Archive

Archive for the ‘Geschiedenis’ Category

Meindert Dijkstra: Palestina en Israël. Een verzwegen geschiedenis

September 24th, 2018 Comments off

Een prachtig boek over een prachtig gebied met een rijke maar tumultueuze geschiedenis. Een heftig omstreden gebied. Dijkstra heeft een missie. Hij wil mythes ontmaskeren die een funeste rol spelen in het grote Israël-Palestina-conflict. Zo was het land nooit leeg. En het is eigenlijk ook nooit in de geschiedenis een alleen maar Joods land geweest. En dat de meeste Palestijnen van nu eigenlijk ook maar van negentiende-eeuwse immigranten afstammen die tegelijk met de Joden kwamen in dat zogenaamde lege land is ook een sprookje.

Dijkstra is oudtestamenticus en oud-docent oud-oosterse godsdiensten en culturen en kent het gebied ook duidelijk uit veel eigen waarneming. Hij brengt een ongelooflijke hoeveelheid informatie samen in zijn beschrijving van de geschiedenis van de regio vanaf de oudste sporen van de mens tot ongeveer 1918: de tijd van Balfourverklaring, het einde van de Eerste Wereldoorlog en het begin van het Britse mandaat. En het leest goed, want hij heeft een stevige greep op de stof. De indeling in een veertien periodes werkt prima, evenals het duidelijke streven om uit elke periode goed te laten zien welke bevolkingsgroepen er samenleefden en onder welke machtsverhoudingen. Het wordt zichtbaar dat er dankzij immens veel archeologisch en multidisciplinair historisch onderzoek heel veel informatie beschikbaar is. Terwijl we in de toekomst nog meer mogen verwachten, want veel Arabisch en Turks archiefmateriaal is nog niet onderzocht.

Knap vind ik dat hij de lezer niet laat verzuipen in een te grote stroom aan gegevens. Het land zelf is als het ware de verteller dat de lezer dwingt om te kijken naar alles wat er gebeurd is. Dat is dan geen strak afgebakend gebied. Het betreft niet alleen het huidige Israël met bezette Palestijnse gebieden, maar ook aangrenzende gebieden. Bij de geschiedenis van het land horen behalve Filistijnen, Kanaänieten en Israëlische stammen ook Nabateeërs, Edomieten, Samaritanen, pensionado’s van Romeinse troepen, of later alle mogelijke varianten van christendom uit oost en west die er naar toe pelgrimeren, Perzische, Griekse, Egyptische, Arabische en Turkse overheersers, kruisvaarders, missionarissen en handelaars en nieuwe nomadische groepen uit de woestijn die zich settelen nadat in een vorige neergang boeren weer nomaden geworden waren. Naarmate we dichter bij de twintigste eeuw komen wijst Dijkstra ook vaker naar concrete bouwkundige sporen in het land.

De geschiedenis van het land is vaak verteld vanuit het optiek van de stad Jeruzalem, denk aan boeken van Karen Armstrong of Montefiore. Die wekken vooral de indruk van een aaneenschakeling van militaire conflicten, bloedbaden en etnische zuiveringen. Dijkstra weet dat beeld enorm te nuanceren. Op verschillende momenten blijkt dat de grote getallen slachtoffers van veldslagen en bloedbaden uit de beschrijvingen met een grote korrel zout genomen kunnen worden. Dat gold al voor de getallen in de Bijbel, maar ook voor veel later eeuwen. Menige genocide in het Nabije en minder nabije Oosten zal toch niet zo omvangrijk zijn geweest als vaak gesuggereerd. En de impact van de kruisvaarders is beduidend minder geweest dan hun massieve bouwwerken suggereren. Daarnaast hebben andere rampen er soms stevig ingehakt, zoals de pest, sprinkhanenplagen of droogteperiodes. Maar er is ook voortdurend geleefd, geliefd, geloofd, aan onderwijs en cultuur gedaan, aan succesvolle landbouw en handel en aan slim en ook humaniserend en pacificerend bestuur.

En voor de totaalindruk die je overhoudt aan het eind zijn woorden als divers, bont en veelkleurig nodig. Eigenlijk is een natiestaat gebaseerd op één volk, ras of godsdienst maar iets onmogelijks. Niet alleen in dit land, maar waar ook ter wereld. Is de geschiedenis er niet een van voortdurende wisselwerking, verschuiving, verhuizing, uitwisseling? En dat is ook precies zijn doel. Je kunt niet anders dan concluderen dat de joodse staat Israël een historische vergissing is, gedoemd te mislukken. Het past niet bij het land en bij de diversiteit van mensen en hun godsdiensten. En het erfgoed zou aan de rechtmatige eigenaar terug gegeven moeten worden. Heel veel kostbare documenten die Israël als joods erfgoed claimt zijn in feite door Palestijnen gevonden in gebied dat op de moment van de vondst niet onder Israëlisch gezag stond. Anders gezegd: het is roofgoed.

Het boek is eigenlijk veel te dun. Je zou veel meer plaatjes willen, veel meer kaartjes ook. Waar liggen al die plaatsen, waarheen verschoven de grenzen in het verhaal genoemd? En af en toe is de tekst weerbarstig. Het boek komt wat moeizaam op gang en je moet aan Dijstra’s stijl wennen. Het loopt het lekkerst als Dijkstra inzoomt op bijzondere gebeurtenissen en kleurrijke mensen. En wat een innemende foto staat er op de omslag.

Het boek is verontrustend. Het maakt duidelijk hoezeer het kerngebied van het jodendom van de oudheid gevormd werd door het heuvelland van Hebron–Bethlehem–Jeruzalem en dan noordwaarts, dus het gebied dat in 1948 grotendeels buiten de staat Israël bleef: de Westbank die dan nadrukkelijker nog dan daarvoor bevolkt werd door Palestijnen. De Terugkeer was eigenlijk nog maar half gelukt. Geen wonder dat de fanatieke tak van het joodse zionisme gesteund door fanatiek christenzionisme zo aast op dit gebied, en dat Netanjahu’s regering en legermacht gedragen door de meerderheid van de Israëlische kiezers in hoog tempo dit gebied verder koloniseren. Protestantse pro-Israël-dominees hebben het op Israël-avondjes en in hun boeken steevast over Judea en Samaria. Op papier hebben ze de Palestijnen al van de kaart geveegd. De verliezers van de geschiedenis verdienen juist compassie.

uitg. Boekencentrum 2018, 352 p., € 24,99

Voor een gezellige wereld heb je christenen nodig

October 26th, 2017 Comments off

De uitspraak is van Qadoera Fares, een Palestijn die een belangrijke rol speelde tijdens de eerste Intifada en die jarenlang in Israëlische gevangenschap heeft gezeten. Hij is een van de vele zegslieden die aan het woord komen in het boek van Els van Diggele, We haten elkaar meer dan de Joden. Tweedracht in de Palestijnse maatschappij. Het is een belangrijk boek. In de media wordt er afgedongen op haar zwarte kijk op de Palestijnse samenleving, maar ik zie daar weinig reden toe. Het is wel een eenzijdig verhaal, maar daarom niet per se onjuist. Ze spreekt een onafzienbare rij insiders en laat via wisselende invalshoeken zien hoe beroerd de Palestijnse samenleving er politiek gezien voor staat. Het is een politiek diep verscheurde samenleving, verdeeld in twee politiestaten vol corruptie, onderlinge terreur, tegen elkaar optredende ‘veiligheidsdiensten’, met een toenemende invloed van islamisten, met juridische willekeur en met martelpraktijken als systematisch onderdeel van politie en justitie. Niet van Diggele, maar haar zegslieden zelf, vaak onderdeel (geweest) van Hamas of Fatach, zien geen hoop. Het boek eindigt ongeveer bij het gedwongen aftreden van Salam Fayyad, de premier die op de Westbank tussen 2007 en 2013 orde op zaken wist te stellen (wat zegt het over onze pers dat er bij die naam helemaal geen belletje bij me ging rinkelen?) Hij werd als pion geofferd in het schaakspel van Abbas met Hamas in Gaza en andere rivalen. Fayyad deed vooral niet mee met de neiging om van alles wat niet goed gaat naar de bezetter te wijzen. Het mocht onder de bezetting niet beter gaan. En al helemaal niet onder leiding van iemand die zich niet wilde laten inlijven bij de grootheden Hamas, Fatach, PLO, of een (andere) islamistische groepering.
Het boek is bewust eenzijdig. Het bestudeert alleen de politieke verdeeldheid van de Palestijnse samenleving en de lange geschiedenis ervan. Het gaat dus inderdaad voorbij aan de Israëlische bezetting en het eventuele Israëlische belang of zelfs een Israëlische rol bij de verdeeldheid en interne rivaliteit  (maar laat die bezetting heus wel voelen). Maar ik ben het met haar eens dat het plaatje nooit compleet is als we vanuit het westen aan de interne cultuur voorbij kijken. Het boek laat zien hoezeer de Palestijnse samenleving inderdaad het Midden-Oosten is. Overwegend islamitisch, gestempeld door tribalisme, ‘woestijncultuur’ zoals sommige zegslieden van EvD het benoemen, op zijn hoogst halverwege het ontwikkelen van een democratische rechtstaat met een scheiding der machten, geremd door sterke islamistische sympathiën en geldstromen.
Het is dus niet het hele plaatje. Integendeel. En of ze als historica objectief genoeg was en bleef kan ik niet beoordelen. In elk geval gaat ze in mijn ogen bij de beschrijving van 1948 veel te kort door de bocht. Dat de Arabieren in Palestina de ramp, de Naqba, in 1948 over zichzelf afriepen, aldus de eerste zin van het superkorte hoofdstukje over 1946-1948, is een ongefundeerde conclusie vooraf. De interne verdeeldheid van de jaren ’30 was zeker een ramp, maar de hele aanloop naar 1948 was een optelsom van vele rampen. Het is nog maar zeer de vraag of het met grotere eensgezindheid aan Palestijns-Arabische zoveel anders was gelopen. Boeken als die van Tom Segev over het Britse mandaat van 1917-1948 of van de joodse historicus Ilan Pappe (beide wel in haar literatuurlijst) laten weinig ruimte voor de gedachte dat het joodse zionisme van de eerste helft van de vorige eeuw had kunnen uitlopen op een binationale staat met gelijkberechtiging voor beide volkeren.
Maar de hoofdlijn van haar betoog is denk ik dat het met Abbas gewoon niet goed gaat komen. Hij is een even grote ramp als Arafat was, en hoe desastreus diens leiderschap is geweest, wordt breed uitgemeten. De Nobelprijs voor vrede was volstrekt onverdiend. Wie om Palestijnen geeft moet dus niet alleen de Israëlische bezettingspolitiek bestrijden, maar ook willen dat de manier waarop er aan Palestijnen steun wordt verleend, kritisch tegen het licht wordt gehouden. Van wie zijn we bondgenoot?
Wat er ook in het plaatje ontbreekt is de samenleving op sociaal-cultureel niveau. Het gaat over de politiek en de druk van de verdeeldheid, corruptie en de onveiligheid. We horen niets over Palestijnse culturele en religieuze organisaties of hoe het leven in een dorp of stad of vluchtelingenkamp door gaat. Ook niet hoe ngo’s misschien tussen alle politieke mijnenvelden heen manoeuvreren. Ik moet hierbij denken aan een ontmoeting met Rania Murrah, enkele jaren geleden, een Palestijnse leidinggevende van het Sumud-house in Bethlehem (verhalenhuis, met steun uit Nederland tot stand gekomen). Zij schetste een beeld waarin Palestijnse vrouwen dubbel lijden: niet alleen onder de bezetting, maar ook onder een primitief Arabisch rechtssysteem waarin vrouwen minder rechten hebben dan mannen, waardoor de laatste gemakkelijk wegkomen bij huiselijk geweld.
Dat brengt me terug bij het citaat over de christenen. Heel even komen de christenen om de hoek kijken: omdat zij café’s in Rammallah bezitten kun je daar alcohol drinken en gemengd dansen. Dat geeft denk ik precies aan waarom de presentie van het christendom in het Midden-Oosten nodig is. Er gaat een matigende invloed van uit.
In de lectuur van de Palestijnse theologen die we als sympathisanten in Nederland lezen, komen we de analyses van hun eigen samenleving zoals Van Diggele die geeft in directe zin niet tegen. Maar wel indirect! Ik denk aan de hartstochtelijke wijze waarop Naim Ateek de weg van de geweldloze inzet en strijd om recht en verzoening bepleit, in theologie en praktijk – dus precies als Palestijns alternatief voor al het geweld zoals Van Diggele dat beschrijft als veroorzaakt door het  DNA met dubbele helix van oude woestijncultuur en van islamistische ideologie. Ik denk ook aan de parallellen die Mitri Raheb, theoloog in Bethlehem, trekt tussen het leven onder Romeinse bezetting aan het begin van de christelijke jaartelling en die onder Israëlische bezetting nu. Het is een sterke en daarom riskante manier van ‘framing’. Maar het betekent niets minder dan dat de politieke verdeeldheid en machtspolitiek van nu ook heel erg lijkt op die tussen de rivaliserende facties en bendes die in het jaar 70 samen hebben geleid tot de joodse ondergang in Palestina. Als Abbas een soort koning Herodes is ziet het er gewoon somber uit voor een goede afloop van ‘de Palestijnse zaak’. Mitri Raheb bepleitte heel nadrukkelijk het achter zich laten van slachtoffergevoelens, om plaats te maken voor een ‘cultuur van het leven’. De boodschap van Jezus is superactueel.
Dus ook na Van Diggele blijft het een schandaal dat het Nederlandse christendom zich 100 jaar na Balfour niet veel vierkanter tot bondgenoot maakt van de Palestijnse christenen, van vredesbewegingen aan weerskanten van ‘de Muur’ en daarmee van het Palestijnse volk dat dubbel lijdt, zowel onder de bezetting als onder haar eigen gewelddadige tribale mannencultuur.
26/10/17

Heruitgave Ethische Theologie voltooid

December 12th, 2015 Comments off

Blaukapel  In het Noordoostelijke puntje van Utrecht, ingeklemd tussen autosnelwegen en spoorbaan, ligt verstild fort Blauwkapel. Tussen oude huizen staat het fraaie middeleeuwse kerkje. Hier was J.H. Gunning jr tussen 1854 en 1857 predikant. Het was zijn eerste gemeente. Hij verdiende bij met kamerverhuur en lesgeven aan inwonende studenten. Zelf studeerde hij ook hard.

In dit kerkje vond op 10 december 2015 de presentatie plaats van het derde, tevens laatste deel van het Verzameld Werk van deze J.H. Gunning jr. Drie interessante lezingen door de hoogleraren Nico den Bok, Willem Drees en Rinze Reeling Brouwer vergezelden de presentatie. Zij belichtten Gunnings relatie tot de ‘schone letteren’ en zijn discussie met de filosofie van Spinoza. Dr. Leo Mietus, die deze heruitgave had verzorgd, presenteerde ook de aparte uitgave van een interessant collegedictaat dat een inkijkje bood in de manier waarop hij met studenten de beroemde Ethica van Spinoza behandelde, eind 19de eeuw. Op tafel stond het beeldje van Dante dat gedurende heel zijn loopbaan op het bureau van Gunning had gestaan.Dante Gunning

Met deze band Verzameld Werk is een enorm project voltooid. Een wetenschappelijke prestatie van formaat onder steeds moeilijker omstandigheden. Gunning jr (1829-1905) hoort samen met zijn oudere collega Daniël Chantepie de la Sausssaye (1818-1874) tot de eerste generatie theologen van de zogenaamde Ethische richting. In zes dikke banden zijn hun voornaamste geschriften met uitstekend notenapparaat opnieuw en blijvend toegankelijk gemaakt. Hulde aan uitgeverij Boekencentrum. De Stichting Heruitgave Oudere Ethische Theologie hief zichzelf op. Aan deze heruitgave gingen twee andere grote projecten vooraf: de bij uitgeverij Kok verschenen series Verzamelde Werken van  K.H. Miskottte en O. Noordmans, theologen uit het midden van de vorige eeuw. Ook werd nog gerefereerd aan de recente uitgave van de na-oorlogse hervormde theoloog A. A. van Ruler die sterk beïnvloed was door La Saussaye sr en Noordmans.

Meer dan eeuw lang leverden de Ethischen het voornaamste alternatief voor de gereformeerde ‘neo-calvinistische’ theologie. Zij waren van meetaf – 1849 was het jaar van de eerste publicatie van la Saussaye sr – wars van fundamentalisme in de uitleg van de Bijbel en van leerdwang op grond van de belijdenisgeschriften in de kerk. Zij vormden met hun grote openheid naar ontwikkelingen in de wetenschap, de cultuur en de samenleving ook altijd een rem op de verzuiling. Ethische dominees gingen in de jaren ’30 met hun catechisanten wel naar de bioscoop en deden na 1945 vaak me aan ‘de Doorbraak’. Tegelijk vormden zij ook altijd het alternatief voor vrijzinnigheid die een streep zetten door belangrijke principes van christelijk geloof.

De heruitgave van de werken van Miskotte en Noordmans in het laatste kwart van de vorige eeuw (vanaf 1978) was een gezamenlijk project van gereformeerde en hervormde – veelal ook nog jonge – theologen. Dat kwam omdat de gereformeerden waren uitgekeken op de insteek van Kuyper, Bavinck en ook Berkouwer. En dit flankeerde en stimuleerde in belangrijke mate het Samen-op-weg-proces van beider kerken. De theologie was niet kerkscheidend meer en de hervormde kerkorde van 1951 die in belangrijke mate door de ethischen was beïnvloed kon het uitgangspunt worden voor de kerkorde van de te vormen PKN.
De heruitgave van de oudere ethische theologie vanaf 1997 was merkwaardig genoeg vooral een Utrechts ‘hervormd’ project. De fijngevoelige openheid van deze theologen voor psychologie en cultuur zou goed hebben kunnen aansluiten op de verschuiving van kerkelijke focus naar spiritualiteit en beleving na de jaren van veel discussie over ethische en politieke vraagstukken (kernwapens, emancipatie, homoseksualiteit, abortus en euthanasie). Mogelijk dat het geduld dat hun werk en de interpretatie ervan vereist, teveel gevraagd was bij de toenemende druk op predikanten door de secularisatie en de ontkerkelijking.

Hoe dan ook staan deze monumenten voor een vijftal hervormde theologen als een huis. Maar de studiedag werd slechts bezocht door enkele tientallen meest oudere en zelfs bejaarde theologen. Henri Veldhuis benoemde in zijn toespraak t.g.v. de opheffing van de Stichting de voortschrijdende ontkerkelijking en sprak kritische woorden over het verlies van de christocentrische oriëntatie zoals de ethischen die voorstonden. In de kerk zouden we zelfs niet meer zeker weten of we nog wel christelijk willen zijn en niet liever algemeen-religieus. Feit is dat er nu nog nauwelijks institutionele inbedding is voor verdere bestudering van de ethischen. Terwijl het werk niet klaar is. De middengeneratie ethischen zijn nauwelijks toegankelijk en verdienen ook ontsluiting van hun belangrijkste geschriften, al was het maar digitaal: P.D Chantepie de la Saussaye, J.J. Valeton jr , Is. van Dijk en de predikant J.G. Gerretsen (die Juliana mocht dopen). Een goed wetenschappelijk totaaloverzicht ontbreekt van een eeuw lang beïnvloeding van kerk, wetenschap, cultuur en samenleving, vanaf de grondwet van 1848. Hun biografieën zijn meestal in aanzetten blijven steken. Zonder goed historisch inzicht hebben we niet alleen in de kerk maar ook – vooral! – in de samenleving in feite een scheef beeld van onze eigen geschiedenis. Te vrezen valt dat het beeld van het eigen religieuze verleden steeds ongenuanceerder gaat worden. Het echte verhaal gaat niet alleen over gereformeerd fundamentalisme en triomfantelijk katholicisme waartegenover door  het licht van liberale redelijkheid en socialistische gelijkheid langzaam maar zeker het pad gebaand werd naar de heilsstaat van onze moderne seculiere samenleving.

Wat er nog over is van kerk oriënteert zich vooral op Britse en Amerikaanse ‘evangelical’ theologie en kerk. Daarbij komen we soms in discussies terecht die al veel eerder waren gevoerd en tot een goed einde waren gebracht. We vinden wielen opnieuw uit die al eerder draaiden. En met een meer ‘ethische’ inslag was de nieuwe dogmatiek van Vd Kooij/ vd Brink minder neo-orthodox uitgevallen.

Ik idealiseer de ethischen allesbehalve. Het duurde veel te lang tot de sociale vragen van arbeid, armoede en ongelijkheid echt werden opgepakt. Aan de emancipatie van de vrouw hebben de heren ook niet veel bijgedragen. En op deze studiedag werd ook hoorbaar dat het antwoord van Gunning op Spinoza tekort schoot. Anders gezegd: we kunnen de antwoorden van vroeger op de uitdaging van de moderne kijk op de wereld om ons heen en op onszelf, niet kopiëren. En dat geldt volgens mij ook van hun christologie (die door de tijd heen ook aan verandering onderhevig was)! Het is eerder om hun ‘drive’ en hun grondhouding waarmee zij in kerk en samenleving stonden dat zij een blijvende inspiratiebron zijn.

(toespraak Henri Veldhuis op http://www.henriveldhuis.nl/LocalFiles/SaussayePageFiles/SHOET_Symposium_Groenekan_10dec2015.pdf)

 

Categories: Geschiedenis, Kerk, Theologie Tags:

De regelrechte lijn van Groen van Prinsterer naar Dries van Agt

July 11th, 2014 Comments off

Verschrikkelijk, de moorden op Israëlische en Palestijnse jongeren. Verschrikkelijk, en ook dom, die raketten uit Gaza op Israëlische doelen. Nog dommer en nog verschrikkelijker die Israëlische oorlog in Gaza, dat geen raketschild heeft en geen leger en nauwelijks internationale vrienden die bereid zijn een militaire vuist te maken. Een oorlog die door Palestijnen beleefd wordt als een oorlog tegen heel hun volk.
Het valt allemaal samen met de zomervakanties van de Europese parlementen, zoals de vorige Gaza-oorlog samenviel met de westerse kerstvakantie en een machtsvacuüm in het Witte Huis. Het valt ook samen met het tienjarig bestaan van de onrechtmatigheidsverklaring door het Internationale gerechtshof van de bouw van Muur op Palestijns grondgebied.
Zal het vlammende betoog van Dries van Agt nu eindelijk wel de weerklank krijgen in de Nederlandse en Europese politiek die het verdient? ‘De illegale muur van Israël zegt veel over ons’ schrijft hij. Het Grote Gedogen dat tot op heden doorgaat ondermijnt de internationale rechtsorde en is in belangrijke mate medeverantwoordelijk voor het oplaaien van het huidige geweld. De schuldigen zitten, zo kun je als lezer dan concluderen, niet alleen in de regering van Israël, in obscure kringen van haatzaaiende moslim-extremisten, of tussen de joodse kolonisten, maar ook in de westerse parlementen en regeringen. En dus ook in de kerkelijke synodes die maar geen afstand kunnen nemen van loyaliteit aan de staat Israël. De vinger wijst ook naar onszelf dus. De presbyterianen in de VS hebben een paar weken geleden met een nipte meerderheid kunnen besluiten tot desinvestering van enkele miljoenen in bedrijven die betrokken zijn bij de illegale muur en nederzettingen. Maar van de PKN nog steeds geen nieuws als het gaat om zulk soort bescheiden maatregelen met een duidelijke boodschap.
Momenteel lees ik af en toe in Groen van Prinsterers ‘Ongeloof en Revolutie’ uit 1847. Het boek is een soort bijbel van alle anti-revolutionairen, christelijk-historischen en andere christen-democraten geworden. Aan de vooravond van de vorming van onze moderne parlementaire democratie met de Grondwet van 1848 levert dit boek een vurig protest tegen de geest van ‘de Revolutie’. Hij vindt dat in het streven naar volkssoevereiniteit, vrijheid en gelijkheid in het Europa van zijn tijd de wetten van God met voeten getreden worden. Hij komt met andere woorden op voor een echte rechtsstaat. De geest van de Revolutie moet getemd worden want zij leidt soms tot vreselijk geweld.
En dan loopt er een regelrechte lijn van Groen naar onze oud-premier Van Agt. Want dan gaat het niet alleen over nationale wetgeving en staatsvormen, maar ook over de internationale rechtsorde: de manier waarop landen en volken met elkaar omgaan. En als het internationaal rechtelijk kader, waarvan Van Agt als jurist en politicus als geen ander in ons land het belang verdedigt, een afspiegeling is van wat Groen ‘de wetten van God’ noemde, dan is het treurig dat juist partijen die zich graag nazaten van Groen noemen, tot nog toe vooral betrokken zijn bij dit Grote Gedogen. Ondertussen vieren radicale revolutionairen hun feestjes: van joodse kolonisten tot extremistische jihadi’s.

het artikel van van Agt in Trouw, 9-7-2014
http://www.rightsforum.org/nieuws/nederland-en-europa-gedogen-al-10-jaar-israels-illegale-muur

een oproep van Naim Ateek n.a.v. de gebeurtenissen in Israël-Palestina
http://www.kairospalestina.nl/nl/nieuws/186/-een-profetische-oproep-van-naim-ateek.aspx

geluiden uit Joodse kring en Israëlische vredesactivisten waarin eveneens onderstreept wordt dat niet alleen de raketaanvallen en bombardementen moeten stoppen, maar ook de bezetting beëindigd willen zien:
http://www.eajg.nl/node/727
Niemand wint met nieuwe ronde bloedvergieten

Charles Taylor

September 21st, 2010 Comments off

Ook ik ben intussen een fan van Charles Taylor. Niet de criminele bendeleider uit zwart Afrika, maar de Canadese filosoof, winnaar van de prestigieuze Templeton-prijs. Zijn boeken zijn veel te dik, en daarom voor te weinig mensen toegankelijk, jammer. ‘Bronnen van het Zelf’, bijna 700 blz. leesstof. Een seculiere tijd, zo’n 1000 blz. Alleen thrillers van die omvang zijn om door te komen. Maar ik doe mijn best en merk dat ik soms juist nog meer zou willen, meer informatie over de personen die hij voor het voetlicht brengt, citaten uit hun boeken, illustraties erbij. Het zijn prachtige verhalen over hoe we geworden zijn die we zijn, wij westerlingen die te druk zijn met onszelf te onderscheiden van anderen en ons authentieke zelf te ontdekken, te ontwikkelen en te ontplooien om nog echt intensief aan God, geloof en kerk te doen. In zekere zin zijn het ook thrillers die een complot ontrafelen en de spanning erin houden. Taylor bestrijdt met kracht van scherpe historische analyses dat er voor God niets anders op zit dan om uit ons blikveld, uit onze gedachten en gevoelens te verdwijnen. Omdat veel wetenschap, pers en media samen een soort complot lijken te hebben gesmeed om ons dat te laten denken, is er zoveel intelligentie en zoveel boekpapier nodig als Taylor inzet. Wat Taylor laat zien is dat het bepaald niet zo is, dat alleen de wetenschappers, de literatuur, of de kunstenaars zijn die de moderne westerling en met zijn ongeloof ‘gemaakt’ hebben. Kerkleden willen nogal eens beschuldigend wijzen naar hun te moderne dominees zijn die de kerken leeg zouden hebben gepreekt. ‘De theologen gingen voorop’ luidt een titel van een boek over de leegloop van de gereformeerde kerken sinds de jaren ’60. Taylor laat zien hoe invloedrijk economische en politieke factoren zijn. Bijvoorbeeld de prijsdaling van consumptieartikelen door massaproductie gecombineerd met stijging van inkomen, dus welvaart. Of het verschil tussen Noord-Amerika of Noord-West-Europa, met een heel andere politieke geschiedenis, waardoor het er met het christendom anders voorstaat.
De historische veranderingen betekenen wel dat ook bij Taylor allerlei antwoorden van vroeger niet meer ‘kunnen’. De dorpsparochie van de 19de eeuw tot en met de vijftiger jaren komt niet meer terug. Het geloof van voor Darwin is niet meer voor ons beschikbaar. Wat overblijft is de mogelijkheid en de noodzaak van gemeenschappelijk authentiek-christelijke spiritualiteit. Vermoed ik, want ik ben nog niet klaar met Taylor. (Wordt vervolgd)

Film La Raffle/ de razzia van Parijs

September 21st, 2010 Comments off

Indrukwekkende film, mooi gemaakt, vreemd dat je hem maar in enkele bioscopen kunt bekijken. Onderwerp is de razzia van juli 1942 in Parijs. Hetzelfde onderwerp als het boek ‘En haar naam was Sarah’, van Tatiana de Rosnay, volgens mijn  dochter het mooiste boek dat ze tot nog toe gelezen heeft. De film belicht de razzia vanuit een andere optiek en een ander verhaal, maar we komen eveneens uitvoerig in het wielerstadion in de buurt van de Eiffeltoren waarin tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen dicht opeengepakt worden opgesloten alvorens te worden afgevoerd naar kampen en uiteindelijk de gaskamers. Het stadion is al lang gesloopt, de herinnering was bijna uitgewist, maar boek en film brengen deze schandvlek in de Franse en Europese geschiedenis opnieuw voor het voetlicht. De film is milder over de rol van de Franse politie en burgers dan het boek, ook al deugen er duidelijk heel wat Fransen niet. Wel troostend dat juist een pastoor onderduikers helpt en dat de heldin van de film, een rode-kruis-verpleegster, de dochter van een dominee is. Als je de huidige Franse acties tegen de Roma ziet of de populariteit van anti-immigratiepartijen in heel Europa, kunnen er vooralsnog niet genoeg van dit soort films en boeken verschijnen.

Christelijke vaderlanders

August 5th, 2009 Comments off

Annemarie Houkes schreef een heel goed leesbaar historisch proefschrift: Christelijke vaderlanders. Godsdienst, burgerschap en de Nederlandse natie (1850-1900). Het verscheen in 2009. ISBN 9 789028 422803. Ze laat zien hoe de protestanten,de grootste maatschappelijke groepering van midden 19de eeuw, want half Nederland hoort er dan nog bij, zich langzaam maar zeker als groepering in de openbare ruimte begint te bewegen en organiseren. Ze zetten allerlei organisaties op om “inwendige zending” te bedrijven, jeugdwerk te doen, liefdadigheid te betrachten. Dankzij de trein kunnen ze grootschalige ‘zendingsfeesten’ organiseren. Zo begint de protestants-christelijke groepering allereerst heel letterlijk in het openbaar zichtbaar te worden. Abraham Kuyper speelt hier vervolgens handig op in. Hij deelt de eerste exemplaren van zijn nieuwe krant aan de bezoekers van zo’n feest gratis uit en zo begint hij een antirevolutionair netwerk over het hele land te leggen. Maar de verdienste van het boek is vooral ook dat het de hervormden veel meer zichtbaar maakt dan de geschiedschrijving tot nog toe deed: de hervormden die naast de AR de Christelijk Historische Unie vormden, die niet meegingen bij de Doleantie, maar niet minder plaatselijke jeugdverenigingen, vrouwenverenigingen etctera hadden, die de NCRV mede oprichtten en op termijn de belangrijkste fusiepartner zouden worden van de gereformeerden in de GKN en de ARP. Kuyper maakte gebruik van een beweging die hij niet zelf tot stand had gebracht en die zich ook niet zonder meer door hem liet kanaliseren.

D. Chantepie de la Saussaye – theologie na Darwin

August 5th, 2009 Comments off

Een van de belangrijkste predikanten van de 19de eeuw, initiator van de zogenaamde ‘ethische theologie’, naast zijn vriend Nicolaas Beets ‘voorman’  op de linker vleugel van de christendemocratische beweging in de eerste periode na de grondwetswijziging van 1848. Leefde van 1818-1874, was student in Leiden, predikant van de Waalse gemeentes te Leeuwarden en Leiden en van de Hervormde gemeente te Rotterdam voordat hij in 1872 hoogleraar werd in Groningen. Bewonderaar maar vooral ook criticus en tegenstander van Groen van Prinsterer en later ook Abraham Kuyper. Sloeg in zijn theologie een brug tussen gereformeerde orthodoxie en moderniteit. Zo heeft hij nauwelijks meegedaan aan protest of verzet tegen Darwin, gaf daarentegen in zijn korte professoraat juist college over het bijbelse scheppingsbegrip onder erkenning van de wetenschappelijkheid van de evolutieleer. En toen jonge predikanten de historiciteit van het opstandingsverhaal begonnen te ontkennen, schreef hij een heel intrigerend essay waarin hij openlijk brak met de manier waarop een theoloog als Doedes, met wie hij overigens nauw had samengewerkt, juist de historiciteit van de bijbelse wonderverhalen overeind probeerde te houden. Ik vind dit essay – Een Woord van Toelichting –  een van de hoogtepunten in zijn oeuvre. Het verscheen in dezelfde tijd als Darwins’ Origin, najaar 1859. In mijn proefschrift Door Simon gezien neemt de analyse van dit geschrift een centrale plaats in. Al lang voor het optreden van Abraham Kuyper en zijn fundamentalistische benadering van het vraagstuk van geloof en moderne wetenschap had La Saussaye de gebreken van dit fundamentalisme doorzien.