in memoriam Henri Veldhuis (1955-2018)

August 19th, 2018 Comments off

Als wij zelf van mening zijn dat die liefde, zoals die in Christus aan het licht gekomen is, het hart is van de theologie….

In een indrukwekkende dienst onder de prachtige pastorale leiding van Kees van der Zwaard nam de protestantse gemeente van Culemborg op 13 augustus 2018 afscheid van haar predikant. Het 25-jarig ambtsjubileum van Henri als predikant van de (eerst hervormde) Barbaragemeente was ruim een jaar ervoor gevierd. Ik was een jaargenoot van hem en onze jaarclub bestond net veertig jaar. Die jaarclub was een van zijn vele initiatieven en activiteiten die tot goede dingen geleid hebben en waardoor dit overlijden een verlies is dat verder reikt dan de gemeente Culemborg.
In september 1975 begon de studie. Henri, afkomstig uit de Noordoostpolder, oudste van tien kinderen van een fruitkweker, had er twee jaar vooropleiding opzitten omdat hij niet het juiste pakket had. Hij stimuleerde een paar a.s. theologen die elkaar intussen als aspirant-leden van de reformatorische studentenvereniging CSFR hadden leren kennen om samen op ‘Voetius’ te gaan, het theologendispuut voor studenten uit de gereformeerde gezindte. We wisten al wel dat we zelf nogal kritisch stonden tegenover onze achtergrond, maar aldus Henri: ‘op Voetius wordt het hardst gestudeerd en er is ruimte voor een kritische houding’. Op dat moment zwaaide Klaas Vos er flamboyant de voorzittershamer, dat scheelde ook (later VPRO-presentator en weer later toch weer dominee en altijd Ajax-fan). En in die jaren was het dispuut voor de vorming haast net zo belangrijk als de officiële studie. Drie jaar later, in 1978, nam Henri het initiatief om maar alvast een jaarclub te vormen die met eigen bijeenkomsten in vorm zou komen voor latere ontmoetingen na de studie. Dat betekende studeren met elkaar mét altijd een liturgische opening én na afloop de fles open. We begonnen met een stuk of zestien, de linker helft van de dertig in 1975 aangetreden dispuutsleden. Er sprak ook zendingsdrang uit. We zouden een missie te vervullen hebben in een kerkelijke en theologische context die allerminst koersvast was. Zo was Henri in die tijd er (nog) niet helemaal van overtuigd dat de theologie van Karl Barth die op dat moment in ons onderwijs dogmatiek de toon zette, voldoende van geseculariseerd denken vrij was. En wat filosofie betreft was hij ook ontevreden over ons onderwijs: teveel Angelsaksische taalfilosofie, te weinig ‘continentale filosofie’. Dus Henri liet belangstellende medestudenten kennis maken met teksten van Emanuel Levinas. Later wijdde hij een aparte doctoraalscriptie filosofie aan deze grote Frans-joodse denker. In het jaar dat hij voorzitter was van het Utrechtse dispuut van de CSFR leidde hij een voortreffelijke reeks lezingen over het jodendom die een echte ontmoeting werden.

Onder invloed van Klaas Vos raakte hij betrokken bij de contacten met dissidenten in Oost-Europa via Hebe Kohlbrugge. Het zou resulteren in geheime coördinatie van lezingen van filosofen en theologen voor dissidenten van de Charta-beweging in Tsjecho-Slowakije rond de latere president Vaclav Havel. In die jaren ’70 had het christen-socialisme nogal nadrukkelijk wortel geschoten onder Utrechtse theologiestudenten, waarbij kritiek op Oost-Europa ‘not done’ was. Hebe Kohlbrugge – net als deze christen-socialisten óók Barthiaan – hielp ons aan een andere kijk en stimuleerde met kracht netwerken van contacten met kritische christenen en humanisten. Helaas ontstond er verwijdering tussen Henri en Hebe, twee sterke karakters, en Henri stopte ermee. Na de val van het IJzeren Gordijn kreeg hij wel een erepenning van de Praagse Karelsuniversiteit voor zijn werk.

Daadkrachtig, voortvarend, koersvast! De gave om helder hoofdlijnen te tekenen na altijd grondige oriëntatie kwam vervolgens allereerst tot uitdrukking in zijn promotieonderzoek over een randfiguur, de belastingambtenaar uit het pruisische Koningsbergen van de achttiende eeuw toen Immanuël Kant daar aan Europa filosofische Verlichting schonk: Johann Georg Hamann. De vorige theologengeneratie kende Hamann al van het prachtige boek ‘Natuur en genade bij J.G Hamann’ van E. Jansen Schoonhoven (het stond ook in mijn vaders kast te verstoffen en ik heb het gedeeltelijk verslonden). Henri overtroefde dit met een nogal definitief boek dat deze bijzondere lutherse denker een belangrijke plaats gaf in de grote westerse traditie van Augustijns-klassiek christelijke theologie.

Kort erna gaf Henri de openingslezing op een conferentie van de hervormde dogmatici over ‘Openbaring en werkelijkheid’. Die was samen met het daaropvolgende debat met prof. Bram van de Beek instructief zowel voor Henri’s theologisch engagement als voor de mate waarin hij toen in 1994 professorabel was. Henri was hier de woordvoerder van wat een tijdlang de ‘Utrechtse School’ genoemd werd. Met Antoon Vos als leverancier van een paar belangrijke historisch-filosofische inzichten trok een groep theologen in verschillende constellaties op om samen wetenschappelijk werk te leveren. Henri raakte voor lang actief in het Duns Scotus gezelschap dat werk van deze grote middeleeuwse theoloog onderzocht en in publicaties toegankelijk maakte. Vooral dat laatste was Henri’s kwaliteit: toegankelijk maken door hoofdlijnen aan het licht te brengen. Het andere initiatief was de ‘Utrechtse Studiedagen’ waaruit een reeks publicaties voortkwam.

Maar hij was na zijn promotie – en intussen getrouwd en vader van twee kinderen – predikant in Culemborg geworden en is dat gebleven. Met hart en ziel, bewogen en creatief, kritisch en ruimhartig. Een gemeente met een grote kerkmuzikale traditie.  Als predikant legde hij grote gevoeligheid aan de dag voor pastoraal-psychologische vragen en wist hij daarover indringende diensten te houden. Hij had ook persoonlijk de nodige worstelingen doorgemaakt met hinderlijke ‘schaduwen’. En in de 26 jaar dat Henri er werkte werd de Barbaragemeente ook de thuishaven van de beweging voor bibliodrama en dans in de kerk én de moederkerk van protestantse vriendschap met Palestijnse christenen. De Stichting de 7de hemel voor bibliodrama en dans had hem tot voorzitter gemaakt en vrij onlangs ook de daaraan gelieerde werkplaats voor bibliodrama dat de verschillende stromingen in het bibliodrama bundelt.

Daarnaast bleef hij kritisch betrokken op de landelijke kerk en de samenleving en een voorvechter van de mensenrechten. Het IJzeren Gordijn en de Berlijnse Muur waren in 1989 gevallen. Een andere Muur werd niet veel later juist opgetrokken, met nog meer beton en prikkeldraad, dwars door het gebied van het Palestijnse volk. Jeannette de Boer-de Leeuw (echtgenote van zijn filosofiedocent Theo de Boer, en destijds moderamenlid van de Hervormde Synode) opende naar zijn zeggen hem de ogen voor de mensenrechtensituatie in Israël en Palestina. En ‘Vrijstad Culemborg’ was en werd steeds meer de leverancier van deelnemers aan initiatieven als de Olijfboomcampagne, Vrienden van Sabeel, Stichting Kairos Palestina en de Vrienden van de Tent of Nations. Van dat laatste werd Henri mede-oprichter, zoals hij het eerder was samen met oud-premier Dries van Agt van The Right’s Forum dat de Nederlandse politiek bij voortduur van gedegen kritiek dient wat betreft het Palestina-Israël-beleid. Daoud Nassar, de christelijke eigenaar van de Palestijnse vredesboerderij Tent of Nations, was zijn vriend geworden, zoals tot uitdrukking kwam in de jubileumviering van Henri’s 25-jarig ambtsjubileum. Op veel conferenties van de Palestina-vriendschappen (en andere) was Henri de fotograaf. Voor ‘Kairos-Sabeel’ (toen nog niet gefuseerd) schreef hij een kleine kritische ‘Israël-theologie’ in brochurevorm die het qua toegankelijkheid én inhoud verdiende om uitgegeven te worden als officiële kerkelijke standpuntbepaling. En via zijn veelbezochte website – helemaal zelf ontwikkeld – werd hij met kritische en scherpe commentaren een belangrijke luis in de pels van kerkleiding en dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.

Die betroffen niet alleen het Midden-Oosten-beleid dat te veel gegijzeld werd door doorgeslagen christelijke solidariteit met de staat Israël. Hij vond ook lang dat de kerkleiding in toonzetting en beleid te ver achter de feiten aanliep en struisvogelpolitiek bedreef wat betreft de doorgaande ontkerkelijking. En of de missionaire kansen om dat te keren realistisch begroot werden?
Vanuit zijn diepe doordenking van een visie op recht en onrecht vanuit het hart van het Evangelie was hij ook een gerespecteerd gesprekspartner van het justitiepastoraat. Op een van hun studiedagen pleitte hij voor integratie van strafrecht en herstelrecht, met de stelling dat schuldverwerking en herstel alleen mogelijk is op basis van hoop op liefde en ontferming.

Zijn boek Kijk op geloof (ook in het Indonesisch vertaald) liet zich lezen als een kleine geloofsleer. Het is goed bruikbaar gebleken voor gespreksgroepen in de gemeente. Het paart diepgang aan eenvoud en eerlijk geloof aan ruimte om met hem van mening te verschillen (zo was mijn gebruikerservaring). Het hoofdstukje over de ontmoeting met de islam bijvoorbeeld stijgt nog altijd uit in kwaliteit van toonzetting boven menig schrijfsel in het kerkelijke en politieke landschap dat ofwel te bang is voor islamkritiek of te bang voor hartelijke herkenning van moslims als authentieke mede-aanbidders.

Een belangrijk theologisch initiatief was ook zijn voorzitterschap van de Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie. Onder zijn leiding kwamen de drie delen Verzameld Werk van Daniël Chantepie de la Saussaye (1818-1874) tot stand. Nog in onze studietijd hadden we een keer alle brochures van deze theoloog uit de universiteitsbibliotheek staan kopiëren. Van Antoon Vos hadden we geleerd om deze geestelijke vader van een stroming die meer dan een eeuw lang belangrijke theologen heeft opgeleverd, óók te zien in het kader van die grote hoofdstroom van ‘klassieke Augustijns-Anselmiaanse theologie’. De ethischen huldigden een ander vrijheidsbegrip dan de calvinistische predestinatieleer die ons in onze jeugd had geplaagd. En ze waren ook theologen voor wie de persoon van Jezus Christus het heldere en stralende middel- en vertrekpunt van geloof en theologie is.

Op de laatste studiedagen van onze jaarclub hadden we samen op zijn voorstel delen uit de evangelist Marcus gelezen. Deze keer voor ‘t eerst in onze veertig jaar geen wetenschappelijk boek of cultureel thema maar rechtstreeks de Bijbel en dan de oudste evangelist. Dichter bij de Heer kun je niet komen. Voor de vaste filmavond – zoals altijd met Henri’s uitstekende apparatuur – had hij deze keer oude tv-opnames opgeduikeld met Karl Barth en met K.H. Miskotte over Barth. We konden niet vermoeden hoezeer hiermee een belangrijke cirkel van Henri’s leven rond gemaakt werd.
De vijftigste sterfdag van Barth valt op 10 december a.s. precies samen met de tweehonderdste geboortedag van Daniël Chantepie de la Saussaye.  Henri zal het niet meer meemaken. Tijdens een wandelvakantie in Engeland stond zijn hart plotseling stil.

Fundamentele theologische bestrijding van het christenzionisme

June 27th, 2018 Comments off

Steven Paas (red.), Het Israëlisme en de plaats van Christus, uitg. Bc-bs, 2017, 327 blz., € 22,50

Steven Paas (1942) is christelijk-gereformeerd theoloog die met deze publicatie opnieuw ten strijde trekt tegen het christenzionisme. Voor dit boek hebben theologen uit orthodox-gereformeerde, Anglicaanse en evangelische kerken in binnen- en buitenland een bijdrage geleverd. Paas zelf schreef een uitvoerig eerste hoofdstuk, prof. Wido van Peursen (VU) een inleiding. Het boek is begin 2018 ook in het Engels verschenen.

Voor lezers bij wie de theologische wind uit een andere hoek waait, is de inzet en de stijl van dit boek wennen. ‘Israëlisme’ is de eigenzinnige term van Paas voor het verschijnsel dat er ‘na Christus’ nog een heel eigen plaats aan Israël – volk, land en godsdienst – in het handelen van God wordt toegekend. Wat hier op de korrel wordt genomen is de theologie van de nog niet vervulde oudtestamentische profetieën over Israël die pas na 1948 met de oprichting van de staat Israël in vervulling zouden zijn gegaan. Het gaat om de theologische kern van dat christenzionisme. Het Israëlisme zet Israël in feite in de plaats waar Christus altijd stond in het christelijk geloof. De terugkeer van joden en hun staatsrechtelijke eigendom van het land der vaderen is theologisch gesproken heilsnoodzakelijk geworden. Zonder Israël geen Koninkrijk van God op aarde, daarom zou het de missie van de Kerk moeten zijn om de wereld tot Israël te bekeren en dit herstel van de natie te bevorderen.

Dit boek gaat minutieus na hoe het zit met die oudtestamentische profetieën en hun vervulling of onvervuldheid. Het maakt het boek dik en omslachtig. Toch groeide al lezend mijn sympathie. Hier wordt het vak bijbelse theologie ouderwets gedegen beoefend. Bijbelse theologie die uitgaat van de eenheid van de Schrift en die de Schrift eerbiedig leest als Stem van de Ene, met respect voor de eigen kleur van de auteurs en met grote aandacht voor de historische context. Steen voor steen wordt zo het Israëlisme ontmanteld. De lezer krijgt stevige lessen nieuwtestamentisch interpreteren van het Oude Testament, naast ook gewoon in beter lezen wat er staat. De landbeloften, de beloftes van een vernieuwing van Israël of van het opnieuw wonen van God te midden van zijn volk in zijn vernieuwde tempel, zijn al in Christus vervuld, of aan hun vervulling begonnen. Jezus is samen met zijn gemeente die ‘tempel’, God wonend onder mensen. Joden en niet-joden vormen daarbij samen Gods volk. En dat breidt zich uit over de hele wereld. De hele aarde is bestemd om ‘hof van Eden’ te worden. De missie van de Kerk is dan om wereldwijd de mensen te winnen om deel te worden van de nieuwe tempelgemeenschap van joden en niet-joden die samen leven in eerbied voor de Eeuwige. Er wordt geen ánder Koninkrijk verwacht dan het Koningschap van Christus, dus niet daarnaast nog een ‘herstel van het koninkrijk van David’. Da Costa in de 19de eeuw en alle christenzionistische uitleggers na hem lezen op dit punt Handelingen 1 niet goed. En om de ‘terugkeer’ vanaf 1880 (en niet pas in 1948) en wat er verder historisch volgde in het land van de Bijbel in bijbelsche schema’s te passen moeten Restaurationisten en Chiliasten of hoe ze ook mogen heten, wel erg veel water in de bijbelse wijn doen. Staat er in dat Oude Testament niet nadrukkelijk en bij herhaling dat ommekeer tot de Heer en zijn geboden de voorwaarde is om te mogen terugkeren? Christenzionisten hebben het helemaal omgedraaid: terugkeer en (met hulp van christenen) terug brengen de Joden gaat vooraf aan hun verhoopte bekering ooit eens wellicht toch tot de Messias. En over de visioenen van Ezechiël of Zacharia 14 worden de bladzijden soms sarcastisch, uit verbazing over het vrome maar ideologische geknutsel met teksten om de contemporaine geschiedenis er in terug te kunnen lezen.

Deze theologen gaan dus door het vuur voor de klassieke christelijke vervullingsgedachte. Jezus Christus is het centrum van Gods openbaring, maatgevend voor de uitleg van het Oude Testament. In het Nieuwe Testament worden de beloftes uit het Oude Testament niet ‘vergeestelijkt’, maar ze worden ‘geuniversaliseerd’. Met deze op zich lelijke term – gebruikt door christen-Palestijnse leerlingen van N.T. Wright en hier door anderen ook overgenomen – wordt aandacht gevraagd voor de manier waarop het Nieuwe Testament heel de taal van het Oude gebruikt om te belichten wat de betekenis is van de verschijning van Christus. Je kunt overal op aarde en ongeacht je etniciteit deel hebben aan datgene wat in het Oude Testament werd toegezegd. ‘De plaats van echte aanbidding is geuniversaliseerd tot elke plaats waar de Geest woont in echte aanbidding’ (95), aldus het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw in Joh.4, een passage die veel wordt aangehaald. Omdat Jezus zelf het Israël van God is geworden – lijfelijk en aards – ‘erft’ hij niet alleen het land, maar de hele aarde als terrein van zijn koningschap. Een andere tekst die herhaaldelijk terugkeert is de zaligspreking uit Mt. 5 waarin Jezus de armen van geest niet het land maar de aarde laat beërven. De tijd van de ‘wederoprichting van alle dingen’ is bij Lucas al lang voor 1948 begonnen, namelijk op Pinksteren (157). Nergens in het NT staat een profetie over een joodse terugkeer uit ballingschap. Laat staan over een herbouw van de tempel.

Sommige uitspraken zijn echt gewaagd, als je oren gewend zijn aan de retoriek van de theologie van de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’. Laten Joden maar blij zijn dat God hun speciale oudtestamentische positie niet heeft gehandhaafd, de ‘verbondsoordelen’ geprofeteerd tot de Joden treffen hen dan ook niet in meerdere mate dan andere volken (39). Israël is niet langer hét uitverkoren volk van God waarmee Hij nog bijzondere bedoelingen heeft (10). Het onderscheid tussen Israël en de volken is niet meer theologisch relevant (209 voetnoot). Je hoeft van deze auteurs ook niet eerst in de leerschool bij joodse denkers en joodse schriftgeleerdheid om de Bijbel te kunnen uitleggen: de enige bladzijden over het na-christelijke religieuze jodendom gaan over de verschillende vormgevingen van het messianisme sinds de opkomst van het moderne zionisme. En een beetje joodse feesten gaan vieren in de Kerk of toeristische gemeentereisjes naar Jeruzalem betitelen als ‘pelgrimeren’ kan na lezing van de bijdrage van Theo Pleizier (PTHU) ook niet meer. Als het Avondmaal de belangrijkste ceremoniële praktijk is van de christelijke spiritualiteit, gaat er iets mis met de spirituele focus op Christus als je dit gaat mengen met het joodse Pesach. De Kerk is het joodse volk niet (p. 216). En bij de geografie van diezelfde spiritualiteit hoort dat we de Heer ontmoeten in de lokale gemeente. Reizen naar Jeruzalem brengt niet dichter bij de Heer. Religieus toerisme moeten we niet verwarren met pelgrimage, want de pelgrim naar het Koninkrijk van God zal meer interesse hebben in mensen (Joden én Palestijnen) dan in dode stenen. En over de eschatologie van de christelijke spiritualiteit wil hij vooral benadrukken dat die het probeert uit te houden in de mist van de geschiedenis en géén eenduidig licht heeft over de vraag aan welke kant God staat in allerlei politieke conflicten. Amen.

Aan politiek wordt in dit boek nauwelijks gedaan. Bekommernis over de ernstige schending van mensenrechten en specifiek van de volkerenrechtelijke positie van de Palestijnen ben ik eigenlijk niet expliciet tegengekomen. Over de islam wordt vooral negatief gesproken: moslims zijn verslaafd aan hun slachtofferrol en niet alleen de joden maar de ook Palestijnse christenen hebben niet veel goeds van hen te verwachten (Miller, 204v). Gelukkig brengt de opmerking van Jos Strengholt dan weer evenwicht, dat het jezelf verliezen in eschatologische bespiegelingen ook slecht is voor het zicht op Gods liefde voor de wereld, inclusief het islamitische deel ervan (311). Dat het moderne zionisme een seculiere beweging is en dat de staat Israël een seculiere natiestaat is, wordt wel onderstreept. De restaurationalisten, chiliasten en christenzionisme die er eschatologische chocola van maken zijn niet alleen knutselaars en neo-gnostici maar ook gevaarlijk. Dat ook. ‘De politieke implicaties van het Dispensationalisme zijn enorm’ (200). Sizer legt er de vinger bij dat het christenzionisme niet alleen ideologisch maar ook financieel verbonden is met joodse groeperingen die gevaarlijke plannen hebben met de moslimheiligdommen op de tempelberg (278vv).

Maar deze theologische en spirituele terughoudendheid ten opzichte van grote politieke visioenen is precies wat nu urgent is. Het optreden van Trump en zijn doordenderende pro-Israëlpolitiek waarbij de VS nu zelfs de mensenrechtencommissie van de VN verlaat, laat zien hoe belangrijk zulke theologie is. Trump leunt op een brede christenzionistische achterban, die ook in Nederland de politiek telkens weer aardig weet te gijzelen als het om de Israëlpolitiek gaat. Het is echt belangrijk dat orthodox-protestantse en evangelische theologen en kerken in beweging komen. Zij die in hetzelfde taalveld van heilshistorische theologie zitten kunnen de missie van bestrijding van het politiek verderfelijke christenzionisme beter vervullen dan zij die dat niet zitten. En dat Paas deze koe bij de horens vat maakt dit een belangrijk boek.

Waarin verschilt deze theologie van die van bijvoorbeeld veel sympathisanten van Kairos-Sabeel? Ik kan het misschien illustreren aan de hand van de bijdrage van G.K. Beale. Aan het slot ervan wordt die nogal vermoeiend als hij wil uitleggen dat de fysieke vervulling van de landbeloften in het Nieuwe Testament begint met de lichamelijke opstanding van Christus. Het wordt een gegoochel met de begrippen geestelijk, fysiek en lichamelijk. Ik zou zeggen: wat is er lijfelijker en fysieker dan een historische Jezus van Nazareth die het brood eerlijk verdeelt zodat de hongerige wordt gevoed en die een nieuwe sociale samenhang sticht waarin kinderen weer onbekommerd mogen spelen, vrouwen niet worden onderdrukt en armen niet worden uitgebuit? Authentieke vervullingstheologie kan ook wel met minder stellige grote woorden. En doe mij vooral maar heel veel van wat Theo Pleizier bepleit: ‘ernaar streven in het hier en nu, met aandacht voor het alledaagse en het gewone, recht te zoeken, dienstbaar te zijn en lief te hebben’ (224).

(juni 2018)

Columba van Iona – *7 dec 521, Gartan (Ir) – † 9 juni 597, Iona (Sch)

December 31st, 2017 Comments off

Ontsteek in onze harten, o God, de vlam van liefde die niet uitdooft; dat zij mag branden in ons en licht geven aan anderen

Columba betekent duif. In 563 zette de Ierse abt met deze naam met een paar helpers voet aan wal op het eiland voor de Schotse westkust dat de naam Iona kreeg – de Hebreeuwse naam Jona betekent ook duif. Vooral ’s winters is het er nogal onherbergzaam, maar zij bouwden er een kapel met onderkomen en gingen van daaruit missiewerk bedrijven onder de Picten op de Hebriden en in de Hooglanden.
Ierland was in de zesde eeuw bedekt met kloosters. ‘De Apostel der Kelten’ en afstammeling van een koning was in een ervan opgeleid. De oversteek richting Schotland was iets nieuws: pelgrimeren enkele reis. Kort voor de oversteek zou Columba ruzie hebben gehad over het Psalmenboek dat hij had overgeschreven, naar hij dacht voor eigen gebruik. Het werd zelfs oorlog en mogelijk was zijn missionaire pelgrimage om zielen te winnen daarvoor een boetedoening. De missie van Columba en zijn medewerkers door de wouden en over de eilanden van Schotland betekende net als in Ierland het einde van de Keltische godsdienst. In Inverness werd Bridei, de koning van de Picten, christen. De druïden, de ‘mannen van de eiken’, maakten plaats voor de priesters van de Kerk en de verering van de zon en andere goden voor de verering van Christus. Het geloof in de geneeskrachtige werking van de mistletoe, de altijd groen blijvende parasiet op eikenbomen, is nooit helemaal verdwenen. Waarom zou het ook?
Bij zijn dood was Columba bij het mediteren in zijn hut aangekomen bij Psalm 34:11: ‘wie de Heer zoekt ontbreekt het aan niets.’ Dat is vast niet verzonnen. Bij de verhalen over zijn wonderen en voorspellingen is dat minder zeker. Twee Latijnse liederen op zijn naam zijn van later. Gebeden en spreuken ‘van Columba’ zijn hoogstens ‘in zijn geest’. Zoals de zegen ‘mag de Eeuwige voor u zijn als een heldere vlam, boven u als een ster die de weg wijst, onder u als een effen pad, achter u als een vriendelijke herder, vandaag en altijd’.
Zijn eiland is weer opnieuw een belangrijk spiritueel centrum. Het voormalige Benedictijner klooster wordt onderhouden door de Iona-gemeenschap, een oecumenische communiteit die in 1938 is opgericht, met leden ook in Nederland. Iona is een gastvrije plek voor wie geestelijk wil opladen. Die moderne pelgrim gaat dan ook weer retour, verrijkt met gebeden en liederen van een verfrissende eenvoud. De Duif van heilige inspiratie blijft vliegen.

(2017)

Categories: Uncategorized Tags:

Eliza van Koetsveld – * 24 mei 1807 Rotterdam   –  † 4 november  1893 Den Haag

December 31st, 2017 Comments off

Zijn er idioten in Den Haag?

Ds. C.E. van Koetsveld is vooral bekend geworden als de schrijver van De pastorie van Mastland. Daarin schetste hij zijn ervaringen als predikant in zijn eerste gemeente Westmaas. ´Veel beter dan kerkbladstukjes´ schreef een literair recensent. Hoogleraren theologie verwezen hun studenten vaak naar dit boek. In de negentiende eeuw waren veel predikanten literair actief. Van Koetsveld steeg boven veel van zijn collega´s uit.
Maar ook als predikant maakte hij grote faam. Na nog een paar andere gemeentes werd hij in 1849 beroepen naar de hofstad. En toen hij al 71 was werd hij door koning Willem III nog benoemd als hofprediker. Hij moest dan soms naar Het Loo. Bij diverse koninklijke begrafenissen ging hij voor. Ook heeft hij prinses Wilhelmina nog gedoopt en twee boeken geschreven voor koningin Emma voor het godsdienstonderwijs van de prinses.
Na de begrafenis van de jonge prins Maurits beklaagde koning Willem III zich bij hem over het feit dat koningin Sophie een verloskundige in plaats van een kundig arts bij zijn ziekbed had gehaald. Ds. van Koetsveld antwoordde tactisch met het verhaal over koning Asa waarover hij net catechisatie had gegeven. Die had tijdens zijn ziekte meer vertrouwen op geneesheren dan op God gehad. De koning erkende dat hij misschien wel gelijk had, ‘maar ’t is zo hard’.
Van Koetsveld had niet alleen voor koningskinderen aandacht. Zijn naam prijkt ook in de canon van de geschiedenis van de gehandicaptenzorg in Nederland. Dankzij hem werd in 1855 de Idiotenschool geopend in Den Haag, de eerste school voor kinderen met een verstandelijke beperking. Van Koetsveld was ze tegengekomen tijdens zijn werk. Ze hadden ook recht op ‘lichamelijke, verstandelijke en zedelijke vorming’. Het leverde hem de bijnaam ‘Vriend der idioten’ op.
Die school was ‘evangelisch-christelijk’. Van Koetsveld probeerde buiten de felle richtingenstrijd onder de protestanten van zijn tijd te blijven. Hij was tegen de Aprilbeweging die Rooms-Katholieke bisschoppen wilde tegenhouden. Hij was zoon van een liberale, vurige patriot en van een moeder die juist uit een prinsgezinde familie kwam. Kwam het misschien door die achtergrond dat hij probeerde het goede van verschillende richtingen te verbinden? ‘Ik zoek Jakobus te vereenigen met Paulus en Petrus met Johannes.’
Zijn stem klonk nasaal en zijn bewegingen op de preekstoel waren houterig en stijf. Maar door de gelovige inhoud van zijn preken, de actualiteit ervan en zijn vermogen om ook voor minder ontwikkeld publiek begrijpelijk te spreken bleef hij tot hoge leeftijd geliefd. En naast zijn vele werkzaamheden op het gebied van pastoraat en organisatie zorgde hij ook nog voor een stroom van kwalitatief goede publicaties op allerlei terrein. Die voor het onderwijs aan ‘idioten’ en de kindercatechese waren het meest baanbrekend.
(2017)

Categories: Uncategorized Tags:

Ida Gerhardt – *11 mei 1905, Gorinchem – † 15 augustus 1997, Warnsveld

December 31st, 2017 Comments off

Het raken aan de zomen van het licht

‘Dwars tegen de keer’ luidt de titel van een biografie over de dichteres Ida Gerhardt. Ze was veeleisend. Toen ze als 62-jarige in Eefde nog belijdenis van het geloof had afgelegd, stak ze daarna niet onder stoelen of banken dat ze wars was van gezellig gedoe in de kerk of van ‘blijdschap per drumband besteld’. Onder de duizenden brieven die ze nagelaten heeft zaten ook bemoeizuchtige in verband met zaken als uitbreidingsplannen van de stad Kampen ten koste van het landschap.
In perfectie ligt een hoog geluk, vond ze. Veel theologen houden van haar gedichten. Ook al zijn ze soms stug. Romantiek is ver te zoeken. Geen vlotte rijmpjes, wel heel trefzekere zinnen en prachtige beelden. Over de kracht van onkruid dat beton kan weerstaan. Over de ‘wiggen duisternis, wiggen licht’ van de vuurtoren als beeld voor het raadsel van de ouderdom: ‘het prijsgegeven zijn en alreeds vrij. Het raken aan de zomen van het licht’. Over Christus als hovenier, bij Rembrandts prent bij het paasevangelie van Johannes. Of hoe het licht op zondagochtend begint te wandelen over de tafel.
Ze was lerares klassieke talen in Kampen en Bilthoven. Haar werk verraadt haar kennis van antieke dichters: Lucretius, Vergilius, de lesbische Sappho, Plato. Samen met haar levenspartner Marie van der Zeijde vertaalde ze tussen 1966 en 1972 de 150 psalmen uit de Bijbel, rechtstreeks vanuit het Hebreeuws dat ze speciaal hiervoor had geleerd. De teksten worden nog altijd in diverse kloosters gebruikt in het dagelijkse getijdengebed.
Het is te merken dat ze opgroeide, woonde en werkte in plaatsen aan rivieren. Haar verlangen heeft verte nodig. Aan het begin van de bundel ‘Vijf vuurstenen’ kun je haar voorstellen op het rotsachtige Ierland, waar de twee dames graag verbleven. Heeft ze steentjes geraapt? In haar hand symboliseren ze harde levenservaringen. Verschillende gedichten gaan er op door. Haar suïcidale moeder, miskenning, eenzaamheid, kritiek. Volwassenen zijn in haar gedichten lang niet altijd kindvriendelijk: een moeder die met een harteloze opmerking ‘distelzaad’ in de ziel van een kind strooit, een pastor die zich vergrijpt aan een meisje. Jongeren en kinderen genieten meer haar bewondering. Het kind dat op paasmorgen de eigen naam in sterkers in de tuin ziet. De trotse jongen met lampion in de optocht die haar herinnert aan Eroos – het verlangen – uit de geschriften van Plato en uit de gedichten van haar inspirator Leopold. Maar die steentjes in haar hand weegt ze ook als kansen. God liet haar niet met lege handen staan. Worstelen met de weerbarstigheden van het leven en het volharden in haar dichtersroeping heeft ook veel goeds opgeleverd.
En de natuur breng haar ook vaak tot overgave en rust. Vooral door de meditatieve verstilling heeft menig gedicht een grote overtuigingskracht. Die is nog lang niet uitgewerkt.
(1917)

Johannes Theodorus van der Kemp – 17 mei 1747 Rotterdam – 15 december 1811 Machtelt Schmidt (Zuid-Afrika)

December 31st, 2017 Comments off

Het schip moge zinken, de rots waarop ik bouw wankelt niet

Toen het schip vol met misdadigers op weg naar hun overzeese ballingsoord dreigde te vergaan, sprak een van de vier meereizende zendelingen deze woorden. Het lijkt een scène uit het leven van Paulus. Het is 1798. Toevallig zou deze zendeling het jaar erop deel 1 van een Bijbelstudie over Paulus gaan publiceren.
‘Als aan de hand der voorzienigheid langs de donkerste wegen opgevoed, voorbereid en bekwaam gemaakt om als zendeling op te treden ter uitbreiding van het Evangelie onder de heidenen van Zuid-Afrika.’ Aldus een negentiende-eeuwse biograaf over het ongedurige leven van deze kleurrijke missionair pionier en voorloper op raciale gelijkheid. De zoon van een predikant en hoogleraar theologie leefde niet vroom. Zijn studie medicijnen brak hij af om dragonder te worden. In overspel verwekte hij een dochter. Later woonde hij samen met een andere vrouw. Hij trouwde haar wel, maar verliet het leger om in Schotland zijn medische studie te vervolgen. Negen jaar was hij arts in Middelburg. Behalve een medische proefschrift schreef hij filosofische en theologische verhandelingen met onorthodoxe opvattingen. In 1791, inmiddels verhuisd naar Zwijndrecht en van alles aan het studeren, verdronken zijn vrouw en dochter. In de rouw over hen maakte hij een bekering door. Na de Bataafse revolutie van 1795 was hij gelegerd in Vlaanderen. Daar hoorde hij van de oprichting van het Londens Zendingsgenootschap. Hij zocht contact en werd als zendeling aangenomen.
Zijn eerste daad was in 1797 samen met een paar Rotterdammers het Nederlandsch Zending Genootschap in het leven te roepen. Daarmee was de vlam ontstoken, de eeuw van de zending kon beginnen! Het moment is verrassend. Juist in dat jaar werd de staatssteun aan kerken en theologische opleidingen op de tocht gezet. Typerend is ook het gebrek aan betrokkenheid van enig kerkelijk bestuursorgaan. Dat zal de hele komende eeuw zo blijven. Zending en evangelisatie werden steeds geïnitieerd door zelfstandige genootschappen van gelijkgestemde gelovigen.
Men dacht eerst vooral aan evangelisatie onder het scheepsvolk, aan kinderuurtjes en aan steun aan protestanten in de rooms-katholieke zuidelijke Nederlanden. Van der Kemp zelf vertrok in 1798 naar Zuid-Afrika. Hij werkte een tijdje zonder succes onder de Xhosa, de ‘Kaffers’, tot het oorlog werd met de Kaapkolonie. Vervolgens was hij actief onder de Khoi-Khoi, de ‘Hottentotten’, meest arm en rechteloos. Zijn missiepost Bethelsdorp werd van alle kanten tegen gewerkt. Zijn ijveren voor afschaffing van de slavenhandel en voor gelijkberechtiging van de gekleurde bevolking viel niet in goede aarde bij de blanke boeren. Evenmin zijn huwelijk in 1806 – het jaar van de Britse invasie – met de piepjonge vrijgelaten slavin Sara Janse. Maar al bij zijn begrafenis bleek dat zijn optreden ook veler respect had afgedwongen. En intussen gingen er inheemse evangelisten op pad in de overtuiging dat het Evangelie geen bezit van blanken is.

(2017)

Josephine Butler –  *13 april 1828, Milfield –  † 30 december 1906, Wooler (GB)

December 29th, 2017 Comments off

God en één vrouw vormen een meerderheid

Josephine Elizabeth Grey was goed geschoold. Ze trouwde in 1852 met de leraar George Butler, actief lid van de Anglicaanse kerk. Het echtpaar huldigde liberale opvattingen. Vader was al tegen slavernij, zij ook. Niet bepaald tot ieders genoegen. Ze leerde zich te weren. Na het overlijden van een van haar kinderen na een akelige val zocht ze afleiding voor haar verdriet en schuldgevoel in sociaal werk. Er was ellende genoeg te vinden in koningin Victoria’s industriële natie. Een aantal zieke prostituées nam ze in huis op en begeleidde ze tot hun dood. Ze ergerde zich al langer aan de dubbele moraal van veel welgestelde mannen waar ze op feestjes mee moest omgaan. Ze begon mede vanuit christelijke overtuiging de strijd aan te binden tegen de reglementering van prostitutie, in het bijzonder de Wet tegen Besmettelijke Ziekten waardoor prostituées aan gedwongen lichamelijk onderzoek konden worden onderworpen terwijl hun bezoekers vrij uit hun gang konden gaan. Na jarenlange tegenslag werd deze wet uiteindelijk in 1886 afgeschaft. Daarnaast streed ze met een reeks van pamfletten en boeken voor allerlei andere verbeteringen van de positie van de vrouw. Ze bewerkte het recht van gehuwde vrouwen op behoud van bezit en de verhoging van de wettelijke leeftijdsgrens naar 14 jaar waaronder gedwongen seks strafbaar werd. Ze maakte van het bestrijden van kinderprostitutie en de omvangrijke handel in jonge vrouwen belangrijke doelen. En ze wist deze strijd ook naar het Europese continent te verbreden. In Nederland had ze veel bondgenoten onder de aanhangers van het Réveil.
Het is ontstellend te lezen wat deze feministe van het eerste uur allemaal aan smerigheid te verduren kreeg. Haar ramen zijn ingegooid, ze is met poep bekogeld, ze werd bedreigd. Ze heeft niet alleen moedig volgehouden. Ze heeft ook zichtbaar gemaakt wat er aan mogelijkheden zijn in een democratie om geweldloos te vechten voor je doelen. Het debat aangaan, lobbyen, campagnes houden, strategische allianties aangaan. Haar protestantse geloof was een belangrijke verbindingsschakel tussen haar liberale en haar feministische drijfveren.
Gek genoeg kwam ze niet los van het imperialisme van haar tijd. Ze had geen problemen met de Britse overheersing in India en Zuid-Afrika. Als hoogbejaarde fulmineerde ze nog wel tegen het racisme dat blanken superieur vindt ten opzichte van mensen van andere kleur. Maar ze vond het Britse rijk altijd nog een van de meest verlichte landen ter wereld.
Vrouwenhandel en kinderprostitutie hebben door internet en open grenzen weer toegenomen kansen en nieuwe vormen gekregen. Schattingen van aantallen slachtoffers lopen door verschillen in definitie erg uiteen. De strijd blijft dus nodig, ook in onze ‘beschaafde’ landen.

(2017)

Elisabeth Cruciger – *plm. 1500, Meseritz   – † 2 mei 1535, Wittenberg

December 29th, 2017 Comments off

Cranach-Altar

Wil dan tot u bekeren ons hart en zijn begeren

Nummer 1 in het Erfurt Enchiridion uit 1524, Luthers eerste liedboek, is van een vrouw. Herr Christ, der einig Gotts Sohn. Elisabeth Cruciger had het geschreven voor de kersttijd: een beknopt maar krachtig lied van aanbidding voor de glanzende Morgenster van Christus die nieuw leven in onze harten wekt. Er klinkt een oude latijnse hymne in door. De melodie is van een oud liefdeslied. Bach gebruikte het gezang later in een van zijn cantates. In 1534 was het lied al vertaald in het Engels. Het staat als lied 517 in het Liedboek, vertaald door Sytze de Vries. In het vorige liedboek stond het als gezang 158, herdicht door Ad den Besten.
Dankzij haar adellijke komaf kreeg Elisabeth von Meseritz een gedegen opleiding in een klooster bij Treptov in Pommeren. In de regio werd de boodschap van de Reformatie verspreid door Johannes Bugenhagen, werkzaam op een naburige school. Bugenhagen werd stadspredikant in Wittenberg. Toen de jonge non uit haar klooster vluchtte vond ze bij hem onderdak. In 1524 trouwde ze met de theoloog Caspar Cruciger. Bugenhagen bedelde toen bij keurvorst Frederik om een flinke bijdrage voor een groot huwelijksfeest voor zijn beschermelinge, ter compensatie voor het verdriet om de afwezigheid van de katholieke familieleden.
Het echtpaar hoorde tot het circuit van vrienden en collega’s van Maarten en Käthe Luther. Caspar hielp Luther bij zijn bijbelvertaalwerk. Else komt voor in de notities van Luthers Tafelgesprekken in het klooster van het gezin Luther. Een van haar twee kinderen trouwde met zoon Hans Luther. Maar toen was ze al overleden.
Haar vraag aan tafel was hoe een gelovig christen zich moet gedragen in een kerk waarin een katholiek priester de mis opdraagt. Dacht ze nog aan haar familie die niet bij haar trouwen had willen zijn? Luther antwoordde dat je best mee mocht doen aan een publieke mis als daar het geloof in de tegenwoordigheid van Christus in het altaarsacrament beleden werd.
Haar lied verscheen tot 1532 anoniem. Dat ook een vrouw taal leverde voor de verkondiging, al was het maar in een lied, werd vervolgens wel als een teken van de Eindtijd begroet, een vervulling van de profetie uit Joël 2 dat de Heilige Geest in het laatste der dagen ook dochters laat profeteren, net zoals ook het optreden van de Reformator werd gezien als een teken van Gods ingrijpen. Maar er was ook verzet: lang is haar lied in diverse bundels onder een mannelijke naam herdrukt.

(2017)

Anselmus van Canterbury – *1033, Aosta (It) –  † 21 april 1109, Canterbury

December 29th, 2017 Comments off

Je hebt het gewicht van de zonde niet voldoende gewogen

De zin over het gewicht van de zonde komt uit de mond van Anselmus tegen zijn fictieve gesprekspartner Boso, in het tractaat Cur deus homo: waarom God mens werd. De monnik, abt en latere aartsbisschop Anselmus formuleerde daarin kort na het begin van het tweede christelijke millennium de zogenaamde ‘juridische verzoeningsleer’. Boso vroeg waarom God niet kon vergeven zonder kruis. Anselmus ontvouwt dan de betekenis van het offer van Christus met begrippen als schuld, straf, genoegdoening, plaatsvervanging, vergeving. Deze zijn ontleend aan het Nieuwe Testament, maar ook aan de rechtspraak van zijn tijd. Daarin speelden geschonden eer en eerherstel een grote rol.
Niet alleen in de praktijken van boete en biecht, de liturgie en de theologie van de Middeleeuwen werkte dit door. Ook de verzoeningsleer van de Reformatie is Anselmiaans van toonzetting. Zoals veel protestantse kerkliederen, de Mattheüspassie van Bach of de liederen van Johan de Heer dat zijn. Anselmus heeft voor een heel millennium school gemaakt. De westerse verzoeningsleer is een culturele prestatie van even groot formaat als de gothische kathedralen.
Deze verzoeningsleer is langzaam maar zeker in diskrediet geraakt. Niet alleen door de  extreme uitwerkingen, waardoor het Evangelie van verzoening door voldoening degenereerde tot een evangelie van betutteling, schuldgevoel en aangeleerde depressiviteit. ‘Jezus voor onze zonden gestorven’ werd teveel een gestolde formule. En een begrip als genoegdoening werkt niet meer in een cultuur die eerwraak achter zich gelaten heeft.
Maar midden in dat geschrift staat een kleine gelijkenis, een parel van een parabel vanwege het prachtige Godsbeeld, bijna vrouwelijk. Iemand staat stil, bukt zich om iets heel kleins, maar o zo kostbaars op te rapen uit de modder waarin het gevallen was. Dat is min of meer wat de Kerk van Oost en West het eerste millennium had geleerd: hoe de goddelijke verlossing mensen optilt uit verlorenheid en verstriktheid in zonde. Maar er gebeurt nog iets. De parel van grote waarde (de mens met zijn ziel) wordt gewassen om zijn oorspronkelijke zuiverheid te laten zien. Het is Gods eer te na om zijn kostbaarheden niet te laten schitteren.
Anselmus schreef nog veel meer. Met hem begon de wetenschappelijke theologiebeoefening. Hij ontwikkelde standaarden van disputeren en argumenteren. Daarbij was het theologiseren nog helemaal ingebed in het Benedictijnse kloosterleven, met zijn dagelijkse ritmes van liturgisch gebed en meditatie. Een van zijn andere beroemde formules is ‘Geloof zoekt begrip’. Theologie moet beoefend worden als een vorm van liefde die dieper wil leren kennen. En deze gedachte kan evenals die gelijkenis van de parel nóg wel een millennium mee.

(2017)

Franciscus Xaverius – *7 april 1506 Javier (Sp.) – † 3 dec 1552 Shangchuan (Ch)

December 29th, 2017 Comments off

Hoeveel mensen van de hemel niet weten en ongelukkig blijven

In het oude liedboek stond als gezang 406 een lied van Franciscus Xaverius. ‘U heb ik lief, mijn God en Heer, niet omdat ik mijn heil begeer, niet om daarmee gered te zijn van eeuwig vuur en hellepijn…. Om hemelvreugd noch hellesmart, slechts om uzelf kiest U mijn hart’. Gegrepen door Liefde en niet uit egocentrisch verlangen naar een mooie hemel was Xaverius dus een toegewijd priester. Mogelijk gaat het lied terug op een ouder Spaans gedicht.
Toch maakte hij zich ook druk over eeuwig zielenheil, maar dan van anderen. Deze vurige Bask was de grondlegger van de wereldwijde missie van de Kerk van Rome. Een rusteloze zendingspionier. Hij heeft heel wat meer kilometers gemaakt dan de apostel Paulus. Vanuit Goa in Portugees India, moet hij tienduizenden gedoopt hebben en veertig kerken langs de zuidkust van India hebben gesticht. Hij is op de Molukken geweest. En gekleed als een voorname westerling en gewapend met westerse kostbaarheden wist hij op audiëntie bij de Japanse keizer zelfs toestemming voor christelijke geloofsverkondiging in Japan te krijgen.
Xaverius snapte niet dat er niet veel meer geestelijken van eenzelfde missionaire passie vervuld waren. Wat doen al die studenten in de seminaries toch met hun talenten, vroeg hij zich hardop af. Zelf behoorde hij tot de eerste zes mannen waarmee Ignatius van Loyala de orde van de Jezuïeten had gesticht. De paus had hen vervolgens de hele wereld als zendingsgebied toegewezen. De koloniale expansie van rijken als Spanje en Portugal bood nieuwe mogelijkheden om verre continenten te bereiken. Deze mannen hadden duidelijk een ander verlangen dan dat van materieel gewin.
Vanaf een afstand is het gemakkelijk om allerlei kritische vragen te stellen over zulke zendingspraktijken en de onderliggende opvattingen. Wie gelooft er nog dat alle niet-christenen ‘voor eeuwig verloren’ zijn? En is een authentiek proces van morele en geestelijke vernieuwing niet belangrijker dan het wel of niet gedoopt zijn?
Op een eilandje voor de kust van China werd hij ziek en stierf hij. Hij had China in gewild. Wie China heeft, heeft heel Azië, was zijn gedachte. Laat Amnesty International nu net rapporteren dat China nog op grote schaal mensen executeert. Er valt dus nog steeds veel wereldwijd missiewerk te verrichten. En wat is een betere motivatie dan gegrepen te zijn door de stem van liefde zoals die in de gestalte van de Gekruisigde hoorbaar was geworden?

Vincent van Gogh – *30 maart 1853, Zundert –  † 29 juli 1890, Auvers-sur-Oise (Fr)

December 29th, 2017 Comments off

In een schilderij zou ik iets troostends willen zeggen, als muziek

De Aardappeleters, Zonnebloemen en de Ophaalbrug bij Arles, de korenvelden en de zelfportretten met of zonder afgesneden oor zijn onbetaalbaar. Past Van Gogh ook tussen geloofsgetuigen? Hij was een domineeszoon, opgegroeid in Zundert en later een poos woonachtig in Nuenen. ‘Uit aangeboren liefde voor de Kerk en liefde tot God en tot de mensen’ werkte hij een tijd als evangelist onder arme mijnwerkers in de Borinage. Christus, de Man van Smarten, zou mensen met een moeilijk leven kunnen sterken en troosten. Maar het liep op een mislukking uit. En even later, eind 1881, is het ook gebeurd met zijn geloof. De aanleiding is een onbeantwoorde liefde en een conflict met zijn vader. Het hele systeem van godsdienst is afschuwelijk, zo slingert hij hem naar het hoofd. In de kerk ziet niemand hem meer en dominees hebben het voorgoed verbruid. ‘O God, er is geen God’ zegt hij Multatuli na, al is hij het ook eens met Victor Hugo: ‘Godsdiensten verdwijnen, God blijft’.
Ondertussen heeft hij de kunstenaar in zichzelf ontdekt. Schilderen is zijn missie en passie en zijn nieuwe geloof: ook een geloof dat de plicht met zich meebrengt zich niet te storen aan de publieke opinie. Van zijn oude geloof blijft de absolute bewondering voor de Stichter. Hij vindt het geheel in de geest van Jezus om uit compassie een tijdlang met een zwangere prostituée samen te leven. En als hij later in Zuid-Frankrijk onder de indruk komt van de olijfbomen wil hij Jezus in de hof van Gethsemane schilderen. Maar hij heeft geen geld om iemand te laten poseren. Een paar keer krabt hij de verf weer van het doek. Jezus moet er wel fatsoenlijk op. Bij het naschilderen van Rembrandts Opwekking van Lazarus vervangt hij de Jezusfiguur door een indrukwekkende zon zoals alleen hij ze op het doek kreeg. Als dat geen mystieke verwondering is.
In honderden bewaard gebleven brieven is zijn schildersleven op de voet te volgen. De meeste waren gericht aan zijn broer Theo, zijn vertrouweling en geldschieter. Theo bewaarde de schilderijen die Vincent hem opstuurt, verkopen lukte nog nauwelijks. De duurste schilderijen van de wereld zijn gemaakt in grote armoede, door een sociaal onhandige eenling die op het laatst psychotisch werd en suïcidaal.
Wat voor hiernamaals de reiziger door het leven bereikt, wist hij niet. Wel dat dit ondermaanse leven vol melancholie is en dat er dan troost nodig is. Bijvoorbeeld met schilderijen van iemand die ook in het armste huisje en in het smerigste hoekje nog schilderijen of tekeningen zag.

(2017)

Categories: Uncategorized Tags:

Óscar Romero – * 15 augustus 1917, Ciudad Barrios – † 24 maart 1980, San Salvador

December 28th, 2017 Comments off

Als ze me doden, zal ik in het Salvadoraanse volk herrijzen

De status van Oscar Romero als voorbeeldig kerkleider is onbetwist sinds zijn executie door een doodseskader, terwijl hij de mis aan het opvoeren was in zijn eigen kathedraal in de hoofdstad van El Salvador, vlak voor Pasen. Drie jaar daarvoor was hij tot aartsbisschop in de hoofdstad van het land benoemd. Romero had al op zijn dertiende gekozen voor een opleiding tot geestelijke. Hij werd een priester die niet veel opzien baarde, trouw aan de kerk, conservatief, niet enthousiast over de vernieuwingen in de Rooms-katholieke kerk van de jaren ’60. Veel sociaal bewogen geestelijken zien zijn benoeming in 1977 als een poging van het Vaticaan om hen tegen te werken. Maar vanaf 1974 had hij als bisschop in een arm plattelandsgebied gewerkt. Daar had hij het leed van de landloze armen gezien en gehoord van zijn priesters hoe ze werden uitgebuit door steenrijke grootgrondbezitters. Geen stukje grond als aanvulling op het al te karige loon kon eraf. Er ging veel geweld uit van de regering tegen priesters en leken die zich voor hen inzetten, vanwege zogenaamde communistische agitatie. Romero ziet kerk en godsdienst onder vuur liggen. En eenmaal aartsbisschop steekt hij zijn kritiek op het onrecht niet onder stoelen en banken. Twee weken na zijn entree wordt een bevriende jezuïetenpater medogenloos vermoord. De president verkondigt ijskoud dat de pater mensen had opgehitst. Romero zegt hem in zijn gezicht: ‘Pater Grande was bezig kinderen te dopen. U bent een leugenaar.’
Romero koos ervoor om in een simpel huisje dichtbij de armen te gaan wonen in plaats van in het aartsbisschoppelijk paleis. Zijn preken werden wekelijks op de radio uitgezonden. Hij werd populair en internationaal beroemd. Tegen de elite zei hij: ‘Jullie martelen en doden en houden meer van geld dan van de mensen.’ Hij erkende het recht op zelfverdediging en op een volksopstand. In 1978 schreef hij mee aan een herderlijk schrijven dat een bevrijdingstheologie formuleerde. Het jaar daarop overhandigde hij de paus een dossier over de schendingen van mensenrechten. De VS riep hij op om de steun aan het regime van zijn land te staken – tevergeefs. Op 23 maart 1980 zei hij voor de radio dat een soldaat een bevel tot doden mocht negeren. ‘Ik bid u, ik smeek u, ik gebied u in de naam van God: houdt op met de onderdrukking.’
Soms geldt: wie zwijgt stemt toe en wordt medeplichtig. Romero heeft laten zien hoe een kerk ook zonder marxistische ideologie te omarmen een overtuigende bondgenoot van rechteloze mensen kan zijn. Rechtstreeks vanuit pastorale bewogenheid.

(2017)

Categories: Uncategorized Tags:

Jan van Kilsdonk – *19 maart 1917, Zeeland (NB) – † 1 juli 2008, Amsterdam

December 28th, 2017 Comments off

Homoseksualiteit is geen toeval, nog minder een ongeval, maar een vondst van de Schepper. Daar zit ook God achter.

Toen ik in het westen van ons land werkzaam was hoorde ik soms mensen met ontroering spreken over het optreden van pater van Kilsdonk in uitvaartdiensten. Hij maakte namelijk altijd een diepe buiging voor de overledene, ongeacht om wat voor iemand het ging. In die tijd waren het vaak slachtoffers van HIV/AIDS. Van Kilsdonk had een uitgebreid netwerk van pastorale contacten onder homoseksuelen in Amsterdam. Zo kwam hij als vertrouweling aan menig sterfbed.
Het geloof in de kracht van de symbolen, rituelen en teksten van de liturgie was ook precies wat hem kenmerkte. Van Kilsdonk kwam uit een rooms-katholiek molenaarsgezin. Als zeventienjarige trad hij in bij de Jezuïeten. Na zijn priesterwijding in 1945 werkte hij als aalmoezenier onder geïnterneerde NSB-ers en politieke gevangenen in Vught. In 1947 werd hij naar Amsterdam gestuurd met een benoeming als godsdienstleraar. Daar probeerde hij leerlingen bij te brengen dat het in godsdienst om diepzinnigheid,schoonheid, extase en verwondering gaat. Met succes. Huub Oosterhuis was een van zijn leerlingen. Oosterhuis trad ook in bij de Jezuïeten. Met hem en met studentenpastor Jos Vrijburg stichtte Van Kilsdonk in 1960 de Studentenecclesia. Het werd een broedplaats voor liturgievernieuwing, in de tijd dat de hele Rooms-Katholieke Kerk een inhaalslag maakte. Maar de Ecclesia was te voortvarend en raakte na een conflict los van de bisschop. Oosterhuis en Vrijburg trouwden. Van Kilsdonk bleef als enige van de drie celibatair en trouw aan zijn orde. Sinds 1956 was hij al ‘studentenmoderator´. De omgang met studenten in een tijd van turbulente maatschappelijke verandering werd zijn levenswerk. Hij zwierf langs studentenflats en kroegen. Veel mensen kregen vervolgens een prachtige brief van hem. ‘Pater van Pilsdronk’ bleef ook na zijn pensioen actief. Hij moet duizenden ‘jongens’ hebben gekend.
Wie het kerkelijk verbod op voorbehoedsmiddelen naast zich neerlegt, homoseksuelen de hand boven het hoofd houdt en tegen de celibaatsverplichting voor priesters is, fulmineert tegen de ´geestelijke terreur´ van de kerkleiding, of de maagdelijke geboorte van Jezus als theologische beeldspraak uitlegt, is een kerkelijke lastpost. De kerk liet hem overwegend zijn gang gaan. Kardinaal Alfrink zei: ‘Ik ben blij dat wij pater Van Kilsdonk hebben; ik ben ook erg blij dat wij maar één pater Van Kilsdonk hebben.’
Het is ongetwijfeld vooral aan hem te danken dat ook protestanten het ´ten paradijze geleide u de engelen´ in de uitvaartliturgie zijn gaan waarderen. Het feit dat we eigenlijk niets weten over engelen en een paradijs was wat hem betreft eerder een aanmoediging dan een belemmering om het hartstochtelijk te zingen. Het staat nu in meerdere varianten in ons Liedboek.

(2017)

Categories: Uncategorized Tags:

Maqhamusela Khanyile – plm. 1810 – 9 maart 1877 Eshowe (Kwazulu-Nathal)

December 28th, 2017 Comments off

‘Ik ben niet bang. Stierf Christus niet voor mij? Hij zal me een plaatsje geven daarginds’

De eerste Zoeloe martelaar voor het christelijk geloof was een krijger. Nieuwsgierig geworden naar het geloof volgde hij catechese bij een zendingspost van Lutheranen uit Noorwegen. Lesstof: de Kleine Catechismus van Luther. Uit het hoofd te leren.
Het Zoeloe koninkrijk heeft aan de ene kant te maken met de landhonger van de Boeren, aan de andere kant met de toenemende druk van de Britten. Volgens het dan geldende ibuthu-systeem hebben mannen hebben dienstplicht tot hun dertigste, daarna moge ze trouwen. De Britten hebben er in 1873 het recht op evangelisatie en onderwijs afgedwongen. De Zoeloe koning vreest dat dit zijn leger verzwakt. Soldaten horen te vechten en niet te bidden. Op hun doop volgt de dood, zo dreigt hij. Maar stamhoofden kijken soms weg als het er toch van komt.
Maqhamusela, al wat ouder, volgt met onderbrekingen de catechese. Zijn buren noemen hem vanwege zijn vele bidden Umuntu Wesonto, ‘de zondagman’. Hij steekt zijn geloof niet onder stoelen of banken, ook al voldoen zijn getuigenissen niet aan de blanke criteria van welsprekendheid. Tegelijk blijft hij loyaal aan de cultuur van zijn volk, aan zijn kraal en aan de koning. Hij heeft twee vrouwen, draagt een hoofdtooi volgens Zoeloe tradities, drinkt bier, weigert de westerse lange broek, draagt de ibheshu, schort van dierenhuid, onder zijn shirt. En de zendelingen staan voor de uitdaging om af te zien van de doopverplichting.
Uiteindelijk stem hij ermee in dat zijn doopwens op audiëntie bij de koning aan de orde wordt gesteld. De koning mag weten dat hij gegrepen is door het Woord. Kome wat komt. Maar voor het tot doop komt pakt een troep krijgers hem op. Hij krijgt nog de kans om te bidden om een plaatsje in Gods koninkrijk. Op het moment dat de speren hem doorboren breekt er een onweer los. En als zijn tweede vrouw even later op zoek gaat naar zijn lichaam is het onvindbaar. Net als bij Mozes in de Bijbel!
Deze laatste dingen staan niet in het eerste sobere verslag van de zendeling naar zijn thuisfront. Heiligenverering ligt niet in de lijn van Luthers leer. En de zendeling is beducht dat de moord extra aanleiding wordt voor de Britten om een oorlog te beginnen. Maar de Britse invasie kwam er toch, gevolgd door een bloedige oorlog in 1879-1880.
Het blijft boeiend hoe telkens weer mensen trefzeker onderscheid wisten te maken tussen de kern van het Evangelie en de culturele verpakking. En soms dus met Luther in de buurt.
Maqhamusela kreeg een monument en een plek op de Anglicaanse kalender van Zuid-Afrika.

(2017)

Hermann Friedrich Kohlbrugge – *15 augustus 1803, Amsterdam – † 5 maart 1875, Elberfeld

December 28th, 2017 Comments off

Kracht heb ik niet om mijzelf te bekeren

Hebe Kohlbrugge, de markante verzetsvrouw die onlangs als 102-jarige overleed, was een groot aanhangster van de theologie van de Zwitser Karl Barth. En Barth had op zijn beurt grote waardering voor haar overgrootvader. In zijn belangrijke beschrijving van de theologie van de negentiende eeuw had hij deze Kohlbrugge zelfs als enige Nederlander in de portrettengalerij opgenomen. Barth schreef hem bovendien hoger aan dan alle geleerde Duitse theologen van die eeuw: de enige echte voorloper van zijn eigen theologievernieuwing.
Qua principiële en strijdbare opstelling had de achterkleindochter ook wel iets van deze zoon van een Amsterdamse zeepzieder. Aan het einde van zijn studie theologie kwam hij zo in conflict met zijn eigen Hersteld Lutherse predikant, dat de weg naar een pastorie geblokkeerd raakte. Ook de Hervormde Kerk in de tijd van koning Willem I hield niet van zulke scheurmakers. Omgekeerd kon ondanks zijn orthodoxie het Réveil of de Afscheiding van 1834 hem niet bekoren. Met Isaac da Costa, spilfiguur van het Réveil, kwam het in 1833 in een ‘hoogst belangrijke briefwisseling’ over de leer van de heiliging tot een publieke botsing.
1833 was het jaar van Kohlbrugges veelbesproken ‘komma-preken’ over de tekst: ‘Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde’ (Romeinen 7:14). De komma in de vertaling maakt een heel verschil. Het is niet zo dat je alleen maar voor zover je niet onder bereik leeft van de Heilige Geest een zondig mens bent. Vanuit God gezien ben je in de totaliteit van je bestaan een tekort schietend mens. Beroep je niet op een of andere heilige ‘binnenmens’ vol goede bedoelingen die er in jou ergens diep in de ‘grond der ziele’ schuil zou gaan. Je raakt telkens weer in jezelf teleurgesteld. Vertrouw je toe aan de genadige vrijspraak van het Evangelie en de werking van de Geest.
Het is de eeuw van industriële revolutie, christelijk zendingsactivisme en kolonialistische verbreiding van de westerse beschaving. Maar Kohlbrugge weigerde mee te doen aan de ombouw van het Evangelie tot een idealistische vooruitgangsboodschap over de kracht wat er aan goeds in hoofden en harten van mensen zou leven. Precies daarom ook hadden zijn preken en schriftbeschouwingen nog meer dan een eeuw lang bewonderaars in totaal uiteenlopende kringen. Van Nederlandse pleitbezorgers van die theologie van Karl Barth zoals Noordmans en K.H. Miskotte, tot en met predikanten en gemeenteleden in orthodoxe en bevindelijke gereformeerde kringen. De oorspronkelijke kracht van Luthers verkondiging was weer tot nieuwe betekenis gebracht.
Kohlbrugge had overigens buiten Nederland, in het Duitse Wuppertal, toch een gemeente gevonden. En dankzij een groot lezerspubliek waren er uiteindelijk ook Nederlandse kansels voor hem open gegaan, met als climax een gastbeurt in Amsterdam op uitnodiging van Abraham Kuyper in 1871.

(2017)

Categories: Uncategorized Tags:

Walburga – *710, Devonshire – † 25 februari 779, Heidenheim

December 27th, 2017 Comments off

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Ze is meer waard dan edelstenen – Spreuken 31: 10

Walburga was in de vroege middeleeuwen behalve in Duitsland ook hier een populaire heilige. Ze was de patrones van de boeren, de zeevarenden en de huisdieren en op afroep beschikbaar tegen beten van hondsdolle huisdieren. Minstens op zeven plaatsen was er in ons land een kerk aan haar gewijd. Een ervan stond in Groningen vlakbij de Martinikerk. Deze kerk in Romaanse centraalbouw werd in 1629 gesloopt. Al eerder was lood van het dak omgesmolten tot kogels in de strijd tegen prins Maurits.
Koningsdochter Walburga behoorde tot het gezelschap vrouwen dat in 748 op uitnodiging van Wynfreth (Bonifatius) vanuit Engeland was overgestoken om zijn missiewerk te ondersteunen met het stichten van nieuwe kloosters. Ze was in 710 geboren in het graafschap Dorset in Zuid-Engeland. Ze was een nichtje van Bonifatius. Samen met haar broers Winnibald en Willibald reisde ze, mogelijk via Katwijk, naar Zuid-Duitsland. Ze werd abdis in Heidenheim in het nonnenklooster dat broer Winnibald daar stichtte. Toen deze stierf werd ze ook abdis van het aanpalende mannenklooster. Wat in later eeuwen bepaald niet meer kon: een vrouw die de leiding had over mannen. De Angelsaksische missionarissen die samen aan klooster- en kerkplanting deden onder de Germanen brachten een cultuur met zich mee waarin waarde werd gehecht aan een goede opvoeding van meisjes, evengoed als van jongens. Er kwam een kloosterschool tot bloei. Ze moet sterke leiderschapskwaliteiten hebben gehad.
Ze werd de dagheilige van 25 februari, haar sterfdag in 779. Haar heiligverklaring vond een eeuw later plaats bij de overbrenging van haar relieken naar de kerk in Eichstätt, de bisschopskerk van haar broer Willibald, 1 mei 870. Door die datum van 1 mei kwam haar nagedachtenis in verbinding met oude voorjaarsrituelen van de Germanen. Volgens volksgeloof was de nacht van 30 april op 1 mei een nacht vol magie. De goden Wodan en Freya verdreven dan de winterdemonen om de lente te begroeten. Heksen komen uit alle hoeken en gaten tevoorschijn om op bezemstelen, kattenstaarten, rieken en dorsvlegels door de lucht te suizen, geïrriteerd door de reinheid van Walpurga. De Duitse dichter Goethe heeft aan het einde van de achttiende eeuw stevig bijgedragen aan een herleving van de Walpurgisnacht.
En de stenen rond haar graf zouden de eeuwen door ieder jaar een bijzondere vloeistof afscheiden, de geneeskrachtige Walpurgisolie. Volgens Anselm Grün staat dit symbool voor de helende kracht die er van haar uit gaat. Want ze wist krachtig leiderschap met vrouwelijke fijngevoeligheid te verbinden en in harmonie met zichzelf te zijn. Mooie gedachte.

(2017)

Juliana van Stolberg – *Stolberg, 15 februari 1506 – † slot Dillenburg, 18 juni 1580

December 27th, 2017 Comments off

Ik vrees dat Gods toorn over de ganse christenheid zal gaan, want waar men ook heenziet, het is al ijdel, moedwillig en goddeloos leven

Als prins Willem van Oranje onze Vader des Vaderlands is dan is zijn moeder onze grootmoeder. Ze stamde af van een belangrijke Byzantijnse vorst wiens beeltenis nog in de Aya Sophia te bezichtigen valt. Zelf figureerde ze in een negentiende-eeuwse protestantse Galerij van christelijke vrouwen als model voor ‘gelovige vrouwen, die de heiligheid van het huwelijk hooghouden, en het specifieke onderscheid tussen man en vrouw niet uit het oog willen verliezen’. Haar beeld en haar Lutherse geloof is wel eens geromantiseerd. Maar de gelovige taal in haar brieven is niet uitzonderlijk voor haar tijd.
Ze bracht in twee huwelijken zeventien kinderen ter wereld. Op haar veertiende werd al een man voor haar uitgezocht, op haar zeventiende trouwde ze met deze Philips en begon het kinderen krijgen, op haar vierentwintigste onderbroken door zijn overlijden en enige tijd later voortgezet met de weduwnaar von Nassau die haar meenam naar de Dillenburg. Daar had ze heel veel kinderen om zich heen, want er kwamen ook andere adellijke kinderen onder haar hoede. Ze kregen er goed onderwijs. Graaf Willem de Rijke, overleden in 1559, was stichter van verschillende protestantse onderwijsinstellingen. Haar kinderen werden bijna allemaal volwassen. Daardoor had ze bij haar dood al een nageslacht van 160 klein- en achterkleinkinderen. Dat haar nazaten het met de huwelijkstrouw niet zo nauw namen had niet haar goedkeuring. Haar brieven aan haar zonen bevatten de nodige vermaningen over fatsoen van de legers van haar zonen.
Met haar Nassause echtgenoot vormde ze een luthers gezin. Oudste zoon Willem moesten ze vanwege zijn erfenis van het vorstendom Oranje verder te laten opvoeden door de roomse Margaretha in Brussel. Daar waren ze niet op tegen. De dynastieke belangen zaten haar hoog. Ze maakte vaak reizen langs de verblijven van hun kinderen. Ze vond dat haar Willem in de Lage Landen nogal op grote voet leefde. Toen haar zonen de opstand in de Nederlanden gingen steunen, stond ze van harte achter hen. De Dillenburg was hun toevluchtsoord. En ze droeg niet alleen moreel, maar ook financieel aan de opstand bij. Het sneuvelen van de zonen Adolf, Lodewijk en Hendrik ‘in Vriesland in den slach’ en op de Mokerheide heeft ze nog meegemaakt.
Brieven schrijven kon ze door oogproblemen de laatste jaren niet meer, brieven die steevast waren geëindigd met ‘Deine getreue Mutter allezeit’. Uiteindelijk was ze net als later zoon Willem officieel het calvinisme toegedaan.

(2017)

George Bell – *4 februari 1883 – † 3 oktober 1958

December 27th, 2017 Comments off

Het bombarderen van ongewapende vrouwen en kinderen is barbaars

In de dure Britse tv-serie The Crown over de eerste jaren van de regering van koningin Elizabeth komt de Anglicaanse kerkleiding er niet best van af. De kerkelijke handhaving van het verbod op koninklijk huwelijken met een gescheiden partner droeg sterk bij aan veel spanning en verdriet in het koningshuis en daarbuiten.
Tot voor kort stond vooral Georg Bell, een van de bisschoppen uit die tijd, op een hoog voetstuk. Hoewel gedoodverfd als opvolger was hij in 1944 na het overlijden van aartsbisschop William Temple gepasseerd en in zijn bisdom Chicester gebleven. Tot vreugde van Churchill. Bell had in het Hogerhuis scherpe kritiek geuit op het geallieerde bommentapijt op Dresden en op bombardementen op burgerdoelen in het algemeen. Hij was ook de schakel geweest met Dietrich Bonhoeffer die namens de verzetsgroep die een aanslag op Hitler plande contact zocht met de Engelse regering. Tevergeefs, Churchill wilde alleen onvoorwaardelijke overgave.
Bell was sterk sociaal geëngageerd. Hij had gewerkt onder arbeiders en migranten, zich ingespannen voor de ruil van krijgsgevangenen na de Eerste Wereldoorlog, zich bekommerd om de slachtoffers van de Grote Depressie van de jaren ’30. Voor de kunsten richtte hij een festival in Canterbury op. En hij was een pionier in de internationale oecumenische samenwerking. Vanaf 1933 was hij de belangrijkste buitenlandse bondgenoot van de Belijdende Kerk in Duitsland. Met zijn tromgeroffel in de pers voorkwam hij de executie van ds. Martin Niemöller, fel opposant van Hitler. Tientallen gezinnen hielp hij Duitsland te ontvluchten. Na de oorlog nam Bell het op voor de Duitse vluchtelingen uit de gebieden die geannexeerd werden voor het nieuwe Polen en Tsjecho-Slowakije. En hij bekritiseerde de westerse politiek bij het begin van de Koude Oorlog. Hij regelde ooit een bezoek aan Canterbury van Mahatma Gandhi, de man die geweldloos verzet bood tegen de Britse aanwezigheid in India.
Laat hij nou net recent van zijn hoge voetstuk gevallen zijn toen zijn kerk, ruim een halve eeuw na zijn dood, een vrouw op leeftijd in het gelijk moest stellen in haar klacht over aanranding. Zij was tussen haar vijfde en negende jaar vaak in zijn pastorie geweest. Bell had haar op zijn schoot niet alleen verhaaltjes voorgelezen Ze had er haar leven lang last van gehouden. De vrouw kreeg nu een financiële schadeloosstelling.
Een lastige puzzel voor de Kerk van Engeland. Kan zo iemand nog op de heiligenkalender worden gehandhaafd? Maar welke heilige is zonder zonde? Het verhaal over het moedig aanzwengelen van discussies over de grenzen van militair geweld is te belangrijk om niet door te vertellen. Dan maar inclusief de vermelding van die verzwegen misstap.

(2017)

Carolina Fliedner – Bertheau (26 januari 1811, Hamburg – 15 april 1892, Kaiserswerth)

December 26th, 2017 Comments off

Het ligt voor de hand dat een leven zonder beroep ons vanwege onze neiging tot zelfzuchtigheid ons veel meer ellende brengt dan een stevige arbeidstaak die ons van ons ellendige ik afleidt

‘Haar Heer en Meester, die zij nu ononderbroken dag en nacht voor zijn troon dient, heeft haar de genade gegeven om tijdens haar lange pelgrimstijd niet karig, maar met zegen te zaaien en haar uitnemende gaven met onvermoeibare trouw en zichzelf wegcijferende overgave tot zijn eer en tot vreugde en stichting van de evangelische christenheid en tot heil van alle soorten noodlijdenden te gebruiken’.
Carolina Bertheau was het negende kind van een wijnhandelaar met een familie van Hugenoten. Aangestoken door de Opwekkingsbeweging werd ze actief in de armen- en ziekenzorg in Hamburg. Na het overlijden van zijn eerste vrouw werd zij in 1843 de tweede echtgenote van Theodor Fliedner. In 1836 hadden Theoder en Friederike Fliedner in Kaiserswerth het allereerste diaconnessenhuis gesticht. Theodor zocht en vond opnieuw een gelovige echtgenote die van wanten wist. Fliedner en zijn echtgenotes waren de absolute pioniers van protestants diaconaal werk met een professionele aanpak. Kaiserswerth groeide uit tot een groot en wijdvertakt netwerk van instellingen en stond model voor initiatieven van geestverwanten elders, ook in Nederland. Dat betekende dat de Moeder van Kaiserswerth zelf ook rolmodel werd voor andere vrouwen aan het hoofd van de diverse zusterhuizen.
Ze combineerde de zorg voor het gezin met tien kinderen met de leiding van de diaconesssen. Bij afwezigheid van haar man verving zij hem. De instructies en taakomschrijvingen getuigen van het zoeken naar maximale ruimte voor zelfstandige beslissingsbevoegdheden, binnen een maatschappelijke en religieuze context waarin het gezag van de man bovenaan staat.
Ze overleefde haar man zevenentwintig jaar en bleef bij de leiding betrokken, maar ze koos er bewust voor om niet op de stoel van directeur te gaan zitten. Ze werkte in Berlijn in de Charité (nog altijd de naam van het een groot ziekenhuis) en bezocht andere huizen in het land. Kaiserswerth had uiteindelijk meer dan duizend medewerkers.
Moederlijke leiding betekende dat ze van de zusters absolute loyaliteit aan de gezamenlijke opdracht en de regels vroeg, maar van haar kant ook zorgzame aandacht voor ieders geestelijke en lichamelijke welbevinden betoonde. Uit de talloze brieven aan de zusters is af te lezen dat toen haar gezag eenmaal gevestigd was, ze steeds meer groeide in hartelijkheid en het vermogen om haar zusters tot grote dienstbaarheid te motiveren. Liever voorkwam ze problemen dan dat ze die met disciplinaire maatregelen moest oplossen.
Dienend leiderschap waarbij je je eigenheid als vrouw of man bewaart blijft in allerlei posities en omstandigheden een spannende missie.

(2017)

John Donne – *22 januari 1573 Londen – † 31 maart 1631 Londen

December 26th, 2017 Comments off

God zegt niet ‘Leef goed en u zult goed sterven’ maar ‘Leef goed hier en u zult eeuwig leven’

Donne sprak zijn preek ‘Tweekamp met de dood’ in 1631 uit in White Hall Palace, de koninklijke residentie in Londen. Enkele weken later stierf hij. Het werd een beroemde preek. De tekst is Psalm 68 vers 21: bij God de Heer zijn de uitwegen van de dood. Deftig en degelijk volgens de traditie van preken in drie punten gaat het over de uitweg a morte, in morte, per mortem. God redt uit de dood, geeft bevrijding in de dood, en redt door de dood, namelijk die van de Verlosser. Het is de zeventiende eeuw en dan worden er geen doekjes om gewonden. Donne bespreekt even openlijk de veel voorkomende dood in het kraambed omdat de bevalling niet lukt, als het werk van de wormen in het begraven lijk. En mensen zouden zich niet zo druk moeten maken over de manier van heengaan. Of de poort geopend wordt met een geoliede sleutel van een kalm einde, of open gebeukt door een gewelddadige dood of het heftige vuur van een nare ziekte, beslissend is dat het de poort naar de Eeuwige is. Hoe is het leven geleefd? De climax van de preek is een oproep tot gewetensonderzoek middels een bewogen overweging van Christus’ lijden en sterven.
Het is me ook wel een geladen tekst die Donne bij de kop heeft! Als aan deze kant van de Noordzee Psalm 68 vers 10 werd aangeheven ‘Hij kan en wil en zal in nood/ zelfs bij het naad’ren van de dood/ volkomen uitkomst geven’ lag er vaak extra emotie in het psalmgezang. In de kerk zat of stond je meestal bovenop graven en tussen rouwborden.
Donne kende dus het leven. Hij had het ook bruisend geleefd. In de kerkgeschiedenis staat Donne hoog genoteerd vanwege zijn preken. In de geschiedenis van de literatuur staat hij met zijn amoureuze en serieuze gedichten te boek als een groot dichter. Hij was een meester in het vinden van ongebruikelijke beelden. Wie had ooit twee geliefden vergeleken met twee benen van een passer?
Van huis uit was hij rooms-katholiek. Studeren en werken onder een protestantse overheid bracht de nodige belemmeringen met zich mee. Hij had lange tijd een schaars inkomen, terwijl zijn vrouw Anne van wel twaalf kinderen beviel, de laatste werd in 1617 haar dood. Op aandringen van koning Jacobus gaf hij daarna zijn verlangen op om nog werk te vinden als diplomaat, politicus of advocaat en werd hij geestelijke. Inmiddels overtuigd Anglicaan geworden bekleedde hij vanaf 1621 het ambt van hoofdpredikant van St. Paul’s Cathedral. Hij vond het overigens beneden zijn stand als gentleman om zijn werk te publiceren. De meeste gedichten en preken verschenen pas na zijn dood in druk.

(2017)

Categories: Uncategorized Tags: