2 januari Serafim van Sarov ( 30 jul 1759 Koersk – 2 jan 1833 Sarov)

Seraphim SarovskyOmarm de geest van vrede en duizenden zielen om je heen zullen gered worden

Serafim staat op de Anglicaanse en Russisch-orthodoxe heiligenkalender op zijn sterfdag 2 januari. De Rooms-katholieke kalender eert zijn nagedachtenis twee weken later. Karl Jenkins laat zijn prachtige oratorium The Peacemakers (CD 2011)besluiten met een beroemde zin van Serafim: ‘Embrace the spirit of peace and thousands of souls around you will be saved.’ Omarm de geest van vrede en duizenden zielen om je heen zullen gered worden.

Wie was vader Serafim?
Hij werd geboren als Prokhor Moshin. Een paar keer in zijn leven genas hij na een verschijning van Maria in zijn dromen. Op zijn zeventiende trok hij naar Kiev om in een holenklooster te gaan wonen. Twee jaar later trad hij in in het klooster van Sarow. De naam Seraphim (die in het Hebreeuws zoiets als vurig betekent) die hij bij zijn wijding kreeg, verbond hij zelf met de vurigheid van zijn gebed. Een mysticus. Een monnik, kluizenaar, asceet. Hij trok zich terug in een zelfgebouwde vensterloze hut met een eigen groentetuintje. Er wordt verteld dat hij een beer uit zijn hand kon laten eten. Na ernstige mishandeling door rovers in 1804 – die alleen een ikoon vonden in zijn cel – moest hij de rest van zijn leven met een stok lopen. Toch nam hij het bij de rechter voor hen op. Een periode van duizend dagen bracht hij door als een soort pilaarheilige op een rots naast zijn kluizenaarsverblijf. Ook hulde hij zich drie jaar lang in zwijgen. Lange tijd las hij elke week alle vier de evangeliën.
Na opnieuw een visioen van Maria begreep hij dat het zijn roeping was om een oudste te worden, een zieleherder. Vanaf 25 november 1825 stelde hij zijn cel voor bezoekers open. Er kwam langzaam maar zeker een enorme bezoekersstroom op gang van allerlei slag volk dat zijn geestelijke leiding zocht. Hij begroette ze met: ‘Mijn vreugde, Christus is opgestaan!’ Hij boog voor zijn gasten op de grond en kuste hun handen. Vaak doorzag hij al zonder dat er woorden gevallen waren waar iemands geestelijke behoeften lagen. Tientallen spreuken bleven bewaard, waarin hij getuigde van zijn liefde voor Christus, de grootheid van de vervulling door de Geest en zijn bewondering voor de bijbel. Hij was ook pleitbezorger van het Jezusgebed, het veelvuldig herhalen van de woorden, ‘Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, een zondaar’. De warmte van zijn naam klinkt nog altijd door in zijn spreuken.

‘Het lezen van Gods woord moet in eenzaamheid worden gedaan, opdat de hele geest van de lezer kan worden ondergedompeld in de waarheden van de Heilige Schrift en hij daardoor warmte ontvangt die in eenzaamheid tranen opwekt; zo wordt een mens helemaal verwarmd en vervuld met geestelijke gaven, die geest en hart meer vreugde brengen dan welk woord dan ook’.

‘God is een vuur dat warmte geeft en hart en ingewanden aansteekt. Dus als wij in onze harten de kou voelen die van de duivel komt – want de duivel is koud – laten we de Heer aanroepen. Hij zal komen om ons hart te verwarmen met zuivere liefde, niet alleen voor hem maar ook voor onze naaste. En de kou van hem die het goede haat, zal wijken voor de gloed van zijn Aangezicht.’

Na zijn dood werd ondanks zijn populariteit zijn heiligverklaring door de kerkleiding lang tegengehouden. Cynisch is dat het klooster van Sarow in 1946 werd omgebouwd tot Sowjet-Russisch centrum van kernonderzoek.  Ook een naamsverandering van de plaats moest bijdragen aan de vergetelheid van Serafim en zijn pleidooi voor een heel ander soort ‘kernonderzoek’! Pas een eeuw na zijn heiligverklaring, in 2003, kreeg de stad weer zijn oorspronkelijke naam terug. En ondertussen werden ook de verloren gewaande relieken teruggevonden. Opnieuw een wonder.

21 januari Theodor Fliedner (21 jan 1800 – 4 okt 1864)

Fliedner

‘Als wantoestanden ten hemel schreien’
Theodor Fliedner
21 jan 1800 Epstein – 4 oktober 1864 Kaiserswert

In het evangelieverhaal van de zussen Marta en Maria in Betanië lijkt Marta’s drukke bedienen – ‘diakonein’ staat er – er niet goed vanaf te komen. Fliedner heeft dit woord een nieuwe inhoud gegeven toen hij veel ‘ten hemel schreiende wantoestanden’ aantrof. Hij was de grondlegger van een hele rij instellingen op het terrein van armen- en ziekenzorg in binnen- en buitenland. Zijn diaconessen waren een noviteit in het protestantisme en een belangrijke stap in de professionalisering van de verpleging.
Theodor Fliedner was zoon van een predikant. Tijdens zijn theologiestudie in Göttingen kwm hij onder invloed van de toen nieuwe opwekkingstheologie. In 1822 werd hij predikant in het kleine stadje Kaiserswerth. De bijstand die hij gaf aan gemeenteleden toen er een crisis toesloeg bracht zijn gemeente aan de rand van de financiële afgrond. Op reis om fondsen te werven deed hij toen ook Nederland aan. Hij zag vrouwen in Amsterdam werkzaam onder armen en zieken en was verrast dat ziekenhuizen hier Godshuizen werden genoemd. In Engeland maakte hij kennis met het werk van Elisabeth Fry voor (ex-)gevangenen. Terug in Kaiserswerth zette hij zich eerst in voor de verbetering van de omstandigheden voor gevangen. Hij ging ook voor hen preken. In een tehuis voor verwaarloosde kinderen vond hij de getalenteerde vrouw die hij zocht, Friederike Münster. Met haar stichtte hij een ‘asiel’ voor vrouwen die uit de gevangenis waren ontslagen. Dankzij zijn strategisch inzicht en organisatietalent werd dit het moederhuis in een snel groeiend netwerk van instellingen, om te beginnen kleuter- en volksscholen en opleidingen voor leerkrachten, maar al snel ook verpleegstersopleidingen. Tot dan beperkte de verpleging zich vaak tot oppaswerk. De diacones werd de spil van zijn vernieuwing van de ziekenzorg. Diaconessen waren in zijn visie drievoudig dienstbaar: ‘dienaressen van de Heer Jezus, dienaressen van de zieken om Jezus’ wil en dienaressen van elkaar’. Zij kregen een fatsoenlijk inkomen, een uniform, onderdak en zorg bij ziekte en ouderdom. Na het overlijden van zijn eerste echtgenote werd zijn tweede, Caroline Bertheau, duidelijk ook geselecteerd op leidinggevende kwaliteiten. Bij zijn dood in 1864 waren er 425 diaconessen werkzaam in 115 instellingen met over de 1000 personeelsleden in de hele wereld, waaronder ook in Turkije en Palestina, waar hij op bezoek was geweest. Florence Nigthingale werd een van zijn beroemdste leerlingen. Het eerste Diaconessenhuis in ons land werd in 1844 in Utrecht gesticht. Marta was in ere hersteld.

PS In dat Utrechtse Diaconessenhuis onderging ik als zevenjarige mijn eerste en tot nog toe enige operatie. Het liep goed af. Als student zat ik later op kamers bij mevr. van Melle, weduwe van een van de laatste geneesheerdirecteuren. Zij leefde zolang zo kon mee met de nog levende gepensioneerde diaconessen.

http://www.glaubensstimme.de/doku.php?id=autoren:f:fliedner_t:fliedner-diakonie
(de zin over de ten hemel schreiende wantoestanden komt uit Fliedners eigen terugblik op de stichting van het moederhuis in Kaiserswerth)
http://www.heiligenlexikon.de/BiographienT/Theodor_Fliedner.html
http://www.rheinische-geschichte.lvr.de/persoenlichkeiten/F/Seiten/TheodorFliedner.aspx