Aritius Sybrandus Talma – *17 februari 1864, Angeren – † 12 juli 1916, Haarlem

‘De arbeider heeft toch een goddelijk recht op vrijheid en zelfstandigheid. Een recht op voldoende beloning om met zijn gezin als burger, huisvader en kerklid een menswaardig leven te leiden.’

Voordat ‘vadertje Drees’ de AOW invoerde bestond er de Ouderdomsrente. De grondlegger van onze sociale wetgeving was een hervormde dominee met Friese voorouders. Syb Talma, geboren in een pastorie, was zelf predikant in Heinenoord, Vlissingen en Arnhem, en na zijn politieke loopbaan nog in Bennebroek en als veldprediker in het leger.
1891 – nu 125 jaar geleden – geldt als het geboortejaar van de christelijk-sociale beweging. Abraham Kuyper opende het Eerste Christelijk Sociaal Congres met een belangrijke rede en in Rome verscheen de pauselijke encycliek Rerum Novarum. Concrete politieke resultaten had het niet direct, ook niet toen Kuyper minister-president was. Dat veranderde toen Talma in 1908 minister werd van Landbouw, Nijverheid en Handel, waaronder in die tijd ook sociale wetgeving viel. Hij had zich in 1891 bij de ARP, de partij van Kuyper, aangesloten.
Hoe zijn sociaal bewustzijn ontwaakt was? Hij hoorde als student in Utrecht bevlogen colleges van de ‘ethische’ professor Valeton over de oudtestamentische profeten. Hij zag de worstelingen van gemeenteleden om de kinderen voldoende te voeden. Hij las geschriften van de Britse geestelijke en christen-socialist F.D. Maurice. En hij werd actief binnen de protestantse arbeidersbond Patrimonium. ‘De Leeuw van Patrimonium’ organiseerde debatten met liberalen en socialisten. Hij verdedigde het stakingsrecht en droeg zo bij aan de doorontwikkeling tot echte vakbond.
Bij de Tweede Kamer verkiezingen in 1901 versloeg hij de SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra verpletterend in diens thuisdistrict Tietjerkstradeel. En eenmaal minister in het coalitiekabinet-Heemskerk bracht hij allerlei arbeidswetten tot stand. De arbeidsinspectie werd gemoderniseerd. Er kwamen Raden van Arbeid waarin voor het eerst ‘sociale partners’ samen werkten. De basis werd gelegd voor verzekeringswetten bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. En op 9 december 1913 begon de eerste uitkering van ouderdomsrente van de staat voor pensioengerechtigde 70-plussers. Door het verzekerde pensioenstelsel zouden binnen korte tijd overal ‘rustoorden’ ontstaan voor ouderen die nu niet meer aangewezen waren op de armenhuizen.
Dit fundament onder ons sociale stelsel kwam er niet zonder slag of stoot. Talma had veel last van de behoudende aristocratische vleugels van de christelijke partijen. En van de oude Abraham Kuyper die grote moeite had met zoveel overheidsbemoeienis. Talma raakte geïsoleerd in zijn eigen kring. En zijn gezondheid brokkelde af. Twee jaar na zijn ministerschap overleed hij.
In Burgum staat een bronzen borstbeeld.

Meester Eckhart – *Plm. 1260, Hochheim? – † voor 30 april 1328, Avignon?

eckhartWie God zoekt om met hem iets te zoeken vindt God niet; maar wie werkelijk alleen God zoekt vindt God en vindt nooit alleen God, maar vindt met God ook al wat God te bieden heeft

Meester Eckhart liep langs het randje. Juist daarin schuilt de aantrekkingskracht van zijn preken en traktaten. Hij was een van de eersten van wie de preken in de volkstaal verspreid werden. En de Groningse dichter C. O. Jellema (1936-2003), die buitenkerkelijk was geworden, vertaalde in zijn laatste levensfase uitgerekend van hem veel geschriften om ze prachtig opnieuw uit te geven. Wie kan de moderne twijfelaar beter handreiking bieden dan de mysticus die alles weet over het ‘arm zijn aan God’ en de pijnlijke noodzaak van loslaten van eigen weten en willen?
Eckhart was theoloog in de orde van de Predikheren oftewel de Dominicanen. De orde maakte net als die van de Franciscanen een grote bloei door. Eckhart was er prior, vicaris en provinciaal, dus iemand met leidinggevende rollen. Hij studeerde en doceerde in Parijs en Keulen en schreef verhandelingen en bijbelcommentaren. Honderden preken die hij voor zijn medebroeders in diensten en op studiedagen hield begonnen al tijdens zijn leven de ronde te doen. Tegen het einde van zijn leven werd er onderzoek ingesteld naar zijn trouw aan de leer van de kerk. Inquisitie! Hij is waarschijnlijk overleden terwijl hij aan het pauselijk hof in Avignon was om zijn zaak te verdedigen. Zijn veroordeling maakte hem voor de eeuwen daarna des te spraakmakender.
Al vòòr Eckhart maakten de grote theologen van zijn orden gebruik van de begrippentaal van christelijke en joods-arabische filosofen en theologen uit vroeger eeuwen die sinds kort ter beschikking waren gekomen. Eckhart was een durfal. Hij jongleert met de leer van de goddelijke drie-eenheid en met Bijbelteksten over de heilsgeschiedenis. Hij geeft er een mystieke draai aan. God ‘bestaat’ niet. God is een zijn dat ons zijn aan zich gelijk wil maken. Eckhart leert ‘de geboorte van God in de ziel’. Dat wil niet zeggen dat hij de historische geboorte van Jezus ontkent. Maar die is niet zijn thema. Net zomin als de verzoening door het plaatsvervangend lijden van Jezus of de heiligen. Alles draait om de terugkeer van de mens naar God en het opgeven van de eigen wil. ‘Waar God is is de ziel’, ‘waar de ziel is daar is God’. Gods geboorte is als het vuur dat het dorre hout doortrekt en helemaal vurig maakt. Om zover te komen moet er een tempelreiniging in ons plaatsvinden. Alle kooplui moeten weg die nog een bepaald eigenbelang koesteren. Dan kan het Woord met al zijn wijsheid en kracht ons helemaal vervullen.
Hij had zich dus teveel laten beïnvloeden door heidense filosofie. Bij de verspreiding van de leer van hun meester zouden latere volgelingen wat betreft de mystieke eenwording voorzichtig worden. Maar daar lag nu net het punt waarop de monnik-theoloog in gezelschap kwam van grote leermeesters uit andere religieuze en filosofische tradities. Juist als taal tekort schiet zit iemand vaak heel dicht bij het vuur.

(2016)