Servaas van Maastricht

O, Sint Servatius, Beschermer van Maastricht
bewaar in dit gewest het heil door U gesticht

*Groot-Armenië?
† Tongeren of Maastricht, 4e of 5e eeuw

De entree van het christendom in ons land is hardnekkig verbonden aan de naam Servaas. In het jaar 342 of 343 zou een zekere bisschop Sarbatios de besluiten van het Concilie van Sardica (Sofia, Bulgarije) tegen het arianisme hebben ondersteund. Hij wordt ook genoemd in verband met een diplomatieke keizerlijke missie in 350-353. In 359/360 was bisschop Servatius van de Tungri aanwezig op het Concilie van Rimini. In de late vierde eeuw, toen Maastricht een Romeinse garnizoensstad was, zou hij dan bisschop in Tongeren geweest zijn. Vanuit Tongeren zou hij de bisschopszetel naar Maastricht verplaatst hebben, waar hij dan gestorven zou zijn. In de 6e eeuw gaf bisschop Monulfus zijn gebeente een prominente plek in een nieuwe kerk. Vanaf die tijd is de verering van Servaas nooit meer gestopt. Zijn graf ligt in de crypte van de basiliek aan het Vrijthof. Zijn naamdag 13 mei, die nog altijd gevierd wordt, komt al in de 8e eeuw voor op de kalender van Willibrord.

Kwam de eerste bisschop van ons land uit Armenië? Het zou kunnen. Maar eigenlijk is alles over Servaas onzeker. Wat wel zeker is, is dat zijn verering enorme proporties kreeg. Meer dan 425 kerken verspreid over de hele wereld hebben een relikwie, een beeld, schilderij of glas-in-loodraam van de heilige. Eén van de oudste werken uit de Nederlandse literatuur is aan hem gewijd, het Leven van Sente Servas van Hendrik van Veldeke van rond 1170. En hij schopte het tot ijsheilige. ‘Pancraas, Servaas en Bonifaas/ zij geven vorst en ijs, helaas.’

Een van zijn legendarische wonderen is dat hij in het Grieks preekte, maar door iedereen verstaan werd. Vaak is hij afgebeeld met aan zijn voeten een kronkelende draak, ter illustratie van de zege van het christendom over het heidendom en over ketterijen als die van de Arianen die Jezus niet helemaal zo goddelijk beschouwden als moest.

Een oud verhaal vertelt ook dat een goudsmid die zijn beeld moest maken een product afleverde dat scheel keek. De keizer die de opdracht had gegeven werd woedend. Toen greep de heilige zelf in. In een droom verscheen hij aan de keizer. Die moest goed in de poppetjes van zijn ogen kijken: hij wás scheel!

Zo knipoogt Servaas naar álle legendarische beeldvorming rond heiligen. Er mag af en toe best wat hemelse vriendelijkheid binnengesmokkeld worden.
Mooi dat Limburg ook bij ons land hoort.

2019

Jacob Juch

Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten (Matt. 18: 10)

*20 maart 1895, Veenendaal – † 26 maart 1943, Sachsenhausen

Jacob Juch staat in de canon voor de gehandicaptenzorg. Hij heeft enorm veel betekend voor de verbetering van de zorg voor kinderen en volwassenen met geestelijke beperking, toen nog zwakzinnigen geheten. Hij was de kleinzoon van een predikant van de Afscheiding. In 1919 werd hij onderwijzer ‘BLO’ aan het gereformeerde ’s Heeren Loo in Ermelo. Al in 1923 kreeg hij het vertrouwen om de leiding op zich te nemen van de nieuwe Dr. Mr. Willem van den Berghstichting. De Provinciale Staten van Zuid-Holland hadden aangedrongen op een tweede vestiging van ’s Heeren Loo. Bij Noordwijk werd een goedkoop stuk grond gevonden.
Juch zorgde voor een vernieuwde aanpak. Er kwamen kleine paviljoens in plaats van grote, voor maximaal twintig bewoners van verschillende niveaus en gedacht vanuit de eenheid van onderwijs en opvoeding. Er was geen klassenverpleging. Stafleden en bewoners kregen dezelfde warme maaltijd. Het accent verschoof van verpleging naar onderwijs en activering. Er kwam een ‘Arbeidsdorp’ met huisjes voor bewoners die in het eigen tuinbouwbedrijf werkten. Juch verdiepte zich persoonlijk in zijn pupillen om te zien hoe hun begeleiding verbeterd konden worden. Vastbinden beschouwde hij als een regelrechte marteling. Er kwamen ophangbedden. En kinderen de hele dag apathisch laten zitten of liggen was ook afgelopen. Activering met aangepaste toestellen en met programma’s die inspelen op het gevoel voor ritme, kleur en geluid had effect. In de overdekte ‘Wintertuin’ met planten en zandbakken kon het onder aangename temperatuur. Het lopen in een molentje, duwen van een treintje of ritmisch bewegen van een plankier met de voeten stimuleert de vitale impuls van de gehandicapte. En zo werd de slaap beter, werd onzindelijkheid beter hanteerbaar en verdween de beruchte ‘idiotenstank’ van de afdelingen.
De vernieuwingen zijn gebleven. Zijn aanpak kreeg wetenschappelijke erkenning. Zijn Wintertuinconcept werd internationaal bekend. Hij kreeg in 1939 een koninklijke onderscheiding en stond op de nominatie voor een eredoctoraat van de Universiteit van Zürich toen de oorlog uitbrak.
Godsdienst was een belangrijk deel van het curriculum van het onderwijs van de verplegenden. Tijdens de bezetting werkte Juch niet mee aan het laten registreren van joodse pupillen. En hij verstopte spullen voor de bezetter. In 1942 werd hij door een medewerker verraden en is hij afgevoerd naar kamp Sachsenhausen. Zijn correspondentie is helaas door de familie vernietigd. Maar er werd verteld dat hij meer dan eens huilde omdat hij zijn instelling en gezin moest achterlaten. En dat hij een onwrikbaar geloof had. Op 26 maart 1943 is hij door algehele uitputting om het leven gekomen.

2019

Overige boeken en bijdragen

Door Simon gezien. Anderhalve eeuw theologisch debat in het Nederlandse protestantisme over de opstanding van Christus. Een systematisch-theologische studie, Zoetermeer 2002 (dissertatie)

Drie preekschetsen, in: ‘Postille 2003-2004’, Zoetermeer 2003

Vijf stenen, vijf broden. Bijbelse kernwoorden van spiritualiteit. Uitg. Narratio, 2007

Zie hierbij ook de lezing van prof. dr. Maarten den Dulk, 2008




Bijdragen aan de Bijbelse Dagkalender 2015 en 2016, uitg. Boekencentrum

Joseph Wresinski



Waar mensen in diepe armoede moeten leven, worden de rechten van de mens geschonden. Samenwerken om die te herstellen is een heilige plicht

*12 februari 1917, Angers (Fr) – † 14 februari 1988, Parijs

Een van zijn boeken heet ‘De armen zijn de kerk’. Op allerlei manieren nam hij het op voor de economisch daklozen. Slachtoffers van armoede en uitsluiting moeten behandeld worden als leermeesters, zodat we begrijpen hoe armoede ontmenselijkt.
Pater Wresinki is de oprichter van de beweging ATD Vierde Wereld die wereldwijd nog steeds mensen samenbrengt in de strijd om armoede uit te roeien. Zo´n 400 vrijwilligers werken in 30 landen samen met gezinnen en sympathisanten. ATD staat voor Aide à Toute Détresse, All Together in Dignity, Allen voor waardigheid.
Zijn vader kwam uit Polen, zijn moeder uit Spanje. Emigranten waren in Frankrijk vlak na de Eerste Wereldoorlog ongewenst. Het gezin leefde in een interneringskamp en daarna in een achterstandsbuurt. Een kamermuur was gemaakt van sinaasappelkistjes beplakt met krantenpapier. Om het gezin te helpen om rond te komen moest hij als jongetje etensresten halen bij het klooster, kolen rapen bij de gasfabriek en de slager helpen met vlees rondbrengen. Na de lagere school werd hij bakkersleerling.
Als hij in aanraking komt met een katholieke jeugdbeweging wil hij priester worden. Een gulle geefster betaalt zijn opleiding. In 1956 vraagt de bisschop hem om naar het daklozenkamp Noisy le Grand aan de rand van Parijs te gaan. Daar proberen 252 gezinnen in de modder en in de kou te overleven. Met de gezinnen richt Wresinksi de vereniging ATD op. Hij bouwt naast de gaarkeuken een bibliotheek. Er komt een kleuterschool, een werkplaats, een wasserette, een kapel. Er wordt theater gemaakt. Hij richt ook een instituut op om de oorzaken van armoede te onderzoeken. En in de jaren ’60 sluiten veel jongeren uit verschillende landen zich bij hem aan als hij een internationaal vrijwilligersnetwerk opricht.
Hij werd lid van de Sociaal-Economische Raad van Frankrijk. Deze Raad nam in 1987 zijn armoederapport aan. En op 17 oktober van dat jaar kwamen 100.000 mensen samen op het Plein van de Mensenrechten in Parijs voor zijn inhuldiging van de eerste gedenksteen ter ere van slachtoffers van extreme armoede. Hij heeft niet meer meegemaakt dat de Verenigde Naties 17 oktober hebben ingesteld als Werelddag van verzet tegen extreme armoede. Zijn visie op cultuur als wapen tegen uitsluiting komt in ons land tot uitdrukking in het werk van een naar hem genoemde stichting die theater maakt met daklozen.

2019

Giuseppe Tedeschi

De favorieten van Jezus zijn de armen en zij die behoeftig zijn. En het Evangelie leert dat corruptie, leugen en onrecht hun woede oproepen

*3 maart 1934, Jelsi (It) – † 2 febr. 1976, La Plata (Arg.)

De ‘Vuile Oorlog’ moet 30.000 mensenlevens hebben gekost. Het kolonelsregime van Videla dat in 1976 de macht in Argentinië van Isabel Perron had overgenomen ging politieke tegenstanders met geweld te lijf, waaronder veel priesters en nonnen.
Aan die staatsgreep was ook veel geweld voorafgegaan. Het trof ook een Italiaan. Als zestienjarige was hij naar Argentinië gekomen. Bij de paters Salesianen vond hij een geestelijk thuis en bekwaamde hij zich als meubelmaker voordat hij het priesterseminarie inging. Na eerste ervaringen als priester verruilde hij het comfort van de parochie voor een nieuwe sloppenwijk van Buenos Aires, Villa Itat. Er woonden zo’n 12.000 migranten uit het binnen- en buitenland zonder riolering, electriciteit of bestrating. In de geest van de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie, maar tegen de zin van de kerkleiding, koos hij ervoor om als priesterarbeider bij de armen te leven. Ze waren vaak ongedocumenteerd en werkloos. Timmerman José organiseerde coöperaties voor bestrating, electriciteit en gezondheidszorg, eenvoudige woningbouw, een bibliotheek, hulp tegen geweld. Hij werd ook verliefd en ging samenwonen. Kerst vierde hij met lange tafels voor alle buren.
Er waren maar 18 kranen op 10.000 krotten. De reactie van de minister van sociale zaken op zijn actie voor een betere watervoorziening was dreigend. Een medewerker werd gekidnapt. José belegde een gedachtenisviering met delen van brood. ‘Zo blijft hij onder ons’. Twee dagen later arriveerden er in plaats van de toegezegde extra kranen drie gewapende mannen. Onder de dreiging dat ze ook de zwangere Juanita mee zouden nemen liet hij zich afvoeren. Enkele dagen later werd zijn lichaam doorzeefd met kogels en met tekenen van marteling op straat aangetroffen.
Een maand later werd de MEHD opgericht, een oecumenische mensenrechtenbeweging,
‘als een resultaat van de gulle toewijding die José aan onze armste mensen betoonde’. In Villa Itat bleef men nog lang spreken over Padre José: ‘een echte christen’.
Een Italiaanse consul erkende later dat de diplomaten hadden geëxcelleerd in voorzichtigheid. In ons land bepleitte Neerlands Hoop tevergeefs een boycot van het WK voetbal van 1978. De deelname van een zekere Zorreguieta aan het Videla-regime bezorgde ons veel nationaal gedoe. En het duurde lang voordat de Dwaze Moeders ook de RK kerkleiding in beweging kregen om onderzoek te doen naar de steun aan het geweld en om het boetekleed aan te trekken.

2019