Corrie ten Boom – *15 april 1892, Amsterdam – † 15 april 1983, Placentia (VS)

November 12th, 2018 Comments off

Er is voor Jezus geen duisternis te groot, of Zijn licht kan die verdrijven

Zulke dingen zei Corrie ten Boom rechtstreeks op de man of de vrouw af, zo gauw ze vermoedde dat iemand niet erg positief in het leven stond. Het maakte haar niet uit of het een Gestapo-officier was, een wrede kampbewaakster of een medegevangene uit de afdeling ‘gewone’ criminelen.
De vriendelijke Haarlemse werd wereldberoemd. Haar biografie en haar boeken werden internationale bestsellers, helemaal toen ´De Schuilplaats´ ook werd verfilmd. De horloge- en klokkenzaak in de Barteljorisstraat in Haarlem, waar ze met haar vader en zuster woonde en onderduikers herbergde, werd een waar bedevaartsoord. Honderdduizenden zagen er sinds de opening in 1988 de ‘engelenbak’, zoals de slaapplaats achter een dubbele muur door het gezin ten Boom genoemd werd.
Het gezin was orthodox hervormd. Vader Casper was in heel Haarlem bekend en geliefd. Corrie was in 1924 de eerste gediplomeerde vrouwelijke horlogemaker in Nederland. Net als zus Betsie bleef ze thuis wonen en in de zaak meewerken. De familie had veel ervaring met pleegkinderen. Corrie begon een meisjesclub met muziek, gym en bijbelles. Tijdens de bezetting verborgen ze Joodse vluchtelingen. Op verraad volgden arrestatie en gevangenschap. Vader bezweek al snel, Betsie en Corrie kwamen via kamp Vught in vrouwenkamp Ravensbrück terecht. Ze maakten er de bekende ontberingen mee. Veel te volle barakken, wrede behandeling, ondervoeding, akelige ziekte, harde arbeid. Waar en wanneer maar mogelijk preekte Corrie er. ‘Gevangene en toch…’ is haar vlot geschreven, bewogen verslag. Het lijkt of ze in elke situatie direct een Bijbeltekst paraat had, zo gedreven was ze om te getuigen van de liefde van Christus voor ieder mens en van de kracht ervan. Ze wist ook werkelijk tot stugge en vijandige mensen door te dringen. Al direct bij de eerste officier die haar ondervroeg wist ze het gesprek om te buigen tot een pastorale ontmoeting. Het verhaal blijft geloofwaardig omdat het ook volstrekt eerlijk is over haar ontzetting over de wreedheden en haar angsten.
Betsie stierf in het kamp, Corrie kwam dankzij een administratieve fout eind 1944 vrij. Na de oorlog stortte zij zich volledig op evangelisatiewerk. Ze trad op in meer dan zestig landen. Het evangelie van vergeving daagde ook haarzelf uit. Kon ze Jan Vogel vergeven, de man die haar familie had verraden? Ze stuurde hem een brief en een Nieuw Testament waarin ze de ‘weg tot behoud’ had onderstreept. Kort voor zijn executie heeft de man zich nog bekeerd.
Haar laatste levensjaren bracht ze door in Californië.

Hugo de Groot – *10 april 1583, Delft – † 28 augustus 1645, Rostock

November 12th, 2018 Comments off

Waar de rechtspraak te kort schiet, begint het geweld

Op wel vier plaatsen staat een boekenkist waarmee Hugo de Groot ontsnapt zou zijn uit Slot Loevestein. De grote Nederlandse rechtsgeleerde had in 1618 levenslang gekregen omdat hij remonstrant was en medestander van Johan van Oldebarneveldt in het conflict met prins Maurits over de politiek van de Staten van Holland.
De Groot geldt als de grondlegger van het internationale zeerecht en van het volkerenrecht. Dat hij de vrije toegankelijkheid van de oceanen verdedigde had wel een dubieuze achtergrond. Hollanders hadden een rijk beladen Portugese koopvaarder buitgemaakt en dat moest worden gerechtvaardigd. Zijn belangrijkste werk was hij in Loevestein begonnen te schrijven: Het recht van oorlog en vrede. Het geeft vijf bepalingen over een rechtvaardige oorlog die nog steeds internationale rechtskracht hebben. Nieuw was zijn redeneren vanuit het natuurrecht. Je moet de regels over de beste manier van samenleven beredeneren ‘alsof God niet bestaat’, dan zijn ze voor iedereen overtuigend. Gaf hij zo ook de Republiek een steuntje in de rug in de oorlog met Spanje?
Hij was afkomstig uit belangrijke families die al eeuwen de dienst uitmaakten in steden als Delft. In een van zijn historische werken verheerlijkt hij de Batavieren. Maar ‘het Delfts orakel’ was vooral een wonderkind dat van jongs wilde uitblinken met slimme boeken, een geleerde in de geest van Erasmus.
Na zijn ontsnapping in 1621 kwam hij in Zweedse overheidsdienst. Heel diplomatiek was hij niet. Wel een groot schrijver. Hij leverde vertalingen van Griekse poëzie in Latijn. Zijn eigen theaterstukken over Adam en Jozef in ballingschap werden door Vondel bewerkt in het Nederlands. Hij schreef ook theologisch werk. Zijn Bewijs van den waren godsdienst uit 1622 werd eeuwenlang in veel talen gedrukt en gelezen. Het boek op rijm was bedoeld als ruggesteun voor zeelieden die in contact kwamen met andersgelovigen en ongelovigen. Het christelijk geloof is waar volgens De Groot omdat het gebaseerd is op het onweerlegbare feit van de opstanding van Christus. Hij werd ook voorloper van de moderne bijbelwetenschap. In een paar dikke delen met aantekeningen bij de Bijbel benadert hij als een van de eersten de Bijbel als menselijke literatuur. Kennis van de oudheid moet licht werpen op de bedoelingen van de auteurs.
De Groot bepleitte steeds de maximalisering van het vreedzaam samenleven van verschillende godsdienstige stromingen in één land en van de verschillende volkeren op de wereld. Hij bestreed dat de paus de antichrist was en hij vond dat christenen hun dogmatische verschillen moesten relativeren en stoppen met kerkscheuringen. Als dat typisch Hollands is dan is het niet verkeerd om Hollander te zijn.

(2018)

Martin Luther King jr – * 15 juni 1929, Atlanta – † 4 april 1968, Memphis

November 12th, 2018 Comments off

 Geweld met geweld beantwoorden vermenigvuldigt geweld en voegt diepere duisternis toe aan een nacht die al van sterren beroofd is. Duisternis kan geen duisternis verdrijven, alleen licht kan dat. Haat kan geen haat verdrijven, alleen liefde kan dat.

Vijftig jaar geleden maakte een schot op het balkon van een hotel een einde aan zijn leven. Vijf jaar eerder, op 28 augustus 1963, had hij de beroemdste preek van de twintigste eeuw gehouden en misschien wel van alle eeuwen sinds de Bergrede. De tweehonderdduizend toehoorders waren merendeels zwart. Maar dankzij radio en tv bereikten de woorden miljoenen anderen. Op weg naar het podium fluisterde de gospelzangeres Mahalia Jackson hem in ‘vertel ze over de droom’. In de taal van psalmen en profeten en in de beelden van vrome visioenen over de hemel schilderde hij de droom van heuvels van staten als Georgia en Alabama waar blank en zwart hand in hand zouden gaan. Eens op een dag. De vraag was niet of er een einde zou komen aan de discriminatie, maar door wie en langs welke weg. King bracht de Amerikaanse vrijheidsdroom op diepte door deze onlosmakelijk te verbinden met de eis van gelijke burgerrechten, ongeacht ras en kleur. Het verlangen van de oude negro spiritual ‘Free at last’ was met de formele afschaffing van de slavernij, een eeuw eerder, nog lang niet vervuld. Met de gedrevenheid van de zwarte opwekkingspredikers en begiftigd met een groot leiderschapscharisma wist hij honderdduizenden in beweging te brengen. De lange marsen hadden ook een diepe symbolische betekenis. Het is een lange weg door de geschiedenis om de vervulling van Gods droom te bereiken. Ook na de verwerving van stemrecht (1965) moesten er nog heel wat stappen volgen.
King bleef onvermoeibaar geweldloosheid bepleiten in het verzet tegen discriminatie, armoede en ander onrecht, ook toen successen uit bleven en anderen meenden dat het gebruik van geweld onvermijdelijk werd. Zo zette hij het werk van Gandhi voort. Hij verbond de strijd voor gelijke burgerrechten van zwart en blank in de VS met de strijd van volken in Afrika tegen koloniale overheersing en het verzet tegen de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika. En hij was van meet af aan tegenstander van het militaire optreden van de VS in Vietnam.
Met instemming van het Witte Huis werd hij afgeluisterd en bespioneerd. Diverse keren zat hij gevangen. Ooit was hij al neergestoken voordat de kogel van een blanke man een einde aan zijn leven maakte. Zo Heer, zo dienaar.

(2018)

Categories: Uncategorized Tags: ,

Liudger – *742, Zuilen – † 26 maart 809, Billerbeck

November 12th, 2018 Comments off

We gaan de eeuwige vreugde van de Heer binnen als we in onze levensdagen met vaste hoop de vermaningen van onze geestelijke vaders opvolgen en als God zelf steeds de belangrijkste grond van onze vreugde is

Was de bard Bernlef echt blind toen hij door Liudgers handoplegging genas, zich bekeerde en zijn evangelist werd? Misschien moeten we die blindheid zoals in veel heiligenlevens symbolisch zien. Liudger staat te boek als onze eerste eigen missionaris en eerste Friese heilige. Scholen en parochies dragen zijn naam. Hier stichtte hij mogelijk de eerste kerken. Het gebied ten oosten van de Lauwers was niet Liudgers eerste missiegebied. Daarvoor was hij werkzaam geweest onder de Friezen tussen Stavoren en Dokkum. Maar beide keren werd hij na een opstand weer verdreven. Hij behoorde tot de Friese elite die nauw verbonden was met de Frankische vorsten. Kerstening en onderwerping aan het Frankische rijk gingen nauw samen. Karel de Grote had Liudger persoonlijk benoemd tot leider van de missie in de vijf gouwen ten oosten van de Lauwers en later tot eerste bisschop van Munster. Zodoende was Liudger nauw betrokken bij de opsplitsing van het voormalige Friese rijk en de verdeling over verschillende bisdommen: verdeel-en-heers!
Liudgers ouders Thiadgrim en Liafburg kwamen uit families die al in de tijd van Willibrord waren gekerstend. In zijn jeugd maakte de moord van Bonifatius bij Dokkum indruk. Hij volgde toen al onderwijs op de pas gestichte abdijschool van Gregorius in Utrecht, leerling en medewerker van Bonifatius. Vervolgopleiding kreeg hij in het Britse York. Zijn eerste opdracht als priester betrof het herstel van de kerk van Lebuïnus in Deventer. Na de eerste teleurstelling met de Friezen was hij naar de paus en het klooster Monte Cassino vertrokken. Toen Karel hem daar weghaalde voor missiewerk in de pas veroverde gebieden nam Liudger behalve boeken ook relikwieën mee. Zijn werk onder de Saksen met kloosterstichtingen in het Westfaalse Werden en Munster was succesvoller dan in het hoge noorden. Allerlei familieleden profiteerden mee met hoge kerkelijke posten.
Zijn enige overgeleverde geschrift is een levensbeschrijving van zijn leermeester Gregorius. De tekst in het Latijn volgt het gangbare patroon van heiligenlevens. Liudger staat vooral te boek als een man van studie en onderwijs. Je proeft mooi dat hij geschoold is in de Bijbel en in de spiritualiteit van de christelijke traditie. Zonder opsmuk met mirakelverhalen getuigt hij van dankbaarheid en bewondering voor Gregorius en Bonifatius. Hij tekent Gregorius als een oprecht gelovige abt met vaderlijke zorg voor de toevertrouwde leerlingen en een bewonderenswaardige vergevingsgezindheid, zonder gehechtheid aan goud en bezit maar wel vol bekommernis voor de armen. De oudst bewaarde tekst van een geboren Fries gaat zo over waarden die er nog altijd toe doen! Je bent blind als je het niet ziet.

(2018)

Nikolaj Berdjajev – *18 maart 1874, Kiev – † 24 maart 1948 Clamart (Fr.)

October 25th, 2018 Comments off

De schepping van de wereld is niet alleen een proces van God naar de mensheid. God verwacht nieuwheid van de mensheid; God verwacht de werken van menselijke vrijheid

In het tsaristische Rusland van voor de Revolutie van 1917 was hij een marxist. Daarna was hij een christelijk filosoof. Beide keuzes leverden hem verbanningen op. In 1897 kreeg hij van de tsaar drie jaar Noord-Rusland en in 1917 scheelde het niet veel of hij was naar Siberië gestuurd wegens ‘blasfemie’. De Revolutie redde hem toen. Maar vervolgens had hij hevige kritiek op het totalitaire karakter van de nieuwe staat. Waar bleef de vrijheid van het individu? Zijn eigen Vrije Akademie voor geestelijke cultuur was in Moskou geen lang leven beschoren. Hij werd beschuldigd van ondermijning van de staat en gearresteerd. Maar zijn ondervrager trakteerde hij op een stevige les over de morele en religieuze principes waarom hij geen lid van de Partij werd. Hij kwam vrij maar moest het land uit. Zoals zoveel andere Russische kunstenaars en geleerden kwam hij in Parijs terecht. Hij kreeg daar in 1922 een aanstelling.
Berdjajev was een van de belangrijkste Russische christelijke denkers van zijn tijd. Vooral via boeken oefende hij grote invloed uit, ook al maakte de ‘rebelse profeet’ het zijn lezers niet gemakkelijk met zijn onverwachte gedachtesprongen. Hij legde grote nadruk op de menselijke creativiteit. ‘Waarachtig leven is creativiteit, niet ontwikkeling’. Zonde was in zijn ogen niet zozeer ongehoorzaamheid aan de wil van God, maar een staat van incompleetheid, verdeeldheid en slavernij. Niet minder dan zijn communistische tegenvoeters zag hij een bijzondere roeping weggelegd voor het Russische volk om bij te dragen aan de vernieuwing van de mensheid. Alleen lag in zijn ogen die roeping op een ander terrein! Terwijl in Rusland kerken werden verwoest, verwaarloosd of omgebouwd tot musea, elk godsdienstonderricht onder de 18 jaar werd verboden, en de geestelijken onder staatstoezicht werden geplaatst, zag Berdjajev juist een leidende rol weggelegd voor het orthodoxe geloof. Maar ten opzichte van de Russische Orthodoxe Kerk noemde hij zich anti-clericaal.
Berdjajev vroeg hij aandacht voor de oude leer van de ‘alverzoening’. Het geloof in een universele verlossing moest niet als ketterij worden bestreden, maar juist in een nieuw jasje gestoken worden. Berdjajev verwachtte niets van utopische heilsstaten en machtige partijleiders. Des te meer hoopte hij op de ‘transfiguratie’ van het leven die Pasen verkondigt. Wat hem betreft was elke uiting van creativiteit waarin we uit de zwaarte van het leven uitbreken al een uiting van die transfiguratie. We krijgen een glimp van een andere wereld.

(2018)

Paul Gerhardt – *12 maart 1607, Gräfenhainichen – † 27 mei 1676, Lübben

October 25th, 2018 Comments off

die wolken, lucht en winden wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden waarlangs uw voet kan gaan

Wie Berlijn bezoekt moet ook even langs de Nikolaïkerk gaan, in een klein stukje heropgebouwde oude stad in het centrum. Hier was Paul Gerhardt predikant en werkten de muzikanten Johann Crüger en Johann Georg Ebeling die van zijn gedichten liederen hebben gemaakt. Ze staan met stip bovenaan de ranglijst van protestantse kerkliederen. Beveel gerust uw wegen, O Hoofd vol bloed en wonden en Hoe zal ik u ontvangen bijvoorbeeld. Bonhoeffer putte er kracht uit in zijn gevangeniscel. Voor veel Duitsers horen ze nog steeds tot hun bagage. Een Duitse postzegel toonde ooit zelfs de eerste regel van Befiehl Du deine Wege. En in ons Liedboek van 1973 stonden er wel dertien van zijn hand, mooi vertaald en trefzeker ingekort. Het Liedboek van 2004 heeft er twaalf. Bachs Passies droegen stevig bij aan die bekendheid. Ook veel Bachkoralen  in de cantate’s zijn eigenlijk Gerhardtliederen.
Gerhardt was overigens maar tien jaar predikant in deze kerk, van 1657 tot 1667. Hij had theologie gestudeerd in Wittenberg en was daarna eerst hulpprediker in Berlijn, huisleraar en vanaf 1651 predikant in Mittenwalde ten zuiden van Berlijn. Zijn roem als lieddichter was al gevestigd in 1647 door de eerste opname van liederen in het gezangboek: Praxis pietatis melica. De titel laat horen dat het piëtisme in opkomst was: nieuwe vroomheid. Maar Gerhardt was vooral luthers orthodox. En zelfs heel steil. Hij weigerde mee te werken aan de ondertekening van een document van de keurvorst dat calvinisten gelijke rechten gaf als lutheranen. Het leverde hem een schorsing op. Onder druk van burgers en kerkleiding herstelde de keurvorst hem wel weer in zijn rechten, maar Gerhardt voelde zich toch teveel onder druk staan en vertrok naar Lübben. En zijn vrouw overleed. Er kwamen geen liederen meer uit zijn pen. Het was overigens mede door de komst van veel Hollandse bouwvakkers dat het calvinisme toenam.
In 1667 waren er 120 liederen gedrukt. Waarin hun kracht ligt? De combinatie van eenvoud, poëzie, goede zingbaarheid, Bijbelse taal, spiritualiteit dichtbij die van de Psalmen, herkenbare emoties, liturgische bruikbaarheid. O Hoofd vol bloed en wonden is een bewerking van een oud Latijns gedicht in de traditie van het gedenken van Christus’ lijden. Beveel gerust uw wegen borduurt voort op Psalm 25, veel gebruikt in de liturgie. En Is God de Heer maar voor mij, wat zou mij tegen zijn? is de boodschap van Paulus toepasselijk samengevat.

Martin Niemöller – *14 januari 1892, Lippstadt – † 6 maart 1984, Wiesbaden

October 25th, 2018 Comments off

Wat zou Jezus doen?

Dahlem is een deel van Berlijn. Bij de oude dorpskerk met nabij gelegen pastorie en zalencentrum en lommerrijke lanen met oude villa’s kun je nog de sfeer proeven van de jaren ’30. Hier was Niemöller was er een van de predikanten en een van de belangrijkste leiders van de Bekennende Kirche. De leiding vergaderde vaak in Dahlem. Tot 1937 heeft hij er zijn kritische preken houden. Er zaten soms zowel joden-met-ster als Gestapo-leden onder zijn gehoor.
Niemöller was in de Eerste Wereldoorlog kapitein van een onderzeeboot geweest. Bijna had hij toen, bleek later, een boot met Albert Schweitzer getorpedeerd. Zijn boek over de weg van U-boot naar kansel was een bestseller. Zijn doortastendheid maakte hem geknipt voor de rol als tegenspeler van Hitler toen die onmiddellijk na de machtsovername van 1933 de kerken probeerde te nazificeren. Niemöller was aanvankelijk wel gecharmeerd van de nationaal-socialisten. Hij verlangde ook naar sterk leiderschap dat geestelijke eenheid zou brengen in het verarmde en verdeelde Duitsland. Bij de verkiezingen op zondag 5 maart 1933 had hij NSDAP gestemd. Maar al snel bleek dat trouw aan het kruis en trouw aan het hakenkruis op gespannen voet stonden.
Bij een ontmoeting van een kerkelijke delegatie met Hitler in 1934 ontdekte Niemöller dat zijn telefoon was afgeluisterd. De twee hadden een woordenwisseling van een uur. Hitler beet hem toe dat hij de zorg voor het Derde Rijk maar aan hem moest overlaten, zorgde hij maar liever voor zijn kerk. Niemöller antwoordde dat geen enkele instantie in de wereld de verantwoordelijkheid van christenen voor hun volk kon afnemen. Maar de oppositie werd monddood gemaakt. Niemöller zat acht jaar gevangen in Sachsenhausen en Dachau. Die ene protestantse rijkskerk kwam er overigens ook niet.
In 1945 werd Niemöller onderwerp van een Hollywood-speelfilm. Maar ook na de bevrijding was hij niet onomstreden. Hij ging voorop in het uitspreken van een kerkelijke schuldbelijdenis – de verklaring van Stuttgart – om te zorgen dat het land weer in de internationale gemeenschap mocht meedoen. Maar bij de eerste verkiezingen voor de Bondsdag ging hij niet stemmen. ‘Het geweten van de natie’ was tegen de opdeling van Duitsland en werd pacifist, fel gekant tegen de herbewapening van Duitsland, de Koude Oorlog, de kernwapens, de Vietnam-oorlog. En hij onderhield contacten met notoire communisten. Altijd in verzet tegen ‘corruptie’ van het christendom.

Categories: Uncategorized Tags:

Bijdragen Protestantse Kerkbode 2017 en 2018 (hoofdartikelen)

October 24th, 2018 Comments off

Alternatieve feiten? – Pasen 2017 – naar aanleiding van ‘Opgestaan!’

Sterk en dapper – Veertigdagentijd 2017

 

Categories: Kerk, Opgemerkt Tags: ,

Padre Félix Varela y Morales – *20 november 1788, Havana (Cuba) – † 25 februari 1853, San Augustin (Florida, VS)

October 24th, 2018 Comments off

Er is geen waarachtig vaderland zonder deugd

Félix Varela y Morales was een Cubaans priester, schrijver, filosoof en politicus. Als ‘pastor van tolerantie’ in New York heeft hij een grote bijdrage geleverd aan de integratie van verschillende minderheden en hun gelijkberechtiging. Hij was een belangrijke schakel in de ontwikkeling van katholiek sociaal denken dat de moderne democratie omarmde toen dat nog niet vanzelfsprekend was, een moreel baken.
Hij werd opgevoed door zijn grootvader, militair gouverneur van Florida, toen net als Cuba nog Spaans bezit. Félix wilde geen militair worden, maar geestelijke. Al snel na zijn studie in Havana werd hij daar professor en gewijd tot priester. Veel leidinggevende Cubanen roemden hem later als hun belangrijkste docent: ‘iemand die je leerde denken’. Hij was van vele markten thuis en gaf onderwijs in filosofie, chemie, natuurkunde, muziek en theologie. Hij vond dat vrouwen hetzelfde onderwijs als mannen moeten kunnen genieten. In 1821 werd hij voor Cuba naar de Cortes in Madrid afgevaardigd, het Spaanse parlement. Hij bepleitte daar de onafhankelijkheid van Latijns-Amerika en de afschaffing van de slavernij. Maar na de Franse invasie van 1823 onderdrukte de nieuwe koning alle oppositie. Varela wist via Gibraltar naar New York te ontsnappen. Hij werd bij verstek ter dood veroordeeld.
De Cubaanse balling richtte een Spaanse krant op. In New York kreeg hij een parochie in het Ierse deel. Hij stichtte kerken en scholen en leerde behalve Engels ook Iers. Er kwam een overweldigende immigratiestroom vanuit Ierland op gang om de armoede te ontvluchten en hij wilde goed met zijn parochianen kunnen communiceren. Katholieken in New York hadden veel last van gewelddadige intimidatie. En Ieren in het bijzonder werden niet erg enthousiast ontvangen. In Varela hadden ze een sterk pleitbezorger voor hun rechten.
Bij uitbreidingen en verhuizingen van zijn parochie kocht hij een keer een voormalige kerk van Nederlandse protestanten. Hij werd vicaris van het bisdom New York en was als theologisch consulent betrokken bij de opstelling van een belangrijke catechismus.
Zijn Kerk was wel de enige ware, maar ongedoopten zonder kennis van het geloof die leefden volgens de natuurwet zouden volgens hem ook gered kunnen worden. Varela streed als rechtgeaarde katholiek tegen bijgeloof en religieuze onverschilligheid, maar ook tegen fanatisme omdat het slecht is voor de samenleving. Cuba eerde hem later als een groot patriot. In de VS kreeg hij in 1988 een postzegel.

(2018)

Categories: Uncategorized Tags:

Polycarpus van Smyrna – rond 80 – 167/168, Smyrna

October 24th, 2018 Comments off

Als u goed kunt doen, stel het dan niet uit want de aalmoes bevrijdt van de dood

In het enige briefje dat van Polycarpus bewaard gebleven is, valt wel zes keer het woord geldzucht. Het is gericht aan de Filippenzen, ergens in de eerste helft van de tweede eeuw. De aanleiding lijkt dan ook een geldkwestie te zijn. Is Valens als oudste van de gemeente misschien afgezet omdat hij van zijn positie misbruik gemaakt heeft? Het zal niet de laatste keer zijn dat iemand een greep in de kerkelijke kas doet voor eigen gewin. Polycarpus vindt dat de deur voor Valens open moet blijven als de Heer hem berouw schenkt. Maar geld moet naar armen rollen.
Polycarpus was bisschop van Smyrna, het huidige Izmir in Turkije. Hij behoort tot de apostolische vaders, de christelijke auteurs uit de eerste eeuw na de apostelen. Over zijn levensloop is weinig bekend. Maar op mijn Lagere School met den Bijbel moet ik al over hem hebben gehoord. Naast bijbelse geschiedenis kregen we heel soms ook een verhaal uit de kerkgeschiedenis. Polycarpus’ verhaal was spectaculair want hij werd als oude bisschop nog tot de leeuwen veroordeeld, puur om zijn geloof, zonder verzet te bieden. Een held!
Vanaf keizer Nero kregen christenen in het Romeinse Rijk soms te maken met vervolging. Ze gaven ergernis met hun afwijkend ‘asociaal’ gedrag. En dan weigerden ze ook nog eens obstinaat om de keizer Heer te noemen, Christus te vervloeken en publiekelijk ‘weg met de goddelozen’ te roepen. Het bijzondere aan het martelaarschap van Polycarpus is dat dit de eerste christelijke martelaarsacte opleverde: een officieel schrijven van zijn gemeente aan andere christenen met het verslag van de marteldood. Het verhaal wordt zo verteld dat het lijkt op de dood van Christus. Er speelt een Herodes een rol, er is verraad in het spel, hij wordt gearresteerd alsof het om een rover gaat. Omdat er geen leeuwen beschikbaar zijn wordt hij verbrand, maar het vuur krijgt geen vat op hem, hij blijft gespaard als was hij een engel. Tenslotte wordt hij met het zwaard gedood. Hij is dan ’al 86 jaar christen’. Datum: 23 februari.
Verder is over hem bekend dat hij in Rome geweest is om daar te pleiten voor het vasthouden aan de gewoonte in Klein-Azië om Pasen altijd te vieren op dezelfde dag als het joodse paasfeest, de 14de Nisan. Tevergeefs. De kerk groeide van het jodendom weg.
‘Martelaar’ komt van ‘martys’: een getuige. Gelukkig is de kerk altijd ook het onbloedige getuigenis blijven waarderen.

(2018)

Categories: Uncategorized Tags:

Irena Sendler – *15 februari 1910, Otwock (Polen) – † 12 mei 2008, Warschau

October 24th, 2018 Comments off

Ieder kind dat met mijn hulp is gered is een rechtvaardiging van mijn bestaan op aarde en geen reden voor eerbetoon

‘The Courageous Heart of Irena Sendler’ is een film uit 2009 over het moedige optreden van een Poolse zuster in het joodse getto van Warschau tijdens de Holocaust. Er was Poolse medewerking aan de Holocaust. Maar ook verzet! Irena Krzyżanowska – Sendler was de naam van de man waarmee ze twee keer getrouwd geweest is – was ziekenverzorgster voor epidemiecontrole. Haar vader was al in 1917 overleden was aan tyfus. Hij had als arts de armen van hun woonplaats vaak gratis behandeld, waaronder veel joden. Zelf had ze Poolse literatuur gestudeerd. Ze was als studente in moeilijkheden gekomen toen halverwege de jaren ’30 Poolse universiteiten de rassenscheiding doorvoerde en zij uit protest haar pasfoto van de studentenkaart had verwijderd. Toen Polen bezet werd door de Duitsers ging ze sociaal werk doen in Warschau. Ze leidde een groep die 3000 valse documenten vervaardigde voor joodse families. En ze organiseerde de kinderafdeling van de Raad voor de Ondersteuning van Joden (Żegota) die in 1942 door Polen van verschillende geloofsrichtingen en wereldbeschouwingen werd opgericht om joden te redden. Haar organisatie wist het recordaantal van 2500 joodse kinderen uit het getto te smokkelen, waarvan minstens 400 direct door haar zelf. Ze werkte nauw samen met een katholieke zustercongregatie. De kinderen kregen christelijke namen en moesten christelijke gebeden leren. Maar om een latere hereniging van de kinderen met hun ouders mogelijk te maken had Sendler versleutelde namenlijsten bijgehouden en in weckflessen onder een appelboom in een tuin verstopt.
In bezet Polen stond de doodstraf op hulp aan joden, inclusief je familie. In 1943 werd Sendler door de Gestapo gearresteerd. Ze werd gefolterd. Maar ook al werden haar voeten en benen gebroken, ze verraadde niets. Een omgekochte SS’er sloeg haar onderweg naar haar executie neer en liet haar in het bos liggen. Op borden van de bezetter kwam te staan dat ze geëxecuteerd was. Ze ging onder een valse naam door met verzetswerk.
Na de oorlog zat ze een tijd in Russische gevangenschap. En de regering van communistisch Polen is haar ook niet erg welgezind geweest. Ze kreeg later wel diverse onderscheidingen, zoals die van ‘Rechtvaardige uit de volken’. Maar voor de roem had ze het niet gedaan. Haar verhaal werd pas echt bekend nadat een paar protestantse tieners uit Kansas (VS) in 1999 een werkstuk over haar waren gaan maken dat uitmondde in een toneelstuk.

(2018)

Khan Abdul Ghaffar Khan – *6 februari 1890, Punjab, Brits India – † 20 januari 1988, Peshawar, Pakistan

October 24th, 2018 Comments off

Mijn religie is waarheid, liefde en dienst aan God en mensen

Misschien kan het een bijdrage zijn aan vrede tussen godsdiensten als we heiligen van elkaar erkennen. ´Bacha Khan´ (‘koning Khan’), een Pashtun, is dan een kandidaat. Hij was een moslim uit een regio vol etnische spanning en gewelddadig conflict, maar behoorde tot de categorie zeldzame leiders die consequent en vanuit een diep geloof geweldloosheid voorstonden. ‘Geweldloosheid is liefde en wakkert moed in mensen aan’.
Al vanaf 1910 was hij actief in het onderwijs en het stichten van scholen. In 1929, na de pelgrimage naar Mekka gemaakt te hebben, stichtte hij de Khudai Khidmatgar (dienaren van God), herkenbaar aan rode shirts. Ze kregen met keiharde bestrijding door het Britse regime te maken. De democratische beweging voor sociale hervorming streefde naar onderwijs voor jongens én meisjes, ontwikkeling en uitbanning van bloedwraak. In de jaren ’30 werd hij een van Gandhi’s naaste bondgenoten. Ze stonden zij aan zij in het verzet tegen de Britse overheersing, maar ook tegen de opdeling van het Aziatische subcontinent langs etnisch-godsdienstige lijnen. Hij bleef de Congresbeweging van Gandhi en Neru trouw, ook toen de moslimliga steeds meer afstand nam uit angst dat na vertrek van de Britten de moslims zouden worden onderdrukt door de hindoe’s. De Britten gaven feitelijk steun aan deze islamitische afscheiding. Ze zetten de top van het Congres tot het einde van de Tweede Wereldoorlog gevangen. Het was zijn zoveelste Britse gevangenschap.
De Pashtun raakten in 1947 bij de deling van Brits India over verschillende landen verdeeld. Bacha Khan ging in het Pakistaanse deel wonen, erkende de staat en zette zich politiek in voor meer autonomie van zijn Pashtun. Zonder resultaat. Hij werd tot aan het einde van zijn leven gedwarsboomd, gevangen gezet of verbannen, nu door de regering van Pakistan. Al met al zat hij een derde van zijn lange leven gevangen. In 1963 was hij Amnesty Internation als gewetensgevange van het jaar. Tijdens een jubileum van de Congresparij in India werd hij geëerd met een bijzondere onderscheiding. Hij werd ook voorgedragen voor de Nobelprijs voor de vrede. Zijn begrafenis in Afghanistan werd bijgewoond door 200.000 mensen. De oorlog die er op dat moment in Afghanistan woedde werd er zelfs voor stil gelegd.
Bij haar toespraak voor de VN door de Pakistaanse Malala noemde zij Bacha Khan als een van haar drie helden, naast Mandela en Moeder Teresa. Onder de Taliban is hij gehaat.

(2018)

Franciscus Gomarus – *30 januari 1563, Brugge – † 11 januari 1641, Groningen

October 24th, 2018 Comments off

Sommige dingen bewerkt God alleen, andere laat hij toe om ze ten goede te keren

Als je vuile ramen hebt moet je de zon niet de schuld geven van weinig lichtinval. Maar als de kleuren van het bovenraam helder op je tapijt worden geprojecteerd, komt dat dan door je trouw ramen zemen? Of heb je die trouw misschien ook te danken aan de zon die jou verleidt om haar licht maximaal te laten schijnen?
Gomarus was de belangrijkste theoloog van de contraremonstranten. En de roemruchte Synode van Dordrecht van 1618-1619 bepaalde dat de visie van de contraremonstranten leidend zou zijn voor de ‘vaderlandse kerk’. Tijdens de eerste decennia van de Republiek der Nederlanden nam het theologisch debat een hoge vlucht. Tot in de finesses werd de leer van de rechtvaardiging door het geloof, uitverkiezing en voorbeschikking scherp geslepen. Het standpunt dat het meest de eer gaf aan de zon van Gods soevereiniteit won het.
Dit calvinisme had vanuit het zuiden ons land veroverd. François Gomaer was een Vlaming, zoon van een waard. Hij studeerde zoals studenten al eeuwen deden op diverse plaatsen: Straatsburg, Cambridge, Oxford, Heidelberg. Als predikant van de vluchtelingen in Frankfurt a.d. Main moest hij vertrekken toen lutherse predikanten de calvinisten in het nauw dreven. De jonge universiteit in Leiden wilde hem wel hebben. Maar hij kwam er rond de eeuwwisseling in conflict met zijn collega Arminius. Uit onvrede over het benoemingsbeleid vertrok hij naar Middelburg en later naar het Franse Saumur, centrum van protestantse theologie. Vanaf 1618 tot aan zijn dood was hij hoogleraar aan de nagelnieuwe universiteit in Groningen. Net als zijn derde vrouw is hij er begraven in het koor van de Martinikerk.
Stedelijke regenten van de Amsterdamse grachten zijn andere mensen dan Vlamingen die vervolging achter de rug hebben. Dit verschil speelde mee in het grote religieuze conflict dat tijdens het Twaalfjarig Bestand werd uitgevochten.
Lang niet over alle theologische geschilpunten werden in Dordrecht knopen doorgehakt. Zo schaarde Gomarus zich bij de supralapsaristen, de Bovenvaldrijvers. Maar de synode hield ook de Benedenvaldrijvers de hand boven het hoofd. En Gomarus voegde zich. Hij was wel vurig maar niet compromisloos en onverzoenlijk.
Zijn tijd in Groningen werd deels opgeslokt door het vertaalwerk voor de Statenvertaling. Hij had als revisor een groot aandeel in het Oude Testament. Hij was een groot kenner van het Hebreeuws, het Aramees en het Syrisch en verdiepte zich in de joodse Talmoed.
De laatste studie over Gomarus is van een Zuid-Koreaan. Nederlands calvinisme is een succesvol exportproduct.

(2018)

Sebastiaan – *Narbonne – † rond 288, Rome

October 24th, 2018 Comments off

Draag bovenal het schild van het geloof waarmee u alle pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven (Efeziërs 6: 16)

Details over het martelaarschap van Sebastiaan duiken pas voor het eerst op in een preek van kerkvader Ambrosius van Milaan. Dat is in de vierde eeuw. Sebastiaan wordt dan in Milaan vereerd als martelaar. Hij zou er zijn opgegroeid. Hij werd slachtoffer van keizer Diocletianus, een berucht christenvervolger in de derde eeuw. Sebastiaan was bevelhebber van de keizerlijke garde en christen in het geheim. Wel zou hij bij bezoeken aan de gevangenis menigeen tot geloof gebracht hebben. Zijn geloofsovertuiging kwam uit. Sebastiaan moest als straf schietschijf zijn voor boogschutters. Toen de weduwe Irene het met pijlen doorzeefde lijf wilde begraven bleek hij nog te leven. Ze verpleegde hem en hij knapte aangesproken weer op. En zo werd op een dag de keizer in zijn paleis door een man aangesproken over zijn wreedheden jegens christenen. De verbouwereerde keizer herkende de dood gewaande Sebastiaan. Vervolgens liet hij hem alsnog neerknuppelen.
Hij is in de loop der eeuwen een belangrijke heilige geworden. Altaren voor hem deden wonderen. Hij gold als beschermheilige tegen de ‘pijlen’ van de pest. Veel kerken, steden en kinderen kregen zijn naam. Zijn bekendheid nam vooral na het jaar 1000 een hoge vlucht. Dat kwam omdat hij steeds meer werd afgebeeld met pijlen in zijn lijf, hoewel die scène dus niet zijn marteldood betrof. De christelijke iconografie kende niet veel heiligen met een bloot lijf, behalve de Gekruisigde zelf dan. En zo werd de man met alleen soldatenlaarzen aan een dankbaar object voor kunstschilders en beeldhouwers. Het wemelt in de kunstgeschiedenis van mooie Sebastiaans. Van Rubens en El Greco, Botticelli en Titiaan tot en met een homo-erotische film uit 1976. Ook menige filmmaker, roman- en toneelschrijver wist in de afgelopen eeuw wel raad met de lijdende held en het met pijlen doorboorde lichaam.
De kerkleiding in Rome had intussen al lang een meer kuise manier van afbeelden gepromoot. Want zo raak je uit de buurt van de Sebastiaan met een aanstekelijk en onverschrokken geloof. Maar spiritueel auteur Anselm Grün wil toch die pijlen en wonden in het verhaal handhaven. Mensen kunnen hun eigen verlangens of woede op ons projecteren. We kunnen met pijlen van kritiek en afwijzing te maken krijgen. Maar we kunnen meer incasseren dan we soms denken, als we in contact kunnen blijven met een bron van innerlijke onaantastbaarheid.

(2018)

Categories: Uncategorized Tags: ,

Catherine Mumford – *17 januari 1829, Ashbourne, Derbyshire — † 4 oktober 1890, Clacton, Essex

October 24th, 2018 Comments off

De Heer wil ons vervullen met liefde en dopen met vuur

Haar man William Booth stichtte samen met haar het Leger des Heils. Ze kreeg de titel ‘Moeder van het Leger des Heils’ toen hij de functie van generaal kreeg. Ze deed meer dan de hoedjes ontwerpen.
Haar vader was een wagenmaker en lekevoorganger bij de methodisten, haar moeder was diepgelovig puriteins. Catherine was in haar jeugd gehandicapt. Ze kreeg thuisonderwijs. Er wordt verteld dat ze voor haar twaalfde de Bijbel al acht keer had gelezen. Ze werd al jong actief in de georganiseerde strijd tegen het alcoholisme. Het gezin verhuisde naar Londen. Toen er onder de Methodisten in 1850 een scheuring kwam schaarde ze zich bij de voorstanders van hervorming. Ze werd leidster van een zondagschool en ontmoette William. Ze trouwden in 1855. In 1859 schreef ze op zijn aandringen het pamflet Female Ministry ter verdediging van het preken van de Amerikaanse Phoebe Palmer. Kort en krachtig kwam ze op voor het recht van vrouwen om te preken. Vrouwen zijn niet minder dan mannen. Er is geen bijbelse grondslag voor een verbod. En wat de Heilige Geest heeft verordend en gezegend moet worden geëerbiedigd.
Het jaar erop was het voor haar zelf zover. Door het leiden van jeugdgroepen had ze geleerd haar zenuwen de baas te zijn. Haar preken werden een succes. Ze sprak heldere taal. Haar man preekte voor de armen, zij vaak voor de rijken om hun financiële steun te verwerven voor het ‘reddingswerk’ van het Leger. Ze nam geen blad voor de mond. Een van haar preken heet ‘Aggressief christendom’. Satan had het duidelijk op het christendom gemunt, gezien de deplorabele staat ervan. Je moet niet afwachten tot het mensen belieft naar je oude of nieuwe kapelletje te komen. Je moet mensen ‘dwingen om in te gaan’. De achterbuurten in met het Evangelie! Je mond openen tegenover je familie of je huispersoneel om te zeggen wat je op je hart hebt!
In 1885 nam ze deel aan een succesvolle campagne voor een wetswijziging die meisjes betere bescherming bood. De gelijkwaardigheid van man en vrouw werd nog niet zo ver doorgevoerd dat vrouwelijke officieren hun aanstelling konden behouden als ze met een mannelijke officier van het kerkgenootschap trouwden. Haar opvatting dat sacramenten niet heilsnoodzakelijk waren droeg bij aan de afschaffing van doop en avondmaal in het Leger.

(2018)

Emmanuel Levinas – *12 januari 1906 Kovno, Litouwen – † 25 december 1995, Parijs

October 24th, 2018 Comments off

Ik word ik in het aangezicht van de ander

Levinas is een van de belangrijkste filosofen van de afgelopen eeuw en wordt terecht vaak in één adem genoemd met de joodse denkers Buber en Rozenzweig. Zelf stevig in orthodox jodendom verankerd, oefende hij grote invloed uit op het denken van christenen én atheïsten, op theologie, filosofie, ethiek, zorg en pastoraat.
Hij was de oudste van drie kinderen van joodse ouders met een boekhandel. Het jodendom in het Litouwen van zijn jeugd werd gekenmerkt door de mitnagdiem, ‘de opposanten’. Deze stroming stond kritisch tegenover het chassidisme, omdat dit te weinig een beroep deed op de rede. Er werd teveel autoriteit aan bepaalde rabbijnen en spirituele praktijken toegekend en te weinig belang gehecht aan studie van de Tora en de Talmoed. Vrijheid en eigen verantwoordelijkheid werden daardoor te weinig gestimuleerd. Levinas zelf vond mystiek en extase ook ‘infantilisering van de religie’.
Als in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, emigreert het gezin Levinas naar de Oekraïne. Daar maken zij de revolutie van 1917 mee. De familie keert in 1920 terug naar Litouwen. Veel Russische joden gaan in Frankrijk studeren. Emanuel studeert filosofie in Straatsburg en in Freiburg. Hij loopt college bij Martin Heidegger, die hem diepgaand beïnvloedt. Hij begint te publiceren, neemt de Franse nationaliteit aan en trouwt met zijn jeugdliefde Raïssa Levi. In 1940 dient hij in het Franse leger, maar hij komt al snel in Duitse krijgsgevangenschap. Dat hij die overleeft dankt hij mogelijk aan zijn grote talenkennis. Zijn Litouwse familie werd uitgemoord, zijn vrouw en dochter overleefden de oorlog dankzij onderduik.
Al deze ervaringen met vreemdelingschap en vervolging tekenden hem diep. Hij ontwikkelde een filosofie van de ander, waarbij hij de Ander met een hoofdletter schreef. De ontmoeting met het gelaat van de Ander in zijn of haar vreemdheid leidt tot onze verantwoordelijkheid. Zo raken wij bekleed met medemenselijkheid. En God kunnen we alleen ontmoeten via de ander en het andere. Aldus ongeveer zijn grondgedachte. En hij werd steeds kritischer jegens Heidegger en het westerse denken in het algemeen. Dat denken was hem te ‘totalitair’ en te veel gericht op beheersing van de ander. Zijn geschriften kregen titels als Van het zijn naar het zijnde, De totaliteit en het oneindige, Anders dan zijn. En via leerstoelen in Poitiers en Nanterre bereikte bij de Sorbonne-universiteit in Parijs. Hij kreeg her en der eredoctoraten. Naast zijn filosofisch werk schreef hij ook commentaren op de joodse Talmoed. Hij overleed tijdens het joodse Chanoekafeest.

Categories: Uncategorized Tags: ,

Meindert Dijkstra: Palestina en Israël. Een verzwegen geschiedenis

September 24th, 2018 Comments off

Een prachtig boek over een prachtig gebied met een rijke maar tumultueuze geschiedenis. Een heftig omstreden gebied. Dijkstra heeft een missie. Hij wil mythes ontmaskeren die een funeste rol spelen in het grote Israël-Palestina-conflict. Zo was het land nooit leeg. En het is eigenlijk ook nooit in de geschiedenis een alleen maar Joods land geweest. En dat de meeste Palestijnen van nu eigenlijk ook maar van negentiende-eeuwse immigranten afstammen die tegelijk met de Joden kwamen in dat zogenaamde lege land is ook een sprookje.

Dijkstra is oudtestamenticus en oud-docent oud-oosterse godsdiensten en culturen en kent het gebied ook duidelijk uit veel eigen waarneming. Hij brengt een ongelooflijke hoeveelheid informatie samen in zijn beschrijving van de geschiedenis van de regio vanaf de oudste sporen van de mens tot ongeveer 1918: de tijd van Balfourverklaring, het einde van de Eerste Wereldoorlog en het begin van het Britse mandaat. En het leest goed, want hij heeft een stevige greep op de stof. De indeling in een veertien periodes werkt prima, evenals het duidelijke streven om uit elke periode goed te laten zien welke bevolkingsgroepen er samenleefden en onder welke machtsverhoudingen. Het wordt zichtbaar dat er dankzij immens veel archeologisch en multidisciplinair historisch onderzoek heel veel informatie beschikbaar is. Terwijl we in de toekomst nog meer mogen verwachten, want veel Arabisch en Turks archiefmateriaal is nog niet onderzocht.

Knap vind ik dat hij de lezer niet laat verzuipen in een te grote stroom aan gegevens. Het land zelf is als het ware de verteller dat de lezer dwingt om te kijken naar alles wat er gebeurd is. Dat is dan geen strak afgebakend gebied. Het betreft niet alleen het huidige Israël met bezette Palestijnse gebieden, maar ook aangrenzende gebieden. Bij de geschiedenis van het land horen behalve Filistijnen, Kanaänieten en Israëlische stammen ook Nabateeërs, Edomieten, Samaritanen, pensionado’s van Romeinse troepen, of later alle mogelijke varianten van christendom uit oost en west die er naar toe pelgrimeren, Perzische, Griekse, Egyptische, Arabische en Turkse overheersers, kruisvaarders, missionarissen en handelaars en nieuwe nomadische groepen uit de woestijn die zich settelen nadat in een vorige neergang boeren weer nomaden geworden waren. Naarmate we dichter bij de twintigste eeuw komen wijst Dijkstra ook vaker naar concrete bouwkundige sporen in het land.

De geschiedenis van het land is vaak verteld vanuit het optiek van de stad Jeruzalem, denk aan boeken van Karen Armstrong of Montefiore. Die wekken vooral de indruk van een aaneenschakeling van militaire conflicten, bloedbaden en etnische zuiveringen. Dijkstra weet dat beeld enorm te nuanceren. Op verschillende momenten blijkt dat de grote getallen slachtoffers van veldslagen en bloedbaden uit de beschrijvingen met een grote korrel zout genomen kunnen worden. Dat gold al voor de getallen in de Bijbel, maar ook voor veel later eeuwen. Menige genocide in het Nabije en minder nabije Oosten zal toch niet zo omvangrijk zijn geweest als vaak gesuggereerd. En de impact van de kruisvaarders is beduidend minder geweest dan hun massieve bouwwerken suggereren. Daarnaast hebben andere rampen er soms stevig ingehakt, zoals de pest, sprinkhanenplagen of droogteperiodes. Maar er is ook voortdurend geleefd, geliefd, geloofd, aan onderwijs en cultuur gedaan, aan succesvolle landbouw en handel en aan slim en ook humaniserend en pacificerend bestuur.

En voor de totaalindruk die je overhoudt aan het eind zijn woorden als divers, bont en veelkleurig nodig. Eigenlijk is een natiestaat gebaseerd op één volk, ras of godsdienst maar iets onmogelijks. Niet alleen in dit land, maar waar ook ter wereld. Is de geschiedenis er niet een van voortdurende wisselwerking, verschuiving, verhuizing, uitwisseling? En dat is ook precies zijn doel. Je kunt niet anders dan concluderen dat de joodse staat Israël een historische vergissing is, gedoemd te mislukken. Het past niet bij het land en bij de diversiteit van mensen en hun godsdiensten. En het erfgoed zou aan de rechtmatige eigenaar terug gegeven moeten worden. Heel veel kostbare documenten die Israël als joods erfgoed claimt zijn in feite door Palestijnen gevonden in gebied dat op de moment van de vondst niet onder Israëlisch gezag stond. Anders gezegd: het is roofgoed.

Het boek is eigenlijk veel te dun. Je zou veel meer plaatjes willen, veel meer kaartjes ook. Waar liggen al die plaatsen, waarheen verschoven de grenzen in het verhaal genoemd? En af en toe is de tekst weerbarstig. Het boek komt wat moeizaam op gang en je moet aan Dijstra’s stijl wennen. Het loopt het lekkerst als Dijkstra inzoomt op bijzondere gebeurtenissen en kleurrijke mensen. En wat een innemende foto staat er op de omslag.

Het boek is verontrustend. Het maakt duidelijk hoezeer het kerngebied van het jodendom van de oudheid gevormd werd door het heuvelland van Hebron–Bethlehem–Jeruzalem en dan noordwaarts, dus het gebied dat in 1948 grotendeels buiten de staat Israël bleef: de Westbank die dan nadrukkelijker nog dan daarvoor bevolkt werd door Palestijnen. De Terugkeer was eigenlijk nog maar half gelukt. Geen wonder dat de fanatieke tak van het joodse zionisme gesteund door fanatiek christenzionisme zo aast op dit gebied, en dat Netanjahu’s regering en legermacht gedragen door de meerderheid van de Israëlische kiezers in hoog tempo dit gebied verder koloniseren. Protestantse pro-Israël-dominees hebben het op Israël-avondjes en in hun boeken steevast over Judea en Samaria. Op papier hebben ze de Palestijnen al van de kaart geveegd. De verliezers van de geschiedenis verdienen juist compassie.

uitg. Boekencentrum 2018, 352 p., € 24,99

William Penn – *14 oktober 1644, Londen – † 30 juli 1718, Ruscombe (GB)

August 24th, 2018 Comments off

Waarachtige godsdienst haalt mensen niet uit de wereld, maar helpt hen om er beter in te leven en ontsteekt hun ijver om die te verbeteren

Moeder was een Hollandse koopmansdochter uit Rotterdam, vader de Britse admiraal die ‘onze’ Maarten Tromp deed sneuvelen op zee en die een steunpilaar was van koning Charles II. Om een schuld af te lossen kreeg de familie een groot stuk bosrijk overzees grondgebied van de Britse kroon cadeau. William kreeg dit als erfgenaam in beheer en noemde het Sylvania. Hij was de grootste niet-koninklijke grootgrondbezitter van zijn tijd. Ter ere van vader werd Pennsylvania de naam van deze nieuwe kolonie.
Tot ongenoegen van vader en van andere autoriteiten was William als jongeman in allerlei opzichten steeds zijn eigen weg gegaan. Om vaders carrière niet te beschadigen was William al eens naar het buitenland gestuurd. Aan het hof van de Franse Zonnekoning moest hij betere manieren leren. Maar hij had toen in Frankrijk bij een protestantse theoloog ook ideeën opgedaan over godsdienstvrijheid. Hij stond toen al onder invloed van de Quakers. Zij vormden een van de vele protestantse ‘sektes’ die in het Engeland van de zeventiende eeuw tegen de verdrukking in opbloeiden. In een stiltebijeenkomst van Quakers was William geraakt. En hij werd hun pleitbezorger. Hij lokte juridische processen over de vrijheid van godsdienst uit en schreef verschillende traktaten. De bekendste werd ‘No Cross, no Crown’, geschreven in 1668-69 tijdens een van zijn vele gevangenschappen in Londen. Een pleidooi voor christendom zoals het ooit begon. Uit het hoofd had de gevangene er tientallen citaten in verwerkt over het belang de strijd tegen het Ik. Hij nam het erin op voor Quakerpraktijken zoals het gelijkelijk aanspreken van vorst en gewone man met Thee en Thou. Quakers waren pacifist en kleedden zich volgens eigen opvattingen (in Williams geval met een vleugje ijdelheid).
Niet onbelangrijk was de erkenning die hij van zijn vader kreeg voor zijn moed en volharding. En als gouverneur van de nieuwe kolonie legde William een grote ambitie aan de dag om er een modelstaat van te maken. Er gold maximale godsdienstvrijheid en er was democratisch overleg. Het werd een vrijstaat voor Quakers, maar ook voor andere vervolgde geloofsgroeperingen uit Europa zoals de doperse Amish, lutheranen én rooms-katholieken. De vriendschap van de Indianen won hij door een contract dat hen veel rechten en vrijheden gaf. Er was wel slavernij, maar het verzet ertegen begon er ook. Penn had ideeën over samenwerking van de Amerikaanse koloniën die later zouden doorwerken in de Amerikaanse grondwet. En hij dacht al aan een Europarlement.
Te vaak zette hij handtekeningen onder documenten zonder die eerst goed te lezen. Hij stierf daardoor berooid.

Categories: Uncategorized Tags: ,

in memoriam Henri Veldhuis (1955-2018)

August 19th, 2018 Comments off

Als wij zelf van mening zijn dat die liefde, zoals die in Christus aan het licht gekomen is, het hart is van de theologie….

In een indrukwekkende dienst onder de prachtige pastorale leiding van Kees van der Zwaard nam de protestantse gemeente van Culemborg op 13 augustus 2018 afscheid van haar predikant. Het 25-jarig ambtsjubileum van Henri als predikant van de (eerst hervormde) Barbaragemeente was ruim een jaar ervoor gevierd. Ik was een jaargenoot van hem en onze jaarclub bestond net veertig jaar. Die jaarclub was een van zijn vele initiatieven en activiteiten die tot goede dingen geleid hebben en waardoor dit overlijden een verlies is dat verder reikt dan de gemeente Culemborg.
In september 1975 begon de studie. Henri, afkomstig uit de Noordoostpolder, oudste van tien kinderen van een fruitkweker, had er twee jaar vooropleiding opzitten omdat hij niet het juiste pakket had. Hij stimuleerde een paar a.s. theologen die elkaar intussen als aspirant-leden van de reformatorische studentenvereniging CSFR hadden leren kennen om samen op ‘Voetius’ te gaan, het theologendispuut voor studenten uit de gereformeerde gezindte. We wisten al wel dat we zelf nogal kritisch stonden tegenover onze achtergrond, maar aldus Henri: ‘op Voetius wordt het hardst gestudeerd en er is ruimte voor een kritische houding’. Op dat moment zwaaide Klaas Vos er flamboyant de voorzittershamer, dat scheelde ook (later VPRO-presentator en weer later toch weer dominee en altijd Ajax-fan). En in die jaren was het dispuut voor de vorming haast net zo belangrijk als de officiële studie. Drie jaar later, in 1978, nam Henri het initiatief om maar alvast een jaarclub te vormen die met eigen bijeenkomsten in vorm zou komen voor latere ontmoetingen na de studie. Dat betekende studeren met elkaar mét altijd een liturgische opening én na afloop de fles open. We begonnen met een stuk of zestien, de linker helft van de dertig in 1975 aangetreden dispuutsleden. Er sprak ook zendingsdrang uit. We zouden een missie te vervullen hebben in een kerkelijke en theologische context die allerminst koersvast was. Zo was Henri in die tijd er (nog) niet helemaal van overtuigd dat de theologie van Karl Barth die op dat moment in ons onderwijs dogmatiek de toon zette, voldoende van geseculariseerd denken vrij was. En wat filosofie betreft was hij ook ontevreden over ons onderwijs: teveel Angelsaksische taalfilosofie, te weinig ‘continentale filosofie’. Dus Henri liet belangstellende medestudenten kennis maken met teksten van Emanuel Levinas. Later wijdde hij een aparte doctoraalscriptie filosofie aan deze grote Frans-joodse denker. In het jaar dat hij voorzitter was van het Utrechtse dispuut van de CSFR leidde hij een voortreffelijke reeks lezingen over het jodendom die een echte ontmoeting werden.

Onder invloed van Klaas Vos raakte hij betrokken bij de contacten met dissidenten in Oost-Europa via Hebe Kohlbrugge. Het zou resulteren in geheime coördinatie van lezingen van filosofen en theologen voor dissidenten van de Charta-beweging in Tsjecho-Slowakije rond de latere president Vaclav Havel. In die jaren ’70 had het christen-socialisme nogal nadrukkelijk wortel geschoten onder Utrechtse theologiestudenten, waarbij kritiek op Oost-Europa ‘not done’ was. Hebe Kohlbrugge – net als deze christen-socialisten óók Barthiaan – hielp ons aan een andere kijk en stimuleerde met kracht netwerken van contacten met kritische christenen en humanisten. Helaas ontstond er verwijdering tussen Henri en Hebe, twee sterke karakters, en Henri stopte ermee. Na de val van het IJzeren Gordijn kreeg hij wel een erepenning van de Praagse Karelsuniversiteit voor zijn werk.

Daadkrachtig, voortvarend, koersvast! De gave om helder hoofdlijnen te tekenen na altijd grondige oriëntatie kwam vervolgens allereerst tot uitdrukking in zijn promotieonderzoek over een randfiguur, de belastingambtenaar uit het pruisische Koningsbergen van de achttiende eeuw toen Immanuël Kant daar aan Europa filosofische Verlichting schonk: Johann Georg Hamann. De vorige theologengeneratie kende Hamann al van het prachtige boek ‘Natuur en genade bij J.G Hamann’ van E. Jansen Schoonhoven (het stond ook in mijn vaders kast te verstoffen en ik heb het gedeeltelijk verslonden). Henri overtroefde dit met een nogal definitief boek dat deze bijzondere lutherse denker een belangrijke plaats gaf in de grote westerse traditie van Augustijns-klassiek christelijke theologie.

Kort erna gaf Henri de openingslezing op een conferentie van de hervormde dogmatici over ‘Openbaring en werkelijkheid’. Die was samen met het daaropvolgende debat met prof. Bram van de Beek instructief zowel voor Henri’s theologisch engagement als voor de mate waarin hij toen in 1994 professorabel was. Henri was hier de woordvoerder van wat een tijdlang de ‘Utrechtse School’ genoemd werd. Met Antoon Vos als leverancier van een paar belangrijke historisch-filosofische inzichten trok een groep theologen in verschillende constellaties op om samen wetenschappelijk werk te leveren. Henri raakte voor lang actief in het Duns Scotus gezelschap dat werk van deze grote middeleeuwse theoloog onderzocht en in publicaties toegankelijk maakte. Vooral dat laatste was Henri’s kwaliteit: toegankelijk maken door hoofdlijnen aan het licht te brengen. Het andere initiatief was de ‘Utrechtse Studiedagen’ waaruit een reeks publicaties voortkwam.

Maar hij was na zijn promotie – en intussen getrouwd en vader van twee kinderen – predikant in Culemborg geworden en is dat gebleven. Met hart en ziel, bewogen en creatief, kritisch en ruimhartig. Een gemeente met een grote kerkmuzikale traditie.  Als predikant legde hij grote gevoeligheid aan de dag voor pastoraal-psychologische vragen en wist hij daarover indringende diensten te houden. Hij had ook persoonlijk de nodige worstelingen doorgemaakt met hinderlijke ‘schaduwen’. En in de 26 jaar dat Henri er werkte werd de Barbaragemeente ook de thuishaven van de beweging voor bibliodrama en dans in de kerk én de moederkerk van protestantse vriendschap met Palestijnse christenen. De Stichting de 7de hemel voor bibliodrama en dans had hem tot voorzitter gemaakt en vrij onlangs ook de daaraan gelieerde werkplaats voor bibliodrama dat de verschillende stromingen in het bibliodrama bundelt.

Daarnaast bleef hij kritisch betrokken op de landelijke kerk en de samenleving en een voorvechter van de mensenrechten. Het IJzeren Gordijn en de Berlijnse Muur waren in 1989 gevallen. Een andere Muur werd niet veel later juist opgetrokken, met nog meer beton en prikkeldraad, dwars door het gebied van het Palestijnse volk. Jeannette de Boer-de Leeuw (echtgenote van zijn filosofiedocent Theo de Boer, en destijds moderamenlid van de Hervormde Synode) opende naar zijn zeggen hem de ogen voor de mensenrechtensituatie in Israël en Palestina. En ‘Vrijstad Culemborg’ was en werd steeds meer de leverancier van deelnemers aan initiatieven als de Olijfboomcampagne, Vrienden van Sabeel, Stichting Kairos Palestina en de Vrienden van de Tent of Nations. Van dat laatste werd Henri mede-oprichter, zoals hij het eerder was samen met oud-premier Dries van Agt van The Right’s Forum dat de Nederlandse politiek bij voortduur van gedegen kritiek dient wat betreft het Palestina-Israël-beleid. Daoud Nassar, de christelijke eigenaar van de Palestijnse vredesboerderij Tent of Nations, was zijn vriend geworden, zoals tot uitdrukking kwam in de jubileumviering van Henri’s 25-jarig ambtsjubileum. Op veel conferenties van de Palestina-vriendschappen (en andere) was Henri de fotograaf. Voor ‘Kairos-Sabeel’ (toen nog niet gefuseerd) schreef hij een kleine kritische ‘Israël-theologie’ in brochurevorm die het qua toegankelijkheid én inhoud verdiende om uitgegeven te worden als officiële kerkelijke standpuntbepaling. En via zijn veelbezochte website – helemaal zelf ontwikkeld – werd hij met kritische en scherpe commentaren een belangrijke luis in de pels van kerkleiding en dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.

Die betroffen niet alleen het Midden-Oosten-beleid dat te veel gegijzeld werd door doorgeslagen christelijke solidariteit met de staat Israël. Hij vond ook lang dat de kerkleiding in toonzetting en beleid te ver achter de feiten aanliep en struisvogelpolitiek bedreef wat betreft de doorgaande ontkerkelijking. En of de missionaire kansen om dat te keren realistisch begroot werden?
Vanuit zijn diepe doordenking van een visie op recht en onrecht vanuit het hart van het Evangelie was hij ook een gerespecteerd gesprekspartner van het justitiepastoraat. Op een van hun studiedagen pleitte hij voor integratie van strafrecht en herstelrecht, met de stelling dat schuldverwerking en herstel alleen mogelijk is op basis van hoop op liefde en ontferming.

Zijn boek Kijk op geloof (ook in het Indonesisch vertaald) liet zich lezen als een kleine geloofsleer. Het is goed bruikbaar gebleken voor gespreksgroepen in de gemeente. Het paart diepgang aan eenvoud en eerlijk geloof aan ruimte om met hem van mening te verschillen (zo was mijn gebruikerservaring). Het hoofdstukje over de ontmoeting met de islam bijvoorbeeld stijgt nog altijd uit in kwaliteit van toonzetting boven menig schrijfsel in het kerkelijke en politieke landschap dat ofwel te bang is voor islamkritiek of te bang voor hartelijke herkenning van moslims als authentieke mede-aanbidders.

Een belangrijk theologisch initiatief was ook zijn voorzitterschap van de Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie. Onder zijn leiding kwamen de drie delen Verzameld Werk van Daniël Chantepie de la Saussaye (1818-1874) tot stand. Nog in onze studietijd hadden we een keer alle brochures van deze theoloog uit de universiteitsbibliotheek staan kopiëren. Van Antoon Vos hadden we geleerd om deze geestelijke vader van een stroming die meer dan een eeuw lang belangrijke theologen heeft opgeleverd, óók te zien in het kader van die grote hoofdstroom van ‘klassieke Augustijns-Anselmiaanse theologie’. De ethischen huldigden een ander vrijheidsbegrip dan de calvinistische predestinatieleer die ons in onze jeugd had geplaagd. En ze waren ook theologen voor wie de persoon van Jezus Christus het heldere en stralende middel- en vertrekpunt van geloof en theologie is.

Op de laatste studiedagen van onze jaarclub hadden we samen op zijn voorstel delen uit de evangelist Marcus gelezen. Deze keer voor ‘t eerst in onze veertig jaar geen wetenschappelijk boek of cultureel thema maar rechtstreeks de Bijbel en dan de oudste evangelist. Dichter bij de Heer kun je niet komen. Voor de vaste filmavond – zoals altijd met Henri’s uitstekende apparatuur – had hij deze keer oude tv-opnames opgeduikeld met Karl Barth en met K.H. Miskotte over Barth. We konden niet vermoeden hoezeer hiermee een belangrijke cirkel van Henri’s leven rond gemaakt werd.
De vijftigste sterfdag van Barth valt op 10 december a.s. precies samen met de tweehonderdste geboortedag van Daniël Chantepie de la Saussaye.  Henri zal het niet meer meemaken. Tijdens een wandelvakantie in Engeland stond zijn hart plotseling stil.

Fundamentele theologische bestrijding van het christenzionisme

June 27th, 2018 Comments off

Steven Paas (red.), Het Israëlisme en de plaats van Christus, uitg. Bc-bs, 2017, 327 blz., € 22,50

Steven Paas (1942) is christelijk-gereformeerd theoloog die met deze publicatie opnieuw ten strijde trekt tegen het christenzionisme. Voor dit boek hebben theologen uit orthodox-gereformeerde, Anglicaanse en evangelische kerken in binnen- en buitenland een bijdrage geleverd. Paas zelf schreef een uitvoerig eerste hoofdstuk, prof. Wido van Peursen (VU) een inleiding. Het boek is begin 2018 ook in het Engels verschenen.

Voor lezers bij wie de theologische wind uit een andere hoek waait, is de inzet en de stijl van dit boek wennen. ‘Israëlisme’ is de eigenzinnige term van Paas voor het verschijnsel dat er ‘na Christus’ nog een heel eigen plaats aan Israël – volk, land en godsdienst – in het handelen van God wordt toegekend. Wat hier op de korrel wordt genomen is de theologie van de nog niet vervulde oudtestamentische profetieën over Israël die pas na 1948 met de oprichting van de staat Israël in vervulling zouden zijn gegaan. Het gaat om de theologische kern van dat christenzionisme. Het Israëlisme zet Israël in feite in de plaats waar Christus altijd stond in het christelijk geloof. De terugkeer van joden en hun staatsrechtelijke eigendom van het land der vaderen is theologisch gesproken heilsnoodzakelijk geworden. Zonder Israël geen Koninkrijk van God op aarde, daarom zou het de missie van de Kerk moeten zijn om de wereld tot Israël te bekeren en dit herstel van de natie te bevorderen.

Dit boek gaat minutieus na hoe het zit met die oudtestamentische profetieën en hun vervulling of onvervuldheid. Het maakt het boek dik en omslachtig. Toch groeide al lezend mijn sympathie. Hier wordt het vak bijbelse theologie ouderwets gedegen beoefend. Bijbelse theologie die uitgaat van de eenheid van de Schrift en die de Schrift eerbiedig leest als Stem van de Ene, met respect voor de eigen kleur van de auteurs en met grote aandacht voor de historische context. Steen voor steen wordt zo het Israëlisme ontmanteld. De lezer krijgt stevige lessen nieuwtestamentisch interpreteren van het Oude Testament, naast ook gewoon in beter lezen wat er staat. De landbeloften, de beloftes van een vernieuwing van Israël of van het opnieuw wonen van God te midden van zijn volk in zijn vernieuwde tempel, zijn al in Christus vervuld, of aan hun vervulling begonnen. Jezus is samen met zijn gemeente die ‘tempel’, God wonend onder mensen. Joden en niet-joden vormen daarbij samen Gods volk. En dat breidt zich uit over de hele wereld. De hele aarde is bestemd om ‘hof van Eden’ te worden. De missie van de Kerk is dan om wereldwijd de mensen te winnen om deel te worden van de nieuwe tempelgemeenschap van joden en niet-joden die samen leven in eerbied voor de Eeuwige. Er wordt geen ánder Koninkrijk verwacht dan het Koningschap van Christus, dus niet daarnaast nog een ‘herstel van het koninkrijk van David’. Da Costa in de 19de eeuw en alle christenzionistische uitleggers na hem lezen op dit punt Handelingen 1 niet goed. En om de ‘terugkeer’ vanaf 1880 (en niet pas in 1948) en wat er verder historisch volgde in het land van de Bijbel in bijbelsche schema’s te passen moeten Restaurationisten en Chiliasten of hoe ze ook mogen heten, wel erg veel water in de bijbelse wijn doen. Staat er in dat Oude Testament niet nadrukkelijk en bij herhaling dat ommekeer tot de Heer en zijn geboden de voorwaarde is om te mogen terugkeren? Christenzionisten hebben het helemaal omgedraaid: terugkeer en (met hulp van christenen) terug brengen de Joden gaat vooraf aan hun verhoopte bekering ooit eens wellicht toch tot de Messias. En over de visioenen van Ezechiël of Zacharia 14 worden de bladzijden soms sarcastisch, uit verbazing over het vrome maar ideologische geknutsel met teksten om de contemporaine geschiedenis er in terug te kunnen lezen.

Deze theologen gaan dus door het vuur voor de klassieke christelijke vervullingsgedachte. Jezus Christus is het centrum van Gods openbaring, maatgevend voor de uitleg van het Oude Testament. In het Nieuwe Testament worden de beloftes uit het Oude Testament niet ‘vergeestelijkt’, maar ze worden ‘geuniversaliseerd’. Met deze op zich lelijke term – gebruikt door christen-Palestijnse leerlingen van N.T. Wright en hier door anderen ook overgenomen – wordt aandacht gevraagd voor de manier waarop het Nieuwe Testament heel de taal van het Oude gebruikt om te belichten wat de betekenis is van de verschijning van Christus. Je kunt overal op aarde en ongeacht je etniciteit deel hebben aan datgene wat in het Oude Testament werd toegezegd. ‘De plaats van echte aanbidding is geuniversaliseerd tot elke plaats waar de Geest woont in echte aanbidding’ (95), aldus het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw in Joh.4, een passage die veel wordt aangehaald. Omdat Jezus zelf het Israël van God is geworden – lijfelijk en aards – ‘erft’ hij niet alleen het land, maar de hele aarde als terrein van zijn koningschap. Een andere tekst die herhaaldelijk terugkeert is de zaligspreking uit Mt. 5 waarin Jezus de armen van geest niet het land maar de aarde laat beërven. De tijd van de ‘wederoprichting van alle dingen’ is bij Lucas al lang voor 1948 begonnen, namelijk op Pinksteren (157). Nergens in het NT staat een profetie over een joodse terugkeer uit ballingschap. Laat staan over een herbouw van de tempel.

Sommige uitspraken zijn echt gewaagd, als je oren gewend zijn aan de retoriek van de theologie van de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’. Laten Joden maar blij zijn dat God hun speciale oudtestamentische positie niet heeft gehandhaafd, de ‘verbondsoordelen’ geprofeteerd tot de Joden treffen hen dan ook niet in meerdere mate dan andere volken (39). Israël is niet langer hét uitverkoren volk van God waarmee Hij nog bijzondere bedoelingen heeft (10). Het onderscheid tussen Israël en de volken is niet meer theologisch relevant (209 voetnoot). Je hoeft van deze auteurs ook niet eerst in de leerschool bij joodse denkers en joodse schriftgeleerdheid om de Bijbel te kunnen uitleggen: de enige bladzijden over het na-christelijke religieuze jodendom gaan over de verschillende vormgevingen van het messianisme sinds de opkomst van het moderne zionisme. En een beetje joodse feesten gaan vieren in de Kerk of toeristische gemeentereisjes naar Jeruzalem betitelen als ‘pelgrimeren’ kan na lezing van de bijdrage van Theo Pleizier (PTHU) ook niet meer. Als het Avondmaal de belangrijkste ceremoniële praktijk is van de christelijke spiritualiteit, gaat er iets mis met de spirituele focus op Christus als je dit gaat mengen met het joodse Pesach. De Kerk is het joodse volk niet (p. 216). En bij de geografie van diezelfde spiritualiteit hoort dat we de Heer ontmoeten in de lokale gemeente. Reizen naar Jeruzalem brengt niet dichter bij de Heer. Religieus toerisme moeten we niet verwarren met pelgrimage, want de pelgrim naar het Koninkrijk van God zal meer interesse hebben in mensen (Joden én Palestijnen) dan in dode stenen. En over de eschatologie van de christelijke spiritualiteit wil hij vooral benadrukken dat die het probeert uit te houden in de mist van de geschiedenis en géén eenduidig licht heeft over de vraag aan welke kant God staat in allerlei politieke conflicten. Amen.

Aan politiek wordt in dit boek nauwelijks gedaan. Bekommernis over de ernstige schending van mensenrechten en specifiek van de volkerenrechtelijke positie van de Palestijnen ben ik eigenlijk niet expliciet tegengekomen. Over de islam wordt vooral negatief gesproken: moslims zijn verslaafd aan hun slachtofferrol en niet alleen de joden maar de ook Palestijnse christenen hebben niet veel goeds van hen te verwachten (Miller, 204v). Gelukkig brengt de opmerking van Jos Strengholt dan weer evenwicht, dat het jezelf verliezen in eschatologische bespiegelingen ook slecht is voor het zicht op Gods liefde voor de wereld, inclusief het islamitische deel ervan (311). Dat het moderne zionisme een seculiere beweging is en dat de staat Israël een seculiere natiestaat is, wordt wel onderstreept. De restaurationalisten, chiliasten en christenzionisme die er eschatologische chocola van maken zijn niet alleen knutselaars en neo-gnostici maar ook gevaarlijk. Dat ook. ‘De politieke implicaties van het Dispensationalisme zijn enorm’ (200). Sizer legt er de vinger bij dat het christenzionisme niet alleen ideologisch maar ook financieel verbonden is met joodse groeperingen die gevaarlijke plannen hebben met de moslimheiligdommen op de tempelberg (278vv).

Maar deze theologische en spirituele terughoudendheid ten opzichte van grote politieke visioenen is precies wat nu urgent is. Het optreden van Trump en zijn doordenderende pro-Israëlpolitiek waarbij de VS nu zelfs de mensenrechtencommissie van de VN verlaat, laat zien hoe belangrijk zulke theologie is. Trump leunt op een brede christenzionistische achterban, die ook in Nederland de politiek telkens weer aardig weet te gijzelen als het om de Israëlpolitiek gaat. Het is echt belangrijk dat orthodox-protestantse en evangelische theologen en kerken in beweging komen. Zij die in hetzelfde taalveld van heilshistorische theologie zitten kunnen de missie van bestrijding van het politiek verderfelijke christenzionisme beter vervullen dan zij die dat niet zitten. En dat Paas deze koe bij de horens vat maakt dit een belangrijk boek.

Waarin verschilt deze theologie van die van bijvoorbeeld veel sympathisanten van Kairos-Sabeel? Ik kan het misschien illustreren aan de hand van de bijdrage van G.K. Beale. Aan het slot ervan wordt die nogal vermoeiend als hij wil uitleggen dat de fysieke vervulling van de landbeloften in het Nieuwe Testament begint met de lichamelijke opstanding van Christus. Het wordt een gegoochel met de begrippen geestelijk, fysiek en lichamelijk. Ik zou zeggen: wat is er lijfelijker en fysieker dan een historische Jezus van Nazareth die het brood eerlijk verdeelt zodat de hongerige wordt gevoed en die een nieuwe sociale samenhang sticht waarin kinderen weer onbekommerd mogen spelen, vrouwen niet worden onderdrukt en armen niet worden uitgebuit? Authentieke vervullingstheologie kan ook wel met minder stellige grote woorden. En doe mij vooral maar heel veel van wat Theo Pleizier bepleit: ‘ernaar streven in het hier en nu, met aandacht voor het alledaagse en het gewone, recht te zoeken, dienstbaar te zijn en lief te hebben’ (224).

(juni 2018)