Archive

Posts Tagged ‘Zuid-Afrika’

Johannes Theodorus van der Kemp – 17 mei 1747 Rotterdam – 15 december 1811 Machtelt Schmidt (Zuid-Afrika)

December 31st, 2017 Comments off

Het schip moge zinken, de rots waarop ik bouw wankelt niet

Toen het schip vol met misdadigers op weg naar hun overzeese ballingsoord dreigde te vergaan, sprak een van de vier meereizende zendelingen deze woorden. Het lijkt een scène uit het leven van Paulus. Het is 1798. Toevallig zou deze zendeling het jaar erop deel 1 van een Bijbelstudie over Paulus gaan publiceren.
‘Als aan de hand der voorzienigheid langs de donkerste wegen opgevoed, voorbereid en bekwaam gemaakt om als zendeling op te treden ter uitbreiding van het Evangelie onder de heidenen van Zuid-Afrika.’ Aldus een negentiende-eeuwse biograaf over het ongedurige leven van deze kleurrijke missionair pionier en voorloper op raciale gelijkheid. De zoon van een predikant en hoogleraar theologie leefde niet vroom. Zijn studie medicijnen brak hij af om dragonder te worden. In overspel verwekte hij een dochter. Later woonde hij samen met een andere vrouw. Hij trouwde haar wel, maar verliet het leger om in Schotland zijn medische studie te vervolgen. Negen jaar was hij arts in Middelburg. Behalve een medische proefschrift schreef hij filosofische en theologische verhandelingen met onorthodoxe opvattingen. In 1791, inmiddels verhuisd naar Zwijndrecht en van alles aan het studeren, verdronken zijn vrouw en dochter. In de rouw over hen maakte hij een bekering door. Na de Bataafse revolutie van 1795 was hij gelegerd in Vlaanderen. Daar hoorde hij van de oprichting van het Londens Zendingsgenootschap. Hij zocht contact en werd als zendeling aangenomen.
Zijn eerste daad was in 1797 samen met een paar Rotterdammers het Nederlandsch Zending Genootschap in het leven te roepen. Daarmee was de vlam ontstoken, de eeuw van de zending kon beginnen! Het moment is verrassend. Juist in dat jaar werd de staatssteun aan kerken en theologische opleidingen op de tocht gezet. Typerend is ook het gebrek aan betrokkenheid van enig kerkelijk bestuursorgaan. Dat zal de hele komende eeuw zo blijven. Zending en evangelisatie werden steeds geïnitieerd door zelfstandige genootschappen van gelijkgestemde gelovigen.
Men dacht eerst vooral aan evangelisatie onder het scheepsvolk, aan kinderuurtjes en aan steun aan protestanten in de rooms-katholieke zuidelijke Nederlanden. Van der Kemp zelf vertrok in 1798 naar Zuid-Afrika. Hij werkte een tijdje zonder succes onder de Xhosa, de ‘Kaffers’, tot het oorlog werd met de Kaapkolonie. Vervolgens was hij actief onder de Khoi-Khoi, de ‘Hottentotten’, meest arm en rechteloos. Zijn missiepost Bethelsdorp werd van alle kanten tegen gewerkt. Zijn ijveren voor afschaffing van de slavenhandel en voor gelijkberechtiging van de gekleurde bevolking viel niet in goede aarde bij de blanke boeren. Evenmin zijn huwelijk in 1806 – het jaar van de Britse invasie – met de piepjonge vrijgelaten slavin Sara Janse. Maar al bij zijn begrafenis bleek dat zijn optreden ook veler respect had afgedwongen. En intussen gingen er inheemse evangelisten op pad in de overtuiging dat het Evangelie geen bezit van blanken is.

(2017)

Maqhamusela Khanyile – plm. 1810 – 9 maart 1877 Eshowe (Kwazulu-Nathal)

December 28th, 2017 Comments off

‘Ik ben niet bang. Stierf Christus niet voor mij? Hij zal me een plaatsje geven daarginds’

De eerste Zoeloe martelaar voor het christelijk geloof was een krijger. Nieuwsgierig geworden naar het geloof volgde hij catechese bij een zendingspost van Lutheranen uit Noorwegen. Lesstof: de Kleine Catechismus van Luther. Uit het hoofd te leren.
Het Zoeloe koninkrijk heeft aan de ene kant te maken met de landhonger van de Boeren, aan de andere kant met de toenemende druk van de Britten. Volgens het dan geldende ibuthu-systeem hebben mannen hebben dienstplicht tot hun dertigste, daarna moge ze trouwen. De Britten hebben er in 1873 het recht op evangelisatie en onderwijs afgedwongen. De Zoeloe koning vreest dat dit zijn leger verzwakt. Soldaten horen te vechten en niet te bidden. Op hun doop volgt de dood, zo dreigt hij. Maar stamhoofden kijken soms weg als het er toch van komt.
Maqhamusela, al wat ouder, volgt met onderbrekingen de catechese. Zijn buren noemen hem vanwege zijn vele bidden Umuntu Wesonto, ‘de zondagman’. Hij steekt zijn geloof niet onder stoelen of banken, ook al voldoen zijn getuigenissen niet aan de blanke criteria van welsprekendheid. Tegelijk blijft hij loyaal aan de cultuur van zijn volk, aan zijn kraal en aan de koning. Hij heeft twee vrouwen, draagt een hoofdtooi volgens Zoeloe tradities, drinkt bier, weigert de westerse lange broek, draagt de ibheshu, schort van dierenhuid, onder zijn shirt. En de zendelingen staan voor de uitdaging om af te zien van de doopverplichting.
Uiteindelijk stem hij ermee in dat zijn doopwens op audiëntie bij de koning aan de orde wordt gesteld. De koning mag weten dat hij gegrepen is door het Woord. Kome wat komt. Maar voor het tot doop komt pakt een troep krijgers hem op. Hij krijgt nog de kans om te bidden om een plaatsje in Gods koninkrijk. Op het moment dat de speren hem doorboren breekt er een onweer los. En als zijn tweede vrouw even later op zoek gaat naar zijn lichaam is het onvindbaar. Net als bij Mozes in de Bijbel!
Deze laatste dingen staan niet in het eerste sobere verslag van de zendeling naar zijn thuisfront. Heiligenverering ligt niet in de lijn van Luthers leer. En de zendeling is beducht dat de moord extra aanleiding wordt voor de Britten om een oorlog te beginnen. Maar de Britse invasie kwam er toch, gevolgd door een bloedige oorlog in 1879-1880.
Het blijft boeiend hoe telkens weer mensen trefzeker onderscheid wisten te maken tussen de kern van het Evangelie en de culturele verpakking. En soms dus met Luther in de buurt.
Maqhamusela kreeg een monument en een plek op de Anglicaanse kalender van Zuid-Afrika.

(2017)

Manche Masemola – * plm.1913 – † 4 februari 1928, Sekhukhuneland (ZA)

December 30th, 2016 Comments off

Er zijn dus drie getuigen: de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend’ (1 Joh. 5: 7-8)

De beeldengalerij in het westelijke portaal van de Westminster Abbey in Londen kwam hier al vaker in beeld. Er staan tien martelaren voor het geloof uit de twintigste eeuw. Tussen grote beroemdheden staat er ook een eenvoudig Zuid-Afrikaans meisje uit de Transvaal.

Manche Masemola was daar rond 1913 geboren. Ze maakte deel uit van het Pedi-volk dat daar in een soort reservaat leefde. Een minderheid van de Pedi was door het werk van Duitse en Engelse zendelingen tot het christendom overgegaan, argwanend bekeken door de rest die de tribale godsdienst trouw bleef. Manche ging niet naar school, maar werkte mee op het land. Met een nichtje ging ze mee naar preken van de zendeling Moeka. Vervolgens ging ze bij hem op catechisatie omdat ze zich wilde laten dopen. Maar thuis ondervond ze tegenstand. Haar ouders vreesden dat ze behekst werd. Ze werd meegenomen naar een traditionele priester-medicijnman. Op zijn gezag dwongen haar ouders haar met harde slagen de voorgeschreven toverkruiden tot zich te nemen. Op 4 februari 1928 bezweek ze hieraan. Ze had zelf voorspeld dat ze gedoopt zou worden in bloed.

Het verhaal houdt hier niet op. Kort erna werd een zusje ziek. Ze werd naast haar begraven. Hun vader plaatste een paar Euphorbia’s bij hun graf. Al vanaf 1935 vonden er pelgrimages naar dit graf plaats. Het werd een bedevaartsplek. De Church of Southern Africa nam haar op onder haar heiligen. En moeder die altijd was blijven ontkennen dat ze haar dochter vermoord had, liet zich veertig jaar na dato ook dopen.

Dit is een riskant verhaal. Door haar te betitelen als martelaar voor het christelijk geloof lijkt er een zwart-wit-tegenstelling tussen christendom en ‘primitieve’ stamgodsdiensten te ontstaan. Het zou zelfs kunnen lijken dat die in de ogen van de Kerk (in dit geval de Anglicaanse) even erg zijn als het nazidom waar anderen in de beeldenrij onder hebben geleden. Zendingsverhalen zijn om begrijpelijke reden niet meer zo populair als ze wel geweest zijn. En zeker verdienen ook de ouders en misschien zelfs de priester uit dit verhaal mededogen. Ze zijn ook slachtoffer van een proces van culturele verandering en aanpassing aan nieuwe omstandigheden. En ook in ‘christelijke’ landen zijn kinderen niet altijd veilig in het gezin van hun ouders en lopen er heel wat mensen met blauwe plekken op hun ziel vanwege de veroordeling die ze in hun familie ondergingen toen ze kozen voor een andere kerk of een ander geloof. Maar dan blijft het dus van belang dat zulke verhalen verteld blijven worden: hoe een eenvoudig tienermeisje de stem van haar hart volgde en hoe onveilig de wereld dan kan zijn.manche-masemola

John William Colenso, 24 januari 1814, St. Austell (GB) – 20 juni 1883, Bisshopstowe (ZA)

January 16th, 2015 Comments off

ColensoDe waarheden van onze heilige godsdienst aan intelligente inheemse mensen onderwijzen betekent voor elke oprechte leraar een proces van schriften van de eigen meningen 

‘De laatste eerlijke blanke man’, werd hij nog jaren na zijn gedood genoemd door Zoeloes. De negentiende eeuw staat te boek als de eeuw van de zending. Het is ook de eeuw van veel westers imperialisme en grootschalige kolonisatie van andere continenten. Soms ging het wel erg gelijk op. Colenso is een boeiend voorbeeld van de spanning tussen beide. Hij was een gepassioneerd christen, maar bepaald geen ‘evangelical’. Hij werd in 1853 de eerste Anglicaanse bisschop van Natal, Zuid-Afrika, met een missie voor de Zoeloes. Hij was daarmee onderdeel van de Britse koloniale expansie in Zuid-Afrika en was zelfs tegenstander van verzelfstandiging van de Anglicaanse kerk in dit land. Tevens was hij een vooruitstrevend en kritisch theoloog. Wiskundig onderlegd rekende hij voor dat de boeken van Mozes en Jozua vol ongerijmdheden zitten. De publicatie van zijn inzichten betekende dat de historisch-kritische benadering van het Oude Testament nu ook Engeland bereikte. Hij correspondeerde hierover met Abraham Kuenen, de befaamde Leidse Bijbelgeleerde. Zijn boek veroorzaakte in 1862 een stevige rel, niemand in Engeland verdedigde hem, hij werd verketterd door zijn aartsbisschop in Zuid-Afrika en het boek werd zelfs in het Britse parlement afgekeurd. Maar hij bleef op zijn post.
En in Zuid-Afrika staat hij vooral te boek als een pionier wat betreft zijn openheid voor de waarden van de inheemse cultuur en religie van de Zoeloe’s. Colenso was er actief als vertaler van de Bijbel in hun taal en de vervaardiger van een woordenboek en grammatica. Op een keer vroeg een van zijn inheemse contacten die hem hielp om de juiste uitdrukkingen te vinden bij het zondvloedverhaal of het echt allemaal waar gebeurd was. Voor Colenso een stimulans om juist als missionaris ook een kritisch theoloog te zijn. Hij keurde hun polygamie niet af en wilde geen eeuwige verdoemenis van hun voorouders prediken. Hij  wierp zich ook openlijk op als verdediger van de belangen van gevangen inheemse leiders, voor en na de ontmanteling van het Zoeloe koninkrijk in 1879. Ook hier werd het een conflict over het geloof in onfeilbaarheid, nu niet van Bijbelteksten, maar van de rapporten van blanke Britten. Drie ongetrouwde dochters zouden deze inzet voor de belangen van de Zoeloe’s levenslang voortzetten. Een ervan was bevriend met een oprichter van de voorloper van het ANC.
Ook over het bijbelboek Jozua had Colenso dus twijfels, het bijbelboek over Israëls verovering van het beloofde land. Op dat moment is het Britse rijk bezig om ook het land van de bijbel te koloniseren en de emigratie van Joden te faciliteren. Bij Colenso leidt het vraagteken nog niet tot een vraagteken achter de legitimiteit van kolonialistische landverovering. Maar zijn zorg voor de oorspronkelijke bewoners van het Afrikaanse gebied waar westerlingen hun oog op hebben laten vallen is duidelijk.  Ze eerden hem als ‘Sobantu’, ‘vader van het volk’.