Archive

Posts Tagged ‘geschiedenis’

Hugo de Groot – *10 april 1583, Delft – † 28 augustus 1645, Rostock

November 12th, 2018 Comments off

Waar de rechtspraak te kort schiet, begint het geweld

Op wel vier plaatsen staat een boekenkist waarmee Hugo de Groot ontsnapt zou zijn uit Slot Loevestein. De grote Nederlandse rechtsgeleerde had in 1618 levenslang gekregen omdat hij remonstrant was en medestander van Johan van Oldebarneveldt in het conflict met prins Maurits over de politiek van de Staten van Holland.
De Groot geldt als de grondlegger van het internationale zeerecht en van het volkerenrecht. Dat hij de vrije toegankelijkheid van de oceanen verdedigde had wel een dubieuze achtergrond. Hollanders hadden een rijk beladen Portugese koopvaarder buitgemaakt en dat moest worden gerechtvaardigd. Zijn belangrijkste werk was hij in Loevestein begonnen te schrijven: Het recht van oorlog en vrede. Het geeft vijf bepalingen over een rechtvaardige oorlog die nog steeds internationale rechtskracht hebben. Nieuw was zijn redeneren vanuit het natuurrecht. Je moet de regels over de beste manier van samenleven beredeneren ‘alsof God niet bestaat’, dan zijn ze voor iedereen overtuigend. Gaf hij zo ook de Republiek een steuntje in de rug in de oorlog met Spanje?
Hij was afkomstig uit belangrijke families die al eeuwen de dienst uitmaakten in steden als Delft. In een van zijn historische werken verheerlijkt hij de Batavieren. Maar ‘het Delfts orakel’ was vooral een wonderkind dat van jongs wilde uitblinken met slimme boeken, een geleerde in de geest van Erasmus.
Na zijn ontsnapping in 1621 kwam hij in Zweedse overheidsdienst. Heel diplomatiek was hij niet. Wel een groot schrijver. Hij leverde vertalingen van Griekse poëzie in Latijn. Zijn eigen theaterstukken over Adam en Jozef in ballingschap werden door Vondel bewerkt in het Nederlands. Hij schreef ook theologisch werk. Zijn Bewijs van den waren godsdienst uit 1622 werd eeuwenlang in veel talen gedrukt en gelezen. Het boek op rijm was bedoeld als ruggesteun voor zeelieden die in contact kwamen met andersgelovigen en ongelovigen. Het christelijk geloof is waar volgens De Groot omdat het gebaseerd is op het onweerlegbare feit van de opstanding van Christus. Hij werd ook voorloper van de moderne bijbelwetenschap. In een paar dikke delen met aantekeningen bij de Bijbel benadert hij als een van de eersten de Bijbel als menselijke literatuur. Kennis van de oudheid moet licht werpen op de bedoelingen van de auteurs.
De Groot bepleitte steeds de maximalisering van het vreedzaam samenleven van verschillende godsdienstige stromingen in één land en van de verschillende volkeren op de wereld. Hij bestreed dat de paus de antichrist was en hij vond dat christenen hun dogmatische verschillen moesten relativeren en stoppen met kerkscheuringen. Als dat typisch Hollands is dan is het niet verkeerd om Hollander te zijn.

(2018)

Martin Luther King jr – * 15 juni 1929, Atlanta – † 4 april 1968, Memphis

November 12th, 2018 Comments off

 Geweld met geweld beantwoorden vermenigvuldigt geweld en voegt diepere duisternis toe aan een nacht die al van sterren beroofd is. Duisternis kan geen duisternis verdrijven, alleen licht kan dat. Haat kan geen haat verdrijven, alleen liefde kan dat.

Vijftig jaar geleden maakte een schot op het balkon van een hotel een einde aan zijn leven. Vijf jaar eerder, op 28 augustus 1963, had hij de beroemdste preek van de twintigste eeuw gehouden en misschien wel van alle eeuwen sinds de Bergrede. De tweehonderdduizend toehoorders waren merendeels zwart. Maar dankzij radio en tv bereikten de woorden miljoenen anderen. Op weg naar het podium fluisterde de gospelzangeres Mahalia Jackson hem in ‘vertel ze over de droom’. In de taal van psalmen en profeten en in de beelden van vrome visioenen over de hemel schilderde hij de droom van heuvels van staten als Georgia en Alabama waar blank en zwart hand in hand zouden gaan. Eens op een dag. De vraag was niet of er een einde zou komen aan de discriminatie, maar door wie en langs welke weg. King bracht de Amerikaanse vrijheidsdroom op diepte door deze onlosmakelijk te verbinden met de eis van gelijke burgerrechten, ongeacht ras en kleur. Het verlangen van de oude negro spiritual ‘Free at last’ was met de formele afschaffing van de slavernij, een eeuw eerder, nog lang niet vervuld. Met de gedrevenheid van de zwarte opwekkingspredikers en begiftigd met een groot leiderschapscharisma wist hij honderdduizenden in beweging te brengen. De lange marsen hadden ook een diepe symbolische betekenis. Het is een lange weg door de geschiedenis om de vervulling van Gods droom te bereiken. Ook na de verwerving van stemrecht (1965) moesten er nog heel wat stappen volgen.
King bleef onvermoeibaar geweldloosheid bepleiten in het verzet tegen discriminatie, armoede en ander onrecht, ook toen successen uit bleven en anderen meenden dat het gebruik van geweld onvermijdelijk werd. Zo zette hij het werk van Gandhi voort. Hij verbond de strijd voor gelijke burgerrechten van zwart en blank in de VS met de strijd van volken in Afrika tegen koloniale overheersing en het verzet tegen de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika. En hij was van meet af aan tegenstander van het militaire optreden van de VS in Vietnam.
Met instemming van het Witte Huis werd hij afgeluisterd en bespioneerd. Diverse keren zat hij gevangen. Ooit was hij al neergestoken voordat de kogel van een blanke man een einde aan zijn leven maakte. Zo Heer, zo dienaar.

(2018)

Categories: Uncategorized Tags: ,

Liudger – *742, Zuilen – † 26 maart 809, Billerbeck

November 12th, 2018 Comments off

We gaan de eeuwige vreugde van de Heer binnen als we in onze levensdagen met vaste hoop de vermaningen van onze geestelijke vaders opvolgen en als God zelf steeds de belangrijkste grond van onze vreugde is

Was de bard Bernlef echt blind toen hij door Liudgers handoplegging genas, zich bekeerde en zijn evangelist werd? Misschien moeten we die blindheid zoals in veel heiligenlevens symbolisch zien. Liudger staat te boek als onze eerste eigen missionaris en eerste Friese heilige. Scholen en parochies dragen zijn naam. Hier stichtte hij mogelijk de eerste kerken. Het gebied ten oosten van de Lauwers was niet Liudgers eerste missiegebied. Daarvoor was hij werkzaam geweest onder de Friezen tussen Stavoren en Dokkum. Maar beide keren werd hij na een opstand weer verdreven. Hij behoorde tot de Friese elite die nauw verbonden was met de Frankische vorsten. Kerstening en onderwerping aan het Frankische rijk gingen nauw samen. Karel de Grote had Liudger persoonlijk benoemd tot leider van de missie in de vijf gouwen ten oosten van de Lauwers en later tot eerste bisschop van Munster. Zodoende was Liudger nauw betrokken bij de opsplitsing van het voormalige Friese rijk en de verdeling over verschillende bisdommen: verdeel-en-heers!
Liudgers ouders Thiadgrim en Liafburg kwamen uit families die al in de tijd van Willibrord waren gekerstend. In zijn jeugd maakte de moord van Bonifatius bij Dokkum indruk. Hij volgde toen al onderwijs op de pas gestichte abdijschool van Gregorius in Utrecht, leerling en medewerker van Bonifatius. Vervolgopleiding kreeg hij in het Britse York. Zijn eerste opdracht als priester betrof het herstel van de kerk van Lebuïnus in Deventer. Na de eerste teleurstelling met de Friezen was hij naar de paus en het klooster Monte Cassino vertrokken. Toen Karel hem daar weghaalde voor missiewerk in de pas veroverde gebieden nam Liudger behalve boeken ook relikwieën mee. Zijn werk onder de Saksen met kloosterstichtingen in het Westfaalse Werden en Munster was succesvoller dan in het hoge noorden. Allerlei familieleden profiteerden mee met hoge kerkelijke posten.
Zijn enige overgeleverde geschrift is een levensbeschrijving van zijn leermeester Gregorius. De tekst in het Latijn volgt het gangbare patroon van heiligenlevens. Liudger staat vooral te boek als een man van studie en onderwijs. Je proeft mooi dat hij geschoold is in de Bijbel en in de spiritualiteit van de christelijke traditie. Zonder opsmuk met mirakelverhalen getuigt hij van dankbaarheid en bewondering voor Gregorius en Bonifatius. Hij tekent Gregorius als een oprecht gelovige abt met vaderlijke zorg voor de toevertrouwde leerlingen en een bewonderenswaardige vergevingsgezindheid, zonder gehechtheid aan goud en bezit maar wel vol bekommernis voor de armen. De oudst bewaarde tekst van een geboren Fries gaat zo over waarden die er nog altijd toe doen! Je bent blind als je het niet ziet.

(2018)

Nikolaj Berdjajev – *18 maart 1874, Kiev – † 24 maart 1948 Clamart (Fr.)

October 25th, 2018 Comments off

De schepping van de wereld is niet alleen een proces van God naar de mensheid. God verwacht nieuwheid van de mensheid; God verwacht de werken van menselijke vrijheid

In het tsaristische Rusland van voor de Revolutie van 1917 was hij een marxist. Daarna was hij een christelijk filosoof. Beide keuzes leverden hem verbanningen op. In 1897 kreeg hij van de tsaar drie jaar Noord-Rusland en in 1917 scheelde het niet veel of hij was naar Siberië gestuurd wegens ‘blasfemie’. De Revolutie redde hem toen. Maar vervolgens had hij hevige kritiek op het totalitaire karakter van de nieuwe staat. Waar bleef de vrijheid van het individu? Zijn eigen Vrije Akademie voor geestelijke cultuur was in Moskou geen lang leven beschoren. Hij werd beschuldigd van ondermijning van de staat en gearresteerd. Maar zijn ondervrager trakteerde hij op een stevige les over de morele en religieuze principes waarom hij geen lid van de Partij werd. Hij kwam vrij maar moest het land uit. Zoals zoveel andere Russische kunstenaars en geleerden kwam hij in Parijs terecht. Hij kreeg daar in 1922 een aanstelling.
Berdjajev was een van de belangrijkste Russische christelijke denkers van zijn tijd. Vooral via boeken oefende hij grote invloed uit, ook al maakte de ‘rebelse profeet’ het zijn lezers niet gemakkelijk met zijn onverwachte gedachtesprongen. Hij legde grote nadruk op de menselijke creativiteit. ‘Waarachtig leven is creativiteit, niet ontwikkeling’. Zonde was in zijn ogen niet zozeer ongehoorzaamheid aan de wil van God, maar een staat van incompleetheid, verdeeldheid en slavernij. Niet minder dan zijn communistische tegenvoeters zag hij een bijzondere roeping weggelegd voor het Russische volk om bij te dragen aan de vernieuwing van de mensheid. Alleen lag in zijn ogen die roeping op een ander terrein! Terwijl in Rusland kerken werden verwoest, verwaarloosd of omgebouwd tot musea, elk godsdienstonderricht onder de 18 jaar werd verboden, en de geestelijken onder staatstoezicht werden geplaatst, zag Berdjajev juist een leidende rol weggelegd voor het orthodoxe geloof. Maar ten opzichte van de Russische Orthodoxe Kerk noemde hij zich anti-clericaal.
Berdjajev vroeg hij aandacht voor de oude leer van de ‘alverzoening’. Het geloof in een universele verlossing moest niet als ketterij worden bestreden, maar juist in een nieuw jasje gestoken worden. Berdjajev verwachtte niets van utopische heilsstaten en machtige partijleiders. Des te meer hoopte hij op de ‘transfiguratie’ van het leven die Pasen verkondigt. Wat hem betreft was elke uiting van creativiteit waarin we uit de zwaarte van het leven uitbreken al een uiting van die transfiguratie. We krijgen een glimp van een andere wereld.

(2018)

Padre Félix Varela y Morales – *20 november 1788, Havana (Cuba) – † 25 februari 1853, San Augustin (Florida, VS)

October 24th, 2018 Comments off

Er is geen waarachtig vaderland zonder deugd

Félix Varela y Morales was een Cubaans priester, schrijver, filosoof en politicus. Als ‘pastor van tolerantie’ in New York heeft hij een grote bijdrage geleverd aan de integratie van verschillende minderheden en hun gelijkberechtiging. Hij was een belangrijke schakel in de ontwikkeling van katholiek sociaal denken dat de moderne democratie omarmde toen dat nog niet vanzelfsprekend was, een moreel baken.
Hij werd opgevoed door zijn grootvader, militair gouverneur van Florida, toen net als Cuba nog Spaans bezit. Félix wilde geen militair worden, maar geestelijke. Al snel na zijn studie in Havana werd hij daar professor en gewijd tot priester. Veel leidinggevende Cubanen roemden hem later als hun belangrijkste docent: ‘iemand die je leerde denken’. Hij was van vele markten thuis en gaf onderwijs in filosofie, chemie, natuurkunde, muziek en theologie. Hij vond dat vrouwen hetzelfde onderwijs als mannen moeten kunnen genieten. In 1821 werd hij voor Cuba naar de Cortes in Madrid afgevaardigd, het Spaanse parlement. Hij bepleitte daar de onafhankelijkheid van Latijns-Amerika en de afschaffing van de slavernij. Maar na de Franse invasie van 1823 onderdrukte de nieuwe koning alle oppositie. Varela wist via Gibraltar naar New York te ontsnappen. Hij werd bij verstek ter dood veroordeeld.
De Cubaanse balling richtte een Spaanse krant op. In New York kreeg hij een parochie in het Ierse deel. Hij stichtte kerken en scholen en leerde behalve Engels ook Iers. Er kwam een overweldigende immigratiestroom vanuit Ierland op gang om de armoede te ontvluchten en hij wilde goed met zijn parochianen kunnen communiceren. Katholieken in New York hadden veel last van gewelddadige intimidatie. En Ieren in het bijzonder werden niet erg enthousiast ontvangen. In Varela hadden ze een sterk pleitbezorger voor hun rechten.
Bij uitbreidingen en verhuizingen van zijn parochie kocht hij een keer een voormalige kerk van Nederlandse protestanten. Hij werd vicaris van het bisdom New York en was als theologisch consulent betrokken bij de opstelling van een belangrijke catechismus.
Zijn Kerk was wel de enige ware, maar ongedoopten zonder kennis van het geloof die leefden volgens de natuurwet zouden volgens hem ook gered kunnen worden. Varela streed als rechtgeaarde katholiek tegen bijgeloof en religieuze onverschilligheid, maar ook tegen fanatisme omdat het slecht is voor de samenleving. Cuba eerde hem later als een groot patriot. In de VS kreeg hij in 1988 een postzegel.

(2018)

Categories: Uncategorized Tags:

Irena Sendler – *15 februari 1910, Otwock (Polen) – † 12 mei 2008, Warschau

October 24th, 2018 Comments off

Ieder kind dat met mijn hulp is gered is een rechtvaardiging van mijn bestaan op aarde en geen reden voor eerbetoon

‘The Courageous Heart of Irena Sendler’ is een film uit 2009 over het moedige optreden van een Poolse zuster in het joodse getto van Warschau tijdens de Holocaust. Er was Poolse medewerking aan de Holocaust. Maar ook verzet! Irena Krzyżanowska – Sendler was de naam van de man waarmee ze twee keer getrouwd geweest is – was ziekenverzorgster voor epidemiecontrole. Haar vader was al in 1917 overleden was aan tyfus. Hij had als arts de armen van hun woonplaats vaak gratis behandeld, waaronder veel joden. Zelf had ze Poolse literatuur gestudeerd. Ze was als studente in moeilijkheden gekomen toen halverwege de jaren ’30 Poolse universiteiten de rassenscheiding doorvoerde en zij uit protest haar pasfoto van de studentenkaart had verwijderd. Toen Polen bezet werd door de Duitsers ging ze sociaal werk doen in Warschau. Ze leidde een groep die 3000 valse documenten vervaardigde voor joodse families. En ze organiseerde de kinderafdeling van de Raad voor de Ondersteuning van Joden (Żegota) die in 1942 door Polen van verschillende geloofsrichtingen en wereldbeschouwingen werd opgericht om joden te redden. Haar organisatie wist het recordaantal van 2500 joodse kinderen uit het getto te smokkelen, waarvan minstens 400 direct door haar zelf. Ze werkte nauw samen met een katholieke zustercongregatie. De kinderen kregen christelijke namen en moesten christelijke gebeden leren. Maar om een latere hereniging van de kinderen met hun ouders mogelijk te maken had Sendler versleutelde namenlijsten bijgehouden en in weckflessen onder een appelboom in een tuin verstopt.
In bezet Polen stond de doodstraf op hulp aan joden, inclusief je familie. In 1943 werd Sendler door de Gestapo gearresteerd. Ze werd gefolterd. Maar ook al werden haar voeten en benen gebroken, ze verraadde niets. Een omgekochte SS’er sloeg haar onderweg naar haar executie neer en liet haar in het bos liggen. Op borden van de bezetter kwam te staan dat ze geëxecuteerd was. Ze ging onder een valse naam door met verzetswerk.
Na de oorlog zat ze een tijd in Russische gevangenschap. En de regering van communistisch Polen is haar ook niet erg welgezind geweest. Ze kreeg later wel diverse onderscheidingen, zoals die van ‘Rechtvaardige uit de volken’. Maar voor de roem had ze het niet gedaan. Haar verhaal werd pas echt bekend nadat een paar protestantse tieners uit Kansas (VS) in 1999 een werkstuk over haar waren gaan maken dat uitmondde in een toneelstuk.

(2018)

Meindert Dijkstra: Palestina en Israël. Een verzwegen geschiedenis

September 24th, 2018 Comments off

Een prachtig boek over een prachtig gebied met een rijke maar tumultueuze geschiedenis. Een heftig omstreden gebied. Dijkstra heeft een missie. Hij wil mythes ontmaskeren die een funeste rol spelen in het grote Israël-Palestina-conflict. Zo was het land nooit leeg. En het is eigenlijk ook nooit in de geschiedenis een alleen maar Joods land geweest. En dat de meeste Palestijnen van nu eigenlijk ook maar van negentiende-eeuwse immigranten afstammen die tegelijk met de Joden kwamen in dat zogenaamde lege land is ook een sprookje.

Dijkstra is oudtestamenticus en oud-docent oud-oosterse godsdiensten en culturen en kent het gebied ook duidelijk uit veel eigen waarneming. Hij brengt een ongelooflijke hoeveelheid informatie samen in zijn beschrijving van de geschiedenis van de regio vanaf de oudste sporen van de mens tot ongeveer 1918: de tijd van Balfourverklaring, het einde van de Eerste Wereldoorlog en het begin van het Britse mandaat. En het leest goed, want hij heeft een stevige greep op de stof. De indeling in een veertien periodes werkt prima, evenals het duidelijke streven om uit elke periode goed te laten zien welke bevolkingsgroepen er samenleefden en onder welke machtsverhoudingen. Het wordt zichtbaar dat er dankzij immens veel archeologisch en multidisciplinair historisch onderzoek heel veel informatie beschikbaar is. Terwijl we in de toekomst nog meer mogen verwachten, want veel Arabisch en Turks archiefmateriaal is nog niet onderzocht.

Knap vind ik dat hij de lezer niet laat verzuipen in een te grote stroom aan gegevens. Het land zelf is als het ware de verteller dat de lezer dwingt om te kijken naar alles wat er gebeurd is. Dat is dan geen strak afgebakend gebied. Het betreft niet alleen het huidige Israël met bezette Palestijnse gebieden, maar ook aangrenzende gebieden. Bij de geschiedenis van het land horen behalve Filistijnen, Kanaänieten en Israëlische stammen ook Nabateeërs, Edomieten, Samaritanen, pensionado’s van Romeinse troepen, of later alle mogelijke varianten van christendom uit oost en west die er naar toe pelgrimeren, Perzische, Griekse, Egyptische, Arabische en Turkse overheersers, kruisvaarders, missionarissen en handelaars en nieuwe nomadische groepen uit de woestijn die zich settelen nadat in een vorige neergang boeren weer nomaden geworden waren. Naarmate we dichter bij de twintigste eeuw komen wijst Dijkstra ook vaker naar concrete bouwkundige sporen in het land.

De geschiedenis van het land is vaak verteld vanuit het optiek van de stad Jeruzalem, denk aan boeken van Karen Armstrong of Montefiore. Die wekken vooral de indruk van een aaneenschakeling van militaire conflicten, bloedbaden en etnische zuiveringen. Dijkstra weet dat beeld enorm te nuanceren. Op verschillende momenten blijkt dat de grote getallen slachtoffers van veldslagen en bloedbaden uit de beschrijvingen met een grote korrel zout genomen kunnen worden. Dat gold al voor de getallen in de Bijbel, maar ook voor veel later eeuwen. Menige genocide in het Nabije en minder nabije Oosten zal toch niet zo omvangrijk zijn geweest als vaak gesuggereerd. En de impact van de kruisvaarders is beduidend minder geweest dan hun massieve bouwwerken suggereren. Daarnaast hebben andere rampen er soms stevig ingehakt, zoals de pest, sprinkhanenplagen of droogteperiodes. Maar er is ook voortdurend geleefd, geliefd, geloofd, aan onderwijs en cultuur gedaan, aan succesvolle landbouw en handel en aan slim en ook humaniserend en pacificerend bestuur.

En voor de totaalindruk die je overhoudt aan het eind zijn woorden als divers, bont en veelkleurig nodig. Eigenlijk is een natiestaat gebaseerd op één volk, ras of godsdienst maar iets onmogelijks. Niet alleen in dit land, maar waar ook ter wereld. Is de geschiedenis er niet een van voortdurende wisselwerking, verschuiving, verhuizing, uitwisseling? En dat is ook precies zijn doel. Je kunt niet anders dan concluderen dat de joodse staat Israël een historische vergissing is, gedoemd te mislukken. Het past niet bij het land en bij de diversiteit van mensen en hun godsdiensten. En het erfgoed zou aan de rechtmatige eigenaar terug gegeven moeten worden. Heel veel kostbare documenten die Israël als joods erfgoed claimt zijn in feite door Palestijnen gevonden in gebied dat op de moment van de vondst niet onder Israëlisch gezag stond. Anders gezegd: het is roofgoed.

Het boek is eigenlijk veel te dun. Je zou veel meer plaatjes willen, veel meer kaartjes ook. Waar liggen al die plaatsen, waarheen verschoven de grenzen in het verhaal genoemd? En af en toe is de tekst weerbarstig. Het boek komt wat moeizaam op gang en je moet aan Dijstra’s stijl wennen. Het loopt het lekkerst als Dijkstra inzoomt op bijzondere gebeurtenissen en kleurrijke mensen. En wat een innemende foto staat er op de omslag.

Het boek is verontrustend. Het maakt duidelijk hoezeer het kerngebied van het jodendom van de oudheid gevormd werd door het heuvelland van Hebron–Bethlehem–Jeruzalem en dan noordwaarts, dus het gebied dat in 1948 grotendeels buiten de staat Israël bleef: de Westbank die dan nadrukkelijker nog dan daarvoor bevolkt werd door Palestijnen. De Terugkeer was eigenlijk nog maar half gelukt. Geen wonder dat de fanatieke tak van het joodse zionisme gesteund door fanatiek christenzionisme zo aast op dit gebied, en dat Netanjahu’s regering en legermacht gedragen door de meerderheid van de Israëlische kiezers in hoog tempo dit gebied verder koloniseren. Protestantse pro-Israël-dominees hebben het op Israël-avondjes en in hun boeken steevast over Judea en Samaria. Op papier hebben ze de Palestijnen al van de kaart geveegd. De verliezers van de geschiedenis verdienen juist compassie.

uitg. Boekencentrum 2018, 352 p., € 24,99

William Penn – *14 oktober 1644, Londen – † 30 juli 1718, Ruscombe (GB)

August 24th, 2018 Comments off

Waarachtige godsdienst haalt mensen niet uit de wereld, maar helpt hen om er beter in te leven en ontsteekt hun ijver om die te verbeteren

Moeder was een Hollandse koopmansdochter uit Rotterdam, vader de Britse admiraal die ‘onze’ Maarten Tromp deed sneuvelen op zee en die een steunpilaar was van koning Charles II. Om een schuld af te lossen kreeg de familie een groot stuk bosrijk overzees grondgebied van de Britse kroon cadeau. William kreeg dit als erfgenaam in beheer en noemde het Sylvania. Hij was de grootste niet-koninklijke grootgrondbezitter van zijn tijd. Ter ere van vader werd Pennsylvania de naam van deze nieuwe kolonie.
Tot ongenoegen van vader en van andere autoriteiten was William als jongeman in allerlei opzichten steeds zijn eigen weg gegaan. Om vaders carrière niet te beschadigen was William al eens naar het buitenland gestuurd. Aan het hof van de Franse Zonnekoning moest hij betere manieren leren. Maar hij had toen in Frankrijk bij een protestantse theoloog ook ideeën opgedaan over godsdienstvrijheid. Hij stond toen al onder invloed van de Quakers. Zij vormden een van de vele protestantse ‘sektes’ die in het Engeland van de zeventiende eeuw tegen de verdrukking in opbloeiden. In een stiltebijeenkomst van Quakers was William geraakt. En hij werd hun pleitbezorger. Hij lokte juridische processen over de vrijheid van godsdienst uit en schreef verschillende traktaten. De bekendste werd ‘No Cross, no Crown’, geschreven in 1668-69 tijdens een van zijn vele gevangenschappen in Londen. Een pleidooi voor christendom zoals het ooit begon. Uit het hoofd had de gevangene er tientallen citaten in verwerkt over het belang de strijd tegen het Ik. Hij nam het erin op voor Quakerpraktijken zoals het gelijkelijk aanspreken van vorst en gewone man met Thee en Thou. Quakers waren pacifist en kleedden zich volgens eigen opvattingen (in Williams geval met een vleugje ijdelheid).
Niet onbelangrijk was de erkenning die hij van zijn vader kreeg voor zijn moed en volharding. En als gouverneur van de nieuwe kolonie legde William een grote ambitie aan de dag om er een modelstaat van te maken. Er gold maximale godsdienstvrijheid en er was democratisch overleg. Het werd een vrijstaat voor Quakers, maar ook voor andere vervolgde geloofsgroeperingen uit Europa zoals de doperse Amish, lutheranen én rooms-katholieken. De vriendschap van de Indianen won hij door een contract dat hen veel rechten en vrijheden gaf. Er was wel slavernij, maar het verzet ertegen begon er ook. Penn had ideeën over samenwerking van de Amerikaanse koloniën die later zouden doorwerken in de Amerikaanse grondwet. En hij dacht al aan een Europarlement.
Te vaak zette hij handtekeningen onder documenten zonder die eerst goed te lezen. Hij stierf daardoor berooid.

Categories: Uncategorized Tags: ,

Juliana van Stolberg – *Stolberg, 15 februari 1506 – † slot Dillenburg, 18 juni 1580

December 27th, 2017 Comments off

Ik vrees dat Gods toorn over de ganse christenheid zal gaan, want waar men ook heenziet, het is al ijdel, moedwillig en goddeloos leven

Als prins Willem van Oranje onze Vader des Vaderlands is dan is zijn moeder onze grootmoeder. Ze stamde af van een belangrijke Byzantijnse vorst wiens beeltenis nog in de Aya Sophia te bezichtigen valt. Zelf figureerde ze in een negentiende-eeuwse protestantse Galerij van christelijke vrouwen als model voor ‘gelovige vrouwen, die de heiligheid van het huwelijk hooghouden, en het specifieke onderscheid tussen man en vrouw niet uit het oog willen verliezen’. Haar beeld en haar Lutherse geloof is wel eens geromantiseerd. Maar de gelovige taal in haar brieven is niet uitzonderlijk voor haar tijd.
Ze bracht in twee huwelijken zeventien kinderen ter wereld. Op haar veertiende werd al een man voor haar uitgezocht, op haar zeventiende trouwde ze met deze Philips en begon het kinderen krijgen, op haar vierentwintigste onderbroken door zijn overlijden en enige tijd later voortgezet met de weduwnaar von Nassau die haar meenam naar de Dillenburg. Daar had ze heel veel kinderen om zich heen, want er kwamen ook andere adellijke kinderen onder haar hoede. Ze kregen er goed onderwijs. Graaf Willem de Rijke, overleden in 1559, was stichter van verschillende protestantse onderwijsinstellingen. Haar kinderen werden bijna allemaal volwassen. Daardoor had ze bij haar dood al een nageslacht van 160 klein- en achterkleinkinderen. Dat haar nazaten het met de huwelijkstrouw niet zo nauw namen had niet haar goedkeuring. Haar brieven aan haar zonen bevatten de nodige vermaningen over fatsoen van de legers van haar zonen.
Met haar Nassause echtgenoot vormde ze een luthers gezin. Oudste zoon Willem moesten ze vanwege zijn erfenis van het vorstendom Oranje verder te laten opvoeden door de roomse Margaretha in Brussel. Daar waren ze niet op tegen. De dynastieke belangen zaten haar hoog. Ze maakte vaak reizen langs de verblijven van hun kinderen. Ze vond dat haar Willem in de Lage Landen nogal op grote voet leefde. Toen haar zonen de opstand in de Nederlanden gingen steunen, stond ze van harte achter hen. De Dillenburg was hun toevluchtsoord. En ze droeg niet alleen moreel, maar ook financieel aan de opstand bij. Het sneuvelen van de zonen Adolf, Lodewijk en Hendrik ‘in Vriesland in den slach’ en op de Mokerheide heeft ze nog meegemaakt.
Brieven schrijven kon ze door oogproblemen de laatste jaren niet meer, brieven die steevast waren geëindigd met ‘Deine getreue Mutter allezeit’. Uiteindelijk was ze net als later zoon Willem officieel het calvinisme toegedaan.

(2017)

George Bell – *4 februari 1883 – † 3 oktober 1958

December 27th, 2017 Comments off

Het bombarderen van ongewapende vrouwen en kinderen is barbaars

In de dure Britse tv-serie The Crown over de eerste jaren van de regering van koningin Elizabeth komt de Anglicaanse kerkleiding er niet best van af. De kerkelijke handhaving van het verbod op koninklijk huwelijken met een gescheiden partner droeg sterk bij aan veel spanning en verdriet in het koningshuis en daarbuiten.
Tot voor kort stond vooral Georg Bell, een van de bisschoppen uit die tijd, op een hoog voetstuk. Hoewel gedoodverfd als opvolger was hij in 1944 na het overlijden van aartsbisschop William Temple gepasseerd en in zijn bisdom Chicester gebleven. Tot vreugde van Churchill. Bell had in het Hogerhuis scherpe kritiek geuit op het geallieerde bommentapijt op Dresden en op bombardementen op burgerdoelen in het algemeen. Hij was ook de schakel geweest met Dietrich Bonhoeffer die namens de verzetsgroep die een aanslag op Hitler plande contact zocht met de Engelse regering. Tevergeefs, Churchill wilde alleen onvoorwaardelijke overgave.
Bell was sterk sociaal geëngageerd. Hij had gewerkt onder arbeiders en migranten, zich ingespannen voor de ruil van krijgsgevangenen na de Eerste Wereldoorlog, zich bekommerd om de slachtoffers van de Grote Depressie van de jaren ’30. Voor de kunsten richtte hij een festival in Canterbury op. En hij was een pionier in de internationale oecumenische samenwerking. Vanaf 1933 was hij de belangrijkste buitenlandse bondgenoot van de Belijdende Kerk in Duitsland. Met zijn tromgeroffel in de pers voorkwam hij de executie van ds. Martin Niemöller, fel opposant van Hitler. Tientallen gezinnen hielp hij Duitsland te ontvluchten. Na de oorlog nam Bell het op voor de Duitse vluchtelingen uit de gebieden die geannexeerd werden voor het nieuwe Polen en Tsjecho-Slowakije. En hij bekritiseerde de westerse politiek bij het begin van de Koude Oorlog. Hij regelde ooit een bezoek aan Canterbury van Mahatma Gandhi, de man die geweldloos verzet bood tegen de Britse aanwezigheid in India.
Laat hij nou net recent van zijn hoge voetstuk gevallen zijn toen zijn kerk, ruim een halve eeuw na zijn dood, een vrouw op leeftijd in het gelijk moest stellen in haar klacht over aanranding. Zij was tussen haar vijfde en negende jaar vaak in zijn pastorie geweest. Bell had haar op zijn schoot niet alleen verhaaltjes voorgelezen Ze had er haar leven lang last van gehouden. De vrouw kreeg nu een financiële schadeloosstelling.
Een lastige puzzel voor de Kerk van Engeland. Kan zo iemand nog op de heiligenkalender worden gehandhaafd? Maar welke heilige is zonder zonde? Het verhaal over het moedig aanzwengelen van discussies over de grenzen van militair geweld is te belangrijk om niet door te vertellen. Dan maar inclusief de vermelding van die verzwegen misstap.

(2017)

Voor een gezellige wereld heb je christenen nodig

October 26th, 2017 Comments off

De uitspraak is van Qadoera Fares, een Palestijn die een belangrijke rol speelde tijdens de eerste Intifada en die jarenlang in Israëlische gevangenschap heeft gezeten. Hij is een van de vele zegslieden die aan het woord komen in het boek van Els van Diggele, We haten elkaar meer dan de Joden. Tweedracht in de Palestijnse maatschappij. Het is een belangrijk boek. In de media wordt er afgedongen op haar zwarte kijk op de Palestijnse samenleving, maar ik zie daar weinig reden toe. Het is wel een eenzijdig verhaal, maar daarom niet per se onjuist. Ze spreekt een onafzienbare rij insiders en laat via wisselende invalshoeken zien hoe beroerd de Palestijnse samenleving er politiek gezien voor staat. Het is een politiek diep verscheurde samenleving, verdeeld in twee politiestaten vol corruptie, onderlinge terreur, tegen elkaar optredende ‘veiligheidsdiensten’, met een toenemende invloed van islamisten, met juridische willekeur en met martelpraktijken als systematisch onderdeel van politie en justitie. Niet van Diggele, maar haar zegslieden zelf, vaak onderdeel (geweest) van Hamas of Fatach, zien geen hoop. Het boek eindigt ongeveer bij het gedwongen aftreden van Salam Fayyad, de premier die op de Westbank tussen 2007 en 2013 orde op zaken wist te stellen (wat zegt het over onze pers dat er bij die naam helemaal geen belletje bij me ging rinkelen?) Hij werd als pion geofferd in het schaakspel van Abbas met Hamas in Gaza en andere rivalen. Fayyad deed vooral niet mee met de neiging om van alles wat niet goed gaat naar de bezetter te wijzen. Het mocht onder de bezetting niet beter gaan. En al helemaal niet onder leiding van iemand die zich niet wilde laten inlijven bij de grootheden Hamas, Fatach, PLO, of een (andere) islamistische groepering.
Het boek is bewust eenzijdig. Het bestudeert alleen de politieke verdeeldheid van de Palestijnse samenleving en de lange geschiedenis ervan. Het gaat dus inderdaad voorbij aan de Israëlische bezetting en het eventuele Israëlische belang of zelfs een Israëlische rol bij de verdeeldheid en interne rivaliteit  (maar laat die bezetting heus wel voelen). Maar ik ben het met haar eens dat het plaatje nooit compleet is als we vanuit het westen aan de interne cultuur voorbij kijken. Het boek laat zien hoezeer de Palestijnse samenleving inderdaad het Midden-Oosten is. Overwegend islamitisch, gestempeld door tribalisme, ‘woestijncultuur’ zoals sommige zegslieden van EvD het benoemen, op zijn hoogst halverwege het ontwikkelen van een democratische rechtstaat met een scheiding der machten, geremd door sterke islamistische sympathiën en geldstromen.
Het is dus niet het hele plaatje. Integendeel. En of ze als historica objectief genoeg was en bleef kan ik niet beoordelen. In elk geval gaat ze in mijn ogen bij de beschrijving van 1948 veel te kort door de bocht. Dat de Arabieren in Palestina de ramp, de Naqba, in 1948 over zichzelf afriepen, aldus de eerste zin van het superkorte hoofdstukje over 1946-1948, is een ongefundeerde conclusie vooraf. De interne verdeeldheid van de jaren ’30 was zeker een ramp, maar de hele aanloop naar 1948 was een optelsom van vele rampen. Het is nog maar zeer de vraag of het met grotere eensgezindheid aan Palestijns-Arabische zoveel anders was gelopen. Boeken als die van Tom Segev over het Britse mandaat van 1917-1948 of van de joodse historicus Ilan Pappe (beide wel in haar literatuurlijst) laten weinig ruimte voor de gedachte dat het joodse zionisme van de eerste helft van de vorige eeuw had kunnen uitlopen op een binationale staat met gelijkberechtiging voor beide volkeren.
Maar de hoofdlijn van haar betoog is denk ik dat het met Abbas gewoon niet goed gaat komen. Hij is een even grote ramp als Arafat was, en hoe desastreus diens leiderschap is geweest, wordt breed uitgemeten. De Nobelprijs voor vrede was volstrekt onverdiend. Wie om Palestijnen geeft moet dus niet alleen de Israëlische bezettingspolitiek bestrijden, maar ook willen dat de manier waarop er aan Palestijnen steun wordt verleend, kritisch tegen het licht wordt gehouden. Van wie zijn we bondgenoot?
Wat er ook in het plaatje ontbreekt is de samenleving op sociaal-cultureel niveau. Het gaat over de politiek en de druk van de verdeeldheid, corruptie en de onveiligheid. We horen niets over Palestijnse culturele en religieuze organisaties of hoe het leven in een dorp of stad of vluchtelingenkamp door gaat. Ook niet hoe ngo’s misschien tussen alle politieke mijnenvelden heen manoeuvreren. Ik moet hierbij denken aan een ontmoeting met Rania Murrah, enkele jaren geleden, een Palestijnse leidinggevende van het Sumud-house in Bethlehem (verhalenhuis, met steun uit Nederland tot stand gekomen). Zij schetste een beeld waarin Palestijnse vrouwen dubbel lijden: niet alleen onder de bezetting, maar ook onder een primitief Arabisch rechtssysteem waarin vrouwen minder rechten hebben dan mannen, waardoor de laatste gemakkelijk wegkomen bij huiselijk geweld.
Dat brengt me terug bij het citaat over de christenen. Heel even komen de christenen om de hoek kijken: omdat zij café’s in Rammallah bezitten kun je daar alcohol drinken en gemengd dansen. Dat geeft denk ik precies aan waarom de presentie van het christendom in het Midden-Oosten nodig is. Er gaat een matigende invloed van uit.
In de lectuur van de Palestijnse theologen die we als sympathisanten in Nederland lezen, komen we de analyses van hun eigen samenleving zoals Van Diggele die geeft in directe zin niet tegen. Maar wel indirect! Ik denk aan de hartstochtelijke wijze waarop Naim Ateek de weg van de geweldloze inzet en strijd om recht en verzoening bepleit, in theologie en praktijk – dus precies als Palestijns alternatief voor al het geweld zoals Van Diggele dat beschrijft als veroorzaakt door het  DNA met dubbele helix van oude woestijncultuur en van islamistische ideologie. Ik denk ook aan de parallellen die Mitri Raheb, theoloog in Bethlehem, trekt tussen het leven onder Romeinse bezetting aan het begin van de christelijke jaartelling en die onder Israëlische bezetting nu. Het is een sterke en daarom riskante manier van ‘framing’. Maar het betekent niets minder dan dat de politieke verdeeldheid en machtspolitiek van nu ook heel erg lijkt op die tussen de rivaliserende facties en bendes die in het jaar 70 samen hebben geleid tot de joodse ondergang in Palestina. Als Abbas een soort koning Herodes is ziet het er gewoon somber uit voor een goede afloop van ‘de Palestijnse zaak’. Mitri Raheb bepleitte heel nadrukkelijk het achter zich laten van slachtoffergevoelens, om plaats te maken voor een ‘cultuur van het leven’. De boodschap van Jezus is superactueel.
Dus ook na Van Diggele blijft het een schandaal dat het Nederlandse christendom zich 100 jaar na Balfour niet veel vierkanter tot bondgenoot maakt van de Palestijnse christenen, van vredesbewegingen aan weerskanten van ‘de Muur’ en daarmee van het Palestijnse volk dat dubbel lijdt, zowel onder de bezetting als onder haar eigen gewelddadige tribale mannencultuur.
26/10/17

Desiderius Erasmus – *28 okt 1466(?),R´dam – † 12 juli 1536, Bazel

January 2nd, 2017 Comments off

Ik zou willen dat de eenvoudige en zuivere Christus diep de geest der mensen werd ingeprent, en dat acht ik het best bereikbaar door aan de bronnen zelf te filosoferen

In Nederland eren we Erasmus. Zijn standbeeld in Rotterdam is een van de oudste in ons land. Al drie keer stond hij op een postzegel. Dit jaar krijgt hij een ´Gouds glas´, een gebrandschilderd raam in de Sint Jan in de stad van zijn jeugd. ´Het beschaafde menschdom heeft reden, Erasmus´ naam in eere te houden, al was het enkel omdat hij de innig oprechte prediker is geweest van die algemene zachtmoedigheid, die de wereld nog zoo bitter nodig heeft´. Aldus onze grote historicus Johan Huizinga in zijn prachtige Erasmusbiografie uit 1924.
De zoon van een priester kreeg de naam van een heilige martelaar. Zelf werd hij geen heilige en ging hij het martelaarschap uit de weg. Zijn vriend en collega-humanist Thomas Moore kwam op de brandstapel van koning Hendrik VIII. Sommige volgelingen van Luther onderging ook zo’n lot. En de protestanten dacht dat zij de juiste consequenties trokken uit de kritische beschouwingen die ook Erasmus over het christendom van zijn tijd had gegeven. Ook veel Rome-getrouwen hielden Erasmus medeverantwoordelijk door de opstand die Luther in 1517 ontketende en die zich over het hele Europa uitbreidde waar ook Erasmus’ boeken waren verspreid. Wat had hij zich kritisch geuit over de santenkraam van vaste rituelen en ceremoniën volgens vaste voorschriften, over pelgrimages en reliekenverering, biecht en aflaat, het monnikendom (hij was er een geweest in Gouda) en de eindeloze spitsvondigheden van de theologie! Maar de Reformatie was zijn werk niet. Hij bleef Rome trouw en dook weg door letterlijk van de universiteit van Leuven weg te vluchten naar zijn grote vriend de boekdrukker Frobenius in Bazel. Een paar jaar later begaf hij zich wel in een pennenstrijd met Luther over de leer van de vrije wil en de goddelijke uitverkiezing. Ze bereikten elkaar niet.
Erasmus was alleen in de wieg gelegd voor boeken. En zijn belangrijkste geschriften zijn van voor 1517. Zijn meesterwerk de Lof der Zotheid is van 1509. In de stijl van grote auteurs van de oudheid houdt hij zijn tijdgenoten satirisch spottend een spiegel voor over de dwaasheid van al het menselijk gedoe in kerk en staat, op straat en in de liefde. Soms scherp, maar vooral ironisch. De dwaasheid blijkt soms nog zo gek niet. Scheef Paulus niet over de dwaasheid van het Evangelie?
Erasmus wilde een eenvoudig, waarachtig christendom, zonder opsmuk, bijgeloof en dogmatiek. De weg erheen was de weg ‘terug naar de bronnen’. Alle vrouwtjes zouden het evangelie en de brieven moeten kunnen lezen. Een van zijn grote prestaties was een verbeterde uitgave van de Griekse tekst van het Nieuwe Testament in 1516. Hij wilde een wedergeboorte, een renaissance van de klassieke stijl van schrijven en denken, maar met als doel een renaissance van het leven in de geest van het Evangelie. Zijn invloed moeten we vooral daar zoeken waar volgelingen van Luther, Zwingli, Calvijn of de paus probeerden hun standpunten te matigen, hun conflicten te beëindigen. Of waar Hollandse regenten een republiek stichtten met plaats voor vervolgde vreemdelingen, waar gereguleerde armenzorg van de grond kwam en heksenverbrandingen beëindigd werden.
(2016)

Fisk Jubilee Singers – 6 oktober 1871 Nashville (VS)

January 1st, 2017 Comments off

When Israel was in Egypt’s land: let my people go. Go down Moses!

De zwarte bevolking van de VS, van Afrikaanse slaven afkomstig, is zwaar verantwoordelijk voor het ontstaan van jazz en blues. Ze mengden ook nieuwe sounds in de christelijke lofzang. ‘Mary had a baby, yes my Lord’. ‘Oh when the saints’. ´Go, tell it on the mountain´. Voor de Negro Spirituals zijn geen afzonderlijke tekstdichters of componisten aan te wijzen. Ze zijn geboren op de slavenplantages uit de ontmoeting van de ritmes en de religie van Afrika met de taal, de muziek en het geloof van de blanke Europeanen. Slaven werden gedwongen tot het christendom bekeerd. Het spreken van hun oorspronkelijke taal werd verboden. De gebedsbijeenkomsten die hen werden toegestaan, waren vaak de enige plek waar ze zich enigszins vrij konden uiten in muziek, dans, handgeklap. En zoals wel vaker in de geschiedenis was in het bijzonder het uittochtverhaal uit de Bijbel een bron van hoop op bevrijding uit een moeilijk lot.
Als de Amerikaanse burgeroorlog voorbij is en de slavernij afgeschaft verschijnt in 1867 de eerste verzamelbundel van ‘slavenliederen’. Een zendingsorganisatie heeft kort ervoor in Nashville, Tennessee, een universiteit gesticht voor Afro-Amerikanen. Na vijf jaar gaat dit Fisk College bijna failliet. De boekhouder en muziekleider, Georg White, een blanke evangelist, verzamelt dan negen studenten voor een koor om geld in te zamelen via een tournee met deze liederen. Het koor vernoemt zichzelf naar het Jubeljaar uit de Bijbel, het 50ste jaar dat volgens de Tora slaven hun vrijheid en hun akkers terug moesten krijgen. Het eerste optreden is op 6 oktober 1871, gevolgd door een tocht langs de voormalige vluchtroute voor slaven, de Underground Railroad.
Blanken kenden wel wat muziek van hun donkere landgenoten, maar alleen door optredens van blanken die hun gezicht zwart hadden gemaakt. De eerste jaren waren vol ontberingen: slechte behandeling in hotels of helemaal geen logies of maaltijd, lang wachten in koude stations, slecht bezochte concerten, hoongelach. Het ging pas goed lopen toen belangrijke predikanten de slavenliederen aanprezen als Schriftuurlijke noodkreten om verlossing en het koor uitgenodigden in kerken en op opwekkingsbijeenkomsten. In 1872 werd er voor de Amerikaanse president gezongen, het jaar daarop voor de Britse koningin Victoria. Tussen 1875 en 1878 deed het koor het Europese vasteland aan. In Nederland kregen ze een enthousiast en gul onthaal in kerken in Harlingen, Kampen, Amsterdam en Dordrecht. Ze haalden al met al tienduizenden dollars binnen. De universiteit kon een groot gebouw neerzetten.
In 1931 nam Dietrich Bonhoeffer grammofoonplaten met spirituals uit Harlem mee naar Duitsland. Toen kort erna ‘Egypt’s land’ midden in Europa lag draaide hij ze voor de theologiestudenten van de kerk in verzet. De inspirerende kracht van de negro spirituals reikte dus ver.
(2016)

Václav Havel – *5 oktober 1936, Praag – † 18 december 2011, Hrádeček

January 1st, 2017 Comments off

Een beter systeem garandeert geen beter leven, maar door een beter leven kan men wel een beter systeem opbouwen

Het is 1977. In de communistische republiek van Tsjecho-Slowakije is geen enkele oppositie toegestaan. In 1968 hadden Russische tanks een einde gemaakt aan de Praagse Lente. Nu laat ‘Charta 77’ van zich horen, een beweging van mensen die in het Westen raken als dissidenten. De woordvoerder is Václav Havel, schrijver van toneelstukken. Al vanaf 1968 heeft hij een publicatieverbod. Hij wordt opgepakt en tot 14 maanden gevangenis veroordeeld. Zijn woordvoerderschap legt hij neer, later blijkt op grond van valse informatie. Havel schrijft dan Poging om in de waarheid te leven. Over de macht van de onmachtigen.
In dit prachtige boekje analyseert Havel de werking van het posttotalitaire systeem. Als voorbeeld gebruikt hij een groenteman die in zijn etalage tussen de uien en paddestoelen een banier hangt met de tekst ‘Proletariërs aller landen, verenigt u!’  Volgt de man hier zijn eigen overtuiging? Nee, hij betoont gehoorzaamheid aan de ideologie van de staat. En draagt zo bij aan het voortbestaan van het systeem. Dat is wat ideologieën doen. Zij dwingen mensen tot ‘leven in de leugen’.
De man kan er ook voor kiezen die tekst juist niet in de etalage te hangen en zich tot de uitstalling van zijn groente te beperken. Riskant: hij zet zijn bedrijf, zijn inkomen en zijn vrijheid op het spel! Hij speelt niet mee. Eigenlijk zegt hij ‘de keizer is naakt’. Havel laat zien dat zo’n beslissing niet allereerst een politieke daad is, maar een daad van het geweten. En wat ook de gevolgen zijn, op deze manier wordt de samenleving geïnfecteerd met het besmettelijke virus van de waarachtigheid. Havel gelooft in de kracht van de gewetensbeslissing. De strijd voor burgerrechten moet weliswaar ook in de politieke arena worden gevochten, maar is allereerst een geestelijke strijd, een gevecht om je niet af te laten brengen van datgene waar het leven voor bedoeld is.
Soms zingen we in de kerk Psalm 86 vers 4: ‘Laat mij in uw waarheid wand’len’. Zonder zelf altijd religieus te zijn hebben de mensen van de Charta-beweging een voorbeeld gegeven van wat dit kan betekenen. Vrij van copyright. En waar zijn er géén dwingende ideologieën en systemen die ons andere dingen willen laten geloven of doen dan als we ‘waarachtig’ zijn?
Havel had ook na dit boekje ervaren hoezeer systemen de bron van waarheid willen dichtstoppen. Hij werd opnieuw veroordeeld. Veel dissidenten moesten zware of geestdodende fysieke arbeid verrichten. Tot aan de ‘fluwelen revolutie’  van 1989 stond Havel permanent onder staatstoezicht. Daarna werd hij de eerste president van het nieuwe Tsjechië, zonder Slowakije. Nederland had hem in 1986 de Erasmusprijs verleend.
(2016)

Categories: Uncategorized Tags: ,

Kazoh Kitamori – *1916, Kumamoto  – †september 1998, Tokyo

January 1st, 2017 Comments off

God met pijn is de God die onze menselijke pijn verlicht met de zijne. Jezus Christus is de Heer die onze menselijke wonden heelt met de zijne.

Lijdt God ook pijn? Meestal heeft de mensheid zijn goden ver weg gehouden van het menselijk leed. De goden op de Griekse Olympus, de ‘onbewogen beweger’ van de antieke wijsbegeerte die vrij is van menselijke passies en de ‘impassibile’  God volgens de filosoof Hegel in de moderne tijd zijn niet erg betrokken. En christenen vonden ‘patripassianisme’ vaak een ketterij: de gedachte dat de Vader meelijdt in de passie van de Zoon.
Pijn is een prikkel die vermijdgedrag oproept. Ongevoeligheid, onaangedaanheid, onkwetsbaarheid lijkt ook in allerlei spiritualiteit het hoogste doel te zijn. Geen wonder dat dit ook vaak aan God als Hoogste Wezen wordt toegeschreven.
In 1946 maakte de Japanse theoloog Kitamori korte metten met de gedachte van een pijnloze God in een spraakmakend boek over ‘de pijn van God’. Maar voor christenen is het ‘woord van het kruis’ het absolute uitgangspunt van het denken en spreken over God. God is in deze wereld in pijn. En navolging van Christus kan niet zonder lijden. Brengt juist de pijnlijke strijd tegen je egocentrie je niet dichter bij God? Of de klappen die je oploopt als je je nek uitsteekt voor een ander? Hoe belangrijk is naar een woord van Luther voor een kerk het ‘con-dolere’, het delen in een anders leed! In pijn kan juist een bron van vreugde en geluk open gaan. Maar dan luistert het besef van verschillende soorten pijn nauw.

Theologie uit Japan? Ja, ook in Japan zijn er christenen. In 1638 hadden de shuguns het land gesloten voor buitenlanders, priesters en missionarissen waren ook daarvoor al soms verdreven of vermoord. ‘Buitenlandse’ godsdiensten moesten ondergronds. In 1853 ging het land weer open en in 1871 kwam er godsdienstvrijheid. Slechts een klein percentage van het land behoort bij een van de vele kerkgenootschappen. Dat maakt ze niet onbelangrijk. Al acht  keer had een premier een christelijke achtergrond.
Kitamori was de eerste Japanner die een theologisch boek schreef. Het verscheen een jaar na de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima en het einde  van de Tweede Wereldoorlog. Japan had net miljoenen mensenlevens onder soldatenlaarzen vermorzeld, maar was vervolgens zelf de afschrikwekkende proeftuin geworden voor het ergste wapentuig dat de mensheid ooit had uitgevonden. Het boek oefende in vertaling een tijdlang wereldwijd grote invloed uit in de theologie.
Uit de Bijbel trokken Jeremia en Paulus Kitamori’s bijzondere aandacht, uit de christelijke theologie waren Luther en Kierkegaard zijn favorieten. Hij liet ook verschillen en overeenkomsten zien met de eigen cultuur. Zo kent Japan vanouds de waarde van tsurasa, zelfopoffering, maar niet met de diepte van het Evangelie over het offer voor de zwakke en de zondaar. Dankzij een paper over Luther was Kitamori op de middelbare school tot de keuze voor theologie gekomen. Naast theologie studeerde Kitamori filosofie en literatuurwetenschap. Tot op hoge leeftijd was hij theologieprofessor, vernieuwend kerkleider, pastor en voorganger.
(2016)

Bernard van Clairvaux – * 1090, Bourgondië – † 20 augustus 1153, Clairvaux (Fr.)

January 1st, 2017 Comments off

Dan vraag ik als monnik aan andere monniken, wat heidenen aan  heidenen verweten: wat moet al dat goud in het heiligdom?

Divers abdijen, een berg en een hondenras zijn naar hem genoemd. Kloosterstichter, theoloog, abt, leider van concilies, diplomaat, kruistochtprediker. Beeldbepalend voor het christendom van de twaalfde eeuw. De Bourgondische edelman trad in bij de cisterciëncers die kort ervoor in Citeaux (Cistercium) een klooster begonnen waren dat terugkeerde naar een strakke toepassing van de Regel van Benedictus. In de kloosters van Cluny werd daar namelijk de hand mee gelicht. Monniken lieten zich er bedienen! Kort erna werd Bernard stichter en abt van een nieuw klooster toevertrouwd: Clairvaux. Het werd een groot succes. De cisterciënzers keerden terug naar ‘bid en werk’ en stichtten  hun kloosters in afgelegen gebieden om daar te leven wat hun eigen spitwerk op hun landerijen hen opbracht of het schrijfwerk in het scriptorium. Bij Bernards overlijden had Clairvaux meer dan 80 dochterstichtingen. De ‘schiere monniken’ – cisterciënzers kozen voor een licht habijt van ongeverfde wol – verschenen kort erop ook in onze streken. Klaarkamp en Aduard waren kloosters van de Clairvaux-tak. Tegen de kritiek van het jaloerse en machtige Cluny verdedigde Bernard zijn soberheid hartstochtelijk en welsprekend. Wat moeten kunstzinnig gebeeldhouwde gedrochten en gouden kroonluchters zo groot als molenstenen in kloosters? Beschilderde muren zijn misschien nuttig in parochiekerken, maar monnikenen leiden ze alleen maar van het gebed af. Cisterciëncer kloostergebouwen uit de begintijd schitteren dan ook vooral door de sobere gestrengheid van hun architectuur.
Bernard kreeg groot moreel gezag ook buiten de kloosters, met zijn inzet voor herstel van de vervallen christenheid. Politieke conflicten werden bijgelegd, het geestelijk leiderschap van de paus hersteld, machthebbers aangezet tot meer respect voor de bijbelse normen van rechtvaardigheid en barmhartigheid voor de arme. Meer dan 300 nagelaten preken en brieven getuigen van zijn strijd tegen neergang van het christendom. Ook theologisch wist hij van wanten. Minder aangenaam was Bernards optreden tegen de theologische ‘nieuwlichter’ Abelardus, bang dat de leerschool van de barmhartigheid zou gaan wijken voor geleerde nieuwsgierigheid louter om bevrediging van het intellect.
Bernard vertolkte de verschuiving van de gerichtheid van de devotie op de goddelijke verhevenheid van Christus richting zijn lijden en zijn menselijke beleving. Hier begint de ‘bloed- en wondenmystiek’ die eeuwen later in de Mattheüspassie van Bach tot een muzikale climax komt (over kunst in de kerk gesproken). Een hele serie preken is gewijd aan het Hooglied, over de mateloosheid van de liefde die uit God komt. Bij Bernard gaat dit allemaal samen met Mariaverering. Met troubadours, ridderromans en het ideaal van hoofse liefde begint Europa ‘romantisch’ te worden. Ook Bernard heeft zijn hart verpand aan een Vrouw. Vond hij in haar misschien zijn eigen diepbetreurde moeder Aleth terug?
Bernard was ook de man die op de heuvels bij de kathedraal van Vézelay in opdracht van de paus de tweede kruistocht predikte, na een noodroep van christenen uit Edessa die onder de voet gelopen werden door de Turken. Die liep volledig uit de hand, om te beginnen met verschrikkelijke jodenvervolgingen in het Rijnland. Hij heeft wel geholpen om de hoofdverantwoordelijke daarvoor aan banden te leggen. Maar Bernard is dus geen Franciscus en zelden zijn heiligen in álle opzichten navolgenswaardig.
(2016)

Wang Mingdao – * 25 juli 1900 Bejing  –  † 28 juli 1991 Sjanghai

December 31st, 2016 Comments off

Aangezien ik de Heer gehoorzaam zal ik niemands bevel dat tegen Gods wil ingaat opvolgen’.

Wie over de geschiedenis van het christendom in China leest stuit onvermijdelijk op Wang Mindao. Een indrukwekkende man vanwege de onverschrokken houding waarmee hij een kaarsrechte lijn getrokken heeft over de positie van de kerk ten opzichte van de opeenvolgende regimes in zijn land. Een leider die bereid was de prijs te betalen die de toewijding aan het Evangelie met zich mee kan brengen. Dat hij levenslang gekant was tegen liberaal christendom had in zijn situatie respectabele redenen.
Als tiener was hij bekeerd. Hij veranderde zijn naam van Tie-zi, ‘ijzeren wil’, in Mingdao, ‘getuige van de waarheid’. De keuze voor een herdoop in een koud riviertje betekende het einde van zijn baan als onderwijzer op een presbyteriaanse school. Tijdens een lange retraite las hij zes keer de hele Bijbel door. Hij begon thuis Bijbelstudies te houden en werd een gedreven en invloedrijk evangelist. In de jaren twintig en dertig waren er grote opwekkingsbewegingen actief in China. Wang stichtte een eigen kerk in Bejing, de Christelijke Tabernakel. In zijn eigen tijdschrift voor geestelijk voedsel onthield hij zich tijdens de Japanse bezetting van politieke uitspraken, maar hij zwichtte evenmin voor pogingen om zijn kerk aan staatscontrole te onderwerpen.
Na de nederlaag van Japan en de communistische machtsovername ontstond de Drie-Zelf-Beweging. Volgens de drie principes van zelfbestuur, zelfvoorziening en zelfvoortplanting verklaarde deze beweging de kerk van China onafhankelijk van het buitenland en onderdanig aan de communistische partij. Leidende figuren waren vaak liberaal theologisch opgeleid aan westerse instituten. Wang wees deze beweging openlijk af. Je kunt niet tegelijk kerk van Jezus Christus zijn en dienaar van een atheïstische regering. Het gevolg was dat hij in 1954 op een grote bijeenkomst van christelijke afgevaardigden publiekelijk werd aangeklaagd. Terwijl Wang zwijgend naar het plafond bleef staren werd er gestemd over doodstraf of gevangenschap. Slechts een kwart stemde voor straf. Wang kon nog even preken, voor groot publiek zelfs. Maar de Drie-Zelvers bleven doorgaan met beschuldigingen dat hij ‘imperialistisch gif’ verspreidde. In 1955 werden hij en zijn vrouw gearresteerd. Zijn kerk werd gesloten. Na een stevige hersenspoeling tekende hij een bekentenis en kwam hij weer vrij. Tijdens de gedwongen publiekelijke verontschuldiging kon hij niet veel meer dan prevelen dat hij een Judas of een Petrus was geweest. In 1958 volgde levenslange opsluiting. Hij kwam in 1980, na het einde van het Mao-tijdperk, vrij uit het werkkamp, tandeloos, bijna blind en doof. Hij is nog betrokken geweest bij de Huiskerkbeweging. ‘Oom van de huiskerken’ werd zijn erenaam. Een compensatie van de Drie-Zelf-kerk voor het geleden leed stuurde hij terug. Het plaatje over zijn soms wel erg rigide opvattingen wordt charmant verzacht door Liu Jingwen, de veel toegeeflijker vrouw aan zijn zijde die alles had meegeleefd en meegeleden.
(2016)

David à Doreslaer – * Enkhuizen 1610 † Zierikzee 1671

December 31st, 2016 Comments off

Aller ogen zullen later deze sportzomer op Brazilië gericht zijn. Ooit was de oostelijke punt van dit enorme land in Nederlands bezit. Nadat Piet Hein de Zilvervloot had gewonnen verdreven de Hollanders er de Portugezen. Tussen 1630 en 1654 had de Westindische Compagnie hier een kolonie met Recife als hoofdstad, met Johan Maurits van Nassau-Siegen (die van het Mauritshuis) van 1637-1644 als gouverneur. Nog altijd liggen er Hollandse forten. Op het hoogtepunt was dit een kolonie van 90.000 mensen: Hollanders, Portugezen, Afrikaanse slaven en Brazilindianen. Joden uit Amsterdam, actief in de handel, bouwden er synagoges. De Jezuïeten werden verdreven, maar verder bestond er in de kolonie godsdienstvrijheid, in deze vorm totaal nieuw voor Zuid-Amerika. De slavernij bleef grotendeels intact. Hollanders gingen zich van hieruit juist steeds meer toeleggen op de internationale slavenhandel.
Er werden ook protestantse kerken gesticht. Zo’n twintig gemeentes vormden de eerste overzeese classis. Niet alleen voor eigen mensen. Om het ‘rijk van Christus’ uit te breiden moest de katholieke invloed van de Portugezen op slaven en in het bijzonder de indianen protestants worden beconcurreerd. Hier werd David a Doreslaer, predikantszoon uit Enkhuizen, in 1638 de eerste echte zendingspredikant onder de Tupi-indianen. Werkend vanuit hun dorp Mauricia zag hij hun grote sterfteoverschot door ziekte, drank en de permanente oorlogssituatie. Hij bepleitte met succes de naleving van de grondwettelijke vrijheid van slavernij voor deze indianen, zorgde voor diaconale hulp in de vorm van medicijnen, kleding om hun naaktheid te bedekken en vierde er in 1640 voor het eerst Avondmaal. Dat betekende vertaalwerk. Maar zijn catechisatieboekje met liturgieën in het Tupi, het Hollands en het Portugees veroorzaakte in Holland, waar het gedrukt werd, veel gedoe. Wat gebeurde hier met de Formulieren van Enigheid? Werd er in het eenvoudige Avondmaalsformulier niet teveel weggelaten? Ondanks de kerkelijke protesten uit Holland verscheepte de Compagnie de boekjes naar Brasil. Doreslaer stuurde een Apologie. Hij verdedigde de oordeelsbevoegdheid van de overzeese classis en benoemde de moeilijkheden van het vertalen van de boodschap van het geloof in een andere taal en een andere omgeving. Typisch een discussie die altijd speelt rond missionair pionierswerk. 
Vrede tussen Nederland en Portugal betekende vanaf 1641 het vertrek van de Hollandse militairen. Doreslaer kwam ook terug naar Nederland. De partij ‘vraagboekjes’ verschimmelde in een magazijn. Het verzet van de Portugezen gecombineerd met religieuze haatmotieven bracht uiteindelijk het Hollandse bestuur ten val. De kolonie werd verkocht. De protestantse indianen sloegen op de vlucht ver het binnenland in. Ze zouden tegen het einde van de 17de eeuw totaal zijn uitgeroeid. Ook de joden moesten vertrekken. Doreslaer had nog een mooie predikantenloopbaan. Zijn lakzegel had een indiaanse pijl en boog.

(2016) Afbeelding lakzegel met dank aan het Zeeuws Museum

 

Harriet Beecher Stowe *14 juni 1811 Litchfield (Connecticut) – † 1 juli 1896 Hartford (Connecticut)

December 31st, 2016 Comments off

Het is een kwestie van de kant van de zwakken tegen de sterken kiezen. Iets dat de beste mensen altijd gedaan hebben.

De hut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe is een van de bekendste boeken uit de Amerikaanse literatuur. Uncle Tom’s cabin vormde een aanklacht tegen de slavernij. Het verscheen in 1851 en 1852 zoals toen vaak gebruikelijk was in afleveringen. Het eerste Amerikaanse boek met een Afro als hoofdpersoon tekende het harde slavenbestaan onder gewelddadige meesters en meedogenloze handelaren. Het was geïnspireerd op de biografie van de voormalige slaaf Josiah Henson en de ervaringen van een predikant bij de Undergound Railroad, de organisatie die slaven hielp te ontsnappen. Ze schreef het tussen het koken en andere huishoudelijke bezigheden door. Het was alsof God haar rechtstreeks de woorden dicteerde, schreef ze later. Ze moest spreken voor de onderdrukten die niet zelf konden spreken.
Het boek ondervond direct en ook later wel scherpe kritiek. De vrome Tom die zich liever liet doodmartelen dan zelf een zweep ter hand te nemen zou met zijn lijdzaamheid niet representatief zijn. Het boek zou te sentimenteel zijn. Maar het had internationaal een enorme impact. Het is vertaald in wel zestig talen. Ook in het Nederlands. Hier verscheen het al in 1852. En het heeft flink bijdragen aan de afschaffing van de slavernij en volgens menigeen ook aan het uitbreken van de Amerikaanse burgeroorlog.
De kleine vrouw die een grote oorlog teweeg had gebracht met een boek kwam uit het grote en geëngageerde gezin van de gerespecteerde predikant Beecher in Boston. Ze had als tiener ‘haar leven aan Jezus gegeven’. Toen ze het haar vader meedeelde concludeerde hij: ‘wel, dan is er vandaag een nieuwe bloem in Gods koninkrijk gaan bloeien’. Het gezin verhuisde in 1832 naar Cincinnatti waar de anti-slavernijbeweging stevig voet aan de grond had. Ze had een gelukkig huwelijk met professor Calvin Stowe die haar ook aanmoedigde in haar schrijversloopbaan. Hun huis was een station op de vluchtroute voor slaven.
Ze schreef ook geloofsliederen. ‘Still, still with The’ (stil bij U) raakte wijd verbreid dankzij de verbinding met een Lied ohne Worte van F Mendelssohn-Bartholdy. Een intiem en mystiek lied dat de beleving van het ontwaken van de natuur bij het ochtendgloren verbindt met het gevoel van een diepe rust door de verbinding met God. Ze stond vaak al om half vijf op om het ochtendgloren mee te maken. In woorden van de progressieve theologe Dorothee Sölle: ‘Harriet Beecher Stowe is een vrouw die de eenheid belichaamt van wat mystiek en verzet kunnen betekenen.’

Mary Barrett Dyer – *plm 1611, Engeland – †1 jun 1660, Boston

December 30th, 2016 Comments off

Mijn leven telde voor mij niet vergeleken met de vrijheid van de waarheid van de levende God

Vrijheid van godsdienst is een grondrecht dat pas heel langzaam is uitgevonden. In grote delen van de wereld geldt het nog steeds niet volledig, in sommige landen is het zelfs weer afgeschaft. Ook protestanten die zelf een geschiedenis van lijden om het geloof achter zich hadden, vonden het niet zomaar vanzelfsprekend. Als puriteinen en anderen zich omwille van vrije uitoefening van het geloof in een van de Britse koloniën aan de Amerikaanse oostkust vestigden, bleek ook in de zeventiende eeuw de religieuze intolerantie soms nog meegelift te zijn in de grote zeilschepen. De ophanging van de Quaker activiste Mary Dyer in Boston op 1 juni 1660 is een typisch voorbeeld van de ‘Willibrordprocessie’ die de godsdienstvrijheid in Amerika doormaakte: een stap achteruit, twee stappen vooruit. De koning greep in en zulke executies werden verboden in de staat Massachussets. Mary heeft er sinds een halve eeuw een standbeeld voor het parlement van de staat.
Kort na hun huwelijk in 1635 in Engeland was het echtpaar Mary en William Dyer overgestoken. Ze werden als Puriteinen lid van de kerk in Boston. Ze waren beide goed ontwikkeld. William kreeg belangrijke functies. Ze raakten al snel actief betrokken bij een conflict binnen de kerk van Boston over de theologie van de genade. Een vrouw, Anne Hutchinson, speelde in de beweging een grote rol. Er werden bij haar thuis Bijbellezingen georganiseerd. Rond de tijd dat er processen tegen deze ‘ketters’ werden aangespannen beviel Mary van een doodgeboren kind, dat stiekem werd begraven. Het was namelijk mismaakt. En dat gold als een straf van God. Toen de gouverneur er lucht van kreeg werd het lijkje opgegraven. Dit was koren op zijn molen. De misvormingen van de opgegraven foetus werden schriftelijk breed uitgemeten. Nog tientallen jaren later deed het de ronde. En de ergste ‘ketters’ werden uit de kolonie verbannen. Elders, op Rhode Island, kreeg het echtpaar nog een reeks gezonde kinderen.
Dan is het een tijd stil rond hen. In 1652 zijn de Dyers weer in Engeland. Daar hoort Mary de stichter van de Quakers, George Fox. Ze ontmoet hem ten huize van zijn latere echtgenote Margaret Fell. Quakers vormden gemeenschappen zonder ambtsdragers en sacramenten, met een belangrijke rol voor stilte in de samenkomsten, en voor ieder het recht van getuigenis over wat het ‘innerlijk Licht van Christus’ hen ingaf. Dit sloot nauw aan op de visies die Mary in Boston al had omarmd. Ze wordt een Quaker missionaris.
Als ze in 1657 weer in New England aanlandt zijn er net anti-quaker-wetten aangenomen. Ze gaat linea recta de gevangenis in. Haar man heeft aanzien en weet haar vrij te krijgen, op voorwaarde dat hij haar thuis op Rhode Island stil houdt. Het verhaal wordt dan verder een aaneenschakeling van arrestaties, veroordelingen en verbanningen en een toch weer op verboden terrein opduikende Mary die gevangen Quakers bezoekt, het voor hen opneemt en weigert haar overtuiging af te zweren. Als ze in 1660 weer in Massachussets de wetten tegen de Quakers komt bestrijden is de maat vol. Ze moet nu echt hangen. Maar haar geweldloze verzet heeft dus vrucht gedragen.