Juni

June 20th, 2014 Comments off
Categories: heiligenkalender Tags:

In Winsum dronken we Cremisan-wijn

June 16th, 2014 Comments off

Cremisan web

Cremisan web2

In mijn gemeente Winsum is het bij de Avondmaalsdiensten in de Centrumkerk gebruikelijk dat de kinderen druivensap krijgen aangeboden in een aardewerk beker. Die beker is een geschenk van de zustergemeente in de voormalige DDR waarmee onze gemeente een tijdlang vriendschapsbetrekkingen onderhield. In de Avondmaalsdiensten van 15 juni jl zat er in de andere bekers die rondgingen witte wijn. Dat zijn we niet gewend en het was ook eenmalig. Ook al staat er nergens in de Bijbel dat de kleur rood moet zijn.
Het kwam niet omdat we als gemeente ‘van kleur verschoten’ zijn en ons niet meer aan bijbelse voorschriften houden. Integendeel. Maar deze keer dronken we Cremisanwijn, als daad van solidaire verbondenheid met christenen achter een andere Muur. Cremisanwijn is miswijn gebotteld door de paters Salesianen in hun klooster 5 km buiten Bethlehem, richting Jeruzalem. De stichtingen Kairos-Palestina Nl en Vrienden van Sabeel NL hielden daarmee in april jl. een solidariteitsactie om aandacht te vragen voor de situatie van Palestijnen in de regio Bethlehem. De voorzitter van onze synode ds Karin van de Broeke en de Raad van Kerken hebben toen de Cremisanwijn ontvangst genomen. De Raad van kerken noemde het een sympathieke actie.
De aangekondigde uitbreiding van de beruchte Muur brengt deze wijn heel letterlijk in gevaar. Landbouw in een de vruchtbare Cremisanvallei wordt verder bemoeilijkt. De bouw van de Muur is door internationaal protest van onder meer RK bisschoppen uit het buitenland (niet uit ons land) wel opgeschort. Maar nog in mei jl liet de brute verwoesting van een boomgaard van christen-Palestijn en vredesactivist Daoud Nasser, in dezelfde regio, duidelijk zien waar de staat Israël op uit is.
Het is altijd spannend om in een kerkdienst het onderwerp Palestijnen aan te snijden. Ook deze keer. Zou het christenen in andere landen van het Midden-Oosten betreffen dan is solidariteit vanzelfsprekend. Wie vindt het niet afschuwelijk dat zij samen met veel andere burgers in de gewelddadige conflicten tussen de verschillende bevolkingsgroepen worden vermalen? Maar als het om de door Israël bezette gebieden gaat, ontstaat er altijd wel ergens onrustige kriebel. Dat is begrijpelijk gezien de holocaust en onze religieuze verbondenheid met het Jodendom en vooral ook omdat we in ons land decennialang gebrekkig en eenzijdig ‘pro-Israël’ zijn geïnformeerd en deze desinformatie maar doorgaat tot op de huidige dag.
En of christenen in de nu nog door Israël bezette gebieden in een eigen Palestijnse staat veilig en vrij zouden zijn, valt moeilijk te voorspellen. Palestijnen zijn nu eenmaal nog nauwelijks in de gelegenheid geweest om te experimenteren met het opbouwen van een eigen democratische rechtsstaat. Maar wat onze broeders en zusters in Bethlehem en omstreken ons zelf steeds en dringend voorhouden is niet voor misverstand vatbaar. Ze vragen zich af hoe lang er in dit land van de Bijbel naast dode stenen nog levende stenen zullen zijn die getuigen van de komst van de Heer. Niet door secularisatie maar omdat het leven onder de bezetting zo zwaar valt dat wie kan vertrekken dat vaak ook doet. Ze vragen om sympathie en steun in hun geweldloos verzet, soms met moed in de schoenen, tegen de Israëlische bezetting. En alleen al niet weggaan maar blijven is verzet: soemoed, volharding.
De paus stapte een paar weken geleden uit de auto om aan hun kant van de Muur even te bidden. De graffiti op die plek legt een verband met het Joodse ghetto van Warschau in WO II. Dat is hun verbijstering. ‘Hoe kan het dat jullie ons aandoen wat jullie zelf toen door Duitsers is aangedaan?’ Als we als christenen hier niet in de nood, het verdriet en de verbijstering van onze broeders en zusters daar willen delen, wat zijn we dan eigenlijk voor christenen?
Dat sluit niet uit dat we dan ook voor Israëli’s bidden. Maar dat vraagt dan wel nuancering en precisie. Want dan zijn alle Joden niet meer één pot nat. Dan moeten we in onze gebeden ook onderscheid maken tussen hen die zich ook verzetten tegen bezetting, discriminatie en de vele vormen van onrecht die de staat Israël pleegt en gedoogt en de anderen, volgzaam, kritiekloos of erger. Zoals een Israëlische vrouw ooit duidelijk maakte tegen de burgemeester die haar kwam condoleren met het verlies van haar zoon door Palestijns geweld. De scheidslijn loopt niet tussen ‘ons Joden’ en ‘zij de Palestijnen’, maar tussen wie vrede willen en wie haar steeds weer kapot maken.
Aan het slot van de preek vertelde ik een van de verhalen die er in Bethlehem aan de muur zijn gehangen (met steun uit Nederland!). Hoe een meisje van 16 alles zwart om zich heen zag, maar dankzij een droom waarin ze God hoort, toch hoop ging zien.

Meer informatie op:
http://www.kairospalestina.nl/nl/zoekresultaten.aspx?searchkey=cremisan
http://www.raadvankerken.nl/pagina/2888/wijn_uit_palestina
Een uitgebreid verhaal over de familie Nasser en de Tent of Nations (in het Engels):
http://www.bbc.com/news/magazine-27883685

CCF14062014_00000

Categories: Kerk Tags:

Bartolomeüs de las Casas (1484, Sevilla, – 18 juli 1566, Madrid)

June 10th, 2014 Comments off

De Allerhoogste aanvaardt geen offers van goddelozen. Wie iets van een arme offert is als iemand die een zoon offert voor de ogen van zijn vader. Jezus Sirach 34: 23-24

Bart delascasasRond Pinksteren 2015 was het precies 500 jaar geleden dat Pinksteren een ommekeer bracht in het leven van Bartolomeüs de las Casas.
Twintig jaar na Columbus’ ontdekking van Amerika waren er al miljoenen ‘Indianen’ afgeslacht door de conquistadores of door epidemieën en dwangarbeid om het leven gekomen. Als jongen in Spanje had Bartolomeüs al een slaaf gehad, door zijn vader op een reis met Columbus voor hem meegebracht. Eenmaal priester op Hispaniola, het eiland van het huidige Haïti en Dominicaanse Republiek, had hij ook grond en dus, volgens het geldende systeem, inheemse slaven. In 1511 maakte de Dominicaanse priester Anton Montesino echter indruk met zijn prediking waarin hij fulmineerde tegen het geweld van de ‘christelijke’ bazen. Felle discussies onder de kolonisten en geweldsuitbarstingen volgden. Bartolomeüs hield zich stil, al vroeg hij wel – tevergeefs! – absolutie van de Dominicanen. Maar in 1514 werd hij bij de voorbereiding voor zijn preek van Pinksteren diep geraakt door de tekst die op zijn leesrooster stond, Jezus Sirach 34, een aanklacht tegen onrecht en uitbuiting. Nog in hetzelfde jaar droeg hij zijn encomienda met slaven over aan de gouverneur. Voortaan verkondigde hij de onverenigbaarheid van het christelijk geloof met de uitbuiting van de Amerindianen. Ook zij zijn ménsen, broeders in Christus, geschapen naar Gods beeld, met een door God gegeven waardigheid, en dus geen minderwaardige schepselen.
Hij vertrok naar Spanje in de hoop de koning te kunnen overtuigen van de noodzaak het hele encomienda-systeem af te schaffen. Toen Karel V in 1517 keizer werd van ‘het rijk waarin de zon niet onderging’, kreeg deze niet alleen te stellen met de lastige monnik Luther die Reformatie van de Kerk predikte. Wat De las Casas bepleitte was een niet minder ingrijpende hervorming. Gelukkig werd hij niet verketterd, ook al werd hij tegengewerkt en tegengesproken. Bijna een halve eeuw lang zou deze ‘protector van de Indianen’ missionair werkzaam zijn. Hij trad in bij de Dominicanen, was zelfs een poosje bisschop. Hij schreef een grote geschiedenis van de Indianen met een eerlijk verslag van de misdaden van de kolonisten. Hij deed ook serieus zijn best om de Indianen vanuit hun eigen perspectief te begrijpen. Ze zouden wel tot geloof in Christus kunnen komen, maar niet door dwang, alleen door overtuiging. En evangelisatie zou moeten beginnen met het opruimen van het slavernijsysteem als een groot obstakel voor het Evangelie.
Zijn optreden had daadwerkelijk een matigende invloed op wetgeving in Spaanse koloniën. Ook al heeft hij de inheemse volken niet kunnen redden en weinig gedaan tegen de handel in slaven uit een ander continent, hij is gaan gelden als pionier van het principe van universele mensenrechten. De boodschap van Pinksteren kreeg een nieuwe politieke betekenis.
Maar in zijn geboortestad Sevilla, de havenstad vanwaaruit Spanje zijn wereldimperium opbouwde, herinnert alleen nog de naam van een heel klein straatje aan hem.   (2015)Andalucia 205

Kinderdoop springlevend?

May 15th, 2014 Comments off

Er zijn in Nederland 6808 basisscholen in allerlei soorten en maten. Per leerjaar zitten er ongeveer 175.000 kinderen op school. Aldus de officiële cijfers. In de Protestantse Kerk worden er momenteel rond de 7700 kinderen per jaar gedoopt. Dat is dus minder dan vijf procent van alle pasgeborenen. Nauwelijks meer dan gemiddeld één kind per basisschool per jaar. Toch meent de kerkleiding bij de presentatie van de jaarcijfers 2013 in de synode en in de rondzendmail daar met grote letters boven te kunnen zetten dat de kinderdoop springlevend is. Het is een wel erg nadrukkelijke ‘framing’ van de cijfers. In de rondzendmail zelfs vergezeld met een staatje dat laat zien dat voorzover er in de PKN gedoopt wordt dat bijna altijd een kinderdoop is.
Eerder dit jaar heb ik in een stukje in Trouw de synode verweten dat men veel te eenzijdig beleid voert dat gericht is op het promoten van de kinderdoop. Daartoe is een paar jaar geleden besloten, inclusief beleid dat erop gericht is dat die doop dan ook eenmalig blijft en niet gevolgd wordt door een herdoop. Onze kerk voert in oecumenisch verband actief beleid om herdoop bij overgang naar een andere kerk tegen te gaan.
Wie dieper in de cijfers duikt kan zien dat er ook geboortes plaatsvinden bij ouders die lid zijn van de PKN zonder dat er een kinderdoop op volgt. Er staat dan met zoveel woorden in de statistiekbrief dat het duidelijk is dat niet alle ingeschreven kinderen worden gedoopt. ‘Dit hangt mogelijk samen met de sterke tendens onder de ouders van deze kinderen om geen belijdenis te doen’. Wat de cijfers ook laten zien is dat het aantal keren dat er per jaar openbare geloofsbelijdenis plaatsvindt minder dan de helft is van het aantal kinderdopen. En dat het aantal uitschrijvingen per jaar een veelvoud is van die van doop en belijdenis.
Kortom: de kinderdoop van een marginaal aantal pasgeboren ingezetenen van Nederland wordt in veel gevallen niet gevolgd door een traject van catechese die uitmondt in geloofsbelijdenis, maar eerder in kerkverlating, soms om in te treden in een andere kerk al dan niet gepaard aan een herdoop, in de meeste gevallen waarschijnlijk om buitenkerkelijk verder te gaan. We zien een doop die in teveel gevallen niet meer wordt gevolgd door een langdurige catechetische en pastorale begeleiding en kerkelijk engagement. Waarmee de kloof tussen de dooppraktijk en de bijbelse betekenis van de waterdoop steeds groter wordt, want de waterdoop in de bijbel markeert het begin van het leven in de navolging van Christus. Teveel gedoopten zeggen op een bepaald moment, en steeds vaker al vroeg, nee tegen die navolging.
Die 7700 kinderen die de waterdoop hebben ontvangen moeten we ondertussen wel koesteren. Met mijn kritiek op het synodebeleid zeg ik niet dat we niet heel enthousiast mensen moeten verwelkomen die met hun kind het pad van een gelovige opvoeding willen betreden. We moeten ze juist stevig begeleiden, enthousiasmeren en inspireren. Maar de kerkleiding zou meer moeten doen met het ongemakkelijke gevoel dat menige predikant heeft bij de voortzetting van de dooppraktijk uit de tijd van volkskerk en verzuilde samenleving, terwijl die steeds schever aansluit op de postmoderne situatie van kerk in een geseculariseerde en multireligieuze omgeving.
Karl Barth, de belangrijkste protestantse ‘kerkvader’ van de 20e eeuw was tevens criticus van de kinderdoop. Ik heb van hem geleerd dat een dominee niet in zijn eentje de kerkelijke praktijk moet gaan veranderen. Dat moet als dat nodig is de kerk doen. Maar kerken zijn logge lichamen en onze kerk is ook nog eens lui en heeft een kerkleiding die een slaapmiddel verspreidt.
Voor mijzelf betekent dit dat ik met vreugde kinderen blijf dopen die daarvoor van harte worden aangemeld, maar dat ik ook regelmatig wijs op de mogelijkheid van een verwelkomingsritueel zonder doopwater (zegening, ‘opdragen’, zalving). Want het ‘ja’ van God tegen het pasgeboren kind kan op allerlei manieren gevierd worden. En als zich ooit een volwassene meldt met de nadrukkelijke wens van een doop omdat er aan de eigen kinderdoop geen persoonlijke herinnering bestaat, kan deze op mijn steun en hulp rekenen.

PKN: ‘Cijfers 2013 bekend. Kinderdoop springlevend’

Categories: Kerk, Opgemerkt Tags:

Johannes Calvijn (10 juli 1509 Noyon (Fr) – 27 mei 1564 Genève)

May 15th, 2014 Comments off

‘Wat ik gedaan heb is in feite niets waard en ik smeek u, vergeef me alles wat ik verkeerd deed, maar mocht er iets goeds bij zitten, wil dat dan vasthouden.’
Calvijn
Zijn vijfhonderdste geboortedag in 2009 leverde veel boeken, conferenties, een Calvijnlied en zelfs een glossy op. Nu is het 450 jaar geleden dat hij na een ziekbed overleed. Ook gedenkwaardig. Het gaat tenslotte om de kerkvader van ons calvinisten.
Calvinisten staan bekend als sober, matig, arbeidzaam, onbuigzaam, principieel en als het moet bereid om het conflict aan te gaan. Zelfs Nederlandse rooms-katholieken worden in het buitenland soms wel als calvinistisch gezien. Gedeeltelijk gaan die eigenschappen misschien wel voor Calvijn en zijn leer op. Maar hij is toch vooral de Fransman die gegrepen werd door het Evangelie van Gods vrije genade voor zondige mensen en leefde in diepe eerbied voor de allerhoogste Soevereiniteit alleen. De Reformatie kreeg in hem iemand die goed kon preken én debatteren met tegenstanders buiten en andersdenkenden binnen de beweging. Omdat hij als jurist geschoold was, was hij bovendien geknipt voor de rol om bij te dragen aan regelgeving voor het kerkelijk leven van de protestanten die zich van het ‘juk van Rome’ hadden bevrijd. Aan de leidinggevende kwaliteiten die hij in Straatsburg en Genève ten toon spreidde, danken we typisch ‘gereformeerde’ trekken in het kerkelijk leven, zoals de samenzang van berijmde psalmen en het ambt van gekozen ouderling en diaken naast de predikant.
Deze jurist zag zich vooral als advocaat en getuige van Jezus Christus. Christus spreekt tot ons ‘gekleed in het gewaad van zijn Evangelie’ en Calvijn was niets liever dan Bijbeluitlegger.
De theoloog Calvijn had ondertussen wel een flinke tik meegekregen van het geleerde humanisme van zijn tijd. Daardoor had hij weinig gevoel voor de rituelen en symbolen van de christelijke traditie, minder dan zijn oudere collega-kerkhervormer Maarten Luther. Hij veegde ze van tafel. Niemand die nog piekerde over het gebruik van zalfolie op plechtige momenten na Calvijns woorden over de ‘stinkende adem van de priester die erover heen was gegaan’. Alleen besprenkeling van de hoofdjes van pasgeboren kinderen met water en het delen van (gewoon) brood en wijn kon als sacrament nog door de beugel. Toen in de twintigste eeuw bloemen, paaskaarsen en liturgische kleden de protestantse kerkdienst binnenkwamen moet er in de hemel een hoofd met puntbaardje treurig geschud hebben.
Zo stierf Calvijn dus zonder het ‘sacrament van de stervenden’ te hebben ontvangen. (Na nog een preek tegen bezoekers met de oproep om niets meer te veranderen aan de leer.) Er kwam geen zalving of handoplegging voor een zegening aan te pas. De ‘volharding der heiligen’ is een belangrijk calvinistisch leerstuk. Het woord van Gods genade moet voor een gelovige voldoende houvast zijn. Over stoer geloof gesproken.

Bron: H.J. Selderhuis, Calvijn, een mens, Kampen 2008; J. Calvijn, Institutie

Categories: Uncategorized Tags:

Florence Nightingale (12 mei 1820 Florence – 13 augustus 1910 Londen)

May 15th, 2014 Comments off

‘Het verwaarlozen of misbruiken van een imbeciele oude vrouw of vuil kind is hetzelfde als godslastering’
Florence Nightingale
Onlangs brak er bijna weer een Krimoorlog uit. In die van 1854 stonden Britten naast Turken tegenover de Russen. Florence Nigthingale legde toen de basis voor de moderne verpleegkunde. Haar geboortedag, 12 mei, werd de internationale Dag van de Verpleging. Nightingale werd beroemd dankzij dagbladreportages over the lady with the lamp, aan het hoofd van 38 verpleegsters actief in het legerhospitaal in Scutari (Aziatisch Istanbul) om mensonterende toestanden onder de zieke en gewonde soldaten het hoofd te bieden. Dat ze ’s nachts met een lamp door de ziekenzalen trok was niet alleen uit zorg voor de zieken en gewonden, maar ook om te controleren of er geen zuster bij een patiënt in bed was gekropen. Met geduld en tact wist zij orde in het hospitaal te scheppen en wist ze te bereiken dat de verzorging van gewonden aanmerkelijk verbeterde. Ze was ook in wiskunde en statistiek onderlegd. Het thuisfront kreeg informatie over haar legerhospitaal met diagrammen die ze zelf uitvond. Na terugkomst in Engeland richtte ze in 1856 in Londen de eerste verpleegstersschool op. Dankzij haar werd de hele gezondheidszorg meer geprofessionaliseerd en op wetenschappelijke leest geschoeid.
Maar Nightingale is meer dan moeder-overste van alle verpleegsters, bekwaam regeringsadviseur in gezondheidskwesties, rolmodel voor gematigde feministen en pionier in het gebruik van statistieken. In de lamp die ze met haar pen over tal van zaken laat schijnen brandt een gelovige vlam. Ze was religieus en schreef ook tal van spirituele geschriften. Ze had als 17-jarig meisje Gods stem gehoord en later stage gelopen bij ds. Fliedner en zijn diaconessen. Als de jonge ziekenhuisdirectrice wordt benoemd voor haar werk in de Krimoorlog is ze bezig met het lezen van De Navolging van Christus van ‘onze’ Thomas a Kempis. Het unitarische geloof van haar jeugd bestond al uit een nogal rationele en vrije instelling ten opzichte van de klassieke geloofsleer, gecombineerd met sociaal engagement (ook voor dieren). De gedachten die ze zelf formuleert over God en geloof zijn eveneens vrijmoedig en ondogmatisch. Unitariërs wijzen de leer van de goddelijke drie-eenheid en van de godheid van Christus af. Volgens haar zelf is God in elke man of vrouw bezig mens te worden. Het gaat erom dat we deel krijgen aan de goedheid van zijn wezen. Zo sneuvelen er veel traditionele leerstellingen. Ze heeft niet veel op met christenen van haar tijd die geloof en kerk probeerden te beschermen tegen de vernieuwing en vooruitgang die wetenschap en samenleving ondergaan. Ze put inspiratie uit allerlei bronnen, niet alleen de Bijbel en het christelijk geloof. Mystieke auteurs hebben haar bijzondere interesse. Ze vertaalt een aantal van hun teksten en geeft die uit. God woont volgens haar met zijn Geest van goedheid, wijsheid en kracht in al onze daden, woorden en gedachten. Stellen we ons ervoor open dan gaan onze handen bijvoorbeeld riolen aanleggen om de volksgezondheid te bevorderen. Doen we dat niet, dan verlengen we niet alleen het lijden van mensen, maar ook van God zelf die meelijdt in wat zijn schepselen lijden. Zoals ooit op Goede Vrijdag zichtbaar was geworden in het grote voorbeeld van opofferingsgezindheid voor de mensheid.

Bron: J.J. Suurmond, De spiritualiteit van Florence Nighthingale, Zoetermeer 2010

Categories: Uncategorized Tags:

Sören Kierkegaard (5 mei 1813, Kopenhagen – 11 november 1855, Kopenhagen)

May 15th, 2014 Comments off

Als iemand christen wil worden zal hij onrustig moeten zijn; als iemand christen geworden is, zal hij blijvend onrust wekken
Kierkegaard
Kierkegaard was een dwarsligger. Hij lag een tijdlang overhoop met zijn vader. Vervolgens met zichzelf toen hij zijn verloving met Regina Olsen verbrak omdat hij zich niet geschikt vond voor een huwelijk en evenmin voor het predikantschap. Hij lag overhoop met de filosofieën van zijn tijd. En tenslotte met zijn kerk, de Lutherse staatskerk en haar ‘ambtenaren’ de predikanten. Een moeilijk mens met een groot en onbegrepen lijden. Vond hij ook zelf.
Kierkegaard begreep dat hij geroepen was voor een religieus schrijverschap. Meters boeken heeft hij nagelaten. Lang schreef hij onder allerlei pseudoniemen. We danken aan hem begrippen en gedachten die tot ver in de twintigste eeuw grote invloed zouden krijgen in theologie en filosofie. Nog nooit eerder had iemand zo grondig nagedacht over het geloof als een sprong in het diepe, een ‘existentiële sprong’ als antwoord op het ‘absolute’ van het Evangelie. Godsdienst moet meer zijn dan het erop na houden van een fraaie levensbeschouwing. Het is ook meer dan voldoen aan een christelijk pakketje normen en waarden. God eist je op en het Evangelie is radicaal. Het maakt je met Christus ‘gelijktijdig’ en vraagt zijn navolging. De grote filosofen van zijn eeuw – met sommige ervan had hij in de collegebanken gezeten – hadden dit onvoldoende gepeild. De kerkleiders al evenmin.
Kierkegaard volgde heel nieuwsgierig de politieke omwentelingen van 1848 in Europa. Met zijn kritiek op de gevestigde orde van kerk en staat was hij verwant aan het socialisme van Marx en Engels. Maar het grote verschil was dat hij bleef hameren op de noodzaak van een godsdienstige levenskeuze. Want daardoor wordt een mens pas echt ‘enkeling’ in plaats van kuddedier in de massa. En zonder eerbied voor God de Vader zou het niet goed komen met de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap.
Zo leek hij wel een opwekkingsprediker. Maar dan wel uit een unieke houtsoort gesneden. Deze profetische criticus van filosofie, theologie, kerk, staat en burgerdom bleek tegelijk een groot kenner te zijn van de diepten van de menselijke ziel. En iemand die vooral ook zelf in gesprek was met God.
In een van zijn gebeden biecht hij op dat hij dacht God nodig te hebben om de mensen te kunnen beminnen. ‘Maar u zag het anders: U hebt de mensen tegen mij gebruikt, om mij te helpen u te beminnen’.

Bron: door W.R. Scholtens geredigeerde boeken met teksten van S.K.: Dagboeknotities, Wilde Ganzen en Gebeden

Categories: Uncategorized Tags:

Mei

May 15th, 2014 Comments off

Elisabeth Cruciger plm 1500 – 2 mei 1535
5  Sören Kierkegaard
10 Christiaan Frederik Beyers Naudé
11 Ida Gerhardt – 11 mei 1905 – 15 augustus 1997
12 Florence Nigthingale
15 M.M. Thomas – 15 mei 1916 – 3 december 1996
17 Ottho Gerhard Heldring
17 Johannes Theodorus van der Kemp  – 17 mei 1747 – 15 december 1811
22 Anne de Vries
23 Johan de Heer 23 mei 1866  – 16 maart 1961
24 Eliza van Koetsveld – 24 mei 1807 – 4 november 1893
25 John Mott
27 Johannes Calvijn

Arsenius plm 354  – rond 440

Categories: heiligenkalender Tags:

Anne de Vries (22 mei 1904 Assen – 29 november 1964 Zeist)

May 15th, 2014 Comments off

Hij zorgt voor ons. Hij past op ons. Als wij ongehoorzaam zijn en van Hem weglopen, zoekt Hij ons altijd weer op.

Anne de Vries (2)
In de vroegste herinnering aan mijn eigen geloofsopvoeding zit ik bij mijn moeder op schoot, waarschijnlijk met een duim in de mond. Ze leest het verhaal voor van het ongehoorzame lammetje, veilig bij de Goeder Herder. Het is uit het Kleutervertelboek voor de bijbelse geschiedenis van Anne de Vries met platen van Tjeerd Bottema.
Later werd er dagelijks aan tafel voorgelezen uit de tweedelige kinderbijbel van dezelfde auteur. Zonder kleuter- en kinderbijbels geen geloofsopvoeding en zonder geloofsopvoeding geen kerk. In elk geval niet in het Nederlandse protestantisme van de 19de en 20ste eeuw. Honderden preken en urenlang catechisatie konden vaak niet veel meer veranderen aan de beeldvorming van de bijbelse geschiedenis zoals die door meestervertellers op de lagere school en thuis via de kinderbijbel tot stand was gekomen. En nog wel eens gebruikt een kindernevendienstjuf een verhaal van Anne de Vries of concurrent en tijdgenoot W.G. van der Hulst, vanwege de levendige en pakkende verteltrant. Ook al klinkt er soms een moraal en opvoedingsideaal van een voorbije tijd in door, de tijd vòòr Annie M.G. Schmidt toen lekker stout zijn nog niet echt kon. Lammetje is ongehoorzaam. De optie dat het zwarte schaapje wegliep omdat het werd gepest bestond in 1948 nog niet.
Anne de Vries werd honderdtien jaar geleden geboren op Pinksteren. Een zondagskind dus. Zijn ouders waren net ontsnapt aan de armenhuizen van de Lange Jammer, bekend uit zijn bestseller Bartje. Zijn jeugd bracht hij door op een eenzaam gelegen oude boerderij in het veld bij Assen. Als scholier schreef hij berichtjes voor de Asser Courant die hem twee kwartjes per stuk opleverden. Een kerstverhaal was een keer een rijksdaalder waard. Meester op school zag zijn intellect. Hij mocht naar de Normaalschool en werd onderwijzer aan het blindeninstituut Bartimeüs in Zeist. Net voor de bezetting verhuisde hij terug naar ‘zijn’ Drenthe om daar van de pen te leven. Wie las ook niet Jaap en Gerdientje? En Reis door de nacht en Het leven van Johannes Post droegen bij aan gekleurde beeldvorming over verraad en verzet ten tijde van de Duitse bezetting.
Niets ten nadele van Cramer-Schaap, Johanna Klink, Karel Eykman, Kees de Kort, of hun vergeten verre voorgangers. Een plaats voor Anne de Vries op een kalender van geloofsgetuigen eert mede al die anderen die zorgvuldig hervertellend en parafraserend contact legden tussen Bijbel en kinderziel. Maar iemand moet met stip op één staan.

Categories: Uncategorized Tags:

Isaäc da Costa (14 januari 1798 Amsterdam – 28 april 1860 Amsterdam)

May 15th, 2014 Comments off

Da CostaZij zullen ons niet hebben de goden van deez’ eeuw

Kan een conférencier ook op een getuigenkalender staan? Een van de belangrijkste vernieuwingsbewegingen in het protestantisme van de negentiende eeuw was het Réveil. Daarvan was Da Costa de ziel. De grachtenpanden van de Réveilaanhangers uit hogere kringen waren groot genoeg voor samenkomsten: conférences. Bij de Bijbelstudies van Da Costa en zijn vrije improvisaties over allerlei onderwerpen op theologisch en maatschappelijk terrein was het vaak druk en hing men aan zijn lippen.
Isaäc da Costa was van portugees-joodse komaf. Hij studeerde rechten en letteren en schreef toneelstukken en dichtwerken. Enkele liederen kwamen in gezangenbundels. Met zijn neef Abraham Capadose had hij zich in 1823 laten dopen in de Pieterskerk in Leiden. Nog in hetzelfde jaar publiceerde hij een brochure Bezwaren tegen de geest der eeuw. Het was een reactionair protest tegen allerlei uitingen van de verlichte en liberale tijdgeest, geïnspireerd door hun leermeester Willem Bilderdijk.
Bilderdijk had niet alleen een romantisch ideaal over een calvinistisch-christelijk Nederland op hen overgebracht, maar ook liefde voor de geschiedenis van hun eigen joodse volk. Uit de pen van Da Costa kwamen dan ook niet alleen pathetische gedichten die de driehoek ‘God-Nederland-Oranje’ verheerlijkten en Nederland tot het Israël van het Westen verklaarden, maar ook een belangrijke Geschiedenis van de Joden. Da Costa bracht zijn geloofsgenoten daarmee diepe eerbied bij voor het Joodse volk als volk. Hij nam de toenemende maatschappelijke gelijkberechtiging van de Joden in Europa met instemming waar. Tegelijk hield hij vast aan het ideaal van Nederland als een christelijke natie en keek hij als ‘Bijbelgetrouw’ christen uit naar de terugkeer van het Joodse volk naar het land van de Bijbel. Zijn zionisme had al met al een nationalistische tint.
Toen in 1848 zoals hij had voorzien in Europa ‘tronen vielen, vorsten vloden’ omarmde hij de nieuwe grondwet. Dat wekte de toorn van Groen van Prinsterer, de ‘generaal’ van de antirevolutionairen. Ze verschilden ook al van mening over de weg naar herstel van de ‘vervallen’ Hervormde Kerk. Da Costa bepleitte een ‘medische’ in plaats van een ‘juridische’: liever door inhoudelijk debat dan door formele leertucht. En hij verzette zich ook niet – tot teleurstelling van Capadose – tegen de pokkeninenting. Het viel dus uiteindelijk wel mee met zijn bezwaren tegen de geest van zijn eeuw.
Toen hij begraven werd puilde de Nieuwe Kerk te Amsterdam uit. Nederland had een gepassioneerde geloofsgetuige verloren.

(Over die uitvaart schreef mijn in 2103 overleden leermeester prof. dr. Otto J. de Jong ooit een artikel. Opmerkelijk was dat er in protestantse uitvaarten niet gezonden werd, ook niet bij die van deze dichter)

Categories: Uncategorized Tags:

12 april: Ioannes Anastasius Veluanus, de pastoor van Garderen

April 2nd, 2014 Comments off

plm. 1520 Stroe – 1570 Bacharach

Dat ewige leven is een loon alleene vur Christus verdienst und arbeyt. Onse wercken verdienen den hemel nit.

Jan Gerrits Versteghe was een voortrekker van de protestantse kerkhervorming in ons land. Het verhaal van deze ´pastoor van Garderen´ lijkt wel op dat van de bijbelse Petrus die zijn Heer verloochende.
Jan werd geboren op boerderij ‘De Steeg’ in een buurtschap onder Garderen. Dankzij een bemiddelde grootvader kon de slimme knaap doorleren bij de Broeders des Gemenen Levens in Harderwijk en de rector van de Latijnse school in Amersfoort. Deze man heeft contacten heeft met Wittenberg, het hoofdkwartier van de Lutherse kerkhervorming. Gerrit wordt hulppastoor in Garderen. Mensen lopen uren over de paden van de Veluwe om hem te horen, want hij preekt hervormingsgezind. Maar de ketterjager uit Arnhem komt erachter. En de 30-jarige pastoor wordt een gevallene, een ‘lapsus’ , zoals dat in de vroege kerke heette: iemand die niet in staat was om martelaar voor het geloof te worden. Onder druk van de inquisitie herroept hij zijn protestantse overtuiging. Hij lijdt daar vervolgens diep onder en wordt depressief. Na drie jaar harde gevangenschap komt hij onder borgtocht vrij, onder voorwaarde van het volgen van een studie onder streng toezicht aan de rooms-katholieke universiteit van Leuven. Maar hij neemt de benen naar Straatsburg. Zijn familie moet flink boete betalen, maar hij kan niet meer tegen zijn geweten ingaan.
Zijn preciese geboorte- en sterfdatum weten we niet, wel de datum van de verschijning van Der leecken wechwijser: 12 april 1554, onder de schuilnaam Anastatius Veluanus, de opgestane Veluwenaar. Het is het eerste Nederlandse geloofsboek in gereformeerde geest voor gewone gelovigen. Het was in het Gelders geschreven en werd al spoedig ook in het Hollands vertaald. Gerrits zelf werd predikant in een dorp Steeg bij Bacharach in de Palts en later ‘superintendent’, een soort inspecteur voor het doorvoeren van de Reformatie. Nog enkele boeken staan op zijn naam. Hij wordt steeds overtuigder aanhanger van de calvinistische opvatting van het Avondmaal. Maar hij bewaart afstand tot Calvijns leer van Gods eeuwige verkiezing en verwerping. Het is maar de vraag of Jan Gerrits zich thuis zou voelen in het soort calvinisme dat nu een zwaar stempel drukt op het kerkelijk leven op de Veluwe. Zo was hij geen tegenstander van muurschilderingen in de kerk of van werken op zondag na de kerkdienst. Hij was wel tegen het ketterdoden en voorstander van tolerantie voor andere stromingen dan de zijne. Behalve ten opzichte van de paapse mis.

Een bewerking van de Wegwijzer in hedendaags Nederlands is voor € 7,50 excl verzendkosten te koop bij het Nederlands Dagblad
http://www.ndwinkel.nl/kl-licht-veluanus.html
http://www.vreekamp.nl/attachments/File/Garderen_171012.pdf

Cees den Heyer gunt Anastasius Veluanus ‘voordeel van de twijfel’


BLGNP II, 436v, (van Itterzon)

Digibron1

Het monument voor Veluanus is van Gerard Overeem en beeldt de verschillende krachten uit die aan Veluanus trokken
Overeem groeide net als ik op in Voorthuizen, westelijk van Garderen.

Categories: Uncategorized Tags:

7 april: André Trocmé

April 2nd, 2014 Comments off

Saint-Quentin, 7 apr 1901 Genève, 5 juni 1971

Het is de plicht van christenen om de wapens van de Geest te gebruiken tegen het geweld dat men onze gewetens wil opleggen

‘Ik heb weer wat oude testamenten’. In telefoontjes naar de pastorie van Le Chambon-sur-Lignon was dit codetaal om te melden dat er weer joodse kinderen aankwamen. Dankzij de film ‘la Colline aux mille enfants’ werd het verzet van een handvol dorpen in hartje Frankrijk tegen de Jodenvervolging een beroemd verhaal.
De predikant André Trocmé was zoon van een textielfabrikant en een Duitse moeder in de Elzas. Toen de Duitse soldaten kwamen liet de impulsieve André de Franse vlag in de bomen wapperen. Door wat hij in zijn jeugd van dichtbij van de Eerste Wereldoorlog gezien had werd hij pacifist, wat hem na zijn predikantsopleiding moeilijkheden bezorgde. Zijn eerste post was een dorp van mijnwerkers met veel alcoholisme. Zijn volgende plek lag nogal geïsoleerd in het hoofdzakelijk Rooms-katholieke departement Haute-Loire. Maar met collega’s werd daar een keur van initiatieven uitgewerkt, zoals vakantiedorpen voor kinderen. In de jaren ’30 had hij contact met de Bekennende Kirche van Duitse dissidenten. Hij raakte betrokken in het netwerk van internationale organisaties voor hulp aan vluchtelingen en oorlogsslachtoffers. Direct vanaf het begin van de Duitse inval in Frankrijk inspireerde hij en zijn collega Edward Theis met hun preken de protestantse bevolking van het plateau tot het tonen van uitzonderlijke moed in het laten onderduiken van joodse kinderen. Het aantal geredde kinderen wordt geschat van 2500 tot 5000. Een tijdlang zat Trocmé gevangen. Hij kwam verrassend vrij.
Na de oorlog werd hij secretaris van een internationale beweging voor verzoening in Europa. Hij deed mee aan geweldloos verzet in Algerije tegen de Franse overheersing. In 1961 schreef hij Jésus Christ et la Révolution non-violenteAndré Trocmé. Hij was net teruggekeerd in het gewone pastoraat. In Frankrijk lukte dat niet, in Genève wel. Het werd een invloedrijk boek. Zonder de pretentie een geleerde te zijn schetst Trocmé een aannemelijk beeld van het optreden en de boodschap van Jezus. Jezus is de profetische leider van een geweldloze verzetsbeweging tegen maatschappelijk onrecht, niet bang om ook het religieuze establishment tegen de haren in te strijken en de hoge persoonlijke prijs te betalen die de wereld dan meestal vraagt. Deze Christus is het ontmoetingspunt voor joden en christenen. Hij laat zien waarover het jodendom van de bijbel gaat én waar het in het christendom om moet gaan.
De dorpen samen en hun predikanten Trocmé en Theis met hun echtgenotes Magda en Mildred persoonlijk kregen de Jad va Shem onderscheiding voor het redden van Joden.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Le_Chambon-sur-Lignon
http://www.plough.com/en/ebooks/j/jesus-and-the-nonviolent-revolution’
(vrije download Jesus Christ and the non-violent revolution)

Categories: Uncategorized Tags:

April

April 2nd, 2014 Comments off

Isidorus van Sevilla *plm. 560, Cartagena – † 636, Sevilla
4 Martin Luther King jr., 15 juni 1929 – 4 april 1968
André Trocmé
Franciscus Xaverius 7 apr 1506 – 3 dec 1552
Dietrich Bonhoeffer  4 februari 1906 Breslau – 9 april 1945 Flossenburg
10 William Booth * 10 april 1829 –  † 20 augustus 1912
10 Hugo de Groot, 10 april 1583 – 28 augustus 1645
12 Liang Fa  1789 – 12 apr 1855
13 Josephine Butler  *13 april 1828 –  † 30 december 1906
15 Corrie ten Boom, 15 april 1892 – 15 april 1983
18 Petronella Voûte  *6 november 1804 – † 18 april 1877,
Veluanus
21 Anselmus van Canterbury 1033- 21 apr 1109
23 Margaret Fell
25 Alje Klamer  * 25 april 1923 – †1 juli 1986
26 Tertullianus, 160 Carthago – ca. 230
Meester Eckhart  *Plm. 1260 – † voor 30 april 1328
28 Isaäc da Costa
30 Willem van den Bergh 25 februari 1850 – 30 april 1890

Categories: heiligenkalender Tags:

23 april: Margaret Fell

April 2nd, 2014 Comments off

Margaret Fell

Jullie die je neus ophalen voor de boodschap die God de Heer door vrouwen brengt: wat zou er van de verlossing van de mensheid terecht gekomen zijn zonder hun boodschap van en over de opstanding?

1614 Dalton-in-Furness – 23 april 1702 Swartmoor Hall (Eng)

Het past wel bij Pasen om aandacht te vragen voor het spreekrecht van vrouwen in de kerk. Calvijn vond het al een minpunt voor mannen dat God op de paasmorgen vrouwen nodig had om het getuigenis van de opstanding de wereld in te krijgen. Maar het verbod voor vrouwen om het woord te voeren in de kerk bleef ook bij protestanten lang gelden. Pas een eeuw na Calvijn komen vrouwen voor het eerst echt in opstand. Margaret Fell schrijft in 1666 een boek waarin ze met een stevige bewijsvoering op de proppen komt. Women’s Speaking Justified. In het Nieuwe Testament mogen ook vrouwen aan het Woord komen. Als straf op de zonde met de paradijsappel is er wel sprake van vijandschap tussen het zaad van de slang en dat van de vrouw, maar er staat niet dat ze voortaan haar mond moet houden. Was het niet de zwangere Maria die het Magnificat in de mond gelegd kreeg als boodschap voor de Kerk? Heeft God volgens 1 Korintiërs 1 niet het zwakkere uitgekozen om het sterkere te beschamen? Aquila én Priscilla, medewerkers van Paulus, onderwezen Apollos over de weg van Christus.
Margaret Fell was een van de ‘moeders’ van het ‘Quakerisme’, de dissidente stroming die zich losmaakte van de officiële Kerk van Engeland. Ze was getrouwd met een vrederechter in het noorden van Engeland. Onder de indruk van een preek van George Fox, de pionier van de Quakers, sloot ze zich bij zijn beweging aan. (Jan de Hartog schreef een roman over deze ontmoeting). Ze werd er een soort secretaresse. In 1658 werd ze weduwe. Ze bepleitte publiekelijk de vrijheid van godsdienst. Maar toen ze ruim tien jaar later trouwde met George Fox, hadden beide afzonderlijk al geruime tijd in de gevangenis gezeten. Daar schreef ze diverse boeken, zoals dat over het spreekrecht van de vrouw. Ook na hun huwelijk kregen beide herhaaldelijk te maken met de sterke arm van de overheid. In 1691 overleed Fox. Langzamerhand, met ‘onze’ stadhouder Willem van Oranje en Mary Stuart op de Engelse troon, nam de vrijheid toe. De hoogbejaarde Margaret bleef zich met de beweging bemoeien, altijd in oppositie als geloofsgenoten dreigden te verstarren in hun opvattingen, bijvoorbeeld over kledingvoorschriften.
Het zou nog bijna 300 jaar duren voordat het kwartje over dat spreekrecht ook onder calvinisten begon te vallen. En nog steeds is de strijd niet gestreden. Ook in een deel van de PKN mogen vrouwen nog geen voorganger zijn. Schande.

Women’s Speaking Justified: http://www.qhpress.org/texts/fell.html

Margaret Fell (2)

Categories: Uncategorized Tags:

30 januari: Lesslie Newbigin

March 31st, 2014 Comments off

Newbigin
8 december 1908, Newcastle upon Tyne (GB) – 30 januari 1998, London

Wat de Heer naliet was geen boek, geloofsbelijdenis, gedachtesysteem of leefregel, maar een levende gemeenschap

Wie missionair kerkzijn zegt, zegt al gauw Newbigin.
Newbigin was gewijd als predikant van de Church of Scotland om uitgezonden te worden naar India. Hij werd daar in 1947 benoemd tot bisschop van een Church of South India, die hij had helpen vormen door samenvoeging van verschillende protestantse kerken. Van 1959 tot 1965 had hij een functie bij de Wereldraad van Kerken, daarna keerde hij terug naar India. Tot 1974 was hij bisschop van Madras. Zijn vrouw en hij trokken daarna met twee koffers en rugzak over land terug naar Engeland. Hij werd er docent in Birmingham en pastor van een kleine kerk tegenover een gevangenis, die bezoekers van gevangenen ondersteunde. Als hij er de achterbuurt introk deed hij dat met priesterboord om, om herkenbaar te zijn voor de hindoe’s, sikhs of moslims die hij ontmoette.
Vooral door dit laatste kwart van zijn leven is hij bekend geworden. In boeken en lezingen bepleitte hij evangelisatie. Europa was post-christelijk en dus weer zendingsterrein! Door zijn krachtig leiderschap kreeg hij tot over zijn landsgrenzen de status van kerkvader. Ook in Nederland. Hier werd in 1978 het oecumenische project ‘Zending in Nederland’ uitgevoerd. Christenen van elders in de wereld werden uitgenodigd voor een visitatie aan ons land. Newbigin hielp de kloof tussen ‘oecumenischen’ en ‘evangelischen’ te overbruggen, ook al is die nog lang niet verdwenen. Hij hield een slottoespraak in de combisynode van de Samen-op-weg-kerken waarin hij opriep om vooral de verbinding van de ranken met de Wijnstok hecht in tact te laten.
Newbigin zag de moderne samenleving gebouwd op zekerheden die alleen maar aannames zijn. Dat konden wel eens valse goden zijn. Hij bedoelde met evangelisatie heel iets anders dan terugkeer naar fundamentalistisch christendom of de verzuilde samenleving van de negentiende eeuw. Hij geloofde ook niet in agressieve propaganda. Wel in de kracht van de plaatselijke gemeente, als die dan maar niet naar binnengekeerd bleef. Christenen moesten alle sectoren van de samenleving intrekken om die aan het licht van het evangelie bloot te stellen. De kerk bestaat voor de zaak van hen die geen lid zijn, ‘als teken, instrument en voorsmaak van Gods verlossende genade voor de gehele samenleving’.
In de gedachtenisdienst na zijn overlijden vertelde een vriend dat hij kort ervoor kinderen had geholpen de wereld omgekeerd te zien door zelf op zijn hoofd te gaan staan. Er was geen diploma of onderscheiding uit zijn zakken gevallen. Zijn bisschoppelijke waardigheid was intact gebleven.

Categories: Uncategorized Tags:

28 maart: Jan Amos Comenius

March 31st, 2014 Comments off

comenius
Vader der lichten, geef ons ware wetenschap, zuivere godsdienst en ontspannen politiek, dat wij wijs, heilig en in vrede in deze wereldtijd geleid worden tot wij bij U wonen

28 maart 1592 Nivniče (Moravië) – 15 november 1670 Amsterdam

Vlakbij de Grote Kerk in Naarden, bekend van uitvoeringen van Bachs Matteüspassie, staat een standbeeld van Jan Amos Comenius. Hij is er namelijk begraven in de Waalse kerk . In zijn tijd was hij wereldberoemd. Comenius (Komensky) was een Tsjech die het tot bisschop had gebracht, een getrouwde protestantse bisschop wel te verstaan. Jan was zijn doopnaam, de naam van de profeet Amos nam hij zelf aan toen hij student was. Een profetische ijver voor ‘reparatie’ van niet minder dan de hele wereld bezielde hem levenslang. Hij was naast en na elkaar theoloog, natuurwetenschapper, pastor, onderwijzer, schooldirecteur, onderwijshervormer, filosoof, kerkleider, auteur van veel boeken. De Dertigjarige Oorlog in Midden-Europa trof zijn land en zijn kerk, de Tsjechische Broeder-Uniteit, zwaar. Men moest ondergronds. Tegenwerking en teleurstelling, de noodzaak van vlucht, brand van huis en bibliotheek, verlies van zijn gezin door de pest, het viel hem allemaal overvloedig ten deel. Hij maakte vooral naam als onderwijshervormer. Hij reisde half Europa rond met zijn onderwijsideeën, maar ook om de bevrijding van zijn land van de RK Habsburgers te bepleiten en de godsdienstvrijheid terug te winnen. Tevergeefs. Net als veel andere dissidenten van zijn tijd vond hij uiteindelijk in Amsterdam een veilige haven, waar hij de laatste veertien jaar van zijn leven als bisschop in ballingschap doorbracht met zijn derde vrouw. Vele tientallen boeken kwamen uit zijn hoofd, hart en handen die internationaal grote verspreiding vonden. Een catechismus voor zijn kerk, pedagogische boeken voor moeders en leerkrachten, de eerste encyclopedie voor kinderen, theologische verhandelingen over omstreden thema’s, verdedigingen van het gereformeerde geloof. In de afgelopen eeuw werd een enorm werk teruggevonden. Het bevatte wijze plannen en profetische vergezichten voor de verbetering van de wereld. Er zouden onder meer wereldwijde Raden moeten komen. Voor de godsdienst, voor de wetenschap, voor de vrede. Om conflicten vreedzaam op te lossen, om begrip te kweken en om van elkaar te leren. School, kerk en staat zouden samen op zoek moeten naar de Wijsheid, de Waarheid en de Vrede die God zelf in Jezus Christus al aan de wereld geschonken heeft. Ter voorbereiding op de komst van Christus’ Duizendjarig Rijk. Pas drie eeuwen en vele (wereld)oorlogen later werden echte stappen in deze richting gezet, met de oprichting van organisaties als de Wereldraad van Kerken, de Verenigde Naties, de Veiligheidsraad en vormen van interreligieus overleg.
Geestelijke nazaten van Comenius zouden later de Herrnhutter Broeder-Uniteit vormen. In Suriname deden ze belangrijk zendingswerk. Surinaamse christenen in Amsterdam Zuid-Oost wonen dichter bij hun geestelijke wortels dan ze zich waarschijnlijk realiseren.

Categories: Uncategorized Tags:

21 maart: Johann Sebastian Bach

March 31st, 2014 Comments off

Bach

Bach, de grote Bach, die mag de maat der engelen slaan, de lieve lange dag (Willem Barnard)

21 maart 1685 Eisenach 28 juli 1750 Leipzig

De gereformeerde theoloog Bavinck onderwees ruim een eeuw geleden dat gestorvenen niet actief een relatie met de levenden konden onderhouden. Ze hebben geen lichaam meer en de lofprijzingen van hun ziel in de hemel bereiken alleen God. We kunnen daarom geen heiligen vereren als leveranciers van goddelijke genade en dat was ook precies Bavincks bedoeling. Maar het geval Johann Sebastian Bach maakt duidelijk hoe theologie er naast kan zitten. Niet alleen is ‘JSB’ ongetwijfeld zeer actief in de hemel, ook al betwistte de theoloog Karl Barth ooit Bachs rol als hoofddirigent van het engelenkoor (Barth hield het op Mozart). Maar Bach is nog steeds ook op aarde druk in de weer om zielen te verheffen tot God of een hoger niveau van bewustzijn, gezien de nog altijd grote belangstelling voor zijn muziek. Vooral in Nederland. Nergens ter wereld is er tegen Pasen zo’n grote dichtheid aan uitvoeringen van de Mattheüs- en Johannespassion, ondanks hun lengte van minstens twee keer een zondagse kerkdienst.
Ook zonder pauselijke heiligverklaring is Bachs status als heilige onbetwist. Vriend en vijand van barokmuziek zijn het eens over de absolute kwaliteit van zijn oeuvre dat telkens weer nieuwe generaties componisten uitdaagt en nieuwe luisteraars boeit. Wie had ooit kunnen bedenken dat een land als Japan momenteel de beste uitvoerders van zijn muziek oplevert? Het zegt ook iets over de spirituele kracht van zijn muziek. Zij opent deuren naar God, naar verborgen krachten van de ziel en naar dimensies van het verhaal van de geboorte, kruis en opstanding van Jezus, die predikanten en priesters vaak niet meer open krijgen. Veel mensen zingen en beluisteren teksten die op zichzelf genomen ver van hen af staan, maar worden door de muziek geraakt.
Het verhaal van het leven en de persoon van de Thomascantor uit Leipzig is vergeleken met zijn muziek saai. Ambachtelijk musicus, liefhebbend echtgenoot, overtuigd lutheraan met theologische interesse, orgelbouwadviseur, huisvader van een groot gezin, docent van een jongenskoor, componist, uitgever, repetitor, dirigent. Jarenlang levert hij bijna elke week een complete cantate naast andere composities. Deze enorme productiviteit wordt gedragen door diep geloof, grote gedrevenheid, eerbiedige toewijding en kennelijk ook een talent voor management.
Veel uitspraken van Bach zijn er niet overgeleverd. De harmonieën, melodielijnen en ritmes bij de weloverwogen teksten vormen zijn boodschap. Met vaak aan het slot de handtekening SDG: Soli Deo Gloria, God alleen de eer.

Categories: Uncategorized Tags:

Paulos Farah Rahho

March 31st, 2014 Comments off

Wij,christenen van Mesopotamië, zijn gewend aan religieuze vervolging en druk van machthebbers

20 november 1942 Mosul – begin maart 2008, regio Mosul, Irak

Rahho
Ook de eenentwintigste eeuw heeft al vele martelaren voor het christelijk geloof gebracht. Een ervan is Paulos Faraj Rahho, geestelijke van de Chaldeese of Assyrische kerk die terug gaat op een van de oudste christelijke tradities, met een kerktaal die nauw verwant is aan de taal die Jezus ooit sprak. Zijn dood is een voorbeeld van de negatieve gevolgen van de inval van de VS in Irak in 2003 die krachten ontketende die nog steeds niet zijn beteugeld. Paulos Farah Rahho woonde het grootste gedeelte van zijn leven in de regio van de stad Mosul, waar hij ook geboren was, het bijbelse Ninevé. Hij ontving zijn seminarieopleiding in Bagdad en werkte daar kort. In de jaren ’70 voltooide hij zijn studie in Rome – de Chaldeese Kerk maakt deel uit van de Rooms-Katholieke Kerk. Vlakbij Mosul bouwde hij een kerk en opende hij een weeshuis voor gehandicapte kinderen. Farro stond bekend als een nederig en hartelijk pastor, vol met grappen. In 2001 werd hij gekozen tot aartsbisschop met verantwoordelijkheid voor 20.000 parochianen. Rahho toonde zich verontrust toen er pogingen werden ondernomen om de sharia nadrukkelijker in de grondwet van Irak op te nemen. Hij werd bedreigd. Bij het uitbreken van de oorlog werd de situatie voor christenen in Mosul precair. Eind februari 2008 werd hij gekidnapped in een actie waarbij zijn lijfwachten en chauffeurs om het leven kwamen. Zelf zou hij nog per mobieltje hebben doorgegeven dat hij niet wilde dat er losgeld voor hem betaald zou worden, omdat er met het losgeld verkeerde dingen gedaan zouden worden. De kidnappers eisten geld van christenen voor de jihad plus de vorming van een christelijke militie om het leger van de VS te bestrijden. Op 13 maart werd zijn lijk gevonden. De moord riep internationaal ontzetting op. Paus Benedictus sprak kort erna op Palmzondag een krachtige veroordeling uit van de burgeroorlog.
Een van de moordenaars werd gevonden en door het Iraakse Hoogerechtshof ter dood veroordeeld. Hij zou een leider zijn van een cel van Al-Qaida in Mosul. Maar officiële vertegenwoordigers van de Chaldeese Kerk verzetten zich tegen zijn doodstraf. In zijn testament had Rahho zelf een oproep gedaan aan zijn kerkleden om samen te werken met moslims en Yazidi (ook een religieuze groepering) en zich in te zetten voor verbinding tussen de verschillende religieuze groeperingen van het land.
Open Doors schat dat er nog hoogstens 350.000 christenen in Irak zijn. Enkele decennia geleden waren het er nog vijf maal zoveel.

Categories: Uncategorized Tags:

15 maart: Kasper Olevianus en Zacharias Ursinus

March 31st, 2014 Comments off

Wat is uw enige troost in leven en sterven? Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven en sterven, niet mijzelf toebehoor, maar het eigendom ben van mijn getrouwe Heiland Jezus Christus….

Kasper Olevianus: 10 augustus 1536, Trier – † 15 maart 1587, Herborn (Hessen)
Zacharias Ursinus: 18 juli 1534, Breslau – † 6 maart 1583, Neustadt an der Weinstrasse
UrsinusOlevianus

Behalve de namen van Luther en Calvijn moest een beetje protestant op catechisatie altijd ook de namen van deze beide heren leren. Ze zijn namelijk de auteurs van de Heidelberger Catechismus (1562), 129 vragen en antwoorden om te memoriseren, eeuwenlang hét leerboekje voor de Nederlandse calvinisten en in sommige reformatorische kerken in ons land nog steeds. Het leverde stof voor duizenden zondagmiddagpreken. Nog voor het begin van de opstand tegen de Spanjaarden had het boekje zijn weg ook onder de protestanten van de Nederlanden gevonden. En vanaf de Synode van Dordrecht van 1618/19 tot en met de Kerkorde van onze Protestantse Kerk had het de status van belijdenisgeschrift.
Olevianus studeerde rechte en leerde op reis in 1558 Calvijn en zijn gereformeerde theologie kennen. In Trier begon hij daarna in reformatorische geest te preken. De bisschop wees hem uit. Keurvorst Frederik III van de Palts droeg de Reformatie een warm hart toe en benoemde hem tot professor dogmatiek aan de universiteit van Heidelberg en directeur van het predikantenseminarie. In 1562 kreeg hij de leiding van een kerk in Heidelberg. Hij hervormde de liturgie en schreef samen met zijn collega Ursinus de Catechismus. Hij wilde ook een strenge vorm van tucht in de kerk doorvoeren. Dat lukte niet. Wel had hij de hand in een onthoofding van een zekere Sylvanus wegens samenzwering met de Turken en hoogverraad.
Ursinus was geboren als Zacharias Bär in Breslau. Hij studeerde in het lutherse Wittenberg en aan de gereformeerde universiteiten in Straatsburg, Bazel, Lausanne en Genève. In Lyon en Orléans leerde hij Hebreeuws. Terug in Breslau streek hij met een pamflet over de sacramenten de lutheranen tegen de haren in. Ursinus werd verdreven en na een tussenstap in Zürich kwam ook hij in Heidelberg terecht. Na de dood van de keurvorst stak er een andere kerkelijke wind op en vertrokken beide professoren weer uit Heidelberg.
De vorm van de Catechismus was niet origineel: vragen en antwoorden over de betekenis van de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Tien Geboden en het Onze Vader. Er waren voorbeelden van Luther, Calvijn en Rooms-Katholieke theologen. Uniek is onder meer de openingsvraag. Die gaat niet zoals in andere catechismussen over onze bestemming, maar over ons houvast. ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven?’ En het antwoord is tijdloos.

Categories: Uncategorized Tags:

‘Vanuit Jeruzalem’ en Elma Drayer op tilt over Palestijnse Kruisweg

March 19th, 2014 Comments off

RahebIn het Reformatorisch Dagblad van 19 maart gaan twee collega’s van een of andere pro-Israëlclub (‘Vanuit Jeruzalem’ geheten, maar volgens mij schrijven ze gewoon ergens vanuit Nederland) volop in de aanval tegen de ‘Palestijnse Kruisweg’. Elma Drayer doet er in Trouw van 20 maart nog eens een extra schepje bovenop. Een vuil schepje.
Had ik net de aankondiging verzonden van twee gelegenheden waarop deze Kruisweg gewandeld zou kunnen worden! Ik ben dus geschokt.
Niet zozeer door de hetze die deze predikanten plegen tegen Sabeel. ‘Sabeel is het medium bij uitstek dat de isolatie en boycot van de Joodse staat Israël promoot onder christenen wereldwijd. En daarbij krijgt ze helaas steeds meer voet aan de grond. (…) We kunnen concluderen dat de Palestijnse kerkleiders en theologen met de door hen in de jaren negentig geformuleerde Palestijnse bevrijdingstheologie de drijvende kracht zijn achter de BDS-campagne tegen Israël. De recente boycot door Nederlandse bedrijven is niet los te zien van deze voortdurende lobby. Deze lobby zal onverminderd doorgaan en zij hebben op verschillende manieren de wind in de rug, waaronder de steun van veel linkse partijen en tal van moslimorganisaties die Israël liever vandaag dan morgen zien verdwijnen.’ Aldus die collega’s. En mevrouw Drayer denkt dat alleen al door het noemen van de naam van Dries van Agt iedere lezer gelijk al wel de rillingen over de rug zullen lopen.
Eigenlijk is het een enorm compliment voor de handvol Palestijnse theologen dat ze nu de hoofdverantwoordelijkheid krijgen voor de wereldwijde lobby voor BDS en het succes ervan in Nederland. En dan in het bijzonder Sabeel. En dan te weten hoe klein Sabeel Jeruzalem eigenlijk is. Jarenlang bijna een eenmanstent van Naim Ateek met om hem heen een bureautje dat een website runt, een blad uitgeeft en af en toe een conferentie belegt.
En wat er internationaal in verschillende landen aan Vrienden van Sabeel georganiseerd is, stelt getalsmatig ook niet veel voor. Zeker niet in vergelijking met de enorme sommen geld die er omgaan in de christelijke pro-Israëllobby van ‘Christenen voor Israël’ en aanverwante organisaties. Sabeel Nl heeft en hoeft geen geld voor een predikant die bijna dagelijks in kerkgebouwen her en der zijn propagandistische praat verbreidt. Het deelt hier en daar een speldeprik uit en vormt verder vooral een lotgenotennetwerk voor mensen die door hun familie, vrienden, collega’s en medekerkleden op hun vestje worden gespuugd wegens vermeende ontrouw aan het protestantse dogma van de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.’
Nee, schokkend vind ik wat deze predikanten schrijven over het gedenken van het lijden van Christus. Zij stellen dat met deze Kruisweg het lijden van de Palestijnen in de plaats van dat van Christus zou zijn gekomen. Het zou een nieuw soort vervangingstheologie zijn, zoals vroeger de Kerk in de plaats van Israël leek te zijn gekomen als Gods verbondspartner. Er zou bovendien tekort gedaan worden aan de uniciteit van het lijden van Christus.
Ik vraag me dan af waaraan zij zelf denken als ze in deze Veertig Dagen en op Goede Vrijdag het kruis van Christus gedenken.
Aan de muur van mijn studeerkamer hangt een reproductie van de Witte Kruisiging van Chagall. Jezus hangt er met een Joodse gebedsmantel om aan het kruis, omringd met taferelen van jodenvervolging. Als een Palestijnse Kruisweg vervangingstheologie is, dan is dit schilderij het ook, evenals elke theologie die het lijden en sterven van Christus met het sterven van Joden in de gaskamers verbindt. Ik kan en wil de gekruisigde Jezus alleen maar in verbinding zien met allerlei andere gruwelijkheden die mensen en bevolkingsgroepen ondergaan. De 33 christenen die deze maand werden opgehangen in Noord-Korea. De slachtoffers van de afschuwelijke oorlog in Syrië en van de wreedheden van (ook christelijke) milities in de CAR. De slaven in ‘onze’ (christelijke) plantages. Ik zag recent ‘Twelve Years a Slave’. Al de zweepslagen, de ene na de andere vernedering, het gekwelde gezicht van Platt dat minutenlang geluidloos in beeld verschijnt, je zou er zou het evangelieverhaal mee kunnen illustreren. En ja, dan mogen christenen van Palestina hun eigen ervaringen natuurlijk ook verbinden met het verhaal van Jezus. En verdienen zij onze solidariteit. Zeker als de lengte en diepte van dit lijden in hoge mate veroorzaakt wordt door de enorme overkill aan militair geweld waarmee de staat Israël onderdrukt, bezet, annexeert en terroriseert, met de steun en de zegen van veel christenen. De Palestijnse kunstenaar Nabil Anani schilderde een crucifix waarin Jezus een Arabische doek om de lendenen heeft. Palestijns? Syrisch? Gisteren de Joden, vandaag de Palestijnen, de Syrische christenen en andere religieuze minderheden in allerlei islamitische en aziatische landen, morgen … Wie hier de gestalte van Christus niet ziet heeft gewoon van Goede Vrijdag niets begrepen.
De paus gaat op zijn eerste reis naar het Midden-Oosten. En hij gaat een openluchtmis houden bij Bethlehem. In bezet gebied. De Palestijnse kruisweg wandelen is een veel kleiner, maar vergelijkbaar gebaar van solidariteit. Zonder dat het een precies antwoord heeft op welke politieke stappen er gezet moeten worden om dit lijden te beëindigen. Niet veel meer dan een zucht naar God met zicht op lijdende broeders en zusters.

http://www.refdag.nl/opinie/pkn_verbreek_banden_met_sabeel_1_813364

Categories: Groepen en activiteiten, Kerk Tags: