Archive

Posts Tagged ‘hervormden’

Corrie ten Boom – *15 april 1892, Amsterdam – † 15 april 1983, Placentia (VS)

November 12th, 2018 Comments off

Er is voor Jezus geen duisternis te groot, of Zijn licht kan die verdrijven

Zulke dingen zei Corrie ten Boom rechtstreeks op de man of de vrouw af, zo gauw ze vermoedde dat iemand niet erg positief in het leven stond. Het maakte haar niet uit of het een Gestapo-officier was, een wrede kampbewaakster of een medegevangene uit de afdeling ‘gewone’ criminelen.
De vriendelijke Haarlemse werd wereldberoemd. Haar biografie en haar boeken werden internationale bestsellers, helemaal toen ´De Schuilplaats´ ook werd verfilmd. De horloge- en klokkenzaak in de Barteljorisstraat in Haarlem, waar ze met haar vader en zuster woonde en onderduikers herbergde, werd een waar bedevaartsoord. Honderdduizenden zagen er sinds de opening in 1988 de ‘engelenbak’, zoals de slaapplaats achter een dubbele muur door het gezin ten Boom genoemd werd.
Het gezin was orthodox hervormd. Vader Casper was in heel Haarlem bekend en geliefd. Corrie was in 1924 de eerste gediplomeerde vrouwelijke horlogemaker in Nederland. Net als zus Betsie bleef ze thuis wonen en in de zaak meewerken. De familie had veel ervaring met pleegkinderen. Corrie begon een meisjesclub met muziek, gym en bijbelles. Tijdens de bezetting verborgen ze Joodse vluchtelingen. Op verraad volgden arrestatie en gevangenschap. Vader bezweek al snel, Betsie en Corrie kwamen via kamp Vught in vrouwenkamp Ravensbrück terecht. Ze maakten er de bekende ontberingen mee. Veel te volle barakken, wrede behandeling, ondervoeding, akelige ziekte, harde arbeid. Waar en wanneer maar mogelijk preekte Corrie er. ‘Gevangene en toch…’ is haar vlot geschreven, bewogen verslag. Het lijkt of ze in elke situatie direct een Bijbeltekst paraat had, zo gedreven was ze om te getuigen van de liefde van Christus voor ieder mens en van de kracht ervan. Ze wist ook werkelijk tot stugge en vijandige mensen door te dringen. Al direct bij de eerste officier die haar ondervroeg wist ze het gesprek om te buigen tot een pastorale ontmoeting. Het verhaal blijft geloofwaardig omdat het ook volstrekt eerlijk is over haar ontzetting over de wreedheden en haar angsten.
Betsie stierf in het kamp, Corrie kwam dankzij een administratieve fout eind 1944 vrij. Na de oorlog stortte zij zich volledig op evangelisatiewerk. Ze trad op in meer dan zestig landen. Het evangelie van vergeving daagde ook haarzelf uit. Kon ze Jan Vogel vergeven, de man die haar familie had verraden? Ze stuurde hem een brief en een Nieuw Testament waarin ze de ‘weg tot behoud’ had onderstreept. Kort voor zijn executie heeft de man zich nog bekeerd.
Haar laatste levensjaren bracht ze door in Californië.

Franciscus Gomarus – *30 januari 1563, Brugge – † 11 januari 1641, Groningen

October 24th, 2018 Comments off

Sommige dingen bewerkt God alleen, andere laat hij toe om ze ten goede te keren

Als je vuile ramen hebt moet je de zon niet de schuld geven van weinig lichtinval. Maar als de kleuren van het bovenraam helder op je tapijt worden geprojecteerd, komt dat dan door je trouw ramen zemen? Of heb je die trouw misschien ook te danken aan de zon die jou verleidt om haar licht maximaal te laten schijnen?
Gomarus was de belangrijkste theoloog van de contraremonstranten. En de roemruchte Synode van Dordrecht van 1618-1619 bepaalde dat de visie van de contraremonstranten leidend zou zijn voor de ‘vaderlandse kerk’. Tijdens de eerste decennia van de Republiek der Nederlanden nam het theologisch debat een hoge vlucht. Tot in de finesses werd de leer van de rechtvaardiging door het geloof, uitverkiezing en voorbeschikking scherp geslepen. Het standpunt dat het meest de eer gaf aan de zon van Gods soevereiniteit won het.
Dit calvinisme had vanuit het zuiden ons land veroverd. François Gomaer was een Vlaming, zoon van een waard. Hij studeerde zoals studenten al eeuwen deden op diverse plaatsen: Straatsburg, Cambridge, Oxford, Heidelberg. Als predikant van de vluchtelingen in Frankfurt a.d. Main moest hij vertrekken toen lutherse predikanten de calvinisten in het nauw dreven. De jonge universiteit in Leiden wilde hem wel hebben. Maar hij kwam er rond de eeuwwisseling in conflict met zijn collega Arminius. Uit onvrede over het benoemingsbeleid vertrok hij naar Middelburg en later naar het Franse Saumur, centrum van protestantse theologie. Vanaf 1618 tot aan zijn dood was hij hoogleraar aan de nagelnieuwe universiteit in Groningen. Net als zijn derde vrouw is hij er begraven in het koor van de Martinikerk.
Stedelijke regenten van de Amsterdamse grachten zijn andere mensen dan Vlamingen die vervolging achter de rug hebben. Dit verschil speelde mee in het grote religieuze conflict dat tijdens het Twaalfjarig Bestand werd uitgevochten.
Lang niet over alle theologische geschilpunten werden in Dordrecht knopen doorgehakt. Zo schaarde Gomarus zich bij de supralapsaristen, de Bovenvaldrijvers. Maar de synode hield ook de Benedenvaldrijvers de hand boven het hoofd. En Gomarus voegde zich. Hij was wel vurig maar niet compromisloos en onverzoenlijk.
Zijn tijd in Groningen werd deels opgeslokt door het vertaalwerk voor de Statenvertaling. Hij had als revisor een groot aandeel in het Oude Testament. Hij was een groot kenner van het Hebreeuws, het Aramees en het Syrisch en verdiepte zich in de joodse Talmoed.
De laatste studie over Gomarus is van een Zuid-Koreaan. Nederlands calvinisme is een succesvol exportproduct.

(2018)

in memoriam Henri Veldhuis (1955-2018)

August 19th, 2018 Comments off

Als wij zelf van mening zijn dat die liefde, zoals die in Christus aan het licht gekomen is, het hart is van de theologie….

In een indrukwekkende dienst onder de prachtige pastorale leiding van Kees van der Zwaard nam de protestantse gemeente van Culemborg op 13 augustus 2018 afscheid van haar predikant. Het 25-jarig ambtsjubileum van Henri als predikant van de (eerst hervormde) Barbaragemeente was ruim een jaar ervoor gevierd. Ik was een jaargenoot van hem en onze jaarclub bestond net veertig jaar. Die jaarclub was een van zijn vele initiatieven en activiteiten die tot goede dingen geleid hebben en waardoor dit overlijden een verlies is dat verder reikt dan de gemeente Culemborg.
In september 1975 begon de studie. Henri, afkomstig uit de Noordoostpolder, oudste van tien kinderen van een fruitkweker, had er twee jaar vooropleiding opzitten omdat hij niet het juiste pakket had. Hij stimuleerde een paar a.s. theologen die elkaar intussen als aspirant-leden van de reformatorische studentenvereniging CSFR hadden leren kennen om samen op ‘Voetius’ te gaan, het theologendispuut voor studenten uit de gereformeerde gezindte. We wisten al wel dat we zelf nogal kritisch stonden tegenover onze achtergrond, maar aldus Henri: ‘op Voetius wordt het hardst gestudeerd en er is ruimte voor een kritische houding’. Op dat moment zwaaide Klaas Vos er flamboyant de voorzittershamer, dat scheelde ook (later VPRO-presentator en weer later toch weer dominee en altijd Ajax-fan). En in die jaren was het dispuut voor de vorming haast net zo belangrijk als de officiële studie. Drie jaar later, in 1978, nam Henri het initiatief om maar alvast een jaarclub te vormen die met eigen bijeenkomsten in vorm zou komen voor latere ontmoetingen na de studie. Dat betekende studeren met elkaar mét altijd een liturgische opening én na afloop de fles open. We begonnen met een stuk of zestien, de linker helft van de dertig in 1975 aangetreden dispuutsleden. Er sprak ook zendingsdrang uit. We zouden een missie te vervullen hebben in een kerkelijke en theologische context die allerminst koersvast was. Zo was Henri in die tijd er (nog) niet helemaal van overtuigd dat de theologie van Karl Barth die op dat moment in ons onderwijs dogmatiek de toon zette, voldoende van geseculariseerd denken vrij was. En wat filosofie betreft was hij ook ontevreden over ons onderwijs: teveel Angelsaksische taalfilosofie, te weinig ‘continentale filosofie’. Dus Henri liet belangstellende medestudenten kennis maken met teksten van Emanuel Levinas. Later wijdde hij een aparte doctoraalscriptie filosofie aan deze grote Frans-joodse denker. In het jaar dat hij voorzitter was van het Utrechtse dispuut van de CSFR leidde hij een voortreffelijke reeks lezingen over het jodendom die een echte ontmoeting werden.

Onder invloed van Klaas Vos raakte hij betrokken bij de contacten met dissidenten in Oost-Europa via Hebe Kohlbrugge. Het zou resulteren in geheime coördinatie van lezingen van filosofen en theologen voor dissidenten van de Charta-beweging in Tsjecho-Slowakije rond de latere president Vaclav Havel. In die jaren ’70 had het christen-socialisme nogal nadrukkelijk wortel geschoten onder Utrechtse theologiestudenten, waarbij kritiek op Oost-Europa ‘not done’ was. Hebe Kohlbrugge – net als deze christen-socialisten óók Barthiaan – hielp ons aan een andere kijk en stimuleerde met kracht netwerken van contacten met kritische christenen en humanisten. Helaas ontstond er verwijdering tussen Henri en Hebe, twee sterke karakters, en Henri stopte ermee. Na de val van het IJzeren Gordijn kreeg hij wel een erepenning van de Praagse Karelsuniversiteit voor zijn werk.

Daadkrachtig, voortvarend, koersvast! De gave om helder hoofdlijnen te tekenen na altijd grondige oriëntatie kwam vervolgens allereerst tot uitdrukking in zijn promotieonderzoek over een randfiguur, de belastingambtenaar uit het pruisische Koningsbergen van de achttiende eeuw toen Immanuël Kant daar aan Europa filosofische Verlichting schonk: Johann Georg Hamann. De vorige theologengeneratie kende Hamann al van het prachtige boek ‘Natuur en genade bij J.G Hamann’ van E. Jansen Schoonhoven (het stond ook in mijn vaders kast te verstoffen en ik heb het gedeeltelijk verslonden). Henri overtroefde dit met een nogal definitief boek dat deze bijzondere lutherse denker een belangrijke plaats gaf in de grote westerse traditie van Augustijns-klassiek christelijke theologie.

Kort erna gaf Henri de openingslezing op een conferentie van de hervormde dogmatici over ‘Openbaring en werkelijkheid’. Die was samen met het daaropvolgende debat met prof. Bram van de Beek instructief zowel voor Henri’s theologisch engagement als voor de mate waarin hij toen in 1994 professorabel was. Henri was hier de woordvoerder van wat een tijdlang de ‘Utrechtse School’ genoemd werd. Met Antoon Vos als leverancier van een paar belangrijke historisch-filosofische inzichten trok een groep theologen in verschillende constellaties op om samen wetenschappelijk werk te leveren. Henri raakte voor lang actief in het Duns Scotus gezelschap dat werk van deze grote middeleeuwse theoloog onderzocht en in publicaties toegankelijk maakte. Vooral dat laatste was Henri’s kwaliteit: toegankelijk maken door hoofdlijnen aan het licht te brengen. Het andere initiatief was de ‘Utrechtse Studiedagen’ waaruit een reeks publicaties voortkwam.

Maar hij was na zijn promotie – en intussen getrouwd en vader van twee kinderen – predikant in Culemborg geworden en is dat gebleven. Met hart en ziel, bewogen en creatief, kritisch en ruimhartig. Een gemeente met een grote kerkmuzikale traditie.  Als predikant legde hij grote gevoeligheid aan de dag voor pastoraal-psychologische vragen en wist hij daarover indringende diensten te houden. Hij had ook persoonlijk de nodige worstelingen doorgemaakt met hinderlijke ‘schaduwen’. En in de 26 jaar dat Henri er werkte werd de Barbaragemeente ook de thuishaven van de beweging voor bibliodrama en dans in de kerk én de moederkerk van protestantse vriendschap met Palestijnse christenen. De Stichting de 7de hemel voor bibliodrama en dans had hem tot voorzitter gemaakt en vrij onlangs ook de daaraan gelieerde werkplaats voor bibliodrama dat de verschillende stromingen in het bibliodrama bundelt.

Daarnaast bleef hij kritisch betrokken op de landelijke kerk en de samenleving en een voorvechter van de mensenrechten. Het IJzeren Gordijn en de Berlijnse Muur waren in 1989 gevallen. Een andere Muur werd niet veel later juist opgetrokken, met nog meer beton en prikkeldraad, dwars door het gebied van het Palestijnse volk. Jeannette de Boer-de Leeuw (echtgenote van zijn filosofiedocent Theo de Boer, en destijds moderamenlid van de Hervormde Synode) opende naar zijn zeggen hem de ogen voor de mensenrechtensituatie in Israël en Palestina. En ‘Vrijstad Culemborg’ was en werd steeds meer de leverancier van deelnemers aan initiatieven als de Olijfboomcampagne, Vrienden van Sabeel, Stichting Kairos Palestina en de Vrienden van de Tent of Nations. Van dat laatste werd Henri mede-oprichter, zoals hij het eerder was samen met oud-premier Dries van Agt van The Right’s Forum dat de Nederlandse politiek bij voortduur van gedegen kritiek dient wat betreft het Palestina-Israël-beleid. Daoud Nassar, de christelijke eigenaar van de Palestijnse vredesboerderij Tent of Nations, was zijn vriend geworden, zoals tot uitdrukking kwam in de jubileumviering van Henri’s 25-jarig ambtsjubileum. Op veel conferenties van de Palestina-vriendschappen (en andere) was Henri de fotograaf. Voor ‘Kairos-Sabeel’ (toen nog niet gefuseerd) schreef hij een kleine kritische ‘Israël-theologie’ in brochurevorm die het qua toegankelijkheid én inhoud verdiende om uitgegeven te worden als officiële kerkelijke standpuntbepaling. En via zijn veelbezochte website – helemaal zelf ontwikkeld – werd hij met kritische en scherpe commentaren een belangrijke luis in de pels van kerkleiding en dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.

Die betroffen niet alleen het Midden-Oosten-beleid dat te veel gegijzeld werd door doorgeslagen christelijke solidariteit met de staat Israël. Hij vond ook lang dat de kerkleiding in toonzetting en beleid te ver achter de feiten aanliep en struisvogelpolitiek bedreef wat betreft de doorgaande ontkerkelijking. En of de missionaire kansen om dat te keren realistisch begroot werden?
Vanuit zijn diepe doordenking van een visie op recht en onrecht vanuit het hart van het Evangelie was hij ook een gerespecteerd gesprekspartner van het justitiepastoraat. Op een van hun studiedagen pleitte hij voor integratie van strafrecht en herstelrecht, met de stelling dat schuldverwerking en herstel alleen mogelijk is op basis van hoop op liefde en ontferming.

Zijn boek Kijk op geloof (ook in het Indonesisch vertaald) liet zich lezen als een kleine geloofsleer. Het is goed bruikbaar gebleken voor gespreksgroepen in de gemeente. Het paart diepgang aan eenvoud en eerlijk geloof aan ruimte om met hem van mening te verschillen (zo was mijn gebruikerservaring). Het hoofdstukje over de ontmoeting met de islam bijvoorbeeld stijgt nog altijd uit in kwaliteit van toonzetting boven menig schrijfsel in het kerkelijke en politieke landschap dat ofwel te bang is voor islamkritiek of te bang voor hartelijke herkenning van moslims als authentieke mede-aanbidders.

Een belangrijk theologisch initiatief was ook zijn voorzitterschap van de Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie. Onder zijn leiding kwamen de drie delen Verzameld Werk van Daniël Chantepie de la Saussaye (1818-1874) tot stand. Nog in onze studietijd hadden we een keer alle brochures van deze theoloog uit de universiteitsbibliotheek staan kopiëren. Van Antoon Vos hadden we geleerd om deze geestelijke vader van een stroming die meer dan een eeuw lang belangrijke theologen heeft opgeleverd, óók te zien in het kader van die grote hoofdstroom van ‘klassieke Augustijns-Anselmiaanse theologie’. De ethischen huldigden een ander vrijheidsbegrip dan de calvinistische predestinatieleer die ons in onze jeugd had geplaagd. En ze waren ook theologen voor wie de persoon van Jezus Christus het heldere en stralende middel- en vertrekpunt van geloof en theologie is.

Op de laatste studiedagen van onze jaarclub hadden we samen op zijn voorstel delen uit de evangelist Marcus gelezen. Deze keer voor ‘t eerst in onze veertig jaar geen wetenschappelijk boek of cultureel thema maar rechtstreeks de Bijbel en dan de oudste evangelist. Dichter bij de Heer kun je niet komen. Voor de vaste filmavond – zoals altijd met Henri’s uitstekende apparatuur – had hij deze keer oude tv-opnames opgeduikeld met Karl Barth en met K.H. Miskotte over Barth. We konden niet vermoeden hoezeer hiermee een belangrijke cirkel van Henri’s leven rond gemaakt werd.
De vijftigste sterfdag van Barth valt op 10 december a.s. precies samen met de tweehonderdste geboortedag van Daniël Chantepie de la Saussaye.  Henri zal het niet meer meemaken. Tijdens een wandelvakantie in Engeland stond zijn hart plotseling stil.

Hermann Friedrich Kohlbrugge – *15 augustus 1803, Amsterdam – † 5 maart 1875, Elberfeld

December 28th, 2017 Comments off

Kracht heb ik niet om mijzelf te bekeren

Hebe Kohlbrugge, de markante verzetsvrouw die onlangs als 102-jarige overleed, was een groot aanhangster van de theologie van de Zwitser Karl Barth. En Barth had op zijn beurt grote waardering voor haar overgrootvader. In zijn belangrijke beschrijving van de theologie van de negentiende eeuw had hij deze Kohlbrugge zelfs als enige Nederlander in de portrettengalerij opgenomen. Barth schreef hem bovendien hoger aan dan alle geleerde Duitse theologen van die eeuw: de enige echte voorloper van zijn eigen theologievernieuwing.
Qua principiële en strijdbare opstelling had de achterkleindochter ook wel iets van deze zoon van een Amsterdamse zeepzieder. Aan het einde van zijn studie theologie kwam hij zo in conflict met zijn eigen Hersteld Lutherse predikant, dat de weg naar een pastorie geblokkeerd raakte. Ook de Hervormde Kerk in de tijd van koning Willem I hield niet van zulke scheurmakers. Omgekeerd kon ondanks zijn orthodoxie het Réveil of de Afscheiding van 1834 hem niet bekoren. Met Isaac da Costa, spilfiguur van het Réveil, kwam het in 1833 in een ‘hoogst belangrijke briefwisseling’ over de leer van de heiliging tot een publieke botsing.
1833 was het jaar van Kohlbrugges veelbesproken ‘komma-preken’ over de tekst: ‘Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde’ (Romeinen 7:14). De komma in de vertaling maakt een heel verschil. Het is niet zo dat je alleen maar voor zover je niet onder bereik leeft van de Heilige Geest een zondig mens bent. Vanuit God gezien ben je in de totaliteit van je bestaan een tekort schietend mens. Beroep je niet op een of andere heilige ‘binnenmens’ vol goede bedoelingen die er in jou ergens diep in de ‘grond der ziele’ schuil zou gaan. Je raakt telkens weer in jezelf teleurgesteld. Vertrouw je toe aan de genadige vrijspraak van het Evangelie en de werking van de Geest.
Het is de eeuw van industriële revolutie, christelijk zendingsactivisme en kolonialistische verbreiding van de westerse beschaving. Maar Kohlbrugge weigerde mee te doen aan de ombouw van het Evangelie tot een idealistische vooruitgangsboodschap over de kracht wat er aan goeds in hoofden en harten van mensen zou leven. Precies daarom ook hadden zijn preken en schriftbeschouwingen nog meer dan een eeuw lang bewonderaars in totaal uiteenlopende kringen. Van Nederlandse pleitbezorgers van die theologie van Karl Barth zoals Noordmans en K.H. Miskotte, tot en met predikanten en gemeenteleden in orthodoxe en bevindelijke gereformeerde kringen. De oorspronkelijke kracht van Luthers verkondiging was weer tot nieuwe betekenis gebracht.
Kohlbrugge had overigens buiten Nederland, in het Duitse Wuppertal, toch een gemeente gevonden. En dankzij een groot lezerspubliek waren er uiteindelijk ook Nederlandse kansels voor hem open gegaan, met als climax een gastbeurt in Amsterdam op uitnodiging van Abraham Kuyper in 1871.

(2017)

Categories: Uncategorized Tags:

Oepke Noordmans – *18 juli 1871 Oosterend (Frl) – † 5 februari 1956 Lunteren

December 31st, 2016 Comments off

De schepping is een plek licht rondom het kruis

Zijn verzamelde werken beslaan elf banden opstellen, lezingen, preken, brieven, boeken. De Friese boerenzoon Noordmans, dominee in Idsegahuizen-Piaam, Suameer en Laren (Gld) was een van de belangrijkste protestantse theologen in ons land uit de eerste helft van de vorige eeuw. Met een heel eigen beeldende en speelse stijl van schrijven en van denken. Niet zo barok als zijn vriend Miskotte. Geen strakke systematische redeneringen in lange zinnen zoals in de dikke dogmatieken van Karl Barth, de theoloog die vanaf 1918 internationaal de toon zette van het theologisch debat. Noordmans was het wel met hen eens maar redeneerde anders. De schuchtere man werd nooit professor. Het verhaal gaat dat hij vanwege smetvrees op ziekenbezoek de patiënt zijn wandelstok de hand liet geven. Dat nam niet weg dat hij schrijvend aan de hoek van zijn keukentafel in diep contact stond met de geest van de cultuur van Europa en zijn tijd. In meditaties klinkt soms het geluid van de leeuweriken of de bastoon door van het huisorgel uit zijn Friese jeugd, maar ook de dramatiek van nazisme en oorlogsgeweld, het falen van Europa. Zijn eigen pastorie werd getroffen door een bom.
Bekend werd zijn boek ‘Herschepping’ (1934). Hierin nam hij in kort bestek de geloofsleer door met de beroemde zin ‘scheppen is scheiden’. Geschreven voor leiders van jongerenkampen, geplunderd door predikanten. Ook een bestseller werd ‘Gestalte en geest’, een bundeling van theologische meditaties die hij als pensionado had geschreven. Het weerspiegelt de hoofdlijn van zijn denken over bijbel, kerk en geloof. Hoe God geschiedenis maakt door steeds opnieuw gestalte te geven aan zijn bedoelingen, maar oude gestaltes ook te verbreken om plaats te laten maken voor betere. God leert zelf ook van de geschiedenis. Saul moet plaatsmaken voor David en hij wekt verwachting voor een betere Messias. Het meest zichtbaar is God in de gebroken gestalte van de gekruisigde Jezus. Daar licht op wat onze verlossing is. Maar ook in de vertolking voor de wereld van de betekenis van Christus gaat het zo verder. Petrus gaat en Paulus komt.
En niet aan eenmaal gegroeide vormen blijven hangen was dan ook Noordmans’ credo voor de kerk. Hij was jarenlang intensief betrokken bij pogingen tot diepgaande reorganisatie van de Hervormde Kerk, als lid van de vereniging Kerkopbouw. Pas in de ‘apostolaire’ Kerkorde van 1951 kwamen gedachten uit deze beweging tot uitvoering. En zijn idee over huisgemeentes krijgt eigenlijk pas sinds kort voet aan de grond. Eerst moest kennelijk de secularisatie verder zijn gegaan om open te staan voor andere vormen van organisatie van kerkelijk leven dan de klassieke met dominee en kerkenraad.
Noordmans leert je om niet bang te zijn als oude vormen niet meer werken en in puin gaan. En om te blijven geloven in de herscheppende krachten van een zeer menslievende Geest.

Johan de Heer – *23 mei 1866 Rotterdam †16 maart 1961 Driebergen

December 30th, 2016 Comments off

Geestelijke spijze moest ik van over-de-zee wegnemen om in Nederland uit te delen

Hij vervaardigde en verkocht harmoniums, runde een uitgeverij met als voornaamste product zijn eigen zangbundel, en hij trad op als evangelist die de wederkomst van de Heer verkondigde via zijn evangelisatiebeweging ‘Maranatha’ en het tijdschrift ‘het Zoeklicht’ . In 1924 was hij mede-oprichter van de NCRV. Voor de microfoon zong hij jarenlang begeleid op zijn eigen harmonium zijn eigen liederen.
Johan de Heer was grotendeels een autodidact. De opdracht om liederen uit Engeland te importeren leidde hij af uit het feit dat een bijbeltekst over ‘het op vlotten over de zee doen voeren’ lang in zijn hoofd was blijven zeuren, tot hij in een Londense boekwinkel een goedkope liedbundel zag liggen. Engeland trok hem vanwege de grote religieuze opwekkingen.
Niet iedereen was van zijn zangkunst gecharmeerd. De dichterlijke en muzikale kwaliteiten van zijn liederen liet te wensen over. Theologisch gezien was zijn boodschap nogal eenzijdig. Maar Johan de Heer koesterde zijn handelsmerk van eenvoud en herkenbaarheid voor de gewone man.
De blauwe bundel met het gouden kerkraam voorop verscheen in twee versies: met en zonder noten. Het begon in 1905 met ‘Sankey-liederen’, liederen afkomstig uit het Leger des Heils, een selectie Psalmen, Gezangen en eigengemaakte evangelisatieliederen. En die mix is altijd kenmerkend gebleven, ook al verdwenen er bij elke nieuwe uitgave liederen en kwamen er andere voor in de plaats. Zoals het harmonium het deftige broertje was van het accordeon en de mondharmonica, zo waren deze liederen het antwoord op de volksmuziek en de marsliederen van andere bevolkingsdelen. In een eeuw tijd zijn er vele honderdduizenden bundels verkocht en ook vaak versleten.
De harmoniums zijn intussen uit de huiskamers verdwenen. De liederen haalden haast geen enkele kerkelijke liedbundel. Zijn boodschap over het Duizendjarig Rijk bleek met een korreltje zout genomen te moeten worden. De daarmee verbonden liefde voor de joodse staat Israël bleef te lang blind voor de feilen ervan.
Maar als geen ander had hij het voor elkaar gekregen dat hele generaties protestanten opgroeiden met het samen luidop zingen van reeksen liederen, bij de afwas of op zondagavond in de huiskamer geschaard rond het harmonium, vaak meerstemmig. Op de verenigingen voor jongens en meisjes, mannen en vrouwen van alle orthodoxe protestanten werd ook veel ‘JdH’ gezongen. Het een stimuleerde het ander. De limiet die kinderen op muziekles toch minstens moesten halen was dat ze de akkoorden van Johan de Heer konden spelen.
‘s Nachts klinkt een lied in mij op’ staat er in Psalm 42: 9. Liederen die je bij zijn gebleven kunnen van groot belang zijn om in turbulente tijden het emotionele roer recht te kunnen houden. De Heer begreep dat.

Tom Naastepad – * 17 januari 1921, ’s-Gravenhage – † 26 maart 1996, Rotterdam

December 30th, 2016 Comments off

tom-naastepad‘Van Gods Woord alleen zullen wij leven. Het is waarlijk alles of niets’

Op Pasen klinkt in veel kerkdiensten ook lied 628 (NLB). ‘Nu moet gij allen vrolijk zijn. De bomen zingen in de tuin, het lege graf verzwijgt het niet, de mond geopend voor het lied, halleluja’. Op een eenvoudige oude Duitse melodie een typische Naastepad-tekst. De woorden blijven dicht bij de taal en de beelden van de Bijbel, maar geven er theologisch doordacht een verrassende draai aan. Wie was er ooit op de gedachte gekomen op in het lege graf uit de paasverhalen een mond te zien, een donkere keel? Op Pasen wordt het een ‘mond vol zaligheid’. Pasen is Gods preek tegen de wereld over de gekruisigde Messias: ‘zijn heerschappij gaat in en uit/ door al de deuren die men sluit’. En als we met deze boodschap zingend instemmen zijn we zélf het graf dat Jezus doorlaat. Naastepad zat er echt mee dat onze na-oorlogse westerse welvaartsmaatschappij zich maar weinig liet gezeggen door de inzichten van Tora en Evangelie, van profeten en apostelen.
Tom Naastepad is van de generatie Liedboekdichters met mensen als Willem Barnard en Huub Oosterhuis, theologen begenadigd met dichterstalent. Het Liedboek voor de kerken van 1973 nam elf van zijn liederen op, het Liedboek van 2013 zelfs veertien. Het zijn doordachte teksten, geen vlotte liedjes. Het meest bekend werd ‘Eens als de bazuinen klinken’. Dat lied over openbrekende graven werd vaak veel letterlijker opgevat dan Naastepad het bedoelde in zijn schilderen in woorden van bijbelse visioenen.
Naastepad was een Rooms-Katholiek priester die besmet was geraakt met de theologie van de protestant Karl Barth. Hij is nooit uitgetreden en het bisdom liet het buitenbeentje met zijn Rotterdamse ‘Arauna-parochie’ zijn gang gaan. Van 1961 tot 1992 nam hij in diensten en leerhuizen een bescheiden gemeenschap van protestanten en rooms-katholieken op sleeptouw met een grondige en cultuurkritische uitleg van de Bijbel. Hij gaf het Oude Testament veel meer aandacht dan men in zijn kerk gewend was. De liturgie was van protestantse snit. Er was nauwelijks ‘rooms’ ritueel en er werden bijna uitsluitend berijmde psalmen en gezangen gezongen. ‘Een poging om de rijkdommen van het protestante erfgoed binnen de Romana te brengen: zijn exegese en zijn psalmen en gezangen’. Zo omschreef hij juni 1992 in zijn laatste Maandbrief wat het streven was geweest. Toen hij stopte werd de parochie opgeheven. Hij was onnavolgbaar.
Naastepad was zwijgzaam over zichzelf en zijn biografie. Na 1992 leefde hij teruggetrokken en na zijn overlijden wilde hij geen plechtigheid: net zoals de 12000 Rotterdamse Joden niet hadden gehad die tijdens de bezetting waren weggevoerd. Alleen zijn werk telde. Behalve liederen en gebeden liet hij veel Bijbelstudies na. Als secretaris van de Van der Leeuwstichting had hij ook impulsen gegeven aan vernieuwing van de protestantse eredienst, met gevoel voor de hele traditie van de Kerk én het Jodendom.

(2016)

Willem Banning – *21 februari 1888, Makkum – † 7 januari 1971, Driebergen

December 30th, 2016 Comments off

Wordt het niet de hoogste tijd dat we de moed opbrengen om het denken in blokken te vervangen door een denken in gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het behoud van de menselijkheid?

banning

Niet ver van mijn huis staat het Woodbrookers centrum, een behandelcentrum voor jongeren met een stoornis. In 1937 was het door jonge werklozen gebouwd als conferentiecentrum voor de ´Woodbrookers´. Deze vereniging is ruim een eeuw geleden ontstaan. Woodbrookers zochten vanuit een vrijzinnige geloofsopvatting de dialoog met rooms-katholieken, joden en humanisten om tot verdieping van inzicht te komen. In de tijd van scherpe scheidslijnen tussen de ´zuilen´ was dit oecumenisch pionieren.
Een van de belangrijkste Woodbrookers werd Willem Banning. Deze zoon van een haringvisser was eerst onderwijzer in Noord-Holland. Daar had hij een ‘rooie dominee.’ Na een theologiestudie werd hij er zelf ook een, in Haarlo en daarna in Sneek, waar één van de dominees altijd religieus-socialist moest zijn. Banning was ook pacifist en geheelonthouder. In 1929 werd hij directeur van de Woodbrookers. Genoemd gebouw in Kortehemmen kwam voort uit zijn verlangen ook arbeiders in het Noorden te bereiken. De dichteres Henriëtte Roland Horst betaalde mee.
Onder Bannings leiding trad een groep Woodbrookers toe tot de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij. Als partijbestuurder in de jaren dertig ijverde hij voor verbreding en verdieping van het socialisme. Hij heeft ‘niet minder energiek in het S.D.A.P.-kamp het Kruis naast de rode vaan opgeheven, dan hij in burgerlijk milieu getuigde van zijn socialistisch idealisme’, aldus een getuigenis. En altijd bleef dominee Banning de onderwijzer die wilde opvoeden. Hij schreef veel, in boeken en in zijn bladen ‘Tijd en Taak’ en ‘Wending´. Over Karl Marx, over ´Hedendaagse sociale bewegingen’, Europa, de dreiging van het fascisme, over pastoraat en praktische theologie.
Als gijzelaar in het kamp Sint-Michielsgestel van mei 1942 tot december 1943 ontmoette hij ds. Gravemeijer en Hendrik Kraemer. Dit drietal werd de motor achter de grote vernieuwing van de Hervormde Kerk. ´Doorbraakdominee’ Banning werd de eerste directeur (1945-1953) van vormingscentrum Kerk en Wereld in Driebergen, tegelijk (1946-1958) buitengewoon hoogleraar kerkelijke en wijsgerige sociologie in Leiden. En medeoprichter van de PvdA: in 1946 zat hij het oprichtingscongres voor.
De Vereniging van Vrijzinnige Protestanten riep hem in 2013 uit tot de belangrijkste vrijzinnige theoloog van Nederland. Bannings organisaties en tijdschriften zijn inmiddels wel klein geworden of leven alleen in naam voort en de jarige PvdA staat er in de peilingen slecht voor. Het belang van zijn idealen blijft: over belangrijke vragen de dialoog zoeken, een stevige morele en levensbeschouwelijke basis onder politiek handelen, een kerk die bijdraagt aan vernieuwing van de samenleving.

(2016)

Geen opgedrongen wetenschap

September 5th, 2011 Comments off

Vandaag, maandag 5 september, begint het schooljaar en beginnen de colleges van mijn kinderen. De jacht op punten is weer geopend. De trotse vader vindt dat ze het tot nog toe goed gedaan hebben. Toch is de waarde van mooie diploma’s en wetenschappelijke kennis betrekkelijk. Ze garanderen geen baan en al helemaal niet dat je op een goede manier in het leven weet te staan.
Onlangs kwam ik puur toevallig een prachtige bladzijde tegen van Pierre Daniël Chantepie de la Saussaye, hoogleraar rond de voorlaatste eeuwwisseling en ‘ethisch’ theoloog. Hij heeft daar heerlijk af op de cultuur van examinering en diplomering die steeds dieper het onderwijsstelsel is binnengedrongen. Het is 1898 en hij kijkt terug op een halve eeuw ontwikkelingen sinds de grondwet van 1848. Behalve een schoolstrijd bracht die ook een toenemend intellectualistisch karakter van het onderwijs. ‘Kennis aanbrengen, opdringen desnoods: wat was het ééne noodige. Vandaar naast den verderfelijken schoolstrijd de tweede wrange vrucht: de examens.(..) De examens bederven het onderwijs voor de leerlingen die tot een zeker doel gedrild worden; zij brengen onrust in tal van huisgezinnen (…) Zij veroorzaken niet minder geestelijke stoornis, jacht en ellende voor de onderwijzers, die een reeks van akten moeten behalen (..) Op dezen weg nu kan geen vruchtbare kennis verkregen worden. Het geslacht onder de nieuwe wetten onderwezen, is noch bekwamer, noch gelukkiger dan vorige geslachten. (..) De zuur verdiende hoofdonderwijzersakte geeft geen waarborg dat de bezitter zonder grove fouten Nederlandsch kan schrijven (..) Bij al het vele leeren voor examens kent men steeds minder. De geest bewaart alleen wat vrijwillig verworven is, hij stelt geen prijs op opgedrongen wetenschap’.
Niet alleen verrassend actueel vanwege de leerkrachten die ook in onze tijd vaak niet goed blijken te kunnen rekenen en schrijven. Of de overtrokken verwachtingen van ‘kenniseconomie’. Ik moet natuurlijk ook denken aan het afrekensysteem met punten en vijfjaarlijkse toetsing waarmee de PKN sinds vorige week predikanten en kerkelijk werkers tot eeuwige studenten van academie en Hogeschool degradeert. Een model dat ontwikkeld is in nauw overleg met bedrijfskundigen en andere ‘-logen’, maar zonder echt contact met de ervaringen en de ‘wijsheid’ van het grondvlak.
(Citaat uit P. D. Chantepie de la Saussaye, Geestelijke stromingen, 1914, p. 7)

Christelijke vaderlanders

August 5th, 2009 Comments off

Annemarie Houkes schreef een heel goed leesbaar historisch proefschrift: Christelijke vaderlanders. Godsdienst, burgerschap en de Nederlandse natie (1850-1900). Het verscheen in 2009. ISBN 9 789028 422803. Ze laat zien hoe de protestanten,de grootste maatschappelijke groepering van midden 19de eeuw, want half Nederland hoort er dan nog bij, zich langzaam maar zeker als groepering in de openbare ruimte begint te bewegen en organiseren. Ze zetten allerlei organisaties op om “inwendige zending” te bedrijven, jeugdwerk te doen, liefdadigheid te betrachten. Dankzij de trein kunnen ze grootschalige ‘zendingsfeesten’ organiseren. Zo begint de protestants-christelijke groepering allereerst heel letterlijk in het openbaar zichtbaar te worden. Abraham Kuyper speelt hier vervolgens handig op in. Hij deelt de eerste exemplaren van zijn nieuwe krant aan de bezoekers van zo’n feest gratis uit en zo begint hij een antirevolutionair netwerk over het hele land te leggen. Maar de verdienste van het boek is vooral ook dat het de hervormden veel meer zichtbaar maakt dan de geschiedschrijving tot nog toe deed: de hervormden die naast de AR de Christelijk Historische Unie vormden, die niet meegingen bij de Doleantie, maar niet minder plaatselijke jeugdverenigingen, vrouwenverenigingen etctera hadden, die de NCRV mede oprichtten en op termijn de belangrijkste fusiepartner zouden worden van de gereformeerden in de GKN en de ARP. Kuyper maakte gebruik van een beweging die hij niet zelf tot stand had gebracht en die zich ook niet zonder meer door hem liet kanaliseren.