Archive

Archive for the ‘Kerk’ Category

Synodebesluit inzegeningen: het ingediende Tegenvoorstel

November 17th, 2018 Comments off

Omdat synodeleden niet over één kam geschoren mogen worden, hierbij de tekst van een van de tegenvoorstellen tegen het (aangenomen) besluitvoorstel op 15 november 2018. Een bijna gelijkluidend voorstel lag er ook van de kant van ds. Knevel en anderen.

Tegenvoorstel ord. 5-3 en 5-4

De Generale Synode heeft kennis genomen van
(opsomming van stukken, conform besluitvoorstel moderamen)
Overwegend dat
• wij in de ruimte van de Geest van Christus respect voor verscheidenheid van overtuiging en geweten aan elkaar verschuldigd zijn
• er wat betreft de verscheidenheid met betrekking tot het (in)zegenen van huwelijken een analogie is met de verscheidenheid in gemeenten wat betreft de (on)verkiesbaarheid van vrouwen tot het ambt, waarover geen nadere bepalingen in de ordinanties staan
• het volgens de huidige formuleringen van de Ord. 5 de plaatselijke gemeente niet vrij staat om alle huwelijken volgens burgerlijk recht ook daadwerkelijk huwelijk te noemen en als zodanig in te zegenen
• er geen theologisch-liturgisch of juridisch verschil is tussen zegenen en inzegenen, wél een wettelijk onderscheid tussen huwelijk en andere relaties
• in een deel van de kerk deze beperking en dit onderscheid in de ordinanties beleefd wordt als een rem op de mogelijkheid om de pastorale en missionaire roeping van de gemeente naar eigen overtuiging inhoud te geven

verder overwegend
• dat er rond toelating tot de huwelijksinzegening wel meer verschillen in plaatselijke praktijk kunnen zijn (wel of niet belijdend lid of dooplid zijn, wel of niet na echtscheiding) die niet met regelgeving in de ordinanties worden omgeven
• dat er in Ord. 5-1-2 over de kerkdiensten ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen in het leven de gemeenteleden’ etc. naast trouwdiensten ook zegenvieringen worden genoemd, waardoor de beslissingsbevoegdheid van de kerkenraad over het beleggen van zegenvieringen al in dit artikel is vastgelegd
• dat de verscheidenheid aan samenlevingsvormen en burgerlijke regelgeving daarvoor naast de huwelijkswetgeving groot is, en dat regelgeving die daarop voor ‘zegenvieringen’ wil aansluiten dan al gauw omvangrijk en ondoorzichtig wordt
• dat Ord. 5-3-7 een ‘kan’-bepaling heeft over het trouwregister, waar een verplichting voor de hand ligt omdat de kerk hiervoor een landelijke registratie heeft

besluit de synode (in eerste lezing, ter consideratie):

1. de nieuwe tekst van Ord. 5.3 wordt:
5.3.1. Een huwelijk of een levensverbintenis tussen twee personen kan als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht in een trouwdienst worden (in)gezegend
5.3.2. De trouwdienst of zegenviering geschiedt onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad en met gebruikmaking van een van de orden uit het dienstboek van de kerk
5.3.3. Als huwelijk kan uitsluitend (in)gezegend worden een naar burgerlijk recht tot stand gekomen huwelijk
5.3.4. De kerkenraad draagt zorg voor de inschrijving van de huwelijks(in)zegening in het register

2. Ord. 5-4 over andere levensverbintenissen wordt geschrapt

Verder besluit de synode
de gemeenten op te roepen om de ontmoeting in ringverband met regelmaat te gebruiken voor het voeren van het geloofsgesprek over de verscheidenheid in keuzes rond huwelijksinzegening, zegenviering en pastorale omgang met seksuele diversiteit

ds. Harmen Jansen
ok. Henk Boersma
o. Greetje Bredenhoff-van Uffelen
ds. Jan van Breevoort
ds. Tjalling Huisman
ds. Marja de Jager
o. Wim Kleijne
ds. Marcel Oostenbrink
ds. Ellen Peersmann

Categories: Kerk Tags:

Een draak van een besluit (over het besluit van de synode Protestantse Kerk m.b.t. huwelijksinzegening, 15-11-2018)

November 17th, 2018 Comments off

De synode heeft op 15 november 2018 een draak van een besluit genomen. De officiële regelgeving van de kerk waarin het woord huwelijk alleen van toepassing is op huwelijken van man en vrouw blijft ongewijzigd. Er is een officiële uitleg aangenomen die zegt dat daarmee geen waardeoordeel wordt uitgesproken over homoseksuelen en hun eventuele huwelijk. Waarmee de weg vrij is voor gemeenten om naar wens zulke huwelijken ook in een trouwdienst in te zegenen. Wie in de praktijk geen onderscheid maakt tussen zegening en inzegening zal niet worden gestraft.
Mooi toch? De Gereformeerde Bond kan zeggen dat de synode de verschillende soorten huwelijk niet gelijk gesteld heeft. En de ‘regenbooggemeenten’ kunnen de vlag uithangen dat de kerk weer een klein stapje verder is gekomen op de lange weg naar volledige gelijkwaardigheid van LHTB-ers (etc.) in de kerk. Want een klein stapje is er wel degelijk gezet.
Toch niet mooi. Het rare deed zich voor dat dit besluit is genomen met 29 rode kaarten van synodeleden die inhoudelijk wel achter de inhoud van de verklaring staan, terwijl de voorstemmers in sommige gevallen juist minder hadden gewild, namelijk alleen maar handhaving van de status quo zónder een verklaring die de tekst een ruimere uitleg geeft dan er eigenlijk staat. Maar ze konden niet tegenstemmen, want dan speelden ze juist de synodeleden in de kaart die verandering van de tekst wilden.
Wat er gebeurde is dat de kerkleiding – het moderamen, gesteund door een paar officials van de dienstenorganisatie – de hand lichtte met het huishoudelijk reglement van de synode. Daarin staat dat er eerst over tegenvoorstellen moet worden gestemd, daarna over amendementen, en pas dan over het oorspronkelijke voorstel van het moderamen. Nu mochten tegenvoorstellen en amendementen kort worden toegelicht, maar ze zijn niet in stemming gebracht omdat het moderamen het eigen voorstel eerst in stemming bracht. De truc was namelijk dat het moderamen twee voorstellen had. Het moderamen had in geval van verwerping van het eigen voorstel een eigen tweede voorstel. En de redenering was dat al die amendementen en tegenvoorstellen alleen over het tweede voorstel gingen.
Dit was niet chique. Tenenkrommend. Erger nog: dit is uitermate riskant. Het moderamen heeft hiermee de gang naar de kerkelijke rechter geriskeerd en een afkeuring van het besluit door de Generale Commissie van Bezwaren en Geschillen, met alle onrust die daar dan weer bij hoort. Want de tegenvoorstellen en amendementen waren wel degelijk gericht tegen het eerste moderamenvoorstel.
Ook niet chique is dat het moderamen steeds zegt dat dit het gesprek in de kerk over dit onderwerp wel graag wil, ‘in veilige sfeer’. Maar tegelijk verzette het moderamen zich met hand en tand tegen het inslaan van de weg van een voorstel tot ordinantiewijziging met de daaraan gekoppelde route van beraadslaging in de kerkenraden en classicale vergaderingen. Kerkenraden die het gesprek per se niet willen moesten uit de wind gehouden worden.
En zo kregen we nu een nieuw fenomeen: de synodale bijsluiter bij de officiële wetsteksten van de kerk. Naast de kerkorde (‘Romeinse artikelen’), de ordinanties en generale regelingen nu ook een afdeling ‘synodale verklaringen ter nadere uitleg’. Die laatste worden door de synode vastgelegd zonder dat deze ‘ter consideratie’ aan de kerkenraden en classicale vergaderingen worden voorgelegd. Ze worden door de synode aan de kerk opgelegd.
De kerkenraden krijgen binnenkort wel een dik pakket met zeer specialistische technische detailwijzigingen in de ordinanties, om de puntjes op de i te zetten wat betreft wijzigingen in verband met wijzigingen over ‘Kerk 2025’. Maar over het nu genomen synodebesluit over ‘het homohuwelijk’ worden de kerkenraden en classes niet nader geconsulteerd. Niet wat je democratie noemt.
Dat ook het moderamen zelf geen blij gevoel bij dit alles heeft is een schrale troost. Ook dat is troost. Maar het moderamen krijgt met de schraalheid van die troost een koekje van eigen deeg. Het moderamen – ook in vorige samenstelling – heeft steeds enorm op de rem getrapt wat betreft het heropenen van de discussie in de synode over het homohuwelijk. Het heeft zich gedragen als de moeder die bij dreigend onweer voortdurend roept dat onweer echt heel gevaarlijk is, in plaats van haar onzekere kinderen gerust te stellen door de verwijzing naar bliksemafleiders en andere zekerheden. Trainingen in pastoraat en leiderschap gaan altijd onder andere over ‘niet-angstige presentie’. Maar hier voerde krampachtige bezorgdheid de boventoon. Met succes. De synode heeft zich laten inpakken door de boodschap dat de kerk een discussie over een andere tekst over het huwelijk niet aankan. ‘Ik ben bang’ zei ook letterlijk een van de synodeleden die instemde met het moderamenvoorstel, terwijl hij zelf graag homohuwelijken inzegenen wil.
Ik heb het in de synode voor Paulus geprobeerd op te nemen. De Paulus die leiding moest geven in het grootste conflict van de kerk, op de historische tweesprong waar christenen en joden uit elkaar dreven. Hij deed geen water in de wijn bij zijn standpunt van maximale vrijheid op de punten waar het conflict over ging: de besnijdenisverplichting en het wel of niet kosher moeten eten van de nieuwe gelovigen. Hij waste niemand minder dan Petrus de oren die aan deze vrijheid wilde morrelen (lees de brief aan de Galaten). Tegelijk heeft Paulus het principe van gewetensvrijheid en respect voor elkaars geweten geformuleerd dat blijvende ruimte biedt aan ‘zwakken in het geloof’ die een ruime praktijk niet aandurfden, want hij was de apostel van de liefde (lees Romeinen 14). Maar hij liet zich niet intimideren door dreigingen met een breuk.
Ik vind dat het moderamen in de aanloop naar deze besluitvorming het niet maximaal heeft opgenomen voor deze Paulinische vrijheid in de kerk en niet voldoende leiderschap in de geest van ons grote apostolische voorbeeld aan de dag heeft gelegd.
Maar nogmaals: in de praktijk hebben gemeenten met hun kerkenraden de ruimte om hun geweten voluit te volgen. De omstreden ordinantietekst is onschadelijk gemaakt. Het is nu officieel een dode letter. Sacrosanct maar nietszeggend.

Categories: Kerk, Opgemerkt Tags:

Bijdragen Protestantse Kerkbode 2017 en 2018 (hoofdartikelen)

October 24th, 2018 Comments off

Alternatieve feiten? – Pasen 2017 – naar aanleiding van ‘Opgestaan!’

Sterk en dapper – Veertigdagentijd 2017

 

Categories: Kerk, Opgemerkt Tags: ,

Sterk en dapper. Veertigdagentijd 2017

November 28th, 2017 Comments off

‘Sterk en dapper’ is in deze Veertig Dagen de naam waaronder Kerkinactie de aandacht vraagt voor hulpprojecten op een zestal plaatsen verspreid over de hele wereld. Het is ook de titel van de bezinningskalender die de Protestantse Kerk heeft uitgegeven. Het is een kleurrijk boekje met korte teksten ter meditatieve overweging. Waarom verrast en prikkelt mij die titel?

De projecten van Kerkinactie brengt mensen, vaak jonge mensen, voor het voetlicht die veel te verstouwen hebben in hun leven. Het gaat om kinderen die uit huis zijn geplaatst omdat ouders niet op hun taak berekend zijn. Om ervaringen met criminaliteit, armoede, huiselijk geweld, tienerzwangerschap. Een verleden van verslaving of deelname aan bendes. Horen bij een etnische groep die nauwelijks rechten heeft. De projecten zetten niet alleen in op het bieden van veiligheid, maar ook op het aanleren van vaardigheden. Op het weerbaar maken en op eigen benen leren staan. Op aanmoediging tot trots en zelfvertrouwen, ook al lukt nog lang niet alles. Prachtig om te zien op de korte filmpjes die er voor elke zondag zijn gemaakt.

Neem Rosa uit Guatemala, een land met veel geweld en criminaliteit, corruptie en sociale ongelijkheid. Met moeite knoopten haar man en zij de eindjes aan elkaar. Ze zat vol boosheid en had nogal eens conflicten met familie. Genieten van het leven was moeilijk. Door de cursus die ze kreeg leerde ze omgaan met conflicten en spanningen. De Bijbel speelde een belangrijke rol in die cursus. Ze leerde vaardigheden in conflicthantering. Woorden als rechtvaardigheid en verzoening kan ze nu handen en voeten geven. Er is nu meer harmonie in haar familie. Rosa veranderde van een verlegen en teruggetrokken vrouw tot iemand die nu een leidende rol in haar omgeving vervult. Ze is sterk en dapper, maar dan allereerst door te accepteren wat is gebeurd en te vergeven.

Over sterke vrouwen gesproken. Op de provinciale dag in Appingedam waarop we 500 jaar protestantisme vierden kwam meer dan eens de bijbelse Debora naar voren als inspirerende heldin. En niet alleen de Bijbel maar ook de kerkgeschiedenis heeft allerlei prachtige rolmodellen opgeleverd van vrouwen die sterk en dapper hun mannetje stonden om mannelijke privileges te doorbreken en gelijkwaardigheid te bereiken in kerk en samenleving. Er zijn nog steeds fronten waarop deze strijd geleverd moet worden.

Keenan is ook sterk en dapper. Hij groeide op in Vrygrond, een grote wijk van Kaapstad, Zuid-Afrika. Bendes en drugsproblemen alom. Hij droomde als achtjarige al van het beroep van grafisch ontwerper. Op de Sozo Foundation kreeg hij niet alleen de kans om zijn talent op dit terrein te ontwikkelen. Hij vond er een inspirerende en veilige omgeving waardoor hij ook als mens kon groeien. Hij voelt zich sterk. En als dank ontwikkelde hij een cursus grafisch ontwerpen voor nieuwe studenten van deze stichting die niet in de kansloosheid van jongeren wil geloven.
In het christendom zijn andere waarden vaak meer naar voren gehaald dan ‘sterk zijn’. De grote held van ons geloof hangt aan het kruis toch vooral als een zwakke. Een weerloze lijder. Een machteloze. Hij schreeuwt om de afwezige God. Op crucifixen en in de eindeloos herhaalde gezongen en gespeelde passies is hij een slachtoffer, het willoze Lam Gods dat geen verzet biedt. En dit lijden en de dood lijken rond Pasen soms een doel op zich. Zijn einddoel. Wie er sterk zijn in dat verhaal zijn vooral de vertegenwoordigers van overheid, politie en religie. Zij hebben de macht. En het is niet moeilijk om de actualiteit ervan in onze wereld te herkennen. Het wemelt van de sterke mannen aan de macht die we liever zouden zien gaan dan komen.

In een kerkgebouw van een zwarte gemeenschap in Zuid-Afrika zag ik eens een grote crucifix aan de muur. De gekruisigde was hier een stevige, ronde zwarte man. Fier keek hij de ruimte in. Op zijn witte gewaad was het roze teken van solidariteit met aidsslachtoffers geprikt. Jezus was hier het toonbeeld van volharding, taaie inzet, krachtige trouw. En op hoeveel fronten in de samenleving komt het er niet op aan dat er mensen zijn die op die manier tegen de stroom in durven te zwemmen. Die dat niet aan anderen over laten. Laten we vooral zo naar Jezus kijken. Geweldloos, maar wel in verzet. Gewond en geblutst, maar sterk in zijn volharding. Eenzaam en verlaten, maar dapper. Een held, een strijder. Geen loser, maar een winnaar. Iemand die zich God zij dank niet neerlegt bij de wereld zoals wij die maakten.

En hij heeft de Geest gegeven. In deze Geest zijn mensen op allerlei manieren en op allerlei plekken vandaag sterk en dapper. Mooi en inspirerend om in deze Veertig Dagen de sporen daarvan te zien oplichten. En de teksten van de kalender prikkelen daarbij om na te denken over de vragen als waarin ik zelf mijn kracht zoek, of waarom ik soms niet wat dapperder ben.

maart 2017 Protestantse kerkbode

Alternatieve feiten? Over Pasen.

November 28th, 2017 Comments off

Rond Pasen wordt er in allerlei kerkbladen en christelijke tijdschriften vaak veel drukte gemaakt over de vraag of je de verhalen over het lege graf en Jezus’ opstanding uit de dood letterlijk moet nemen of niet. Ook in 2017, het jaar waarin de woordvoerder van Donald Trump de gevleugelde woorden sprak over ‘alternatieve feiten’ toen de cijfers werden weersproken over een record aantal bezoekers bij zijn inauguratie.

Soms lijkt het wel alsof christenen met hun geloof in een andere wereld leven dan niet-gelovigen. Hebben ze met hun geloof in God, schepping, opstanding en wederkomst of komst van Gods Koninkrijk ook alternatieve feiten op het oog? Vooral in het oog van menige ongelovige is dat zo. Die weet soms precies te vertellen waarin christenen zouden geloven en hij of zij zelf dus niet meer. Maar binnen de kerken is dat bepaald niet eenduidig.
Dit jaar kregen veel voorgangers een tijdje voor Pasen van de Raad van Kerken een prachtig boekje toegestuurd met de titel ‘Opgestaan!’ Een bijzonder initiatief. Het bundelt preken en meditaties van voorgangers uit de lidkerken, vaak vorig jaar gehouden. Het geeft een mooi inkijkje hoe in een belangrijk deel van christelijk Nederland de paasboodschap gepreekt wordt. Verschillende smaken PKN, Rooms-Katholiek, Vrij-evangelisch, Syrisch-orthodox, Quakers, Doopsgezind, Vrijgemaakt, noem maar op.

Ds. Wim Dekker die aan het slot commentaar mag geven, blijkt niet zo gecharmeerd van de verscheidenheid. De wegen gaan nogal ver uiteen. De een preekt over Pasen als een boodschap van eeuwig leven in het hiernamaals. De ander ziet Pasen als de boodschap van een God die bevrijding hier aanbiedt en als een opdracht om wegen tot verzoening te banen, bijvoorbeeld waar het geweld van IS bevolkingsgroepen uit elkaar speelt. Voor de een staat een lijfelijke opstanding van Jezus uit zijn graf als een historische paal boven water. Iemand haalt er zelfs een Britse jurist bij die beweert dat de historische bewijsvoering dat God deze daad gepleegd heeft, voldoet aan moderne eisen van vaststelling van feiten. God zit dan dus in de beklaagdenbank met criminelen die verdacht worden van ontvreemding van een lijk. En zowaar He dit it! In andere kerken hebben de paasverhalen vooral een rijke psychologische en symbolische betekenis. ‘Christenen geloven niet in een soort wonderdadige zombie: een lijk dat weer rondloopt’.
De scheidslijn loopt dwars door allerlei kerkverbanden heen. Orthodoxe protestanten zouden zich volgens Dekker kunnen herkennen in preken van voorgangers in kerken waarvan ze diametraal verschillen wat liturgie betreft of ambtsopvatting. Zelf ervaart hij vervreemding bij preken uit zijn eigen PKN. Volgens hem worstelen ze teveel met het moderne wereldbeeld.

Zelf zag ik dat anders. Menig voorganger neemt dat wereldbeeld gelukkig gewoon als vertrekpunt. Mens zijn van je eigen tijd is niet een jas die je even uit kunt doen. En de kerk presenteert dan geen alternatieve feiten over schepping, geschiedenis en toekomst, maar representeert een alternatieve manier van omgaan met de feiten.

Bij mij ging de prijs voor de beste preek naar Joris Vercamman, oud-katholiek aartsbisschop. Hij maakt de neiging om het paasverhaal letterlijk te lezen niet belachelijk. Maar het is een verleiding om korte metten te maken met onze sterfelijkheid middels een buitenaards antwoord. Jezus was juist de belichaming van Gods trouw doordat hij niet wegliep voor de kwetsbaarheid en het lijden. ‘Geloof heeft niet te maken met het al dan niet vinden van een dood lichaam. Geloof begint daar waar mensen wakker geschud worden omdat ze zich bewust worden dat ze door zich te distantiëren van Jezus, God zelf ernstig verraden hebben’. Juist door het aanvaarden van de kwetsbaarheid heen blijkt een God te vinden die trouw blijft en die je verbindt met kwetsbare anderen. ‘Pasen is geen stoplap’.

Kerken moeten vooral ruimte blijven bieden aan verschillende invalshoeken van betekenisgeving. We delen hetzelfde boek met hetzelfde Evangelie. Teksten roepen beelden en voorstellingen op. Maar mensen zijn verschillend. We zitten in verschillende stadia van geestelijke ontwikkeling en je kunt nooit verder springen dan de polsstok van je eigen ontwikkeling en traditie lang is. We moeten omgaan met diversiteit.

Maar het levensbeschouwelijke gesprek zou wél meer mogen plaatsvinden. Catechese en andere ontmoetingen rondom de Bijbel om dieper op vragen van interpretatie in te gaan zijn schaars geworden. Jongeren, en zij niet alleen, willen hapklare brokken en snelle antwoorden op vragen die in feite behoren tot de categorie trage vragen. Maar op vragen over dood en leven, zin en hoop en God is het antwoord nu eenmaal niet simplistisch.
Die levensbeschouwelijke antwoorden zijn niet los van een praktijk verkrijgbaar. Feit is dat de paasboodschap nu al twintig eeuwen verbonden is met christendom. En dat is vooral ook een praktijk van vieren, liturgie, gebed, diaconale en pastorale zorg, inzet voor humaniteit. Er is en wordt nog steeds wel wat teweeg gebracht! Toch alternatieve feiten. Tevoorschijn gekomen uit de dood van Jezus.

Protestantse Kerkbode, rond Pasen 2017

Categories: Kerk, Theologie Tags:

Eens zei ik ja, tegen iemand – of iets. Over belijdenis gedenken

November 28th, 2017 Comments off

Dag Hammarskjöld riep op Pinksteren 1961, kort voor zijn onverwachte dood, voor zichzelf in herinnering hoe zijn geestelijke weg ooit begonnen was met een ja-woord. Vanaf dat moment had zijn leven zin en wist hij van een doel. Het antwoord van geloof was gaan functioneren als een Ariadnedraad door het labyrint van het leven.

De Veertigdagentijd en de afsluitende paasnachtviering zijn een uitgelezen moment om ook terug te gaan naar ons eigen ja-woord. Duitse protestanten kennen daarvoor een soort kerkelijke variant op ‘Klasgenoten’. Jaren geleden raakte ik zappend met de afstandsbediening in een kerkdienst op een Duitse tv-zender verzeild. Ik verbaasde me. De camera gleed langs stijfvolle banken, ook op de galerijen. Alleen maar grijze hoofden, allemaal mensen van dezelfde leeftijd. Het bleek om een ‘Konfirmationsgedächtnisfeier’ te gaan. Informatie op internet toont hier en daar foto’s van groepen ‘Konfirmanden’ van toen, naast intussen wat kleinere groepsfoto’s van een reünie ter gelegenheid van het 50-, 55- of 60-jarige jubileum. Gemeentes houden kennelijk jaarlijks ergens in de Veertig Dagen zo’n gedachtenisweekend. Niet alleen voor wie het gouden of diamanten jubileum van zijn of haar belijdenis te vieren heeft, ook voor zilveren (25 jaar) en ijzeren (10 jaar) jubilarissen. Hier en daar houdt men in een weekend dan wel drie kerkdiensten om met iedereen ‘opnieuw Gods zegen te ontvangen en het Avondmaal te vieren’.

Zo’n gezamenlijk moment van terugblikken op je geloofsbelijdenis zal best waardevol zijn. Zoals een huwelijksjubileum verdieping kan brengen. Het kan een aanleiding zijn om je te binnen te brengen waardoor je bij elkaar gebleven bent. Je staat met verwondering stil bij de kleefkracht van wat je ooit in elkaar gezien had terwijl je zogenaamd nog maar jong en onbezonnen was.

Ergens aan een koffietafel met wat ouderen om me heen raakten we aan de praat over herinneringen aan onze belijdenis. Een echtpaar tegenover mij bleek het vormsel te hebben gekregen, rond het verlaten van de lagere school. Zij wist er niets meer van, hij wel. Een ander stel had elkaar ontmoet bij de voorbereiding op de doop door onderdompeling in een baptistengemeente. Later waren ze samen Hervormd geworden. Een vrouw was op latere leeftijd door doop toegetreden tot de Doopsgezinde gemeente. Ja, ze herlas nog wel eens de belijdenis die ze toen had geschreven. Op de dag zelf had het keihard geregend toen ze naar de kerk ging. ‘God heeft me zelf al gedoopt’, was er toen door haar heen gegaan. Ook die gedachte was haar altijd bijgebleven. We hadden even een mooie ontmoeting.

Onze kerkelijke ledenadministraties zijn niet ingericht op het oproepen van groepen van zo lang geleden. En zou ik zitten te wachten op een reünie van de catechisatiegroep van toen ik 18 was? Het contact was maar kortstondig. Die Duitse Konfirmanden waren misschien ook jaren elkaars klas- en dorpsgenoten geweest, maar mijn groepje van toen was een samenraapsel van studenten op kamers en ‘gewone’ stedelingen. Maar binnenkort is het veertig jaar geleden. En als we straks in de Paaswake stil staan bij onze doop en de geloofsbelijdenis opnieuw beamen zet ik er in gedachten een mooi lijstje omheen. Accenten zijn in de loop der jaren veranderd, stelligheden van toen afgezwakt, andere beseffen juist steeds sterker geworden. Hammerskjold schreef dat hij niet precies wist tegen wie of wat hij ja zei, want geloofstaal blijft altijd taal over een geheimenis ‘bij benadering’. Maar inderdaad: je kreeg een kostbare draad te pakken!

Onze kerkleiding is de afgelopen jaren het belang van een jaarlijkse doopgedachtenis zwaar gaan beklemtonen in verband met discussies over de kinderdoop. Maar van die doop herinneren de meesten zich niets. We kunnen wel uit persoonlijke herinnering gedenken hoe ons eigen antwoord wakker geroepen is. En in de paasnachtviering hernieuwen we vooral ook dat antwoord. Met de kennis en het inzicht van nu, in de omstandigheden van nu. Geloof, hoop en liefde krijgen er jaarringen bij. En in aansluiting op oude tradities doen we dan misschien ook aan ‘verzaking van de duivel’ in eigentijdse taal. We leggen gemeenschappelijk de gelofte af dat we zullen strijden tegen krachten van buiten en binnen die het kostbare geschenk van het leven beschadigen. Voor de tijd die we mogen krijgen. Samen. Je mag in anderen hetzelfde ‘ja’ terug zien en terug horen. Je staat er niet alleen voor.

Protestantse Kerkbode voorjaar 2017

 


Categories: Kerk, Theologie Tags:

Een Jubeljaar in het land van de Bijbel?

November 28th, 2017 Comments off

Pinksteren komt van het Griekse woord voor vijftigste: pentecoste. Behalve het jaarlijkse Wekenfeest op zeven sabbatten na Pesach kent de Tora ook een feestjaar na zeven sabbatsjaren. ‘Elk vijftigste jaar zal voor jullie een jubeljaar zijn’, aldus Leviticus 25 vers 11. De Palestijnse theoloog Naim Ateek betrok dit gebod vorig jaar in zijn oproep aan Israël om een einde te maken aan de bezetting van de Westbank, Oost-Jeruzalem en Gaza. Het is vijftig jaar geleden dat deze bezetting een feit werd, in de Zesdaagse oorlog van 5-10 juni 1967. Maar het vijftigste jaar eindigt zoals het begon. Erger nog. En het is ook honderd jaar geleden dat het Britse Rijk in de Balfour Declaration aan de joden een Nationaal Tehuis toezegde in Palestina, zonder instemming te vragen van de bevolking van het land.

Het wordt zondag van de goddelijke Drie-eenheid. Maar ik moet aan andere drie-eenheden denken. Waarom delen joden, christenen, moslims niet samen op voet van staatkundige gelijkwaardigheid het land van de Bijbel: het héle land, in plaats van kleine stukjes voor Palestijnen en hele grote stukken voor Joden? Drie godsdiensten hebben hier hun oorsprong en belangrijke heilige plaatsen. Hier openbaarde zich de Ene, de Vader, Allah (Arabisch voor God).
En de drieëenheid van zionisme, christendom en staat Israël is ook zo’n heilige trits. Een beetje christen schaamt zich over de Holocaust en staat daarom achter de Joden. En omdat de staat Israël een ‘onverbreekbaar deel van de joodse identiteit’ vormt loopt die christen dus over van begrip voor alle moeilijkheden en bedreigingen van deze staat.

Mijn herinneringen aan vijftig jaar geleden zijn net zo grijs als de meeste tv’s van toen. De Jom Kippoeroorlog van 1973 herinner ik me beter. We waren blij met de Israëlische overwinning en later de vrede tussen Sadat en Begin. Maar inmiddels weten we toch dat het verhaal niet klopt over Israël als een bastion van westerse vrijheid en democratie tegenover een wereld van barbaarse en racistische moslim-terroristen? Ik hoorde onlangs in een bijeenkomst van een classicale commissie Kerk en Israël zonder veel tegenspraak beweren dat alle Arabieren lui zijn en dat Palestijnse christenen vooral last hebben van de moslims. Zulke onkunde is toch niet representatief voor hoe wij in onze kerk denken?

Het staat dus in de Tora. ‘In het jubeljaar zal ieder naar zijn eigen grond terugkeren’. Wie erfelijk grondbezit van de familie als pand had moeten afstaan vanwege oplopende schulden, krijgt het weer terug. Ongeacht de mate waarin er wanbeheer in het spel was geweest. Families mogen niet van generatie op generatie in armoede en ellende gedompeld worden. Er moet perspectief zijn op een betere toekomst voor de kleinkinderen. God is de eigenaar van het land en wederrechtelijke toe-eigening van bezit dat hij zijn kinderen heeft toevertrouwd, is niet toegestaan.

En dan is er ook nog internationaal recht: in verdragen vastgelegde afspraken over gedragsregels voor een bezettende macht. Over bevolking die niet mag worden getransporteerd van het land van de bezetter naar het bezette gebied en omgekeerd. Kolonisatie verboden! Evenals gevangenschap van Palestijnen uit de Westbank in Israël of annexatie van hele stukken land. Zoals er de morele plicht is om bij bezetting niet tot het gaatje te gaan bij het uitknijpen van een bevolking.

Naim Ateek (1937), Palestijnse Israëli, Anglicaans priester en theoloog, is een vreedzaam man. Toen Hamas in het leven werd geroepen ten tijde van de eerste Intifada, de gewapende opstand tegen de bezetter, stichtte hij de oecumenische christelijke organisatie Sabeel voor gerechtigheid en vrede in het land van de Bijbel: wel kritisch over de bezettingspolitiek, maar overtuigd van de roeping om de weg van geweldloosheid te gaan. In de Geest van Jezus van Nazareth en Bethlehem. Ateek appelleert met zijn organisatie aan het bijbelse geweten van de Joodse staat Israël en doet aan geestelijke vorming van groepen christenen.

Maar de recente nieuwsfeiten aan Israëlische kant gaan nog steeds over dagelijkse vernietiging van huizen van Palestijnen om plaats te maken voor kolonisten en militairen. Beschieting van vissers uit Gaza en gif op akkers in de buurt van de grens. Aanscherping van wetten tegen organisaties en personen die BDS bepleiten: boycot, desinvestering en sancties tegen Israëlische ondernemingen en organisaties als vreedzaam drukmiddel. Dreigend verbod op toeristisch overnachten achter de Muur.

Enkele Palestijnse nieuwsfeiten: Hamas matigt de eigen doelstelling. Hongerstaking van 1500 Palestijnse gevangenen voor een betere behandeling. Onder leiding van Barghouti, volgens sommigen de Palestijnse Nelson Mandela, volgens Israël een terrorist en bedrieger die stiekem repen eet op de wc. Velen zitten langdurig zonder proces achter de Israëlische tralies. Waaronder veel jongeren, kinderen nog, die met stenen gooiden naar een leger gewapend met tanks en mitrailleurs.

En de Protestantse Kerk in Nederland? Stilte. Tijdens de verkiezingen begin dit jaar liet Kerkinactie een uitvoerige diaconale kieswijzer maken. Een van de speerpunten waarop partijen werden getoetst was het mensenrechtenbeleid. Maar er ontbrak een specifieke toetsing van de visies van onze politieke partijen inzake Israël en de Palestijnen. Ook al had de synode in 2008 een Israël-Palestina-nota aangenomen waarin het internationale recht ook voor het kerkelijk beleid richtinggevend zou zijn. En stel je daarover als synodelid een vraag, blijkt ineens de gewoonte afgeschaft om vraag én antwoord schriftelijk aan de synodeleden te verstrekken. Geen antwoord dus. Ateeks organisatie Sabeel kon tot nog toe rekenen op steun van Kerkinactie. Maar de kerkleiding straat onder grote druk om daarmee te stoppen. Sommigen deinzen daarbij niet terug voor leugens over antisemitisme en steun aan terreur.

Omar, Sabeelbestuurder uit Jeruzalem, is een jonge vader en oprecht christen die ondanks alle complicaties van het wonen op een locatie waar vaak geen water is, vrolijk blijft. In september 2016 in Utrecht zei hij stellig: ‘volgend jaar zijn we vrij’. Het klonk als de eeuwenoude joodse roep aan het einde van het pesachmaal: ‘volgend jaar in Jeruzalem’. Zijn Hollandse vrienden keken hem ongelovig aan. Een Jubeljaar in het land van de Bijbel?

Prot. kerkbode mei 2017

Flirten met Rome. Hertrouwen?

November 28th, 2017 Comments off

Poetsen we ter gelegenheid van 500 jaar protestantisme de verschillen weer eens op tussen protestants en rooms? Het kan ook een aanleiding zijn om samen het kleiner worden van de verschillen te vieren. Het motto zou kunnen zijn: niet nog eens 500 jaar scheiding. Protestanten zijn in elk geval stevig aan het flirten. Wordt het hertrouwen?

In een halve eeuw kan er veel veranderen. In het dorp van mijn vroege jeugd stond ook een grote Rooms-katholieke kerk. We hoorden de klokken luiden en zagen elkaar naar de kerk gaan. We zagen de versieringen op het kerkhof op Allerzielen. Alles was gescheiden: kerk, school en politiek. Alleen de burgemeester verwelkomen deden de pastoor en de dominee samen. Mijn buurjongetje had thuis tv, ik niet. Een reden om vriendjes te zijn. Zo maakte ik al vroeg kennis met een andere spiritualiteit. Mijn vriendje kon uit zijn hoofd een veel langer gebed bidden dan ik. Maria kwam er in voor. Er brandde altijd een rood lampje voor haar beeld.

De lijst van ‘Roomse’ verschijnselen die intussen hun intrede hebben gedaan in menige protestantse kerkdienst is lang. Samen hardop het Onze Vader bidden, bloemen in de kerk, een paaskaars en andere kaarsen, liturgische beurtspraak en gezongen responsies, een leesrooster met meerdere lezingen in plaats van maar één naar de willekeur van de dominee, liturgische kleuren, Aswoensdag, Veertig Dagen, paaswake, lichte liturgische gewaden in plaats van de zwarte geleerdentoga met baret. En kloosterbezoeken en retraites vormen onderdeel van menig activiteitenprogramma naast meditatieve vieringen met vooral stilte, gebed en kaarslicht.

Overigens kwamen deze veranderingen eerder voort uit toenadering van de calvinisten tot de lutheranen en uit bewondering voor de Anglicaanse kerk dan uit invloed van de paus. Anglicanen en lutheranen hebben minder gebroken met liturgische en spirituele tradities dan calvinisten, maar wel met zaken als het verplicht ongehuwde priesterschap, het pauselijk gezag en de kloosterordes.

Niet alle protestanten gingen flirten. In traditionele reformatorische gemeentes tref je nog geen bloem in de kerk aan. En wie zich evangelisch of baptist noemt, doet ook echt niet aan al die liturgische ‘fratsen’. Maar juist uit de hoek van de kleine gereformeerde kerken komt het boekje Flirten met Rome. Almatine Leene is vrijgemaakt-gereformeerd, predikant in Stellenbosch (ZA). Ze had eerder dit jaar een aandeel aan onze provinciale viering van 500 jaar protestantisme. In haar boekje uitten een aantal prominente protestanten hun bewondering voor Roomse zaken.
Andries Knevel is dus weg van paus Franciscus. Theologe Ciska Stark raakt echt ontroerd van de toewijding van de bedevaartgangers in Lourdes. Herman de Vries doet aan Mariadevotie en betoogt dat protestanten hun misverstanden over de betekenis van beelden in de kerk echt kunnen opruimen. Hans Kronenburg heeft steekhoudende argumenten voor het bisschoppelijke element in de kerk. Het gereformeerde ambtssysteem is wel democratisch, maar soms ook heel traag en stroperig. Het gaf en geeft nogal eens aanleiding tot heel onverkwikkelijke machtsstrijd om de meerderheid te halen. Een geestelijke supervisor in de regio betekent kansen voor minder verdeeldheid en meer eenheid met de Kerk met een grote K. En Rien van den Berg, predikant en journalist, is bijna niet te houden om het klooster in te gaan, geraakt door alle ontmoetingen met geestelijken en gelovigen. ‘Luisterend leven’ is voor hem de boodschap van de katholieke traditie. Protestanten praten teveel, redeneren teveel en willen alles kunnen snappen.

Het gaat dus om veel meer dan gevoel hebben voor kaarsen, gebrandschilderde ramen of de gregoriaanse mis van Herman Finkers. ‘Rome’ maakt nieuwsgierig door een toegevoegde waarde die zich niet eenvoudig op de staart laat trappen.  Ethicus Theo de Boer probeert het door een terugblik op de protestantse inbreng in debatten over euthanasie, nu weer actueel in verband met ‘voltooid leven’. Protestanten zwaaien graag met het grote gebod van de naastenliefde, maar waaien vervolgens dan gemakkelijk met de tijdgeest mee, terwijl de conservatieven onder hen blijven steken in Bijbelteksten. De katholieke ethiek steekt eerder in bij vastliggende waarden. En waarden zijn beter herkenbaar voor niet-gelovigen dan losse Bijbelteksten. Terwijl het bovendien geen kwaad kan om ook meer te geloven in het vastliggen van die waarden. Net zoals je feiten ook maar zo niet opzij wilt laten schuiven door ‘alternatieve feiten’.

De protestantse klik gaat zo dus over eerbied voor traditie, voor wat anderen vòòr je hebben gedaan en bedacht, ontdekt en opgeschreven. ‘Voor de gelovige katholiek is de verbinding met de kerk en het geloof meer een kwestie van invoegen in traditie van gebed en gemeenschap dan van zelf creëren, belijden en beamen’, aldus vat Ciska Stark samen. Amen. Het gebed mag dan écht wel uit een boekje komen en van papier worden voorgelezen. Geen angst voor ‘geheimtaal’ in de liturgie en voor een bisschoppelijk figuur in elke classis. En Maria in huis? Dan natuurlijk ook een heel stel andere geloofsgetuigen als heiligen die helpen om tot God te komen. Franciscus, Teresia, Bonhoeffer. En op het jaarprogramma een aanbod van pelgrimagereizen naar plekken waar het heilige ‘gebeurt’, zoals Andries Knevel met verbazing constateert in Assisi. Misschien wel samen met andere gemeentes, met hulp van de ‘bisschop’, de classispredikant.

Gaan we ooit weer trouwen? De consecratie in de mis die brood en wijn écht verandert in lichaam en bloed van Christus is niet het voornaamste knelpunt. Wel de mannenmacht, het gebrek aan democratie, het celibaat, het eenhoofdige pausdom. Maar in Rome schijnt er tegenwoordig een Lutherstraat te zijn. Wie weet. Zij die geloven haasten niet.

(Prot. kerkbode zomer 2017)

 

Categories: Kerk, Theologie Tags:

Eucharistische kwaliteit

November 28th, 2017 Comments off

Hoeveel betekent het Avondmaal vieren voor ons? Uit respect voor de  traditie en de Bijbel houden we het in ere. Avondmaalszilver wordt gekoesterd. Diakenen omgeven vieringen met gepaste zorg. Voorgangers putten uit een rijkdom aan teksten en muziek voor de liturgie. Voor een bezinning over het vieren en het beleven ervan vindt de kerkenraad met een beetje geluk af en toe wel enthousiastelingen. Gaan we binnenkort een ophoging van de frequentie en een intensivering van de Avondmaalsbeleving meemaken?

Onze kerkleiding hoopt erop. In 2016 werd het Avondmaal speerpunt van beleid. Er werd een synodezitting aan gewijd, waarbij mooie gesprekken ontstonden. Scriba de Reuver twitterde over allerlei initiatieven rond het thema. De scheidende hoogleraar Jan Muis schreef een heldere en toegankelijke brochure over het wezen en de betekenis van het Avondmaal. Kerkenraden worden gestimuleerd om hiermee aan de slag te gaan in de gemeente.

Ja, voor menigeen is het Avondmaal speciaal. Laat het maar bijzonder blijven, zeggen ze dan. Spelen herinneringen nog een rol aan tijden dat de noodzaak van plechtige eerbied tot te grote hoogte was opgevoerd? Nauwelijks. Maar als je elke dag luxe dineert is het al gauw niet bijzonder meer. Een protestant vreest onnadenkendheid als het afhalen van het ouweltje bij de voorganger een wekelijkse routine zou zijn. Soms tonen we ons wel gevoelig voor de bevreemding van Rooms-Katholieke zijde dat het Avondmaal bij ons slechts incidenteel wordt gevierd, op een paar grote-stadskerken na. ‘Calvijn wilde eigenlijk ook een wekelijkse viering’. Maar dit schuldgevoel ebt meestal gauw weer weg.

In geheel van het christendom zijn we als protestanten een uitzondering. In alle oudere  takken van de christenheid is een kerkdienst zonder de eucharistie ondenkbaar.  Ook Luther dacht niet anders. Voor de leer dat Christus écht ontmoet wordt in brood en wijn ging hij ‘vol op het orgel’. Maar de Reformatie bracht wel een verschuiving naar de verkondiging als brandpunt van ontmoeting met God. Intussen zijn we wel weer gevoeliger geworden voor de betekenis van liturgie, muziek en symbolen dan onze gereformeerde voorvaderen. Maar van lange tijd geen Avondmaal zal menigeen niet gauw het gevoel krijgen van geestelijk droogstand.

Vanuit de Bijbel gezien heeft de Maaltijd van de Heer een veelheid van betekenissen, zeker als we ook het Oude Testament laten meeklinken: Abraham die brood en wijn krijgt van Melchizedek, Pesach bij de Sinaï, de profetendroom over een Maaltijd van de volkeren. Teveel om alles tegelijk te beleven: hartversterking voor ‘onderweg’, een feestelijk pauzemoment, viering van het Geheim van de liefde, zegening met vrede, voorsmaak van eeuwigheid, genieten van wat aarde en arbeid opbrengen, middelen van bestaan delen, lijden en verlossing uit lijden gedenken, het offer van Een vieren en de offers van anderen, vergeving, vriendschap, vrijheid.

Maar die betekenissen kunnen ook op andere manieren beleefd worden. En dat moet ook. Discussies over het Avondmaal kosten soms veel energie die weinig oplevert. Het gevaar is dat we focussen op de vorm, de kwantiteit en de beleving terwijl we een andere vraag uit het oog verliezen. De vraag naar de kwaliteit van ons kerk-zijn als geheel. En of die kwaliteit ook eucharistisch is.

Eucharistie is Grieks voor dankzeggen of lofprijzen. Eucharistische kwaliteit gaat over bidden en zingen, geloven en hopen! En het Avondmaal vieren is niet alleen iets mét symbolen, het is zelf symbool voor wat kerkzijn is. Dan gaat het in het bijzonder ook over mededeelzaamheid met de geschonken gaven, zowel de materiële als de geestelijke. Over niemand te kort laten komen.

Menige gemeente houdt tegenwoordig allerlei laagdrempelige maaltijdontmoetingen. Samen eten en drinken is van gemeentezondag tot einde-seizoens-borrel in die van mij in elk geval een belangrijk bindmiddel. Verder is participeren in vrijwilligerswerk aan de arme kant en de voedselbank voor velen een belangrijke doordeweekse activiteit. We zijn een ‘groene’ kerk. We hebben hartelijke pastorale ontmoetingen. En we vieren Avondmaal, in verschillende vormen, een keer of zes per jaar. Maar dat laatste is dus niet per se de graadmeter voor onze eucharistische kwaliteit!

Op de lijstjes succesfactoren van nieuwe kerkelijke initiatieven gaat het ook veel over zulke dingen: echte persoonlijke ontmoetingen, diaconaal delen. Zelden over Avondmaal vieren. Delen en ontmoeten zijn denk ik de sleutelwoorden die voor verbinding kunnen zorgen tussen het een en het ander: de liturgie en de diaconale inzet voor anderen, de pastorale zorg voor elkaar. Symbolisch delen heeft alleen zin in verbinding met daadwerkelijk delen.

Maar dan kan het een het ander versterken. Zeker als we ook onze vaste routines af en toe eens creatief durven te doorbreken. Een van mijn onvergetelijke Avondmaalsmomenten? Het was een paar jaar geleden op een Duitse protestantse Kirchentag. Een viering ter nagedachtenis aan het werk van theologe Dorothee Sölle, bij leven een belangrijke inspirator voor dit tweejaarlijkse evenement.  Honderden mensen in een grote jaarbeurshal. Mooie woorden. Een puike band maakte de liederen smaakvol tot meezingers. Er werd ook brood gedeeld. Maar vervolgens werden we uitgenodigd om onze zitjes (van karton) te draaien en even de ontmoeting aan te gaan met onze naaste buren, allemaal wildvreemd voor elkaar. Er gingen mandjes rond met wortel en komkommer en flesjes water voor iedereen. Het levendige geroezemoes werd weer stil toen tenslotte de wijn rondging. Het knisperde van een mooie energie!

(Prot. kerkbode zomer 2017)

Categories: Kerk, Theologie Tags:

Nog een keer Kuitert (1924-2017)

November 28th, 2017 Comments off

Vorige maand is Harry Kuitert overleden. De invloedrijkste theoloog van ons vaderland in de afgelopen eeuw, zo overdreef ‘Trouw’. Decennia lang heeft hij een stevig stempel gedrukt op debatten over de kerk en het christelijk geloof. Ook ver buiten zijn eigen kerkgenootschap. Hij was een van ‘de Achttien’ die begin jaren ’60 het startschot gaven voor het Samen-op-Weg-proces. Veel van zijn boeken werden bestsellers. Maar nog bij zijn leven werd Kuitert ook al als ‘passé’ beschouwd. Of was dat misschien te voorbarig?

Broodnodige vernieuwer
Ergens begin jaren’ 70 was er flink gekrakeel in de familie. Ooms en tantes waren het onderling duidelijk niet eens. Het kwam door Kuiterts boekjes ‘Verstaat gij wat gij leest?’ en ‘Zonder geloof vaart niemand wel’. De discussie ging langs me heen. Maar het is wel tekenend. Wij waren hervormd. Kuitert hielp niet alleen zijn eigen gereformeerden de deur open te zetten naar een ‘liberale’ omgang met het erfgoed van de geloofstraditie. Ook hervormden konden de debatten over geloof fervent en fel voeren. Je bent principieel of je bent geen christen! Het was de tijd dat het Reformatorisch Dagblad werd opgericht en dat de Evangelische Omroep iedereen verzamelde die tegen het nieuwe Liedboek (1973) was en tegen evolutieleer, euthanasie, abortus en vrouwen in het ambt. En dus ook tegen nieuwe theologie. Kuitert had al vele jaren eerder zijn eerste ijsje op zondag gekocht en later de tv-kijker kennis laten maken met progressieve theologen als Dorothee Sölle die in Duitsland politieke avondgebeden hield tegen de wapenwedloop en de oorlog in Vietnam en de kolonels in Zuid-Amerika. De grote veranderingen van de jaren ’60 konden niet aan de kerk voorbijgaan. Kuitert hielp om de zwarte streepjesbroek uit te trekken. Met frisse taal en een pakkende manier van schrijven ging hij voorop in een vrije omgang met de traditie.

Politiek is niet alles
Eenmaal benoemd aan de Amsterdamse Vrije Universiteit voor onderwijs in de ethiek nam hij het op voor de verruiming van de euthanasiewetgeving. Mondigheid en zelfbeslissingsrecht konden voor een christen niet langer taboe zijn. We beïnvloedden steeds meer zelf de kwaliteit en de lengte van het leven. Wat is er nog ‘natuurlijk’ aan de dood? De titel van een ander boek op het terrein van de ethiek werd een gevleugelde zin: ‘Alles is politiek, maar politiek is niet alles’. Daarmee streek Kuitert tegen andere haren in, nu vooral ter linkerzijde. Er vloeit niet maar zo één voor iedereen geldig standpunt uit het geloof voort. En de kerk is er ook nog eens voor andere dimensies van ons leven dan voor de politieke vormgeving van de samenleving. We zaten midden in de kernwapendiscussie die in de gemeenten niet altijd even subtiel gevoerd werd.
En even later deed Kuitert er nog een schepje bovenop door Karl Barth op de korrel te nemen, de grootste theoloog van de twintigste eeuw. In de leer van Barth worden onze menselijke gedachten over God uiteindelijk door God zelf ingegeven. Kuitert vond dat de christen-socialisten, die zich graag op Barth beriepen, daar maar erg onverdraagzaam van werden.

Alles is van beneden
De rode draad van zijn werk zit al verpakt in de titel van zijn proefschrift: ‘De mensvormigheid Gods’. Zijn beroemdste zin werd ‘Alle spreken over Boven komt van beneden’. Alle theologie, alle voorstellingen over God en zijn wegen met mensen, alle beeldvorming over de hemel is mensenwerk. Een volwassen gelovige ‘heeft het Sinterklaaspak op zolder zien hangen’. Dat was niet cynisch bedoeld. Integendeel. En voor meer dan één generatie protestanten heeft het bevrijdend gewerkt. Religie is een menselijke aangelegenheid. Het is aan zingeving doen. Het pakket rituelen, praktijken en overtuigingen dat we uit de traditie ontvangen en na wijziging en hergebruik doorgeven is een ‘zoekontwerp’. We zoeken er wegen door het leven mee, we geven of ontdekken zin en beleven daarin misschien ‘God’. En Kuitert nam de vrijheid om heel wat voorstellingen kritisch onder de loep te nemen. ‘Het Algemeen Betwijfeld Christelijk Geloof’ kreeg een herziening (1992), gevolgd door een stevige opfrisbeurt van de leer over Jezus, de christologie (1998). Maar bij elk volgend boek van de emeritus hoogleraar bleef er wel steeds minder over van de klassieke voorstellingen. Het werd ‘boven’ steeds stiller. ‘De verbeeldingswereld van de christelijke religie is failliet’ luidde zijn conclusie in 2002. Maar niet getreurd, de mens is heel goed in staat om woorden te vinden die hem en haar helpen om zinvol en waardevol te leven en in vrede te sterven. En dichters werden in Kuiterts boeken de belangrijkste bondgenoten op weg naar de onvermijdelijke dood.

Andere afslag
Een columnist verbaasde zich erover dat er na Kuitert nog steeds kerken zijn. Hij had iedereen toch voorgerekend hoe het met God zat? Dus! Maar je kunt ook een andere afslag nemen op de weg die hij had uitgetekend voor geloof en religie. Kuitert heeft de secularisatie beleefd als een onvermijdelijke Beeldenstorm en er ook aan meegedaan. Maar na alle kaalslag kwam er meer behoefte aan een omgekeerde beweging: een herwaardering van de teksten, de rituelen en symbolen, de gebeden en de muziek uit de héle christelijke traditie en ook uit andere religies. Juist omdat ze ‘mythisch-religieus’ zijn, God zij dank. Het wiel van zingeving hoeft niet steeds opnieuw te worden uitgevonden. En zo hebben we de Bijbel op de Zuid-as, tegen Pasen ‘The Passion’ op grote stadspleinen, pop-up-kerken en prominenten die openlijk flirten met God. Want over ‘Boven’ valt veel te zeggen, te zingen, te vieren en te verbeelden.

(bijdrage Prot. Kerkbode, oktober 2017)

Categories: Kerk, Theologie Tags:

Opstanding voor nog een oordeel

November 28th, 2017 Comments off

Rond het einde van het kerkelijk jaar viert de Kerk vanouds de ‘laatste dingen’. De oude geloofsbelijdenissen spreken over opstanding der doden, laatste oordeel, eeuwig leven, nieuwe hemel en nieuwe aarde. Voor veel mensen zijn deze beelden totaal betekenisloos. Toch gaan ze ergens over.

Boedapest
Het gebeurde ergens eind jaren ’80 in Boedapest, de hoofdstad van Hongarije, toen het IJzeren Gordijn werd opgetrokken dat Europa in twee delen had opgeknipt. Ruim dertig jaar ervoor, in 1956, was in dat land de opstand tegen het toenmalige communistische regime bloedig neergeslagen. De slachtoffers waren ergens achteraf roemloos begraven. Maar nu na de machtswisseling vond er een bijzondere plechtigheid plaats. Niet alleen werden de omgekomen slachtoffers van toen daarbij naam voor naam publiekelijk genoemd en geëerd. De lichamen waren ook uit hun graven gehaald om nu plechtig met statie te worden herbegraven.
Het was toen maar een klein krantenberichtje, geen voorpaginanieuws. Maar zou het kunnen zijn dat in zo’n gebeurtenis waarheid werd wat we volgens het christelijk geloof belijden als ‘wederopstanding van de doden’ en een laatste oordeel? Doden kwamen letterlijk uit hun graf in het kader van een nieuwe beoordeling. In plaats van als staatsgevaarlijke criminelen werden ze als nog geëerd als helden, tot troost van hun nabestaanden omdat er nu eindelijk recht gedaan werd aan de slachtoffers van 1956. Is dit niet wat we van God hopen, dat Hij komt om recht te doen en recht te zetten?
Ik deelde deze gedachte met mijn gemeente van toen. Maar het gaf verwarring. Is opstanding der doden niet méér? Of trekken we de aardse werkelijkheid en Gods werkelijkheid misschien soms te ver uit elkaar, zodat de geschiedenis hier en nu dan vooral het toneel is van ons menselijk handelen, en Gods handelen dan iets is voor ver weg in de toekomst. Maar door de laatste dingen heel ‘groot’ te maken, worden ze tegelijk te groot voor hier en nu. Ze blijven ver weg.

Het belangrijkste bedrijf van de tragedie
Over toneel gesproken: een van de lichtvoetige gedichten van de Poolse dichteres Szymborska heet ‘Theaterimpressies’. Wijlen de theoloog Gerrit de Kruyff hoorde ik ooit werk van haar voorlezen. Ik had nog nooit van haar gehoord. Ze vermaakt zich in dit gedicht over wat er in het theater gebeurt als het toneelstuk is afgelopen. Alle acteurs komen dan namelijk nog een keer opdraven om het applaus in ontvangst te nemen. ‘Het belangrijkste bedrijf van de tragedie’. Ze verbaast zich over de gestorvenen uit het eerste en tweede bedrijf die nu in ganzenpas weer binnenkomen. Een zelfmoordenares maakt een réverence. Een strop om de hals is weer losgemaakt. Slachtoffer en beul staan broederlijk naast elkaar, evenals de rebel en de tiran.
‘De wondere terugkeer van hen die spoorloos waren verdwenen.
Het idee dat ze achter de coulissen geduldig hebben gewacht,
zonder hun kostuum uit te trekken
zonder hun schmink af te wassen
ontroert me meer dan welke tragische tirade ook.’
En dan tenslotte het vallen van het doek! Door een spleet is nog te zien hoe een hand reikt naar een gevallen bloem en een andere naar een zwaard. De laatste zin is dat ze voelt dat haar keel wordt dichtgeknepen. Ontroering?
Szymborska staat niet te boek als een religieuze dichteres. Haar gedichten spelen wel vaak met de gedachte aan de dood en de eindigheid van het leven. Ook hier. Eens valt het doek. Over ons en over ons stukje geschiedenis. En het is maar goed ook, als het doek valt over onrecht, haat en historische gruwelijkheden. Helemaal mooi als er dan eerst onrecht is teruggedraaid. Als er verzoening tot stand gekomen is tussen daders en slachtoffers. Het grijpt haar naar de keel.

Hoop en verwachting voor levenden en doden
In het kerkelijk jaar volgt op de zondag(en) van de Voleinding de adventstijd. Ze horen bij elkaar. Het kerkelijk jaar heeft daardoor eigenlijk geen begin of einde. Het is een cyclus. Aan begin en einde gaat het om dezelfde verwachting. Maar de Toekomende is ook al op ons toe gekomen en blijft graag tegemoet-komend. Voor levenden en doden.
In het spoor van de Lutherse traditie vieren we de laatste zondag van het kerkelijk jaar veelal als Eeuwigheidszondag om de overleden gemeenteleden te herdenken. Het is de uitdaging om samen onze doden samen recht te doen. Kunnen we ze zien in het licht van Gods oordeel met maatstaven van rechtvaardigheid én vergevende barmhartigheid, hoger dan onze vaak beperkte maatstaven? Het gedenken kan pijn oprakelen. Misschien hebben ze missers achtergelaten die niet zijn opgelost. Misschien hebben ze veel moeten missen. Misschien worden ze erg gemist. Kunnen we ze toch los laten, kwijt raken aan de Eeuwige?
Zelf beluister ik in deze tijd van het jaar graag Requiem-muziek. Heel wat grote componisten hebben de laatste eeuwen de mooiste muziek geschreven bij de oude liturgische teksten over de Dag des Oordeels en de Eeuwige rust. Vaak waren ze zelf helemaal niet zo religieus meer. Alsof ze desondanks ook vinden dat het niet waar kan zijn dat alleen maar duister, dood en vergetelheid het laatste woord hebben over ons leven. Misschien is het de hoop zoals Peer Verhoeven die terughoudend verwoordt in lied 736: ‘dat ons schreien ons lachen ergens toe leidt, – onze liefde stoelt op Iemand. Dat zij die ons zijn voorgegaan zijn in het licht, rusten in vrede.’

(bijdrage Protestantse Kerkbode 129/47, 25 nov. 2017)

Categories: Kerk Tags:

Verslag synodevergadering 16 en 17 november 2017

November 21st, 2017 Comments off

een ongeautoriseerde persoonlijke weergave

Bespreking liturgie
Een persoonlijke inleiding door prof. Marcel Barnard, auteur van Tot Gods Eer, een handreiking voor gesprekken over liturgie. Vergezeld van een filmpje over een van de vijf typen liturgie. Van de vele vormen van liturgie waarmee hij in aanraking kwam, raakte een liturgie van 5 uur in een Afrikaans dorp hem het diepst. Met dans, bezwering en uitdrijving, drums en vuvuzela’s. De last van het aan anderen niet kunnen uitleggen wat maakt dat je christen bent weegt steeds zwaarder. Gesprek in de kerk over liturgie blijkt wel mogelijk. Maar eigenlijk moet je niet praten over liturgie maar vieren.
In groepjes uiteen moesten we praten.over drie basale vragen als Wat is voor u liturgie? Wat raakt u? Jammer dat de nota of de inleiding niet zelf het onderwerp van gesprek is. Korte rapportages. Wie is de eigenaar van de liturgie? Geheel is belangrijk. Samen afstemmen. Geraakt worden. Wat trekt je de liturgie binnen?
Scriba ds R de Reuver: wilde de notitie als ‘onderlegger’ samen met een verslag van deze bespreking aan de kerk aanbieden, op aandringen van de synode kwam de toezegging om in te stijl van het getoonde filmpje ook filmpjes over de andere stijlen van liturgie in onze kerk te laten maken. Voor inhoudelijk gesprek en commentaar op de notitie bood de vergaderorde geen ruimte. De scriba moedigt het zelf knippen en plakken aan bij het voorbereiden van het gesprek in de gemeente en toont bereidheid om de nota ‘langs communicatie’ te laten gaan. Maar de synode dwong met 46/77 stemmen af dat de notitie echt gespreksvriendelijker wordt.

Huisgemeenten
Onderdeel van Kerk 2025 dat nog was aangehouden vanwege de vele consideraties. Brainstormsessie. In maart zal er een ordinantietekst worden voorgesteld door de GCKO. Platform Kerk 2025 voor de inhoudelijke bezinning is aanwezig. Voorz. Ds Sjaak vd Berg leidt in, met een voorbeeld van krimp in Groningen en van een nieuwe gemeenschap in de randstad. Het roept vragen op over minimale kenmerken, de inbedding in het geheel van de kerk, het behoud van het goede van de presbyterale kerk, het gevaar van sektevorming. Gevoelens van bedreiging door concurrentie of van betutteling. Blijft de huigemeente meervoudig luisteren: naar God, naar elkaar, de cultuur van Nederland, etc.?
Reacties: liever ‘basisgemeente’? Verschil met pioniersgemeente? Mag het ook verzamelplaats van dissidenten zijn? Wat is de omvang? Zichtbare eigenheid en vindbaarheid rond een oude kerk in het dorp. Kerkpresentie. Basiskenmerken: christelijke traditie. Vieren, leren, dienen, delen in gemeenschap.   Inbedding: huiver voor teveel organisatie. Adviseren ipv reguleren. Ruimte. Regio of classis. Initiatief ‘Stroom’ in Amsterdam is geheel losgemaakt van kerken. Maar komt dan toch voor allerlei vragen, want er moet protocol zijn rond misbruik etc. Keurmerk. Faciliteren. Loslaten, lenen en leren. Deel van een netwerk? Moet er verplichting zijn van wekelijkse samenkomst, mag het ook minder?
Voorgaan:  ruimte voor lekeprediker, met lokaal preekconsent? Ds. Giethoorn: er zijn nu al bepalingen over bijzondere kerkdiensten. Wel verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Saaksum is een huisgemeente ovv Noordhorn, streekkerkenraad.
Drie ‘luistervinken’ reageren. Stoppels: formuleren we zo eigenlijk niet wat we bedoelen met ‘back to basics’ voor alle gemeenten? Transparantie, eenvoud, ruimte – aldus de wens van Kerk 2025! We leven niet in een tijdperk van verandering maar in een verandering van tijdperk (Jan Roth). Bart van Noord citeert ‘Plezier beleven aan taaie vraagstukken’. Sommige vraagstukken moet je oplossen, met andere moet je vooral omgaan. Aangeklede groep of uitgeklede gemeente? We hebben een paar 100 gemeentes met nauwelijks predikantsplaats. Regelvraagstuk is soms vooral een cultuurvraagstuk, hoe ga je met elkaar om.
In de wandelgang heb ik ds. Giethoorn de zorg van onze classis mee kunnen geven dat de ordinanties door een teveel aan variabelen voor de organisatie van de gemeenten een bonte kerstboom wordt.

Geloven in delen – delen in geloven. Nieuw beleidskader Kerk in Actie
Een groet vanuit Indonesische partnerkerken, bondgenoten in een Platform voor gezamenlijke belangen van de PKN en 33 Indonesische kerken. Het gaat daarin om thema’s als gender, gerechtigheid, ecologische vragen, religieuze diversiteit.
Mooi opstapje naar gesprek over een nieuw beleidskader voor de komende jaren voor Kerk in Actie.
Ontwikkelingen in en rond ICCO maakten een evaluatie nodig. Er wordt nu gestreefd naar sterkere verbinding tussen missionair en diaconaal werk, tussen werk in binnen- en buitenland en tussen gemeenten en Kerk in actie. In 2004-2005 was voor het laatst een beleidsnotitie geschreven over zending. De samenwerking met ICCO was destijds met onvoldoende eigen beleidsvisie m.b.t. werelddiakonaat. KiA moet aansluiten bij de beweging die de kerk zelf maakt.
Herkenbaarheid voor de eigen gemeenteleden is belangrijk, eveneens in het publieke domein.
Vier focuspunten: Bijbel. Kerk in minderheidspositie (versterk de kerk in de samenwerking o.m. in het Midden-Oosten). Kansen voor kinderen en jongeren (alle kerken maken zich zorgen!). Hulp aan vluchtelingen en ontheemden, incl. aandacht voor oorzaken, zoals klimaatverandering.
Een hele serie reacties: is het wel verstandig om plaatselijke activiteiten zichtbaar te gaan maken onder het merk KiA? Liever onder de naam van eigen gemeente. Welke landen vallen af voor samenwerking?
GRA zou o.m. de samenwerking met anders geloven sterker uitgewerkt willen hebben.
Synodelid Goudkamp herinnert er nog even aan dat veel gemeenten KiA geen toegang wilden geven tot LRP. En benoemt de toegenomen behoefte aan armoedebeleid. Kerk moet ook op de barricaden. Rapporten zijn soms duidelijk waarom en waarover dat zou moeten. Diaken van Vegten herinnert aan eerdere prioriteitenlijstje/ thema’s van KiA. Maak zichtbaar welke nu wegvallen.
Opmerkingen over toegang geven tot de Bijbel, te weinig aandacht voor het belang van onderwijs etc. Verbinding met nieuwkomers in de samenleving. Vragen van klimaat en kerk en landbouw. Is de keuze genoeg gemaakt voor datgene waarin wij als Nederland een voorsprong hebben? Blijven we wel strijden tegen onrecht? Raakt de wereldwijde armoedebestrijding uit beeld? Is KiA niet duidelijk bezig met een verschuiving van diaconale projecten naar missionaire projecten?
Rommy Nauta antwoordt. Plaatselijke diaconieën hebben wel te kennen gegeven te willen meeliften met de naamsbekendheid van KiA. Publiek spreken van de kerk, jazeker. Ook vervolg geven aan armoederapportage. We moeten ons wel beperken. Het kan, want er zijn daarnaast zoveel one-issue-organisaties. ICCO moet zich erg focussen vanwege eisen en beleid vanuit politiek en EU. Fusie niet erg voor de hand liggend omdat KiA de beweging maakt naar meer kerkeigen. Wereldwijd is de LWF (Lutherse wereldfederatie) met overal kantoren is belangrijke partner. We hoeven ons als kerken niet over alles uit te spreken wat bij burgers leeft.
Scriba RdR: scherpe keuzes nodig, maar het zijn wel parapluthema’s. Door geloven in delen ga je ook delen in geloof. Hij belooft de synode meer mee te nemen in rapportage over stemverheffing in het publieke debat rondom armoederapportage. En het blijft helpen onder protest.
Motie Goudkamp dat de stem van de Kerk regelmatig moet klinken over barmhartigheid, gerechtigheid en vrede in het publieke domein, wordt met 62 stemmen voor aangenomen. En het ontraden amendement om armoedebestrijding als vijfde thema apart te benoemen ook, met 46 stemmen.
Ik had zelf nog gepleit voor klimaat/duurzaamheid als zesde speerpunt, maar daar ging niemand verder op in. Er is dus geen garantie dat KiA met het groene-kerken-beleid doorgaat, ondanks een positieve voetnoot daarover.

Vervolgbespreking Categoriaal pastoraat
Scriba RdR: Uitgangspunt is beleidsrijk bezuinigen. Een van de pijlers is de plaatselijke gemeenten een van de dragers te maken. Begeleiding door een projectgroep.
Fred Tjeerdsma verdedigt het voorgestelde plan van aanpak. Onderstreept de gezamenlijke verantwoordelijkheid en de gezamenlijke pijn. De solidariteitskas biedt gelukkig nog steeds budgetmogelijkheden. Kader voor beleid, met maatwerk voor handelingsperspectieven. Met schipperspastoraat richting vorming eigen gemeente. Het idee is er dat draagvlak is. Vijf jaar voor reorganisatie nemen is lang? Behalve tijd voor reorganisatie ook voor gewenning. Waar geen plaatselijk draagvlak is/ komt zal de Dienstenorganisatie niet maar op eigen houtje studentenwerk te verrichten. Diversiteit in de steden in het studentenpastoraat? FT antwoordt over verschillende kleuren van het SP in de verschillende steden. Ook nu kunnen gemeenten met veel studentenwerk een beroep doen op de solidariteitskas. Samenwerking met andere kerken: de VGK gaat participeren in het interkerkelijk dovenpastoraat. Zij beroepen een predikant voor 60 procent.
De GRA bepleit een kwalitatieve benadering, bijv. Wageningen rond het thema over ecologie en duurzaamheid. Maar zou het dan niet belangrijker zijn juist studentenpastoraat onder autotechnici te vestigen? Er zijn zoveel thema’s. In de nota gaat het niet om thema’s maar om studenten. Dus kwantitatieve normen zijn onvermijdelijk in het beleid. Er is gewoon te weinig geld voor studentenpastoraat voor alle steden. Studentenpastoraat als pioniersplekken? Oud motief: voorhoede in de maatschappij. Is het pionierswerk? Die discussie moet gevoerd. Nieuw: aanvulling vanuit de reserves (noot 8).
Moeilijk om op voorhand inhoudelijke criteria te formuleren voor de verdeling. Er wordt o.a. gekeken naar samenwerking pastores en studentenverenigingen. Projectsubsidie kan een manier zijn om toch iets in studentensteden zonder SP te doen. Het SP juicht ook zelf het idee toe om plaatselijke fondsenwerving te stimuleren en te ondersteunen. Er zijn al wel een paar tijdelijke 50/50 constructies gerealiseerd.
GRA: het gaat om de vorming van toekomstige leiders van de gemeente. En is dat geen landelijke verantwoordelijkheid? Pleit toch ook voor thematische creativiteit?
Ds. Camper vindt 20 % van het budget voor projecten van studentenverenigingen wel veel van ons geld.
Oud. Verbeek uit studentenstad Amsterdam is niet erg amused. Eerst praten met gemeentes over overheveling en dan pas bezuinigingsbesluit in de synode. De logica van reorganisatie volgen. Wel mag je loyaliteit veronderstellen. Slapende fondsen aanspreken.
Andere vragen: waarom niet meer oecumenische aanpak? Geen verschraling door eenzijdige steunverlening. Het totaalplaatje ontbreekt. Flinterdunne garantie dat koopvaardijpastoraat blijft, ‘ waar ik zulke mooie verhalen over hoor’.
Scriba RdeR trekt dan studentenpastoraat en koopvaardijpastoraat uit het besluitvoorstel, er is te weinig draagvlak. Er wordt een jaar uitgetrokken om met nieuwe voorstellen te komen. Tijd voor nader onderzoek. Vooralsnog alleen voor schippers-, doven- en luchthavenpastoraat nieuw beleid.

Kerk 2025 deel 3 mobiliteit predikanten
In april zijn er besluiten over het streven naar een cultuur van meer mobiliteit van predikanten genomen. Nu voorstellen over de kerkordelijke uitwerking hiervan in eerste lezing, ter consideratie aan de classes. Het begeleidende overzicht van de mogelijke financiële gevolgen is gebaseerd op veel aannames.
Scriba RdR: moest Kerk 2025 niet budgetneutraal zijn? Wel wat betreft quotum. Maar mobiliteit is een breder thema dan Kerk 2025. Het losmaken na twaalf jaar is een extra voorziening. Die kost geld. Het heffingspercentage voor de kas van de predikanten is geen onderdeel van het quotum.
De voorgestelde vertrekcompensatie (vertrek naar een kleinere predikantsplaats) kost geld. Op dit punt gaat het om horen van de synode. Besluit later in Kleine Syynode op basis van definitief voorstel.
Mr Zielhuis, cie van rapport Kerk 2025, legt de vinger bij twee zaken: teveel classicale druk op samenwerking met andere gemeenten. En op de vele onzekerheden rond de financiering, dus risico’s.
GRA: de aanscherping door het GCKO over stellen van randvoorwaarden niet in de geest van synode. De GRA wil het financiële onvermogen niet graag op predikant en landelijke kerk zien afgewenteld.
Reacties. Landelijk beleid? Dan landelijke financiering. Gaan de voorstellen niet teveel richting een vergoeding voor niet langer geleverde diensten?
Dhr. Runhert: vertrek na 12 jaar kost de predikant wat. En de gemeente: 1,5 jaar tractement. Dezelfde kosten als bij 3-20 procedure. De rest van de kosten is voor de kerk als geheel. Insolvabiliteitsregeling: de voorgestelde versoepeling is eigenlijk nog te gering. ‘Kannibalisering’ = de predikant eet teveel op.
De synode geeft groen licht voor het verder onderzoeken van de beide vertrekcompensatieregelingen.
RdeR onderstreept de noodzaak van bevordering van de cultuur van mobiliteit. Als je niets doet kost het ook geld. Hoeveel het gaat kosten weten we niet? Geen blanco cheque. Dus een proef? Instrument niet wegleggen. De nood is er. Zekerheden moeten worden ingebouwd.
GCKO mw Evers. Over de financiele gevolgen nemen we geen besluit. De besluiten gaan over mobiliteit.
Bijz. Cie van rapport wil 2/3e pred plaats noemen als streefgetal voor ‘voldoende omvang’ van predikantsplaatsen als streefdoel.
Anderen: de maatregel voor vrijwillige losmaking na 12 jaar eerst vanwege de hoge kosten op de plank laten liggen? Anderen: een proefperiode nemen!
Het enige andere discussiepunt is Ord. 3-3-2 over de toestemming na onderzoek van mogelijke samenwerking met andere gemeenten bij beperkte werktijd van predikanten.
Synodeleden: de financiele maatregelen zijn een soort sociaal plan. We krijgen de reorganisatievraag niet scherp. Vanwege de autonomie van gemeenten.
Dr Bos van het GCKO. Over de twaalfjaarstermijn: de Kleine Synode kan op elk moment een wachtgeldregeling beëindigen. Hij stelt een Overgangsbepaling voor waarmee de synode zelf de regeling kan beeindigen.
Teveel bemoeienis van de classis bij vacature om samenwerking te bevorderen? Voldoende omvang is 33 % en dat wordt niet ingeperkt. De classis houdt altijd als taak om rekening te houden met de kerkelijke verscheidenheid. De kerkenraad kan besluiten om toch zelfstandig te blijven, het BM beoordeelt alleen of er daadwerkelijk gezocht is naar samenwerking.
De twaalfjaarsregeling is een vangnet. Als alles goed gaat werken zal het weinig nodig zijn. Ook ‘ armlastige gemeenten’ kunnen er gebruik van maken. Werktijdvermindering bij insolvabiliteit als het wenselijk is, volgens criteria.
De synode aanvaardt de voorstellen, met de toevoeging van de overgangsregeling dat de Generale synode bevoegd is om ord 3-26-2a buiten werking te stellen als zij oordeelt dat de financiele gevolgen te groot zijn. Een noodrem-regel tot aan de evaluatie na vijf jaar van het hele mobiliteitsbeleid. .
Oud. Kamphuis pleit voor beslistheid om op de gekozen koers te blijven. Uiteindelijk maar 8 tegenstemmen.

Ord. 5.3 en 5.4 zegen of inzegening
In de pers was er van te voren al ruime aandacht voor. Scriba RdR: leven met verschillen is verrijkend. Dit verschil is nauwelijks uit te leggen. Het is ons in de wereldkerk niet gegeven om hierover gelijk te denken. Dan gaat het om oefenen in samenleven. Niet oordelen over het geweten van een ander.
De ordinanties van nu bieden ruimte. Zet een consideratieronde de polarisatie niet verder aan in plaats van het gesprek te bevorderen?
Twee verhalen volgen over hoe de gemaakte keuze rond geaardheid aan het geloof is gerelateerd.
Herman van Wijngaarden: Jaren ’90 ouderling in Langbroek. Uit de kast. Bleek geen probleem te zijn. ‘ OK, ik ben dus homo’. Zonder seksuele relatie. Nu wordt hem her en der gevraagd waarom geen relatie aan te gaan. Zijn leidraad: het onderwijs van Jezus die in Mt. 19 naar het begin terug gaat. Roeping in het licht van het koninkrijk om ongehuwd door het leven te gaan. Het leven is geen sinaasappel die moet worden uitgeperst. Het beste komt nog. Kruis dragen hoort er ook bij. En seksualiteit wordt erg over gewaardeerd. Een mens kan niet zonder liefde en verbondenheid, maar wel zonder seks. Vriendschap wordt ondergewaardeerd. St. Hart voor homo’s met steun van Ger. Bond biedt begeleiding en hulp, maar bespreekt single blijven als serieuze optie. ‘De pijn van 2004’ (Hersteld hervormden gaan niet mee met kerkfusie)
Annemarie van Briemen. Was nooit zo open over geaardheid. Leefde in GB context en zocht weg richting ambt. Context van afwijzing. Had geen voorbeelden. Niet licht ontvlambaar in de liefde? Of te weinig moed om zichzelf te aanvaarden? Werd als predikant ‘ingehaald door de liefde’: maar angst om uit het systeem te stappen, angst voor schade in de gemeente. Het evangelie van de aanvaarding won het. Het stormde wel in Boskoop. Nare reacties. Verwarring. Naast begrip en steun. Er kwam ook verdieping in de geloofsgesprekken. ‘Het verhaal moet verteld want er staan in de kerk levens op het spel.’

Hierna volgde een gesprek in kleine groepen over ieders eigen ervaringen in gemeenten. Daarna volgde een emotioneel gesprek in de synode. ‘ We hebben vandaag de zakdoek nodig gehad’.
Er lagen tegenvoorstellen en amendementen om toch wel tot wijziging van de ordinanties over te gaan. Het moderamen stelde voor: eerst het gesprek in de kerk voort zetten. Het trok nu het voorstel om geen ordinanties te wijzigen in. Reactie: ik krijg weer geen recht, wel aandacht. Weer een half jaar slecht slapen? Komt er dan echt een ander voorstel?
RdeR zet weer in bij de botsende gewetens! Niet over elkaars gewetens heersen.
Een homoseksuele predikant, verbonden met confessionelen en hervormden vraagt om hulp om het gesprek in die kringen te voeren en dan zo dat niet steeds hetero’s erover spreken. Vervolgens nog allerlei reacties. ‘Een vader had twee zonen. Een moeder had drie dochters. Hoezo even veel houden van, als een van de drie wil trouwen met een andere vrouw, maar dan anders behandeld wordt?’ Verzoek om dan toch wel een verklaring af te geven. Ook de Raad voor advies inzake het Gereformeerde Belijden zou graag willen dat het gesprek in de gemeente bevorderd wordt, waar de openheid voor het gesprek niet is.
In de LWF waren recent dezelfde posities tegenover elkaar te vinden: Avondmaal vieren hielp om de pijn met elkaar te delen en om bij elkaar gehouden te worden.
Andere pijn: dat ambtenaren van de burgerlijke stand werden ontslagen die geen homo’s wilden trouwen. Er is teveel drammerigheid, die de acceptatie in de weg staat.
Relatie met kerk 2025: back to basics. We zijn vrijgemaakt door Christus, dan kan de weg worden vrijgemaakt om deze steen van ergernis op te ruimen.
Geen veroordelende God, waarom dan toch veroordelende mensen? Niet langer discrimineren. Inclusiviteit graag de norm, met uitzondering op de regel, en niet andersom.
De bepaling van nu over het beleid ‘na beraad in de gemeente’ is een zenuwslopende bepaling. Zo vaak is er onzorgvuldige communicatie in het proces van de zgn. ‘zorgvuldige besluitvorming’.
Visitator ds WG Sonnenberg geeft aan dat er soms nog escalatie plaatsvindt van het gesprek in de gemeente. En hij benoemt een verschuiving in gemeenten, naar zorg dat de ene soort relatie niet over de andere heerst, minder de acceptatie van homoseksuele relaties zelf (als ik het goed begreep)
Scriba RdeR moet zichzelf bij elkaar rapen. Formuleert een verklaring. De PKN wil een inclusieve kerk zijn. Verwijzend naar de tafel van de Heer en de verschillende ‘zonen’.  Wordt vervolgd dus.

Kerkelijke rechtspraak
De stroperigheid in de processen zou moeten worden verminderd. Er is overleg geweest en studie van gemaakt. De colleges moeten geen colleges worden voor het bewaren van bezwaren en geschillen (ds L. Giethoorn, projectleider). Plannen voor wijziging (minder colleges, daarvoor in de plaats colleges met verschillende kamers) blijven voorlopig liggen. De colleges vinden dat het nog wel gaat. Hoop dat regie met behulp van de classispredikanten beter wordt.

Profiel voorzitter visitatie
In de aanvang van het proces Kerk 2025 was het voorstel 4 FTE op 8 classispredikanten. Nu 3 FTE op 11 classispredikanten. Het mogen halftimers zijn. De synode stelt het profiel niet vast, maar het moderamen, gehoord hebbend ‘ het land’.
‘De generaal’ (voorz. Visitatoren generaal): In het verleden waren er ooit wel 700 visitatoren. De regio’s zijn nu al ontmanteld. Het feestelijke slot van de huidige visitatie was daardoor matig bezocht. Overdrachtsdocument in de maak. Ervan overtuigd dat er veel losmakingen zijn voorkomen door de visitatie.
Een aanbeveling uit de synode wordt meegenomen: meer accent op vaardigheden op terreinen van conflictbemiddeling en communicatie en interactie tussen professionals en vrijwilligers

Kerken delen
De synodelende kregen een boekje over medegebruik van kerkgebouwen door migrantenkerken
Er zijn plm. 1,3 miljoen migrantenchristenen, dat is incl. Broedergemeente.
Een voorbeeld: wat gebeurt er als drie Karen-gezinnen uit Myanmar in Waardenburg-Neerijnen komen wonen? 1 x pm eigen dienst in de kerk van de PKN-gemeente. Vervolgens gezamenlijke activiteiten. Het begon met belangstelling van één gemeentelid.

Taizé
De vrijdagavond werd besloten met een complete en stijlvolle Avondmaalsdienst. Vrijdags dagopening met een korte Taizéviering, met enkele Nederlandse broeders uit Taize: Jasper en Sebastiaan. De kapel zit helemaal vol. Daarna een inleiding. Br. Roger, beginner van de protestantse gemeenschap t.t.v. WO II, had ooit thesis geschreven over de Regel van Benedictus. De oudste Nederlandse broeder is nu 87. De jongste broeder uit Nederland is een twintiger. Vanaf eind jaren ‘60 oecumenisch. Toen verschoof het accent naar ontvangst van jongeren. Nog steeds komen er wekelijks enkele honderden tot duizenden, het hele jaar door. Via schoolgroepen komen jongeren soms voor het eerst in de kerk. Niet echt lekker eten en drie keer per dag naar de kerk? Maar ook: vreugde, dus plezier met elkaar, het bidden, het samen zijn, de corveetaak. Doordat Fr Roger na WO II streefde naar verzoening ook altijd grote belangstelling vanuit Duitsland. Uit PKN-kerken altijd ook veel belangstelling, slinkt nu, maar stijgedne belangstelling vanuit chr. studentenverenigingen (dit had ik willen horen vóór de discussie over het studentenpastoraat). Bijzondere herinnering blijft de jongerenontmoeting in R’dam waarbij 20.000 jongeren allemaal werden ondergebracht in gezinnen en ook niet-kerkelijke gezinnen meewerkten. Ontmoetingen ook elders in het buitenland, ook buiten Europa, op uitnodiging van kerken daar. Ook om de jongeren het signaal te geven dat God ook daar is en niet alleen in Taizé. Muziek: fr Roger kwam uit heel muzikale familie. Thuis drie piano’s. Alle eerste broeders ook muzikaal. In de jaren ‘ 60 vereenvoudiging nodig. De liturgie (prijswinnend!) was te mooi, ‘iedereen moet mee kunnen doen’. Solisten en koor zie je niet. Het wonderlijke is dat de liederen toch jongeren weten aan te spreken, ook de stilte. Het op de grond zitten werd eigenlijk uit nood geboren. Er hoeft geen kindernevendienst gehouden te worden.
Verandert er niets? Formule ligt vast? Nieuw: opzet voor opvang van jonge vluchtelingen – een omstreden thema in Frankrijk. In het dorp is er een vrouwengemeenschap waarmee wordt samengewerkt.

Benoemingen
mr. Endedijk in de Raad van Toezicht PTHU, drie herbenoemingen in de Auditcommissie, en als nieuwe voorzitter van het bestuur van de Dienstenorganisatie mw. mr. Greetje van der Waaij, en herbenoeming als bestuurslid mr. van Leussen.

Afscheid
van enkele synodeleden en van dhr Haye Feenstra als directeur van de DO per 31-12 a.s. Hij haalde de kerk uit de rode cijfers. Voorz. ds Karin vd B vraagt: Met welke bijbelse figuur te vergelijken? Aaron: rap van tong? Gideon met zijn bende? Mozes die door woestijn leidt? Jezus: iemand die schuld op zich genomen voor mislukken (Numeri project)? 12 jaar leiding gegeven. Als een echte kerkganger. Met humor en met vasthoudendheid, creatief. Botsen hoorde er soms bij. Cadeau: een reisgids met kleine bijdrage voor een gewenste reis.
HF is dankbaar. De kerk is sterker geworden. Zie discussie van deze middag. De manier waarop de kerk in de samenleving staat. Droom van de kerk bewaren. Ook als het botst met de mogelijkheden. Doet ook oproep om moderamen een plek in de gebeden te geven.

Schriftelijke vraag over jubileumjaar 60 jaar Israëlische bezetting Palestijnse gebieden/ 100 jaar Balfour verklaring
Van de gelegenheid tot schriftelijke rondvraag is in de zittingen van de synode van dit jaar kennelijk geen gebruik gemaakt. Vraag en antwoord worden in de regel aan het einde van de vergadering aan iedereen uitgedeeld. Ik was de enige die in april wel een vraag stelde. Het antwoord kwam pas een maand later, na de zitting.  Ik had voor nu toch maar gevraagd vraag en antwoord ook bekend te maken, een half jaar na dato. Zoals verwacht vindt het moderamen dat onze kerk zich nog steeds houdt aan de beleidslijnen over Israël en Palestina uit 2009. Verder werd verwezen naar de internationale verbanden. Mijn vraag van april heeft niets kunnen veranderen aan de doodse stilte die de PKN dit jaar in de publieke ruimte én naar de eigen achterban toe heeft betracht als het gaat om de ernstige gevolgen van de bezettingspolitiek in de Westbank en de Gaza-blokkade. Van een kerk die zich houdt aan het beleid zoals in deze synode ten aanzien van Kerkinactie is vastgesteld mag anders verwacht worden.

HJ

Categories: Kerk Tags: ,

Wordt Palestijnse noodkreet gehoord?

June 22nd, 2017 Comments off
Categories: Kerk, Opgemerkt Tags: ,

Raam was al open

June 8th, 2017 Comments off

(oorspronkelijke tekst ingezonden reactie Trouw 8 juni 2017)

Wat een treurig beeld schetste hoofdredacteur Cees van der Laan zaterdag 3 juni​ ​van kerkelijke gelovigen. Het is het beeld van een eilandje waarop ze zichzelf teruggetrokken hebben terwijl de zeespiegel alsmaar verder stijgt. Ze ‘zien de wereld om zich heen seculariseren, ze zien hun vertrouwde wereld kleiner worden.’ En alsof dat nog niet erg genoeg is komen dan ook nog eens ‘de theologen, de geestelijke leiders, van binnenuit een steen door de kerkramen gooien’. Met hulp van de krant natuurlijk, want Van der Laan ziet het als zijn roeping om een platform voor nieuwe idee​ën te bieden.
Van der Laan gebruikt ondertussen De Lange met zijn schrijfsel over hemel en eeuwigheidsbeleving voor een eigen agenda. De Lange gooide helemaal niet agressief een steen door de ruit. Hij schreef in de wij-vorm. En omgekeerd hebben veel gelovigen heus geen hulp van theologen nodig om niet in primitieve idee​ë​n over God en hemel te blijven hangen. Ze hebben ook tv en internet en de kanker en het terrorisme vallen hen soms ook rauw op het dak. De deuren en ramen zijn al open. Velen blijven juist in de kerk omdat er ruimte is voor kritisch nadenken en een persoonlijke spirituele zoektocht. En als ze dan wat langer vrijmoedig op hun fantasie blijven leunen dan de geharnaste athe​ï​sten heeft dat niets met conservatisme te maken.

Categories: Kerk, Opgemerkt Tags:

Mijn voorpagina´s in de Protestantse Kerkbode van 2016

December 30th, 2016 Comments off

Verhulst en Tora: Bloedboek?
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/472-bloedboek

Veranderde visie op Israël
http://www.pgwh.nl/nl/187-ongecategoriseerd/470-veranderde-visie-op-israel

Emigreren of pelgrimeren (over hemelvaartsdag, een boek van Gied ten Berge en omstreden praktijken van Christenen voor Israël)
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/471-emigreren-of-pelgrimeren

Zijn wij niet allen landlopers? (over een schilderij van Jeroen Bosch)
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/469-zijn-wij-niet-allen-landlopers

Duurzaamheid? Floreerbaarheid! (Naar aanleiding van de film ‘Cowspiracy’)
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/497-duurzaamheid-floreerbaarheid

Geloofsgemeenschap? Vriendengenootschap!  (naar aanleiding van een nieuwe publiciteitscampagne van de PKN)
http://www.pgwh.nl/nl/290-dominee-harmen-jansen/496-geloofsgemeenschap-vriendengenootschap

 

 

Heruitgave Ethische Theologie voltooid

December 12th, 2015 Comments off

Blaukapel  In het Noordoostelijke puntje van Utrecht, ingeklemd tussen autosnelwegen en spoorbaan, ligt verstild fort Blauwkapel. Tussen oude huizen staat het fraaie middeleeuwse kerkje. Hier was J.H. Gunning jr tussen 1854 en 1857 predikant. Het was zijn eerste gemeente. Hij verdiende bij met kamerverhuur en lesgeven aan inwonende studenten. Zelf studeerde hij ook hard.

In dit kerkje vond op 10 december 2015 de presentatie plaats van het derde, tevens laatste deel van het Verzameld Werk van deze J.H. Gunning jr. Drie interessante lezingen door de hoogleraren Nico den Bok, Willem Drees en Rinze Reeling Brouwer vergezelden de presentatie. Zij belichtten Gunnings relatie tot de ‘schone letteren’ en zijn discussie met de filosofie van Spinoza. Dr. Leo Mietus, die deze heruitgave had verzorgd, presenteerde ook de aparte uitgave van een interessant collegedictaat dat een inkijkje bood in de manier waarop hij met studenten de beroemde Ethica van Spinoza behandelde, eind 19de eeuw. Op tafel stond het beeldje van Dante dat gedurende heel zijn loopbaan op het bureau van Gunning had gestaan.Dante Gunning

Met deze band Verzameld Werk is een enorm project voltooid. Een wetenschappelijke prestatie van formaat onder steeds moeilijker omstandigheden. Gunning jr (1829-1905) hoort samen met zijn oudere collega Daniël Chantepie de la Sausssaye (1818-1874) tot de eerste generatie theologen van de zogenaamde Ethische richting. In zes dikke banden zijn hun voornaamste geschriften met uitstekend notenapparaat opnieuw en blijvend toegankelijk gemaakt. Hulde aan uitgeverij Boekencentrum. De Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie hief zichzelf op. Aan deze heruitgave gingen twee andere grote projecten vooraf: de bij uitgeverij Kok verschenen series Verzamelde Werken van  K.H. Miskottte en O. Noordmans, theologen uit het midden van de vorige eeuw. Ook werd nog gerefereerd aan de recente uitgave van de na-oorlogse hervormde theoloog A. A. van Ruler die sterk beïnvloed was door La Saussaye sr en Noordmans.

Meer dan eeuw lang leverden de Ethischen het voornaamste alternatief voor de gereformeerde ‘neo-calvinistische’ theologie. Zij waren van meetaf – 1849 was het jaar van de eerste publicatie van la Saussaye sr – wars van fundamentalisme in de uitleg van de Bijbel en van leerdwang op grond van de belijdenisgeschriften in de kerk. Zij vormden met hun grote openheid naar ontwikkelingen in de wetenschap, de cultuur en de samenleving ook altijd een rem op de verzuiling. Ethische dominees gingen in de jaren ’30 met hun catechisanten wel naar de bioscoop en deden na 1945 vaak me aan ‘de Doorbraak’. Tegelijk vormden zij ook altijd het alternatief voor vrijzinnigheid die een streep zetten door belangrijke principes van christelijk geloof.

De heruitgave van de werken van Miskotte en Noordmans in het laatste kwart van de vorige eeuw (vanaf 1978) was een gezamenlijk project van gereformeerde en hervormde – veelal ook nog jonge – theologen. Dat kwam omdat de gereformeerden waren uitgekeken op de insteek van Kuyper, Bavinck en ook Berkouwer. En dit flankeerde en stimuleerde in belangrijke mate het Samen-op-weg-proces van beider kerken. De theologie was niet kerkscheidend meer en de hervormde kerkorde van 1951 die in belangrijke mate door de ethischen was beïnvloed kon het uitgangspunt worden voor de kerkorde van de te vormen PKN.
De heruitgave van de oudere ethische theologie vanaf 1997 was merkwaardig genoeg vooral een Utrechts ‘hervormd’ project. De fijngevoelige openheid van deze theologen voor psychologie en cultuur zou goed hebben kunnen aansluiten op de verschuiving van kerkelijke focus naar spiritualiteit en beleving na de jaren van veel discussie over ethische en politieke vraagstukken (kernwapens, emancipatie, homoseksualiteit, abortus en euthanasie). Mogelijk dat het geduld dat hun werk en de interpretatie ervan vereist, teveel gevraagd was bij de toenemende druk op predikanten door de secularisatie en de ontkerkelijking.

Hoe dan ook staan deze monumenten voor een vijftal hervormde theologen als een huis. Maar de studiedag werd slechts bezocht door enkele tientallen meest oudere en zelfs bejaarde theologen. Henri Veldhuis benoemde in zijn toespraak t.g.v. de opheffing van de Stichting de voortschrijdende ontkerkelijking en sprak kritische woorden over het verlies van de christocentrische oriëntatie zoals de ethischen die voorstonden. In de kerk zouden we zelfs niet meer zeker weten of we nog wel christelijk willen zijn en niet liever algemeen-religieus. Feit is dat er nu nog nauwelijks institutionele inbedding is voor verdere bestudering van de ethischen. Terwijl het werk niet klaar is. De middengeneratie ethischen zijn nauwelijks toegankelijk en verdienen ook ontsluiting van hun belangrijkste geschriften, al was het maar digitaal: P.D Chantepie de la Saussaye, J.J. Valeton jr , Is. van Dijk en de predikant J.G. Gerretsen (die Juliana mocht dopen). Een goed wetenschappelijk totaaloverzicht ontbreekt van een eeuw lang beïnvloeding van kerk, wetenschap, cultuur en samenleving, vanaf de grondwet van 1848. Hun biografieën zijn meestal in aanzetten blijven steken. Zonder goed historisch inzicht hebben we niet alleen in de kerk maar ook – vooral! – in de samenleving in feite een scheef beeld van onze eigen geschiedenis. Te vrezen valt dat het beeld van het eigen religieuze verleden steeds ongenuanceerder gaat worden. Het echte verhaal gaat niet alleen over gereformeerd fundamentalisme en triomfantelijk katholicisme waartegenover door  het licht van liberale redelijkheid en socialistische gelijkheid langzaam maar zeker het pad gebaand werd naar de heilsstaat van onze moderne seculiere samenleving.

Wat er nog over is van kerk oriënteert zich vooral op Britse en Amerikaanse ‘evangelical’ theologie en kerk. Daarbij komen we soms in discussies terecht die al veel eerder waren gevoerd en tot een goed einde waren gebracht. We vinden wielen opnieuw uit die al eerder draaiden. En met een meer ‘ethische’ inslag was de nieuwe dogmatiek van Vd Kooij/ vd Brink minder neo-orthodox uitgevallen.

Ik idealiseer de ethischen allesbehalve. Het duurde veel te lang tot de sociale vragen van arbeid, armoede en ongelijkheid echt werden opgepakt. Aan de emancipatie van de vrouw hebben de heren ook niet veel bijgedragen. En op deze studiedag werd ook hoorbaar dat het antwoord van Gunning op Spinoza tekort schoot. Anders gezegd: we kunnen de antwoorden van vroeger op de uitdaging van de moderne kijk op de wereld om ons heen en op onszelf, niet kopiëren. En dat geldt volgens mij ook van hun christologie (die door de tijd heen ook aan verandering onderhevig was)! Het is eerder om hun ‘drive’ en hun grondhouding waarmee zij in kerk en samenleving stonden dat zij een blijvende inspiratiebron zijn.

(toespraak Henri Veldhuis op http://www.henriveldhuis.nl/LocalFiles/SaussayePageFiles/SHOET_Symposium_Groenekan_10dec2015.pdf)

 

Categories: Geschiedenis, Kerk, Theologie Tags:

De regiobisschop komt eraan! Kerk 2025

October 2nd, 2015 Comments off

In ´Kerk 2025´, het beleidsvoorstel dat de synode PKN in november a.s. gaat bespreken, wordt het voorstel gedaan om acht protestantse regiobisschoppen te gaan aanstellen. Eindelijk! De functie heet nog wel niet zo: ‘pastor pastorum’ is Latijn om de kerk niet teveel te laten opschrikken. Maar ‘Herder van herders’ is precies wat een bisschop van oorsprong is. Een bovenplaatselijke figuur die gezicht geeft aan de kerk in de regio. Hij/zij bouwt een vertrouwensrelatie op met de voorgangers en kerkenraden in de regio, werkt nauw samen met de regionale kerkvergadering (nieuwe superclassis), vliegt conflictbegeleiders in (visitatie, commissie bijzondere zorg) en voert gesprekken met predikanten en kerkenraden als het tijd wordt voor de predikant om te verkassen. Verder geeft de bisschop leiding aan  nieuwe initiatieven van kerk-zijn in de regio en begeleidt het stopzetten van niet meer levensvatbare gemeentes.

Ik heb jaren geleden al voor deze functionaris gepleit. Helemaal goed dus. Zoals ik het ook van harte eens ben met ‘wit laten op de kaart’ van postcodegebieden waar de gemeente moest worden opgeheven.  Geen eindeloze fusies tot steeds grotere streekgemeentes met steeds langere lijnen. En natuurlijk moet de periodieke visitatie worden afgeschaft. De enigen die er nog in geloofden zijn al jaren lang alleen de visitatoren zelf.

Ook goed aan het rapport is dat er flink gas terug genomen is ten opzichte van het eerdere schot voor de boeg dat predikantsaanstellingen beperkt zouden moeten worden tot twee keer vier jaar. Dat was een onuitvoerbaar en bot plan. De ideeën die nu worden geopperd om de mobiliteit te bevorderen klinken een stuk realistischer. Met een begeleidende rol voor die regiobisschop. Twaalf jaar is een redelijke limiet.

Veel meer staat er eigenlijk niet in het rapport. Maar dat is niet erg. De kerk wordt ook niet van boven af gemaakt. Kerkleiding en bovenplaatselijke organisatie moet eerder ‘onder’ de gemeentes en de andere vormen van kerkzijn in het land staan, dragend en voedend. Nu stevig insteken op het opnieuw vormgeven van de regionale ‘tussenlaag’ , mét budget, lijkt me een prima keuze.

Het rapport laat ook zien dat kerkbestuur en kerkorde altijd achter de feiten aanlopen. De ingrepen op het bestuurlijke tussenniveau waren al veel langer noodzakelijk. Ook zonder krimp was het model van 75 classes met colleges van visitatoren achterhaald en de functie van RACV (regionaal adviseur classicale vergaderingen náást gemeente-adviseurs) een ongemakkelijke noodoplossing.  En dat de kerk moet durven ‘verkleuren’ door meer samenwerking met SKIN-kerken zou ook los van eigen krimp in ons multiculturele land een opdracht moeten zijn.

Wat mij betreft zou het hier en daar zelfs nog wel een tandje gedurfder mogen zijn. Het kan nog oecumenischer. De mobiliteitsrevolutie en de digitale revolutie zouden nog meer verdisconteerd kunnen worden. ‘Witte plekken’ denkt nog teveel vanuit een monopoliegedachte. Maar de kaart van Nederland kent nog heel veel andere kerkgenootschappen. Met sommige ervan zijn er plaatselijke samenwerkingsconstructies. En in de digitale wereld bestaan er geen postcodes. De internetkerk  kan overal in het land en zelfs daarbuiten leden hebben.

Ik pleit ook voor de mogelijkheid van volwaardig dubbellidmaatschap, verder gaand dan gastlidmaatschap. Ik zie steeds meer gemeenteleden nu al in meerdere (vaak aangrenzende) gemeentes actief betrokken: ze bezoeken soms kerkdiensten elders omdat de liturgie er traditioneler is of juist ‘hoger liturgisch’ – sturen kinderen naar een club of gaan zelf naar een gespreksgroep die er in de eigen gemeente niet is – blijven na verhuizing nog penningmeester in de oude gemeente omdat er geen opvolger is. Dit dubbellidmaatschap zou ook open moeten staan voor leden van andere kerken. Door twee of meer vakjes rood te maken op de lijst met kerken waarmee je verbonden bent zou je stem niet ongeldig mogen worden. (Omdat kerken hun ledenbestanden niet uitwisselen denk ik dat het nu ook al kan).

En waar is toch dat oude idee van een soort landelijke ‘studentenkerk’ gebleven? Iedere student die op kamers gaat wordt in principe overgeschreven naar de stad van kamerbewoning, tenzij hij/zij weer teruggeschreven wordt naar de thuisgemeente. En die stadsgemeente kan al die studenten niet langsfietsen. De PKN zou deze jongeren gedurende hun studietijd kunnen ‘parkeren’ in een aparte studentenkerk. Deze moet dan natuurlijk vooral als internetkerk vormgegeven worden, met nauwe banden met de studentenpastores in de desbetreffende steden. Gekoppeld aan het dubbellidmaatschap kan er desgewenst een relatie blijven met de thuisgemeente of een nieuwe gelegd worden met de gewone gemeente in de stad. Het belangrijkste is dat de kerk dan meer doet dan nu om de jongeren die zich losmaken van thuis te prikkelen en met andere mogelijkheden van kerk-zijn te confronteren dan die ene die ze nu misschien al te goed kennen en achter zich willen laten.

Tenslotte: ik verbaas me erover dat Kerk 2025 overal waar ‘predikant’ staat niet ook de kerkelijk werker wordt genoemd. Die moet natuurlijk net zo goed ‘gemobiliseerd’ worden en aan de geestelijke begeleiding van de regiobisschop worden blootgesteld.

Categories: Kerk, Opgemerkt Tags:

Adresloos danken?

May 7th, 2015 Comments off

Filosoof Ger Groot schreef in Trouw een mooie column over dankbaarheid: ‘Ook zonder God mogen we ons gelukkig prijzen’. Hij verdedigt de mogelijkheid van jezelf gelukkig prijzen zonder God. Want atheïsten moeten ook dankbaar kunnen zijn voor het geschenk van het leven, ook al heeft hun dank geen adres.
Mij bekroop de vraag of Groot hier niet juist het hybride karakter van atheïstische levenskunst bloot legt. Danken, loven en prijzen zijn nogal religieuze handelingen. Voor veel gelovigen zijn ze zelfs de kern van hun levenskunst. En adresloos danken is ook taalkundig iets raars. Bij het werkwoord danken hoort een dativus, een tegenover. Religie zet daarom God als stip op de horizon als perspectivisch verdwijnpunt voor de gevoelens en daden van dank, lof, vertrouwen, hoop, en niet te vergeten ook de twijfel, de wanhoop, het protest en de schuldbelijdenis. Hij is de spijker aan de muur waaraan we het allemaal ophangen. De theoloog Schleiermacher noemde hem twee eeuwen geleden het ‘Woher’ van dat allemaal, het waarvandaan.
Maar theologie begint al gauw te stamelen als er meer gezegd moet worden. God ‘is’ er dus, maar hij is geen wezen, geen zijnde. Achter de horizon kan ook een gelovige niet kijken. Het theïsme van de gelovige blijft ook hybride. In het heilige van tabernakel en tempel staat geen godsbeeld. En bij al te veel gepraat over God in de derde persoon en zijn al of niet bestaan vlucht de gelovige daarom graag vaak terug naar de religieuze praktijk van het spreken in de tweede persoon. Met behulp van verhalen, liederen, gebeden en andere rituelen proberen we in een relatie te blijven tot een ‘Gij’ (of tutoyeren een Jij). Een gelovige weet dat de voornaamste functie van het woordje ‘God’ is om juist die datief te zijn: de instantie om ‘U’ tegen te zeggen.
Maar als dankbare theïsten en atheïsten in feite hetzelfde doen en het enige verschil is dat de een zijn of haar levenskunst ophangt aan een gat waar de ander nog altijd de spijker ‘God’ heeft zitten, waarom dan niet gewoon samen? Als predikant heb ik in de loop der jaren de geboortekaartjes radicaal zien veranderen van ‘met dank aan God’ naar ‘met dankbaarheid geven we kennis van’ naar ‘hallo hier ben ik’ waar je gevoelens van ouders moet raden uit de bonte uitmonstering van de giga kaart. Toch kloppen ook de laatste ouders nog wel eens aan voor een kinderdoop. De kerk waarin God-gelovigen en God-betwijfelenden samen hun dankbaarheid vieren bestaat al lang. Groot, kom weer eens langs!

(tot zover mijn niet door Trouw geplaatste reactie)

Ongeloof hoef je niet bij de ingang van de kerk in te leveren, integendeel. De viering is er juist om geloof te activeren dat sluimerde en sliep. Soms even kun je er dan het ongeloof er achterlaten. (Bijvoorbeeld in de collectezak, het moment waarop we dankbaarheid in klinkende munt uitbetalen). Maar als dat niet lukt: elke week is er een herkansing. En ook bij de uitgang is er geen controle op de metafysische voorstellingen waarmee je door het leven gaat.

Categories: Kerk, Opgemerkt, Theologie Tags:

Jezus bestond niet en Troje lag in Engeland

February 9th, 2015 Comments off

Met verbazing lees ik de argumenten waarmee de redactie van Trouw het opneemt voor collega Van der Kaaij die de historiciteit van Jezus ontkent. Het wetenschappelijke debat in de negentiende eeuw over die historiciteit zou onbeslist geëindigd zijn. En Van der Kaaij zou met zijn opstelling oude papieren hebben. Het stukje suggereert ook dat christelijk Nederland een beetje lui is geweest door de vraag naar de historische bewijzen nooit meer aan de orde te stellen.
De vraag naar de historiciteit van rabbi Jezus van Nazareth is allereerst een gewone  wetenschappelijke kwestie. En dan is de zaak heel helder. Er is een brede wetenschappelijke consensus over die historiciteit. We kunnen er net zo zeker over zijn als over de ligging van het Troje van Homeros aan de kust van het huidige Turkije. Er zullen altijd wel lieden zijn die het proberen met een ligging in Engeland. Zoals er ook Holocaustontkenners zijn. Maar wetenschappelijk is nu eenmaal de regel dat als er een bepaalde mate van plausibiliteit is bereikt, je dan mag spreken van zekere kennis. Precies daarom geldt ook omgekeerd dat de uitvinding van de boekdrukkunst door Laurens Janszoon Coster een fabeltje is. Zoiets geldt zelfs voor kennis op natuurwetenschappelijk terrein. De relatie tussen klimaatopwarming en CO2-uitstoot is onomstotelijk, ook al is er geen 100-procent een stemmigheid. Dwarse types zijn er altijd geweest en zullen er altijd blijven, maar je kunt ze niet altijd serieus nemen.
Ja, er is een klein landje waarvan een aantal ultra-vrijzinnige theologen honderd jaar geleden serieus meenden dat Jezus een mythologische constructie was van later datum.  Het strekt niet erg tot onze  eer dat zij de enigen zijn die Nederland vertegenwoordigen in het vuistdikke overzicht van Albert Schweitzer van het wetenschappelijke debat tot dan. De Radicale Hollanders werden aangestuurd door een rigide opvatting over historische bewijsvoering. Daar kon Jezus niet aan voldoen, waarom hij werd veroordeeld: product van mythische fantasie. Het zou niet best zijn voor ons strafrecht als daar dezelfde strenge regels van bewijsvoering werden gehanteerd. Teveel criminelen zouden vrijspraak krijgen wegens gebrek aan bewijs.
Die Radicalen waren wel symptomatisch. De protestantse theologiebeoefening in Nederland heeft ook daarna geen goede traditie opgebouwd op dit veld van wetenschappelijk onderzoek. De enige Nederlander die doorgedrongen was tot Amerikaanse Jesus-seminar waar een groot aantal geleerden de kwesties bediscussieerden, was onze cineast Paul Verhoeven. Zijn Jezusbiografie werd vervolgens door de theologen afgeserveerd, maar zonder dat zij met een alternatief kwamen. De volgende belangrijke wetenschappelijke stap werd gezet door alweer een buitenlander, de niet-meer- christelijke Iraniër Reza Aslan met zijn boek De Zeloot.
Ik zie collega Van der Kaaij als slachtoffer van die zwakte in de Nederlandse theologiebeoefening.  Maar ‘christelijk Nederland’ had en houdt ondertussen goede papieren om zich geen zorgen te maken over de historische plausibiliteit van het bestaan van rabbi Jezus.
En als gelovigen hebben we er nog een belangrijke reden voor. We leven in een wereld waarin Auschwitz geen mythe is en waarin de bewijzen voor de gruwelijkheden van IS nogal verpletterend zijn. In diezelfde wereld kreeg de mensheid ook figuren van vlees en bloed als Gandhi, Martin Luther King, Mandela. We hebben existentieel belang bij de historiciteit van oprechte menselijkheid, geweldloze inzet voor gerechtigheid, gelukte naastenliefde.  Dat die er is maakt de historiciteit van Jezus des te geloofwaardiger. We kunnen niet zonder.

(door dagblad Trouw niet geplaatste bijdrage, vrijdag 6 februari 2015)

Categories: Kerk, Opgemerkt, Theologie Tags:

Jezus kan niet niet gebeurd zijn

February 2nd, 2015 Comments off

Naar aanleiding van bericht in Trouw, maandag 2 februari 2015

Collega ds van der Kaaij uit Nijkerk was een beetje dom. Hij heeft de kerk ooit boeken met mooie gebeden geschonken. Maar de historische Jezus laten vervluchtigen tot een literaire constructie van gedreven spirituelen is schadelijk voor zijn eigen integriteit als predikant, voor de beroepsgroep, voor de sfeer in zijn gemeente, voor de kerk en voor de spiritualiteit in het algemeen. Het is wetenschappelijke nonsens. Het zet de Nederlandse theologie voor schut. En het zadelt de kerk op met een nieuwe rel. Voor zijn doel is dat allemaal helemaal niet nodig. Hij wil een christendom waarin je niet per se moet geloven in de historiciteit van wonderen als lichamelijke opstanding, maagdelijke geboorte, fysieke wederkomst op wolken des hemels en het bestaan van een superastraal goddelijk wezen om voluit als christen te boek te mogen staan. Maar waarom zo’n paardenmiddel?

Honderd jaar geleden schreef Albert Schweitzer een dikke pil over een eeuw lang theologisch  onderzoek naar de historische Jezus. Er kwamen ook een paar Nederlanders aan bod, de ‘Radicale Hollanders’ heten zelfs een school. De enigen in het hele overzicht die de historiciteit van Jezus ontkenden. Een totaal geïsoleerd gezelschap. Het was namelijk nogal erg doorzichtig dat deze ontkenning weinig te maken had met diepgaand onderzoek van teksten en cultuur, maar vooral was ingegeven door een wetenschapstheoretische onmacht. Ze waren niet in staat om de aard van het historische kennen te formuleren. De hele operatie om Jezus te herleiden tot Egyptische mythen over stervende en herlevende goden is van nood een deugd maken die helemaal geen nood hoeft te zijn. Van de Kaaij trapt in dezelfde val, de val van het positivisme. Omdat we geen absoluut zekere bewijzen hebben van de historiciteit zal Jezus niet historisch zijn. De enige absolute zekerheid is die van de bekering van Paulus, en alleen op dat fundament wil hij zijn theorie opbouwen. Maar dat is nu precies wat het fundamentalisme ook doet dat Van der Kaaij kwijt wil. Vertrekken van absolute ontwijfelbare zekerheden, onzekerheidsmarges niet toelaten.

Historische theorievorming werkt anders. Ik heb mijn ene opa nooit gekend, maar met zijn grafsteen plus de verhalen ben ik niet alleen overtuigd geraakt van zijn bestaan maar heb ik ook een redelijk betrouwbaar beeld. Voor verkrijgen van historische zekerheid kan worden volstaan met het aanwijzen van allerlei ‘sporen’ die samen de historiciteit plausibel maken. Het feit dat het niet-bestaan niet goed te falsificeren valt, wil niet zeggen dat de historiciteit dan niet als zekere kennis kan worden aangenomen.

Van der Kaaij verkeert daarbij dan bovendien in gezelschap van bedenkelijk allooi. Iemand als de Italiaan Francesco Carotta die in 1999 schuivend met wat keizerlijke munten en teksten uit de keizerverering uit de eerste eeuw de evangeliën tot verpakte propaganda voor JC verklaart, Julius Caesar wel te verstaan. Ik verdenk de man aanhanger van Berlusconi te zijn. Zulke betogen worden nogal opzichtig aangestuurd wordt door de behoefte om een rekening te vereffenen met religie.

En Van der Kaaij is ook wel slachtoffer van de tragiek van de protestantse theologie in Nederland. Behalve dan bij die Radicale Hollanders heeft het historische onderzoek naar Jezus nooit veel voet aan de grond gekregen in de Nederlandse wetenschappelijke theologiebeoefening, waarschijnlijk door de sterke koppeling aan kerkelijke predikantenopleidingen en het calvinistische klimaat. We zijn in deze discipline gewoon niet goed getraind. De enige Nederlander die doordrong tot het Amerikaanse Jesus seminar was een outsider: onze filmmaker Paul Verhoeven. Zijn boek is tot nu toe in bijna tweehonderd jaar modern Jezus-onderzoek ook ongeveer de enige serieuze Jezus-biografie van Nederlandse hand. De academici waren er als de kippen bij om het af te kraken, maar het betere alternatief laat nog steeds op zich wachten. Dat betere, hoewel ook niet volmaakte, alternatief kwam opnieuw van buitenlandse hand, geschreven door de Iraniër Reza Aslan, De Zeloot.

En de dominee die het vak ‘uitleg van het Nieuwe Testament’ een beetje bijhoudt kan weten dat er opvattingen zijn over het auteurschap van Marcus, waardoor hij heel wat dichter bij het gebied blijft waarin het oudste evangelie zich afspeelt dan Alexandrië waar Van der Kaaij hem Egyptische mythen laat opsnuiven. En daardoor ook dichter bij zijn hoofdpersoon.

Maar behalve goede wetenschappelijke argumenten om de historische rabbi Jezus van Nazareth niet bij het grofvuil te zetten, is er ook een belangrijk spiritueel argument. Geloof heeft het nodig en wil het gewoon graag voor waar hebben dat radicale liefde, diepgaande vergeving en een verzetspraktijk van vergaande geweldloosheid, ooit ook echt vlees en bloed geworden zijn. Gelukkig levert de recente geschiedenis analogieën op die dat geloof nogal plausibel maken. Van figuren als Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela is de historiciteit even onbetwistbaar is als die van de Holocaust.
Jezus kan gewoon niet niet gebeurd zijn.

Categories: Kerk, Opgemerkt, Theologie Tags: