Charles Kingsley

De Bijbel is onterecht gebruikt als een leidraad voor dienders, als opium om lastdieren koest en armen in het gareel te houden

*12 juni 1819, Holne Vicarage – † 23 januari 1875, Eversley (GB)

Marx sprak in soortgelijke woorden. Onafhankelijk van Marx gebruikte Kingsley dezelfde vergelijking. Met een ander doel. Kingsley was een van de eerste christensocialisten. Als twaalfjarige scholier was hij getuige geweest van een arbeidersopstand in Bristol: drie dagen van rellen in de stad met gebroken winkelruiten, brandende gebouwen, geroofde vaten brandewijn die in brand vlogen en opstandelingen verschroeiden, verminkte lijken op straat. Zijn afgrijzen maakte pas veel later plaats voor begrip.
Het revolutiejaar 1848 bracht in heel Europa politieke onrust. In Engeland roerde zich de Chartistenbeweging. Na een uiteengejaagde demonstratie in Londen probeerde dominee Kingsley samen met gelijkgezinden een brug naar hen te slaan, op Waterloo Bridge. Ze begonnen een weekblad: Politics for the people om vraagstukken te behandelen als het kiesrecht en de verhouding van kapitalist en arbeider. ‘Als wij niet meevoelen met hun ellenden, zijn wij niet in staat te beoordeelen de geneesmiddelen, die zij zelf voorstellen of die anderen voor hen hebben voorgesteld.’ Kingsley verontschuldigde zich voor de voorgangers waaronder hij zelf die niet hadden laten zien dat Bijbel ‘een Godsstem tegen tyrannen, leeglopers en kwakzalvers’ is.
Het blad was geen lang leven beschoren. En ook de opvolger ervan The Christian Socialist had geen duidelijke economische visie. Maar een kritische preek in 1851 over de boodschap van de kerk aan de werknemers leverde hem wel een preekverbod op. Voor even. Hij was spraakmakend. Uiteindelijk schopte hij het tot kanunnik van de Westminster Abbey, beroemd om zijn vele sociale en historische romans, kinderboeken, gedichten en meeslepende lezingen en preken.
De liefhebber van sport en van de jacht bepleitte een ‘gespierd christendom’. En Kingsley verzette zich tegen de stroming in de Anglicaanse Kerk die naar het rooms-katholicisme neigde. Maar hij was ook bevriend met Charles Darwin. Kingsley vond het wel een edele gedachte om te geloven dat God eerder een paar oorspronkelijke vormen had geschapen die in staat waren zichzelf te ontwikkelen in andere en beter aangepaste vormen, dan dat er steeds nieuwe scheppingsdaden hadden moeten plaatsvinden voor nieuwe soorten.
Het christensocialisme heeft her en der in de loop van de tijd heel verschillende gedaantes gekregen. Laten de gele hesjes op Europese straten zien dat de boodschap van een noodzakelijke evolutie naar meer sociale rechtvaardigheid ook nu nog actueel is?

(2019)

Franz Rosenzweig

De ster van de verlossing is een gelaat geworden dat naar mij ziet en waaruit ik zie


*25 december 1886, Kassel, – † 10 december 1929, Frankfurt am Main

Jezus is waarschijnlijk niet op 25 december geboren. Franz Rosenzweig wel. Hij was een Duitse Jood en auteur van De Ster van de Verlossing. De ster in de titel verwijst niet naar de vijfpuntige ster bovenop de christelijke kerstboom, maar de zespuntige Davidsster van het jodendom. Het boek werd enorm belangrijk voor de joods-christelijke dialoog.

Rosenzweig kwam uit een liberaal-joods gezin in Kassel. Tijdens zijn studie bediscussieerde hij met twee neven en met Eugen Rosenstock de noodzaak christen te worden. Hij besloot juist praktiserend jood te worden, volgde joodse studies en begon over het joodse denken te schrijven. In 1915 kwam hij in het Duitse leger. Tijdens zijn legering in de Balkan ontmoette hij moslims. Op briefkaarten naar zijn moeder begon hij aantekeningen voor een boek te maken. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog en de demobilisatie kwam op basis daarvan De Ster tot stand.

In dit weerbarstige, originele, grote boek rekent hij af met de grote denksystemen van Europa die in zijn ogen tot de Eerste Wereldoorlog hadden geleid. Daartegenover zet hij de betekenis van religie. In filosofische taal onderzoekt hij het denken in verschillende godsdiensten over de driehoek God,  mens en wereld. Vervolgens maakt hij een driehoek van de grote waarheden van Schepping, Openbaring en Verlossing. Deze driehoeken over elkaar heen gelegd vormen de ster die naar het leven leidt. Rosenzweig komt tot een diepgaande vergelijking van jodendom en christendom. Ze horen bij elkaar als vuur en licht. In het boek valt ook de respectvolle benadering van de islam op, ook al vindt hij islam ‘plagiaat van de Bijbel’.

In 1920, rond de voltooiing van het boek, trouwt hij en krijgt hij de leiding van het Vrije Joodse Leerhuis in Frankfurt. Maar door de progressieve spierziekte ALS raakt hij in twee jaar tijd zo goed als volledig verlamd. Zijn vrouw ontwikkelt dan een manier van communiceren waardoor er toch publicaties tot stand kunnen komen. Samen met Martin Buber werken ze zo aan de vertaling van de Hebreeuwse Bijbel in het Duits. De vertaalprincipes van deze beroemde Buber-Rosenzweig-Bibel werken nog altijd door in debatten over bijbelvertalen. Als Rozenzweig overlijdt zijn ze tot Jesaja 53 gekomen, over de dienaar van Adonai die als een lam ter slachting wordt geleid.

Even later komt Hitler aan de macht en begint de slachting van Europese Joden, met verplicht de ster op de borst. In de laatste zinnen van De Ster staan de woorden van de profeet Micha:  ‘in eenvoud wandelen met je God.’ Moesten we maar doen.

(2015)

Clara van Assisi


Plm. 1194, Assisi, Umbrië – 11 augustus 1253, San Damiano, Assisi

‘Wie gekleed gaat kan niet met de naakte strijden, want hij die iets aan heeft waaraan hij vastgehouden kan worden, wordt sneller naar de grond gewerkt’

Clara werd geboren als dochter van een edelman. Met Franciscus van Assisi stond ze vooraan in een nieuwe beweging van mannen en vrouwen die zich afkeerden van een leven in weelde en bezit. Hun middeleeuwse voorloper van de Occupy-beweging was begonnen op het moment dat Franciscus publiekelijk al zijn rijkeluiskleren uittrok om voortaan als bedelmonnik door het leven te gaan. Met zijn hulp verliet ook Clara het ouderlijk huis om Vrouwe Armoede te trouwen. Samen stichtten zij de Arme Vrouwen van San Damiano. Op 18 maart 1212 legde ze in Portiuncula haar geloften af in de handen van Franciscus. Kort erna werd zij gevolgd door haar zuster Agnes. Ook hun moeder zou zich later bij hen aansluiten. De Clarissen oefenden met hun sobere leven van gebed al snel op veel vrouwen in Europa grote aantrekkingskracht uit. De leefregel die ze als eerste vrouw in de geschiedenis voor een kloosterorde schreef werd pas op haar sterfbed door paus Innocentius IV goedgekeurd. Twee jaar na haar dood werd zij heilig verklaard. 11 augustus werd haar gedenkdag. Haar naam werd ook in de Nederlandstalige gebieden als doopnaam populair. Haar stoffelijke resten zijn nog steeds te zien in een van de kerken in Assisi.

Franciscus heeft haar vaak om raad gevraagd. Er werd zelfs geroddeld over hun diepe vriendschap. Toen hij daarom besloot om meer afstand te bewaren, protesteerde de natuur door prompt rode rozen te laten bloeien, zegt de legende.

Het citaat hierboven komt uit een brief aan Agnes van Praag, een prominente volgeling, een prinses. Ze noemt haar ‘bruid, moeder en zuster van mijn Heer Jezus Christus’, omdat ze ook koos voor een leven in heilige armoede. Christus kwam in de wereld delen in de armoede van mensen, om hen te laten delen in de rijkdom van Gods koninkrijk. Hij had geen andere plaats om zijn hoofd neer te leggen dan de armoede. Hij legt zijn hoofd dus bij je neer als je in die zelfde armoede leeft. Een prachtig intiem beeld.

En inderdaad, Iphones, tablets, koffiemachines en andere onmisbare ‘hardware’ liggen nogal hard. Evenals die flatscreens waarop je maar zelden iets ziet dat lijkt op inspiratie door de boodschap van Clara, en dat terwijl ze in 1958 door Pius XII tot patrones van de televisie was benoemd omdat zij tijdens een ziekte ooit in een visioen had gezien hoe de mis in de kerk verliep. Of het moest zijn als de huidige paus weer de publiciteit haalt die zich laat noemen naar haar grote vriend.

(2014)

Willem Teellinck

Het gebeurt nu en dan aen die zielen die daer beginnen oprechtelijcken de verlatinghe des wereldts ende de verloocheninge hares selfs te betrachten om Christum te vinden, dat zy vinden hare siele ende gemoet vrij zijnde van commerlijcke bedenckingen ende ydele gedachten ofte snoode lusten der sinnen ende des vleesches

*4 januari 1579, Zierikzee, – † 8 april 1629, Middelburg

Je kunt hem de eerste Nederlandse puritein noemen. Puriteinen streefden naar doorwerking van het geloof in het hele leven. De reformatie van de leer en de liturgie en de kerkelijke organisatie alleen was niet genoeg. Dorpen en steden waren nog teveel ‘loopgoten van zonden’. Mensen moesten komen tot een gestructureerd meditatief en spiritueel leven waarin ‘de oude mens’ daadwerkelijk sterft. De Nadere Reformatie begon in Zeeeland.

Vader Joost Teellinck was schepen en burgemeester te Zierikzee en goed bemiddeld. De vier zoons studeerden allen rechten. Willem reisde jarenlang Europese universiteiten langs. Tot hij in 1603 in het Engelse Banbury verzeild raakte tussen puriteinen. Teellinck kwam met een Engelse vrouw terug om in Leiden theologie te studeren. Twee jaar later werd hij predikant in Haamstede en Burgh.

Als de boeren ’s morgens vroeg gingen melken zagen ze in de studeerkamer van de dominee vaak nog licht branden. Tot de wel zestig boeken van zijn hand behoren vertalingen van de puritein William Perkins. Zelf werd hij wel ‘de gereformeerde Thomas a Kempis’ genoemd. Hij citeerde De navolging van Christus van twee eeuwen eerder.

Vanaf 1613 was hij predikant in Middelburg. De kerken zaten vol en 66 procent van de stad ging ook naar het Avondmaal, zo is berekend. Hij bepleitte meer zondagsrust en zorg voor de armen, sobere kleding en een verbod op kermis, dansen en duinrijden. Zelf verwelkomde hij iedere zondag arme gemeenteleden bij de maaltijd.

Subtiel was hij niet. Het menselijk lichaam noemde hij ‘een maden-sack’ en het Oude en Nieuwe Testament ‘de twee borsten Gods, waaraan Zijn kinderen zuigen’. De dronkaard die vond dat het bier niet voor de ganzen gebrouwen was kreeg te horen dat de hel ook niet voor de ganzen gemaakt was.

Met boeken als Huijsboeck en Sleutel der Devotie werd het godsdienstig leven in het gezin bevorderd. Dat betekende matigheid bij de maaltijden, moeder de vrouw niet langer mishandelen, thuis doorpraten over de preek, kinderen leren om zelf bij de maaltijden een vrij gebed te doen.

Terwijl de Gouden Eeuw begon en Piet Hein de zilvervloot veroverde bleef er door de toenemende innerlijke discipline extra over voor nieuwe winstgevende investeringen!

2019

John Wycliff

Leken moeten het geloof begrijpen. En omdat de leer van het geloof in de Schrift staat, moeten gelovigen de Bijbel in een taal hebben die ze kennen

*1330, Yorkshire – † 31 december 1384, Lutterworth, Leicestershire

Wycliff is de naamgever van een internationaal zendingsgenootschap dat mensen in de hele wereld uitzendt naar minderheidsgroepen om hun taal te leren en de Bijbel in die taal te vertalen. Voor weinig geld en met veel liefde zijn mensen soms jaren ver van huis. Vooral veel kleine talen, soms gesproken door maar enkele duizenden mensen, zijn nog niet ‘gedekt’ met een Bijbel en soms zelfs niet met een woordenboek.

Wycliff was een Engelse kerkhervormer. Hij overleed precies een eeuw voor Luthers geboorte. Ook in zijn ontwikkeling speelden gedachten van de kerkvader Augustinus een belangrijke rol. Pestepidemieën schiepen veel maatschappelijke onrust en een klimaat voor verandering. Ging er een oordeel over de wereld? Als priester en als professor in Oxford ontwikkelde Wycliff radicale gedachten. De kerk kon maar beter geen bezit hebben. Laat ze afstand doen van haar goederen! De eigenlijke kerk wordt gevormd door Gods uitverkorenen. Priesters als middelaars zijn eigenlijk niet nodig. Een paus al helemaal niet. Geestelijken moeten geen wereldlijke macht hebben. In een van zijn boeken nam hij zelfs het woord antichrist in de mond voor de paus. Aflaathandel had ook al zijn kritiek. Hij zag ook niets in de leer van de verandering van brood en wijn, of in het bidden tot heiligen.

Zijn kritiekpunten vielen wel goed bij een gedeelte van de bevolking. Maar het voorspelbare einde van het liedje was een veroordeling door kerkelijke autoriteiten en zelfs een doodvonnis. Tot uitvoering ervan kwam het niet. Hij stierf ‘in het harnas’ tijdens een kerkdienst. Tegelijk met de veroordeling tot de brandstapel van de Tsjech Johannes Hus, die sommige van Wyclliffs ideeën overnam, verordonneerde het Concilie van Konstanz in 1415 postuum wel het opgraven van Wycliffs lijk om het alsnog te verbranden. De Lollards gingen ondertussen door in zijn geest met preken in de volkstaal. Deze beweging kwam op voor de armen en verwierp allerlei kerkelijke rituelen en het celibaat.

Vooral ook het vertalen van de Bijbel voor leken werd gezien als een belangrijke ketterij. Wycliff was zelf de vertaler geweest van het grootste deel van het Nieuwe Testament in de naar hem genoemde Bijbel. Te beginnen met de bladzijden die in deze weken overal in de wereld klinken, over de geboorte van Jezus de zoon van David, had hij het Goede Nieuws van genade en bevrijding op papier gezet in wat de belangrijkste wereldtaal zou worden.

(2017)

Johannes van het Kruis/ Juan de la Cruz


24 juni 1542, Fontiveros – 14 december 1591, Úbeda (Sp.)

God leidt iedere ziel langs een andere weg

In een eenvoudige kerk onderweg in Andalucië trok vooral de kansel mijn aandacht, wat houterig in felle kleuren geschilderd. Een bordje vermeldde: hier had Juan de la Cruz gepreekt!
De eenvoudige ambiance paste wel bij het verhaal van deze grote geestelijke. Hij wordt vaak samen genoemd met Teresa van Avila. Hij had haar ontmoet op een crisismoment in zijn loopbaan, terwijl zij bezig was met de hervorming van de orde van de Karmelitessen. Zelf werd hij de eerste ‘ongeschoeide’ karmeliet. Ze ondervonden enorme weerstand van de geestelijkheid tegen hun idealen. Jan onderging zelfs gevangenname en geseling in Toledo. Nog lang na zijn dood hield de Inquisitie de verspreiding van zijn geschriften tegen. Het gewone volk moest niet teveel op het spoor gezet worden van een persoonlijke spiritualiteit van verinnerlijking.

Johannes van ’t Kruis schreef mystieke gedichten en commentaren. Ze maken hem tot op heden een grote autoriteit voor het inzicht en begrip van het geestelijk leven en de mystieke ervaring. Zijn taal is rijk aan begrijpelijke beelden. In zijn gedicht Het geestelijk Hooglied vergelijkt hij de Heer met een hert. De genade van God is zo groot dat het hem als mens verwondt in de ziel. Hij zwerft rond op zoek naar het hert dat van hem is weggevlucht. Hij vraagt aan de herders en aan de bloemen om het hem te komen vertellen als ze Hem zien. Een ander beeld is van het stuk hout dat door het vuur gegrepen wordt. Zo kan de menselijke ziel kan vervuld raken van de gloed van de liefde van de Ene, de Beminde. Als groot kenner van de ziel weet hij te beschrijven wat de voorwaarden zijn die dit mogelijk maken en hoe we dit kunnen belemmeren. En blijft ook de ervaren begeleider beseffen hoe groot de verscheidenheid is van de wegen die God in mensen gaat?

Zijn meest bekende uitdrukking is ‘de donkere nacht van de ziel’, de titel van een van zijn werken. De gevoelens die een mens in een identiteitscrisis ervaart, lijken misschien op een depressie, maar zijn het niet. De loutering van ons streven, ons begeren en van onze gedachten, gaat niet vanzelf. Soms zijn we elk houvast kwijt.

En zo past zijn verhaal goed bij advent en kerst. Zonder gang door de duisternis breekt er geen licht door. Er zijn verschillende soorten duisternis. Soms hoort het donker dus helemaal bij de geboorte van een nieuw mens.

2017

Jochen Klepper

God lijkt wel diep verborgen in onze duisternis

*22 maart 1903, Beuthen an der Oder – †10 december 1942, Berlijn

‘De nacht is haast ten einde’ is een twintigste-eeuws adventslied uit de Hitlertijd. Het is een van de drie liederen van Jochen Klepper in het Liedboek uit 2013 (L. 445). Het wordt aangrijpend als je het verhaal van de dichter kent. Dat geldt ook voor zijn avondlied ‘Ik leg mij in uw hoede neer’ (250) of het afscheidslied ‘Wanneer mijn hart vaarwel moet zeggen’ (947). In Duitsland wordt hij wel de psalmist van de eeuw genoemd.

Jochen Klepper wilde net als zijn vader predikant worden, maar brak op doktersadvies zijn studie theologie af. In Breslau werd hij verliefd op de joodse weduwe Johanna (Hanni) Stein, met wie hij in 1931 trouwt. Het stel vestigt zich met haar twee dochters in Berlijn. Klepper wordt een productief schrijver van hoorspelen, gedichten en journalistiek werk. Zijn dagboeken geven een helder beeld van de politieke ontwikkelingen in Duitsland. Als Hitler aan de macht komt vreest Klepper ontslag bij de radio omdat hij met een Joodse vrouw is getrouwd en ooit aangesloten was bij een socialistische partij. Tot zijn grote frustratie moet hij vrijwel anoniem werken. De Jodenhaat groeit. Kennissen worden slachtoffer. Gemengde huwelijken worden taboe verklaard. In zijn dagboek schrijft Klepper: ‘Ik vecht alle angsten en aanklachten aan, omdat immers iedere dag, die God mij geeft goed is, zolang deze drie bestaan: Hanni, het schrijven, het geloof.’

In 1939 weet Hanni’s dochter Brigitte naar Engeland te komen. Klepper gruwt van de Deutsche Christen, maar sluit zich niet aan bij de Bekennende Kirche, de christelijke verzetsbeweging. Hij is een zachtmoedig en ‘apolitiek’ mens met een ogenschijnlijk naïef vertrouwen in God en in de mensheid. Hij doet zijn uiterste best om zijn gezin te beschermen en om vast te houden aan zijn geloofsprincipes. In december 1940 komt er een oproep voor militaire dienst. Voor zijn gezin wordt hij soldaat, maar hij wordt al gauw ontslagen. Ze proberen Renate, de jongste dochter, het land uit te krijgen. Eichman weigert persoonlijk een uitreisvisum. Deportatie van moeder en dochter is onvermijdelijk. Ze besluiten zichzelf als gezin om het leven te brengen. Op 10 december 1942 schrijft Jochen in zijn dagboek: ‘Wij sterven nu – ach, ook dat hebben we bij God neergelegd. Wij gaan vannacht samen de dood in. Boven ons staat in de laatste uren het beeld van de zegenende Christus, die voor ons strijdt. In diens aanblik eindigt ons leven.’ Het wachten op het einde van de nacht was ondraaglijk geworden.  

2017

Gerard Zerbolt van Zutphen

Ik weet mens, dat je begerig bent naar opklimmingen en dat je hevig naar verheffing verlangt

*1367, Zutphen – † 3 december 1398, Windesheim

Een bergbeklimmer? Gerard Zerbolt is de auteur van een van de belangrijkste geschriften van de Moderne Devotie. En Geestelijke opklimmingen gebruikt het oude beeld van bergbeklimmen voor de geestelijke weg. Kenner R. van Dijk noemt het een juweel van laatmiddeleeuws geestelijk proza en een bruikbare gids voor de strijd tegen het kille ik-denken dat moet wijken voor een warm wij-gevoel.

De mensen van de Moderne Devotie waren nonconformisten. Niet dat ze afweken van de leer van de Kerk, maar met hun leven van gebed en meditatie en hun sobere leefstijl in kleine gemeenschappen weken ze wel af van de gangbare praktijken in de kerk. In hun geschriften populariseerden ze de vroomheid van vroeger eeuwen.

Gerard Zerbolt was een slimme jongen. Afkomstig van gegoede familie had hij Latijnse scholen in het buitenland bezocht. Als leerling van de beroemde Lebuïnusschool te Deventer begon hij in het sterfjaar van Geert Grote 1384 zijn leven van studie, meditatie en gebed. In het Heer-Florenshuis, het gemeenschapshuis dat door Geert Grote was gesticht, werd hij bibliothecaris en kopiist. Vanwege zijn grote kennis van het kerkrecht werd hij de verdediger en ideoloog van de eerste generatie broeders en zusters in de gemeenschapshuizen. De Moderne Devotie was omstreden. Leken gaan heilige boeken lezen? Gebruiken ze de landstaal? Zijn het geen ketters?
   
Uit zijn gezaghebbende gids blijkt grote kennis van oudere lectuur over het religieuze leven. Het boek is vele malen overgeschreven en na de uitvinding van de boekdrukkunst ook gedrukt. Het biedt een stappenplan voor de mens die uit zijn erfschuld en zijn val in zelfzucht en zondig gedrag naar  zijn oorspronkelijke rechtschapenheid wil opklimmen.  De weg omhoog naar de eenwording met God en zijn liefde gaat via de overdenking van de betekenis van de geboorte en de kruisdood van Christus, of van de zaligheid van de hemel en de verschrikkingen van de hel. Ook helpt een overweging van de acht ondeugden. Behalve klimmen is er ook sprake van afdalen. Een religieus mens doet graag nederig werk, bijvoorbeeld dat van boeken overschrijven voor de kost.

Onderweg van een bezoek aan een Drentse abt voor overleg over de verdedigingstactiek tegen aanhoudende aanvallen tegen de beweging logeerde hij in het klooster Windesheim. Daar overleed hij aan de pest, 31 jaar oud. Hij werd snel begraven om te voorkomen dat de broeders uit Deventer zijn lichaam zouden komen halen. Door zijn voorbeeld van ‘innig’ leven, zijn gesprekken en geschriften had hij groot aanzien.

De strijd tegen de ´ikkigheid´ gaat bij de Moderne Devoten wel gepaard met weinig ruimte voor genot en plezier. Al anderhalve eeuw voordat het calvinisme ons land bereikte plooide de strijkbout van de devoten een stevige vouw van soberheid en zondebesef in de Nederlandse ziel. Of het verstandig is om die plooi er helemaal uit te willen halen?

2017

C.S. Lewis

De beste manier om de duivel uit te drijven is hem te plagen en te bespotten

*29 november 1898, Belfast – † 22 november 1963, Oxford

Met een poppenspeler had ik een kleine act bedacht voor kindermomenten in de kerk. Een jongetje werd daarin lastig gevallen door een kartonnen duiveltje die een akelig kereltje van hem wilde maken. De kinderen vonden het wel leuk. Maar een oudere dame reageerde ontsteld. ‘Gaan we de duivel weer invoeren?’ We hadden de duivel Schroefstrik genoemd, naar Brieven uit de hel van C.S. Lewis uit 1942. In deze bestseller schrijft opperduivel Schoefstrik brieven aan zijn jongere neefje Galsem, duivel in opleiding. Galsem moet de ziel winnen van een jongeman die net verkering en een baan heeft gekregen. Maar het lukt niet erg. Het is een geestig verhaal over de kracht van het geloof. Voor volwassenen. Speciaal op kinderen gericht zijn Lewis’ Kronieken van Narnia: de christelijke boodschap in de vorm van fantasierijke sprookjes over een land achter een kleerkast.

Clive Staples Lewis kwam pas in 1929 tot geloof. Hij was toen al docent aan de universiteit in Oxford. Lectuur en gesprekken met christelijke vrienden brachten hem na lange tegenstand toch op de knieën. Door vreugde verrast, luidt de titel van zijn autobiografie daarover. Lewis was kenner van de Middeleeuwse literatuur en van het gebruik van allegorie daarin. In Oxford in zijn vriendengroep de ‘Inklings’ zat ook Tolkien. Ze moedigden elkaar wederzijds aan om nieuwe allegorieën te maken als verpakking van de christelijke boodschap. Zo kwam Tolkien tot de boekenserie In de ban van de Ring. Inmiddels is ‘fantasy’ niet meer weg te denken uit de miljoenenindustrie van games en films. Dat effect hebben de Inklings niet kunnen bevroeden. Soms spelen doorgeslagen gamers met echte geweren de virtuele werkelijkheid ook dodelijk na. Ze zitten dan wel in een ander soort verhaal.

Lewis schreef ook non-fictie om het christelijke Verhaal te verdedigen. Hij geloofde echt in de ‘diepe magie’ van een universele wet van goed en kwaad. Met sterke argumenten verdedigde hij de goedheid en almacht van God. En reken maar dat Jezus God was. Want zo niet, dan was hij even krankzinnig als iemand die zegt dat hij een schemerlamp is, of was hij de duivel. Jezus houden voor een groot leraar vond Lewis kletspraat van mensen die niet kiezen. ‘Zoek jezelf en je vindt op de duur niets dan haat, eenzaamheid, wanhoop, woede, verval en verwoesting. Maar zoek Christus en je zult Hem vinden, en met Hem al het andere op de koop toe.’ Lewis overleed op de dag van de moord op John F. Kennedy. Het kwaad is duidelijk geen fictie.

(2017)

Gijsbert Spilt

… het belangrijkste is niet het doosje, maar de lucifers. Het doosje heb je nodig om het vlammetje aan te strijken…

5 november 1917 Huizen – 23 februari 1994

Op het verlanglijstje voor mijn achtste verjaardag stond een Psalmboekje. Ik kon lezen en nu wilde ik in de kerk net als iedereen ook een eigen boekje. We zongen alleen Psalmen en ‘Enige gezangen’. Maar de wens werd niet vervuld. Er zou namelijk binnenkort een nieuwe psalmberijming komen, de Proeve was al in omloop!

Kort daarna kwam de berijming er inderdaad officieel (1967). Een literair meesterwerk, vervaardigd door dichters als Nijhoff, Barnard, Wit en Den Besten – niet voor niets in 2004 nog meeverhuisd van het Liedboek van 1973 naar de opvolger. Maar de nieuwe psalmen en gezangen vonden eerst bepaald geen genade in de ogen van een flink deel van de Hervormde Kerk. Twee eeuwen eerder had de komst van de nu ‘oude’ berijming heuse oproeren teweeg gebracht. De Gereformeerde Bond beval de nieuwe berijming niet aan. Daarmee was voor veel kerkenraden de kous af. En zo bleven wij oude psalmen leren op school en zingen in de kerk. In mijn geval uit afdankertjes die thuis op voorraad lagen. Mijn vader kreeg als predikant nogal eens overtollige psalmboekjes toegeschoven, want die gooi je niet weg immers. Voor oude psalmen blader ik nog altijd in een boekje dat blijkens het schutblad ooit eigendom was van ene Pier Sybranda, varend op m./s. ‘Trouw’ uit Sneek.

En ds. Spilt had in 1967, precies toen het erom spande, nog wel zo gloedvol betoogd dat de nieuwe berijming ‘méér schriftgetrouw is en beter zingbaar dan de oude, terwijl zij de psalmen op dichterlijke wijze onder woorden brengt in de taal die wij nu spreken’! Een ‘bondsdominee’ die in de roerige jaren ’60 de kerk met de tijd mee wilde laten gaan: zulke had je ook! Hij had les gegeven op scholen. De contacten met jongeren met heel verschillende achtergronden hielp om minder strak aan tradities vast te zitten. Bovendien was hij zelf ook duidelijk begiftigd met literair gevoel. Zijn naam prijkt onder een gezang in het Liedboek voor de Kerken (1973). Een bijbels dagboek van zijn hand vond een wijde verspreiding. Zijn preken waren ongekunsteld, met een heldere voordracht, warme ondertoon, dichterlijke woordkeus die niet traditioneel was. Van 1975-1980 was hij preses van de synode van de Nederlands Hervormde Kerk. Een wijze en milde man die in brede kring respect afdwong. Van het predikantschap had hij een bescheiden maar duidelijke taakopvatting: een luciferdoosje ten dienst van het Licht.

(2017)

Ignatius van Antiochië

U bent stenen van de tempel van de Vader, klaargelegd voor de opbouw, omhoog gebracht door de hijskraan van Jezus Christus, dat wil zeggen door zijn kruis, met de Heilige Geest als kabel. Uw geloof is uw gids naar boven en liefde is de weg omhoog.

Plm. 50 na C., Syrië? – plm. 110, Rome


Deze Ignatius was een christen uit Syrië die het slachtoffer werd van de vervolgingen ten tijde van keizer Trajanus (98-117). Rond het jaar 70 was hij aangesteld als ‘episcopos’ van Antiochië in Syrië. Hij was dus een tijdgenoot van de auteurs van de vier evangeliën en van sommige brieven in het Nieuwe Testament. Hij schreef brieven aan christengemeenten in Klein-Azië en Italië terwijl hij naar Rome werd gevoerd om in het Colosseum voor de beesten te worden geworpen. Onderweg heeft hij in Smyrna collega Polycarpus ontmoet, alsmede delegaties van christenbroeders uit naburige steden als Efeze, Magnesia en Tralles. Uit Efeze kwamen bisschop Onesimus, diaken Burrus, en de heren Crocus, Euplus en Fronto.

De zeven brieven die bewaard zijn, zijn grotendeels gericht aan de christengemeenten in Klein-Azië. De kerk is nog volop op zoek naar een passende organisatie en naar het gemeenschappelijke geloof. Volgens Ignatius zitten de vijanden daarbij niet alleen buiten, maar ook binnen. Ketterijen, scheurmakers, valse profeten, onechte leraren, mensen die het gezag van de bisschoppen en hun oudsten betwisten. En eerlijke gelovigen die zijn martelaarschap willen voorkomen. Dat moeten ze niet doen. Hij hoopt dat hij straks als graan mag zijn dat vermalen wordt tot zuiver brood voor Christus. Het beestachtige gedrag van zijn bewakers onderweg bereidt hem er op voor.

Een van de bedreigingen is het docetisme: de opvatting dat Christus niet echt met menselijke lichamelijkheid bekleed was. Ignatius is de eerste die de term ‘katholiek’ (‘geheel omvattend’) gebruikt. ‘Waar Christus is, daar is de katholieke kerk.’ De eendracht zit Ignatius erg hoog. De bisschop, de officiële voorganger, belichaamt de eenheid. Het gaat Ignatius minder om de overeenstemming met het verleden, maar om de eenheid met God die via Christus nu in het ‘einde der tijden’ de schepping in zijn eenheid betrekt. Zonder de bisschop zijn de doop en het liefdesmaal niet geoorloofd. Het brood noemt hij geneesmiddel tot onsterfelijkheid: het brengt bevrijding van de dood. En christenen zijn dan ‘Goddragers, tempeldragers, Christusdragers, dragers van het heilige’.

Toen de leeuwen hem gedood hadden, maakte men volgens de legende zijn lijk open, op zoek naar het geheim van zijn geloof. In zijn hart stond met gouden letters de naam van Christus gegrift.

2017

Teresia van Lisieux

Gedachten van de slechtste materialisten komen op in mijn ziel


* 2 januari 1873, Alençon –  † 30 september 1897, Lisieux (Fr)

Aan de foto’s die er van haar zijn kun je aflezen dat ze een sterke persoonlijkheid was. Als kind had ze een stevig willetje. Bij een spel waarin ze mocht kiezen wat ze wilde hebben koos ze ‘gewoon alles’. In haar wens als tiener om het klooster in te gaan en een heilige te worden was ze ook stellig. Ze dwong toestemming af om al voor haar zestiende Karmelietes te mogen worden, ondanks dat ze een paar nogal neurotische tienerjaren achter de rug had. Wat leer je in een klooster? Onder meer om bij ergernis aan het voortdurende gekras met de nagel van een zuster achter je over haar kunstgebit dat maar ‘als concert aan God aan te bieden’.

Ze was genoemd naar de ‘grote’ Teresia van Avila. En al snel na haar vroege dood werd ze minstens zo populair dankzij haar autobiografie ‘Geschiedenis van een ziel’. Haar devotie werd een belangrijk onderdeel van het rijke roomse leven van de vorige eeuw. Allerlei lieve spreuken doen nog steeds gretig de ronde via internet. Over die verering valt meestal het woord ‘mierzoet’. Alleen was die biografie sterk geredigeerd door een van haar zussen. Recent onderzoek zet haar in een ander licht. Vlak voor haar dood – ze spuwde op Goede Vrijdag 1896 bloed en wist dat de tbc haar dood zou worden  –  kwam haar geloof in een diepe crisis. Ze kwam in een ruimte ‘waar geen zon meer schijnt’. Ze geloofde niet meer in eeuwig leven. Na de dood zou er niets meer zijn. Het was niet hetzelfde als wat vroegere mystieke geesten wel ‘de nacht van de ziel’ noemden. Het was geen depressieve stemming. Eerder een opgelegde solidariteit met haar tijdgenoten.
  
Aan het einde van de negentiende begint het geloof op grote groepen mensen vat te verliezen. De filosoof Nietzsche spreekt voor velen als hij God voor dood verklaart, zonder vreugde overigens. De Kerk bestrijdt wanhopig het modernisme. Op haar ziekbed moet ze in opdracht van Christus juist het atheïsme van haar tijd doorleven. Christus? Ja, hij bleef haar wel nabij. Het geloof van vroeger kwam niet meer terug, maar ze moest blijven liefhebben. En ze blijft bidden voor de ongelovigen en voor de missionarissen. 

‘De kleine weg’ van ‘de kleine Térèse’ gaat over de bereidheid om speelgoed in Gods hand te zijn en door alles heen aan de liefde trouw te blijven. In de woorden van de Tsjechische theoloog-priester Thomas Halik: ze heeft voorgeleefd hoe juist de twijfel een brug vormt tussen gelovigen en niet-gelovigen. Wel sympathiek van paus Johannes Paulus II om juist haar in 1997 de status van Lerares van de Kerk te geven.

2017

Jacobus Arminius

* 10 oktober 1510 oktober 1560, Oudewater – † 19 oktober 1609, Leiden

Predestinatie is het besluit van God om degenen die zich bekeren en geloven en daarin volharden, zalig te maken



Jacobus Hermansz was zoon van een wapensmid. Vanwege het overlijden van zijn vader werd hij opgevoed door een priester met protestantse sympathieën. Een groot gedeelte van zijn familie kwam in 1575 door Spaanse hand om het leven. Maar zijn naam is voorgoed verbonden geraakt met ander wapengekletter: het conflict tussen remonstranten en contra-remonstranten tijdens het Twaalfjarig Bestand in de Tachtigjarige Oorlog. Toen was hij zelf al overleden.

De intelligente jongen heeft kunnen studeren in Marburg, Leiden, Genève en Italië. In 1587 werd hij beroepen als predikant in Amsterdam. Daar werd hij door zijn huwelijk lid van de familie Reael, Amsterdamse regenten. Hij raakte onder vuur van predikant Petrus Plancius, vanwege zijn interpretatie van de leer van de predestinatie, de ‘voorbestemming’. De ruzie werd gesust. Maar in 1603 werd Arminius hoogleraar theologie te Leiden – en collega van zijn vroegere leermeester Franciscus Gomarus. Het botste al snel over de leer van de rechtvaardiging door het geloof. Voor Arminius was het geloof van een mens tot op zekere hoogte voorwaarde voor het vergevend oordeel waarin God de gelovige rechtvaardig verklaart. Voor Gomarus was het geloof alleen instrumenteel: het is het middel waardoor men het heil verwerft. Gods eeuwig besluit om de mens het heil te schenken gaat aan het geloof vooraf. Waarop Arminius de vrije keuze voor het geloof onderstreepte. Maar dan is Gods eeuwig raadsbesluit ook mede afhankelijk van deze menselijke keuze.

Theologische debatten horen bij de vorming van iedere student. Maar dit loopt uit de hand. Het groeit uit tot een nationale en politieke strijd, ondanks het overlijden van Arminius. Predikanten raken her en der in conflict met vroedschappen. De theologische twist vermengt zich met politieke tegenstellingen tussen Hollandse regenten en de Prins van Oranje en met sociale verschillen tussen elite en gewone man. De aanhangers van Arminius komen met een Remonstrantie (verklaring). Tijdens de Synode van Dordrecht van 1618-’19 trekken ze aan het kortste eind. Van Oldebarneveldt wordt opgehangen, Hugo de Groot ontsnapt via een boekenkist.

Het conflict had nooit zover hoeven te komen als de theologen beter de grenzen van hun logische argumenten in het oog hadden kunnen krijgen. Debatten over de overmacht van Gods genade en de vrijwilligheid van de mens duiken steeds weer op in de kerkgeschiedenis. In Gods werk zijn we geen ‘stok en blok’, erkende ook de Synode van Dordrecht. En Arminius’ nadruk op de geloofsbeslissing kreeg ruim een eeuw later de sympathie van John Wesley en de methodisten. Spijtig dat deze oude breuk in het Nederlandse calvinisme nooit geheeld is, ook niet bij de kerkfusie van 2004, ondanks de Remonstrantse deelname aan een belangrijke Verklaring van Overeenstemming in 1984.

2017