroepen van synodes en de uitvoering van synodebesluiten. Zijn kerkpolitiek roept vaak verzet op. Hij is soms roomser dan de paus. En niet bang. In een van zijn langste brieven schuwt hij niet om een vorst stevig de les te lezen over zijn levenswijze. De grote kring van vertrouwelingen om hem heen, monniken en nonnen vaak net als hij van overzee, kennen ook zijn zorgen en angsten. Veel van zijn brieven zijn eigenlijk gebedsbrieven.
Vorst Karloman weet hij te bewegen kloosterling te worden. Bonifatius wil mensen een geestelijk leven laten leiden. Maar zou het Frankische rijk niet beter afgeweest zijn met een christelijk vorst die op zijn post bleef? Zo vroeg biograaf Auke Jelsma.
In 754 ging de grijsaard nog een keer op missie naar de noordgrens van zijn territorium. Waardig te paard en met een legertje metgezellen. Want Saksen en Friezen moet je imponeren met uitstraling van autoriteit. Deze keer werkt het niet. Hij is begraven op zijn basisstation, het klooster van Fulda. In no time gold hij als een heilige. Geen knuffelheilige. Wel respectabel om zijn volstrekte toewijding aan het Evangelie.

(2016)

Categories: Uncategorized Tags:

Mary Barrett Dyer – *plm 1611, Engeland – †1 jun 1660, Boston

December 30th, 2016 Comments off

Mijn leven telde voor mij niet vergeleken met de vrijheid van de waarheid van de levende God

Vrijheid van godsdienst is een grondrecht dat pas heel langzaam is uitgevonden. In grote delen van de wereld geldt het nog steeds niet volledig, in sommige landen is het zelfs weer afgeschaft. Ook protestanten die zelf een geschiedenis van lijden om het geloof achter zich hadden, vonden het niet zomaar vanzelfsprekend. Als puriteinen en anderen zich omwille van vrije uitoefening van het geloof in een van de Britse koloniën aan de Amerikaanse oostkust vestigden, bleek ook in de zeventiende eeuw de religieuze intolerantie soms nog meegelift te zijn in de grote zeilschepen. De ophanging van de Quaker activiste Mary Dyer in Boston op 1 juni 1660 is een typisch voorbeeld van de ‘Willibrordprocessie’ die de godsdienstvrijheid in Amerika doormaakte: een stap achteruit, twee stappen vooruit. De koning greep in en zulke executies werden verboden in de staat Massachussets. Mary heeft er sinds een halve eeuw een standbeeld voor het parlement van de staat.
Kort na hun huwelijk in 1635 in Engeland was het echtpaar Mary en William Dyer overgestoken. Ze werden als Puriteinen lid van de kerk in Boston. Ze waren beide goed ontwikkeld. William kreeg belangrijke functies. Ze raakten al snel actief betrokken bij een conflict binnen de kerk van Boston over de theologie van de genade. Een vrouw, Anne Hutchinson, speelde in de beweging een grote rol. Er werden bij haar thuis Bijbellezingen georganiseerd. Rond de tijd dat er processen tegen deze ‘ketters’ werden aangespannen beviel Mary van een doodgeboren kind, dat stiekem werd begraven. Het was namelijk mismaakt. En dat gold als een straf van God. Toen de gouverneur er lucht van kreeg werd het lijkje opgegraven. Dit was koren op zijn molen. De misvormingen van de opgegraven foetus werden schriftelijk breed uitgemeten. Nog tientallen jaren later deed het de ronde. En de ergste ‘ketters’ werden uit de kolonie verbannen. Elders, op Rhode Island, kreeg het echtpaar nog een reeks gezonde kinderen.
Dan is het een tijd stil rond hen. In 1652 zijn de Dyers weer in Engeland. Daar hoort Mary de stichter van de Quakers, George Fox. Ze ontmoet hem ten huize van zijn latere echtgenote Margaret Fell. Quakers vormden gemeenschappen zonder ambtsdragers en sacramenten, met een belangrijke rol voor stilte in de samenkomsten, en voor ieder het recht van getuigenis over wat het ‘innerlijk Licht van Christus’ hen ingaf. Dit sloot nauw aan op de visies die Mary in Boston al had omarmd. Ze wordt een Quaker missionaris.
Als ze in 1657 weer in New England aanlandt zijn er net anti-quaker-wetten aangenomen. Ze gaat linea recta de gevangenis in. Haar man heeft aanzien en weet haar vrij te krijgen, op voorwaarde dat hij haar thuis op Rhode Island stil houdt. Het verhaal wordt dan verder een aaneenschakeling van arrestaties, veroordelingen en verbanningen en een toch weer op verboden terrein opduikende Mary die gevangen Quakers bezoekt, het voor hen opneemt en weigert haar overtuiging af te zweren. Als ze in 1660 weer in Massachussets de wetten tegen de Quakers komt bestrijden is de maat vol. Ze moet nu echt hangen. Maar haar geweldloze verzet heeft dus vrucht gedragen.

Johan de Heer – *23 mei 1866 Rotterdam †16 maart 1961 Driebergen

December 30th, 2016 Comments off

Geestelijke spijze moest ik van over-de-zee wegnemen om in Nederland uit te delen

Hij vervaardigde en verkocht harmoniums, runde een uitgeverij met als voornaamste product zijn eigen zangbundel, en hij trad op als evangelist die de wederkomst van de Heer verkondigde via zijn evangelisatiebeweging ‘Maranatha’ en het tijdschrift ‘het Zoeklicht’ . In 1924 was hij mede-oprichter van de NCRV. Voor de microfoon zong hij jarenlang begeleid op zijn eigen harmonium zijn eigen liederen.
Johan de Heer was grotendeels een autodidact. De opdracht om liederen uit Engeland te importeren leidde hij af uit het feit dat een bijbeltekst over ‘het op vlotten over de zee doen voeren’ lang in zijn hoofd was blijven zeuren, tot hij in een Londense boekwinkel een goedkope liedbundel zag liggen. Engeland trok hem vanwege de grote religieuze opwekkingen.
Niet iedereen was van zijn zangkunst gecharmeerd. De dichterlijke en muzikale kwaliteiten van zijn liederen liet te wensen over. Theologisch gezien was zijn boodschap nogal eenzijdig. Maar Johan de Heer koesterde zijn handelsmerk van eenvoud en herkenbaarheid voor de gewone man.
De blauwe bundel met het gouden kerkraam voorop verscheen in twee versies: met en zonder noten. Het begon in 1905 met ‘Sankey-liederen’, liederen afkomstig uit het Leger des Heils, een selectie Psalmen, Gezangen en eigengemaakte evangelisatieliederen. En die mix is altijd kenmerkend gebleven, ook al verdwenen er bij elke nieuwe uitgave liederen en kwamen er andere voor in de plaats. Zoals het harmonium het deftige broertje was van het accordeon en de mondharmonica, zo waren deze liederen het antwoord op de volksmuziek en de marsliederen van andere bevolkingsdelen. In een eeuw tijd zijn er vele honderdduizenden bundels verkocht en ook vaak versleten.
De harmoniums zijn intussen uit de huiskamers verdwenen. De liederen haalden haast geen enkele kerkelijke liedbundel. Zijn boodschap over het Duizendjarig Rijk bleek met een korreltje zout genomen te moeten worden. De daarmee verbonden liefde voor de joodse staat Israël bleef te lang blind voor de feilen ervan.
Maar als geen ander had hij het voor elkaar gekregen dat hele generaties protestanten opgroeiden met het samen luidop zingen van reeksen liederen, bij de afwas of op zondagavond in de huiskamer geschaard rond het harmonium, vaak meerstemmig. Op de verenigingen voor jongens en meisjes, mannen en vrouwen van alle orthodoxe protestanten werd ook veel ‘JdH’ gezongen. Het een stimuleerde het ander. De limiet die kinderen op muziekles toch minstens moesten halen was dat ze de akkoorden van Johan de Heer konden spelen.
‘s Nachts klinkt een lied in mij op’ staat er in Psalm 42: 9. Liederen die je bij zijn gebleven kunnen van groot belang zijn om in turbulente tijden het emotionele roer recht te kunnen houden. De Heer begreep dat.

Madathiparamil Mammen Thomas – *15 mei 1916, Kozhencherry, Kerala  – † 3 december 1996, Manjadi, Kerala (India)

December 30th, 2016 Comments off

Christus is aanwezig en werkzaam in de wereld van vandaag, met zijn Wet en met zijn Liefde

Indisch eten kan pittig zijn. Madathiparamil Mammen Thomas was in de jaren ´60 en ´70 een hoofdrolspeler in de internationale oecumenische beweging. De Wereldraad van Kerken stond op het hoogtepunt van haar invloed. Mede door hem was dat met een pittige boodschap. In toespraken als voorzitter van het Centraal Comité tijdens de grote Assemblees van de Wereldraad en in een stroom van publicaties bepleitte hij een sociaal getuigenis van de kerken in de samenlevingen. Op allerlei manieren zag hij de wereld ‘in revolutie’. En dat bood kansen voor Gods revolutie. Kerken moesten zich sterk maken tegen apartheid en racisme en op de bres staan voor de mensenrechten, maar ook voor een eerlijke economie.
‘M.M.’ zoals zijn naam algemeen werd afgekort, een vriendelijke dwarsligger met een hoge stem, was eigenlijk een chemicus. Hij kwam uit de Syro-Malabaarse Kerk van India die zegt terug te gaan op het werk van de apostel Thomas.  Al in de 19de eeuw was er onder de Thomaschristenen van India onder invloed van Britse zending een geest van vernieuwing gaan waaien. Zo werd men onder meer kritischer tegenover het kastenstelsel.
Reeds als student sympathiseerde ´M.M.` met Ghandi en zijn onafhankelijkheidsbeweging.
Maar ook met de leer van Karl Marx. Op een keer vroeg hij zowel toelating tot het ambt in zijn kerk als het lidmaatschap van de communistische partij. Beide werden hem geweigerd. De partij vond hem te christelijk, de kerk te marxistisch. Van het marxistisch leninisme zou hij radicaal afstand nemen, van de kerk niet. Zijn sociale bewogenheid was en bleef levenslang diep geworteld in zijn christelijk geloof. In India gaf hij leiding aan een instituut in India voor bezinning op de grote maatschappelijke veranderingen.
Op de Wereldzendingsconferentie in Bangkok in 1973 zei hij over zendelingen: ze hebben stammen en dorpelingen verlost van de overheersing door de geesten van het heelal, zon, maan sterren, bergen en bomen, en van het fatalisme dat armoede in stand houdt. Ze hebben de heiligheid van de koe laten overgaan op de mens en een avondmaalsgemeenschap geprobeerd te stichten die de kasten overschrijdt. Maar de leer van de Wereldraad over Jezus als enige Heer en Redder van de wereld mocht van hem wel wat ruimer. Ook ‘ buren’ zoals hindoes, boeddhisten en moslims zijn, als ze innerlijk vernieuwd zijn, deelgenoten in de brede gemeenschap van Christus. Christus werkt ook buiten de kerk.
Wegens verschil van mening met de centrale Indiase regering over corruptie was zijn optreden als gouverneur van een regio maar van korte duur. Tot op hoge leeftijd bleef hij wereldwijd een veelgevraagd spreker en gastdocent. De Universiteit van Leiden gaf de goeroe in 1975 een eredoctoraat.
Een jongere broer herinnerde zich levenslang hoe Thomas hem eens tot de orde geroepen had met de woorden “wie is belangrijk, jij of God?’  Aan zijn muur hing altijd een poster met een gekruisigde Christus en de woorden: ‘Als jij niet liefhebt, wie dan?’

(2016)

Arsenius – *plm 354, Rome †rond 440, Troë bij Memphis

December 30th, 2016 Comments off

Arsenius is een woestijnvader uit het begin van de christelijke kloostertraditie. Hij was diaken toen hij een aanstelling kreeg aan het hof in Constantinopel van keizer Theodosius de Grote, de man die het christendom tot staatsgodsdienst van het Romeinse rijk uitriep. Hij moest de prinsen onderwijzen. Maar de riante positie en het luxe bestaan bevielen hem steeds minder. ‘Zwijg en bewaar de stilte’ kreeg hij als antwoord op zijn gebed om redding. Rond zijn vijftigste vertrok hij naar Alexandrië, aangetrokken door de roep van de monniken in de Egyptische woestijn. Zijn roem snelde hem vooruit. Maar toen hij in de deur verscheen van Johannes de Dwerg die hem zou begeleiden, keurde deze abt hem geen groet of blik waardig. Na een tijdje wierp hij hem een stuk brood voor de voeten. Arsenius schrok er niet voor terug. Precies wat hij zocht.
De manier waarop Egyptische monniken en zusters hun egocentrische verlangens te lijf gingen nam soms bizarre vormen aan. Arsenius leefde ook sober, maar niet extreem. Een andere monnik uitte een keer daarover verbazing. Waarop deze als antwoord kreeg dat menig monnik in zijn vorige leven herder of boer geweest was en dus gewend aan slapen op de grond, maar dat Arsenius zijn halve leven tussen linnen lakens op zachte bedden had geslapen.
Arsenius liet gemakkelijk tranen lopen. Bijvoorbeeld over het gedrag van zijn vroegere leerlingen toen ze keizer waren geworden.
Maar de beroemde geleerde werd een echte hesychast: kluizenaar die stilte (hesychia) zoekt. In een van de verhalen zit hij alleen met de Heilige Geest in een boot. Zijn zwijgen is de keerzijde van zijn poging om steeds in contact te blijven met de innerlijke Bron. Daarin is hij ongemakkelijk. Hij jaagt mensen weg. ‘Als jullie horen dat Arsenius ergens is, kom dan niet in zijn buurt’. Zo’n behoefte aan stilte en rust kan ook egocentrisch zijn. Deze stilte gaat niet over angst voor kritiek, afwijzing of spot. Of over gebrek aan interesse voor anderen. Arsenius dwingt vooral om na te denken over ons spreken. Worden onze woorden geboren uit luisteren: naar jezelf, naar je eigen ‘beter weten’, naar wat iemand echt vroeg, naar wat de ander tussen de regels door zegt of schrijft of chat, naar de Ander? Het hart ligt vaak gauw op de tong, maar wat voor een hart? En Arsenius is dan extra lastig voor dienaren van het Woord: zij die van spreken en schrijven hun beroep hebben gemaakt en vanwege hun opleiding en ervaring menen wel eens iets te weten.

Publicaties

December 30th, 2016 Comments off

Door Simon gezien. Anderhalve eeuw theologisch debat in het Nederlandse protestantisme over de opstanding van Christus. Een systematisch-theologische studie, Zoetermeer 2002 (dissertatie)

Drie preekschetsen, in: ‘Postille 2003-2004’, Zoetermeer 2003

Vijf stenen, vijf broden. Bijbelse kernwoorden van spiritualiteit, uitg. Narratio, 2007. Meer informatie  op de website www.dehogevijf.nl

Bijdragen aan de Bijbelse Dagkalender 2015 en 2016, uitg. Boekencentrum

 

Heiligenkalender op alfabet

December 30th, 2016 Comments off

Bijdragen voor de rubriek ‘Geloofsgetuigen’ vanaf 1-1-2014 in de Protestantse Kerkbode (prov. Groningen) en Geandewei (Fr)

A
5 aug Pavel Adelgjem
17 jan Abba Antonius, 251 Heracleopolis Magna – 356 Colzimberg Egypte?
15 sept Nicolaas Adriani
? dec Ambrosius van Milaan – *plm. 340, Trier (?) – † 4 april 397, Milaan
21 apr Anselmus van Canterbury 1033- 21 apr 1109
? mei  Arsenius *plm 354, Rome  – †rond 440, Troë bij Memphis
26 aug Augustinus
24 febr Gladys May Aylward 24 febr 1902 Edmonton Taiwan, 3 jan 1970
17 augustus Vedanayagam Samuel Azariah (17 augustus 1874 – 1 januari 1945)

B
21 mrt Joh. Seb. Bach 21 maart 1685 Eisenach 28 juli 1750 Leipzig
22 febr Willem Banning *21 februari 1888, Makkum – † 7 januari 1971, Driebergen
1 juni Mary Barrett Dyer *plm 1611 – 1660
4 febr George Bell
3 jan Basilius van Caesarea, rond 330 Capadocië – 1 jan 379 Caesarea
14 juni Harriet Beecher Stowe *14 juni 1811 Litchfield – † 1 juli 1896 Hartford (Connecticut)
13 sept Nicolaas Beets
18 mrt Nikolaj Berdjajev, 1874-1948
30 Willem van den Bergh (25 februari 1850, ‘s-Gravenhage – 30 april 1890, Montreux)
20 Bernard van Clairvaux, 1090 – 20 augustus 1153
10 mei Christiaan Frederik Beyers Naudé
17 sept Hildegard von Bingen, 1098–17 september 1179
9 apr Dietrich Bonhoeffer  (4 februari 1906 Breslau – 9 april 1945 Flossenburg)
5 juni Wynfreth/ Bonifatius – *672 Wessex – † 5 juni 754 Dokkum
9 Jheronimus Bosch, plm. 1450- 9 augustus 1516
15 apr Corrie ten Boom, 15 april 1892 – 15 april 1983
10 apr William Booth * 10 april 1829, Sneinton –  † 20 augustus 1912, Hadley Wood (Londen)
13 juni Martin Buber
13 apr Josephine Butler  *13 april 1828, Milfield –  † 30 december 1906, Wooler (GB)

C
27 mei Johannes Calvijn
juni/18 juli  Bartholomeüs de las Casas
29 febr Joh. Cassianus, plm 360 Pontica, plm 435 Marseille
26 sept Thomas Clarkson
aug Johannes Climacus
23 jan John William Colenso, 24-1-1814 St. Austell (GB) – 20-6-1883 Bishopstowe (Zuidelijk Afrika)
9 juni Columba van Iona – 7 dec 521 – 9 juni 597
28 mrt Jan Amos Comenius 28-3-1592 Nivnice (Moravië) 15-11-1670 A’dam
30 apr  Isaäc da Costa
2 mei  Elisabeth Cruciger plm 1500 – 2 mei 1535

D
25 mrt Petrus Datheen *ca 1531 Kassel (Vlaanderen) – † 17 maart 1588 Elbing (Pruisen)
22 dec Dominicus de Guzmán – *plm. 1170, Caleruega (Castilië) – † 6 augustus 1221, Bologna
juni  David à Doreslaer – * Enkhuizen 1610 † Zierikzee 1671
3 juni Hudson Taylor en Maria Dyer
8 nov Johannes Duns Scotus – 1266 Duns (Schotland) – 8 november 1308 Keulen

E
28 apr   Meester Eckhart  *Plm. 1260, Hochheim? – † voor 30 april 1328, Avignon?
28 okt Desiderius Erasmus 28 okt 1466 – 12 juli 1536

F
12 apr Liang Fa  (1789 Ko Ming – 12 apr 1855 Honam, China)
8 mrt Paulos Faraj Rahho 20 nov 1942 Mosul vermoedelijk 9-3-2008
10 juni Johannes Elias Feisser
23 apr Margaret Fell
6 okt Fisk Jubilee Singers – 6 oktober 1871
21 jan  Theodor Fliedner (21 jan 1800 – 4 okt 1864)
22 jan John Donne
26 jan Caroline Fliedner-Bertheau
1 dec Charles de Foucauld – 15 september 1858 Straatsburg – 1 december 1916, Tamanrasset (Algerije)
13 jan George Fox, juli 1624 Fenny Drayton, Leicestershire – 13 jan 1691
25 sept James O. Fraser

G
11 mei Ida Gerhardt – 11 mei 1905 – 15 augustus 1997
12 maart, Paul Gerhardt, 1607-1676
30 mrt Vincent van Gogh – 30 maart 1853 – 29 jul 189o
30 jan  Franciscus Gomarus, 1563-1641
10 apr, Hugo de Groot, 10 april 1583 – 28 augustus 1645
30 aug Matthias Grünewald

H
27 aug Johann Georg Hamann, 27 augustus 1730–11 juni 1788
28 febr Patrick Hamilton *1504 Lanarkshire – † 29 februari 1528, St. Andrews
5 okt  Vaclav Havel 5 oktober 1936 – 18 december 2011
23 mei Johan de Heer *23 mei 1866 Rotterdam – †16 maart 1961 Driebergen
7 febr Dom Helder Camara  7 febr 1909 Fortaleza –  27 aug 1999 Recife (Br)
17 mei Ottho Gerhard Heldring
13 aug Hippolytus van Rome, plm 170 – 235

I
31 juli Ignatius van Loyola, 24 december 1491 – 31 juli 1556
28 juni Irenaeus van Lyon
4 apr Isidorus van Sevilla *plm. 560, Cartagena – † 636, Sevilla

J
2 febr Esther John/Qamar Zia  14-10-1929 Brits India –  2 febr 1960 Chichawatni (pak.)

K
19 sept Joseph Kam
17 mei Johannes Theodorus van der Kemp  – 17 mei 1747 – 15 december 1811
26 febr Khama Boikano III plm 1840 plm 1920
6 febr, Khan Abdul Ghaffar Khan, 1890-1988
9 mrt, Maqhamusela Khanyile, plm. 1810 – 9 maart 1877
5 mei  Sören Kierkegaard
19 mrt, Jan van Kilsdonk, 19 maart 1917 – 1 juli 2008
4 apr, Martin Luther King jr., 15 juni 1929 – 4 april 1968
? sept Kazoh Kitamori 1916 – september 1998
25 apr Alje Klamer  * 25 april 1923, Groningen – †1 juli 1986, Hilversum
16 aug Marga Klompé
24 mei Eliza van Koetsveld – 24 mei 1807  – 4 november  1893
5 mrt, Hermann Friedrich Kohlbrugge, 15 augustus 1803 – 5 maart 1875
17 mrt Ndalama Ngahapa (Paul Komba) *plm 1871 – †Rongea Tanzania 17-mrt-70
24 mrt  Jan Koopmans  (* 26 mei 1905 Sliedrecht † 24 maart 1945 Amsterdam, )

L
17 sept Lambertus van Maastricht
12 jan Emmanuel Levinas – 1906-1995
26 mrt Liudger, 742- 26 maart 809
10 nov Maarten Luther – 10 november 1483 – 18 februari 1546
12 febr Janani Luwum 1922 –  12 febr 1977 Kampala Uganda

M
1 jan Margaretha Wijnanda Maclaine Pont. *1 januari 1852, Hasselt – † 21 februari 1928, Den Haag
4 febr Manche Masemola   * plm.1913 – † 4 februari 1928, Sekhukhuneland (ZA)
11 mrt Felix Mendelssohn-Bartholdy 3 febr 1809 Hamburg 4 nov 1847 Leipzig
31 jan Thomas Merton 31 jan 1915 Prades (Fr) – 19 dec 1968 Bangkok
12 sept Maarten Micron, 1523 – 12 september 1559
25 mei John Mott
5 jan Munk, Kaj, 1898 Vedersö – 5-jan 1944
17 jan Catherine Mumford, 1829-1890

N
26 mrt Tom Naastepad *17 januari 1921, ’s-Gravenhage – † 26 maart 1996, Rotterdam
17 mrt Ndalama Ngahapa (Paul Komba) *plm 1871 – †Rongea Tanzania 17-mrt-70
16 okt Sara Nevius 16 oktober 1632 – 24 januari 1706
30 jan Lesslie Newbegin, 8-dec-08 – 30-jan-98
21 febr John Henry Newman, 21 febr 1801 – 11 aug 1890
6 mrt Martin Niemöller, 1892-1984
12 mei Florence Nigthingale
18 juli Oepke Noordmans – *18 juli 1871 Oosterend (Frl) – † 5 februari 1956 Lunteren
24 jan Henri Nouwen

O
17 nov Paolo dall’Oglio – *17 november 1954 – †29 juli 2013

15 mrt Kaspar Olevianus (en Ursinus) 10 aug 1536 Trier 15 maart 1587 Herborn

P
13 juni  Antonius van Padua
19 juni Blaise Pascal – *19 juni 1623, Clermont-Ferrand – † 19 augustus 1662, Parijs
17 mrt Sint Patrick  *Plm. 400 Engeland – † 17 maart 461, Saul bij Downpatrick, Ierland
9 jan Ida Pierson-Oyens, 9-1-1808 Amsterdam – 26-12-1860 Apeldoorn
23 febr  Polycarpus van Smyrna, plm. 80- 167/168
21 aug Groen van Prinsterer
? juli Pseudo-Dionysius de Areopagiet – 5e eeuw na Christus, Syrië?

Q

R
20 mrt, Óscar Romero, 25 augustus 1917 – 24 maart 1980
1 nov Wibrandis Rosenblatt, 1504 – 1 november 1564

S
12 aug Frère Roger Schütz
4 sept  Albert Schweitzer
2 jan Serafim van Sarov (30 jul 1759 Koersk – 2 jan 1833 Sarov)
19 jan Sebastiaan,  derde eeuw
15 febr, Irena Sendler, 1910-2008
31 jan Menno Simons
31 mrt Maria Skobstova  (* 8 december 1891, Riga – † 31 maart 1945, Ravensbrück)
15 jan Nathan Söderblom
19 juni Charles Haddon Spurgeon
29 juni Antoine de St.-Exupéry
28 dec Johann von Staupitz – ca. 1460, Motterwitz – 28 december 1524, Salzburg
15 febr Juliana van Stolberg
21 juni Bertha von Suttner
10 febr Henriëtte Swellengrebel   10 februari 1810 Utrecht – 30 mei 1874 Utrecht

T
12 juli Aritius Sybrandus Talma – *17 februari 1864, Angeren – † 12 juli 1916, Haarlem
3 juni Hudson Taylor en Maria Dyer
26 apr Tertullianus  (ca. 160 Carthago – ca. 230)
15 mei  M.M. Thomas *15 mei 1916, Kozhencherry, Kerala – † 3 december 1996, Manjadi, Kerala (India)
1 mrt  Timoteüs I katholikos plm 728 Hazza (Erbil) 9 jan(?) 823
7 apr André Trocmé
10 mrt Harriet Tubman *Plm. 1820, Dorchester County, Maryland – † 10 maart 1913, Auburn, New York

U
6 jan Jan Utenhove

V
14 febr Valentijn , 14 febr 269 Rome
25 febr Félix Varela y Morales, 1788-1853
12 apr  Veluanus
16 jan Johannes Verkuyl
18 apr Petronella Voûte  *6 november 1804, Amsterdam – † 18 april 1877, Zetten
22 mei Anne de Vries

W
25 febr  Walburga
25 juli Wang Mingdao – * 25 juli 1900 Bejing  –  † 28 juli 1991 Sjanghai
22 aug Simone Weil
8 sept  Willem van St. Thierry plm. 1075- 8 september 1148

X
7 apr Franciscus Xaverius 7 apr 1506 – 3 dec 1552

IJ

Z
5 sept Katharina Zell
2 febr Esther John/Qamar Zia  14-10-1929 Brits India –  2 febr 1960 Chichawatni (pak.)
10 dec Hendrik van Zutphen – 1488/89 Zutphen – 10 december 1524 Heide (Dtsl.)

Categories: heiligenkalender Tags:

Meester Eckhart – *Plm. 1260, Hochheim? – † voor 30 april 1328, Avignon?

December 30th, 2016 Comments off

eckhartWie God zoekt om met hem iets te zoeken vindt God niet; maar wie werkelijk alleen God zoekt vindt God en vindt nooit alleen God, maar vindt met God ook al wat God te bieden heeft

Meester Eckhart liep langs het randje. Juist daarin schuilt de aantrekkingskracht van zijn preken en traktaten. Hij was een van de eersten van wie de preken in de volkstaal verspreid werden. En de Groningse dichter C. O. Jellema (1936-2003), die buitenkerkelijk was geworden, vertaalde in zijn laatste levensfase uitgerekend van hem veel geschriften om ze prachtig opnieuw uit te geven. Wie kan de moderne twijfelaar beter handreiking bieden dan de mysticus die alles weet over het ‘arm zijn aan God’ en de pijnlijke noodzaak van loslaten van eigen weten en willen?
Eckhart was theoloog in de orde van de Predikheren oftewel de Dominicanen. De orde maakte net als die van de Franciscanen een grote bloei door. Eckhart was er prior, vicaris en provinciaal, dus iemand met leidinggevende rollen. Hij studeerde en doceerde in Parijs en Keulen en schreef verhandelingen en bijbelcommentaren. Honderden preken die hij voor zijn medebroeders in diensten en op studiedagen hield begonnen al tijdens zijn leven de ronde te doen. Tegen het einde van zijn leven werd er onderzoek ingesteld naar zijn trouw aan de leer van de kerk. Inquisitie! Hij is waarschijnlijk overleden terwijl hij aan het pauselijk hof in Avignon was om zijn zaak te verdedigen. Zijn veroordeling maakte hem voor de eeuwen daarna des te spraakmakender.
Al vòòr Eckhart maakten de grote theologen van zijn orden gebruik van de begrippentaal van christelijke en joods-arabische filosofen en theologen uit vroeger eeuwen die sinds kort ter beschikking waren gekomen. Eckhart was een durfal. Hij jongleert met de leer van de goddelijke drie-eenheid en met Bijbelteksten over de heilsgeschiedenis. Hij geeft er een mystieke draai aan. God ‘bestaat’ niet. God is een zijn dat ons zijn aan zich gelijk wil maken. Eckhart leert ‘de geboorte van God in de ziel’. Dat wil niet zeggen dat hij de historische geboorte van Jezus ontkent. Maar die is niet zijn thema. Net zomin als de verzoening door het plaatsvervangend lijden van Jezus of de heiligen. Alles draait om de terugkeer van de mens naar God en het opgeven van de eigen wil. ‘Waar God is is de ziel’, ‘waar de ziel is daar is God’. Gods geboorte is als het vuur dat het dorre hout doortrekt en helemaal vurig maakt. Om zover te komen moet er een tempelreiniging in ons plaatsvinden. Alle kooplui moeten weg die nog een bepaald eigenbelang koesteren. Dan kan het Woord met al zijn wijsheid en kracht ons helemaal vervullen.
Hij had zich dus teveel laten beïnvloeden door heidense filosofie. Bij de verspreiding van de leer van hun meester zouden latere volgelingen wat betreft de mystieke eenwording voorzichtig worden. Maar daar lag nu net het punt waarop de monnik-theoloog in gezelschap kwam van grote leermeesters uit andere religieuze en filosofische tradities. Juist als taal tekort schiet zit iemand vaak heel dicht bij het vuur.

(2016)

Categories: Uncategorized Tags:

Alje Klamer – * 25 april 1923, Groningen – † 1 juli 1986, Hilversum

December 30th, 2016 Comments off

alje-klamer

Gods gedachten zijn gelukkig anders dan de gedachten van de mensen

De IKON is niet meer. De omroeporganisatie van een aantal samenwerkende kerken is opgegaan in de EO. Voorganger de IKOR was in 1946 opgericht zodat de kerken zich via de radio tot de samenleving konden gaan richten. Omroeppastor Alje Klamer was in de jaren ’60 en ’70 een van de boegbeelden. Van de vrijheid die kerkelijke zendgemachtigden zonder leden hadden werd ruim gebruik gemaakt om thema’s aan de orde te stellen waar velen binnen en buiten de kerken nog geen oor naar hadden.
Klamer was een kruidenierszoon uit Groningen. In de oorlog zat hij ondergedoken in Delfzijl omdat hij de Ariërverklaring niet wilde tekenen. Hij kwam weer tevoorschijn toen zijn ouders er om bedreigd werden. Hij werd in Berlijn te werk gesteld. Met TBC kwam hij weer terug. In 1949 voltooide hij zijn theologiestudie in Groningen, trouwde hij en werd hij hervormd predikant te Westernieland-Saaxumhuizen. In 1953 vertrok hij naar Maastricht. Voor de radio viel hij op als ´die man die zo gewoon sprak´. ‘Hij was een man met de gave van het woord, een retorisch talent. Ik ging vaak mee naar de kerk, er heerste daar een vreemd soort opwinding, hij maakte iets los bij mensen,´ aldus zijn zoon Ronald die bij het toneel ging. In 1959 begon het werk als radiopastor in Hilversum. Interkerkelijk dus. Van het een kwam het ander. Zoals de oecumenische Pinkster-appèls waarbij eens duizend gasten aan vijftig tafels in de Haagse Dierentuin een agapè-maal hielden. Hij was voorganger bij de eerste inzegening van ‘gemengde huwelijken’.
In 1961 pleitte hij voor de radio en in de pers voor mededogen met homoseksuelen. Het maakte enorm veel los. Hij raakte betrokken bij de start van ‘contactgroepen’ . Dit initiatief zou uitlopen tot een landelijk netwerk. Dat is ruim twee decennia voordat de Remonstrantse Broederschap als eerste kerkgenootschap ter wereld het kerkelijk homohuwelijk aanvaardde (1989). Ook andere taboes stelde hij aan de orde. Transseksuelen en incestslachtoffers kregen gehoor. De kinderen van vroegere NSB’ers met hun problemen. Allerlei lotgenotengroepen werden in het leven geroepen of van advies gediend. In 1976 stelde hij ook het clichébeeld over pedofielen aan de kaak. Dáárvoor kreeg hij maar weinig begrip.
Het optreden voor radio en later ook tv ging steeds vergezeld van brochures, bulletins en bijdragen in boeken en bladen als ‘De Open Deur’. In de ‘Margriet’ verzorgde hij een deel van de adviesrubriek voor lezers. In 1986 kreeg hij de Spaansprijs voor al dit publicitaire werk. ‘Niet een propagandist van iets, maar meer een gids, een meegaander’ noemde hij zichzelf. Steeds waren de verhalen van Jezus’ omgang met mensen zijn inspiratiebron gebleven.

Petronella Voûte – *6 november 1804, Amsterdam –  † 18 april 1877, Zetten

December 30th, 2016 Comments off

voute‘Houd juffrouw Voûte in ere, zij doet een goed werk en heeft er veel voor over.’

Tussen de vele honderden levensverhalen in het zesdelige Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme staat zij slecht met één regeltje vermeld. Onterecht, gezien het pionierswerk dat zij verrichtte bij het Réveil van de negentiende eeuw.
Zij stamde af van protestantse vluchtelingen uit Frankrijk. Vader was een welgesteld koopman in Amsterdam. In 1845 werd ze diacones in het net opgerichte Utrechtse Diaconessenhuis, waar ze een jaar later adjunct-directrice werd. Niet voor lang. Talentenjager ds. Otto Gerhard Heldring, predikant in het Betuwse Hemmen, betrok haar in 1847 bij zijn plan om een opvangtehuis voor ‘gevallen vrouwen’ op te richten. Ooit was hem gevraagd om een opvangadres voor een verwaarloosd meisje. Al snel had hij zo’n dertig meisjes ondergebracht in huishoudens in de omgeving, maar niet alle meisjes waren geschikt voor het gezinsleven. Sommige kwamen uit de gevangenis en dreigden (weer) in bordelen terecht te komen. Daarom wilde hij voorzien in een tehuis voor de opvang en het onderwijs van zulke meisjes en van ongehuwde moeders en ontslagen vrouwelijke gevangenen. Hij had al een voormalige bierbrouwerij in Zetten opgekocht. Daarvoor had hij nu een bestemming. Op 1 januari 1848 opende Asyl Steenbeek zijn deuren. Op die dag werd Petronella Voûte er door Heldring heengebracht, over het ijs. Zij moest het splinternieuwe beroep van instellingsdirectrice gestalte geven.
Petronella Voûte zou er bijna dertig jaar wonen. Het werk nam haar van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in beslag. Zij voerde persoonlijk de kennismakingsgesprekken met nieuwe meisjes en legde hun levensgeschiedenissen vast. Ook leidde zij zelf de ochtend- en avondsluiting en de wekelijkse catechisatie. Alles onbezoldigd. In het begin betaalde zij zelfs kostgeld. Vrijwel haar hele vermogen investeerde zij in de Heldring-stichtingen. Heldring had met Steenbeek de smaak te pakken gekregen van het oprichten van instellingen om de ‘inwendige zending’ in Nederland vorm te geven. De donateurs van Steenbeek ontvingen van Heldring jaarlijks een smaakvol jaarboekje Magdalena. Met deze bijbelse naam pareerde hij de soms stevige weerstand die het Asyl Steenbeek opriep. Werk voor ‘gevallen vrouwen’ gold als onfatsoenlijk voor dames van stand.
Ze straalde gezag uit. Ze had vaak overleg met ds. Heldring op het stille kerkplein van Hemmen. Hij met pet en pijp, zij ‘met de wapperende linten van haar muts als een soort aureool om het energieke gezicht.’ Ze verschilden vaak van mening, maar hun goede verstandhouding werd nooit verbroken. Toen er op 14 april 1877 brand uitbrak op Steenbeek lag zij op haar sterfbed. Ze had bijna duizend meisjes onder haar hoede gehad.

(2016)

William Booth – * 10 april 1829, Sneinton – † 20 augustus 1912, Hadley Wood (Londen)

December 30th, 2016 Comments off

boothwilliamSoupe, soap, salvation

Nog altijd valt het Leger des Heils op met een uitgebreid netwerk van instellingen voor welzijn- en gezondheidszorg. Daklozen, verslaafden en prostituees kloppen zelden tevergeefs aan. The Salvation Army werd in 1878 in Londen gesticht door William Booth. Het is de tijd van enorme maatschappelijke tegenstellingen en van arbeidersbewegingen die de maatschappelijke revolutie preken. Aanvankelijk was hij, geschoold als methodistische lekeprediker, niet meer dan een van de vele evangelisten die in de ellende van Londens East End de boodschap van Gods liefde verkondigde en met anderen liefdadigheid verrichtte. Maar hij zag dat het dweilen met de kraan open was. Veel hulp zette te weinig zoden aan de dijk. In zijn boek In Darkest England and the Way Out van 1890 liet hij zien dat Engeland voor veel mensen erger was dan een ontwikkelingsland, gezien de ellende die de industriële revolutie had veroorzaakt. Hij ontwikkelde een ambitieus plan van aanpak. Het karakter en het gedrag van mensen moest worden veranderd om hen niet langer tot verliezers in de strijd om het bestaan te maken. Daartoe moesten de omstandigheden aangepakt worden waarop mensen zelf geen greep hebben. De kracht van de aanpak moest afgestemd zijn op de ernst en het gewicht van de problematiek. Vaak zou de aanpak daarom langdurig moeten zijn, in de praktijk uitvoerbaar en echt helpend. En zonder schade toe te brengen aan andere groepen in de samenleving. Zo ontstonden gaarkeukens en opvangmogelijkheden voor dak- en thuislozen, boerderijen voor stedelijke paupers om hen te trainen in landbouw, scholingsmogelijkheden, huizen voor ‘gevallen’ vrouwen, hulp aan ex-gedetineerden, verslaafdenzorg. In heel veel landen. Booth zelf vestigde al posten in 58 landen, dat aantal zou bijna verdubbelen. Nederland zit er sinds 1887 bij. Wat ´generaal´ William Booth, zijn vrouw Catherine Mumford en hun ‘soldaten’ en ‘officieren’ betreft was het allemaal vanuit een diep verlangen om mensen de liefde van God te laten voelen en proeven. Helpen waar geen hulp genoeg is. Soep, zeep en heil. In die combinatie maar ook in die volgorde. Want zo zei Booth: ‘een lege maag heeft geen oren’.
Organisatorisch staan de hulpverleningsprojecten apart van het kerkgenootschap dat het Leger ook is. Bekend werd de grote rol van koperblazers bij de ‘heilsmuziek’. Bij het Leger ontbreken de sacramenten van Doop en Avondmaal. Booth wilde de theologische discussies over de betekenis en de toegankelijkheid van de sacramenten omzeilen.
In 1878 wilde Booth zijn secretaris eerst laten schrijven dat ze een leger van vrijwilligers gingen vormen. ‘Ik ben geen vrijwilliger, ik ben in vaste dienst’, riep de Booth junior die het aanhoorde. En zo werd het ‘salvation army’. Het is ook maar wat je vrijwillig noemt als je door de Heer of door de ellende van je medemensen, of allebei, bij de lurven bent gepakt.

(2016)

Categories: Uncategorized Tags:

Isidorus van Sevilla – *plm. 560, Cartagena – † 636, Sevilla

December 30th, 2016 Comments off

isisdorus-van-sevillaGebed zuivert ons, lezen instrueert ons. Beide zijn goed als beide mogelijk zijn. Zo niet, dan is bidden beter dan lezen

Internet is prachtig. Wat een schitterende mogelijkheden van communicatie en informatie biedt het World Wide Web! Maar het is ook het domein van jihadisten en terroristen, vervaardigers en verspreiders van kinderporno, haatmailers en hackers, internetpesters en politieke prietpraatpropagandisten. Het is daarom een goede zaak dat het Vaticaan een maatregel heeft genomen. In 2005 heeft de paus een beschermheilige voor het internet benoemd.
Het geloof in beschermheiligen heeft wel iets. Zij kunnen helpen om heiligheid te zien en te betrachten in allerlei aspecten van het alledaagse leven, van zaaien en oogsten, vuur maken en sokken breien, seksualiteit en kinderen baren, schilderen en timmeren.
De man die de functie kreeg is geen kleine jongen. Isodorus was een Spaanse bisschop, afkomstig uit een voorname familie die verjaagd was en zich had gevestigd in Sevilla. Hetzelfde gezin bracht nog drie heiligen voort: Florentina, Fulgentius en Leander. De laatste was een veel oudere broer die de opvoeding van zijn kleine broertje erg hardhandig had aangepakt. Dat het toch goed afliep kwam omdat Isidorus leren erg fascinerend vond en tot vergeving van zijn broer in staat was. Het was de roerige tijd na de val van het West-Romeinse Rijk. Isidorus verbond de Gotische cultuur van de Visigoten, die Spanje sinds de grote volksverhuizing bezet hielden, met de cultuur van het Romeinse Rijk en de christelijke leer. Hij wist de Visigotische koning Reccared I van het ´ketterse´ arianisme te bekeren tot het katholicisme. Op het Vierde Concilie van Toledo in 633 stelde hij de oprichting van seminaries bij de Spaanse kathedralen verplicht. Grieks, Hebreeuws en de artes liberales (vrije kunsten, d.w.z. algemene vakken) maakte hij verplichte vakken, de studie van rechten en medicijnen moedigde hij ook aan.
En hij schreef boeken op het terrein van theologie, taal, geschiedenis en natuurkunde. Zijn encyclopedie in twintig delen vormde voor de eerstkomende eeuwen in christelijk West-Europa een belangrijke database van antieke kennis. Vanwege al die kennis maakte paus Johannes-Paulus II hem tot patroon van het internet. Heilig verklaard was hij al in 1599 en tot kerkleraar was hij in 1722 uitgeroepen. 4 april is zijn feestdag en zijn vaste attributen op afbeeldingen zijn inktpot, ganzenveer en boek. Maar een computer of toetsenbord mag ook.
Isidorus moedigt dus aan tot het uitwisselen van informatie en vermeerdering van kennis. Maar vooral ook tot het ontwikkelen van wijsheid. Sommige sites dus toch maar niet. En op sommige momenten echt helemaal uit die tablet of smartphone.

(2016)

Categories: Uncategorized Tags:

Tom Naastepad – * 17 januari 1921, ’s-Gravenhage – † 26 maart 1996, Rotterdam

December 30th, 2016 Comments off

tom-naastepad‘Van Gods Woord alleen zullen wij leven. Het is waarlijk alles of niets’

Op Pasen klinkt in veel kerkdiensten ook lied 628 (NLB). ‘Nu moet gij allen vrolijk zijn. De bomen zingen in de tuin, het lege graf verzwijgt het niet, de mond geopend voor het lied, halleluja’. Op een eenvoudige oude Duitse melodie een typische Naastepad-tekst. De woorden blijven dicht bij de taal en de beelden van de Bijbel, maar geven er theologisch doordacht een verrassende draai aan. Wie was er ooit op de gedachte gekomen op in het lege graf uit de paasverhalen een mond te zien, een donkere keel? Op Pasen wordt het een ‘mond vol zaligheid’. Pasen is Gods preek tegen de wereld over de gekruisigde Messias: ‘zijn heerschappij gaat in en uit/ door al de deuren die men sluit’. En als we met deze boodschap zingend instemmen zijn we zélf het graf dat Jezus doorlaat. Naastepad zat er echt mee dat onze na-oorlogse westerse welvaartsmaatschappij zich maar weinig liet gezeggen door de inzichten van Tora en Evangelie, van profeten en apostelen.
Tom Naastepad is van de generatie Liedboekdichters met mensen als Willem Barnard en Huub Oosterhuis, theologen begenadigd met dichterstalent. Het Liedboek voor de kerken van 1973 nam elf van zijn liederen op, het Liedboek van 2013 zelfs veertien. Het zijn doordachte teksten, geen vlotte liedjes. Het meest bekend werd ‘Eens als de bazuinen klinken’. Dat lied over openbrekende graven werd vaak veel letterlijker opgevat dan Naastepad het bedoelde in zijn schilderen in woorden van bijbelse visioenen.
Naastepad was een Rooms-Katholiek priester die besmet was geraakt met de theologie van de protestant Karl Barth. Hij is nooit uitgetreden en het bisdom liet het buitenbeentje met zijn Rotterdamse ‘Arauna-parochie’ zijn gang gaan. Van 1961 tot 1992 nam hij in diensten en leerhuizen een bescheiden gemeenschap van protestanten en rooms-katholieken op sleeptouw met een grondige en cultuurkritische uitleg van de Bijbel. Hij gaf het Oude Testament veel meer aandacht dan men in zijn kerk gewend was. De liturgie was van protestantse snit. Er was nauwelijks ‘rooms’ ritueel en er werden bijna uitsluitend berijmde psalmen en gezangen gezongen. ‘Een poging om de rijkdommen van het protestante erfgoed binnen de Romana te brengen: zijn exegese en zijn psalmen en gezangen’. Zo omschreef hij juni 1992 in zijn laatste Maandbrief wat het streven was geweest. Toen hij stopte werd de parochie opgeheven. Hij was onnavolgbaar.
Naastepad was zwijgzaam over zichzelf en zijn biografie. Na 1992 leefde hij teruggetrokken en na zijn overlijden wilde hij geen plechtigheid: net zoals de 12000 Rotterdamse Joden niet hadden gehad die tijdens de bezetting waren weggevoerd. Alleen zijn werk telde. Behalve liederen en gebeden liet hij veel Bijbelstudies na. Als secretaris van de Van der Leeuwstichting had hij ook impulsen gegeven aan vernieuwing van de protestantse eredienst, met gevoel voor de hele traditie van de Kerk én het Jodendom.

(2016)

Petrus Datheen – *ca 1531 Kassel (Vlaanderen) – † 17 maart 1588 Elbing (Pruisen)

December 30th, 2016 Comments off

datheenDat zij werden beschaemt/ die daer ’t welck niet betaemt/ tot beelden zijn gevloden/ en dienen de afgoden (Psalm 97 vers 4)

450 jaar geleden, op 25 maart 1566 ondertekende Petrus Datheen het voorwoord van zijn Psalmberijming. Met zijn ´kleynen gaeuen´ begeerde hij ´die kercke Godes te helpen opbauen´. Dezelfde zomer nog werd er uit deze berijming gezongen bij grote hagepreken in Gent en omstreken. Dichter, vertaler, dominee en kerkleider Datheen stond aan de wieg van de Hollandse opstand tegen Spanje, die zomer ingeluid met beeldenstormen. Dat gaf de berijming een aureool.
De Vlaming raakte als jonge monnik in het klooster van Ieper onder de indruk van de volharding van een tot brandstapel veroordeelde schoenmaker uit de stad. Petrus trad uit. Met veel Vlamingen kwam hij in de ban van de nieuwe leer van Calvijn. De strenge plakkaten dreven hen naar elders. In Londen wordt hij in de vluchtelingengemeente met wekelijkse ´Profetieën’ (gezamenlijke preekbesprekingen) verder gevormd als prediker. Op de vlucht voor ‘bloody Mary’ komt hij in Emden. In 1555 wordt hij door de vluchtelingengemeente in Frankfurt am Main beroepen. Zijn vrouw heette Benedicta. Een uitgetreden non?
Als de tegenstellingen tussen Calvinisten en Lutheranen in Frankfurt hoog oplopen wordt Frankenthal in de Palts de volgende halte. Datheens emigrantengemeente krijgt twee oude kloosters ter beschikking. Daar vertaalt hij de Heidelbergse Catechismus en dicht hij de complete Psalmberijming. Die drukt al snel de andere vertalingen uit de markt en dat zelfs twee eeuwen lang: tot de berijming van 1773. Datheen nam alle melodieën over van het Psalmboek dat Calvijn had laten maken en volgde ook in de tekst dit Franstalige voorbeeld. Daardoor konden Frans- en Nederlandstaligen gelijk op zingen! Maar de klemtonen in de tekst liepen vaak niet gelijk op met die in de melodie. En er werd lang zonder begeleiding gezongen. Mede hierdoor vertraagde het psalmgezang. In enkele tientallen gemeentes, vooral in Zeeland, wordt zelfs nu nog het trage psalmgezang op de tekst van Datheen gekoesterd als kenmerk van orthodoxie.
Was Datheen een onverdraagzame calvinist? Hij was als lobbyist nauw betrokken bij het beramen van de opstand tegen Spanje en bij het invoeren van de ‘gereformeerde religie’ in de Nederlanden. Hij nam actief deel aan een groot aantal vergaderingen van afgevaardigden uit de verschillende protestantse gemeentes waar afspraken werden gemaakt over de kerkelijke organisatie, de liturgie, de toelating tot het ambt en de doorvoering van de Reformatie. Maar het meningsverschil met de Prins van Oranje over godsdienstvrijheid in Gent is nooit meer bijgelegd. In een conflict met de Staten van Holland over de buitenlandse politiek kwam hij zelfs in de gevangenis. Hij stierf in ballingschap in de buurt van Dantzig als leraar aan een gymnasium.

(2016)

Sint Patrick – *Plm. 400 Engeland – † 17 maart 461, Saul bij Downpatrick, Ierland

December 30th, 2016 Comments off

patrickIk kan niet zwijgen over zulke grote zegeningen en zo’n groot geschenk als de Heer mij gegund heeft in het land van mijn gevangenschap

Duizenden heeft hij gedoopt, veel kerken gesticht. Sinds de zevende eeuw is hij al vereerd als beschermheilige van Ierland. Zijn vaste symbool is een klavertje drie. Het zou volgens de legende door hem gebruikt zijn om de leer van Gods drie-eenheid uit te leggen. Dankzij de verspreiding van Ieren over gehele wereld werd St. Patrick in veel landen een feestdag, met veel groen. Heel geliefd is ook de ‘Ierse reiszegen’ die aan hem wordt toegeschreven: ‘De Heer is voor u om u de juiste weg te wijzen. Achter u, om u te bewaren. Naast u, om u in de armen te sluiten. Onder u om u op te vangen wanneer u dreigt te vallen. In u om u te troosten als u verdriet heeft. Boven u om u te zegenen. Zo zegene u Vader, Zoon en Heilige Geest’. Maar of de woorden ook echt van hem zijn is maar de vraag.
Patricius Magonus Sucatus werd eeuw geboren aan de westkust van Engeland. Hij was een Romein, zoon van Calpurnius en Conchessa. Vader was een diaken, diens vader een priester. Toen hij 16 jaar oud was, werd Patrick werd gevangen genomen door binnenvallende zeerovers en als slaaf verkocht in Ierland aan een stamhoofd en druïde met de naam Miliuc. Deze liet Patrick werken als veehoeder. Zo vertelt Patrick zelf in zijn ‘Confessio’, een terugblik op zijn leven.
In de Ierse open lucht met de schapen onderweg wordt bidden een gewoonte voor hem, ongeacht sneeuw of ijs. ‘Meer en meer kwam de liefde van God en de eerbied voor God in mij, en het geloof groeide en mijn geest werd geoefend, totdat ik wel honderd keer per dag bad en in de nacht bijna evenveel’. ‘De Geest brandde in mij in die tijd’.
Na zes jaar hoort hij in een droom een stem: ‘Je gaat naar huis. Zie, je schip ligt gereed’. De volgende morgen neemt hij de benen en loopt naar de kust. Gevaarlijk. Een weggelopen slaaf is zijn leven niet zeker. Patrick vindt een schip, beleeft onderweg avonturen en keert terug naar huis. Maar daar hoort hij in een droom weer een stem van overkant om terug te komen. Hij volgt in Frankrijk een scholing tot geestelijke. Dan gaat hij terug naar Ierland om het evangelie te verkondigen. Hij kent er de taal en de gewoontes. Hoewel er dan al een tijd christendom in Ierland is blijft het een riskante onderneming. Er is oppositie van druïden. Patrick schrijft dat hij streefde naar een leven ‘in goed vertrouwen jegens de heidenen’, want het mocht niet gebeuren dat om hém Gods Naam gelasterd zou worden. Ze zouden ook niet vervolgd mogen worden. Eens moet hij zich verdedigen tegen een beschuldiging van zelfverrijking, terwijl hij juist grote geschenken weigerde en gewoon was te betalen voor begeleiders en beveiligers op zijn tochten.
Door het verhaal van Patrick heen schemert nog de invloed van de cultus van de zon, populair onder Romeinen en Kelten. Maar in de slotzinnen van zijn geestelijk testament herinnert hij er nadrukkelijk aan dat die zon niet altijd blijft schijnen. Patrick vertrouwt op de blijvende kracht een andere zon: Jezus Christus.

Harriet Tubman – *Plm. 1820, Dorchester County, Maryland – † 10 maart 1913, Auburn, New York

December 30th, 2016 Comments off

harriettubman‘Ik heb duizend slaven bevrijd. Ik had er nog duizend kunnen bevrijden als ze wisten dat ze slaven waren’

Ze had Ashanti voorouders, geïmporteerd uit Ghana. Haar bijnaam was Mozes. En net als hij werd ze geboren in slavernij. Ze wist er in 1849 aan te ontsnappen. Vanuit het ‘vrije’ Philadelphia ondernam ze vervolgens negentien keer uiterst riskante tochten weer terug naar het zuidelijker deel van de Verenigde Staten om andere slaven te helpen ontsnappen richting Canada, te beginnen met familie en vrienden. Ze was de bekendste medewerker van de Underground Railroad. Liederen – negro spirituals – werden daarbij soms gebruikt om geheime boodschappen over te brengen. Van de groepen die zij begeleidde is er nooit iemand gevangen genomen of om het leven gekomen. Wel heeft ze eens iemand het pistool op het hoofd gezet die de neiging had terug te keren.
Ze was ongeletterd opgegroeid. Bijbelverhalen kende ze door wat haar moeder had verteld. Mannen die haar in een trein meenden te herkennen zette ze ooit eens op het verkeerde been door achter een krant weg te duiken. Want de echte Harriet T. kon toch niet lezen?
Als jonge slavin was ze zwaar op het hoofd geslagen. Daardoor had ze levenslang last van epileptische verschijnselen en hoofdpijn. Dat ze visioenen kreeg zal er ook verband mee hebben gehouden. Dat ze zich liet leiden door de ‘boodschappen van God’ die ze daarin kreeg pakte overigens niet verkeerd uit.
Toen Abraham Lincoln eindelijk bij wet het einde van de slavernij afkondigde en de Burgeroorlog uitbrak sloot ze zich aan bij de Noordelijke legers als verpleegster, spion en gewapende gids. Ze was betrokken bij een grootschalige bevrijdingsactie in 1863: 750 ontsnapten in één keer.
Een Mozes dus. Na de Burgeroorlog bleef ze actief voor de zwarte bevolking. En toen de suffragettes begonnen te strijden voor vrouwenkiesrecht steunde ze ook hen. Lang bleef ze arm. Ze werd nog een keer in elkaar geslagen en beroofd. En ze doorstond onverdoofd een hersenoperatie. Vrienden zorgden door het uitgeven van een biografie dat haar verhaal van moed bekendheid kreeg. Dat zorgde voor verbetering van haar financiële positie. Ze werd een beroemdheid. Obama tekende in 2014 voor de komst van een nationaal park met haar naam.
In de bijbelse paasverhalen van Mozes en Mirjam, Jezus en de Maria’s die hem vergezelden gaat het al niet zachtzinnig toe. De strijd tegen slavernij en voor gelijke burgerrechten heeft ook veel grote offers gevergd. En nog steeds is er slavernij, discriminatie en uitbuiting. Ook in onwetendheid van wegkijkers.

Patrick Hamilton – *1504 Lanarkshire – † 29 februari 1528, St. Andrews

December 30th, 2016 Comments off

hamiltonGeloof, hoop en liefde zijn zo verbonden dat wie de een heeft, ze alle drie heeft, en dat wie een van de drie niet heeft, ze geen van alle heeft

Dit is een van de stellingen op grond waarvan Patrick Hamilton op schrikkeldag 29 februari 1527 op een Schotse brandstapel werd geroosterd. Het plechtige vonnis van de verantwoordelijke prelaten is bewaard. Er valt te lezen dat hij ook de vrije wil ontkende en dat de doop volgens hem niet vanzelf genade bracht. En elke priester was volgens hem gelijkwaardig aan de paus. Duidelijk iemand die de Schotten gevaarlijk kwam infecteren met ideeën van Maarten Luther.
Met Hamilton begon het. En ook Schotland heeft de nodige gewelddadige conflicten doorgemaakt voordat net als in de andere landen rond de Noordzee het protestantisme de overhand kreeg. In de eerste, ‘Lutherse’, fase zijn er maar weinig mensen tot de brandstapel veroordeeld. Misschien wel vanwege het grote effect? Hamiltons dappere en overtuigde optreden maakte namelijk veel indruk. En studenten van het St. Andrews schijnen nog steeds eerbiedig over de straatsteen met zijn initialen heen te stappen. Al schijnt dat ook uit bijgeloof te zijn dat hun examenresultaten anders nadelig worden beïnvloed.
Hij was nog jong. De Reformatie van de zestiende eeuw lijkt soms een jongerenrevolte. Als tiener van gegoede komaf had hij in Parijs en Leuven gestudeerd en is hij mogelijk bij ‘onze’ Erasmus langs geweest. En hij was kennelijk muzikaal. Eenmaal docent op het St Andrews moet hij als ‘precentor’ (muziekcoördinator) een zelfgeschreven mis uitgevoerd gekregen hebben. In 1527 vluchtte hij naar het vasteland. Aan de pas gestichte universiteit van Marburg volgde hij lutherse colleges. Zijn ideeën zette hij bij terugkeer op schrift in wat later de titel ‘Patricks Places’ kreeg, vernoemd naar een bekend geschrift van Melanchton, Luthers naaste medestander, waaraan hij veel had ontleend. Het werd hem fataal.
Veel ‘ketterse’ gedachten van toen delen we nu over allerlei kerkmuren, landsgrenzen en zeeën heen. De paus van nu behandelt straatkrantverkopers als gelijkwaardigen. En wie zal ontkennen dat geloof dat niet in naastenliefde tot uitdrukking komt de naam geloof niet waard is?
Maar op één punt blijft Hamiltons stelling over de drie-eenheid van geloof, hoop en liefde ook vijfhonderd jaar later in het bijzonder prikkelen. Want veel mensen zijn toch hulpvaardig of zetten zich in voor een eerlijke en respectvolle behandeling van andere levende wezens, zónder dat ze zich religieus willen noemen? Het ligt er aan hoe je ‘geloof’ definieert. Kan ik wel echt tot belangeloze aandacht en zorg voor een ander komen als ik mij niet heb toevertrouwd aan een besef, een ‘boodschap’, dat het onverdiend is dat ik er zelf mag zijn?