Jacoba van Tongeren

14 oktober 1903, Tjimahi bij Bandoeng,– 15 september 1967, Bergen (NH)

Een mens die niet struikelen kan of mag, houdt op mens te zijn en verspeelt daarmee de schoonste gave die hem door zijn Heer is toevertrouwd


Ze mocht niet falen, vond ze. Haar verzetsgroep met bijna 140 leden wist ze zo goed als ongedeerd door de bezettingstijd te loodsen. Groep 2000 zorgde tussen 1940 en 1945 voor zo’n 4500 onderduikers. De leden kenden elkaar alleen bij cijfers. ‘Juf 2000’ was doortastend en daadkrachtig. In de trein liet ‘de Bonnenkoningin’ Duitsers voor zich opstaan, ‘zwanger’ van duizenden bonkaarten in een korset. Prins Bernhard vond later dat er in haar tien generaals verloren waren gegaan.

Jacoba van Tongeren was vrijzinnig hervormd. Vader was genieofficier bij het KNIL en had haar in zijn verplaatsbare dienstwoning in de tropen thuisonderwijs gegeven. Middelbare school volgde ze in Amsterdam, een verpleegstersopleiding werd net niet afgemaakt vanwege een streptokokkeninfectie. Ze moest zeven jaar kuren. Bij het begin van de bezetting rolde ze via haar vader het verzet in. Hij was Grootmeester van de Vrijmetselarij en liep gevaar. Als maatschappelijk werkster kon zij vrij reizen. Zij werd de schakel tussen de verzetsgroep Vrij Nederland en het netwerk van de Vrijmetselarij. In 1941 kwam ze als maatschappelijk werkster in dienst bij de vrijzinnig hervormden van Amsterdam. De Bijzondere Kerkelijke Gezinszorg werd haar dekmantel. Er kwam een organisatorische scheiding tussen Vrij Nederland en Groep 2000 omdat Herman van Randwijk een vrouw in de leiding van het verzet niet zag zitten. Ze ging zoveel mogelijk het plegen van geweld uit de weg. Haar groep was ‘Kerk, geen knokploeg’. Bij de periodieke bijeenkomsten van de maatschappelijk werksters met predikanten voor onderlinge steun ging zij in gebed voor.

In maart 1945 vielen de Duitsers het pand binnen waar de code verborgen lag. Paniek binnen het verzet! Ze weerhield de top van riskante acties, maar een paar rebellerende mannen in haar eigen groep drongen toch het pand binnen, met een dode Duitse officier als gevolg. Als represaille schoten de Duitsers dertig burgers dood, ze was er zelf getuige van. Een verdwaalde kogel trof bovendien de bekende ds. Koopmans. De code was niet ontdekt. Ze heeft bittere tranen gehuild om deze doden, meer dan om de moord op haar vader (1941) en haar broer (1944). Ze vond dat ze had gefaald. ‘Jacoba de lichtvoetige stierf’, haar ‘vertrouwen en geloofsblijheid’ kregen het zwaar. Ze bleef er lang mee worstelen in haar gebeden.

En na de bevrijding werd ze weer ziek, voorgoed. Ze verhuisde met haar levenspartner Nel Watelers naar Bergen. De Groep raakte in vergetelheid. Op aandringen van anderen schreef ze haar memoires in briefvorm aan omroeppastor Klamer. Pas op het laatst herinnerde ze zich de woorden uit een toespraak van haar vader: ‘aanvaard het niet-weten, aanvaard uw eigen beperking, dan zal twijfel plaatsmaken voor zekerheid, onrust voor rust’. Nadat haar neef Paul van Tongeren de brieven had herontdekt liet hij in 2015 een boek over haar verschijnen.

2017


Nicolaus von der Flüe

Neem alles van mij wat mij hindert naar u toe. Geef me alles wat me dichter brengt tot u.

*1417 Flüeli – † 21 maart 1487, Ranft (Zw)

25 september is zijn dag op de Rooms-katholieke heiligenkalender. Patroonheilige van Zwitserland en van de Zwitserse Garde. De Zwitserse overheid droeg in 2017 bij aan de viering van zijn 600ste geboortejaar. Protestanten hebben hem er ook hoog.

Klaus was boer, echtgenoot, vader van tien kinderen. Hartje Zwitserland. Hoog in aanzien en met belangrijke verantwoordelijkheden. Oktober 1467: op zijn vijftigste legt hij alle functies neer en met toestemming van zijn echtgenote Dorothee Wyss verlaat hij het gezin. De oudste zoon is twintig, oud genoeg om de boerderij te runnen. Klaus heeft het verlangen om een dieper geestelijk leven te leiden. Op aanraden van een priester was hij zich al meer gaan verdiepen in het lijden van Christus. Hij wil naar een broederschap in Bazel, maar visioenen doen hem onderweg rechtsomkeert maken. In de Ranftkloof, niet ver van huis, maakt hij een hut van takken en bladeren. De zomer erop bouwen boeren voor hem een kapel en een beter onderkomen. Daar leeft hij voortaan een leven van vasten en bidden. Hij kan niet lezen of schrijven. Hij teert op kennis die geestelijken hem aanreiken. En op het brood en de wijn van de eucharistie, zijn enige voedsel, zo wordt verteld.

Geheel in de stijl van eerdere kluizenaars krijgt Broeder Klaus veel bezoek. Vlak voor Kerst 1481 dreigt een vergadering van de Eedgenoten die net een overwinning op de Bourgondiërs hebben gehaald op een mislukking uit te lopen. Een burgeroorlog in het verschiet? Maar iemand stuurt een afgezant naar Nicolaus. Die heeft zeker wel een boodschap van vrede! Het werkt. En zo werd een analfabete mysticus de redder van Zwitserland.

Recent is er meer onderzoek gepleegd naar het bewaard gebleven meditatiedoek dat hij rond 1470 van bewonderaars gekregen had. Het was zijn ‘boek’ om via de afbeeldingen de heilsgeheimen te overdenken zoals de kerk die viert. Het middelste medaillon bevat een middeleeuws mensenhoofd. Meditatie draait immers om bewustwording van jezelf als beeld van God. Het doek moet krijgsbuit zijn uit een andere overwinning op Bourgondische legers, bezit van niemand minder dan Karel de Stoute. Diens afbeelding in het midden was vervolgens overgeschilderd met de baardige kop van een boer.

In een van zijn visioenen komt hij bij een bron waaruit drie zaligheden stromen. Wijn, olie en honing. Buiten op de markt is het heel druk. Maar waarom komen de mensen niet meer uit déze bron putten? ‘Meer Ranft’ was het motto van zijn jubileumjaar.

2017

John Bunyan

*30 november 1628, Elstow – † 31 augustus 1688, Londen

Gevaarlijke reis, maar behouden aankomst

Een van de figuren die Christen op zijn pelgrimsreis ontmoet heet Schaamte. Hij heeft dan al heel wat ontberingen doorstaan, maar deze metgezel is nog best een lastige. ‘Hij had veel tegen de godsdienst zelf te zeggen’.

De oude bestseller De Christenreis naar de Eeuwigheid is echte fantasy. Bunyan loodst zijn hoofdfiguur Christen literair door bloedstollende gevechten en verleidingen met special effects zoals een gamer van nu zijn avatar door spannende avonturen in 3D naar een hoger level leidt. Zo raakt Christen stevig gewond in een gevecht van meer dan een halve dag met Apollyon, een vuur en rook spuwend monster met schubben dat met scherp schiet. Gelukkig grijpt hij nog net op tijd naar het Zwaard des Geloofs. Harry Potter is in Engeland dus niet zomaar uit de lucht komen vallen. Bunyans boek is stichtelijke lectuur, maar kreeg ook erkenning als volwaardige literatuur.

Op zijn beurt is Bunyan ook niet de eerste die het leven van een christen beschrijft in de vorm van een allegorie. Parallel met de populariteit van het echte pelgrimeren was er al in de Middeleeuwen een eigen genre van geestelijke reisverhalen ontstaan voor thuisblijvers. Een beetje christen leeft immers met het zicht op het hemelse Jeruzalem, vergezeld van Geloof, Hoop en Liefde. En bij niemand gaat het vanzelf. In die oudere literatuur heeft de christen twaalf belletjes aan zijn reistas, voor elk geloofsartikel één. Heiligen van naam en faam vuren hem vanaf stadsmuren aan en deugden als armoede en kuisheid geven extra vaart. Bij de puritein Bunyan krijgt de geloofsstrijd een andere gedaante. Zo verliest Christen onderweg bijvoorbeeld een keer zijn ticket naar de hemel. Hij moet weer helemaal terug naar de plek van zijn doop. Typische Bunyan-figuren zijn ook heren als Wereldwijsheid, Bijbedoelingen, Wettisch en mevrouw Grote Wanhoop. En natuurlijk is het op een kermis dat hij metgezel Getrouw gearresteerd ziet worden.

Bunyan schreef meer van zulke boeken, de meeste net als dit in gevangenschap. Het wil in de zeventiende eeuw nog niet zo erg lukken met de godsdienstvrijheid en zeker niet in Engeland. Ketellapper Bunyan was zelf tijdens een burgeroorlog soldaat geweest. In die tijd vloekte hij nog als een ketter. Daarna getrouwd was zijn leven nogal veranderd en was hij zelfs diaken en lekeprediker in de vrije baptistengemeente van Bedford geworden. Maar na de Restauratie van 1660 in de tijd van Koning Jacobus II was iedere prediker zonder licentie van een bisschop strafbaar. Twaalf jaar heeft Bunyan gevangen gezeten, en in 1675 nog weer een poos. De Christenreis verscheen in 1678 en werd al in 1682 in het Nederlands vertaald. Heel veel andere vertalingen zouden volgen. Pelgrimeren is op allerlei manieren weer een populair thema. Bunyan daagt uit om ook het bijbehorende vreemdelingschap niet te schuwen.

William Wilberforce

*24 augustus 1759, Kingston upon Hull – †29 juli 1833, Londen

Nooit, nooit zullen we stoppen voor we deze schandvlek van de christennaam hebben verwijderd

De geschiedenis van de slavernij wordt de laatste tijd weer flink opgerakeld. Standbeelden gaan van hun sokkel en het woord slaaf moet in de ban: ´slaafgemaakt´ moet je zeggen. Standbeelden voor Wilberforce en de speelfilm Amazing Grace over zijn optreden kunnen blijven. Hij is de Britse parlementariër die beslissende stappen zette voor de afschaffing van de slavenhandel. Vanuit een sterke christelijke overtuiging.

William was van welgestelde komaf en kwam via een tante in aanraking met evangelisch christendom. Andere familieleden waren daarvan niet gecharmeerd en hielden hem uit die wind. Hij leefde als student en ook daarna een zwierig leven, met gokken als belangrijk onderdeel. Hij was gevat en welsprekend. Zo kwam hij 25 jaar jong al in het Lagerhuis.
Lezing van een non-conformistisch religieus boek betekende het jaar erop een bekering. Zijn karakter veranderde er niet wezenlijk van, zijn opvattingen deden dat wel. Hij raakte hij nu ook geïnteresseerd in de strijd tegen slavernij. De Britten domineerden de internationale slavenhandel. Hij ontmoette mensen als John Newton, de bekeerde slavenhandelaar, en Thomas Clarkson. Jaren later nog wees Wilberforce de boom aan waaronder hij overstag gegaan was voor de aandrang die op hem was uitgeoefend om in het parlement zijn nek uit te steken.

Op 22 mei 1787 vindt de eerste bijeenkomst plaat van het Afschaffingsgenootschap. Een verbond van Britse quakers, anglicanen en andere protestanten. In 1789 houdt Wilberforce zijn eerste toespraak in het parlement. Het zijn revolutionaire tijden. Amerika maakt zich los van het Britse rijk. Frankrijk zet de hele adel onder de guillotine. Maar juist die Franse revolutie betekent oponthoud. Wie tegen slavenhandel preekt kon wel eens pro-Frans zijn! Pas als Napoleon in 1802 de slavernij weer toelaat zien Clarkson en hij kans hun acties nieuw leven in te blazen. Hun revolutie zal met kleine stapjes moeten. Wilberforce hoort nu bij de ‘Clapham secte’, gegoede christenen die bij elkaar in de buurt wonen en veel met elkaar van gedachten wisselen. In 1792 is hij betrokken bij de stichting van Sierra Leone. In deze kolonie moeten blank en zwart op voet van gelijkheid samenleven en de slavenhandel aan de basis keren. Na listig politiek manoeuvreren en veel campagnestrijd is het in 1807 zo ver. Slavenhandel wordt in het Britse rijk illegaal.

Wilberforce is ook actief in de strijd tegen dierenleed. Op andere terreinen van wetgeving toont hij zich een conservatief man die zich drukker maakt over ‘onzedelijkheid’ dan armoede en sociaal onrecht. Thuis bij zijn schone Barbara en de kinderen wemelt het van bejaarde huisknechten. Hij zet geen bejaarden aan de kant. Zelf wordt hij ook oud. Een maand na zijn dood wordt de historische kroon op al het werk gezet. Ondanks de ingrijpende financiële gevolgen voor grote ondernemingen wordt de slavernij zelf in het Britse rijk afgeschaft.

2017

Lucretia Wilhelmina van Merken

Ik zal, terwijl ik ’t levenslicht geniet/ Gods mogendheid verheffen in mijn lied

*21 augustus 1721,  Amsterdam  –  † 19 oktober 1789, Leiden

De psalmberijming van 1773 heeft twee eeuwen dienstgedaan in de protestantse kerken van Nederland. Iedereen die voor 1967 een protestante basisschool heeft bezocht kent regels ervan uit het hoofd. In menige reformatorische kerk wordt er zelfs nu nog uit deze bundel gezongen. Weinig zangers en zangeressen zullen geweten hebben dat een deel van de teksten van een remonstrantse vrouwenhand afkomstig is.’’t Hijgend hert der jacht ontkomen’  van Psalm 42, ‘zijn grootheid streeft het kloekst begrip te boven’ van Psalm 145, de ‘arglistigheden’ die in Psalm 43 rijmen op ‘gebeden’: allemaal uit de pen gevloeid van Lucretia van Merken.

Ze was dochter van een Amsterdamse bonthandelaar en een deftige moeder en gold in haar tijd als een belangrijk schrijfster. ‘De Sappho onzer eeuw’. Vondel was haar grote voorbeeld. Haar toneelstukken werden tot ver in de negentiende eeuw in belangrijke schouwburgen uitgevoerd. Vaak waren historische episoden het onderwerp en figureerden er sterke, standvastige vrouwen.

In de jaren ’50 werd haar dierbare zuster ongeneeslijk ziek. Kort na elkaar overleden haar ouders en deze zuster. Het greep haar aan. Ze moet toen begonnen zijn met het herdichten van psalmen op de oude melodieën. Haar leerdicht Het nut der tegenspoeden uit 1762 werd door haar tijdgenoten bewonderd. Mogelijk gaf ze zelf de stoot voor de vorming van het dichtgezelschap Laus Deo, Salus Populo dat een complete nieuwe psalmberijming schreef. Van Merken leverde er negenendertig. Met een van de dichters, Nicolaas van Winter, weduwnaar van een vriendin, trouwde ze in 1768. Het echtpaar verhuisde van de Amsterdamse grachten naar het Rapenburg in Leiden.

Toen een commissie in opdracht van de Staten-Generaal een officiële psalmberijming samenstelde werd er rijkelijk geput uit de bundel van Laus Deo, Salus Populo (= tot lof van God en tot heil des volks). Zeventien van haar psalmen haalden zo de bundel van 1773. Wel in ‘verbeterde’ versie. ‘Zend Heer uw licht en waarheid neder’ uit Psalm 43 luidde eerst ‘Zend licht en troost en waarheid neder’. Die troost stond niet in de Bijbeltekst, maar verraadt wel wat het geloof haar bracht. Blijkens een spotepigram over ‘kerkelijke knapen’ die zich gedragen als ‘poëtische apen’ was ze niet blij met de ingrepen. De geschiedenis zou zich herhalen, want ook de psalmberijmers en tekstdichters van later eeuwen kregen het soms zwaar te stellen met kerkelijke eindredacteurs.

Ze is bijgezet in de Oude Kerk in Amsterdam en daar ook met een plaquette geëerd.

2017


Franciscus van Sales

U moet de lengte van uw gebeden afmeten aan de drukte van uw werk

*16 aug 1567, kasteel Sales (Savoye) – † 28 dec 1622, Lyon

Franciscus werd enkele decennia na de dood van Calvijn bisschop van Genève. De zetel stond in Annecy. Hij wist de organisatie van zijn bisdom en het peil van zijn geestelijkheid en leken behoorlijk op te vijzelen. De invloed van zijn geschriften over spiritualiteit reikte nog veel verder. Zijn Introductie op het devote leven kreeg tot nu toe wel duizend drukken. Hij schreef beeldrijk, vriendelijk getoonzet, toegankelijk. En smaakvol, want hij kende zijn klassieken. Hij was van adel en had goed kunnen studeren in Parijs en Padua. De mooie loopbaan en de dame met geld die pa voor hem op het oog had, had hij vervolgens versmaad omdat hij na een crisis priester wilde worden.

Het humanisme van de zestiende eeuw had zijn sporen getrokken. In zijn warme devotie staat het hart centraal, het hart van Jezus en van Maria en vooral van de gelovige. Het is de tijd dat de medische kennis van het lichaam een sprong maakt door de ontdekking van de pompfunctie van het hart. De westerse kijk op het lichaam wordt steeds technischer. De spiritualiteit lijkt dit te compenseren door zich des te heviger te richten op het hart als zetel van emoties en betekenisgeving. Franciscus bepleit ieders innerlijke toewijding, ongeacht welke taak je te verrichten hebt en op welke plek en met welke talenten. Zo wordt de Kerk een fleurig en geurig boeket. Franciscus gebruikt veel bloem-rijke taal. ‘Het gebed is als een gezegende bron die de planten van onze goede voornemens besproeit, wasdom en bloei geeft aan de tuin van ons hart, het wrakhout wegspoelt uit de bedding van de ziel en verkoeling brengt in de hitte der hartstocht.’

Eens op Pinksteren haperde de techniek waarmee een wolk van stoom en vuurvlammen gemaakt zouden worden om de Pinksterboodschap te illustreren. Wel klapwiekte de duif van schrik door de kerk, om neer te dalen op het hoofd van de bisschop. Dit was duidelijk een heilige! Dat werd hij al in 1665 ook officieel, sinds 1923 in het bijzonder voor schrijvers en journalisten. De orde van de Salesianen is niet door hem gesticht, maar wel naar hem vernoemd. Hij was wel betrokken geweest bij het oprichten van de Orde van de Visitatie voor Jeanne de Chantal, een weduwe waar hij veel voor voelde. Het wapen dat hij aan haar voorstelde voor de orde bestaat uit een hart met daardoorheen een liefdespijl. Een klooster leek een veilige oplossing voor het behoud van zijn integriteit toen bleek dat ook andere hartstochten gloeiden dan alleen een vurige liefde voor Christus. Harten zitten nu eenmaal in lijven.
2017

Mr. J.J.L. (Just) van der Brugghen

De overtuiging is meer en meer levendig geworden dat ons Volksonderwijs eene krachtige samenwerking van alle Christenen vordert

*6 augustus 1804, Nijmegen– †2 oktober 1863, Ubbergen

Begin augustus 1843 staat Mr. J.J.L. van der Brugghen, president van de rechtbank te Nijmegen, voor zijn huis aan passanten een boekje uit te delen. De bedevaart naar het naburige Kevelaer bestaat 200 jaar en dat betekent extra drukte op de drie zomerse Mariafeesten. Van der Brugghen wil iedereen eraan herinneren dat verzoening en vrede met God uitsluitend te verkrijgen zijn door geloof in Christus en niet door bedevaarten. Zijn ‘blauwe boekje’ veroorzaakt rumoer in de stad en protest in de pers. Onbeschaamd vertoon van antipapisme en proselitisme!

Jurist Just van der Brugghen maakte met paar andere welgestelde protestanten in het katholieke Nijmegen deel uit van de Réveilbeweging. Zij willen getuigen tegen verwoestend bij- en ongeloof. Minder controversieel was de geloofsdaad van het jaar erop. In 1844 richtte hij er de eerste christelijke lagere school op, in 1846 gevolgd door een onderwijzersopleiding. De Klokkenberg werd een begrip en de stichter een held in het Réveil. Een gematigd man. Jarenlang studeert hij in de avonduren op de Brief van Paulus aan de Romeinen. Als hij erover publiceert blijkt dat zijn verlossingsleer niet al te strikt calvinistisch is.

In 1856 benoemt koning Willem III hem als formateur van een nieuwe regering. Hij moet een oplossing vinden voor de schoolkwestie, waarover grote verdeeldheid heerst. De enige keer in de negentiende eeuw dat een antirevolutionair de premiersbonus krijgt. In de Tweede Kamer worden de theologische degens stevig gekruist met Groen van Prinsterer, de ‘generaal’ van de antirevolutionairen. De herziene Lager-onderwijswet betekent het einde van hun vriendschap. Want voortaan moet het openbaar onderwijs zich alleen richten op het aankweken van christelijke deugden. Het mag niet aan een geloofsrichting gebonden zijn. Het staat burgers wel vrij eigen scholen te stichten. Maar hoe kon deze minister het ‘nationaal christelijk’ karakter van de staatsschool prijsgeven? Menigeen dreigt zijn steun aan de Klokkenberg in te trekken. Van der Brugghen treedt af, trekt zich terug uit de politiek en uit zijn scholen. Hij schrijft in zijn laatste jaren over de verbetering van het gevangeniswezen en het belang van de eed. Alleen een paar vrienden, Nicolaas Beets voorop, nemen het voor hem op, ook postuum. De ‘ethisch-irenischen’ worden ze smalend genoemd: te weinig principieel.

Wandelaars te Nijmegen moeten op de Beekmansdalseweg 7 maar even de pas inhouden uit respect voor deze verguisde grondlegger van ons onderwijsstelsel. Tot op heden hebben we vrijheid van schoolstichting, al dan niet reformatorisch, katholiek of islamitisch. En de financiële gelijkberechtiging had Van der Brugghen als minister ook bepleit, maar die kwam er pas na nog eens zeventig jaar schoolstrijd.
2017

Henry Dunant

leerling van Jezus zoals in de eerste eeuw en verder niets

*8 mei 1828, Genève – † 30 okt 1910, Heiden (Zw)

Solferino. Iets zuidelijk van het Italiaanse Gardameer herinneren plekken aan de veldslag van 1859. Frans-Sardinische en Oostenrijkse legers botsten er bloedig op elkaar, 300.000 man. Een van de kerken in het gebied is omgebouwd tot knekelhuis. De soort bij soort gerangschikte botten van de gesneuvelde militairen liggen er van plint tot zolder gestapeld. Even verderop staat een groot monument van het internationale Rode Kruis. Want op dit slagveld liep Jean Henri Dunant rond.

Dunant kwam uit een calvinistische familie in Genève met veel invloed, de ouders waren heel gelovig en actief in vrijwilligerswerk. Als leerling-zakenman vormde hij in de geest van het Réveil met andere jongemannen een donderdagavondgroep die bijbelstudie combineerde met diaconaal werk. De groep sluit zich in 1853 aan bij de YMCA en Dunant is betrokken bij de eerste internationale YMCA-conferentie. Hij doet met geschriften mee aan de strijd tegen de slavernij. Hij maakt in het kader van zijn werk grote reizen. Zo is hij op 24 juni 1859 bij toeval getuige van de afschuwelijke slag bij Solferino. Hij helpt bij de verzorging van de gewonde en stervende soldaten en mobiliseert daarbij de bevolking. ‘Als door een kracht van boven ertoe aangezet’ schrijft hij dan Een herinnering aan Solferino. Een wake up call aan de internationale gemeenschap over de noodzaak van goede medische hulp aan oorlogsgewonden. De uitgave betaalt hij zelf. Het boek krijgt direct een enorme respons en verschijnt in elf talen. Een internationale conferentie volgt in Genève in 1863. Zestien staten richten vrijwillige hulporganisaties op. De Geneefse conventie van 8 augustus 1864 wordt de grondslag voor het werk van het Rode Kruis, in 1868 door 33 staten geratificeerd. Het begin van humanitair oorlogsrecht. De witte vlag met het rode kruis, afgeleid van de Zwitserse vlag, of de halve rode maan of het rode kristal, is niet meer weg te denken. Met daaraan verbonden een grote expertise en inzet van miljoenen vrijwilligers om groot menselijk leed te verzachten en te voorkomen, niet alleen bij oorlog, vanaf de Eerste Wereldoorlog ook in vredestijd. De Nederlandse afdeling is op 19 juli 1867 opgericht met steun van het koninklijk huis.

Dunant bepleitte ook zaken als een conventie voor de bescherming van krijgsgevangenen of (typisch protestants) de vorming van een joodse staat in Palestina. Maar na een zakelijk faillissement raakte hij naar de achtergrond. Vrienden in Duitsland moesten zich ontfermen over een arme en vergeten Dunant. Ze organiseerden steun en aandacht. In 1901 ontving hij de eerste Nobelprijs voor de vrede. En Genève werd dé stad van internationale organisaties, conventies en conferenties ter bevordering van vrede en humaniteit.

2017

Sint Patrick

*Plm. 400 Engeland – † 17 maart 461, Saul bij Downpatrick, Ierland

Ik kan niet zwijgen over zulke grote zegeningen en zo’n groot geschenk als de Heer mij gegund heeft in het land van mijn gevangenschap


Duizenden heeft hij gedoopt, veel kerken gesticht. Sinds de zevende eeuw is hij al vereerd als beschermheilige van Ierland. Zijn vaste symbool is een klavertje drie. Het zou volgens de legende door hem gebruikt zijn om de leer van Gods drie-eenheid uit te leggen. Dankzij de verspreiding van Ieren over gehele wereld werd St. Patrick in veel landen een feestdag, met veel groen. Heel geliefd is ook de ‘Ierse reiszegen’ die aan hem wordt toegeschreven:
‘De Heer is voor u om u de juiste weg te wijzen. Achter u, om u te bewaren. Naast u, om u in de armen te sluiten. Onder u om u op te vangen wanneer u dreigt te vallen. In u om u te troosten als u verdriet heeft. Boven u om u te zegenen. Zo zegene u Vader, Zoon en Heilige Geest’.
Maar of de woorden ook echt van hem zijn is maar de vraag.

Patricius Magonus Sucatus werd eeuw geboren aan de westkust van Engeland. Hij was een Romein, zoon van Calpurnius en Conchessa. Vader was een diaken, diens vader een priester. Toen hij 16 jaar oud was, werd Patrick werd gevangen genomen door binnenvallende zeerovers en als slaaf verkocht aan een Iers stamhoofd en druïde met de naam Miliuc. Deze liet Patrick werken als veehoeder. Zo vertelt Patrick zelf in zijn Confessio, een terugblik op zijn leven.

In de Ierse open lucht met de schapen onderweg wordt bidden een gewoonte voor hem, ongeacht sneeuw of ijs. ‘Meer en meer kwam de liefde van God en de eerbied voor God in mij, en het geloof groeide en mijn geest werd geoefend, totdat ik wel honderd keer per dag bad en in de nacht bijna evenveel’. ‘De Geest brandde in mij in die tijd’.

Na zes jaar hoort hij in een droom een stem: ‘Je gaat naar huis. Zie, je schip ligt gereed’. De volgende morgen neemt hij de benen en loopt naar de kust. Gevaarlijk. Een weggelopen slaaf is zijn leven niet zeker. Patrick vindt een schip, beleeft onderweg avonturen en komt thuis. Maar daar hoort hij in een droom weer een stem van de overkant om terug te komen. Hij volgt in Frankrijk een scholing tot geestelijke. Dan gaat hij terug naar Ierland om het evangelie te verkondigen. Hij kent er de taal en de gewoontes. Hoewel er al een tijd christendom in Ierland is blijft het een riskante onderneming. Er is oppositie van druïden. Patrick schrijft dat hij streefde naar een leven ‘in goed vertrouwen jegens de heidenen’, want het mocht niet gebeuren dat om hém Gods Naam gelasterd zou worden. Ze zouden ook niet vervolgd mogen worden. Eens moet hij zich verdedigen tegen een beschuldiging van zelfverrijking, terwijl hij juist grote geschenken weigerde en gewoon was te betalen voor begeleiders en beveiligers op zijn tochten.

Door het verhaal van Patrick heen schemert nog de invloed van de cultus van de zon, populair onder Romeinen en Kelten. Maar in de slotzinnen van zijn geestelijk testament herinnert hij er nadrukkelijk aan dat die zon niet altijd blijft schijnen. Patrick vertrouwt op de blijvende kracht van een andere zon: Jezus Christus.


(2017)

Majoor Alida Bosshardt

Probeer God met zijn Geest toe te laten en je te laten leiden, maar gebruik wel je eigen gezonde verstand

*8 juni 1913 Utrecht  – † 25 juni 2007, Amsterdam

Tot op hoge leeftijd was ze op tv, altijd onopgesmukt en opgewekt, eenvoudig, eigenzinnig, rechtstreeks. Ze was hét gezicht van het Leger. Al in 1959 kwam ze in een tv-programma en in 1965 had ze prinses Beatrix in de anonimiteit mogen laten kennismaken het werk op de Amsterdamse Wallen. Eigenlijk was ze sinds 1968 luitenant-kolonel, maar iedereen kende haar als majoor. Ze wond geen doekjes om haar geloof in God en de wens dit geloof te delen. En ze bleef altijd heerlijk nuchter. Tegen een verwarde indringer die haar in haar slaapkamer kwam doodschieten zei ze: ‘nou, dan zit ik straks in de hemel en u in de gevangenis’ en praatte hem vervolgens om. Mensen vond ze ‘in hun verschijningsvorm wel verschillend, maar in hun wezen gelijk.’ Allemaal beeld van God. De dames in de rosse buurt die uit ‘het leven’ wilden stappen, wilde ze met liefde helpen, maar als ze dat niet deden waren ze haar niet minder lief. Hetzelfde gold voor mensen in de onderwereld. Voor het oog van de camera in villa Felderhof raakte ze bevriend met Herman Brood. Je hoeft iemands gedrag, bezigheid of beroep niet te accepteren, om een mens te kunnen liefhebben. Zo leefde zij het Evangelie van Jezus’ omgang met hoeren en tollenaren voor. 

  

Ze kwam uit een familie die al meerdere zendelingen had voortgebracht. Maar vader was gewoon kruidenier in Utrecht en later journalist. Ze ging er naar de openbare lagere school. Vader werd toen ze twaalf was rooms-katholiek. ‘Ach, een ander filiaal van dezelfde onderneming’ zei haar hervormde moeder laconiek. Via een vriendin van een logee kwam ze in aanraking met het straatwerk van het Leger des Heils en van het een kwam het ander. Ze werd heilssoldate, werkzaam in een kindertehuis. Maar ze wilde ook voorganger (officier) worden en kreeg daarvoor een opleiding. Hartje Amsterdam werd haar thuis. Tijdens de bezetting kwam het werk stil te liggen. Het dragen van een uniform werd verboden. Ze hielp de kinderen uit haar tehuis aan onderdak en veel joodse kinderen aan onderduik. Zelf zat ze toen eens drie weken in hechtenis. Na de oorlog zette ze het werk op de Wallen op, het goodwill-werk van diensten zonder aanzien des persoons onder verslaafden, dak- en thuislozen en prostituees, heel lang zonder subsidie. Ook na haar pensioen in 1978 bleef ze op veel fronten actief.

Over het eeuwige leven zei ze kort voor haar dood: eigenlijk weten we het niet. Ze dacht niet dat je elkaar zou weerzien. Ze wou zich wel laten verrassen. Onbekommerd.

2017

Thomas More

Waar geld de enige maatstaf is, zoals in onze maatschappij, daar vervalt men onvermijdelijk in een volslagen zinloze productie: niet in dienst van de behoefte, maar van weelde en genotzucht

*7 februari 1478, Londen – † 6 juli 1535, Tower Hill

More was een Brits humanist, jurist en staatsman en een van de beste vrienden van Erasmus. Humanisme betekende vooral geleerdheid en niet zoals nu het ongelovige alternatief voor kerk. Thomas was een vroom man, zoals blijkt uit het intensieve godsdienstig leven dat hij thuis met zijn huishouden erop na hield, bij het stijgen van de jaren een huishouden van meerdere kinderrijke gezinnen bij elkaar. En hij had de moed zich als kanselier van Engeland te verzetten tegen de anti-katholieke politiek van Hendrik VIII. ‘De goede dienaar van de koning, maar allereerst van God’ weigerde goedkeuring te geven aan de afscheiding van Rome en de nietigverklaring van het eerste huwelijk van de koning. Het kostte More letterlijk de kop. Vier eeuwen later leverde het hem een heiligverklaring op. Overigens heeft die Britse afscheiding van Rome niet slecht uitgepakt. Gedachten van Luther kregen er voet aan de grond, de Anglicanen voerden het gehuwd priesterschap in en liturgie in de eigen taal.

More is vooral bekend als de auteur van Utopia. More beschrijft daarin de samenleving op het fictieve eiland Utopia en de politieke, sociale en religieuze gebruiken van de eilandbewoners. Utopia betekent zoiets als Nergenshuizen, maar kan ook gelezen worden als eu-thopia: goede plaats. Omdat er geen privébezit bestaat, richt iedereen zich op publieke belangen in plaats van het eigenbelang. Stellen mogen eerst met elkaar naar bed voor ze besluiten om met elkaar te trouwen. Er wordt maar zes uur per dag gewerkt, maar dan ook echt door iedereen. Euthanasie en echtscheiding behoren tot de mogelijkheden en er zijn vrouwelijke priesters. Dat weerspiegelt niet allemaal de idealen van Moore. Hij wil discussies aanzwengelen over de inrichting van de samenleving. Er staan ook grappige details in. Zo wordt goud uitsluitend gebruikt voor zaken als de kwispedoor (spuugbakje) en de po.

‘Utopisch’ is een scheldwoord geworden voor idealisten die niet met beide benen op de grond staan. Utopisten worden zelfs wel gevaarlijk gevonden. De maatschappij willen veranderen aan de hand van een blauwdruk van de ideale heilsstaat heeft nogal wat dwingelandij opgeleverd. Sommige idealen zijn intussen toch in heel wat landen gerealiseerd, zoals onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen. In veel opzichten waren Reformatie en Humanisme elkaars tweelingbroers of – zusters.

More werd geëxecuteerd omdat hij de moed had de koning tegen te spreken. Een gelovige die juist ook via het politieke handwerk iets van de oude droom wilde verwezenlijken dat gerechtigheid en vrede elkaar op aarde kussen!

2017

Guido de Brès

*Bergen (Mons), 1522 – † Valenciennes, 31 mei 1567

Veel meer verdienen wij het dwalende te blijven in de duisternis van dwaling en bijgelovigheid dan verlicht te worden door het onbeschrijfelijke licht van Uw hemelse waarheid


In 1567 werd hij samen met zijn collega De la Grange aan de galg gehangen. De Brès was de auteur van de Confessio Belgica, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die in de nacht van 1 op 2 november 1561 in een pakketje over de muur van het slot van Doornik was gegooid, met als bestemming de landvoogdes en koning Philips II.

De zoon van een glas-in-loodschilder raakte als jongeman in de Franstalige Zuidelijke Nederlanden gegrepen door de protestantse leer. In de vluchtelingengemeente in Londen besluit hij predikant te worden. In 1552 teruggekeerd begint hij vanuit Rijssel naam te maken als calvinistisch prediker. Hij is ook in de vluchtelingengemeente in Frankfort geweest en heeft Calvijn ontmoet. Dat hij goed belezen was blijkt uit zijn boek ‘Staf des geloofs’ (1555). Her en der voerde hij gesprekken om twijfelaars over te halen tot het protestantisme. In Doornik installeerde hij een kerkenraad. Toen de protestanten er met massaal psalmzingen op straat in september 1561 het bevoegde gezag provoceerden – niet zijn idee – moest hij vluchten. Signalement: lang, hoge rug, vlassige baard, slecht verzorgd, zwarte mantel. Om de verdenking tegen te gaan dat ze wederdopers waren schreef hij de Confessio Belgica, naar het voorbeeld van andere calvinistische geloofsbelijdenis in Europa. Calvinisten zijn geen oproerkraaiers maar gehoorzame onderdanen die in het ware katholieke geloof staan, aldus de begeleidende brief aan de koning. Het hielp niet.

Na een periode in Frankrijk weer terug bewerkte een preek in Valenciennes dat tweederde van de stad zich bij de Reformatie aansloot. Tot ongenoegen van het gezag dat een ban uitvaardigde. Het volk antwoordde met een beeldenstorm, augustus 1566. De Brès en De la Grange konden in beeldenvrije kerken preken. Maar een half jaar later werd de stad ingenomen. Na de pijnbank en gedwongen debatten over de paus en de mis kwamen de twee aan de galg. Ze hadden in de gevangenis het verbod op bediening van het Avondmaal overtreden. ‘Al ben ik dan met zware ijzers aan handen en voeten geboeid, toch laat mijn God niet na Zijn belofte te houden en mijn hart te troosten en mij vergenoeging in Hem te schenken’ schreef hij zijn familie.

De Confessio werd direct ook in het Nederlands vertaald en speelde sindsdien een grote rol bij de ondersteuning van de protestantse gemeenten ‘onder het kruis’ en het aanwakkeren van de opstand tegen de Spaanse heerschappij. Artikel 36 leert dat de overheid de openbare orde en de rechtsorde moet handhaven, maar ook afgoderij en valse godsdienst moet weren. Het laatste zijn we anders gaan zien. Wel fijn dat er vrijheid van godsdienst is gekomen in onze Lage Landen en een scheiding van kerk en staat. De strijd tegen ‘valse godsdienst’ begint elke dag bij onszelf.
2017

Herman Boerhaave

Mijn beste patiënten zijn de armen, want de Heer zelf heeft het op zich genomen om mij voor hen te betalen

*31 december 1668, Voorhout – † 23 september 1738, Leiden

Zijn 350ste geboortedag leverde veel aandacht in de media op alsmede een tentoonstelling. Nederland is trots zijn op deze belangrijke grondlegger van de medische wetenschap. Hij was in zijn tijd al een internationaal vermaarde medicus, anatoom, botanicus en scheikundige. Zijn faam reikte tot in China. Hij bracht de kwijnende medische faculteit tot bloei en bekleedde er als hoogleraar lange tijd drie van de vijf leerstoelen. Het onderwijs aan het bed blies hij nieuw leven in en ook hechtte hij grote waarde aan autopsie bij een onbegrepen doodsoorzaak. Er is een syndroom naar hem genoemd. Mede door zijn huwelijk werd hij een vermogend man. Voor zijn botanische aspiraties was de Hortus van de universiteit te klein. Daarom kocht hij in 1724 kasteel Oud-Poelgeest in Oegstgeest voor de kweek van de zaden en planten die hij kreeg via internationale uitwisseling. Een van zijn buitenlandse studenten was de Zweed Linaeus. Zijn lijfspreuk ‘Eenvoud is het kenmerk van het ware’ illustreert zijn wetenschappelijke grondhouding die steeds naar de meest eenvoudige verklaring zoekt.

Het was de tijd van de beginnende Verlichting, met in de Republiek levendige debatten over de filosofie van Spinoza en Descartes. In de discussies over lichaam en ziel of het menselijk vermogen tot waarachtige kennis bleef Boerhaave nogal op de lijn van het calvinisme. Hij was de zoon van een calvinistische predikant. Zelf had hij eerst ook theologie en filosofie gestudeerd en van de universiteit in Harderwijk zelfs de doctorsgraad gekregen. Dat zijn interesse toch in andere richting was gegaan kwam mede door een jeugdervaring. Op zijn twaalfde had de aanval door een bijenzwerm een abces in zijn been veroorzaakt die jarenlang pijn veroorzaakte. Geen ingreep hielp, tot hij zelf met succes had geëxperimenteerd met zout en urine.

Zijn dag begon altijd met een uur lezing van de Bijbel en gebed. Voor hem was de hand van de Schepper zichtbaar in de dynamiek van alle materie, levend of versteend, zowel in de bloedsomloop als in bijvoorbeeld het gedrag van kwikzilver bij verhitting. Als mensen geschapen naar Gods beeld kunnen we de waarheid onderzoeken, begrijpen en liefhebben. Boerhaave liet zien dat een calvinistische levensovertuiging uitstekend samen kon gaan met exact onderzoek naar de natuur.
(2018)

Frederik Slomp/ ‘Frits de Zwerver’

Als er vanavond een Jood of onderduiker bij u aan de deur klopt en vraagt om onderdak om Christus wil, zult gij hem herbergen

*5 maart 1898, Ruinerwold – † 13 december 1978, Vaassen

Al jaren voor de Duitse bezetting was dominee Slomp geabonneerd op nationaal-socialistische tijdschriften uit Duitsland. Hij wilde weten wat daar gebeurde. In het Overijsselse Heemse, de tweede gemeente van de gereformeerde predikant, ontmoette hij regelmatig mensen van over de grens met slecht nieuws. Omgekeerd preekte hij ook in Duitsland, ook nadat het voor Nederlanders verboden werd.

Veertig jaar geleden overleed deze bekende verzetsman. ‘Tante Riek’ uit de Achterhoek die hulp aan onderduikers regelde, had goed gezien toen ze de ondergedoken dominee de opdracht gaf om een landelijk netwerk voor hulp aan onderduikers op te zetten, de ‘L.O.’ Behalve een principiële bestrijder van het nationaal-socialisme die geen blad voor zijn mond nam was hij ook een bekwaam organisator. In 1935 – de crisistijd – had hij al een commissie voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid geleid. Na de Kristallnacht van 1938 had hij illegale vluchtelingen geholpen. In dat jaar had hij zich ook gekeerd tegen het besluit van de Nederlandse regering om werklozen in Duitsland te laten werken. Duitsers die in zijn dorp woonden en dienst weigerden had hij 1941 helpen onderduiken.

‘Frits de Zwerver’ alias ‘Ouderling van Zanten’ dook op allerlei plekken op, soms ook om te preken en op te roepen om Joden te helpen. In 1944 werd hij per ongeluk gevangen genomen. Beroemd is de actie van de Ondergrondse waarmee men hem wist te bevrijden uit cel 56 van de Koepelgevangenis in Arnhem.

Na de Bevrijding werd hij een tijd vrijgesteld voor pastoraat aan nabestaanden van omgekomen mensen uit de illegaliteit. In spreekbeurten over ‘de geestelijke achtergrond van het verzet’ bracht hij nadrukkelijk ook de rol van vrouwen voor het voetlicht. Ook was hij geestelijk verzorger voor mensen die in de bezetting met de nazi’s hadden geheuld. Uit solidariteit met de jongens die werd uitgezonden werd hij legerpredikant in Nederlands-Indië. Aan één oor doof geworden door het krijgsgeweld kwam hij terug, inmiddels wel kritisch geworden jegens de Nederlandse Indië-politiek. In Hoorn in Noord-Holland en in Wolvega is hij nog actief geweest als evangelist met een groot hart voor de lagere inkomensgroepen.

Het had niet veel gescheeld of hij was met de Vrijmaking meegegaan, de kerkscheuring van 1944 onder leiding van prof. Schilder, zoals wel een groot deel van zijn gemeente. Hij was ‘vrijgemaakt’ in een diepere betekenis van het woord.

(2018)

Daniël Chantepie de la Saussaye

*10 december 1818, ’s-Gravenhage   -  † 14 februari 1874, Groningen 

De God die geen centraalheiligdom meer heeft voor de geheele menschheid, maar alleen nog afgezonderde kapelletjes in het hart van ieder individu, wat wordt hij anders dan het schepsel van den individu, de afgod door zijne rede, gevoel en verbeelding gevormd?


Zijn graf is nog altijd te vinden op de Zuiderbegraafplaats in Groningen. Zijn tweehonderdste geboortedag valt samen met de vijftigste sterfdag van Karl Barth. Ook La Saussaye is een belangrijke protestantse‘kerkvader’. Hij was de pionier van de ‘ethische richting’ die meer dan een eeuw lang belangrijke theologen heeft opgeleverd. De ethischen waren voorstanders van een ‘belijdende kerk’ in plaats van een ‘belijdeniskerk’, een belangrijk principe bij de vorming van de Protestantse Kerk in 2004. Ethische dominees gingen in de jaren ’30 al met hun catechisanten naar de bioscoop, betrokken op de culturele en maatschappelijke ontwikkelingen.

De ethischen kwamen voort uit de Réveilbeweging. Ze wilden het orthodox-protestantse geloof aan theologische vernieuwing onderwerpen. Chantepie de la Saussaye werd hun predikantenkring ‘Ernst en Vrede’ binnengehaald. Hij werd al gauw de voornaamste auteur van hun tijdschrift. Het zocht het debat met opkomend vrijzinnig modernisme en met verstarde orthodoxie. Dialoog in plaats van uitsluiting! Het is na 1848. In de week van de invoering van de nieuwe grondwet was la Saussaye als Waals predikant van Leeuwarden naar Leiden verhuisd. Met de voortschrijdende scheiding van kerk en staat én de komst van de trein begon de verzuilde organisatie van de samenleving. De antirevolutionairen deden onder leiding van Groen van Prinsterer intensief aan ‘partijvorming’ in kerk en staat. Maar de ethischen vormden met hun open kerkopvatting daarop een stevige rem. ‘Hun’ minister J.J.L. van der Brugghen zorgde met zijn nieuwe schoolwet voor zoveel conflict dat ‘Ernst en Vrede’ uiteenviel.

Door zijn afkomst had la Saussaye een eigen geluid. En hij maakte intensief studie van eigentijdse Duitse theologen, maar ook van Calvijn. Zo zag hij dat de modernen uitverkoop hielden van klassieke opvattingen over menselijke vrijheid en zonde. En hun kritisch-subjectieve benadering kon wel eens op atheïsme uitlopen! In de dynamische jaren ’60 was hij predikant in het grote hervormde Rotterdam. Zijn Leerredenen – lange preken – en andere publicaties waren ‘diepzinnig en doordringend’, erkenden veel tijdgenoten. Nog even was hij hoogleraar in Groningen.

De ‘Godmens’ Jezus Christus als openbaring van God vormde het hart van zijn denken. ‘Ethisch’ werd afgeleid van een Grieks woord voor het innerlijk. Theologie moest laten zien hoe het geestelijk leven vanuit Hem vorm krijgt. De leer is er ten dienste van de invloed van de Heilige Geest op mens en wereld.
(2018)