Menno Simons – *januari 1496 Witmarsum – † 31 januari 1561, Wüstenfelde (Noord-Duitsland)

Daer en magh gheen ander Fundament gheleyt worden behalven dat er gheleyt is, het welke is Christus Jezus

Menno Simons
Eén tak van het protestantisme draagt wereldwijd de naam van een Nederlander: de Mennonieten. Al snel kreeg de Reformatie van Zürich tot Wittenberg en Bolsward aanhangers die radicaler waren dan Luther. Vanaf de Boerenopstanden tot en met het extremistische ‘Nieuw Jeruzalem’ in Münster (1534-1535) werden ook de hooivorken in het geweer gebracht om maatschappelijke veranderingen af te dwingen. De opstanden werden bloedig neergeslagen. Menno Simons voelde zich medeverantwoordelijk. Ook hij had mensen de feilen van de Roomse Kerk laten zien! Hij werd woordvoerder van doopsgezind geloven dat gebruik van geweld juist afwees.
Menno werd als boerenzoon geboren in Witmarsum. In 1524 is hij in Utrecht tot priester gewijd. Als kapelaan in Pingjum begon hij al snel te twijfelen aan de Rooms-katholieke leer aangaande het avondmaal. Als Sicke Freerks in Leeuwarden wordt onthoofd omdat hij zich opnieuw heeft laten dopen, verdiept Menno Simons zich ook in het sacrament van de doop. Hij concludeert dat hij de Kerk van Rome moet verlaten. Op 30 januari 1536 legt hij het ambt van pastoor – sinds 1531 in Witmarsum – neer. In Groningen wordt Menno opnieuw gedoopt. Hij trouwt met Geertruid Hooyer uit Witmarsum en vestigt zich in Oldersum tussen Emden en Leer. In 1539 verschijnt Menno’s belangrijkste geschrift Fundamentboek. Om de gemeenten in het noorden van Nederland en Duitsland te ondersteunen met prediking en bediening van doop en avondmaal en om met priesters in discussie te treden maakt hij in het geheim lange reizen. De Dopers worden na ‘Münster’ zwaar vervolgd. Zijn gezin moet steeds vluchten. Na vele omzwervingen vindt hij onderdak bij Graaf van Ahlefeldt te Bad Oldesloe. Daar overlijdt zijn vrouw en enkele jaren later hijzelf in 1561.
In theologische discussies met protestanten die door Luther en Calvijn geschoold waren moesten de Doopsgezinden het vaak afleggen. Wat Simons naliet waren geen theologische meesterwerken. Het waren wel pleidooien voor een geloof dat zijn kracht eerder in een leven in eenvoud en ernst zoekt dan in dogmatische precisie.
Een kritische houding ten opzichte van overheid en legerdienst bleef een belangrijke doopsgezinde trek. Doopsgezinden waren en zijn relatief vaak actief in vredesbewegingen. In de Amish in Pennsylvania, afstammelingen van Duitse immigranten, valt vooral Menno’s gestrengheid in het nastreven van een vroom een onberispelijk leven terug te vinden. Een beroemd bijeffect van de praktijk van de volwassendoop bij de Amish is een ontspannen houding ten opzichte van de wilde jaren van de puberteit: jongeren mogen tot aan hun doop ‘rumspringa’!
Wereldwijd zijn er zo’n 1,4 miljoen Mennisten. Een bekende Doopsgezinde was ingenieur Lely, bekend van de Zuiderzeewerken die na de watersnoodramp van januari 1916 op gang kwamen. Zijn goed gefundeerde Afsluitdijk begint vlak bij Witmarsum.

Menno Simons monument contourenkerkje witmarsum

Henri Nouwen – *24 jan 1932, Nijkerk – †21 september 1996, Hilversum

Ik heb de stem van de liefde gehoord die in mijn binnenste woont, overtuigender dan ooit. Ik wil blijven vertrouwen op die stem en me daardoor laten leiden.

Henri-Nouwen 2
Henri Nouwen blijft onvergetelijk, de Nijkerkse jongen die priester werd en de halve wereld als zijn parochie kreeg. Auteur van veertig boeken op het terrein van christelijke spiritualiteit, waaronder bestsellers met vertalingen in wel 22 talen. Zijn broer was lang ANWB-directeur, Henri gaf heldere en indringende handleidingen voor het bewandelen van de geestelijke weg. Hij wist een toon te vinden die voor rooms-katholiek én protestant herkenbaar was. Tot zijn lezers behoren mensen als Kofi Annan en Hillary Clinton.
Zijn bekendste boek was ‘Eindelijk thuis’, rond Rembrandts De terugkeer van de verloren zoon. Wekenlang had hij in een tijd van een persoonlijke crisis voor dat schilderij in de Hermitage in Sint Petersburg zitten mediteren. De toeschouwer die met Nouwen meekijkt, let sindsdien met extra interesse op de twee zegenende handen op de schouders van de knielende zoon. Een vaderlijke én een moederlijke hand? En Nouwen gaat alle figuren uit het schilderij en het Bijbelverhaal na op herkenbaarheid voor hemzelf en mogelijk de lezer: de oudste zoon die zich afzijdig houdt, de jongste zoon die inkeert tot de Vader, maar ook de persoon met de vaderlijk-moederlijke handen, vol gevende, ontfermende liefde.
Ook in andere boeken maakt Nouwen de lezer deelgenoot van zijn persoonlijke hunkering naar vriendschap, geborgenheid, erkenning en van binnen levende diepe angsten. Fijngevoelig liet hij zien hoe we daarmee de mist in kunnen gaan, maar ook hoe we kunnen worden omgevormd en tot groei en bloei kunnen komen. Ooit portretteerde hij Jezus als de Gewonde Genezer. Met zijn eigen kwetsbaarheid, rusteloosheid en angsten was Nouwen zelf zo’n geneesheer.
Nouwen had het na zijn studie theologie, psychologie én psychiatrie geschopt tot hoogleraar pastoraaltheologie aan de universiteiten van Yale en Harvard. Toch zei hij deze schitterende academische loopbaan in 1985 vaarwel. Tot grote verbazing van velen trad hij in bij de Ark-gemeenschap Daybreak in Toronto, waarin met verstandelijk gehandicapten wordt samengeleefd. Sindsdien nam hij vaak een van deze medebewoners mee als hij ergens een lezing moest houden. ‘We doen het samen.’ Wie was hij zonder de steun en sympathie van deze vrienden?
Beroemd werd ook zijn ‘trapezetheologie’. De circusartiest met zijn vliegende trapeze was zijn voorbeeld voor loslaten, vrij zweven, je veilig voelen in vertrouwen op de vanger. Zijn eigen vliegreizen over de wereld eindigden in een Hilversums ziekenhuisbed. Voorgoed binnen geroepen.

Nathan Söderblom – 15 januari 1866, Trönö – 12 juli 1931 Uppsala (Zw)

Heer, geef me nederigheid en wijsheid om de grote zaak te dienen van de vrijwillige eenwording van uw kerk
Nathan Soderblom
Deze zin schreef hij in zijn dagboek na het aanhoren van een lezing tijdens een internationale Christelijke Studenten Conferentie in 1890. Lars Olof Jonathan Söderblom werd deze week 150 jaar geleden geboren op een Zweedse boerderij. Hij gold als belangrijk architect van de oecumenische beweging die in de afgelopen eeuw internationaal kerken bijeenbracht.
Zijn vader was priester van de Lutherse Kerk van Zweden, een man met een sterk persoonlijk geloof. Söderblom ging in 1883 naar de Universiteit van Uppsala. Hoewel hij aanvankelijk niet goed wist wat hij wilde studeren, besloot hij uiteindelijk in zijn vaders voetsporen te treden. Met zijn charme en bruisende vitaliteit werd hij in 1892 en 1893 leider van de Uppsala studentenvereniging. Na een reis naar de VS werd hij eveneens in 1893 gewijd als priester, eerst voor een ziekenhuis en van 1884 tot 1901 als pastor van de Zweedse kerk in Parijs. Daar ging ook Alfred Nobel ter kerke. Toen deze in 1897 overleed mocht hij zijn uitvaart in San Remo leiden. De tijd in Frankrijk droeg belangrijk bij aan zijn internationale oriëntatie en het pastoraat onder zijn landgenoten versterkte zijn besef dat een daadwerkelijke praktijk van het geloof minstens zo belangrijk is als een correcte geloofsovertuiging. Hij had een grote talenknobbel. Dat hielp ook om van 1901 tot 1914 Söderblom met veel elan hoogleraar godsdienstwetenschap te zijn in Uppsala en Leipzig. Hij bevorderde de integratie van de studie van andere godsdiensten in de theologie, juist om het bijzondere van het christendom beter in beeld te krijgen. Maar ook de studie van Luther werd door hem gestimuleerd. Gedurende zijn leven kwam hij met hulp van zijn vrouw tot meer dan 700 publicaties.
In 1914 werd hij gekozen als aartsbisschop van de Kerk van Zweden. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog deed hij een dringend beroep op christelijke leiders om te werken aan vrede en gerechtigheid. Kerkelijke eenheid zou in zijn ogen kunnen bijdragen aan het publieke getuigenis van het Evangelie in de wereld. De boodschap van Jezus is immers een boodschap voor de wereld. Hij werd leider van de beweging voor ‘Life and Work’ die met belangrijke grote internationale conferenties aan de weg timmerde van groeiende samenwerking van kerken, vooral sinds ‘Stockholm 1925’ de kerken van Oost en West bij elkaar had gebracht, tot zijn spijt zonder de Rooms-Katholieken. In 1930, een jaar voor zijn overlijden, werd hem de Nobelprijs voor de Vrede verleend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de oecumenische beweging een belangrijke steun voor kerkelijk verzetswerk in Europa.

Jan Utenhove – 1516, Gent – 6 januari 1566, Londen

Als een hert haeckt na waterbeken,
na dat hy langhe is bejaeght,
so haeckt myn siele vol ghebreken,
tot dy, myn God onversaeght (Ps. 42)

Wat onderscheidt calvinisten van andere christenen? Eeuwenlang was dat in elk geval: ouderlingen in het kerkbestuur, catechismus leren, psalmen zingen, zelf bijbel lezen. In het leven van Jan Utenhove zijn al deze elementen al terug te vinden.
Deze Vlaamse edelman had gestudeerd in Leuven en kende meerdere talen. Na de opvoering van een ketters rederijkerspel waaraan hij zelf had meegeschreven ontvluchtte hij met dertig families in 1544 uit Vlaanderen. Via Aken en Straatsburg, een belangrijk centrum van de Reformatie, kwam hij in Engeland. Hij raakte daar betrokken bij de stichting van de eerste gereformeerde kerkgemeenschappen op Engelse bodem. In Londen werd hij als ouderling leidinggevende van de Nederlandssprekende vluchtelingengemeente, naast Maarten Micron en Johannes a Lasco. Op vreemde bodem gaven zij het Nederlandse calvinisme voor ’t eerst een eigen vorm en gezicht. Hun kerkgebouw Austin Friars is nog steeds het thuis van de Nederlandse gemeente in Londen. De vluchtelingen brachten ook de lakenindustrie mee. In de jaren van koningin Maria Tudor, ‘Bloody Mary’, 1553-1558, verbleef Utenhove in Emden en Polen. Hij trouwde met Anna van Horne.
Utenhove leverde ook vertalingen, onder meer van een kindercatechismus. In 1556 heeft hij in Emden met behulp van de predikant Godfried van Wingen het hele Nieuwe Testament vertaald uit het Grieks, ‘grondlich ende trauwlick’. Het was de eerste Bijbelvertaling in de landstaal met een indeling in genummerde verzen, voor het gemak van de lezers. Hij financierde zelf de uitgave. Dat werd een financieel drama. De druk werd niet goed uitgevoerd. Utenhoves algemene Nederlandse taal werd als te kunstmatig ervaren. Zijn spelling was erg ingewikkeld, met ongebruikelijke lettertekens. Alleen dankzij een grondige herziening door Johan Dyrkinus overleefde Utenhoves werk enigszins in de ‘Deux-Aes-bijbel’ die dienst zou doen tot de Statenvertaling van 1637.
Tussen 1557 en 1566 berijmde Utenhove alle psalmen ten gebruike in de vluchtelingengemeente, de meeste op de melodieën zoals die tezelfdertijd in Straatsburg en Genève kersvers werden gedrukt. Ook dit werk was geen lang leven beschoren. Datheens psalmberijming van 1566 was beter toegankelijk. Liefhebbers zongen zijn psalmen in Londen dwars door die van Utenhove heen. Maar het begin was door hem gemaakt. De uitbraak van de Nederlandse opstand tegen Spanje in 1566 maakte Utenhove niet meer mee.

Utenhove

Hendrikus Berkhof – *Appeltern, 11 juni 1914 – †  Leiderdorp, 17 december 1995     

We zouden wH. Berkhof (1914-1995)el als gemeente van Christus in deze tijd waarin iedere groep de andere groepen de lasten van de achteruitgang wil laten dragen, minstens kunnen opvallen doordat we aan dát spel weigeren mee te doen en minder opkomen voor ons zelf dan voor de laagstbetaalden bij ons en de hongerigen in de wereld

Deze woorden komen uit een Bijbeloverdenking uit 1986 van Hendrik Berkhof. Hij is meer bekend als de auteur van het dikke boek ‘Christelijk Geloof’ uit 1973, tot voor kort verplichte leerstof voor veel theologiestudenten. Daarin had hij als hoogleraar in Leiden de christelijke geloofsleer stevig en vooruitstrevend onder handen genomen. Berkhof gebruikte krachtige beelden. Hij noemde het Israël van het Oude Testament Gods ‘proefpolder voor de mensheid’. Uit de evolutieleer haalde hij de term ‘sprongvariatie’ om evolutieleer en Bijbel harmonisch met elkaar te verbinden. God werkt vaak geleidelijk, maar soms ook sprongsgewijs  naar nieuwe vormen. Vooral in de verschijning van Jezus Christus was dat gebeurd. Het christelijk geloof werd zo een spannend geschiedenisverhaal.
Berkhof was in het derde kwart van afgelopen eeuw een van de belangrijkste theologen van de Hervormde Kerk. Als student had hij in Berlijn het nazisme van nabij meegemaakt. Tijdens de bezetting was hij betrokken bij het hervormde verzet van de ‘Lunterse kring’. Hij zat een tijd in de gevangenis. Later dook hij onder. Na de oorlog kreeg hij de leiding van het nieuwe seminarium voor hervormde theologen, geïnspireerd op voorbeelden van de Duitse Belijdende Kerk in de Hitlertijd. Het gebouw Hydepark dat later hiervoor was gebouwd, is helaas onlangs afgebroken mét de kapel voor dagelijkse gebedsdiensten.
Van 1960 tot 1981 was Berkhof kerkelijk hoogleraar. Toen het hippietijdperk zijn intrede deed, begroette hij dat als een kans voor de Heilige Geest die mensen, samenlevingen en kerken wil vernieuwen. Hij was al een groot bruggenbouwer die niet in hokjes dacht, altijd ook bezig was om verschillende stromingen tot elkaar te brengen. Jarenlang was hij voorzitter  van de Raad van Kerken. Na de geruchtmakende herdoop van prinses Irene maakten de belangrijkste kerkgenootschappen van toen een belangrijke sprongvariatie naar grote samenwerking.
In de jaren na de Zesdaagse Oorlog van 1967 had hij een stevige hand in uitspraken over de bijzondere band die de kerken met de staat  Israël moesten voelen. In 1979 sprak hij zich namens de Raad van Kerken uit tegen plaatsing van kernwapens op Nederlandse grond. En in de Wereldraad van Kerken ondersteunde hij het programma voor bestrijding van racisme.
Berkhof was een sprankelende spreker, met een bijzondere mix van eenvoud, eerbied, nieuwsgierige onverschrokkenheid en kritische maatschappelijke betrokkenheid. Soms wist hij het wel erg goed, bijvoorbeeld over Gods weg met Israël of over de grote ‘sprongvariatie’ die de mensheid in de toekomst nog te wachten stond. In zijn laatste jaren sprak hij gedempter en rakelde hij het thema van de ‘Godsverduistering’ weer op.

Jan van Ruusbroec – *1293, Ruisbroek bij Brussel   – †2 december 1381, Groenendaal

Ruusbroec

Wilt u liefde en heiligheid beoefen en in de hoogste graad bezitten, dan moet u uw verstand ontbloten van alle beelden en het door geloof verheffen boven de rede

 De clerus van de kerk is soms corrupt. Wonderlijke bewegingen trekken door Europa, zoals fanatieke geselaars die hel en verdoemenis preken, of broeders en zusters van de Vrije Geest die naakt in bossen collectief paradijsje spelen. Diep in het Zoniënwoud bij Brussel tussen de everzwijnen zoeken een paar mannen hartstochtelijk en onbevreesd het contact met een andere Liefde. Een van hen is Jan van Ruusbroec, een van de grootste spirituele gestalten uit onze Middeleeuwen.
De nog jonge Geert Grote is net als zoveel anderen die aangetrokken werden door zijn sympathieke boodschap bij hem op bezoek geweest. Ruusbroec werd zo de geestelijke grootvader van de Moderne Devotie. Ruusbroec preekte niet tegen Domtorens, maar voor de vervulling met het vuur van goddelijke liefde. Zijn geschriften boden een tegenwicht tegen de harde en angstige trekken in de spiritualiteit van de ascetische noorderlingen.  In de verhalen over hem lijkt de gloed van God ook letterlijk om hem heen te schijnen. ‘Deze arme, eenzame monnik, die geen Grieks en misschien geen Latijn kende, vangt te midden van het duistere Zoniënwoud, in zijn onwetende, eenvoudige ziel de verblindende weerschijn van de hoogste en geheimzinnige bergtoppen van het menselijk weten op’ schreef de Belgische Nobelprijswinnaar Maeterlinck een eeuw geleden.
Vanaf 1317 was hij vijfentwintig jaar lang kapelaan op één dezelfde plek, de St. Goedelekerk in Brussel. In die tijd begon hij al boeken te schrijven, waaronder zijn meesterwerk ‘Die gheestelike Brulocht’ . In 1343 besluit hij samen met zijn oom en mentor, priester Jan Hinckaert, en een anderen kanunnik om gedrieën in afzondering te gaan leven in Groenendaal. Op den duur wordt hun kluizenaarsgemeenschap een officieel klooster. Ruusbroec was er niet de meest geleerde bewoner, maar was er wel de geestelijke spil. Door zijn geschriften over het geestelijk leven en de vertalingen ervan reikte zijn invloed tot ver buiten het taalgebied van het Diets.
Ruusbroec schrijft in de traditie van de bruidsmystiek. Hartstochtelijk sleurt hij zijn lezers het pad op van ‘die opgaende hoocheit ons levens in gode’. Via het werkende, het inwendige en het godschouwende leven kan men zover opklimmen dat de ziel zich verenigt met haar oorsprong. God en de ziel versmelten dan in de eenwording van de liefde, het toppunt van het `ghemeyne’ leven.
Onze huidige collectieve onmacht om nog iets te bewaren van het beeld van een persoonlijke God en voorstellingen van een Opperwezen, maakt de boodschap van zulke mystieke schrijvers opnieuw actueel. Mystici zoals Ruusbroec herinneren ons eraan dat ‘Godskennis’ iets anders is dan voor waar of onwaar houden van voorstellingen.

Edith Cavell – *4 dec 1865 Swardeston (GB) – †12 okt 1915 Schaarbeek (B)

Edith Cavell

Ik kan niet stoppen als er levens moeten worden gered

Een eeuw geleden woedde de Eerste Wereldoorlog, die grote uitbarsting van collectieve waanzin in ‘christelijk’ Europa die miljoenen jonge dienstplichtigen en burgers door hun regeringen en legerleiders de dood injoeg. Alleen al de herinneringen aan de slagvelden van toen zou ons hartstochtelijk achter één verenigd Europa moeten laten staan.
Op heiligenkalenders heeft deze oorlog maar weinig sporen nagelaten. Verzet vanuit kerken en de geestelijkheid was er namelijk nauwelijks. De Duitse theologen stonden zelfs ongeveer als één man achter hun keizer. Edith Cavell kwam wel op de heiligenkalender, de Britse. Geen geestelijke maar een verpleegster. Zij had ruim 200 man helpen ontsnappen uit het door de Duitsers bezette deel van België. Daarvoor kwam zij voor het vuurpeleton.
Als oudste van vier dochters van een Anglicaans geestelijke was haar van jongsaf geleerd te delen met wie het minder heeft, ook al was het thuis geen vetpot. Na haar schooltijd was ze een tijd gouvernante geweest, onder andere in Brussel. Ze danste, schilderde, speelde tennis. Na enkele ervaringen met het verzorging van zieken kreeg ze zin in verpleegkunde en volgde ze een opleiding in Londen. Ze verpleegde patiënten met gevaarlijke ziektes zoals tyfus. In 1907 werd ze gerekruteerd als hoofd van een nieuwe verpleegstersopleiding in Brussel. Een paar jaar later begon ze een verpleegkundig vakblad.
Toen de Duitsers eind 2014 Brussel bezetten werd haar kliniek met opleidingsinstituut overgenomen door het Rode Kruis. Ze droeg de verpleegsters op alle gewonden te verzorgen, ongeacht nationaliteit. Maar zelf werkte ze ook voor de Britse geheime dienst mee aan onderduik van Britse en Franse soldaten en van dienstplichtige burgers. Ze hielp om ze via Nederland het land uit te smokkelen. En ze verzamelde inlichtingen. Ze werd verraden en ter dood veroordeeld wegens hoogverraad, ondanks interventie van Amerikaanse diplomatie. Vlak voor haar executie zou ze tegen de kapelaan die haar voor het laatst de communie mocht geven: ‘staande voor God en de Eeuwigheid besef ik dat patriottisme niet genoeg is. Ik moet geen haat of bitterheid voelen tegen wie dan ook’. Ze had een exemplaar van ‘De Navolging van Christus’ in haar cel.
Haar verhaal werd direct onderdeel van de Britse oorlogspropaganda. Ze kwam op een postzegel en kreeg al in 1916 een film. De Duitse keizer besloot vanwege alle protest dat de doodstraf van vrouwen voortaan alleen na zijn persoonlijke permissie mocht worden voltrokken. En ze kreeg standbeelden en nu, een eeuw later, muziekstukken en een herdenkingsmunt. Zelf had ze alleen herdacht willen worden als gewoon een verpleegster die probeerde haar plicht te doen.

Clemens van Rome – Rome, † 101 na Chr.

 

ClemensGeloof, ontzag, vrede, standvastigheid, geduld, soberheid, heiligheid, bezonnenheid

’s Middags aan tafel na het eten lezen uit de Bijbel, ’s avonds uit een kinderbijbel, dat was in mijn jeugd de gewoonte. Maar op vakantie met het gezin in een zomerhuisje onderbrak mijn vader eens deze routine door het voorlezen uit een kleine blauwe paperback. Het was mijn eerste kennismaking met de Eerste Brief van Clemens aan christenen in Korinte. Het meeste van het voorgelezene ging het ene ongeduldige tieneroor in en het andere uit. Maar ik herinner me dat de taal erg leek op die van het Nieuwe Testament. Met Paulus en zijn collega-apostelen was de Heilige Geest dus echt begonnen kerkgeschiedenis te schrijven!

De brief is een geschrift van de gemeente in Rome aan de zustergemeente in Korinte. Er wordt eigenlijk niet aan getwijfeld dat hij dateert uit het jaar 96, ten tijde van de christenvervolgingen van keizer Diocletianus en dus dezelfde ontstaanstijd van het bijbelboek Openbaringen. De brief werd een eeuw later nog steeds in Korinte voorgelezen en het heeft niet veel gescheeld of hij was in het Nieuwe Testament terecht gekomen. Clemens werd een van de Apostolische Vaders: auteurs uit de begintijd van het christendom die voorgoed leergezag kregen.

Clemens Romanus was de derde opvolger van Petrus als bisschop van de kerk van Rome. Verder weten we niets van hem. Mogelijk was hij een vrijgelaten slaaf van een consul. Volgens een legende zou hij zijn verbannen naar de Krim en daar aan een anker vastgebonden in het water zijn gegooid, aldus toeristische informatie over de San Clemente, de kerk die in Rome gebouwd is op de plaats waar hij gewoond zou hebben. Maar dit is latere fantasie.

De Brief is uitstekend geschreven. Er wordt geput uit allerlei verhalen in het Oude Testament en uit de brieven van de apostelen. Uitvoerig citeert hij Jesaja 53 als de nederigheid en het lijden van Jezus in herinnering wordt geroepen. Over Paulus schrijft Clemens dat hij gestorven is nadat hij het ‘uiterste westen’ had bereikt. Ook komen we de vogel Phoenix tegen die wonderlijk uit zijn as herrijst.

En dat alles om op te roepen tot het bewaren en herstellen van onderlinge eenheid en tegengaan van onderlinge jaloezie. Clemens wijst een andere weg bij conflict dan de Krim met tanks bezetten of te wapperen met je bijdrage aan Kerkbalans om de stemming in de gemeentevergadering te beïnvloeden. Een wijze bisschop is soms zo gek nog niet.

Die San Clemente, niet ver van het Colosseum, is overigens een bezoek waard. Sublieme middeleeuwse mozaïeken en fresco’s, resten van de vierde-eeuwse kerk en daaronder een Mithrastempel. Clemens staat op 23 november op de westelijke en op 25 november op de oostelijke heiligenkalenders.

Richard Baxter – * 12 november 1615, Rowton in Shropshire – † 8. Dezember 1691, London

NPG 521, Richard Baxter
NPG 521, Richard Baxter

Hij laat zijn schapen niet verdrinken als hij ze wast en doodt ze niet als Hij ze scheert. Maar zo laat Hij zien dat ze de zijne zijn: de pas geschoren schapen dragen het meest zichtbaar zijn naam of merk.

Zonder de calvinisten geen westerse kapitalisme. Zo stelde de beroemde socioloog Max Weber ruim een eeuw geleden. Zijn stelling staat nog altijd overeind. Calvinisten waren er nogal veel en ze werkten met een goddelijke roeping aan hun zaligheid midden in de wereld. Kostbare altaren en dure missen voor het zieleheil waren niet aan hen besteed. In hun ondernemingen woekerden ze met hun talenten. Met hun sobere en gedisciplineerde leven schoten er winsten over die ze dan weer opnieuw investeerden. En zo vermeerderde rijkdom zich. En de Engelse puriteinen van de achttiende eeuw vormden volgens Weber een belangrijke historische schakel, onder meer in de persoon van Richard Baxter. Weber citeerde zijn ‘Christian Directory’, meer dan 900 bladzijden gedetailleerde aanwijzingen voor een christelijk leven.
Baxter, 400 jaar geleden geboren, zou verbaasd staan. Ook de afdeling ‘Christian Economics’ in dat dikke boek gaat niet over bedrijfsvoering, maar over het leven als christelijk huisgezin. Meer dan 160 boeken schreef deze Engelsman vol met beschouwingen over het geestelijk leven van gelovigen en hun voorgangers, over kerk, theologie en maatschappij. Invloedrijke boeken als ´The Reformed Pastor´, geschreven in 1655 voor een ontmoetingsdag van voorgangers. ‘Studeer hard, want de bron is diep en onze hersenen zijn leeg’. ´The Saints Everlasting Rest´, geschreven tijdens gedwongen rust, of ‘Catholick Theology’, een pleidooi voor pacificatie van veel woordenstrijd om het dogma. Vooral onder evangelicalen is Baxter nog altijd een grote autoriteit. Baxterianen waren voorstanders van een gematigd calvinisme wat betreft de leer van de dubbele uitverkiezing. Ze wilden wel spreken over Gods uitverkiezing, maar niet over een eeuwig goddelijk raadsbesluit tot verwerping van ongelovigen. En voor die uitverkorenen is er dus werk aan de winkel.
In het Engeland van de zeventiende eeuw had een puritein het niet gemakkelijk. Baxter was sinds 1641 Anglicaans voorganger, een tijdlang veldprediker in een regiment van Oliver Cromwell. Hij was betrokken bij de val van deze protestantse dictator en de Restauratie van de troon in 1660. Maar er volgden vele jaren van grote onrust over de koers van de Engelse Kerk. Baxter kreeg na de Akte van Uniformiteit van 1662 als ‘non-conformist’ met uitgesproken politieke opvattingen te maken met obstructie en gedwongen betaling van losgeld. Toen hij zich als prediker in Londen vestigde in een eigen pand werd hem dit al na één kerkdienst ontnomen. In 1685 kwam hij zelfs in de gevangenis, tot de Glorious Revolution die ‘onze’ Willem III en zijn Mary Stuart op de troon bracht. Ondertussen waren puriteinen en andere non-conformisten begonnen te emigreren naar de Britse koloniën aan Noord-Amerika’s westkust. Ze namen ook hun winstgevende arbeidzaamheid mee.
Baxter liet ook veel gedichten en liederen na. Hij haalde in 2013 het nieuwe Liedboek met lied 725, ‘Gij boden rond Gods troon’, geschreven in het jaar van overlijden van zijn vrouw, 1681. Het is voor Allerheiligen.

Hendrik Kraemer – *17 mei 1888, Amsterdam – † 11 november 1965, Driebergen

KraemerDe enige ware kerk is niet de kerk als hotel, waar gasten elkaar eerder vermijden dan ontmoeten, maar als de familie die onder één dak samenleeft in gemeenschap met elkaar – een kerk die spanning en ruzies kan verdragen

Kun je tegelijk voorstander zijn van christelijke zending én van religieuze tolerantie? Hendrik Kraemer was het beide vurig. Vijftig jaar geleden overleed deze veelzijdige, bewogen en visionaire gelovige die zo belangrijk was geweest voor kerk en zending. Hij was opgeleid als taalkundige en godsdienstwetenschapper voor zendingswerk in Nederlands-Indië. Onderweg daarheen was de boot in Egypte blijven steken. Hij liet zich toen in Caïro scholen in kennis van de islam. In Nederlands-Indië werd hij op zijn voorstel niet alleen maar taalgeleerde voor bijbelvertalingen, maar ook adviseur die de kerken hielp om zelfstandig te worden. Nieuwe christenen konden het beste zelf zo snel mogelijk ‘ambassadeurs van Christus’ worden. Zoals ook de Nederlandse kerkganger ‘den plicht en drang tot getuigenis’ moest hebben en overtuigd zijn van de ‘volstrekte vanzelfsprekendheid der zending zowel dichtbij als veraf’.
Internationaal werd Kraemer bekend met een boek over deze ‘apostolaatsgedachte’ voor de belangrijke Zendingsconferentie van 1938 te Tambaram (India). In de lijn van de theoloog Karl Barth wees hij vermenging van christendom met andere religies af. Het moest gaan om de betekenis van Jezus Christus.
En niet alleen kerken, maar ook de volkeren zelf moesten zelfstandig worden. Kraemer bepleitte al in 1931 het nastreven van verzelfstandiging van ‘ons Indië’. Hij stond op goede voet met islamitische voormannen en leiders van de nationale beweging. Tegelijk verdedigde hij zending ook op Bali.
Terug in Nederland en professor in Leiden (1937) werd hij leider van Gemeenteopbouw, beweging voor vernieuwing van de Hervormde Kerk. De kerk moest zich richten op de samenleving. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij gevangen in het kamp Sint-Michielsgestel, zoals zoveel leidende figuren. Na de bevrijding nam hij deel aan de ‘doorbraak’ van de traditionele partijverhoudingen en de oprichting van de PvdA. Zijn apostolaatsgedachte kwam in de nieuwe hervormde kerkorde. In 1947 werd hij de eerste directeur van de denktank van de Wereldraad van Kerken te Bossey in Zwitserland.
Deze bijzondere loopbaan had niet voor de hand gelegen. Hij was geboren in een arm gezin in een achterbuurt in Amsterdam. Tijdens het Palingoproer was er een kogel door zijn wieg gevlogen. Als jonge wees kwam hij in een socialistisch gezin. Later in het Hervormde weeshuis maakte de kille sfeer hem tot een nozem, een ‘Amsterdams lieverdje’. Maar hij was er geraakt door de Bijbel die werd voorgelezen. Handelingen werd zijn favoriete bijbelboek, de levende Heer zijn ‘enige wettige eigenaar’. Zulk geloof kan je dus koersvast en recht door zee maken.

Marie Dentière – *plm. 1495 Tournai (B) – † 1561 Genève

Marie Dentière

 

Hebben we twee evangelies, een voor mannen en een voor vrouwen? 

Op het grote monument in Genève ter herinnering aan de Reformatie staat sinds 2002 tussen al de mannen één naam van een vrouw, Marie Dentière. Ze was als jong meisje uit ingetreden in een klooster van de Augustinessen. Al vanaf 1520 werden ook in Tournai en omgeving de nieuwe ideeën van Maarten Luther verspreid. Ze verliet het klooster en trouwde in 1528 in Straatsburg met een voormalige priester uit haar geboortestad, Simon Robert. Ze werkten een paar jaar in Zwitserland voor hij in 1533 overleed. Marie trouwde toen met de predikant Froment. In 1535 zijn ze betrokken bij de overgang van Genève tot de Reformatie. Zij vergezelt de Raad van de stad bij een bezoek aan het Clarissenklooster. Daar vinden de dames dat ze maar een duivelse tong heeft. In deze jaren preekt ze dus, in elk geval tegen vrouwen en met goedvinden van het stadsbestuur.

In 1539 publiceert ze een open brief aan Margaretha van Navarre, zuster van de koning, sympathisante van de Reformatie. Ze bepleit daarin het verdrijven van de priesters uit Frankrijk en maakt zich boos over de domheid van de predikanten van Genève die op dat moment Calvijn en zijn collega Farel uit de stad hadden verdreven. En ze wil een grotere rol voor vrouwen in de kerk. ‘Wie hebben ketterijen en valse leer op aarde uitgevonden? Mannen. Er is niet één valse profetes geweest, er zijn wél vrouwen door valse profeten misleid.’  ´Als God zijn genade schenkt aan sommige goede vrouwen, aan haar iets goeds en heiligs openbaart door zijn Schrift, moeten zij dat dan niet opschrijven, vertellen aan anderen, omwille van de verachters van de waarheid? Hun dat beletten zou schaamteloos zijn, en voor ons stompzinnig om het talent in de grond te stoppen dat God ons heeft gegeven.´ Maar dit was al te opruiende literatuur. Genève verbood voor de rest van de eeuw elke publiciteit door vrouwen.
Niet altijd stond ze op één lijn met Calvijn. Halverwege de jaren ’40, Calvijn is weer terug in Genève, raken zij en haar man met hem in de clinch. Ze heeft kritiek op zijn lange jas, kledingstuk van de elite. Calvijn schrijft dat ‘deze trotse en wraakzuchtige Marie Dentière haar man Froment volledig in haar macht heeft’. Haar man die bijverdiende aan wijnhandel raakt zijn predikantschap kwijt. Toch zijn ze later samen weer in Genève te vinden en ook terug in het kamp van Calvijn. Hij vindt  er werk en zij schrijft in 1561 een voorwoord bij een preek van Calvijn over de eenvoud van vrouwen en hun kleding. Haar eigen dochters voedde ze gedegen op. Ze moesten onder andere Hebreeuws leren.

Tekle Haymanot – * plm. 1215, Zorare – † plm. 1313, Debre Libanos (Ethiopië)

Tekel HaymanotMensenkind, sta op je voeten! (Ez. 2:1)

Teklehaimanot, voornaam Daniel, was de eerste Afrikaanse wielrenner die in de bolletjestrui reed, in de Tour de France van 2015. Een Eritreeër.
Maar die bedoel ik niet. Evenmin de patriarch van de Ethiopisch Orthodoxe kerk die werd afgezet door het marxistische regime dat na de dood van keizer Haile Selassie in 1974 aan het bewind kwam. Ook al was Abune Takla Haymanot (1918-1988) een dapper man. Hij protesteerde tegen napalmbommen op Eritrese opstandelingen.
Ethiopië is uniek omdat het de eeuwen door als enige land in de wijde regio de opmars van de islam heeft weten te weerstaan. Het christendom heeft er een eigen kleur behouden. Net als de meeste andere kerken uit het oosten en westen die voor de Reformatie zijn ontstaan, heeft men er een heiligenkalender. Maar met op één punt een absolute eigenaardigheid. Tekle Haymanot staat er namelijk elke maand op, op de 24ste. Als je zelf op een 24ste geboren bent maakt dit je dan extra nieuwsgierig. En deze Tekle Haymanot is ook nog eens de enige Ethiopische heilige die ook door kerken buiten Ethiopië erkend is.
Hij was de monnik die in 1284 het klooster van Debre Libanos stichtte dat een van de belangrijkste heiligdommen van het Ethiopische christendom werd – de abt van dat klooster was meestal plaatsvervangend kerkleider van het land. Onze heilige had een lange geestelijke vorming doorlopen in verschillende kloosters en bij geestelijken elders in het land. Hij zag het als zijn missie het heidendom weer terug te dringen. Het gewelddadige optreden van een heidens vorst had het christendom in het land een terugslag bezorgd.
Op afbeeldingen is Tekle Haymanot meestal een oude man met vleugels en met maar één been. Een legende zegt dat hij vleugels kreeg toen de duivel hem probeerde te verhinderen naar Jeruzalem te reizen om er de Hof van Gethsemane en de heuvel Golgotha te bezoeken. Een mooi verhaal. Ook het Ethiopische christendom wist zich dus onverbrekelijk verbonden met het lijden en sterven van Christus.
Over zijn benen wordt verteld dat hij er een gebroken zou hebben door zeven jaar lang te bidden staande op één been. Het is een verwijzing naar strenge ascese. Tekle Haymanot leidde een gedeelte van zijn leven een kluizenaarsleven.
En zijn naam staat kennelijk eeuwen later nog garant voor standvastig leiderschap. En voor sterke benen en het krijgen van vleugels die nodig kunnen zijn om bergen te beklimmen. Als bergen in het leven opdoemen kan de noeste volharding in het gebed net zo waardevol blijken te zijn als stevige training voor de wielrenner. In wat voor vorm of taal dan ook.

Rabbi Nachman van Bratzlav – 4 april 1772 Medzhybizh – 16 oktober 1810 Uman (Oekraïne)

Nachman van BratzlavDe essentie van wijsheid is bewustwording hoever je van wijsheid vandaan bent

Eens was de Oekraïne bezaaid was met Joodse gemeenschappen. In die gemeenschappen laaide het vuur van het chassidisme hoog op, het jodendom van eenvoud, passie, liefde, broederschap en verhalen. En rabbi Nachman van Bratzlav werd een van zijn beroemdste rebbes.
Hij was een verscheurde en complexe persoonlijkheid. Intelligent, gevoelig, vroegrijp, enorm wispelturig en onberekenbaar. Een van de overgrootvaders was de Baal Shem Tov, de beroemde zeventiende eeuwse stichter van het chassidisme. Maar Nachman was ertegen dat chassidische rabbijnen om hun komaf op een hoog voetstuk werden gezet. Elke chassied moet zoeken naar de ‘tsaddiek’, de rechtvaardige, in zichzelf. En bidden doe je tot God, niet tot een rebbe.
Op zijn dertiende was hij al getrouwd, beroemd en had hij al een leerling. In 1798-1799 maakte hij een tocht naar de joden in Israël en bewerkte hij een verzoening tussen twee conflicteren partijen in de chassidische beweging aldaar. Een tijd lang deed hij aan strenge ascese. Vasten en zelfkastijding waren nodig om boete te doen.
Maar later riep hij zijn volgelingen op geen fanaticus te zijn. Bijzondere toeleg op één van de geestelijke praktijken van de Mitswot, de geboden, en de andere alleen gewoon beoefenen, was in zijn ogen voldoende. Je moet vreugde bewaren, dagelijks met God praten ‘als met je vriend’, bij jezelf en de anderen om je heen steeds de goede punten opzoeken. En muziek maken voor je spirituele ontwikkeling. Dagelijks een uur mediteren in dagelijkse afzondering, het liefst ergens in het veld of in een bos, werd dankzij hem een speciaal kenmerk van de Bratzlaver chassidiem.
Maar hij werd vooral beroemd door zijn verhalen. Daarin wemelt het van koningen, soldaten, prinsen, wijzen, bedelaars; heilige of wonderbaarlijke rabbijnen komen er niet in voor. Ze maken wonderlijke avonturen mee, verdwalen, worden gered uit rampen, krijgen een schat in bewaring. Maar de verhalen zijn springerig, geheimzinnig en diepzinnig. Vaak zijn het meerdere verhalen in één verhaal. De gebroeders Grimm die elders in Europa sprookjes verzamelen en bewerken, zijn van dezelfde generatie. Maar de verhalen van Nachman zijn doelbewust geweven uit religieuze symboliek. Het zijn geen sprookjes voor het slapen gaan, maar om wakker te worden. De koning is natuurlijk God, niet Napoleon die zichzelf tot keizer kroont. De mens krijgt die koning eigenlijk niet te zien, maar heeft wel zijn brief (de Tora) of een kostbare schat. Er moet vaak wat hersteld of gevonden worden. Wat stuntelt, rommelt, dwaalt en tobt de mens met wat hij van zijn Schepper gekregen heeft, ontloopt hij de waarheid! Maar het loopt vaak goed af. De mens kan contact krijgen met het geheim van zijn leven. Nachman brengt de hunkering naar verbroken zielsharmonie tot uitdrukking, het verlangen naar verlossing.
De verhalen werden met eerbied bewaard. ‘Maak gebeden van mijn verhalen’, was zijn wens. Hij stierf als vader van een groot gezin op 38-jarige leeftijd. Zijn graf in Uman, halverwege Kiev en Odessa, is tot op vandaag een belangrijk bedevaartsoord van chassidische joden uit de hele wereld. Zijn stoel werd door volgelingen in stukjes naar Jeruzalem gebracht.

Huldrych Zwingli – 1 januari 1484, Wildhaus – 11 oktober 1531, Kappel am Albis (Zw)

zwingli02Heer, stuur zelf het schip der kerk. Sterk is wind en tegenstroom en dat vindt de vijand schoon (L. 965)

Naast Luther en Calvijn was Zwingli de derde grote voortrekker van de Kerkhervorming van de zestiende eeuw. Hij was leeftijdgenoot van Luther. Het Zwitserse Zürich was zijn hoofdkwartier. De Reformatie was een beweging die vooral in steden in Noord-West-Europa om zich heen greep, vaak gedragen door ontwikkelde en jonge burgerij. Zwingli was ook goed opgeleid. Hij had een grote stem, handig voor een priester van de hoofdkerk van Zürich. Op portretten kun je bijna zien dat deze boerenzoon een lefgoser was. En die boerse uitstraling past bij de draai die de Reformatie in Zürich in een paar jaar tijd onder zijn leiding kreeg. Hij liet het zilver- en goudwerk, de beelden en altaarstukken uit de kerk verwijderen. Het plechtig offer van de ‘paapse mis’ moest plaatsmaken voor een gemeenschapsmaal dat het eenmaal volbrachte offer van Christus niet herhaalde maar alleen herdacht. Zittend rond een tafel moest er gewoon brood worden rondgedeeld op houten borden en wijn gedronken uit houten bekers. Ongeveer zoals thuis. Vier keer per jaar was genoeg.
Even radicaal was zijn uitleg van de tegenwoordigheid van Jezus Christus in het Avondmaal. Hij was hierbij beïnvloed door Nederlandse humanisten. Brood blijft brood en wijn blijft wijn. Er vindt geen verandering van ‘substantie’ of ‘essentie’ plaats, wanneer wij brood en wijn nuttigen in het Avondmaal, alleen een verandering van betekenis en een geestelijke verandering van de gelovige deelnemers. Deze opvatting leverde al snel veel discussie op binnen de hervormingsbeweging en leidde tot de splitsing tussen lutheranen en gereformeerden.
Zwingli schafte ook het verplichte vasten af en het celibaat. En de kerkmuziek. Hij kon zelf minstens tien muziekinstrumenten bespelen en musiceerde ook graag. Maar het moest niet in de kerkdienst. Het orgel werd afgebroken. Volgens hem stond er in Efeziërs 5: 19 ‘spreekt onder elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen’ gevolgd door de opdracht om te zingen ‘in’ je hart en niet ‘met’ je hart. De communicatie met God en de ontvangst van zijn heil is een geestelijke kwestie. Mooie muziek, lekkere wierook en glinsterend borduurwerk kunnen je aandacht teveel afleiden.
Wel onmisbaar is het gesproken woord van Bijbellezing en preek die de boodschap voor ons hier en nu brengt. Hij begon zijn optreden in Zürich in 1519 door tegen de leesroosters in het hele evangelie van Mattheüs week na week uit te leggen. En nog voor Luther de Bijbel vertaalde kreeg Zwingli samen met Leo Jud in vijf jaar tijd de Zürcher Bibel op de drukpers.
Even dachten de ‘dopersen’ dat Zwingli hun man was. Deze linkervleugel van de Reformatie wilde ook af van de kinderdoop en de invloed van de overheid op de kerk. Maar dat ging Zwingli te ver. De Reformatie was juist door het stadsbestuur doorgevoerd. En de met moeite verworven vrijheid voor het Evangelie mocht desnoods met het zwaard verdedigd worden. Toen de Reformatie daadwerkelijk op oorlog uitliep tussen de steden en kantons van Zwitserland sneuvelde Zwingli in een veldslag.

Franciscus van Assisi – 1181 of 1182 Assisi  –  4 oktober 1226 Portiuncola

Waar armoede is met blijdschap, daar is geen begerigheid en hebzucht

Franz_von_Assisi

 

 

Vlak na de zonsondergang van 3 oktober 1226 blies Franciscus zijn laatste adem uit. Naaste broeders waren erbij, evenals zijn weldoenster Jacoba, net uit Rome aangekomen met de koekjes die hij lekker vond en met de grijze stof waarin hij begraven zou worden. De zon zag hij al een tijd niet meer door een ernstige oogontsteking. Franciscus had ‘broeder ezel’ behoorlijk afgepeigerd met zijn vele vasten en jarenlange afzien van elke vorm van luxe. Maar tot op het laatst brandde er in dat lichaam een enorme gloed. Onlangs nog was het Zonnelied opgeweld uit het diepst van zijn ziel. Het was direct de ronde gaan doen. Niet alleen zon, maan en sterren, wind en water waren zijn broeders en zusters, maar ook de dood. Zij is de uiteindelijke verlosser van pijn en lijden en brengt je leven tot voltooiing. Overweging van haar nadering leidt je tot goede keuzes.
Buiten kwetterde er luid een troep leeuweriken, alsof zijn favoriete vogels de uittocht van zijn ziel begeleidden. Binnen zagen sommige broeders nu pas voor het eerst zijn stigmata. Franciscus had deze wonden in zijn handen en voeten en in zijn zijde zoveel mogelijk voor anderen verborgen gehouden. Hij had ze sinds een jaar of twee, sinds een visioen in een hut hoog in een bos. Nog nooit eerder was dit iemand overkomen.
Volgens zijn wens werd hij na zijn overlijden eerst enige tijd naakt op de aarde gelegd. Kleren spelen een grote rol in de verhalen over zijn leven. Franciscus was zoon van een lakenkoopman. Twintig jaar eerder had de voormalige playboy publiekelijk al zijn kleren uitgetrokken en teruggegeven aan zijn vader. De jacht op bezit, macht en aanzien was ingeruild voor een huwelijk met Vrouwe Armoede om zich een schat in de hemel te verwerven. In de aanloop naar dat keerpunt had hij al eens van kleren gewisseld met een bedelaar bij de Sint Pieter, net als hij zijn afkeer van melaatsen had overwonnen door er een te omhelzen. En hij was een klein kapelletje gaan repareren, gehoorzaam aan een droom. Franciscus was diep geraakt door een beeld van een gekruisigde Jezus. Sindsdien had hij met niet aflatende energie diens woorden letterlijk nagevolgd: op weg gaan zonder reiszak, zwaard of sandalen, breken met je ouders, altijd groeten met vrede. Duizenden waren in de ban geraakt van de aanstekelijke levensvreugde van deze troubadour. Zijn preken, doorspekt met voorbeelden uit de dierenwereld en soms onderstreept met clowneske capriolen, hadden mensen van alle rangen en standen tot bezinning gebracht. Hij had grote conflicten helpen bijleggen, een hongerige wolf ingetoomd en zelfs bij de sultan van Egypte midden in het strijdrumoer van een kruistocht respect afgedwongen, door  ook deze ‘vijand’ ongewapend tegemoet te treden met zijn vredegroet. De hervormingspaus Innocentius III had zijn roeping erkend. In korte tijd waren er drie ordes ontstaan met nu al duizenden mannen en vrouwen die zijn voorbeeld volgden. Maar Franciscus had ook water in de wijn moeten doen van zijn idealen. De Minderbroeders zouden in stenen gebouwen wonen en over boeken beschikken en zich ook bezig houden met universitaire wetenschap.
Franciscus werd schutspatroon van de ecologische bewustwording en zijn sterfdag werd dierendag geworden. De huidige paus onderstreept alleen al met zijn naam het belang van de totaalboodschap van dit leven ook voor nu.