Sint Patrick

*Plm. 400 Engeland – † 17 maart 461, Saul bij Downpatrick, Ierland

Ik kan niet zwijgen over zulke grote zegeningen en zo’n groot geschenk als de Heer mij gegund heeft in het land van mijn gevangenschap


Duizenden heeft hij gedoopt, veel kerken gesticht. Sinds de zevende eeuw is hij al vereerd als beschermheilige van Ierland. Zijn vaste symbool is een klavertje drie. Het zou volgens de legende door hem gebruikt zijn om de leer van Gods drie-eenheid uit te leggen. Dankzij de verspreiding van Ieren over gehele wereld werd St. Patrick in veel landen een feestdag, met veel groen. Heel geliefd is ook de ‘Ierse reiszegen’ die aan hem wordt toegeschreven:
‘De Heer is voor u om u de juiste weg te wijzen. Achter u, om u te bewaren. Naast u, om u in de armen te sluiten. Onder u om u op te vangen wanneer u dreigt te vallen. In u om u te troosten als u verdriet heeft. Boven u om u te zegenen. Zo zegene u Vader, Zoon en Heilige Geest’.
Maar of de woorden ook echt van hem zijn is maar de vraag.

Patricius Magonus Sucatus werd eeuw geboren aan de westkust van Engeland. Hij was een Romein, zoon van Calpurnius en Conchessa. Vader was een diaken, diens vader een priester. Toen hij 16 jaar oud was, werd Patrick werd gevangen genomen door binnenvallende zeerovers en als slaaf verkocht aan een Iers stamhoofd en druïde met de naam Miliuc. Deze liet Patrick werken als veehoeder. Zo vertelt Patrick zelf in zijn Confessio, een terugblik op zijn leven.

In de Ierse open lucht met de schapen onderweg wordt bidden een gewoonte voor hem, ongeacht sneeuw of ijs. ‘Meer en meer kwam de liefde van God en de eerbied voor God in mij, en het geloof groeide en mijn geest werd geoefend, totdat ik wel honderd keer per dag bad en in de nacht bijna evenveel’. ‘De Geest brandde in mij in die tijd’.

Na zes jaar hoort hij in een droom een stem: ‘Je gaat naar huis. Zie, je schip ligt gereed’. De volgende morgen neemt hij de benen en loopt naar de kust. Gevaarlijk. Een weggelopen slaaf is zijn leven niet zeker. Patrick vindt een schip, beleeft onderweg avonturen en komt thuis. Maar daar hoort hij in een droom weer een stem van de overkant om terug te komen. Hij volgt in Frankrijk een scholing tot geestelijke. Dan gaat hij terug naar Ierland om het evangelie te verkondigen. Hij kent er de taal en de gewoontes. Hoewel er al een tijd christendom in Ierland is blijft het een riskante onderneming. Er is oppositie van druïden. Patrick schrijft dat hij streefde naar een leven ‘in goed vertrouwen jegens de heidenen’, want het mocht niet gebeuren dat om hém Gods Naam gelasterd zou worden. Ze zouden ook niet vervolgd mogen worden. Eens moet hij zich verdedigen tegen een beschuldiging van zelfverrijking, terwijl hij juist grote geschenken weigerde en gewoon was te betalen voor begeleiders en beveiligers op zijn tochten.

Door het verhaal van Patrick heen schemert nog de invloed van de cultus van de zon, populair onder Romeinen en Kelten. Maar in de slotzinnen van zijn geestelijk testament herinnert hij er nadrukkelijk aan dat die zon niet altijd blijft schijnen. Patrick vertrouwt op de blijvende kracht van een andere zon: Jezus Christus.


(2017)

Majoor Alida Bosshardt

Probeer God met zijn Geest toe te laten en je te laten leiden, maar gebruik wel je eigen gezonde verstand

*8 juni 1913 Utrecht  – † 25 juni 2007, Amsterdam

Tot op hoge leeftijd was ze op tv, altijd onopgesmukt en opgewekt, eenvoudig, eigenzinnig, rechtstreeks. Ze was hét gezicht van het Leger. Al in 1959 kwam ze in een tv-programma en in 1965 had ze prinses Beatrix in de anonimiteit mogen laten kennismaken het werk op de Amsterdamse Wallen. Eigenlijk was ze sinds 1968 luitenant-kolonel, maar iedereen kende haar als majoor. Ze wond geen doekjes om haar geloof in God en de wens dit geloof te delen. En ze bleef altijd heerlijk nuchter. Tegen een verwarde indringer die haar in haar slaapkamer kwam doodschieten zei ze: ‘nou, dan zit ik straks in de hemel en u in de gevangenis’ en praatte hem vervolgens om. Mensen vond ze ‘in hun verschijningsvorm wel verschillend, maar in hun wezen gelijk.’ Allemaal beeld van God. De dames in de rosse buurt die uit ‘het leven’ wilden stappen, wilde ze met liefde helpen, maar als ze dat niet deden waren ze haar niet minder lief. Hetzelfde gold voor mensen in de onderwereld. Voor het oog van de camera in villa Felderhof raakte ze bevriend met Herman Brood. Je hoeft iemands gedrag, bezigheid of beroep niet te accepteren, om een mens te kunnen liefhebben. Zo leefde zij het Evangelie van Jezus’ omgang met hoeren en tollenaren voor. 

  

Ze kwam uit een familie die al meerdere zendelingen had voortgebracht. Maar vader was gewoon kruidenier in Utrecht en later journalist. Ze ging er naar de openbare lagere school. Vader werd toen ze twaalf was rooms-katholiek. ‘Ach, een ander filiaal van dezelfde onderneming’ zei haar hervormde moeder laconiek. Via een vriendin van een logee kwam ze in aanraking met het straatwerk van het Leger des Heils en van het een kwam het ander. Ze werd heilssoldate, werkzaam in een kindertehuis. Maar ze wilde ook voorganger (officier) worden en kreeg daarvoor een opleiding. Hartje Amsterdam werd haar thuis. Tijdens de bezetting kwam het werk stil te liggen. Het dragen van een uniform werd verboden. Ze hielp de kinderen uit haar tehuis aan onderdak en veel joodse kinderen aan onderduik. Zelf zat ze toen eens drie weken in hechtenis. Na de oorlog zette ze het werk op de Wallen op, het goodwill-werk van diensten zonder aanzien des persoons onder verslaafden, dak- en thuislozen en prostituees, heel lang zonder subsidie. Ook na haar pensioen in 1978 bleef ze op veel fronten actief.

Over het eeuwige leven zei ze kort voor haar dood: eigenlijk weten we het niet. Ze dacht niet dat je elkaar zou weerzien. Ze wou zich wel laten verrassen. Onbekommerd.

2017

Thomas More

Waar geld de enige maatstaf is, zoals in onze maatschappij, daar vervalt men onvermijdelijk in een volslagen zinloze productie: niet in dienst van de behoefte, maar van weelde en genotzucht

*7 februari 1478, Londen – † 6 juli 1535, Tower Hill

More was een Brits humanist, jurist en staatsman en een van de beste vrienden van Erasmus. Humanisme betekende vooral geleerdheid en niet zoals nu het ongelovige alternatief voor kerk. Thomas was een vroom man, zoals blijkt uit het intensieve godsdienstig leven dat hij thuis met zijn huishouden erop na hield, bij het stijgen van de jaren een huishouden van meerdere kinderrijke gezinnen bij elkaar. En hij had de moed zich als kanselier van Engeland te verzetten tegen de anti-katholieke politiek van Hendrik VIII. ‘De goede dienaar van de koning, maar allereerst van God’ weigerde goedkeuring te geven aan de afscheiding van Rome en de nietigverklaring van het eerste huwelijk van de koning. Het kostte More letterlijk de kop. Vier eeuwen later leverde het hem een heiligverklaring op. Overigens heeft die Britse afscheiding van Rome niet slecht uitgepakt. Gedachten van Luther kregen er voet aan de grond, de Anglicanen voerden het gehuwd priesterschap in en liturgie in de eigen taal.

More is vooral bekend als de auteur van Utopia. More beschrijft daarin de samenleving op het fictieve eiland Utopia en de politieke, sociale en religieuze gebruiken van de eilandbewoners. Utopia betekent zoiets als Nergenshuizen, maar kan ook gelezen worden als eu-thopia: goede plaats. Omdat er geen privébezit bestaat, richt iedereen zich op publieke belangen in plaats van het eigenbelang. Stellen mogen eerst met elkaar naar bed voor ze besluiten om met elkaar te trouwen. Er wordt maar zes uur per dag gewerkt, maar dan ook echt door iedereen. Euthanasie en echtscheiding behoren tot de mogelijkheden en er zijn vrouwelijke priesters. Dat weerspiegelt niet allemaal de idealen van Moore. Hij wil discussies aanzwengelen over de inrichting van de samenleving. Er staan ook grappige details in. Zo wordt goud uitsluitend gebruikt voor zaken als de kwispedoor (spuugbakje) en de po.

‘Utopisch’ is een scheldwoord geworden voor idealisten die niet met beide benen op de grond staan. Utopisten worden zelfs wel gevaarlijk gevonden. De maatschappij willen veranderen aan de hand van een blauwdruk van de ideale heilsstaat heeft nogal wat dwingelandij opgeleverd. Sommige idealen zijn intussen toch in heel wat landen gerealiseerd, zoals onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen. In veel opzichten waren Reformatie en Humanisme elkaars tweelingbroers of – zusters.

More werd geëxecuteerd omdat hij de moed had de koning tegen te spreken. Een gelovige die juist ook via het politieke handwerk iets van de oude droom wilde verwezenlijken dat gerechtigheid en vrede elkaar op aarde kussen!

2017

Guido de Brès

*Bergen (Mons), 1522 – † Valenciennes, 31 mei 1567

Veel meer verdienen wij het dwalende te blijven in de duisternis van dwaling en bijgelovigheid dan verlicht te worden door het onbeschrijfelijke licht van Uw hemelse waarheid


In 1567 werd hij samen met zijn collega De la Grange aan de galg gehangen. De Brès was de auteur van de Confessio Belgica, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die in de nacht van 1 op 2 november 1561 in een pakketje over de muur van het slot van Doornik was gegooid, met als bestemming de landvoogdes en koning Philips II.

De zoon van een glas-in-loodschilder raakte als jongeman in de Franstalige Zuidelijke Nederlanden gegrepen door de protestantse leer. In de vluchtelingengemeente in Londen besluit hij predikant te worden. In 1552 teruggekeerd begint hij vanuit Rijssel naam te maken als calvinistisch prediker. Hij is ook in de vluchtelingengemeente in Frankfort geweest en heeft Calvijn ontmoet. Dat hij goed belezen was blijkt uit zijn boek ‘Staf des geloofs’ (1555). Her en der voerde hij gesprekken om twijfelaars over te halen tot het protestantisme. In Doornik installeerde hij een kerkenraad. Toen de protestanten er met massaal psalmzingen op straat in september 1561 het bevoegde gezag provoceerden – niet zijn idee – moest hij vluchten. Signalement: lang, hoge rug, vlassige baard, slecht verzorgd, zwarte mantel. Om de verdenking tegen te gaan dat ze wederdopers waren schreef hij de Confessio Belgica, naar het voorbeeld van andere calvinistische geloofsbelijdenis in Europa. Calvinisten zijn geen oproerkraaiers maar gehoorzame onderdanen die in het ware katholieke geloof staan, aldus de begeleidende brief aan de koning. Het hielp niet.

Na een periode in Frankrijk weer terug bewerkte een preek in Valenciennes dat tweederde van de stad zich bij de Reformatie aansloot. Tot ongenoegen van het gezag dat een ban uitvaardigde. Het volk antwoordde met een beeldenstorm, augustus 1566. De Brès en De la Grange konden in beeldenvrije kerken preken. Maar een half jaar later werd de stad ingenomen. Na de pijnbank en gedwongen debatten over de paus en de mis kwamen de twee aan de galg. Ze hadden in de gevangenis het verbod op bediening van het Avondmaal overtreden. ‘Al ben ik dan met zware ijzers aan handen en voeten geboeid, toch laat mijn God niet na Zijn belofte te houden en mijn hart te troosten en mij vergenoeging in Hem te schenken’ schreef hij zijn familie.

De Confessio werd direct ook in het Nederlands vertaald en speelde sindsdien een grote rol bij de ondersteuning van de protestantse gemeenten ‘onder het kruis’ en het aanwakkeren van de opstand tegen de Spaanse heerschappij. Artikel 36 leert dat de overheid de openbare orde en de rechtsorde moet handhaven, maar ook afgoderij en valse godsdienst moet weren. Het laatste zijn we anders gaan zien. Wel fijn dat er vrijheid van godsdienst is gekomen in onze Lage Landen en een scheiding van kerk en staat. De strijd tegen ‘valse godsdienst’ begint elke dag bij onszelf.
2017

Herman Boerhaave

Mijn beste patiënten zijn de armen, want de Heer zelf heeft het op zich genomen om mij voor hen te betalen

*31 december 1668, Voorhout – † 23 september 1738, Leiden

Zijn 350ste geboortedag leverde veel aandacht in de media op alsmede een tentoonstelling. Nederland is trots zijn op deze belangrijke grondlegger van de medische wetenschap. Hij was in zijn tijd al een internationaal vermaarde medicus, anatoom, botanicus en scheikundige. Zijn faam reikte tot in China. Hij bracht de kwijnende medische faculteit tot bloei en bekleedde er als hoogleraar lange tijd drie van de vijf leerstoelen. Het onderwijs aan het bed blies hij nieuw leven in en ook hechtte hij grote waarde aan autopsie bij een onbegrepen doodsoorzaak. Er is een syndroom naar hem genoemd. Mede door zijn huwelijk werd hij een vermogend man. Voor zijn botanische aspiraties was de Hortus van de universiteit te klein. Daarom kocht hij in 1724 kasteel Oud-Poelgeest in Oegstgeest voor de kweek van de zaden en planten die hij kreeg via internationale uitwisseling. Een van zijn buitenlandse studenten was de Zweed Linaeus. Zijn lijfspreuk ‘Eenvoud is het kenmerk van het ware’ illustreert zijn wetenschappelijke grondhouding die steeds naar de meest eenvoudige verklaring zoekt.

Het was de tijd van de beginnende Verlichting, met in de Republiek levendige debatten over de filosofie van Spinoza en Descartes. In de discussies over lichaam en ziel of het menselijk vermogen tot waarachtige kennis bleef Boerhaave nogal op de lijn van het calvinisme. Hij was de zoon van een calvinistische predikant. Zelf had hij eerst ook theologie en filosofie gestudeerd en van de universiteit in Harderwijk zelfs de doctorsgraad gekregen. Dat zijn interesse toch in andere richting was gegaan kwam mede door een jeugdervaring. Op zijn twaalfde had de aanval door een bijenzwerm een abces in zijn been veroorzaakt die jarenlang pijn veroorzaakte. Geen ingreep hielp, tot hij zelf met succes had geëxperimenteerd met zout en urine.

Zijn dag begon altijd met een uur lezing van de Bijbel en gebed. Voor hem was de hand van de Schepper zichtbaar in de dynamiek van alle materie, levend of versteend, zowel in de bloedsomloop als in bijvoorbeeld het gedrag van kwikzilver bij verhitting. Als mensen geschapen naar Gods beeld kunnen we de waarheid onderzoeken, begrijpen en liefhebben. Boerhaave liet zien dat een calvinistische levensovertuiging uitstekend samen kon gaan met exact onderzoek naar de natuur.
(2018)

Frederik Slomp/ ‘Frits de Zwerver’

Als er vanavond een Jood of onderduiker bij u aan de deur klopt en vraagt om onderdak om Christus wil, zult gij hem herbergen

*5 maart 1898, Ruinerwold – † 13 december 1978, Vaassen

Al jaren voor de Duitse bezetting was dominee Slomp geabonneerd op nationaal-socialistische tijdschriften uit Duitsland. Hij wilde weten wat daar gebeurde. In het Overijsselse Heemse, de tweede gemeente van de gereformeerde predikant, ontmoette hij regelmatig mensen van over de grens met slecht nieuws. Omgekeerd preekte hij ook in Duitsland, ook nadat het voor Nederlanders verboden werd.

Veertig jaar geleden overleed deze bekende verzetsman. ‘Tante Riek’ uit de Achterhoek die hulp aan onderduikers regelde, had goed gezien toen ze de ondergedoken dominee de opdracht gaf om een landelijk netwerk voor hulp aan onderduikers op te zetten, de ‘L.O.’ Behalve een principiële bestrijder van het nationaal-socialisme die geen blad voor zijn mond nam was hij ook een bekwaam organisator. In 1935 – de crisistijd – had hij al een commissie voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid geleid. Na de Kristallnacht van 1938 had hij illegale vluchtelingen geholpen. In dat jaar had hij zich ook gekeerd tegen het besluit van de Nederlandse regering om werklozen in Duitsland te laten werken. Duitsers die in zijn dorp woonden en dienst weigerden had hij 1941 helpen onderduiken.

‘Frits de Zwerver’ alias ‘Ouderling van Zanten’ dook op allerlei plekken op, soms ook om te preken en op te roepen om Joden te helpen. In 1944 werd hij per ongeluk gevangen genomen. Beroemd is de actie van de Ondergrondse waarmee men hem wist te bevrijden uit cel 56 van de Koepelgevangenis in Arnhem.

Na de Bevrijding werd hij een tijd vrijgesteld voor pastoraat aan nabestaanden van omgekomen mensen uit de illegaliteit. In spreekbeurten over ‘de geestelijke achtergrond van het verzet’ bracht hij nadrukkelijk ook de rol van vrouwen voor het voetlicht. Ook was hij geestelijk verzorger voor mensen die in de bezetting met de nazi’s hadden geheuld. Uit solidariteit met de jongens die werd uitgezonden werd hij legerpredikant in Nederlands-Indië. Aan één oor doof geworden door het krijgsgeweld kwam hij terug, inmiddels wel kritisch geworden jegens de Nederlandse Indië-politiek. In Hoorn in Noord-Holland en in Wolvega is hij nog actief geweest als evangelist met een groot hart voor de lagere inkomensgroepen.

Het had niet veel gescheeld of hij was met de Vrijmaking meegegaan, de kerkscheuring van 1944 onder leiding van prof. Schilder, zoals wel een groot deel van zijn gemeente. Hij was ‘vrijgemaakt’ in een diepere betekenis van het woord.

(2018)

Daniël Chantepie de la Saussaye

*10 december 1818, ’s-Gravenhage   -  † 14 februari 1874, Groningen 

De God die geen centraalheiligdom meer heeft voor de geheele menschheid, maar alleen nog afgezonderde kapelletjes in het hart van ieder individu, wat wordt hij anders dan het schepsel van den individu, de afgod door zijne rede, gevoel en verbeelding gevormd?


Zijn graf is nog altijd te vinden op de Zuiderbegraafplaats in Groningen. Zijn tweehonderdste geboortedag valt samen met de vijftigste sterfdag van Karl Barth. Ook La Saussaye is een belangrijke protestantse‘kerkvader’. Hij was de pionier van de ‘ethische richting’ die meer dan een eeuw lang belangrijke theologen heeft opgeleverd. De ethischen waren voorstanders van een ‘belijdende kerk’ in plaats van een ‘belijdeniskerk’, een belangrijk principe bij de vorming van de Protestantse Kerk in 2004. Ethische dominees gingen in de jaren ’30 al met hun catechisanten naar de bioscoop, betrokken op de culturele en maatschappelijke ontwikkelingen.

De ethischen kwamen voort uit de Réveilbeweging. Ze wilden het orthodox-protestantse geloof aan theologische vernieuwing onderwerpen. Chantepie de la Saussaye werd hun predikantenkring ‘Ernst en Vrede’ binnengehaald. Hij werd al gauw de voornaamste auteur van hun tijdschrift. Het zocht het debat met opkomend vrijzinnig modernisme en met verstarde orthodoxie. Dialoog in plaats van uitsluiting! Het is na 1848. In de week van de invoering van de nieuwe grondwet was la Saussaye als Waals predikant van Leeuwarden naar Leiden verhuisd. Met de voortschrijdende scheiding van kerk en staat én de komst van de trein begon de verzuilde organisatie van de samenleving. De antirevolutionairen deden onder leiding van Groen van Prinsterer intensief aan ‘partijvorming’ in kerk en staat. Maar de ethischen vormden met hun open kerkopvatting daarop een stevige rem. ‘Hun’ minister J.J.L. van der Brugghen zorgde met zijn nieuwe schoolwet voor zoveel conflict dat ‘Ernst en Vrede’ uiteenviel.

Door zijn afkomst had la Saussaye een eigen geluid. En hij maakte intensief studie van eigentijdse Duitse theologen, maar ook van Calvijn. Zo zag hij dat de modernen uitverkoop hielden van klassieke opvattingen over menselijke vrijheid en zonde. En hun kritisch-subjectieve benadering kon wel eens op atheïsme uitlopen! In de dynamische jaren ’60 was hij predikant in het grote hervormde Rotterdam. Zijn Leerredenen – lange preken – en andere publicaties waren ‘diepzinnig en doordringend’, erkenden veel tijdgenoten. Nog even was hij hoogleraar in Groningen.

De ‘Godmens’ Jezus Christus als openbaring van God vormde het hart van zijn denken. ‘Ethisch’ werd afgeleid van een Grieks woord voor het innerlijk. Theologie moest laten zien hoe het geestelijk leven vanuit Hem vorm krijgt. De leer is er ten dienste van de invloed van de Heilige Geest op mens en wereld.
(2018)

Georg Christian Dieffenbach

  * 4 december 1822 – † 10 mei 1901, Schlitz (Oberhessen)

Blijf bij ons, Heer, wanneer over ons komt de nacht van beproeving en angst, de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de bittere dood

Zoals de ‘Franciscaanse zegenbede’ niet van Franciscus afkomstig is, is het bekende ‘Lutherse avondgebed’ niet van Luthers hand. Het is geschreven door een Duitse predikant-dichter. Dat het in de geest van Maarten Luther is, staat buiten kijf. De schrijver ervan stond dan ook in de Lutherse traditie. Toen er rond 1874 in Hessen nieuwe kerkelijke regelgeving moest komen heeft hij zelfs een leidende rol gespeeld in een confessioneel-lutherse beweging.

Dieffenbach had na zijn theologiestudie in Giessen eerst gefunctioneerd als leraar aan een jongensschool in Darmstadt en als hulpprediker, voordat hij in 1855 opvolger van zijn vader werd als stadspredikant in Schlitz. Toen had hij het Avondgebed al geschreven, want het komt uit zijn ‘Evangelische Hausagende’ van 1853, een boek voor de huiselijke godsdienstoefening, met gebeden en liederen en met schriftlezingen, gebaseerd op de klassieke evangelielezingen voor de zon- en feestdagen.

Uit Dieffenbachs schrijvende pen vloeiden verder diverse prekenbundels, andere teksten voor de liturgie en tal van gedichten. En kinderen hadden kennelijk zijn hart. Want voor hen schreef hij sprookjes en veel kinderliederen. Door anderen op muziek gezet of bij de uitgave van illustraties voorzien kregen ze een grote verspreiding. Met zijn veertien maandbladen ‘voor onze kleinen’ was hij een van de eerste auteurs van kinderliteratuur in Hessen. Een van de melodieën van die kinderliederen drong later door tot de musical My fair lady en werd een marslied bij de Bundeswehr en zelfs een carnavalshit. Maar ondertussen was het wel de oorspronkelijke tekst kwijtgeraakt. Die ging overigens over hoestende regenwormen.

Het Avondgebed haakt aan bij de vraag van de twee Emmaüsgangers in Lucas 24 aan Jezus op de avond van de allereerste paasdag. Die tekst is het uitgangspunt van veel avondliederen. De bekendste is wel de Engelse hymne ‘Abide with me’, ‘Blijf bij mij, Heer’ die op bijna hetzelfde moment ontstond.

Dieffenbach laat je bidden om Christus’ nabijheid in de levensavond en aan de avond van de wereld. Kan er dan een avond van de wereld komen? De boodschap van de zon- en feestdagen gaat over hoop op licht in het donker en over een nieuwe morgen voorbij de nacht. Groot kwaad hult de wereld soms in diep nachtelijk duister. Maar het heeft niet het laatste woord.


Het Luthers avondgebed staat in Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk van 2013 als nummer 202, op muziek gezet door Jan Valkesteijn.

Friedrich Daniel Ernst Schleiermacher

*21 november 1768, Breslau – † 12 februari 1834, Berlijn

Het wezen van religie is beschouwing en gevoel


‘Over de religie. Betogen voor de ontwikkelden onder haar minachters’ is een beroemd geworden boek uit 1799. Vlak voor de eeuwwisseling anoniem verschenen, bleek het afkomstig te zijn van Schleiermacher, predikant van het Berlijnse Charité-hospitaal. In de vriendenkring van intellectuelen waar hij verkeerde werd druk gefilosofeerd. Maar religie stond nogal in een kwade reuk. In de eeuw van de Verlichting was het verzet gegroeid tegen religieus fanatisme en bekrompenheid. Schleiermacher zelf kende uit ervaring de hardvochtige trekken die het protestantse onderwijs kon hebben dankzij een somber mensbeeld. Hij kwam uit een familie van gereformeerde predikanten en had op school gezeten bij de Herrnhutters, een achttiende-eeuwse opwekkingsbeweging. Ook al had hij daar afstand van genomen, toch zou hij uitgroeien tot de belangrijkste protestantse theoloog van de negentiende eeuw.

Schleiermacher experimenteerde met nieuwe taal voor het geloof in de geest van de Romantiek. Dat was een tegenbeweging tegen de overheersende werking van het verstand en koele beredenering. Leren we belangrijke dimensies van het leven niet eerder direct kennen vanuit ons gevoel? Maar religie is net als kunst dan juist een wezenlijk onderdeel van ons menszijn, zo hield Schleiermacher zijn intellectuele vrienden en vriendinnen voor. Het is ‘een provincie in ons gemoed’ waar we ‘zin en smaak voor het Oneindige’ krijgen.
Klonk dit erg filosofisch en algemeen-religieus, het bleek dat Schleiermacher uit volle overtuiging predikant bleef. De persoon van Jezus en de Kerk bleven voor hem van wezenlijk belang: Jezus had het Godsbewustzijn vervolmaakt! Hij werd een gezaghebbend hoogleraar aan de pas gestichte universiteit van Berlijn, met doorwrochte analyses van de christelijke geloofsleer volgens zijn uitgangspunt van 1799.

Geloofsuitspraken zijn uitdrukking van het ‘afhankelijkheidsgevoel’ dat uiteindelijk niet los van God verkrijgbaar is. Schleiermacher stond zo aan de wieg van de zogenaamde ervaringstheologie die in negentiende eeuw een hoge vlucht zou nemen, ook in ons land.

Maar is zulke theologie niet veel te teveel gericht op de eigen beleving? Karl Barth werd in de twintigste eeuw een uitgesproken criticus. Maar hij bleef zijn boeken herlezen. Misschien moesten we Schleiermachers werk maar opvatten als een theologie van de Heilige Geest. Begint theologie niet bij het zelfbesef en het Godsbesef dat de Geest in mensen wekt?

Twee eeuwen later is het minachten van geloof en religiositeit bepaald niet minder geworden. Het blijft belangrijk om herkenbare taal te zoeken voor de bijzondere zingeving die de christelijke geloofstraditie aanreikt!
(2018)

Justinus de Martelaar

*100/114, Flavia Neapolis – † plm. 165, Rome

de woorden van de Verlosser hebben een ontzaglijke majesteit in zich en brengen een grote gemoedsrust


Je zou hem een Palestijns theoloog kunnen noemen. Want zijn geboorteplaats Flavia Neapolis is het huidige Nabloes. Het was toen deel van het Romeinse rijk. Justinus is een van de eerste apologeten: de gedreven verdedigers van het christelijk geloof uit de tweede eeuw die een christelijke theologie begonnen te ontwikkelen. Die verdediging was wel nodig. Zoals de Apologie van Justinus, gericht aan keizer Antoninus Pius laat zien, had het christendom bij de gestage verbreiding door het Romeinse Rijk te maken met beschuldigingen van atheïsme, incest, kannibalisme en domheid. Door een beeld van het leven van de christenen te geven wil hij laten zien dat het van hoger niveau is dan wat het heidendom leert.

Justinus was een bekeerde niet-jood. Als jonge man bezocht hij diverse filosofische scholen. Op een dag was hij aan het mediteren, mogelijk aan de kust te Efeze. Een oude man zoekt daar het gesprek met hem. Stap voor stap toont hij hem de zwakheid van alle filosofische stelsels en raadt hij hem de lezing van de profeten en evangelisten van de Bijbel aan. Justinus, al onder de indruk van de moed van vervolgde christenen, ging over tot het christendom.

Gekleed in een filosofenmantel dook hij op in allerlei plaatsen in het Romeinse Rijk om debatten aan te gaan over het geloof. Hij verloochende de Griekse filosofie niet, maar gaf er nieuwe inhoud aan. Socrates werd zo net als Abraham een voorloper van het christendom en de God van Plato was eigenlijk de God van de Bijbel. Bewaard gebleven geschriften laten zien dat hij de gnostiek bestreed en de christelijke leer van de opstanding der doden verdedigde. De gnostiek was de ‘new age’-leer van de oudheid: een populaire spirituele filosofie met Christus als symbool van het diepere Zelf. Ook Marcion, de dissidente christen in Rome die het Oude Testament het boek van een mindere God vond dan het Nieuwe, ‘werd bestreden door Justinus.

Zijn belangrijkste geschrift is een debat met Trypho, een rabbijn die de christenen verweet dat ze de joodse wet hadden gebroken en een mens als god vereerden. Justinus beriep zich op de Hebreeuwse Bijbel, die in zijn visie van Christus getuigde. Gods wijsheid is in Christus mens geworden. Hoe kun je die nu passeren? Het gaat er heftig aan toe. ‘Jullie hebben het toppunt van jullie verdorvenheid bereikt in de haat tegen de rechtvaardige die jullie hebben gedood’.

Justinus werd in Rome vanwege zijn overtuigingen veroordeeld en geëxecuteerd. De verantwoordelijke keizer is dan Marcus Aurelius, ook een filosoof en de auteur van Meditaties over stoïcijnse gemoedsrust die nog altijd worden gezien als een literair monument voor dienstbaarheid en plichtsbetrachting. Vervulling met ‘hogere wijsheid’ garandeert dus bepaald nog geen humaan gedrag.
(2018)

W.G. van de Hulst (sr.)

Wat zonneschijn is voor de bloemen, zijn verhalen voor het kind

*28 oktober 1879, Utrecht – † 31 augustus 1963, Utrecht

Willem Gerrit van de Hulst is geroemd als vertegenwoordiger van ‘het beste wat het Nederlandse calvinisme aan de kinderen te bieden had: de lagere school en het kinderboek’. Hele generaties hebben leren lezen met zijn kinderboeken, met streepjes tussen de let-ter-gre-pen in de beginnersboeken. De reeks Voor onze kleinen kreeg wel 21 nummers. Naast Het Grote Voorleesboek waren er de Bijbelsche vertellingen om uit voor te lezen voor het slapen gaan. En was je groter dan las je Jaap Holm en zijn vrienden of de Rozemarijntje-reeks.

Kinderen liepen er vaak op klompjes, waarvan er soms één op het water dreef. Zakgeld bestond niet. Arbeiders werkten zich krom maar konden hun kinderen toch niet altijd fatsoenlijke kleren geven. Deuren gingen er niet op slot, ook al waren er landlopers. De hondjes heetten Fik of Sim. Peerke met z’n kameraden was een zieke bedlegerige jongen. De verhalen waren wel eens sentimenteel of zwart-wit. Gemene mannen en ruwe jongens deelden weleens zulke rake klappen uit en pestten dieren zo heftig, dat sommige boeken niet meer werden herdrukt. Moeders zijn er vaak vroom. En het verloren schaapje dat weg dwaalt van de kudde is stout. Maar de meisjes die een wegje door het koren maken bij het klaprozen plukken hebben alleen goede bedoelingen.

Van de Hulst gaf de kinderen vooral ook een veilige wereld. Er komt altijd redding, het goede overwint, het kwade wordt gestraft of gestopt, maar voor de schurk(jes) is er ook vergeving. God die alles ziet is vol liefde en een beschermer van zwakken. En al speelt het geloof een belangrijke rol in zijn boeken, in tegenstelling tot de kinderboekenschrijvers van voor zijn tijd preekte Van de Hulst niet. Ook veel kinderen buiten de protestantse ‘zuil’ konden daardoor van menig boek genieten.

Hij was geboren in een Utrechts gezin waar vader al vroeg overleed. Ondanks de armoe lukte het hem om op de kweekschool te komen. Op de Nederlands Hervormde School aan de Jutfaseweg in Utrecht waar hij stage liep is hij zijn hele loopbaan blijven hangen. Hij was ook actief in plaatselijke bioscoop- en schoolopvoedingscommissies en werkte mee aan christelijke bladen als De Spiegel en Moeder. Er zijn wel elf miljoen boeken van zijn hand verkocht. In de Soete Suikerbol met prenten van zijn zoon is zelfs bewerkt tot musical.
(2018)