Archive

Posts Tagged ‘Theologie’

Franciscus Gomarus – *30 januari 1563, Brugge – † 11 januari 1641, Groningen

October 24th, 2018 Comments off

Sommige dingen bewerkt God alleen, andere laat hij toe om ze ten goede te keren

Als je vuile ramen hebt moet je de zon niet de schuld geven van weinig lichtinval. Maar als de kleuren van het bovenraam helder op je tapijt worden geprojecteerd, komt dat dan door je trouw ramen zemen? Of heb je die trouw misschien ook te danken aan de zon die jou verleidt om haar licht maximaal te laten schijnen?
Gomarus was de belangrijkste theoloog van de contraremonstranten. En de roemruchte Synode van Dordrecht van 1618-1619 bepaalde dat de visie van de contraremonstranten leidend zou zijn voor de ‘vaderlandse kerk’. Tijdens de eerste decennia van de Republiek der Nederlanden nam het theologisch debat een hoge vlucht. Tot in de finesses werd de leer van de rechtvaardiging door het geloof, uitverkiezing en voorbeschikking scherp geslepen. Het standpunt dat het meest de eer gaf aan de zon van Gods soevereiniteit won het.
Dit calvinisme had vanuit het zuiden ons land veroverd. François Gomaer was een Vlaming, zoon van een waard. Hij studeerde zoals studenten al eeuwen deden op diverse plaatsen: Straatsburg, Cambridge, Oxford, Heidelberg. Als predikant van de vluchtelingen in Frankfurt a.d. Main moest hij vertrekken toen lutherse predikanten de calvinisten in het nauw dreven. De jonge universiteit in Leiden wilde hem wel hebben. Maar hij kwam er rond de eeuwwisseling in conflict met zijn collega Arminius. Uit onvrede over het benoemingsbeleid vertrok hij naar Middelburg en later naar het Franse Saumur, centrum van protestantse theologie. Vanaf 1618 tot aan zijn dood was hij hoogleraar aan de nagelnieuwe universiteit in Groningen. Net als zijn derde vrouw is hij er begraven in het koor van de Martinikerk.
Stedelijke regenten van de Amsterdamse grachten zijn andere mensen dan Vlamingen die vervolging achter de rug hebben. Dit verschil speelde mee in het grote religieuze conflict dat tijdens het Twaalfjarig Bestand werd uitgevochten.
Lang niet over alle theologische geschilpunten werden in Dordrecht knopen doorgehakt. Zo schaarde Gomarus zich bij de supralapsaristen, de Bovenvaldrijvers. Maar de synode hield ook de Benedenvaldrijvers de hand boven het hoofd. En Gomarus voegde zich. Hij was wel vurig maar niet compromisloos en onverzoenlijk.
Zijn tijd in Groningen werd deels opgeslokt door het vertaalwerk voor de Statenvertaling. Hij had als revisor een groot aandeel in het Oude Testament. Hij was een groot kenner van het Hebreeuws, het Aramees en het Syrisch en verdiepte zich in de joodse Talmoed.
De laatste studie over Gomarus is van een Zuid-Koreaan. Nederlands calvinisme is een succesvol exportproduct.

(2018)

in memoriam Henri Veldhuis (1955-2018)

August 19th, 2018 Comments off

Als wij zelf van mening zijn dat die liefde, zoals die in Christus aan het licht gekomen is, het hart is van de theologie….

In een indrukwekkende dienst onder de prachtige pastorale leiding van Kees van der Zwaard nam de protestantse gemeente van Culemborg op 13 augustus 2018 afscheid van haar predikant. Het 25-jarig ambtsjubileum van Henri als predikant van de (eerst hervormde) Barbaragemeente was ruim een jaar ervoor gevierd. Ik was een jaargenoot van hem en onze jaarclub bestond net veertig jaar. Die jaarclub was een van zijn vele initiatieven en activiteiten die tot goede dingen geleid hebben en waardoor dit overlijden een verlies is dat verder reikt dan de gemeente Culemborg.
In september 1975 begon de studie. Henri, afkomstig uit de Noordoostpolder, oudste van tien kinderen van een fruitkweker, had er twee jaar vooropleiding opzitten omdat hij niet het juiste pakket had. Hij stimuleerde een paar a.s. theologen die elkaar intussen als aspirant-leden van de reformatorische studentenvereniging CSFR hadden leren kennen om samen op ‘Voetius’ te gaan, het theologendispuut voor studenten uit de gereformeerde gezindte. We wisten al wel dat we zelf nogal kritisch stonden tegenover onze achtergrond, maar aldus Henri: ‘op Voetius wordt het hardst gestudeerd en er is ruimte voor een kritische houding’. Op dat moment zwaaide Klaas Vos er flamboyant de voorzittershamer, dat scheelde ook (later VPRO-presentator en weer later toch weer dominee en altijd Ajax-fan). En in die jaren was het dispuut voor de vorming haast net zo belangrijk als de officiële studie. Drie jaar later, in 1978, nam Henri het initiatief om maar alvast een jaarclub te vormen die met eigen bijeenkomsten in vorm zou komen voor latere ontmoetingen na de studie. Dat betekende studeren met elkaar mét altijd een liturgische opening én na afloop de fles open. We begonnen met een stuk of zestien, de linker helft van de dertig in 1975 aangetreden dispuutsleden. Er sprak ook zendingsdrang uit. We zouden een missie te vervullen hebben in een kerkelijke en theologische context die allerminst koersvast was. Zo was Henri in die tijd er (nog) niet helemaal van overtuigd dat de theologie van Karl Barth die op dat moment in ons onderwijs dogmatiek de toon zette, voldoende van geseculariseerd denken vrij was. En wat filosofie betreft was hij ook ontevreden over ons onderwijs: teveel Angelsaksische taalfilosofie, te weinig ‘continentale filosofie’. Dus Henri liet belangstellende medestudenten kennis maken met teksten van Emanuel Levinas. Later wijdde hij een aparte doctoraalscriptie filosofie aan deze grote Frans-joodse denker. In het jaar dat hij voorzitter was van het Utrechtse dispuut van de CSFR leidde hij een voortreffelijke reeks lezingen over het jodendom die een echte ontmoeting werden.

Onder invloed van Klaas Vos raakte hij betrokken bij de contacten met dissidenten in Oost-Europa via Hebe Kohlbrugge. Het zou resulteren in geheime coördinatie van lezingen van filosofen en theologen voor dissidenten van de Charta-beweging in Tsjecho-Slowakije rond de latere president Vaclav Havel. In die jaren ’70 had het christen-socialisme nogal nadrukkelijk wortel geschoten onder Utrechtse theologiestudenten, waarbij kritiek op Oost-Europa ‘not done’ was. Hebe Kohlbrugge – net als deze christen-socialisten óók Barthiaan – hielp ons aan een andere kijk en stimuleerde met kracht netwerken van contacten met kritische christenen en humanisten. Helaas ontstond er verwijdering tussen Henri en Hebe, twee sterke karakters, en Henri stopte ermee. Na de val van het IJzeren Gordijn kreeg hij wel een erepenning van de Praagse Karelsuniversiteit voor zijn werk.

Daadkrachtig, voortvarend, koersvast! De gave om helder hoofdlijnen te tekenen na altijd grondige oriëntatie kwam vervolgens allereerst tot uitdrukking in zijn promotieonderzoek over een randfiguur, de belastingambtenaar uit het pruisische Koningsbergen van de achttiende eeuw toen Immanuël Kant daar aan Europa filosofische Verlichting schonk: Johann Georg Hamann. De vorige theologengeneratie kende Hamann al van het prachtige boek ‘Natuur en genade bij J.G Hamann’ van E. Jansen Schoonhoven (het stond ook in mijn vaders kast te verstoffen en ik heb het gedeeltelijk verslonden). Henri overtroefde dit met een nogal definitief boek dat deze bijzondere lutherse denker een belangrijke plaats gaf in de grote westerse traditie van Augustijns-klassiek christelijke theologie.

Kort erna gaf Henri de openingslezing op een conferentie van de hervormde dogmatici over ‘Openbaring en werkelijkheid’. Die was samen met het daaropvolgende debat met prof. Bram van de Beek instructief zowel voor Henri’s theologisch engagement als voor de mate waarin hij toen in 1994 professorabel was. Henri was hier de woordvoerder van wat een tijdlang de ‘Utrechtse School’ genoemd werd. Met Antoon Vos als leverancier van een paar belangrijke historisch-filosofische inzichten trok een groep theologen in verschillende constellaties op om samen wetenschappelijk werk te leveren. Henri raakte voor lang actief in het Duns Scotus gezelschap dat werk van deze grote middeleeuwse theoloog onderzocht en in publicaties toegankelijk maakte. Vooral dat laatste was Henri’s kwaliteit: toegankelijk maken door hoofdlijnen aan het licht te brengen. Het andere initiatief was de ‘Utrechtse Studiedagen’ waaruit een reeks publicaties voortkwam.

Maar hij was na zijn promotie – en intussen getrouwd en vader van twee kinderen – predikant in Culemborg geworden en is dat gebleven. Met hart en ziel, bewogen en creatief, kritisch en ruimhartig. Een gemeente met een grote kerkmuzikale traditie.  Als predikant legde hij grote gevoeligheid aan de dag voor pastoraal-psychologische vragen en wist hij daarover indringende diensten te houden. Hij had ook persoonlijk de nodige worstelingen doorgemaakt met hinderlijke ‘schaduwen’. En in de 26 jaar dat Henri er werkte werd de Barbaragemeente ook de thuishaven van de beweging voor bibliodrama en dans in de kerk én de moederkerk van protestantse vriendschap met Palestijnse christenen. De Stichting de 7de hemel voor bibliodrama en dans had hem tot voorzitter gemaakt en vrij onlangs ook de daaraan gelieerde werkplaats voor bibliodrama dat de verschillende stromingen in het bibliodrama bundelt.

Daarnaast bleef hij kritisch betrokken op de landelijke kerk en de samenleving en een voorvechter van de mensenrechten. Het IJzeren Gordijn en de Berlijnse Muur waren in 1989 gevallen. Een andere Muur werd niet veel later juist opgetrokken, met nog meer beton en prikkeldraad, dwars door het gebied van het Palestijnse volk. Jeannette de Boer-de Leeuw (echtgenote van zijn filosofiedocent Theo de Boer, en destijds moderamenlid van de Hervormde Synode) opende naar zijn zeggen hem de ogen voor de mensenrechtensituatie in Israël en Palestina. En ‘Vrijstad Culemborg’ was en werd steeds meer de leverancier van deelnemers aan initiatieven als de Olijfboomcampagne, Vrienden van Sabeel, Stichting Kairos Palestina en de Vrienden van de Tent of Nations. Van dat laatste werd Henri mede-oprichter, zoals hij het eerder was samen met oud-premier Dries van Agt van The Right’s Forum dat de Nederlandse politiek bij voortduur van gedegen kritiek dient wat betreft het Palestina-Israël-beleid. Daoud Nassar, de christelijke eigenaar van de Palestijnse vredesboerderij Tent of Nations, was zijn vriend geworden, zoals tot uitdrukking kwam in de jubileumviering van Henri’s 25-jarig ambtsjubileum. Op veel conferenties van de Palestina-vriendschappen (en andere) was Henri de fotograaf. Voor ‘Kairos-Sabeel’ (toen nog niet gefuseerd) schreef hij een kleine kritische ‘Israël-theologie’ in brochurevorm die het qua toegankelijkheid én inhoud verdiende om uitgegeven te worden als officiële kerkelijke standpuntbepaling. En via zijn veelbezochte website – helemaal zelf ontwikkeld – werd hij met kritische en scherpe commentaren een belangrijke luis in de pels van kerkleiding en dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.

Die betroffen niet alleen het Midden-Oosten-beleid dat te veel gegijzeld werd door doorgeslagen christelijke solidariteit met de staat Israël. Hij vond ook lang dat de kerkleiding in toonzetting en beleid te ver achter de feiten aanliep en struisvogelpolitiek bedreef wat betreft de doorgaande ontkerkelijking. En of de missionaire kansen om dat te keren realistisch begroot werden?
Vanuit zijn diepe doordenking van een visie op recht en onrecht vanuit het hart van het Evangelie was hij ook een gerespecteerd gesprekspartner van het justitiepastoraat. Op een van hun studiedagen pleitte hij voor integratie van strafrecht en herstelrecht, met de stelling dat schuldverwerking en herstel alleen mogelijk is op basis van hoop op liefde en ontferming.

Zijn boek Kijk op geloof (ook in het Indonesisch vertaald) liet zich lezen als een kleine geloofsleer. Het is goed bruikbaar gebleken voor gespreksgroepen in de gemeente. Het paart diepgang aan eenvoud en eerlijk geloof aan ruimte om met hem van mening te verschillen (zo was mijn gebruikerservaring). Het hoofdstukje over de ontmoeting met de islam bijvoorbeeld stijgt nog altijd uit in kwaliteit van toonzetting boven menig schrijfsel in het kerkelijke en politieke landschap dat ofwel te bang is voor islamkritiek of te bang voor hartelijke herkenning van moslims als authentieke mede-aanbidders.

Een belangrijk theologisch initiatief was ook zijn voorzitterschap van de Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie. Onder zijn leiding kwamen de drie delen Verzameld Werk van Daniël Chantepie de la Saussaye (1818-1874) tot stand. Nog in onze studietijd hadden we een keer alle brochures van deze theoloog uit de universiteitsbibliotheek staan kopiëren. Van Antoon Vos hadden we geleerd om deze geestelijke vader van een stroming die meer dan een eeuw lang belangrijke theologen heeft opgeleverd, óók te zien in het kader van die grote hoofdstroom van ‘klassieke Augustijns-Anselmiaanse theologie’. De ethischen huldigden een ander vrijheidsbegrip dan de calvinistische predestinatieleer die ons in onze jeugd had geplaagd. En ze waren ook theologen voor wie de persoon van Jezus Christus het heldere en stralende middel- en vertrekpunt van geloof en theologie is.

Op de laatste studiedagen van onze jaarclub hadden we samen op zijn voorstel delen uit de evangelist Marcus gelezen. Deze keer voor ‘t eerst in onze veertig jaar geen wetenschappelijk boek of cultureel thema maar rechtstreeks de Bijbel en dan de oudste evangelist. Dichter bij de Heer kun je niet komen. Voor de vaste filmavond – zoals altijd met Henri’s uitstekende apparatuur – had hij deze keer oude tv-opnames opgeduikeld met Karl Barth en met K.H. Miskotte over Barth. We konden niet vermoeden hoezeer hiermee een belangrijke cirkel van Henri’s leven rond gemaakt werd.
De vijftigste sterfdag van Barth valt op 10 december a.s. precies samen met de tweehonderdste geboortedag van Daniël Chantepie de la Saussaye.  Henri zal het niet meer meemaken. Tijdens een wandelvakantie in Engeland stond zijn hart plotseling stil.

Fundamentele theologische bestrijding van het christenzionisme

June 27th, 2018 Comments off

Steven Paas (red.), Het Israëlisme en de plaats van Christus, uitg. Bc-bs, 2017, 327 blz., € 22,50

Steven Paas (1942) is christelijk-gereformeerd theoloog die met deze publicatie opnieuw ten strijde trekt tegen het christenzionisme. Voor dit boek hebben theologen uit orthodox-gereformeerde, Anglicaanse en evangelische kerken in binnen- en buitenland een bijdrage geleverd. Paas zelf schreef een uitvoerig eerste hoofdstuk, prof. Wido van Peursen (VU) een inleiding. Het boek is begin 2018 ook in het Engels verschenen.

Voor lezers bij wie de theologische wind uit een andere hoek waait, is de inzet en de stijl van dit boek wennen. ‘Israëlisme’ is de eigenzinnige term van Paas voor het verschijnsel dat er ‘na Christus’ nog een heel eigen plaats aan Israël – volk, land en godsdienst – in het handelen van God wordt toegekend. Wat hier op de korrel wordt genomen is de theologie van de nog niet vervulde oudtestamentische profetieën over Israël die pas na 1948 met de oprichting van de staat Israël in vervulling zouden zijn gegaan. Het gaat om de theologische kern van dat christenzionisme. Het Israëlisme zet Israël in feite in de plaats waar Christus altijd stond in het christelijk geloof. De terugkeer van joden en hun staatsrechtelijke eigendom van het land der vaderen is theologisch gesproken heilsnoodzakelijk geworden. Zonder Israël geen Koninkrijk van God op aarde, daarom zou het de missie van de Kerk moeten zijn om de wereld tot Israël te bekeren en dit herstel van de natie te bevorderen.

Dit boek gaat minutieus na hoe het zit met die oudtestamentische profetieën en hun vervulling of onvervuldheid. Het maakt het boek dik en omslachtig. Toch groeide al lezend mijn sympathie. Hier wordt het vak bijbelse theologie ouderwets gedegen beoefend. Bijbelse theologie die uitgaat van de eenheid van de Schrift en die de Schrift eerbiedig leest als Stem van de Ene, met respect voor de eigen kleur van de auteurs en met grote aandacht voor de historische context. Steen voor steen wordt zo het Israëlisme ontmanteld. De lezer krijgt stevige lessen nieuwtestamentisch interpreteren van het Oude Testament, naast ook gewoon in beter lezen wat er staat. De landbeloften, de beloftes van een vernieuwing van Israël of van het opnieuw wonen van God te midden van zijn volk in zijn vernieuwde tempel, zijn al in Christus vervuld, of aan hun vervulling begonnen. Jezus is samen met zijn gemeente die ‘tempel’, God wonend onder mensen. Joden en niet-joden vormen daarbij samen Gods volk. En dat breidt zich uit over de hele wereld. De hele aarde is bestemd om ‘hof van Eden’ te worden. De missie van de Kerk is dan om wereldwijd de mensen te winnen om deel te worden van de nieuwe tempelgemeenschap van joden en niet-joden die samen leven in eerbied voor de Eeuwige. Er wordt geen ánder Koninkrijk verwacht dan het Koningschap van Christus, dus niet daarnaast nog een ‘herstel van het koninkrijk van David’. Da Costa in de 19de eeuw en alle christenzionistische uitleggers na hem lezen op dit punt Handelingen 1 niet goed. En om de ‘terugkeer’ vanaf 1880 (en niet pas in 1948) en wat er verder historisch volgde in het land van de Bijbel in bijbelsche schema’s te passen moeten Restaurationisten en Chiliasten of hoe ze ook mogen heten, wel erg veel water in de bijbelse wijn doen. Staat er in dat Oude Testament niet nadrukkelijk en bij herhaling dat ommekeer tot de Heer en zijn geboden de voorwaarde is om te mogen terugkeren? Christenzionisten hebben het helemaal omgedraaid: terugkeer en (met hulp van christenen) terug brengen de Joden gaat vooraf aan hun verhoopte bekering ooit eens wellicht toch tot de Messias. En over de visioenen van Ezechiël of Zacharia 14 worden de bladzijden soms sarcastisch, uit verbazing over het vrome maar ideologische geknutsel met teksten om de contemporaine geschiedenis er in terug te kunnen lezen.

Deze theologen gaan dus door het vuur voor de klassieke christelijke vervullingsgedachte. Jezus Christus is het centrum van Gods openbaring, maatgevend voor de uitleg van het Oude Testament. In het Nieuwe Testament worden de beloftes uit het Oude Testament niet ‘vergeestelijkt’, maar ze worden ‘geuniversaliseerd’. Met deze op zich lelijke term – gebruikt door christen-Palestijnse leerlingen van N.T. Wright en hier door anderen ook overgenomen – wordt aandacht gevraagd voor de manier waarop het Nieuwe Testament heel de taal van het Oude gebruikt om te belichten wat de betekenis is van de verschijning van Christus. Je kunt overal op aarde en ongeacht je etniciteit deel hebben aan datgene wat in het Oude Testament werd toegezegd. ‘De plaats van echte aanbidding is geuniversaliseerd tot elke plaats waar de Geest woont in echte aanbidding’ (95), aldus het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw in Joh.4, een passage die veel wordt aangehaald. Omdat Jezus zelf het Israël van God is geworden – lijfelijk en aards – ‘erft’ hij niet alleen het land, maar de hele aarde als terrein van zijn koningschap. Een andere tekst die herhaaldelijk terugkeert is de zaligspreking uit Mt. 5 waarin Jezus de armen van geest niet het land maar de aarde laat beërven. De tijd van de ‘wederoprichting van alle dingen’ is bij Lucas al lang voor 1948 begonnen, namelijk op Pinksteren (157). Nergens in het NT staat een profetie over een joodse terugkeer uit ballingschap. Laat staan over een herbouw van de tempel.

Sommige uitspraken zijn echt gewaagd, als je oren gewend zijn aan de retoriek van de theologie van de ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’. Laten Joden maar blij zijn dat God hun speciale oudtestamentische positie niet heeft gehandhaafd, de ‘verbondsoordelen’ geprofeteerd tot de Joden treffen hen dan ook niet in meerdere mate dan andere volken (39). Israël is niet langer hét uitverkoren volk van God waarmee Hij nog bijzondere bedoelingen heeft (10). Het onderscheid tussen Israël en de volken is niet meer theologisch relevant (209 voetnoot). Je hoeft van deze auteurs ook niet eerst in de leerschool bij joodse denkers en joodse schriftgeleerdheid om de Bijbel te kunnen uitleggen: de enige bladzijden over het na-christelijke religieuze jodendom gaan over de verschillende vormgevingen van het messianisme sinds de opkomst van het moderne zionisme. En een beetje joodse feesten gaan vieren in de Kerk of toeristische gemeentereisjes naar Jeruzalem betitelen als ‘pelgrimeren’ kan na lezing van de bijdrage van Theo Pleizier (PTHU) ook niet meer. Als het Avondmaal de belangrijkste ceremoniële praktijk is van de christelijke spiritualiteit, gaat er iets mis met de spirituele focus op Christus als je dit gaat mengen met het joodse Pesach. De Kerk is het joodse volk niet (p. 216). En bij de geografie van diezelfde spiritualiteit hoort dat we de Heer ontmoeten in de lokale gemeente. Reizen naar Jeruzalem brengt niet dichter bij de Heer. Religieus toerisme moeten we niet verwarren met pelgrimage, want de pelgrim naar het Koninkrijk van God zal meer interesse hebben in mensen (Joden én Palestijnen) dan in dode stenen. En over de eschatologie van de christelijke spiritualiteit wil hij vooral benadrukken dat die het probeert uit te houden in de mist van de geschiedenis en géén eenduidig licht heeft over de vraag aan welke kant God staat in allerlei politieke conflicten. Amen.

Aan politiek wordt in dit boek nauwelijks gedaan. Bekommernis over de ernstige schending van mensenrechten en specifiek van de volkerenrechtelijke positie van de Palestijnen ben ik eigenlijk niet expliciet tegengekomen. Over de islam wordt vooral negatief gesproken: moslims zijn verslaafd aan hun slachtofferrol en niet alleen de joden maar de ook Palestijnse christenen hebben niet veel goeds van hen te verwachten (Miller, 204v). Gelukkig brengt de opmerking van Jos Strengholt dan weer evenwicht, dat het jezelf verliezen in eschatologische bespiegelingen ook slecht is voor het zicht op Gods liefde voor de wereld, inclusief het islamitische deel ervan (311). Dat het moderne zionisme een seculiere beweging is en dat de staat Israël een seculiere natiestaat is, wordt wel onderstreept. De restaurationalisten, chiliasten en christenzionisme die er eschatologische chocola van maken zijn niet alleen knutselaars en neo-gnostici maar ook gevaarlijk. Dat ook. ‘De politieke implicaties van het Dispensationalisme zijn enorm’ (200). Sizer legt er de vinger bij dat het christenzionisme niet alleen ideologisch maar ook financieel verbonden is met joodse groeperingen die gevaarlijke plannen hebben met de moslimheiligdommen op de tempelberg (278vv).

Maar deze theologische en spirituele terughoudendheid ten opzichte van grote politieke visioenen is precies wat nu urgent is. Het optreden van Trump en zijn doordenderende pro-Israëlpolitiek waarbij de VS nu zelfs de mensenrechtencommissie van de VN verlaat, laat zien hoe belangrijk zulke theologie is. Trump leunt op een brede christenzionistische achterban, die ook in Nederland de politiek telkens weer aardig weet te gijzelen als het om de Israëlpolitiek gaat. Het is echt belangrijk dat orthodox-protestantse en evangelische theologen en kerken in beweging komen. Zij die in hetzelfde taalveld van heilshistorische theologie zitten kunnen de missie van bestrijding van het politiek verderfelijke christenzionisme beter vervullen dan zij die dat niet zitten. En dat Paas deze koe bij de horens vat maakt dit een belangrijk boek.

Waarin verschilt deze theologie van die van bijvoorbeeld veel sympathisanten van Kairos-Sabeel? Ik kan het misschien illustreren aan de hand van de bijdrage van G.K. Beale. Aan het slot ervan wordt die nogal vermoeiend als hij wil uitleggen dat de fysieke vervulling van de landbeloften in het Nieuwe Testament begint met de lichamelijke opstanding van Christus. Het wordt een gegoochel met de begrippen geestelijk, fysiek en lichamelijk. Ik zou zeggen: wat is er lijfelijker en fysieker dan een historische Jezus van Nazareth die het brood eerlijk verdeelt zodat de hongerige wordt gevoed en die een nieuwe sociale samenhang sticht waarin kinderen weer onbekommerd mogen spelen, vrouwen niet worden onderdrukt en armen niet worden uitgebuit? Authentieke vervullingstheologie kan ook wel met minder stellige grote woorden. En doe mij vooral maar heel veel van wat Theo Pleizier bepleit: ‘ernaar streven in het hier en nu, met aandacht voor het alledaagse en het gewone, recht te zoeken, dienstbaar te zijn en lief te hebben’ (224).

(juni 2018)

Anselmus van Canterbury – *1033, Aosta (It) –  † 21 april 1109, Canterbury

December 29th, 2017 Comments off

Je hebt het gewicht van de zonde niet voldoende gewogen

De zin over het gewicht van de zonde komt uit de mond van Anselmus tegen zijn fictieve gesprekspartner Boso, in het tractaat Cur deus homo: waarom God mens werd. De monnik, abt en latere aartsbisschop Anselmus formuleerde daarin kort na het begin van het tweede christelijke millennium de zogenaamde ‘juridische verzoeningsleer’. Boso vroeg waarom God niet kon vergeven zonder kruis. Anselmus ontvouwt dan de betekenis van het offer van Christus met begrippen als schuld, straf, genoegdoening, plaatsvervanging, vergeving. Deze zijn ontleend aan het Nieuwe Testament, maar ook aan de rechtspraak van zijn tijd. Daarin speelden geschonden eer en eerherstel een grote rol.
Niet alleen in de praktijken van boete en biecht, de liturgie en de theologie van de Middeleeuwen werkte dit door. Ook de verzoeningsleer van de Reformatie is Anselmiaans van toonzetting. Zoals veel protestantse kerkliederen, de Mattheüspassie van Bach of de liederen van Johan de Heer dat zijn. Anselmus heeft voor een heel millennium school gemaakt. De westerse verzoeningsleer is een culturele prestatie van even groot formaat als de gothische kathedralen.
Deze verzoeningsleer is langzaam maar zeker in diskrediet geraakt. Niet alleen door de  extreme uitwerkingen, waardoor het Evangelie van verzoening door voldoening degenereerde tot een evangelie van betutteling, schuldgevoel en aangeleerde depressiviteit. ‘Jezus voor onze zonden gestorven’ werd teveel een gestolde formule. En een begrip als genoegdoening werkt niet meer in een cultuur die eerwraak achter zich gelaten heeft.
Maar midden in dat geschrift staat een kleine gelijkenis, een parel van een parabel vanwege het prachtige Godsbeeld, bijna vrouwelijk. Iemand staat stil, bukt zich om iets heel kleins, maar o zo kostbaars op te rapen uit de modder waarin het gevallen was. Dat is min of meer wat de Kerk van Oost en West het eerste millennium had geleerd: hoe de goddelijke verlossing mensen optilt uit verlorenheid en verstriktheid in zonde. Maar er gebeurt nog iets. De parel van grote waarde (de mens met zijn ziel) wordt gewassen om zijn oorspronkelijke zuiverheid te laten zien. Het is Gods eer te na om zijn kostbaarheden niet te laten schitteren.
Anselmus schreef nog veel meer. Met hem begon de wetenschappelijke theologiebeoefening. Hij ontwikkelde standaarden van disputeren en argumenteren. Daarbij was het theologiseren nog helemaal ingebed in het Benedictijnse kloosterleven, met zijn dagelijkse ritmes van liturgisch gebed en meditatie. Een van zijn andere beroemde formules is ‘Geloof zoekt begrip’. Theologie moet beoefend worden als een vorm van liefde die dieper wil leren kennen. En deze gedachte kan evenals die gelijkenis van de parel nóg wel een millennium mee.

(2017)

Dominicus de Guzmán – *plm. 1170, Caleruega (Castilië) – † 6 augustus 1221, Bologna

January 7th, 2017 Comments off

Hij was altijd vrolijk en lachend, behalve als hij zich ontfermde over de ellende van zijn naasten

Op 22 december is het achthonderd jaar geleden dat Dominicus de Guzman pauselijke goedkeuring kreeg voor de leefregel van zijn zestien ´predikheren´. Daarmee was de stichting van de orde van de Dominicanen een feit. Dominicanen waren net als Franciscanen een bedelorde en beide ordes maakten nog tijdens het leven van hun stichter een snelle groei door. In 1232 ontstond de eerste vestiging in ons land. Het verdwenen Dominicaner klooster in Winsum ontstond in 1276 en zou in functie blijven tot de Beeldenstorm van 1566.
Over Dominicus gaan mooie verhalen. Op een keer kwamen de broeders die erop uitgestuurd waren om een ontbijt bij elkaar te bedelen, terug met hoogstens de helft van wat nodig was. Dominicus werd daar niet treurig van. Integendeel, hij begon een dans en prees God. Het werkte aanstekelijk op de broeders. Een vrouw die passeerde dacht dat ze een stel dronken mannen zag. Maar toen ze beter geïnformeerd was ging ze naar huis en kwam terug met wijn, brood en kaas. Als ze God al konden danken voor een miserabel hongerloontje, dan wilde ze graag bijdragen aan nog meer van zulke vreugde.
Dominicus en Franciscus hebben elkaar meermalen ontmoet. Dominicus bewonderde Franciscus en zou bij hun laatste ontmoeting als aandenken om het koord van zijn pij hebben gevraagd. Hun achtergronden waren heel verschillend en dat werkte door. Dominicanen preekten vaak langer en geleerder, de Franciscanen korter en eenvoudiger. Dominicus was van Castiliaanse adel en een geschoold theoloog. Hij had in Zuid-Frankrijk rondgetrokken om daar in urenlange openbare discussies de kathaarse Albigenzen van hun gedachten te bekeren. Deze ‘ketters’ hechtten grote waarde aan bijbelteksten over armoede en kuisheid. Het bestrijden van ketterij en bevordering van de eenheid van de Kerk was een van de doelen van het belangrijke Lateraans Concilie van 1215. Dominicus en zijn gezellen kregen de opdracht tot prediking, biecht horen, zielzorg en geloofsverdediging. Daarvoor was goed theologisch onderwijs nodig. Uit de gelederen van de Dominicanen kwamen zo de grootste theologen van de Middeleeuwen voort, maar ook belangrijke mystici, en in de afgelopen eeuw enkele Nobelprijswinnaars. Helaas werd ook de inquisitie hun terrein, het onderzoek naar de leer. En als de Reformatoren van de zestiende eeuw stevige tegenspraak kregen, kwam dat vaak van Dominicanen. Hun naam werd wel gelezen als ‘Domini Canes’: honden van de Heer.
Van Dominicus´ hand is slechts één briefje bewaard. Uit dat klooster in Winsum is wel iets bijzonders bewaard gebleven: het oudste Nederlandse handschrift met orgelmuziek, geheel in stijl gebonden achterin een prekenbundel.  (2016)

Maarten Luther – 10 november 1483 Eisleben – 18 februari 1546 Eisleben

January 7th, 2017 Comments off

Die twee horen samen: geloof en God. Waaraan je hart hangt en waarop je vertrouwt, dat is eigenlijk je god

Luther. Zoon van mijnbouwer. Scholier in Mansfeld, Magdeburg en Eisenach. Filosofiestudent in Erfurt. Magister. Studie rechten. Neurotische trekken. Depressies. Augustijner monnik. Biechtvader Spalatinus. Wittenberg. Eigen bijbel. Professor moraaltheologie. Ries naar Rome. Doctor in de theologie. Colleges over de brief aan de Romeinen en de Psalmen. Darmklachten en obstipatie. Verzet tegen de aflaat. Stellingen tegen de Aristotelische scholastiek. Vijfennegentig stellingen op een kerkdeur. Een steen gaat rollen. Keurvorst Frederik de Wijze. Disputaties. Babylonische gevangenschap van de kerk. De vrijheid van een christenmens. Priesters moeten mogen trouwen. Pauselijk vonnis publiekelijk in het vuur. Keizer Karel V. Rijksdag in Worms. ´Hier sta ik, ik kan niet anders.´ Verdwijning. Ridder met baard en zonder tonsuur op kasteel de Wartburg. ´Mijn Patmos.` Bijbelvertaling. Vormgever van de Duitse taal. Radicalen en opstandelingen. Terug in Wittenberg. Hervorming van de mis. Volgelingen in Antwerpen op brandstapel. Liederen. Boerenoorlog. Overheid draagt zwaard niet tevergeefs. Katharina von Bora. Huwelijk. ‘Mijn Heer Käthe’. Kinderen, studenten en gasten. Bierbrouwerij en boerderij. Tafelgesprekken. Rozenliefhebber. Waanzinnige vorsten. Twee-rijkenleer. Landskerken. Liever verbanning dan doodstraf voor sectariërs. Kleine en grote Catechismus. De verborgen en de openbare God. Colleges over Psalmen, profeten en Paulus. Duizenden preken. Pennestrijd met Erasmus over de vrije en de geknechte wil en de overmacht van de genade. Mens tussen God en duivel. Profeet van God in apocalyptische tijd. Aanvechtingen. ‘Ik ben gedoopt!’. Conferenties en conflicten met andere reformatoren. Aanwezigheid van Christus in brood en wijn. Zwingli geen broeder. Schuldbelijdenis en genadeverkondiging. Biecht niet afgeschaft maar hervormd. Vrienden, volgelingen, vijanden. Rijksdag van Augsburg. Augsburgse confessie. Schmalkaldische artikelen. Verdriet om overlijden dochter Leentje. Turken voor Wenen. Gesel van God. Geen kruistocht. Een vaste burcht is onze God. Jezus Christus een geboren Jood. Joden bekeren zich niet: neurotische woede. Antisemitisme. Grofheden. Zwaarmoedigheid. Humor. Colleges over Genesis. Moe. Bemiddelaar bij conflicten in Eisleben. ‘Wij zijn bedelaars. Hoc est verum. Dat is waar’. Dood.
Doen protestanten niet aan heiligenverering? Meer dan levensgrote standbeelden voor reformatoren van Berlijn tot Genève. Mooie zinnen in zijn catechismus voor kinderen en andere beginnelingen. Beginnend bij de Tien Geboden, het Evangelie in de Wet. Zoveel geloof als je aan de God van het Evangelie geeft, zoveel God ‘heb’ je dan. Ergens anders: ‘zoveel geloof, zoveel lach.’
(2016)

Johannes Duns Scotus – 1266, Duns (Schotland) – 8 november 1308, Keulen

January 7th, 2017 Comments off

Gods schepping van de dingen kwam niet voort uit een of andere noodzakelijkheid, maar uit een pure vrijheid, en niet aangezet of beperkt door iets externs

Driekwart eeuw na de dood van Franciscus van Assisi bracht zijn beweging een absolute ster in de geschiedenis van de christelijke theologie voort. Hij werd maar 42 jaar oud, maar dat was genoeg om bij de top drie van middeleeuwse geleerden terecht te komen. Dat is wel verrassend. Franciscus was zelf absoluut niet hoog geschoold en theologisch onderlegd en verzette zich aanvankelijk tegen theologisch onderwijs van zijn broeders. Maar eenmaal overstag voor een goede opleiding van predikers zorgden juist de omvangrijke nieuwe bedelordes voor een hoge vlucht van de theologie en daarmee van de universiteiten: de Dominicanen en de Franciscanen. Wetenschap door monniken betekende dat ook de theoloog de pen van zijn ingewikkelde redenering om de zoveel uur moest neerleggen om zich bij de broeders in de kerk of de kapel te voegen voor het gebed en de eucharistie. Theologie werd letterlijk geboren uit aanbidding. Maar de dertiende eeuw bracht een snelle groei van de universiteiten in heel Europa. En de oude Griekse filosofie in het bijzonder die van Aristoteles maakt een grote opmars in de filosofische opleiding. En daarmee lijkt ook een ‘heidense’ visie op de mens en de werkelijkheid vat te krijgen op de intelligentsia en ook de theologie. Daardoor gealarmeerd waren er in de jeugd van Scotus op de universiteit van Parijs onder invloed van vooral Franciscaanse theologen een aantal stellingen veroordeeld. Determinisme en ´noodzakelijkheidsdenken´ moesten worden geweerd uit het onderwijs. Maar afwijzen en een goed alternatief bieden zijn twee verschillende zaken. Scotus bleek de aangewezen persoon om het werken aan een christelijke filosofie met succes voort te zetten.
De geboren Schot was als tiener bij de Franciscanen gekomen. Na zijn priesterwijding en de gebruikelijke lange studie van de onderbouw van de wetenschappen (de artes) studeerde hij theologie te Oxford. In 1297 begon zijn vierjarige ‘baccalaureus’. Dat betekende les geven over het belangrijkste dogmatische handboek van die tijd. Met zijn cursus maakte hij direct naam. Vanaf 1302 doceerde hij in Parijs, om politieke redenen onderbroken, en later in Keulen. Doctor subtilis werd zijn bijnaam, meester in subtiliteit, vanwege zijn logische precisie en scherpzinnige redeneringen waarin allerlei denk- en redeneerfouten werden ontmaskerd.
Gods vrijheid in zijn scheppend handelen was het centrale punt van zijn denken. En een opvallend element in zijn theologie was de gedachte dat God ook zonder de ´zondeval´ mens geworden zou zijn. Vanuit een dringende wil om zijn schepselen nabij te komen en zijn goedheid te openbaren. Hoe zou dit anders kunnen dan van mens tot mens?
De subtiliteiten van Scotus raakten in de eeuwen daarna nogal zoek. Sommige debatten en leerstellige conflicten zouden wellicht anders verlopen zijn en tot minder drama geleid hebben als hij beter begrepen was. In onze tijd kunnen we denken aan weinig subtiele redeneringen als ´wij zijn ons brein´ of ‘God bestaat niet’ die wel enige intelligente tegenspraak zouden kunnen gebruiken.

Kazoh Kitamori – *1916, Kumamoto  – †september 1998, Tokyo

January 1st, 2017 Comments off

God met pijn is de God die onze menselijke pijn verlicht met de zijne. Jezus Christus is de Heer die onze menselijke wonden heelt met de zijne.

Lijdt God ook pijn? Meestal heeft de mensheid zijn goden ver weg gehouden van het menselijk leed. De goden op de Griekse Olympus, de ‘onbewogen beweger’ van de antieke wijsbegeerte die vrij is van menselijke passies en de ‘impassibile’  God volgens de filosoof Hegel in de moderne tijd zijn niet erg betrokken. En christenen vonden ‘patripassianisme’ vaak een ketterij: de gedachte dat de Vader meelijdt in de passie van de Zoon.
Pijn is een prikkel die vermijdgedrag oproept. Ongevoeligheid, onaangedaanheid, onkwetsbaarheid lijkt ook in allerlei spiritualiteit het hoogste doel te zijn. Geen wonder dat dit ook vaak aan God als Hoogste Wezen wordt toegeschreven.
In 1946 maakte de Japanse theoloog Kitamori korte metten met de gedachte van een pijnloze God in een spraakmakend boek over ‘de pijn van God’. Maar voor christenen is het ‘woord van het kruis’ het absolute uitgangspunt van het denken en spreken over God. God is in deze wereld in pijn. En navolging van Christus kan niet zonder lijden. Brengt juist de pijnlijke strijd tegen je egocentrie je niet dichter bij God? Of de klappen die je oploopt als je je nek uitsteekt voor een ander? Hoe belangrijk is naar een woord van Luther voor een kerk het ‘con-dolere’, het delen in een anders leed! In pijn kan juist een bron van vreugde en geluk open gaan. Maar dan luistert het besef van verschillende soorten pijn nauw.

Theologie uit Japan? Ja, ook in Japan zijn er christenen. In 1638 hadden de shuguns het land gesloten voor buitenlanders, priesters en missionarissen waren ook daarvoor al soms verdreven of vermoord. ‘Buitenlandse’ godsdiensten moesten ondergronds. In 1853 ging het land weer open en in 1871 kwam er godsdienstvrijheid. Slechts een klein percentage van het land behoort bij een van de vele kerkgenootschappen. Dat maakt ze niet onbelangrijk. Al acht  keer had een premier een christelijke achtergrond.
Kitamori was de eerste Japanner die een theologisch boek schreef. Het verscheen een jaar na de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima en het einde  van de Tweede Wereldoorlog. Japan had net miljoenen mensenlevens onder soldatenlaarzen vermorzeld, maar was vervolgens zelf de afschrikwekkende proeftuin geworden voor het ergste wapentuig dat de mensheid ooit had uitgevonden. Het boek oefende in vertaling een tijdlang wereldwijd grote invloed uit in de theologie.
Uit de Bijbel trokken Jeremia en Paulus Kitamori’s bijzondere aandacht, uit de christelijke theologie waren Luther en Kierkegaard zijn favorieten. Hij liet ook verschillen en overeenkomsten zien met de eigen cultuur. Zo kent Japan vanouds de waarde van tsurasa, zelfopoffering, maar niet met de diepte van het Evangelie over het offer voor de zwakke en de zondaar. Dankzij een paper over Luther was Kitamori op de middelbare school tot de keuze voor theologie gekomen. Naast theologie studeerde Kitamori filosofie en literatuurwetenschap. Tot op hoge leeftijd was hij theologieprofessor, vernieuwend kerkleider, pastor en voorganger.
(2016)

Hildegard van Bingen – *1098, Bermersheim  – † 17 september 1179, Rupertsberg bij Bingen

January 1st, 2017 Comments off

Meer nog dan de schoonheid van de schepping moet de wijsheid worden bemind:  zij wordt door alle heilige zielen liefdevol erkend

Klopte het gerucht dat op feestdagen de nonnen met loshangend haar in het koor staan te zingen, met lange witte zijden sluiers, goudkleurige kransen op het hoofd met een kruis en een afbeelding van het Lam, en met gouden ringen aan de vingers? Zo schreef  een geschokte moeder-overste ergens in Duitsland aan Hildegard, abdis van een nonnenklooster op de Rupertsberg bij Bingen aan de Rijn. Wat een nieuwlichterij!
Zo doen ze dat, ja. In Hildegards klooster is ruimte voor creativiteit, spel en symboliek. Op feestdagen lopen de nonnen vooruit op het paradijs dat komen gaat. Stralend wit gaan zij hun Bruidegom tegemoet. En ze zingen door Hildegard zelf gecomponeerde zangen. Zeventig ervan werden pas een halve eeuw geleden gedrukt. Niet alleen de noten, maar ook de spirituele teksten waren in haar tijd vernieuwend.
Dat was de dynamische twaalfde eeuw. Vanaf haar achtste had ze in een klooster onderwijs genoten. Rond haar vijftiende trad ze in. Van jongsaf had ze visioenen. Aangemoedigd door de beroemde Bernard van Clairvaux, die ze om raad had gevraagd, begon ze die in 1141 op schrift te stellen. In een reeks boeken ontvouwde ze haar originele inzichten over God en mensen, hemel en aarde, deugden en ondeugden, natuur en geneeskunst. Vrijmoedig vanuit haar eigen vrouwelijke perspectief. Ook letterlijk kregen thema’s van het geloof een eigen inkleuring: kleurige miniaturen illustreren haar boeken.
Een van haar thema’s is de Wijsheid die God vergezelt in zijn scheppen. Ze schrijft God onomwonden ‘moederlijke barmhartigheid’  toe of een ‘bevruchtende’ aanwezigheid. Ze onderzoekt ook heel gedreven de samenhangen tussen lichaam, ziel en zintuigen, tussen natuur en geest en verwondert zich over alle krachten die er werkzaam zijn, zoals de viriditas, de groeikracht. Ze ontwikkelt therapeutische gaven.
Ondertussen leidt ze haar klooster, correspondeert ze uitgebreid met vorsten, pausen en abten, waarbij ze hen zo nodig ook de les leest over hun machtsconflicten, maakt reizen, preekt dan zelfs, onder meer in Keulen tegen de Katharen die volgens haar Gods goede schepping minachtten. De ‘Zieneres van de Rupertsberg’,  de ‘Teutoonse profetes’ werd een beroemdheid.
Pas in 2012 heeft de paus haar heilig verklaard en als kerklerares erkend. De wijsheid in onze collectieve omgang met de schepping was intussen nogal zoek geraakt. Hildegard inspireert om niet te wanhopen aan haar vindbaarheid.
(2016)

Johann Georg Hamann – *27 augustus 1730, Koningsbergen – † 11 juni 1788, Münster

January 1st, 2017 Comments off

Het boek van de natuur en van de geschiedenis vormen niets dan verborgen tekens die de sleutel van de Heilige Schrift nodig hebben voor ontcijfering, en die het doel van haar ingeving is

Van beroep ambtenaar bij de douane in Koningsbergen, het pruisische universiteitsstadje dat nu in een Russische enclave ligt. Tegelijk een groot denker, een lekentheoloog. Hij vervaardigde compacte tekstcomposities waarin het wemelt van citaten uit filosofische geschriften van zijn tijd, uit oude Griekse of Romeinse auteurs, uit de Bijbel. Voor de lezer van nu volstrekt onbegrijpelijk zonder uitvoerige toelichting. Maar de ontwikkelde lezer van toen was onder de indruk van de inbreng die hier uit uitgesproken lutherse hoek op grote vraagstukken van zijn tijd geleverd werd.
Hamann had als jonge man tijdens een persoonlijke crisis een ‘hellevaart van de zelfkennis’ ervaren. Hoe volgestopt ook met literaire kennis, alleen de Heilige Schrift (een paar keer achter elkaar helemaal gelezen) had hem kunnen redden. Daarin gaat het boek open over wie we zijn. Genadige verlichting. Je mag er zijn mét al je hartstochten en impulsen.
En met deze ervaring gewapend kijkt hij naar zijn tijd. De Verlichting krijgt Europa steeds meer in de ban. Het licht van de Rede en de Natuur als onderwijzer van wat redelijk en goed is staat hoog op het voetstuk. Maar is de gezondheid van de rede niet de meest onbeschaamde roem die de mens zichzelf toezwaait? En Hamann loopt al vooruit op een moderniteit waarin de wereld en het leven uit zichzelf betekenisloos zijn geworden. Arme mens die helemaal zelf voor zingever van het universum moet gaan spelen.
Zijn commentaar is intelligent en ironisch. De ene keer speelt hij een rondvragende Socrates, de andere keer ‘ridder van het Rozenkruis’ die zijn laatste wilsbeschikking geeft (een toespeling op de vrijmetselarij, maar tegelijk op de Lutherroos) of een Sibylle, een profetes uit het antieke Rome. De denkers van zijn tijd en later waarderen het, ook al zijn ze het niet eens: Mendelssohn, Lessing, Herder, zijn plaatsgenoot Immanuël Kant, Goethe, Hegel. Maar ook minder geleerde mensen doen dat. Overal vandaan krijgt ‘de Wijze uit het Noorden’ brieven, komen mensen langs of nodigen ze hem uit voor een bezoek.
Deze hartstochtelijke minnaar van taal en schrift woonde ongehuwd samen met een analfabete vrouw, Regina. Binnen de bijbelse normen van liefde en trouw. De dominee had daar niet van terug en het Avondmaal is hem nooit geweigerd. Ook niet toen hij in zijn schrijfsels nadrukkelijk de lof zong op de seksualiteit als onderdeel van Gods goede schepping. Want aan Hamann lag het niet dat de Verlichting nog rare kinderen zou baren, zoals Victoriaanse preutsheid, dubbele seksuele moraal, vulgair exhibitionisme.
‘De meest oprechte  christen die ik ooit heb ontmoet’ schreef een bevriende gravin.
(2016)

Oepke Noordmans – *18 juli 1871 Oosterend (Frl) – † 5 februari 1956 Lunteren

December 31st, 2016 Comments off

De schepping is een plek licht rondom het kruis

Zijn verzamelde werken beslaan elf banden opstellen, lezingen, preken, brieven, boeken. De Friese boerenzoon Noordmans, dominee in Idsegahuizen-Piaam, Suameer en Laren (Gld) was een van de belangrijkste protestantse theologen in ons land uit de eerste helft van de vorige eeuw. Met een heel eigen beeldende en speelse stijl van schrijven en van denken. Niet zo barok als zijn vriend Miskotte. Geen strakke systematische redeneringen in lange zinnen zoals in de dikke dogmatieken van Karl Barth, de theoloog die vanaf 1918 internationaal de toon zette van het theologisch debat. Noordmans was het wel met hen eens maar redeneerde anders. De schuchtere man werd nooit professor. Het verhaal gaat dat hij vanwege smetvrees op ziekenbezoek de patiënt zijn wandelstok de hand liet geven. Dat nam niet weg dat hij schrijvend aan de hoek van zijn keukentafel in diep contact stond met de geest van de cultuur van Europa en zijn tijd. In meditaties klinkt soms het geluid van de leeuweriken of de bastoon door van het huisorgel uit zijn Friese jeugd, maar ook de dramatiek van nazisme en oorlogsgeweld, het falen van Europa. Zijn eigen pastorie werd getroffen door een bom.
Bekend werd zijn boek ‘Herschepping’ (1934). Hierin nam hij in kort bestek de geloofsleer door met de beroemde zin ‘scheppen is scheiden’. Geschreven voor leiders van jongerenkampen, geplunderd door predikanten. Ook een bestseller werd ‘Gestalte en geest’, een bundeling van theologische meditaties die hij als pensionado had geschreven. Het weerspiegelt de hoofdlijn van zijn denken over bijbel, kerk en geloof. Hoe God geschiedenis maakt door steeds opnieuw gestalte te geven aan zijn bedoelingen, maar oude gestaltes ook te verbreken om plaats te laten maken voor betere. God leert zelf ook van de geschiedenis. Saul moet plaatsmaken voor David en hij wekt verwachting voor een betere Messias. Het meest zichtbaar is God in de gebroken gestalte van de gekruisigde Jezus. Daar licht op wat onze verlossing is. Maar ook in de vertolking voor de wereld van de betekenis van Christus gaat het zo verder. Petrus gaat en Paulus komt.
En niet aan eenmaal gegroeide vormen blijven hangen was dan ook Noordmans’ credo voor de kerk. Hij was jarenlang intensief betrokken bij pogingen tot diepgaande reorganisatie van de Hervormde Kerk, als lid van de vereniging Kerkopbouw. Pas in de ‘apostolaire’ Kerkorde van 1951 kwamen gedachten uit deze beweging tot uitvoering. En zijn idee over huisgemeentes krijgt eigenlijk pas sinds kort voet aan de grond. Eerst moest kennelijk de secularisatie verder zijn gegaan om open te staan voor andere vormen van organisatie van kerkelijk leven dan de klassieke met dominee en kerkenraad.
Noordmans leert je om niet bang te zijn als oude vormen niet meer werken en in puin gaan. En om te blijven geloven in de herscheppende krachten van een zeer menslievende Geest.

Pseudo-Dionysius de Areopagiet – 5e eeuw na Christus, Syrië?

December 31st, 2016 Comments off

juist door het niet-zien en niet-kennen geraak je waarachtig in datgene wat het zien en het kennen te boven gaat

Als de vraag is welke theoloog de mooiste naam heeft dan staat deze man met stip op één. De zangerige naam is niet zijn echte. Volgens Handelingen 17 vers 34 sloot na de toespraken van de apostel Paulus in Athene ene Dionysius, actief op de Areopagus, zich bij de christenen aan. Volgens een oude overlevering zou hij daarna bisschop van Athene zijn geworden. In de vijfde eeuw verschuilde een christelijke theoloog-filosoof zich achter deze naam. Zijn geschriften duiken dan op in Syrië. In de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling, toen bij ons de cultus van Wodan, Freya en Nehalennia nog eeuwen uitmaakte, was dit land een belangrijke leverancier van christelijke denkers en schrijvers. Het nu zo zwaar door terreur en oorlogsmisdaden geplaagde land herbergt nog steeds christenen.
De nep-Dionysius heeft zijn wijsheid wel duidelijk uit Athene gehaald. Hij moet bij Proclus gestudeerd hebben, een van de laatste grote filosofen in de traditie van het neo-platonisme. Zijn geschriften bewegen zich op het grensvlak van het Griekse speculatieve denken en het christelijk geloof. Hij schiep met zijn eigen bespiegelingen een mengvorm van beide en zo werden zijn boeken een belangrijke en gezaghebbende inspiratiebron voor de christelijke theologie tot ver voorbij de Middeleeuwen. Zijn boeken Over de hemelse hiërarchie, Over de kerkelijke hiërarchie, De goddelijke namen en Mystieke theologie en enkele brieven zijn veelvuldig overgeschreven en becommentarieerd, van oost tot west. Zijn gedachten over negen engelenkoren werden invloedrijk, net als die over de schoonheid van de aardse liturgie die de schoonheid van de hemelse liturgie weerspiegelt. Zowel de Orthodoxen als de Monofysieten (christenen die niet akkoord waren gegaan met leerbeslissingen over de twee naturen van Christus) erkenden hem als leermeester.
Pseudo-Dionysius wil de gedachten opvoeren tot aanschouwing van het ene goddelijke licht. Over God valt er wat hem betreft meer te zwijgen dan te spreken. Hij is Onbeschrijfelijk. Taal schiet te kort. Pseudo-Dionysius gebruikt ‘apofatische’ theologie: theologie waarbij je vooral ontkennende taal gebruikt. Door steeds een stap verder te gaan in het ontkennen wat of hoe God is, kom je net als Mozes op de Sinaï steeds dichter bij het Geheim.
Momenteel zien we een wijdverspreide behoefte om vooral ‘negatief’ te spreken over God en geloof. Academische theologen ontkennen publiekelijk het bestaan van een Almachtig goddelijk wezen. Bij deze oude Syriër was het ontkennen altijd de keerzijde van een bevestigend en positief spreken, van ‘katafatische’ theologie. De duisternis van het niet-weten komt bij hem voort uit verblinding door een overvloed van stromend goddelijk Licht. Hij schreef vanuit de verwondering dat zich vanuit het ontoegankelijk-goddelijke iets heel kostbaars aan de mens meedeelt.

(2016)

Blaise Pascal – *19 juni 1623, Clermont-Ferrand – † 19 augustus 1662, Parijs

December 31st, 2016 Comments off

Het hart heeft zijn redenen die het verstand niet kent

Pascal bewees het bestaan van het vacuüm en het onderscheid in luchtdrukverschillen. Druk wordt sindsdien uitgedrukt in eenheden pascal. Nog maar zestien jaar oud had hij ook al een meetkundige stelling geformuleerd voor veelhoeken. Hij bouwde de eerste rekenmachine voor zijn vader: belastingambtenaar. En bedacht een openbaar-vervoersysteem met koetsen.
Na Pascals dood vond men in de voering van een kledingstuk een getuigenis in tweevoud op perkament en papier. Dit Mémorial begint zo: ‘Het genadejaar 1654. Maandag 23 november. Vanaf ongeveer half elf ‘s avonds tot ongeveer half één ‘s nachts. VUUR. God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob. Niet de God van filosofen en geleerden. Zekerheid. Zekerheid. Gevoel. Vreugde. Vrede. God van Jezus Christus.’ Na die ervaring was hij vaak in het klooster te vinden geweest, Port-Royal bij Parijs, waar een zus was ingetreden. Dit stond in het centrum van heftige debatten over de genadeleer van kerkvader Augustinus. Pascal raakte ook geïnteresseerd. Om zijn vele pijnklachten te verdringen studeerde hij veel. In anonieme ‘Brieven van een provinciaal’ schaarde hij zich achter de ‘Jansenisten’ van Port-Royal tegenover de Jezuïeten, de paus en de Zonnekoning. Maar hij bleef zijn kerk trouw en werkte aan een groots opgezet boek om het christelijk geloof te verdedigen tegen de sceptici. Het kwam niet verder dan een verzameling losse notities, de Gedachten.
Niemand minder dan Nietsche, de dwarse filosoof ‘met de hamer’, bewonderde twee eeuwen Pascals verdiepte kijk op de mens. Pascal benoemt zowel de nietigheid en misère als de ‘grandeur’ van de mens. De ene kant verwijst naar de zondeval, de ontkenning van zijn bestemming en roeping. De andere kant verwijst juist naar de grootheid en liefde van de Schepper. Dat geldt ook van de verveling waarin de mens zich soms bevindt. Die kan voortkomen uit zijn ongehoorzaamheid. Maar ook uit de trekkracht van het verlangen dat God in de mens heeft geplant, het verlangen naar de verloren vrede.
De net afgetreden scriba van onze synode dr Arjan Plaisier was gepromoveerd op een studie over Pascal en Nietszche. In acht jaar synodeschrijfwerk zijn we als kerk ongemerkt ook verrijkt met eenheden Pascal. Desondanks groeide het vacuüm in onze samenleving als het gaat om Godsbesef toch gestaag verder.
Bij Pascal denk ik altijd ook aan een opmerking van Hans Küng: terwijl Pascal zijn gedachten formuleerde over de grootheid en nietigheid van de mens liet Zonnekoning Lodewijk XIV honderden arbeiders om het leven komen in de moerassen van Versailles om er tuinen aan te leggen. De daden van het christendom blijven vaak achter bij de woorden.
(2016)

Publicaties

December 30th, 2016 Comments off

Door Simon gezien. Anderhalve eeuw theologisch debat in het Nederlandse protestantisme over de opstanding van Christus. Een systematisch-theologische studie, Zoetermeer 2002 (dissertatie)

Drie preekschetsen, in: ‘Postille 2003-2004’, Zoetermeer 2003

Vijf stenen, vijf broden. Bijbelse kernwoorden van spiritualiteit, uitg. Narratio, 2007. Meer informatie  op de website www.dehogevijf.nl

Bijdragen aan de Bijbelse Dagkalender 2015 en 2016, uitg. Boekencentrum

 

Mijn voorpagina´s in de Protestantse Kerkbode van 2016

December 30th, 2016 Comments off

Verhulst en Tora: Bloedboek?
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/472-bloedboek

Veranderde visie op Israël
http://www.pgwh.nl/nl/187-ongecategoriseerd/470-veranderde-visie-op-israel

Emigreren of pelgrimeren (over hemelvaartsdag, een boek van Gied ten Berge en omstreden praktijken van Christenen voor Israël)
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/471-emigreren-of-pelgrimeren

Zijn wij niet allen landlopers? (over een schilderij van Jeroen Bosch)
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/469-zijn-wij-niet-allen-landlopers

Duurzaamheid? Floreerbaarheid! (Naar aanleiding van de film ‘Cowspiracy’)
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/497-duurzaamheid-floreerbaarheid

Geloofsgemeenschap? Vriendengenootschap!  (naar aanleiding van een nieuwe publiciteitscampagne van de PKN)
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/496-geloofsgemeenschap-vriendengenootschap

 

 

Kerkelijke toenadering rond de kinderdoop mislukt

April 19th, 2012 Comments off

De poging van de Raad van Kerken om toenadering te bewerken tussen kerken met en kerken zonder kinderdoop beschouw ik als in hoge mate mislukt. De baptisten en doopsgezinden tekenen niet voor erkenning van de kinderdoop. En de meeste reformatorische kerken (chr. geref., vrijgemaakt geref., de anderen zoals de HHK en de GGiN deden kennelijk niet met de gesprekken mee!) tekenen zelfs nog niet eens voor de erkenning van de kinderdoop in een andere kerk dan hun eigen. Dus ik ben nog iet erg onder de indruk van de ondertekeningen van verklaringen op 29 mei a.s. in Heiloo.
De PKN heeft zich bij de discussies in 2009 over herdoop en doopherdenking gecommitteerd aan het nastreven van erkenning van de kinderdoop bij overgang naar andere kerken, vanuit de leer van de eenmaligheid van de doop. De conclusie kan zijn dat dit niet gaat lukken. De PKN kan beter haar huiswerk over gaan doen. In mijn ogen betekent dat niet minder dan het loslaten van de eenmaligheid van de doop in het geval deze als kinderdoop was bediend, en het erkennen van de rechtmatigheid van ‘overdoop’ op het moment dat iemand als volwassene of jongere zelf een bewuste geloofskeuze wil markeren met de geloofsbelijdenis.

Categories: Kerk, Theologie Tags: , ,

Wat Klaas Hendrikse met Jezus heeft

October 28th, 2011 Comments off

Klaas Hendrikse heeft weer een knuppeltje in het hoenderhok van christelijk Nederland gegooid. ‘God bestaat niet en Jezus is zijn zoon’. Zijn provocerende stijl mag inmiddels bekend zijn. Die roept ook mijn aversie op. De journalist van Trouw legde die onprettige kant van de persoon KH deze week in een interview helder bloot. In het FD ging Eep Talstra veel meer inhoudelijk in op zijn boek. Hoewel KH zijn huiswerk over zou moeten doen als het gaat om een goede weergave van de stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek van het Nieuwe Testament, heeft KH volgens Talstra wel een punt. Ik moest daarbij denken aan een zin uit een boek uit de jaren ’90 van Marcus Borg over het Jezus-onderzoek in de VS, waarin hij dat onderzoek als ‘het best bewaarde geheim’ van de christelijke theologie typeerde. Ik heb zelf rond mijn proefschrift (2002, over de opstanding van Christus) gemerkt hoeveel moeite ook predikanten van mijn eigen ‘soort’ nog hebben met voluit erkennen dat de Jezus-van-de-bijbel niet samenvalt met de historische Jezus. Loskomen van de opstanding als een historische gebeurtenis krijgt nog steeds menigeen niet voor elkaar en zelfs van de maagdelijke geboorte wordt door nogal wat verder best modern levende voorgangers de historiciteit voor mogelijk gehouden.
Dit alles bedenkend valt mij de Hendrikse van het interview in Volzin (vandaag 28 oktober) best mee. Hier ontmoet ik een pastor die graag, en met een luisterend oor, optrekt met mensen. Die het bijbelse getuigenis zo direct mogelijk probeert te verbinden met spiritualiteit van alledag van gewone mensen. Zo legt hij een verbinding tussen de ervaring van hemzelf en anderen hoe je in gesprek kunt zijn met je overleden familieleden en de ervaring van opstaan. Over Jezus zegt hij ‘Een fotografische close-up maken is onmogelijk’. ‘Wat we op de foto zien is een vage figuur die in een groot licht staat’. Die figuur schept ruimte voor een eigen Jezus-beeld. Bijvoorbeeld het beeld van een Jezus ‘die in een volkomen scheve wereld rechtop loopt’. Dat zijn prachtige zinnen die wat mij betreft het ‘mysterie van Pasen’ niet om zeep helpen maar juist benaderen.
Dus misschien ga ik deze keer Hendrikse maar wel kopen.
In mijn gemeente bleek onlangs voor een gespreksgroep over Jezus zo goed als geen belangstelling te bestaan. Misschien dat Hendrikse de tongen los weet te maken en Jezus opnieuw in de belangstelling weet te brengen? Krijgen we misschien toch nog een come-back van Jezus?

Geen opgedrongen wetenschap

September 5th, 2011 Comments off

Vandaag, maandag 5 september, begint het schooljaar en beginnen de colleges van mijn kinderen. De jacht op punten is weer geopend. De trotse vader vindt dat ze het tot nog toe goed gedaan hebben. Toch is de waarde van mooie diploma’s en wetenschappelijke kennis betrekkelijk. Ze garanderen geen baan en al helemaal niet dat je op een goede manier in het leven weet te staan.
Onlangs kwam ik puur toevallig een prachtige bladzijde tegen van Pierre Daniël Chantepie de la Saussaye, hoogleraar rond de voorlaatste eeuwwisseling en ‘ethisch’ theoloog. Hij heeft daar heerlijk af op de cultuur van examinering en diplomering die steeds dieper het onderwijsstelsel is binnengedrongen. Het is 1898 en hij kijkt terug op een halve eeuw ontwikkelingen sinds de grondwet van 1848. Behalve een schoolstrijd bracht die ook een toenemend intellectualistisch karakter van het onderwijs. ‘Kennis aanbrengen, opdringen desnoods: wat was het ééne noodige. Vandaar naast den verderfelijken schoolstrijd de tweede wrange vrucht: de examens.(..) De examens bederven het onderwijs voor de leerlingen die tot een zeker doel gedrild worden; zij brengen onrust in tal van huisgezinnen (…) Zij veroorzaken niet minder geestelijke stoornis, jacht en ellende voor de onderwijzers, die een reeks van akten moeten behalen (..) Op dezen weg nu kan geen vruchtbare kennis verkregen worden. Het geslacht onder de nieuwe wetten onderwezen, is noch bekwamer, noch gelukkiger dan vorige geslachten. (..) De zuur verdiende hoofdonderwijzersakte geeft geen waarborg dat de bezitter zonder grove fouten Nederlandsch kan schrijven (..) Bij al het vele leeren voor examens kent men steeds minder. De geest bewaart alleen wat vrijwillig verworven is, hij stelt geen prijs op opgedrongen wetenschap’.
Niet alleen verrassend actueel vanwege de leerkrachten die ook in onze tijd vaak niet goed blijken te kunnen rekenen en schrijven. Of de overtrokken verwachtingen van ‘kenniseconomie’. Ik moet natuurlijk ook denken aan het afrekensysteem met punten en vijfjaarlijkse toetsing waarmee de PKN sinds vorige week predikanten en kerkelijk werkers tot eeuwige studenten van academie en Hogeschool degradeert. Een model dat ontwikkeld is in nauw overleg met bedrijfskundigen en andere ‘-logen’, maar zonder echt contact met de ervaringen en de ‘wijsheid’ van het grondvlak.
(Citaat uit P. D. Chantepie de la Saussaye, Geestelijke stromingen, 1914, p. 7)

Charles Taylor

September 21st, 2010 Comments off

Ook ik ben intussen een fan van Charles Taylor. Niet de criminele bendeleider uit zwart Afrika, maar de Canadese filosoof, winnaar van de prestigieuze Templeton-prijs. Zijn boeken zijn veel te dik, en daarom voor te weinig mensen toegankelijk, jammer. ‘Bronnen van het Zelf’, bijna 700 blz. leesstof. Een seculiere tijd, zo’n 1000 blz. Alleen thrillers van die omvang zijn om door te komen. Maar ik doe mijn best en merk dat ik soms juist nog meer zou willen, meer informatie over de personen die hij voor het voetlicht brengt, citaten uit hun boeken, illustraties erbij. Het zijn prachtige verhalen over hoe we geworden zijn die we zijn, wij westerlingen die te druk zijn met onszelf te onderscheiden van anderen en ons authentieke zelf te ontdekken, te ontwikkelen en te ontplooien om nog echt intensief aan God, geloof en kerk te doen. In zekere zin zijn het ook thrillers die een complot ontrafelen en de spanning erin houden. Taylor bestrijdt met kracht van scherpe historische analyses dat er voor God niets anders op zit dan om uit ons blikveld, uit onze gedachten en gevoelens te verdwijnen. Omdat veel wetenschap, pers en media samen een soort complot lijken te hebben gesmeed om ons dat te laten denken, is er zoveel intelligentie en zoveel boekpapier nodig als Taylor inzet. Wat Taylor laat zien is dat het bepaald niet zo is, dat alleen de wetenschappers, de literatuur, of de kunstenaars zijn die de moderne westerling en met zijn ongeloof ‘gemaakt’ hebben. Kerkleden willen nogal eens beschuldigend wijzen naar hun te moderne dominees zijn die de kerken leeg zouden hebben gepreekt. ‘De theologen gingen voorop’ luidt een titel van een boek over de leegloop van de gereformeerde kerken sinds de jaren ’60. Taylor laat zien hoe invloedrijk economische en politieke factoren zijn. Bijvoorbeeld de prijsdaling van consumptieartikelen door massaproductie gecombineerd met stijging van inkomen, dus welvaart. Of het verschil tussen Noord-Amerika of Noord-West-Europa, met een heel andere politieke geschiedenis, waardoor het er met het christendom anders voorstaat.
De historische veranderingen betekenen wel dat ook bij Taylor allerlei antwoorden van vroeger niet meer ‘kunnen’. De dorpsparochie van de 19de eeuw tot en met de vijftiger jaren komt niet meer terug. Het geloof van voor Darwin is niet meer voor ons beschikbaar. Wat overblijft is de mogelijkheid en de noodzaak van gemeenschappelijk authentiek-christelijke spiritualiteit. Vermoed ik, want ik ben nog niet klaar met Taylor. (Wordt vervolgd)

Calvijn

August 5th, 2009 Comments off

Herman Selderhuis schreef ter gelegenheid van het Calvijn-herdenkingsjaar Calvijn.Een mens. Het ziet er wat saai uit. Jammer dat het niet met meer en betere illustraties is uitgegeven. Maar het is betaalbaar en vooral heel goed leesbaar. Selderhuis heeft een vlotte pen en een relativerende toon, af en toe zelfs een te populistisch toontje. Hij zet een Calvijn neer die in elk geval gedreven is, een harde werker, sober levend. Calvijn wint in Genève pas heel langzaam echt aan invloed en niet bepaald zonder slag of stoot. Hoemeer hij aan invloed wint, hoe scherper de scheiding kerk-staat wordt! Genève wil wel model staan voor een stad met goede zeden,  maar S. laat zien dat op veel meer plaatsen de stadsbesturen grotere invloed op de zeden van de burgers proberen te krijgen. Ondertussen komt zo wel uit de verf hoezeer Calvijn een vrucht van de Renaissance is. De nadruk op bijbel en bijbeluitleg, disciplinering, onderwijs en theologie passen in een renaissance-ideaal van beschaving. Calvijn is bij S. niet zo’n grote scherpslijper, hij wil best water in de wijn doen om eenheid over de Avondmaalsleer met andere reformatoren te bewerkstelligen. Naar Franse landgenoten die proberen binnen de kerk Rome te blijven om haar van binnen uit te vernieuwen is hij wel compromisloos. Bij de Paapse mis kun je alleen maar weglopen. Voor de Franse protestant staat dan alleen maar de weg open om te vluchten. S. laat subtiel zien dat Calvijn hier misschien te simpel denkt en vooral ook te elitair. Je moet een vlucht maar kunnen betalen. Maar is dit niet een typische karaktertrek van de moderne Europeaan geworden: eerder emigrant dan rebelse opstandeling? Zo krijgen we dan later Pilgrim Fathers en Hugenoten in Zuid-Afrika. Verder vond ik in deze Calvijn nogal wat Stoicijnse trekken. In zijn brieven heeft hij het kennelijk veel vaker over de voorzienigheid dan de vermaledijde leer van dubbele predestinatie. Onder die voorzienige en onbegrijpelijke hand Gods moet je bij hem zonder morren bukken in geval van ziekte en tegenslagen. Calvijn laat zielen gestaald worden onder een hemelse tuchtroede. Af en toe ging hij gewoon te kort door de bocht.